<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR488676_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe houdende regels omtrent erfgoed Erfgoedverordening gemeente Neder-Betuwe 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Neder-Betuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Neder-Betuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-101434.html">Gemeenteblad 2018, 101434</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening gemeente Neder-Betuwe 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0037521&amp;artikel=3.16">artikel 3.16 Erfgoedwet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0037521&amp;artikel=9.1">artikel 9.1 Erfgoedwet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0030189&amp;artikel=12">artikel 12 Monumentenwet 1988</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0030189&amp;artikel=15">artikel 15 Monumentenwet 1988</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0030189&amp;artikel=28">artikel 28 Monumentenwet 1988</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-12-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-05-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z/17/051627/ RAAD/17/02289</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de <extref doc="1.1:CVDR76823_1">Erfgoedverordening gemeente Neder-Betuwe 2010</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening gemeente Neder-Betuwe 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Neder-Betuwe;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al/><al>gelezen het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van 31 augustus
                        2017;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 3.16 en 9.1 van de
                        Erfgoedwet, in samenhang met de artikelen 12, 15 en 38 van de Monumentenwet
                        1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht;</al><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening: <vet>Erfgoedverordening</vet><vet>gemeente Neder-Betuwe 2017</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a)"><al> gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat
                                    is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;</al></li><li nr="b)"><al> archeologisch monument: een terrein van (zeer) (hoge)
                                    archeologische waarde, waar archeologische resten zijn
                                    aangetoond en voorkomend op de provinciale Archeologische
                                    Monumentenkaart en/of de gemeentelijke archeologische
                                    beleidsadvieskaart;</al></li><li nr="c)"><al> archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de
                                    archeologische waarden- en verwachtingenkaart, waarvan is
                                    aangegeven in welke mate archeologische resten te verwachten
                                    zijn;</al></li><li nr="d)"><al> behoudenswaardig cultuurhistorisch object: een als zodanig,
                                    vanwege zijn bijzondere belang voor de gemeente door zijn
                                    cultuurhistorische waarde, door burgemeester en wethouders
                                    aangewezen object;</al></li><li nr="e)"><al> Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;</al></li><li nr="f)"><al> omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel
                                    2.1, eerste lid, of artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht;</al></li><li nr="g)"><al> stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van
                                    algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge
                                    ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun
                                    wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke
                                    groepen zich één of meer monumenten bevinden;</al></li><li nr="h)"><al> commissie: de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit met als taak
                                    burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging te
                                    adviseren over de toepassing van de Erfgoedwet in samenhang met
                                    de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht, deze verordening, het cultuurhistorisch beleid
                                    en het archeologiebeleid;</al></li><li nr="i)"><al> gemeentelijke archeologische waardenkaart: topografische kaart
                                    van het gemeentelijke grondgebied, waarop archeologische
                                    monumenten, archeologische verwachtingsgebieden en
                                    behoudenswaardige cultuurhistorische objecten zijn
                                    aangegeven;</al></li><li nr="j)"><al> archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de
                                    archeologische waarden- en verwachtingenkaart, waarvan is
                                    aangegeven in welke mate archeologische resten te verwachten
                                    zijn;</al></li><li nr="k)"><al> archeologische beleidskaart: topografische kaart van het
                                    gemeentelijk grondgebied, waarop de archeologische monumenten,
                                    de archeologische verwachtingsgebieden en de behoudenswaardige
                                    cultuurhistorische objecten zijn aangegeven met
                                    uitvoeringsgerichte beleidsadviezen ten behoeve van een
                                    bestemmingsplan;</al></li><li nr="l)"><al> reële trefkans: kans waarbij zowel rekening gehouden wordt met
                                    een reële trefkans op het aantreffen van archeologische sporen
                                    als op het reëel ontbreken van de kans op het aantreffen van
                                    archeologische sporen in de bodem;</al></li><li nr="m)"><al> voortzetting huidige gebruik: bij fruitteeltbedrijven en
                                    laanboomkwekerijen zijn de dagelijkse bedrijfswerkzaamheden, te
                                    weten het rooien van bestaande boomgaarden en/of de vervanging
                                    door nieuwe bomen, vrijgesteld van archeologisch onderzoek;</al></li><li nr="n)"><al> aangetast: specifieke aantasting bodem. Daar waar op basis van
                                    bronnenmateriaal de bodem verstoord blijkt, of waar onderzoek
                                    heeft uitgewezen dat er geen archeologische resten zijn, is de
                                    verwachting komen te vervallen;</al></li><li nr="o)"><al> plan van aanpak: plan dat schriftelijk weergeeft hoe een
                                    archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het
                                    programma van eisen gaat beantwoorden;</al></li><li nr="p)"><al> programma van eisen: programma waarmee kaders worden gesteld
                                    voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch
                                    onderzoek;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Gemeentelijk erfgoedregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders houden een door een ieder te raadplegen
                                gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens deze verordening
                                onherroepelijk aangewezen cultureel erfgoed (gemeentelijk
                                erfgoedregister).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gemeentelijk erfgoedregister bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het
                                        aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed;</al></li><li nr="b."><al>gegevens over door burgemeester en wethouders van de
