<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR4869_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financiële beleid, evenals voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Steenwijkerland (Financiële verordening)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2005, 6</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Steenwijkerland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-01-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2005/2a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financiële beleid, evenals voor het
                financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de
                gemeente Steenwijkerland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Steenwijkerland besluit,</al><al/><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,</al><al/><al>vast te stellen:</al><al/><al>Verordening op de uitgangspunten voor het financiële beleid, evenals voor
                        het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie
                        van de gemeente Steenwijkerland.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>afdeling:</al><al>iedere organisatorische organisatie-eenheid binnen de
                                    gemeentelijke organisatie die op grond van dit besluit een eigen
                                    verantwoordingsplicht aan de algemeen directeur en de directeur
                                    middelen heeft.</al></li><li nr="b."><al>administratie:</al><al>het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                                    verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                                    functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Steenwijkerland en ten behoeve van
                                    de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></li><li nr="c."><al>financiële administratie:</al><al>het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch
                                    maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële
                                    gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente
                                    Steenwijkerland, teneinde te komen tot een goed inzicht in:</al><lijst><li nr="1."><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="2."><al>het financiële beheer;</al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="4."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="5."><al>evenals tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                            daarover.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>administratieve organisatie:</al><al>het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot
                                    stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de
                                    bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van
                                    de verantwoordelijke leiding.</al></li><li nr="e."><al>financieel beheer :</al><al>het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van
                                    middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente
                                    Steenwijkerland.</al></li><li nr="f."><al>rechtmatigheid</al><al>het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving,
                                    waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en
                                    collegebesluiten.</al></li><li nr="g."><al>doelmatigheid</al><al>het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt
                                    mogelijke inzet van middelen.</al></li><li nr="h."><al>doeltreffendheid</al><al>de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het
                                    beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></li><li nr="i."><al>Nota Kader en perspectieven Financieel Beleid</al><al>Door de raad vastgestelde nota waarin de financiële kaders in de
                                    vorm van diverse notities zijn vastgelegd.</al></li><li nr="j."><al>Perspectiefnota Financieel Beleid</al><al>Door de raad in april vast te stellen nota waarin het financieel
                                    beleid voor het volgende en de drie daaropvolgende jaren wordt
                                    vastgesteld. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>1.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><afdeling><kop><titel>Kaders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe
                                    raadsperiode een programma-indeling vast. De programma’s worden
                                    opgebouwd uit de beleidsproducten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt per programma vast:</al><lijst><li nr="a."><al>de beoogde maatschappelijke effecten;</al></li><li nr="b."><al>de te leveren goederen en diensten;</al></li><li nr="c."><al>de baten en lasten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking
                                    tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren
                                    goederen en diensten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid,
                                    vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                    gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                    doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad,
                                    kunnen worden getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij iedere Perspectiefnota Financieel Beleid en alle jaarstukken
                                    wordt een overzicht gegeven van de toedeling van de
                                    beleidsproducten uit de productraming aan de programma’s.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderverdeling van de programma’s in de producten staat voor
                                    de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot
                                    wijzigen. Wijzigingen worden bij de begroting expliciet
                                    vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt in maart van het begrotingsjaar een
                                    Perspectiefnota Financieel Beleid aan waarin onder meer de
                                    kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende
                                    jaren zijn opgenomen. In deze nota worden de bevindingen
                                    betrokken uit de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld
                                    in artikel 7 en de jaarstukken bedoeld in artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt deze nota uiterlijk in de raadsvergadering van
                                    april vast.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Uitvoering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                    begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg
                                    voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van kostentoerekening,
                                            eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de
                                            productraming; </al></li><li nr="b."><al>de budgetten uit de productraming en kredieten voor
                                            investeringen passen binnen de kaders zoals
                                            geautoriseerd bij de vaststelling van de uiteenzetting
                                            van de financiële positie.;</al></li><li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden
                                            overschreden dat de realisatie van andere producten
                                            binnen hetzelfde programma onder druk komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s
                                    zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden
                                    overschreden. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Beheersing en Interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                    rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse
                                    interne toetsing van de getrouwheid van de
                                    informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de
                                    beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college
                                    maatregelen tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt ten minste elke vier jaar, als onderdeel van
                                    de nota Kader en perspectieven Financieel Beleid, een nota aan
                                    inzake de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                                    gemeentelijke regelingen</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van
                                    een aantal onderdelen van de gemeentelijke organisatie op
                                    juistheid, volledigheid en tijdigheid van de bestuurlijke
                                    informatievoorziening, de rechtmatigheid van beheershandelingen
                                    en op misbruik en oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke
                                    regelingen. Ieder onderdeel van de gemeentelijke organisatie
                                    wordt minimaal eens in de 4 jaar getoetst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets
                                    bedoeld in het derde lid indien nodig voor een plan van
                                    verbetering. Het college neemt op basis van het plan van
                                    verbetering maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De resultaten van de toets en het plan van verbetering worden
                                    ter kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Rapportage en Verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van twee
                                    bestuursrapportages ( Voor- en Najaarsnota) over de voortgang
                                    van de begroting en de vermoedelijke uitkomst van de rekening
                                    van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inrichting van de bestuursrapportages sluit aan bij de
                                    programma-indeling van de begroting c.q. de
                                    beleidsproducten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuursrapportages verschijnen op de volgende
                                    tijdstippen:</al><lijst><li nr="a."><al>Voorjaarsnota in mei;</al></li><li nr="b."><al>Najaarsnota in september.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de
                                    lasten, de baten, de geleverde goederen en diensten, projecten,
                                    kredieten, voortgang planningen en indien daar aanleiding voor
                                    is de vermoedelijke of reeds gerealiseerde maatschappelijke
                                    effecten. In de rapportages wordt in ieder geval aandacht
                                    besteed aan afwijkingen van:</al><lijst><li nr="a."><al>ontwikkeling van de algemene uitkering;</al></li><li nr="b."><al>de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt;</al></li><li nr="c."><al>resultaten uit grondexploitatie;</al></li><li nr="d."><al>realisatie op begrote subsidieverwachtingen;</al></li><li nr="e."><al>voortgang planning, kredieten, projecten en
                                            thema’s.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt
                                    pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn
                                    wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen
                                    voorzover het betreft niet bij begroting vastgestelde
                                    afzonderlijke verplichtingen inzake:</al><lijst><li nr="a."><al>investeringen groter dan € 450.000; </al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties
                                            groter dan € 50.000.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit
                                    nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                                    bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien het
                                    college nieuwe meerjarige verplichtingen aangaat, die verder
                                    reiken dan twee jaar en waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn
