<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR4897_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2004, 7</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Steenwijkerland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 6</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-03-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-03-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. i</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2004/29</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van
                vergunningen voor het parkeren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Steenwijk; </al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 3
                        december 2002, nummer 2002/192; </al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 6 van de Wegenverkeerswet
                        1994; </al><al/><al>b e s l u i t : </al><al/><al>vast te stellen de </al><al/><al><vet>“VERORDENING OP HET GEBRUIK VAN PARKEERPLAATSEN EN DE VERLENING VAN
                            VERGUNNINGEN VOOR HET PARKEREN</vet><vet>”</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>A</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al><cursief>RVV 1990</cursief>: het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459;</al></li><li nr="b"><al><cursief>motorvoertuig</cursief>: hetgeen daaronder wordt
                                    verstaan in het RVV 1990;</al></li><li nr="c"><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van
                                    goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="d"><al><cursief>houder</cursief>: degene die naar de omstandigheden als
                                    houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien
                                    verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het
                                    krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden
                                    register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt
                                    degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven
                                    kenteken ten tijde van het parkeren in het register was
                                    ingeschreven;</al></li><li nr="e"><al><cursief>parkeerapparatuur</cursief>: parkeermeters,
                                    parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeerders en hetgeen
                                    naar maatschappelijke opvatting overigens onder
                                    parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="f"><al><cursief>parkeerapparatuurplaats</cursief>: een parkeerplaats
                                    behorend bij parkeerapparatuur;</al></li><li nr="g"><al><cursief>belanghebbendenplaats</cursief>: een parkeerplaats
                                    die</al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990,
                                            of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
                                            bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor
                                            zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="h"><al><cursief>vergunning</cursief>: een door burgemeester en
                                    wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is
                                    toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                    parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="i"><al><cursief>vergunninghouder</cursief>: de natuurlijke persoon of
                                    rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B</nr></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen besluiten weggedeelten aan te
                                wijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen besluiten de tijdstippen vast te
                                stellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C</nr></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag voor de duur van
                                maximaal één jaar een vergunning verlenen voor het parkeren op
                                belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een
                                mototvoertuig (voertuig) wanneer deze</al><lijst><li nr="a"><al> woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede
                                        door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, dan wel</al></li><li nr="b"><al>een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en
                                        aantoont dat het in het belang van diens beroep- of
                                        bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
                                        motorvoertuig (voertuig) te parkeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De eigenaar of houder van een motorvoertuig (voertuig) die voldoet
                                aan beide in het tweede lid gestelde voorwaarden wordt, voor wat
                                betreft de eerste aangevraagde vergunning, geacht te beantwoorden
                                aan de onder a genoemde voorwaarde.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een
                                vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen
                                (voertuigen) die niet voldoen aan één van de in het tweede lid
                                genoemde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften
                                en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen
                                alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>D</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
                            wijzigen:</al><lijst><li nr="a"><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b"><al>wanneer de vergunningbouder het gebied, waarvoor de vergunning
                                    is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep
                                    of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c"><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="d"><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen;</al></li><li nr="e"><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f"><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g"><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E</nr></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig
                                (voertuig) te plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a"><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b"><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>F</nr></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>G</nr></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig (voertuig) te parkeren of geparkeerd te
                                houden:</al><lijst><li nr="a"><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b"><al>zonder dat het motorvoertuig (voertuig) duidelijk zichtbaar
                                        is voorzien van de vergunning;</al></li><li nr="c"><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorschriften.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>H</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I</nr></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de heren H.C. de Boer en P.
                                Bruinenberg, inspecteurs openbare ruimte, en J.H. Alta,
                                toezichthouder milieu, alsmede de heren W.Z.C. Goldstein en T.A.
                                Kloosterman, parkeercontroleurs.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de door burgemeester en wethouders
                                aangewezen personen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>J</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Parkeerverordening
                            Steenwijkerland’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>L</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking<noot id="d23366e370"><noot.nr>*)</noot.nr><noot.al>Voor de inwerkingtreding van de verschillende artikelen of
                                    het vervallen daarvan, wordt verwezen naar de in de kop van deze
                                    verordening genoemde gemeentebladen.</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>K</nr></kop><al>De werking van deze verordening is, tot een jaar na de in
                            werkingtreding, beperkt tot het gebied dat op de bijbehorende kaart is
                            aangegeven.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de parkeerverordening Steenwijkerland.</titel></kop><tussenkop>Artikel A</tussenkop><al>Motorvoertuig</al><al>In de verordening is er van uitgegaan dat er door middel van de Verordening
                    parkeerbelastingen Steenwijkerland 2003 alleen rechten worden geheven voor
                    motorvoertuigen.</al><tussenkop>Artikel B</tussenkop><al>Vergunningen voor het parkeren op parkeerapparatuur- en/of
                    belanghebbendenplaatsen worden uitgegeven op basis van de Parkeerverordening.