                                        Minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een
                                        rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in
                                        artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing van beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en
                            verzamelingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzing als beschermd gemeentelijk cultuurgoed of beschermde
                                gemeentelijke verzameling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten een
                                cultuurgoed dat van bijzondere cultuurhistorische of
                                wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is en dat
                                als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het
                                gemeentelijk cultuurbezit en dat in eigendom is van de gemeente of
                                dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als
                                beschermd gemeentelijk cultuurgoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten een
                                verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke
                                betekenis, die als geheel of door een of meer van de cultuurgoederen
                                die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn, als
                                onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het
                                gemeentelijk cultuurbezit en die in eigendom van de gemeente is of
                                die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als
                                beschermde gemeentelijke verzameling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de aanwijzing van een cultuurgoed dat of een verzameling die
                                aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming van de
                                eigenaar vereist.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of
                                tweede lid, alsmede over de vervreemding van een beschermd
                                gemeentelijk cultuurgoed of een beschermde gemeentelijke verzameling
                                of over het afstand doen van de zorg daarvoor vragen burgemeester en
                                wethouders advies aan een commissie als bedoeld in artikel 4.18 van
                                de Erfgoedwet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen als
                                        bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, en</al></li><li nr="b."><al>cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van een
                                        provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17,
                                        eerste lid van de Erfgoedwet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wijzigen, intrekken en vervallen van de aanwijzing als beschermd
                                gemeentelijk cultuurgoed of beschermde gemeentelijke
                                verzameling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een besluit tot aanwijzing als
                                bedoeld in artikel 3, eerste lid of tweede lid, ambtshalve wijzigen
                                of intrekken. Artikel 3, vierde lid, is hierop van overeenkomstige
                                toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis
                                betreft of het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing
                                betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het cultuurgoed
                                of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt
                                aangewezen als:</al><lijst><li nr="a."><al>beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling als bedoeld
                                        in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of</al></li><li nr="b."><al>beschermd cultureel erfgoed op grond van een provinciale
                                        erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid
                                        van de Erfgoedwet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing
                                onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden in het
                                gemeentelijk erfgoedregister.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzing gemeentelijk monument</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanwijzing als gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen met inachtneming van door hun
                                vastgestelde selectiecriteria, al dan niet op aanvraag van een
                                belanghebbende, besluiten een monument of een archeologisch monument
                                of behoudenswaardige cultuurhistorische objecten die van bijzonder
                                belang zijn voor de gemeente vanwege hun schoonheid, betekenis voor
                                de wetenschap of cultuurhistorische waarde, aan te wijzen als
                                gemeentelijk monument of behoudenswaardig cultuurhistorische
                                object.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>rijksmonumenten, en</al></li><li nr="b."><al>monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen
                                        op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld
                                        in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Voornemen tot aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 5 wordt door
                                burgemeester en wethouders schriftelijk bekend gemaakt aan alle
                                zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de
                                openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de
                                Kadasterwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen voeren burgemeester
                                en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorbescherming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bescherming van hoofdstuk 4 is van overeenkomstige toepassing op
                                het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een
                                voornemen als bedoeld in artikel 6 is bekend gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment
                                van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk
                                erfgoedregister of op het moment waarop het aanwijzingsbesluit wordt
                                herroepen of door de bestuursrechter wordt vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Advies gemeentelijke adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing
                                te geven aan artikel 5 advies aan de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op
                                het gebied van de monumentenzorg bij het advies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie brengt binnen acht weken na ontvangst van de
                                adviesaanvraag schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd advies
                                uit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag binnen vier
                                weken na ontvangst van het advies van de commissie, maar in ieder
                                geval binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing omvat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van