                                    dan € 50.000 en betrekking hebben op zaken die buiten de werking
                                    van de bedrijfsvoering liggen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s
                                    of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar
                                    bijstelling behoeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                    verantwoording van de afdelingen naar de productenrealisatie en
                                    naar de programma verantwoording.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                    programma’s. In de verantwoording geeft het college aan:</al><lijst><li nr="a."><al>wat is bereikt;</al></li><li nr="b."><al>welke goederen en diensten zijn geleverd;</al></li><li nr="c."><al>wat de kosten zijn</al></li><li nr="d."><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting
                                            gestelde doelen.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>2.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><afdeling><kop><titel>Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de
                                    raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële
                                    positie en de meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden
                                    bij de uiteenzetting van de financiële positie expliciet
                                    vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële
                                    positie de investeringen en de mutaties in de reserves en
                                    voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><lijst><li nr="a)"><al>Het gemeentelijk waarderings- en afschrijvingsbeleid wordt
                                        uitgevoerd conform de artikelen 33 tot en met 39 en 59 tot
                                        en met 65 van het “Besluit begroting en verantwoording
                                        provincies en gemeenten”;</al></li><li nr="b)"><al>Immateriele activa worden niet geactiveerd;</al></li><li nr="c)"><al>Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut worden
                                        verstaan investeringen in aanleg en onderhoud van:
                                        (inrichting) wegen, waterwegen, civiele kunstwerken, groen
                                        en kunstwerken;</al></li><li nr="d)"><al>Materiele vaste activa met economisch nut en meerjarig
                                        maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het
                                        “Besluit verantwoording provincies en gemeenten” worden
                                        afgeschreven overeenkomstig de in de nota
                                        ”Afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen gemeente
                                        Steenwijkerland 2002” c.q. de opvolgende, bijgewerkte of
                                        vervangende versie daarvan opgenomen termijnen;</al></li></lijst><al>In de nota “Afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen gemeente
                                Steenwijkerland 2002” c.q. de opvolgende, bijgewerkte of vervangende
                                versie daarvan zijn de waarderingsgrondslagen en het
                                afschrijvingsbeleid nader uitgewerkt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>Voor openstaande vorderingen betreffende debiteuren die hun
                                betalingsverplichtingen ( voor zowel vorderingen op het gebied van
                                de gemeentelijke belastingen en heffingen evenals overige
                                vorderingen) niet nakomen wordt een voorziening wegens oninbaarheid
                                gevormd en aangehouden zoals beschreven in de notitie “reserves en
                                voorzieningen Steenwijkerland 2002” c.q. de opvolgende, bijgewerkte
                                of vervangende versie daarvan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt een keer in de vier jaar, als onderdeel van de
                                    nota Kader en perspectieven Financieel Beleid, een nota reserves
                                    en voorzieningen aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota behandelt o.a.:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves
                                            en de voorzieningen;</al></li></lijst><al>in relatie tot de nota weerstandsvermogen bedoeld in artikel 17.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt jaarlijks, als onderdeel van de
                                    Perspectiefnota Financieel Beleid, in het kader van de
                                    begroting, gelijktijdig met de in artikel 4 genoemde nota,
                                    inzicht in de ontwikkeling en de omvang van de reserves en
                                    voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en
                                    diensten van de gemeente Steenwijkerland wordt een systeem van
                                    kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden
                                    naast de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken,
                                    die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende
                                    diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan
                                    reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                                    activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten
                                    wordt bepaald door het rentetotaal van de uitstaande en
                                    opgenomen leningen en de bij begroting vastgestelde
                                    gecalculeerde rente over het eigen vermogen en voorzieningen
                                    alsmede de bij de begroting vastgestelde gecalculeerde rente
                                    over het het financieringstekort of –overschot (kort geld) per 1
                                    januari van het dienstjaar voorafgaande aan het
                                    begrotingsjaar.</al><al>Voor nadere uitwerking van de rentecomponent wordt aangesloten
                                    bij datgene dat is opgenomen in de notitie
                                    “rentetoerekeningsbeleid Steenwijkerland 2002” c.q. de
                                    opvolgende, bijgewerkte of vervangende versie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor nadere uitwerking van de kostprijsberekening wordt
                                    aangesloten bij datgene dat is opgenomen in de notitie
                                    “kostenmix gemeente Steenwijkerland 2002” c.q. de opvolgende,
                                    bijgewerkte of vervangende versie daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt bij de uitoefening van de
                                    financieringsfunctie zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                            uitzetten van overtollige gelden om de programma’s
                                            binnen de door de raad vastgestelde kaders van de
                                            begroting uit te kunnen voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                            financieringsfunctie zoals renterisico’s, </al><al> koersrisico’s en kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de
                                            leningen en het bereiken van een voldoende rendement op
                                            de uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                            kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                            posities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie
                                    de richtlijnen in acht zoals vastgelegd in het
                                    financieringsstatuut (voormalig treasurystatuut) van 13 november
                                    2001 c.q. de opvolgende, bijgewerkte of vervangende versie
                                    daarvan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het financieringsstatuut wordt tenminste eenmaal per vier jaar
                                    geactualiseerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige
                                    registratie van bezittingen. In de registratie worden ook
                                    opgenomen niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met
                                    cultuurhistorische waarde en de niet- of netto-geactiveerde
                                    investeringen in de openbare ruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                    ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente
                                    systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                                    waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                    (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen
                                    leningen en de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden
                                    gecontroleerd en bedrijfsmiddelen en registergoederen
                                    respectievelijk tenminste eenmaal in de 2 en 4 jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het
                                    college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De
                                    resultaten van de controle en eventuele plannen van verbetering
                                    worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>3.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt eenmaal per vier jaar, als onderdeel van de nota
                                Kader en perspectieven Financieel Beleid, een nota lokale heffingen
                                aan. Deze nota behandelt in ieder geval:</al><lijst><li nr="-"><al>de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke
                                        belastingen en heffingen;</al></li><li nr="-"><al>de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse
                                        bevolkingsgroepen en belanghebbenden;</al></li><li nr="-"><al>de kostendekkendheid van de heffingen;</al></li><li nr="-"><al>de druk van de lokale belastingen en heffingen;</al></li><li nr="-"><al>het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota bevat voorts een overzicht van de verordeningen met de
                                bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en prijzen
                                zijn vastgelegd. Het college draagt er zorg voor dat er in de
                                begroting een actueel overzicht is opgenomen van de tarieven,
                                heffingen, prijzen en kosten per verstrekte dienst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke tarieven,
                                heffingen en prijzen door de raad verstrekt het college aan de raad
                                per verordening de actueel geraamde hoeveelheden per door de
                                gemeente verstrekte dienst, waarover de tarieven, heffingen en
                                prijzen in rekening worden gebracht en per verordening het totaal
                                van de geraamde kosten van de erin genoemde door de gemeente
                                verstrekte diensten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                lokale heffingen verslag van: de opbrengsten per lokale heffing; het
                                volume en bedrag aan kwijtscheldingen; de kostendekkendheid van de
                                rioolrechten en de afvalstoffenheffing; de (ontwikkeling van de)
                                lokale lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen,
                                meerpersoonshuishoudingen en bedrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt eenmaal per vier jaar, als onderdeel van de nota
                                Kader en Perspectieven Financieel Beleid, een nota
                                weerstandsvermogen en risicomanagement aan. In deze nota wordt
                                ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van risico’s door
                                verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen of anderszins.
