<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR49000_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ambtelijke bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Baarns Weekblad, Gemeentenieuws, 23 september 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>10RV000026</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ambtelijke bijstand </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><cursief>Begripsomschrijvingen:</cursief></al><al/><al><cursief>Informatie: gegevens neergelegd in schriftelijke stukken en ander
                            materiaal</cursief><cursief> dat gegevens bevat</cursief></al><al><cursief>Advies: het kenbaar maken van een deskundig oordeel</cursief></al><al><cursief>Bijstand: het verzamelen en verwerken van informatie en het
                            verlenen van hulp bij redactionele vormgeving van voorstellen,
                            amendementen en moties of andere bijstand</cursief></al><al/><al>Artikel 1</al><al>1. Een raadslid wendt zich tot een ambtenaar of de griffier met een verzoek
                        om: </al><al> a. feitelijke informatie van geringe omvang;</al><al>b. inzage in of afschrift van documenten.</al><al>2. Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                        informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de
                        secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al><al>3. Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand bij
                        het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere
                        bijstand.</al><al>4. De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt verleend door de griffier.
                        Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier kan worden verleend kan
                        de griffier de secretaris verzoeken, één of meerdere ambtenaren aan te
                        wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.</al><al/><al>Artikel 2</al><al>1. Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de secretaris
                        ambtelijke bijstand tenzij:</al><al>a. het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking
                        heeft op de werkzaamheden van de raad;</al><al>b. dit het belang van de gemeente kan schaden;</al><al>c. het bijstand, bedoeld in artikel 1 lid 3, betreft.</al><al>2. De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste
                        lid geweigerd wordt.</al><al>3. Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de
                        secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid
                        dat het verzoek heeft ingediend.</al><al/><al>Artikel 3</al><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt
                        geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen
                        aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het
                        verzoek.</al><al/><al>Artikel 4</al><al>1. Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende
                        bijstand, informatie of advies, doet hij via de griffier hiervan mededeling
                        aan de secretaris.</al><al>2. Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide partijen
                        bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de burgemeester. De
                        burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de zaak.</al><al/><al>Artikel 5</al><al>1. Elk raadslid heeft recht op ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1
                        lid 3, voor zover die bijstand niet (geheel) kan worden verleend door de
                        griffier.</al><al>2. De secretaris en de griffier evalueren de werking van deze verordening
                        jaarlijks of zoveel meer of minder als een van beiden nodig acht.</al><al/><al>Artikel 6</al><al>1. Een raadslid kan niet aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand of
                        de inhoud van het gegeven advies geheim wordt gehouden.</al><al>2. Indien het college of leden van het college informatie wensen over een
                        verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies wenden
                        zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid of tot de betrokken
                        ambtenaar.</al><al/><al>Artikel 7</al><al>Voor zover er behoefte bestaat aan andere hulp dan die welke valt onder de
                        definitie van de begrippen informatie, advies en bijstand moet deze via de
                        raad en/of raadscommissies worden gevraagd.</al><al/><al>Artikel 8</al><al>Deze regeling treedt in werking op 25 augustus 2010. </al></tekst></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Algemeen</titel></kop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel
                    is door de Wet dualisering gemeentebestuur ingrijpend gewijzigd. Het legt
                    expliciet vast dat de raad en individuele raadsleden een recht op ambtelijke
                    bijstand hebben. Voor politieke groeperingen bestaat daarnaast een recht op
                    fractieondersteuning. De uitwerking van deze rechten moet bij verordening worden
                    geregeld. </al><al>De oude modelregeling ambtelijke bijstand is aangepast aan het nieuwe
                    dualistische bestuursstelsel. Dit heeft geleid tot de nodige veranderingen. Het
                    meest opvallend is de centrale rol van de griffier. Dit nieuwe instituut, dat
                    bij uitstek bedoeld is voor het verlenen van hulp aan raadsleden, wordt het
                    eerste aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand. De griffier vervult
                    ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke
                    organisatie.</al><al>De burgemeester vervult ook een nieuwe rol in het proces. Indien er een
                    conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een
                    bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de
                    burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en
                    als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft. De Staatscommissie dualisme
                    en lokale democratie had ook al geadviseerd tot een dergelijke rol van de
                    burgemeester.</al><al>Gezien de nieuwe dualistische verhoudingen ligt het voor de hand dat er ook op
                    het punt van de ambtelijke bijstand duidelijkere scheidslijnen worden getrokken
                    tussen werkzaamheden voor de raad en voor het college. Dat komt tot uitdrukking
                    in het feit dat een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand
                    en de inhoud van de verleende bijstand geheim moet worden gehouden. De ambtenaar
                    mag niet onder druk komen te staan doordat hij werkzaamheden voor de raad
                    verricht. Daarom zal een collegelid dat toch informatie wenst over het verzoek
                    om ambtelijke bijstand wenst, zich moeten wenden tot het betrokken raadslid en
                    niet tot de behandelend ambtenaar.</al><al>De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien het de
                    verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie,
                    is behoefte aan duidelijke regels. Deze ambtenaren werken doorgaans namelijk
                    voor het college. De wijziging van artikel 103 van de Gemeentewet laat dit
                    scherp zien. Voor de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur bepaalde