                                het gemeentelijk monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale
                                aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijk monument</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en
                                inschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanwijzing wordt schriftelijk bekend gemaakt aan alle zakelijk
                                gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare
                                registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de
                                Kadasterwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zodra een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt deze
                                onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders een
                                monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig
                                gemeentelijk monument. In afwijking van artikel 8 wordt in dat geval
                                aan de commissie advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als
                                voorlopig gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument vervalt na 26
                                weken of zoveel eerder als burgemeester en wethouders een besluit
                                hebben genomen over de aanwijzing, bedoeld in artikel 5.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hoofdstuk 4 is van overeenkomstige toepassing vanaf het moment dat
                                belanghebbenden schriftelijk in kennis worden gesteld van het
                                besluit van burgemeester en wethouders tot aanwijzing van het
                                monument of archeologisch monument als voorlopig gemeentelijk
                                monument. Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing op deze
                                aanwijzing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing
                                monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke
                                monumenten en voorlopige gemeentelijke monumenten ambtshalve
                                wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is paragraaf
                                3 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het
                                archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als
                                zodanig is tenietgegaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of
                                het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is
                                ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal
                                erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de
                                Erfgoedwet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld
                                bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming gemeentelijk monument en behoudenswaardig
                            cultuurhistorisch object</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument en behoudens waardig
                                cultuurhistorisch object</titel></kop><al>Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                            onder a, van deze verordening, of een behoudenswaardig cultuurhistorisch
                            object te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden
                            dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Omgevingsvergunning gemeentelijk monument en behoudenswaardig
                                cultuurhistorisch object</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en
                                wethouders een gemeentelijk monument of een behoudenswaardig
                                cultuurhistorisch object:</al><lijst><li nr="a."><al>te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht
                                        te wijzigen, of</al></li><li nr="b."><al>te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een
                                        wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover
                                        detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en
                                        kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de
                                        aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt,
                                        of</al></li><li nr="b."><al>inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een
                                        onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van
                                        monumentenzorg zonder betekenis is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de
                                monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de
                                uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument of een
                                behoudenswaardig cultuurhistorisch object. Deze regels kunnen mede
                                inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid,
                                of een plicht tot melden van handelingen bedoeld in het tweede
                                lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Intrekken van de omgevingsvergunning</titel></kop><al>De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 14, eerste lid, kan door
                            burgemeester en wethouders worden ingetrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en
                                    de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zouden
                                    hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking
                                    tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend,
                                    zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde
                                    voortzetting van die activiteit verzetten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang
                                van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument wordt niet
                                verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Rijksmonumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Advies omgevingsvergunning rijksmonument</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zenden onverwijld een afschrift van een
                            ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor een rijksmonument als
                            bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet
                            algemene bepalingen omgevingsrecht voor advies aan de commissie, bedoeld
                            in artikel 8, eerste lid.</al><al>Artikel 8, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Gemeentelijke stads- en dorpsgezichten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- of
                                dorpsgezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders,
                                stads- en dorpsgezichten aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads-
                                of dorpsgezicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zenden het voorstel voor advies aan de
                                commissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid. Artikel 8, tweede en
                                derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van het
                                voorstel bedoeld in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld
                                opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het
                                eerste lid aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht een