                                In de nota wordt tevens de gewenste weerstandscapaciteit
                                bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                Perspectiefnota Financieel Beleid en van de jaarstukken de risico’s
                                van materieel belang aan en geeft een inschatting van de kans dat
                                deze risico’s zich voordoen. Het college brengt hierbij in elk geval
                                de risico’s in beeld en actualiseert de risico’s genoemd in de nota
                                bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                Perspectiefnota Financieel Beleid en van de jaarstukken de
                                weerstandscapaciteit aan en in hoeverre schade en verliezen als
                                gevolg van de risico’s van materieel belang met de
                                weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt eenmaal per vier jaar, als onderdeel van de nota
                                Kader en Perspectieven Financieel Beleid, een nota onderhoud
                                openbare ruimte aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting
                                van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar
                                groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair, alsmede
                                riolering en gebouwen en eveneens de normkostensystematiek en het
                                meerjarig budgettaire beslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt jaarlijks, als onderdeel van de Perspectiefnota
                                Financieel Beleid, ter vaststelling door de raad een nota over de
                                “gesloten” huishoudingen (riolering, lijkbezorging, afval,
                                huisvesting onderwijs), alsmede een nota onderhoud gebouwen aan. De
                                nota’s geven het kader weer voor de inrichting van het te plegen
                                onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en de uitbreiding van de
                                riolering en de gebouwen. Tevens is in de nota’s opgenomen de
                                kwaliteit van het milieu, de normkostensystematiek en het meerjarig
                                budgettaire beslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de voortgangsrapportages en de jaarstukken doet het college in
                                de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang
                                van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallige onderhoud
                                aan openbaar groen, water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair,
                                riolering en gebouwen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Bij de Perspectiefnota Financieel Beleid en de jaarstukken doet het
                            college in de paragraaf financiering in ieder geval verslag van:</al><lijst><li nr="a"><al>de kasgeldlimiet;</al></li><li nr="b"><al>de renterisico norm;</al></li><li nr="c"><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende drie jaar;</al></li><li nr="d"><al>de rentevisie en</al></li><li nr="e"><al>de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de
                                    financieringsfunctie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt aan het begin van de collegeperiode en vervolgens
                                na twee jaar een nota bedrijfsvoering vast. De nota wordt ter
                                kennisgeving aan de raad gezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de Perspectiefnota Financieel
                                Beleid wordt ingegaan op de onderwerpen die aandacht behoeven. In de
                                bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag wordt gerapporteerd
                                over de bij de Perspectiefnota Financieel Beleid bepaalde
                                onderwerpen aangaande de bedrijfsvoering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt eenmaal in de vier jaar, als onderdeel van de nota
                                Kader en Perspectieven Financieel Beleid, aan de raad een nota
                                verbonden partijen ter vaststelling aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van elk van de verbonden partijen wordt weergegeven het openbaar
                                belang, het eigen vermogen, de solvabiliteit, het financieel
                                resultaat en het financieel belang en de zeggenschap van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De nota bevat voorts de kaders voor het beleid aangaande (het
                                aangaan van nieuwe) participaties met name de condities waaronder
                                het publiek belang is gediend met behartiging door verbonden
                                partijen, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de
                                verbonden partijen en de financiële voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de Perspectiefnota Financieel Beleid en de jaarstukken wordt in
                                de paragraaf verbonden partijen in elk geval ingegaan op nieuwe
                                verbonden partijen, het beëindigen van bestaande verbonden partijen,
                                het wijzigen van bestaande verbonden partijen en eventuele problemen
                                bij bestaande verbonden partijen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt eenmaal in de vier jaar als onderdeel van de nota
                                Kader en Perspectieven Financieel Beleid een nota grondbeleid aan
                                ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze nota wordt
                                aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de relatie met de programma’s van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                        gemeente;</al></li><li nr="c."><al>de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="d."><al>de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;</al></li><li nr="e."><al>de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van
                                        erfpachtvergoedingen;</al></li><li nr="f."><al>de reservepositie in relatie tot de risico’s;</al></li><li nr="g."><al>de relatie met de reserve ontwikkelingsinvesteringen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de Perspectiefnota Financieel Beleid en de jaarstukken doet het
                                college in de paragraaf grondbeleid zo mogelijk ook verslag
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>actuele vastgoedpositie;</al></li><li nr="b."><al>de aan- en verkopen onroerend goed;</al></li><li nr="c."><al>de deelname in PPS-constructies;</al></li><li nr="d."><al>de geraamde kosten en opbrengsten per in ontwikkeling
                                        genomen project;</al></li><li nr="e."><al>de in erfpacht uitgegeven gronden;</al></li><li nr="f."><al>inkomsten erfpacht en bijstelling erfpachtvergoedingen.</al><al/><al>De onder 2a tot en met 2f genoemde onderwerpen worden alleen
                                        (herkenbaar) opgenomen voor zover de hieruit voortvloeiende
                                        informatie niet schadelijk is voor de onderhandelingspositie
                                        van de gemeente op enig moment.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Verstrekking subsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt eenmaal per vier jaar, als onderdeel van de nota
                                Kader en perspectieven Financieel Beleid, aan de raad ter
                                behandeling en vaststelling een nota verstrekking gemeentelijke
                                subsidies aan. De nota bevat het kader voor de verstrekking van
                                gemeentelijke subsidies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het jaarverslag verstrekt het college een overzicht van de in dat
                                jaar verstrekte subsidies.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>4.</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de gemeente; </al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van activa met economisch nut, activa met
                                        maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden;
                                    </al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor
                                        het maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van en het afleggen van verantwoording over
                                        de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid
                                        van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde
                                        beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en
                                        regelgeving;</al></li><li nr="e."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en
                                        van de daaraan ontleende informatie evenals voor de controle
                                        op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het “Besluit begroting en verantwoording provincies
                                    en gemeenten” en andere relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, evenals aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van
                                    leveringen tussen de afdelingen van de gemeente voor zover
                                    hiervan sprake is binnen de gemeente Steenwijkerland;</al></li><li nr="e."><al>De regels voor de te maken afspraken met de afdelingen over de
                                    te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de
                                    wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de
                                    activiteiten en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde
                                    beheer van de afdelingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten.