                    dit artikel dat de secretaris (en daarmee de onder hem ressorterende ambtelijke
                    organisatie) de raad en het college terzijde stond. In dualistische verhoudingen
                    staat de secretaris het college terzijde en wordt de raad bijgestaan door de
                    griffier.</al><al>Dat de raad nu beschikt over een griffier met griffie betekent niet dat er geen
                    behoefte meer zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke
                    organisatie. De griffie zal, in vergelijking met de reguliere organisatie
                    beperkt in omvang zijn. Voor specialistische hulp op het gebied van de
                    inhoudelijke/beleidstechnische kant van het maken van amendementen, moties en
                    regelingen zal een beroep op deze organisatie dan ook nodig blijven. Dit geldt
                    ook voor specifieke informatie die alleen bij de reguliere ambtelijke
                    organisatie beschikbaar is. De wetgever heeft dat onderkend en het recht op deze
                    vorm van ambtelijke ondersteuning expliciet vastgelegd. Deze verordening vormt
                    de uitwerking van dit recht.</al><al>De nieuwe formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat
                    individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad,
                    recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle
                    raadsleden een beroep worden gedaan.</al><al>In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin de tot het
                    verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond van gewetensbezwaren daartoe
                    niet bereid is. In een dergelijk geval is er sprake van een rechtspositioneel
                    probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden
                    gebracht.</al><al>NB: Ook in het organisatiebesluit en instructie voor de griffier zijn bepalingen
                    opgenomen over het verlenen van ambtelijke bijstand aan onder andere de leden
                    van de gemeenteraad. Uiteraard is afstemming tussen de verschillende regelingen
                    noodzakelijk. Er is echter geen enkel bezwaar tegen integratie ten aanzien van
                    de verschillende onderwerpen.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelgewijze toelichting</titel></kop><al>Artikel 1</al><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                    verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het
                    verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van
                    documenten, kan een raadslid contact opnemen met een ambtenaar of de
                    griffier(die het verzoek dan weer kan neerleggen bij een ambtenaar uit de
                    reguliere ambtelijke organisatie). Het begrip document wordt hier overigens
                    gebruikt in de betekenis die het in de Wet openbaarheid bestuur heeft. Met
                    openbaar wordt bedoeld openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur.
                    Voor niet openbare documenten wordt een regeling gegeven in de artikel 25, 55 en
                    86 van de Gemeentewet. Deze rechten zijn veelal uitgewerkt in het reglement van
                    orde voor de raad, het reglement van orde voor het college en de verordening op
                    de raadscommissies. </al><al>Er is voor gekozen de griffier te noemen als centrale functionaris. Het bestaan
                    van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad en het
                    college, die bij de dualisering zijn beslag heeft gekregen, leidt ertoe dat de
                    ambtelijke organisatie parallel ontvlochten wordt. Omdat de griffier geen
                    zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de secretaris de
                    ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van
                    posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot een verdergaande formalisering
                    van de regeling omtrent ambtelijke bijstand. </al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                    tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren
                    gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie
                    bedoeld die onder gezag van het college staan en worden dus niet
                    griffiemedewerkers bedoeld. Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de
                    griffie ook ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.</al><al>Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                    weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het
                    eerste lid, onderdeel a en b betreft. </al><al>Artikelen 2 en 3 </al><al>Beoordeling of één van de in artikel 3 genoemde weigeringsgronden zich voordoet
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. In artikel 4 is aangegeven dat de
                    uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                    voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg
                    voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het betrokken
                    raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de
                    burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180 Gemeentewet). </al><al>Artikel 4</al><al>Ook indien – naar de mening van het raadslid – op onvoldoende wijze aan zijn of
                    haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie
                    worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in
                    het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor.</al><al>Wel dient het betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren
                    met de secretaris.</al><al>Artikel 5 </al><al>De uren van ambtelijke bijstand worden niet geregistreerd. </al><al>Gezien het feit dat het een nieuwe verordening betreft na de invoering van het
                    dualisme, lijkt het zinvol de regeling te evalueren.</al><al>Artikel 6</al><al>Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit kunnen
                    gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden onafhankelijk
                    opereert van het college. Dit is een gevolg van de door de dualisering tot stand
                    gebrachte ontvlechting van posities. De mogelijkheid van verplichting tot
                    geheimhouding gaat echter te ver. Om te verzekeren dat een ambtenaar niet te
                    zeer door collegeleden onder druk wordt gezet om inlichtingen te verschaffen
                    over het verzoek van een raadslid is in het tweede lid bepaald dat collegeleden
                    zich voor informatie direct tot het betrokken raadslid wenden en niet (oude
                    tekst) of tot (nieuwe tekst) de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een
                    extra waarborg voor de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke
                    bijstand.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot
                    de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet
                    goed uitoefent behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop
                    aan te spreken.</al><al/><al>Aldus besloten in de openbare vergadering </al><al>van de raad der gemeente Baarn, gehouden op 8 september 2010</al><al>de griffier, de voorzitter,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>