                                bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Bij
                                het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht
                                kan hiertoe een termijn worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of
                                dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre geldende
                                bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het vorige lid
                                kunnen worden aangemerkt, dan wel of een beheersverordening als
                                bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening kan worden vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Als een bestemmingsplan als bedoeld in het vijfde of zesde lid,
                                opnieuw moet worden vastgesteld ingevolge artikel 3.1, tweede lid
                                van de Wet ruimtelijke ordening, kan de gemeenteraad in afwijking
                                van artikel 3.1, eerste lid, van die wet, voor het desbetreffende
                                gebied een beheersverordening als bedoeld in die wet
                                vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op beschermde stads- en
                                dorpsgezichten die zijn aangewezen op grond van artikel 35, eerste
                                lid, van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als
                                bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als
                                beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, een
                                besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 18, eerste lid,
                                wijzigen of intrekken. Artikel 18, tweede en derde lid, zijn hierop
                                van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van
                                ondergeschikte betekenis betreft of het stads- of dorpsgezicht
                                waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is teniet
                                gegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- of
                                dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen
                                als:</al><lijst><li nr="a."><al>beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35,
                                        eerste lid, van de Monumentenwet 1988, of</al></li><li nr="b."><al>beschermd stads- of dorpsgezicht op grond van een
                                        provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 2.2,
                                        eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene
                                        bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing
                                onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden in het
                                gemeentelijk erfgoedregister.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verbodsbepaling en aanvraag omgevingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht verboden
                                om zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste
                                lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht, een bouwwerk te slopen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar
                                het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk is dat
                                op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of
                                zal worden gebouwd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De artikelen 15 en 16 zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een
                                verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de
                                Woningwet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Instandhouding archeologische terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De door de gemeenteraad vastgestelde Nota Archeologiebeleid 2016
                                (februari 2016), het Verantwoordingsdocument totstandkoming
                                geactualiseerde archeologische waarden- en verwachtingskaart en
                                archeologische beleidskaart (Buro de Brug, kenmerk B15-266, 4 maart
                                2016), de archeologische waarden- en verwachtingskaart 2016 en de
                                archeologische beleidskaart 2016, dienen mede als basis voor:</al><lijst><li nr="a."><al>deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>vast te stellen bestemmingsplannen als bedoeld in artikel
                                        38a van de Monumentenwet 1988;</al></li><li nr="c."><al>aanwijzing van gemeentelijke archeologische monumenten als
                                        bedoeld in artikel 1, onder a. en de behoudenswaardige
                                        cultuurhistorische objecten als bedoeld in artikel 1, onder
                                        d</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan op verzoek van burgemeester en wethouders de
                                gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart wijzigen als uit
                                onderzoek is gebleken dat de archeologische verwachtingswaarde
                                afwijkt van de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Instandhoudingsbepaling van een archeologisch monument of een
                                archeologisch verwachtingsgebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om de bodem van een archeologisch monument, bedoeld
                                in artikel 1, onder a., of bedoeld in artikel 1, onder b. of een
                                archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder c.,
                                dieper dan 30 centimeter onder het maaiveld te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing, als:</al><lijst><li nr="a."><al>het een verstoring betreft in een archeologische zone zoals
                                        aangegeven op de gemeentelijke archeologische
                                        beleidsadvieskaart en waarbij die verstoring plaatsvindt in
                                        een zone aangemerkt als:</al><lijst><li nr="i."><al>Waarde 1, waarbij de bodemingreep kleiner is dan 100
                                                m² én de diepte van de ingreep niet dieper reikt dan
                                                30 centimeter onder het maaiveld; voor gronden met
                                                Waarde 1 die op de beleidskaart staan aangegeven als
                                                ‘aangetast’ geldt een vrijstellingsdiepte van 50 cm
                                                –mv;</al></li><li nr="ii."><al>Waarde 2, waarbij de bodemingreep kleiner is dan
                                                1.000 m² én de diepte van de ingreep niet dieper
                                                reikt dan 30 centimeter onder het maaiveld; voor
                                                gronden met Waarde 2 die op de beleidskaart staan
                                                aangegeven als ‘aangetast’ geldt een
                                                vrijstellingsdiepte van 50 cm –mv;</al></li><li nr="iii."><al>Waarde 3: waarbij de bodemingreep kleiner is dan
                                                10.000 m² én de diepte van de ingreep niet dieper
                                                reikt dan 30 centimeter onder het maaiveld; voor
                                                gronden met Waarde 3 die op de beleidskaart staan