                            De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de
                            regels terzake van de Europese Unie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Subsidieverstrekking en steunverlening</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de toekenning van steunverlening en subsidies aan
                            ondernemingen. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in
                            overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie en de
                            subsidieverordening van de gemeente Steenwijkerland zoals bedoeld in
                            artikel 23. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 1 februari 2005 met dien
                            verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de
                            uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij
                            behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het
                            begrotingsjaar 2005 voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening gemeente Steenwijkerland”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Steenwijkerland van 25 januari 2005</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de burgemeester,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting “Financiële verordening gemeente
                        Steenwijkerland”.</titel></kop><tussenkop>Artikel 1. Definities</tussenkop><al-groep><al>In dit artikel worden een aantal begrippen, zoals die in deze verordening
                        worden gehanteerd, nader gedefinieerd.</al><al>De Nota Kader en perspectieven Financieel Beleid geeft de door de raad vast
                        te stellen financiële kaders aan. De raad stelt deze nota een keer in de
                        vier jaar vast of zoveel vaker als daartoe aanleiding is. Daarbij kan worden
                        gedacht aan gewijzigde inzichten in het gemeentelijk financieel beleid,
                        alsmede het inkaderen van de gevolgen van wijzigingen in het rijksbeleid. </al><al>De Perspectiefnota Financieel Beleid betreft de uitwerking van de kaders
                        zoals opgenomen in de Nota Kader en perspectieven Financieel Beleid.
                        Daarnaast schetst deze nota de contouren van het financiële beeld voor de
                        komende 4 jaren. </al></al-groep><tussenkop>Artikel 2. Programmabegroting</tussenkop><al>Artikel 2 bevat een aantal bepalingen over de inrichting van de begroting waarin
                    de kaderstellende functie van de raad tot uiting komt. De raad legt op basis van
                    dit artikel een belangrijk deel van de infrastructuur van de begroting vast,
                    evenals de kengetallen waarop de raad wil sturen en controleren.</al><al>Een programma is gebaseerd op de drie w-vragen: wat willen we bereiken, wat gaan
                    we daar voor doen en wat mag dat kosten? Vooral voor de eerste twee vragen
                    zullen in de praktijk indicatoren nodig zijn. Aan de hand van die indicatoren
                    kan de raad zijn kaderstellende functie vervullen. Ook dienen zij om de raad de
                    gelegenheid te bieden zijn controlerende functie in te vullen door de uitkomsten
                    en resultaten van de programma's te beoordelen. In het dualistisch bestel moet
                    de raad de w-vragen zelf beantwoorden; hij kan dat niet overlaten aan het
                    college en/of de ambtelijke organisatie.</al><tussenkop>Artikel 3. Producten</tussenkop><al>De raad stelt de programmabegroting vast. Ter uitvoering van de begroting stelt
                    het college - zoals geregeld in het “Besluit begroting en verantwoording
                    provincies en gemeenten” - een productbegroting op. Het college is vrij in het
                    aantal producten en de indeling daarvan. De productbegroting is in de
                    systematiek van het “Besluit begroting en verantwoording provincies en
                    gemeenten” geen onderdeel van de programmabegroting. De raad kan van oordeel
                    zijn dat hij bij de programmabegroting en -verantwoording een overzicht wil
                    hebben van welke producten er bij de programma’s horen. Dit wordt geregeld in
                    het eerste lid.</al><tussenkop>Artikel 4. Kaders begroting</tussenkop><al>De artikelen 2 en 3 betreffen vooral de infrastructuur van de begroting. Artikel
                    4 gaat over het meerjarige budgettaire kader. Dat vormt, zoals in de meeste
                    gemeenten gebruikelijk is, de grondslag voor de eigenlijke begroting. Gegeven
                    het grote belang van het budgetrecht van de raad, is het logisch dat de raad
                    expliciet een budgettair kader vaststelt.</al><tussenkop>Artikel 5. Uitvoering begroting</tussenkop><al-groep><al>In artikel 5 legt de raad het college een aantal eisen op die voor een goede
                        uitvoering van de begroting noodzakelijk zijn. In het eerste lid wordt
                        bepaald dat het college de rechtmatigheid, de doeltreffendheid en de
                        doelmatigheid van de uitvoering dient te waarborgen. Lid 2 stelt eisen aan
                        de onderwerpen die van belang zijn voor de opstelling van de productraming.
                        Lid 3 doet hetzelfde voor de uitvoering van de programma’s van de
                        begroting.</al><al>In het duale stelsel geeft de raad geen nadere uitvoeringsregels om aan de
                        prestatie-eis te voldoen. Deze uitvoeringsregels zijn aan het college.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 6. Interne controle</tussenkop><al-groep><al>De raad legt in dit artikel enkele basiscondities vast voor de interne
                        controle. Daarmee verkrijgt de raad de zekerheid dat het college aan de
                        eisen genoemd in met name artikel 5, eerste lid, zal kunnen voldoen.</al><al>De verordening geeft in het eerste en tweede lid aan het college de opdracht
                        voor de inrichting van de financiële organisatie verschillende maatregelen
                        te treffen op het gebied van interne controle, bijvoorbeeld een adequate
                        functiescheiding. Voor een goede interne controle zijn echter aanvullende
                        onderzoeken nodig. In het derde lid van artikel 6 geeft de raad aan, welke
                        onderzoeken hij nodig acht om de eisen van controle te waarborgen en met
                        welke frequentie deze onderzoeken moeten worden uitgevoerd.</al><al>Het vierde en vijfde lid regelt dat het college op grond van de uitkomsten
                        van de onderzoeken bij tekortkomingen maatregelen tot herstel treft en dat
                        de raad over de uitkomsten van de onderzoeken en de eventuele maatregelen
                        tot herstel op de hoogte wordt gebracht.</al><al>De genoemde onderzoeken in dit artikel omvatten niet de interne onderzoeken
                        van het college naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                        gevoerde bestuur. Regels voor deze interne onderzoeken zijn opgenomen in de
                        verordening artikel 213a Gemeentewet.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 7. Tussentijdse rapportage en informatie</tussenkop><al-groep><al>Artikel 7, eerste tot en met vierde lid, formaliseert een belangrijk
                        onderdeel van de planning en control van de raad. De raad geeft namelijk aan
                        de aard van de informatie die het college standaard dient te verstrekken
                        evenals de reguliere frequentie. Op basis van deze informatie kan de raad de
                        uitvoering van de begroting volgen en besluiten of bijsturing nodig is.</al><al>In het derde lid van het artikel geeft de raad kaders voor de inrichting van