                    Het aanwijzen van de plaatsen waar met een dergelijke vergunning geparkeerd kan
                    worden, wordt bij of krachtens deze verordening geregeld. Los daarvan staat het
                    heffen van rechten voor het uitgeven van de vergunning. Uit praktische
                    overwegingen is de aanwijzingsbevoegdheid bij burgemeester en wethouders
                    neergelegd.</al><tussenkop>Artikel C</tussenkop><al>Omdat in deze verordening wordt gesproken over motorvoertuigen, kan aan
                    eigenaren en houders van onder meer vrachtauto’s, autobussen en motorfietsen een
                    vergunning worden verleend. Er zijn omstandigheden denkbaar dat het redelijk is
                    een vergunning voor andere motorvoertuigen dan personenauto’s te verlenen.
                    Wellicht ten overvloede moet er nog op gewezen worden dat bij een eventuele
                    vergunningverlening voor “grote” motorvoertuigen rekening moet worden gehouden
                    met de verboden die in de parkeerexcessenverordening (of Apv) zijn
                    opgenomen.</al><al-groep><al>Eerste lid</al><al>In dit lid wordt gesproken over “kunnen … verlenen”. Hiermee wordt
                        aangegeven dat niet elke aanvraag gehonoreerd behoeft te worden.
                        Burgemeester en wethouders moeten de mogelijkheid hebben om een aanvraag te
                        toetsen aan het gemeentelijk beleid. Er is dan ook sprake van een vrije
                        beschikking. Teneinde een flexibel parkeerbeleid mogelijk te maken, zeker
                        wanneer dit nog onvoldoende vaststaat, is een maximale duur aan de
                        vergunning verbonden.</al></al-groep><al-groep><al>Tweede lid</al><al>Uit dit lid blijkt dat er twee soorten vergunningen (voor bewoners
                        respectievelijk zakelijk belanghebbenden) kunne worden verleend. Dit
                        onderscheid is gewenst omdat voor de verlening van deze twee soorten
                        vergunningen verschillende criteria worden aangelegd.</al></al-groep><al-groep><al>Vierde lid</al><al>Hier moet worden gedacht aan het verlenen van vergunningen aan eigenaren of
                        houders die tijdelijk een motorvoertuig in het betreffende gebied willen
                        parkeren (bijvoorbeeld aannemers die werkzaamheden moeten uitvoeren).</al></al-groep><al-groep><al>Vijfde lid</al><al>Het is zeer wel denkbaar dat een vergunning slechts geldt voor bepaalde
                        gedeelten van het tijdvak waarop het betaald parkeren van kracht is. Op deze
                        wijze wordt een effectief (meervoudig) gebruik van de beschikbare ruimte
                        gemaakt.</al></al-groep><tussenkop>Artikel D</tussenkop><al-groep><al>Eerste lid</al><al>In de aanhef van dit artikel wordt gesproken over “kunnen … intrekken”.
                        Bedoeld is hiermee aan te geven dat het ter beoordeling van burgemeester en
                        wethouders staat of een vergunning daadwerkelijk wordt ingetrokken wanneer
                        een van de opgesomde omstandigheden zich voordoet. De opsomming is
                        limitatief bedoeld. Om andere redenen kan de vergunning dan ook niet worden
                        ingetrokken.</al></al-groep><tussenkop>Artikel E</tussenkop><al-groep><al>Algemeen</al><al>Dit artikel verbiedt het plaatsen van voorwerpen, niet zijnde
                        motorvoertuigen, op parkeerapparatuur- en belanghebbendenplaatsen. Het
                        plaatsen van dergelijke voorwerpen belemmert de normale gang van zaken op de
                        genoemde plaatsen en doorkruist daarmee de beoogde regulering.</al></al-groep><al-groep><al>Derde lid</al><al>Het lijkt voor een goede gang van zaken op parkeerappatuurplaatsen niet
                        gewenst om ontheffing te kunnen verlenen van het in het tweede lid
                        neergelegde verbod. De mogelijkheid daartoe is daarom ook niet
                        opgenomen.</al></al-groep><tussenkop>Artikel H</tussenkop><al>Artikel 15 van de gemeentewet bepaalt dat gemeenten op overtreding van hun
                    verordeningen een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                    eerste of tweede categorie kunnen stellen.</al><tussenkop>Artikel L</tussenkop><al>Op grond van artikel 22, tweede lid, van de Tijdelijke referendumwet kan een
                    besluit, waarover een referendum kan worden gehouden, niet eerder dan zes weken
                    na de bekendmaking ervan in werking treden. Aangezien de raad de
                    parkeerverordening Steenwijkerland op 17 december 2002 vaststelt, treedt deze
                    verordening pas enkele weken na 1 januari 2003 in werking. Omdat op grond van
                    artikel 28 van de Wet algemene regels herindeling de bestaande
                    Parkeerverordening 1998 met ingang van 1 januari 2003 van rechtswege vervallen,
                    ontstaat er vanaf deze datum tot de datum van inwerkingtreding een vacuüm. Omdat
                    dit niet wenselijk is, wordt gebruik gemaakt van de in artikel 25, eerste lid,
                    van de Tijdelijke referendumwet geboden mogelijkheid om, indien de
                    inwerkingtreding geen uitstel kan lijden, het besluit in werking te laten treden
                    voordat de in artikel 22, tweede lid, van deze wet genoemde termijn is
                    verstreken.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>