                                                aangegeven als ‘aangetast’ geldt een
                                                vrijstellingsdiepte van 50 cm –mv;</al></li><li nr="iv."><al>uit meitellinggevens blijkt dat het betreffende
                                                perceel door een fruitteeltbedrijf of
                                                laanboomkwekerij in gebruik is als laanboomperceel
                                                en bij toepassing van de ingreep er sprake is van
                                                voortzetting van het huidige gebruik.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>in het geldende bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen
                                        over de archeologische monumentenzorg;</al></li><li nr="c."><al>sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12,
                                        eerste en tweede lid van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht en in de vergunning voorschriften zijn
                                        opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg;</al></li><li nr="d."><al>burgemeester en wethouders nadere regels stellen voor de
                                        uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring
                                        van een archeologisch monument of archeologisch
                                        verwachtingsgebied als bedoeld in het eerste lid van dit
                                        artikel;</al></li><li nr="e."><al>een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde
                                        van het te verstoren terrein naar het oordeel van het
                                        bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit
                                        blijkt dat:</al><lijst><li nr="i."><al>het behoud van de archeologische waarden in
                                                voldoende mate kan worden geborgd; of</al></li><li nr="ii."><al>de archeologische waarden door de verstoring niet
                                                onevenredig worden geschaad; of</al></li><li nr="iii."><al>in het geheel geen archeologische waarden aanwezig
                                                zijn.</al></li><li nr="iv.."><al>burgemeester en wethouders een besluit hebben
                                                genomen ten aanzien van het opgraven van het te
                                                verstoren gebied/terrein;</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>op de beleidskaart aangegeven witte en grijze zone’s binnen de
                                gemeentegrens, zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Instandhoudingsbepaling behoudenswaardig cultuurhistorisch
                                object</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om de historische waarde van een behoudenswaardig
                                cultuurhistorisch object, bedoeld in artikel 1, onder d, te
                                verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing, als:</al><lijst><li nr="a."><al>in het geldende bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen
                                        over het beschermingsregime van de Betuwe-linie of;</al></li><li nr="b."><al>burgemeester en wethouders nadere regels stellen met
                                        betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden
                                        tot een verstoring van de historische waarde van het
                                        cultuurhistorische object zoals aangegeven op gemeentelijke
                                        archeologische waardenkaart 2016 of de gemeentelijke
                                        beleidsadvieskaart 2016 of;</al></li><li nr="c."><al>een rapport is overgelegd waarin de historische waarde van
                                        het te verstoren cultuurhistorische object naar het oordeel
                                        van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en
                                        waaruit blijkt dat:</al><lijst><li nr="I."><al>- het behoud van de historische waarden in voldoende
                                                mate kan worden geborgd; of</al></li><li nr="II."><al>- de historische waarden door de verstoring niet
                                                onevenredig worden geschaad; of</al></li><li nr="III."><al>- in het geheel geen historische waarden meer
                                                aanwezig zijn,</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>burgemeester en wethouders een besluit hebben genomen ten
                                        aanzien van de verstoring van het cultuurhistorische
                                        object</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Opgravingen en begeleiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als binnen het grondgebied van de gemeente Neder-Betuwe onderzoek
                                wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen als
                                bedoeld in artikel 5.1, eerste lid van de Erfgoedwet, moet,
                                onverminderd de overige bepalingen van deze wet:</al><lijst><li nr="a."><al>door burgemeester en wethouders een programma van eisen
                                        worden vastgesteld als bedoeld in artikel 1, onder p. van
                                        deze verordening, waarbij nadere regels worden gesteld ten
                                        aanzien van het onderzoek of;</al></li><li nr="b."><al>de verstoorder, voorafgaand aan het onderzoek, een plan van
                                        aanpak als bedoeld in artikel 1, onder o. van deze
                                        verordening ter goedkeuring aan burgemeester en wethouders
                                        overleggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels opstellen over het
                                toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van aanpak.
                                Tijdens het onderzoek moeten aanwijzingen van of namens burgemeester
                                en wethouders in acht worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van
                                eisen en eventuele nadere regels voldoet, vragen burgemeester en
                                wethouders advies aan een deskundige op het gebied van
                                archeologische monumentenzorg.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene die handelt in strijd met artikel 13 of het bepaalde in artikel
                            14, derde lid, van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van
                            de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders
                            aan te wijzen personen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Erfgoedverordening gemeente Neder-Betuwe 2010, zoals vastgesteld bij
                            besluit van 17 juni 2017 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Een krachtens de Erfgoedverordening gemeente Neder-Betuwe 2010
                            aangewezen en geregistreerd gemeentelijk monument wordt geacht
                            aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van
                            deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na datum van
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Erfgoedverordening gemeente
                            Neder-Betuwe 2017.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 7 december 2017</ondertekening><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>E. van der Neut</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.J. Kottelenberg</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>