                        de tussenrapportages. In het vierde lid geeft de raad aan waarover hij in
                        elk geval in de tussenrapportages wil worden geïnformeerd. Om de
                        gemeentelijke organisatie niet te belasten met een rapportagecircus is het
                        natuurlijk wel zaak, dat de tussenrapportages niet te uitgebreid maar wel
                        overzichtelijk zijn.</al><al>Het vijfde en zesde lid gaan in op de informatieplicht van het college voor
                        nieuwe, niet in de begroting opgenomen activiteiten.</al><al>De raad autoriseert het college met het vaststellen van de
                        programmabegroting het door het college uit te voeren beleid. Hiermee worden
                        alle afzonderlijke verplichtingen die in de programma’s besloten liggen in
                        materiële zin oftewel financieel geaccordeerd. Bij de uitvoering van de
                        begroting geldt voor het college de informatieplicht uit het vierde lid
                        artikel 169 Gemeentewet. Bij het aangaan van verplichtingen of het
                        uitoefenen van bevoegdheden door het college met ingrijpende gevolgen voor
                        de gemeente moet het college eerst het gevoelen van de raad inwinnen. De
                        raad schrijft nu in dit artikel voor welke privaatrechtelijke
                        rechtshandelingen in elk geval vooraf aan de raad moeten worden gemeld. De
                        raad perkt hiermee de beoordelingsvrijheid van het college in door zelf te
                        bepalen wat belangrijk genoeg is om vooraf aan de raad mee te delen. De raad
                        schept op deze wijze echter ook zekerheid voor het college. Het college weet
                        welke informatie hij in elk geval vooraf aan de raad moet mededelen.</al><al>Voor verschillende privaatrechtelijke rechtshandelingen zijn in de
                        verordening limietbedragen aangegeven. Bij de rechtshandelingen boven deze
                        limieten wordt het college verplicht vooraf het gevoelen van de raad in te
                        winnen. Beneden deze bedragen blijft overigens de informatieplicht voor het
                        college gelden, zoals neergelegd in artikel 169, vierde lid,
                        Gemeentewet.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 8. Jaarstukken</tussenkop><al-groep><al>Artikel 8 is het sluitstuk van de begrotingscyclus, de verantwoording over
                        de begrotingsuitvoering door het college, cq. de controle van de raad
                        daarop. De jaarstukken moeten dezelfde indeling kennen als de
                        programmabegroting. Dit komt de duidelijkheid voor de raad ten goede.</al><al>Het tweede lid is de tegenpool van artikel 2, lid 2.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 9. Financiële positie</tussenkop><al-groep><al>De raad geeft in dit artikel enkele belangrijke uitgangspunten aan die het
                        college voor de uiteenzetting van de financiële positie en de
                        meerjarenramingen moet volgen.</al><al>Tevens wordt hier expliciet vastgelegd hoe de raad bij het vaststellen van
                        de financiële positie, de investeringskredieten autoriseert</al></al-groep><tussenkop>Artikel 10. Waardering &amp; afschrijving vaste activa</tussenkop><al>De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval bevatten de
                    “regels voor waardering en afschrijving activa”. Artikel 10 voldoet aan deze eis
                    door te verwijzen naar het vastgestelde beleid terzake. Een verwijzing naar het
                    afschrijvingsbeleid is praktischer dan het integraal opnemen van het beleid in
                    deze verordening. Bovendien kan nu het afschrijvingsbeleid worden aangepast
                    zonder dat dit leidt tot een aanpassing van deze verordening. Het artikel is
                    dusdanig geformuleerd dat ook bij toekomstige beleidswijzigingen de verordening
                    intact kan blijven.</al><tussenkop>Artikel 11. Voorziening voor oninbare vorderingen</tussenkop><al-groep><al>Artikel 11 geeft door opname van regels in de notitie “reserves en
                        voorzieningen Steenwijkerland 2002” (kadernota financieel beleid) c.q. de
                        opvolgende, bijgewerkte of vervangende versie daarvan, de regels voor de
                        bepaling van de hoogte van de voorziening voor oninbare vorderingen. </al><al>Voor het bepalen van de hoogte van de voorziening wordt gekozen voor een
                        scheiding in de bulkfacturen van de gemeente en de overige facturen. In de
                        “notitie” wordt hier aandacht aan besteed. Voor de bulkfacturen van
                        gemeenten wordt een voorziening getroffen op basis van een in te schatten
                        percentage van oninbaarheid, omdat individuele beoordeling ondoenlijk is.
                        Dit betreft hier veelal vorderingen wegens facturen/aanslagen voor lokale
                        heffingen en rechten.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 12. Reserves en voorzieningen</tussenkop><al-groep><al>Een belangrijk beleidsmatig aspect betreft de omvang van het eigen vermogen
                        van een gemeente. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de
                        algemene reserves en bestemmingsreserves. </al><al>Artikel 12 bepaalt, dat het college een nota over de reserves en
                        voorzieningen aanbiedt ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze
                        nota kan de raad het kader vaststellen voor de omvang van de reserves .
                        Kaders stellen voor voorzieningen is veelal niet aan de orde, omdat
                        voorzieningen een verplichtend karakter kennen. Wel is het inzichtelijk in
                        de nota in te gaan op de voorzieningen. Op grond van lid 3 en 4 wordt
                        jaarlijks inzicht gegeven in het verloop en de omvang van de reserves en de
                        voorzieningen.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 13. Kostprijsberekening</tussenkop><al-groep><al>In artikel 13 is de grondslag voor de bepaling van heffingen en tarieven
                        neergelegd, zoals dat door artikel 212, lid 2b Gemeentewet wordt geëist. De
                        grondslag voor de hoogte van heffingen en tarieven is namelijk politieke
                        besluitvorming door de raad op basis van de geraamde hoeveelheden en de
                        geraamde kostprijzen. Kostprijzen laten zich op vele manieren berekenen. In
                        dit artikel worden uitgangspunten voor de bepaling van de kostprijzen
                        gegeven.</al><al>Artikel 13, lid 1 bepaalt, dat naast de direct aan een product toe te
                        rekenen kosten ook de indirecte kosten die rechtstreeks samenhangen met de
                        vervaardiging van het product, worden meegenomen voor de
                        kostprijsbepaling.</al><al>Artikel 229b, lid 2, Gemeentewet stelt, dat bijdragen aan
                        bestemmingsreserves en voorzieningen voor noodzakelijke vervanging van de
                        betrokken activa voor bepaling van de geraamde kostprijs en dus voor de
                        bepaling van het tarief of de heffing mogen worden meegenomen. </al><al>Artikel 13, lid 2 van de verordening bepaalt, dat deze beide kosten ook
                        daadwerkelijk worden meegenomen voor de berekening van de geraamde
                        kostprijs. </al><al>Het rentepercentage van de toerekening van kapitaallasten is van invloed op
                        de lasten, maar ook van invloed op de kostprijs. Dit wordt in de
                        gemeentelijke boekhouding bereikt door de zogenaamde rente-omslagmethode.
