<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR48988_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ferwerderadiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ferwerderadiel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ferwerderadiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, t.w. Sawn Stjerren Nijs dd. 16-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikelen 220 tot en met 220h</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-12-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>6/50.09</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De "Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2009", vastgesteld bij raadsbesluit van 20 november 2008, nr. 48a, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2010.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Sector : II</al><al>Nr. : 50a</al><al/><al/><al/><al>De raad van de gemeente Ferwerderadiel;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 november 2009,
                        nummer 6/50.09;</al><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al/><al/><al>besluit:</al><al/><al/><al>I. in te trekken de verordening d.d. 20 november 2008, nr. 48a;</al><al>II. vast te stellen de:</al><al/><al><vet><onderstreept>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN
                                ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN 2010</onderstreept></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "onroerende zaakbelastingen" worden ter zake van binnen de
                        gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar
                        een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet
                        krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt,
                        verder te noemen: gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar
                        van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
                        recht, verder te noemen: eigenarenbelasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik
                        is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft
                        gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven is bevoegd de
                        belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is
                        gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende
                        zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter
                        beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                        degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                        begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                        vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
                        eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                                hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li><li nr="b."><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde
                                die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken
                                is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden
                                toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                waarde­ring onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
                                vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak
                                bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
                                krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet
                                waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij het bepalen van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet
                                reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde
                                waarde, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                                ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor
                                de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als
                                voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of
                                teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de
                                in onderdeel a bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken, die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                                levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen
                                van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet
                                van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de
                                in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde
                                voorwaarden met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde
                                eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door
                                rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich
                                uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten
                                doel stellen, beheerd worden; </al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
                                rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; </al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd
                                door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken
                                die dienen als woning; </al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van
                                de delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden
                                zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt
                                toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn
                                aan te merken;</al></li><li nr="j."><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt
                                voor de publieke dienst van de gemeente met uitzondering van delen
                                van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt
                                voor het geven van onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                                eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten
                                gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het
                                verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                                verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken,
                                abri's, hekken en palen; </al></li><li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van
                                zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van
                                delen van zodanig onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="n."><al>sportaccommodaties, waaronder wordt verstaan accommodaties welke
                                uitsluitend, dan wel grotendeels gebruikt worden voor de beoefening
                                van de sport, daaronder <vet>tevens</vet> begrepen de bij deze
                                accommodaties behorende kleedruimtes en opbergruimten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het
                                eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting
                                geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: </al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,09100;</al></li><li nr="b."><al> de eigenarenbelasting 0,12635.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar
                                beneden afgerond op hele Euro ‘s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in <vet>vier</vet> gelijke
                                termijnen. <vet>De eerste termijn vervalt 1 maand na de dagtekening
                                </vet>van het aanslagbiljet en elke volgende termijn telkens twee
                                maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het 1<sup>e</sup> lid geldt, zolang de
                                verschuldigde bedragen door middel van <vet>automatische
                                    incasso</vet> van de betaalrekening van de belastingplichtige
                                kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald
                                in <vet>acht</vet> gelijke termijnen. De <vet>eerste termijn vervalt
                                    1 maand na de dagtekening</vet> van het aanslagbiljet en elk van
                                de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                    wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven
                                met betrekking tot de heffing en de invordering van de
                                onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeerregel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening onroerende-zaakbelastingen 2010" treedt in de plaats
                                van de op 20 november 2008 vastgestelde verordening. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                                onroerende-zaakbelastingen 2010".</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>JD</ondertekening><ondertekening> ALDUS besloten in de openbare vergadering van de raad van de
                        gemeente Ferwerderadiel van 19 november 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>,voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>,griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>