                        Het rentepercentage dat wordt gehanteerd bij de omslagmethode, is van
                        invloed op de kostprijs. Het rentepercentage valt zodoende onder het
                        budgetrecht van de raad. Daarnaast is bij de rente-omslag van de
                        kapitaallasten toerekening van de bespaarde rente over het eigen vermogen
                        toegestaan. Artikel 13, lid 3 legt het te hanteren rentepercentage voor de
                        omslagrente van de kapitaallasten vast.</al><al>Voor nadere uitwerking van de rentecomponent wordt aangesloten bij datgene
                        dat is opgenomen in de notitie “rentetoerekeningsbeleid Steenwijkerland
                        2002” c.q. de opvolgende, bijgewerkte of vervangende versie daarvan.</al><al>In lid 4 wordt voor nadere uitwerking van de kostprijsberekening verwezen
                        naar datgene dat is opgenomen in de notitie “kostenmix gemeente
                        Steenwijkerland 2002” c.q. de opvolgende, bijgewerkte of vervangende versie
                        daarvan. </al></al-groep><tussenkop>Artikel 14. Financieringsfunctie</tussenkop><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelenbeheer. Gezien de operationele kwetsbaarheid van deze functie bevat
                    artikel 212 het expliciete voorschrift dat de verordening een onderdeel over de
                    financieringsfunctie heeft. Het gaat om de kaders voor het uitvoeren van de
                    financieringsfunctie. De uitvoering van de financieringsfunctie komt aan de orde
                    in de financieringsparagraaf in de begroting en de rekening zoals die in het
                    Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is voorgeschreven.
                    In dit artikel stelt de raad doelstellingen, richtlijnen en limieten die voor
                    het college gelden. Uitwerking vindt plaats in het z.g. financieringsstatuut
                    (treasurystatuut) waarin in lid 2 wordt verwezen. </al><tussenkop>Artikel 15. Registratie bezittingen, activa en vermogen</tussenkop><al>Voor een goed beeld van de financiële positie is een volledige registratie van
                    de gemeentelijke bezittingen onontbeerlijk. Om te garanderen dat de registratie
                    actueel en juist is, wordt in dit artikel het college opgedragen periodiek de
                    registratie te controleren en bij afwijkingen maatregelen tot herstel te
                    treffen. </al><tussenkop>Artikel 16. Lokale heffingen</tussenkop><al-groep><al>Het nieuwe artikel 212 Gemeentewet eist in het tweede lid, onderdeel b, dat
                        de verordening 212 Gemeentewet minimaal de grondslagen bevat voor de
                        berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen tarieven
                        voor rechten als bedoeld in artikel 229b Gemeentewet en in rekening te
                        brengen heffingen als bedoeld in artikel 15.33 Wet milieubeheer. In de
                        verordening is er voor gekozen om als uitgangspunt van het financiële beleid
                        de grondslagen voor de bepaling van heffingen, tarieven en prijzen in het
                        algemeen te verankeren. Zo zijn ook opgenomen regels voor de bepaling van de
                        lokale belastingen.</al><al>Het eerste lid van artikel 16 regelt, dat het college tenminste eens in de
                        vier jaar een nota lokale heffingen aan de raad aanbiedt. Hierin worden de
                        algemene kaders voor de belastingheffing, het tarievenbeleid en het
                        kwijtscheldingsbeleid vastgelegd. In lid 2 wordt geregeld dat er een
                        overzicht van de op dat moment actuele verordeningen in het kader van de
                        lokale heffingen wordt toegevoegd.</al><al>Artikel 229b Gemeentewet en artikel 15.33 Wet milieubeheer stellen
                        randvoorwaarden aan de hoogte van de meeste tarieven en heffingen. Behalve
                        tarieven voor het geven van vermakelijkheden en belastingen mogen de
                        tarieven en heffingen niet het bedrag van de geraamde kostprijs te boven
                        gaan. Voor het vaststellen van de hoogte van de verschillende tarieven en
                        heffingen heeft de raad dus de geraamde kostprijs per tarief c.q. heffing
                        nodig.</al><al>In afwijking van de voorgaande alinea is, indien meerdere producten en
                        diensten zijn opgenomen in één verordening, het mogelijk dat een bepaald
                        product hoger wordt geprijsd dan de geraamde kostprijs zolang het totaal van
                        de geraamde opbrengst de totale kosten van de in de verordening genoemde
                        producten en diensten niet overschrijdt. Dit is het geval bij de leges,
                        welke in de regel bijeen worden gebracht in één legesverordening.</al><al>Voor inzicht in de hoogte van de baten in begrotingstechnische zin heeft de
                        raad ook informatie nodig over de geraamde afzet in hoeveelheid. Het derde
                        lid regelt, dat het college de geraamde kostprijs per verordening en de
                        geraamde hoeveelheden per product/dienst aan de raad verstrekt voor
                        vaststelling van de heffingen, tarieven en prijzen.</al><al>Het vierde lid regelt over welke feiten aangaande de lokale lasten de raad
                        in elk geval in de verplichte paragraaf lokale heffingen bij de begroting en
                        jaarstukken wordt geïnformeerd. Hier kan de raad invulling geven aan zijn
                        eigen informatiebehoefte over de lokale lasten en heffingen. Het “Besluit
                        begroting en verantwoording provincies en gemeenten” schrijft de
                        minimumeisen voor die in de paragraaf moeten worden vermeld, namelijk:</al><al>de geraamde inkomsten;</al><al>het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;</al><al>een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen;</al><al>een aanduiding van de lokale lastendruk;</al><al>een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.</al><al>De opsomming is niet limitatief, zodat de raad de mogelijkheid heeft om
                        aanvullende eisen te stellen aan de door het college in de desbetreffende
                        paragraaf op te nemen informatie.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 17. Weerstandsvermogen en risicomanagement</tussenkop><al-groep><al>De gemeente loopt risico’s. Deze risico’s zijn van uiteenlopende aard. Tegen
                        een deel van deze risico’s kan de gemeente zich verzekeren, maar voor een
                        deel zijn de risico’s onverzekerbaar. De niet verzekerde risico’s hebben,
                        als ze zich voordoen, (grote) financiële consequenties. Het is dus zaak voor
                        de gemeente, dat ze zich bewust is van de risico’s die ze loopt, en dat ze
                        deze beheerst. Het volledig uitsluiten van risico’s is echter niet mogelijk.
                        Niet verzekerde risico’s die zich voordoen, moet de gemeente opvangen met
                        het eigen vermogen, door belastingverhoging of door beleidsmatige
                        ombuigingen op de begroting.</al><al>Het eerste lid van artikel 17 eist dat het college eens in de vier jaar een
                        nota aan de raad aanbiedt, waarin het college uiteenzet hoe hij omgaat met
                        de inventarisatie en beheersing van risico’s. Dit zijn bijvoorbeeld regels
                        over welke bezittingen van de gemeente moeten worden verzekerd en welke
                        procedures hiervoor gelden. Ten tweede moet het college in deze nota de
                        risico’s kwantificeren en aan de hand daarvan de gewenste
                        weerstandscapaciteit bepalen.</al><al>Het tweede en derde lid regelen over welke risico’s en hun financiële
                        consequenties de raad in de verplichte paragraaf weerstandsvermogen van de
                        begroting en de jaarstukken moet worden geïnformeerd. Het “Besluit begroting
                        en verantwoording provincies en gemeenten” verplicht een aantal zaken op te
                        nemen in de paragraaf, namelijk:</al><lijst><li nr="a."><al>een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;</al></li><li nr="b."><al>een inventarisatie van de risico’s;</al></li><li nr="c."><al>het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;</al></li></lijst><al>Voor de speciale aandacht in deze paragraaf kan men denken aan een opsomming
                        van de risico’s zoals:</al><lijst><li nr="a."><al>tegenvallende rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt;</al></li><li nr="b."><al>tegenvallende resultaten uit grondexploitatie;</al></li><li nr="c."><al>tegenvallende realisatie op begrote subsidieverwachtingen;</al></li><li nr="d."><al>lopende en te verwachten claims van derden;</al></li><li nr="e."><al>nog niet getaxeerde kosten van (vermoedde)
                                milieuverontreiniging;</al></li><li nr="f."><al>overschrijding openeinde regelingen en subsidies;</al></li><li nr="g."><al>dreigend faillissement van verbonden partijen;</al></li><li nr="h."><al>dreigend faillissement van derden bij wie borgstellingen, garanties,
                                leningen of vorderingen uitstaan.</al></li></lijst><al>Dit is geen limitatieve opsomming en van jaar tot jaar kunnen andere items
                        actueel zijn.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 18. Onderhoud kapitaalgoederen</tussenkop><al-groep><al>In artikel 18 stelt de raad regels voor de begrotings- en
                        verantwoordingsinformatie aan de raad over het onderhoud aan
                        kapitaalgoederen. De verantwoordingsinformatie wordt gesplitst. Het eerste
                        tot en met het derde lid regelen, dat er nota’s aan de raad worden
                        aangeboden over het onderhoud aan de verschillende categorieën
                        kapitaalgoederen. Hierin kan op de stand van zaken worden ingegaan en kan de
                        raad de kaders voor het toekomstig beleid uiteenzetten.</al><al>Artikel 18, vierde lid, regelt over welke feiten aangaande het financiële
                        beheer van het onderhoud van kapitaalgoederen de raad in de verplichte
                        paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bij de begroting en jaarstukken in elk
                        geval geïnformeerd wordt. Hier kan de raad invulling geven aan zijn eigen
                        informatiebehoefte over het onderhoud kapitaalgoederen. Het “Besluit
                        begroting en verantwoording provincies en gemeenten” schrijft enige feiten
                        voor, die in de paragraaf moeten worden vermeld. Namelijk het beleidskader,
                        de daaruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling daarvan
                        in de begroting van het onderhoud wegen, het onderhoud riolering, het
                        onderhoud water, het onderhoud groen en het onderhoud gebouwen.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 19. Financiering</tussenkop><al>De basis voor dit artikel is gelegen in artikel 14. Artikel 19 regelt over welke
                    feiten inzake het financiële beheer van de treasuryfunctie de raad in ieder
                    geval in de verplichte treasuryparagraaf bij de begroting en jaarstukken
                    geïnformeerd wordt. Hier geeft de raad invulling aan haar eigen
                    informatiebehoefte over de treasuryfunctie. De raad kan aangeven om over
                    meerdere zaken geïnformeerd te willen worden zoals de samenstelling en omvang
                    van het vreemde vermogen en van de uitzettingen en de liquiditeitspositie.</al><tussenkop>Artikel 20. Bedrijfsvoering</tussenkop><al-groep><al>Het domein van de ambtelijke organisatie is de verantwoordelijkheid van de
                        directie. Beleid op dit gebied wordt in de eerste plaats vormgegeven door
                        het college. In het eerste lid van artikel 20 van de verordening over het
                        financiële middelenbeheer van de bedrijfsvoering wordt dan ook slechts een
                        nota over de bedrijfsvoering ter kennisgeving aan de raad overlegd.</al><al>Het tweede lid regelt verder over welke feiten aangaande het financiële
                        beheer van de bedrijfsvoering de raad in de verplichte paragraaf
                        bedrijfsvoering geïnformeerd wordt. In dit artikel kan de raad invulling
                        geven aan zijn eigen informatiebehoefte over de middelen bedrijfsvoering.
                        Men kan hiervoor bijvoorbeeld opnemen:</al><lijst><li nr="a."><al>aantal personeelsleden in dienst onderverdeeld naar leeftijd en
                                beloningsschaal;</al></li><li nr="b."><al>de instroom, uitstroom en het percentage ziekteverzuim van
                                personeel;</al></li><li nr="c."><al>de directe loonkosten;</al></li><li nr="d."><al>de personeelskosten</al></li><li nr="e."><al>de kosten inleenkrachten;</al></li><li nr="f."><al>de kosten van ingehuurde externen;</al></li><li nr="g."><al>de huisvestingskosten;</al></li><li nr="h."><al>de automatiseringskosten;</al></li></lijst><al>vernieuwing, uitbreiding, herstructurering, reorganisatie en inkrimping van
                        de ambtelijke organisatie, de gemeentelijke huisvesting, het gemeentelijk
                        materieel en de gemeentelijke automatiseringssystemen.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 21. Verbonden partijen</tussenkop><al-groep><al>Artikel 21 stelt regels voor de verantwoordingsinformatie over de verbonden
                        partijen. De verantwoordingsinformatie wordt gesplitst. Het eerste lid
                        regelt, dat er een nota verbonden partijen aan de raad wordt aangeboden,
                        waarin op de stand van zaken van de verbonden partijen wordt ingegaan en de
                        raad de kaders voor het toekomstige beleid uiteen kan zetten. Deze nota
                        wordt minimaal eens in de vier jaar dus minimaal een keer per raadsperiode
                        door het college aan de raad aangeboden.</al><al>Artikel 21 regelt tevens over welke feiten aangaande het financiële beheer
                        van verbonden partijen de raad in elk geval in de verplichte paragraaf
                        verbonden partijen bij de begroting en jaarstukken geïnformeerd wil worden.
                        Het “Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten” schrijft
                        enige feiten verplicht voor die in de paragraaf moeten worden vermeld,
                        namelijk:</al><lijst><li nr="a."><al>de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de
                                doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting;</al></li><li nr="b."><al>de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen.</al></li></lijst><al>Daar de begroting, jaarstukken en nota’s openbare stukken zijn, kan
                        vermelding van bepaalde in de verordening vereiste informatie de belangen
                        van de gemeente schaden. Denk bijvoorbeeld aan het voornemen om een
                        financieel belang af te stoten, hetgeen in bepaalde situaties de
                        onderhandelingspositie van de gemeente aantast. Deze gegeven neemt men
                        vanzelfsprekend niet herkenbaar op in de begroting, jaarstukken en openbare
                        nota’s.</al><al>Ingevolge het “Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten”
                        dient een lijst van verbonden partijen te worden opgesteld.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 22. Grondbeleid</tussenkop><al-groep><al>Een belangrijke taak van een gemeente is het daadwerkelijk ingrijpen in de
                        ruimtelijke ordening van een gemeente door zelf vastgoedlocaties te (laten)
                        ontwikkelen. De uitgangspunten van het financiële beleid ten aanzien van het
                        grondbeleid horen bij de raad thuis. Artikel 22, eerste lid, regelt op welke
                        momenten dat het college eenmaal per raadsperiode een nota grondbeleid aan
                        de raad aanbiedt ter behandeling en vaststelling. In deze nota kan de raad
                        de kaders vaststellen voor het toekomstig grondbeleid.</al><al>Het tweede lid van artikel 22 schrijft de feiten voor aangaande het
                        grondbeleid waarover de raad in elk geval in de verplichte paragraaf
                        grondbeleid bij de begroting en jaarstukken moet worden geïnformeerd. Hier
                        geeft de raad invulling aan zijn eigen informatiebehoefte over het
                        grondbeleid. Dit naast de verplichtingen die het “Besluit begroting en
                        verantwoording provincies en gemeenten” voorschrijft. Het besluit schrijft
                        voor:</al><lijst><li nr="a"><al>een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de
                                doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de
                                begroting;</al></li><li nr="b"><al>een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid
                                uitvoert;</al></li><li nr="c"><al>een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale
                                grondexploitatie;</al></li><li nr="d"><al>een onderbouwing van de geraamde winstneming;</al></li><li nr="e"><al>de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in
                                relatie tot de risico’s van de grondzaken.</al></li><li nr="f"><al>de reservepositie in relatie tot de risico’s</al><al>Daarnaast kan men denken aan:</al></li><li nr="g"><al>huidige vastgoedpositie</al></li><li nr="h"><al>de aan- en verkoop van vastgoed</al></li><li nr="i"><al>de deelname in PPS-constructies</al></li><li nr="j"><al>de geraamde kosten en opbrengsten per in ontwikkeling genomen
                                project</al></li><li nr="k"><al>in erfpacht uitgegeven gronden</al><al>inkomsten erfpacht en bijstelling erfpachtvergoedingen</al></li></lijst></al-groep><al>Daar de begroting, jaarstukken en nota’s openbare stukken zijn, kan vermelding
                    van bepaalde in de verordening geëiste informatie de belangen van de gemeente
                    schaden. Denk bijvoorbeeld aan het opnemen van de financiële
                    onderhandelingsruimte in de begroting voor de aankoop van een stuk grond.
                    Dergelijke informatie tast de onderhandelingspositie van de gemeente aan. Zulke
                    gegevens neemt men vanzelfsprekend niet herkenbaar op in de begroting,
                    jaarstukken en openbare nota’s.</al><tussenkop>Artikel 23. Verstrekking subsidies</tussenkop><al-groep><al>Een belangrijke uitgaande middelenstroom, die de kaderstellende rol en het
                        budgetrecht van de raad raakt, betreft de verstrekking van gemeentelijke
                        subsidies. Hiervoor is geen paragraaf bij de begroting en de jaarstukken
                        opgenomen. Artikel 4.23 Algemene wet bestuursrecht vereist dat een subsidie
                        slechts door een bestuursorgaan kan worden verstrekt op grond van een
                        wettelijk voorschrift. Het voorschrift moet regelen voor welke activiteiten
                        subsidies kunnen worden verstrekt. Voor incidentele gevallen met een
                        subsidieduur van ten hoogste vier jaar geldt het bovengenoemde vereiste
                        niet. Gemeenteraden hebben in de regel op grond van deze wettelijke bepaling
                        een subsidieverordening vastgesteld.</al><al>Artikel 23 regelt, dat de raad eens per vier jaar een nota ontvangt waarin
                        het college het voorgenomen beleid uiteenzet voor de verstrekking van
                        subsidies en een overzicht van de toegekende subsidies. Uitgegaan is van
                        jaarlijkse actualisatie en aanbieding. Uiteraard is de raad vrij in het
                        bepalen van een andere frequentie. </al></al-groep><tussenkop>Artikel 24. Administratie</tussenkop><al>In artikel 24 worden de kaders gegeven voor de inrichting van administraties van
                    de gemeente. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens moeten worden
                    vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen.</al><tussenkop>Artikel 25. Financiële administratie</tussenkop><al>Een belangrijk onderdeel van de administratie is de financiële administratie.
                    Bij algemene maatregel van bestuur stelt het Rijk eisen aan de
                    verantwoordingsinformatie van gemeenten. In het “Besluit begroting en
                    verantwoording provincies en gemeenten” zijn onder andere
                    waarderingsgrondslagen, balansindeling en verplicht op te leveren financiële
                    gegevens vastgelegd. Vanuit de financiële administratie moeten gegevens worden
                    aangeleverd voor de financiële verantwoordingsinformatie aan de raad, maar ook
                    de Provincie, het Rijk, de Europese Unie etc.</al><tussenkop>Artikel 26. Financiële organisatie</tussenkop><al-groep><al>In dit artikel worden uitgangspunten voor de inrichting van de financiële
                        organisatie gegeven, waaraan het college bij het stellen van regels voor de
                        ambtelijke organisatie invulling moet geven. De uitgangspunten vormen kaders
                        voor het college, waaraan hij zich moet houden.</al><al>In de onderdelen a en b worden eisen gesteld aan de toedeling van taken aan
                        organisatieonderdelen van de gemeente en de toewijzing van functies aan
                        functionarissen. In de onderdelen c t/m f worden eisen gesteld aan de
                        budgettoedeling en de verantwoording daarover.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 27. Aanbesteding en inkoop</tussenkop><al>Artikel 27 legt aan het college de zorg op om regels op te stellen voor de
                    aanbesteding van werken en inkoop van goederen en diensten. De regelgeving van
                    de Europese Unie dient daarbij nageleefd te worden. De desbetreffende regels
                    zijn opgenomen in de door de raad vastgestelde nota “Inkoop- en
                    Aanbestedingsbeleid”, waarnaar wordt verwezen.</al><tussenkop>Artikel 28. Subsidieverstrekking en steunverlening </tussenkop><al>Een andere kwetsbare activiteit van gemeenten is de subsidieverlening en
                    steunverlening aan ondernemingen. Ook hiervoor is het hanteren van een protocol
                    te zien als een vorm van risicobeheersing. Daarnaast is op delen van deze
                    activiteit de Europese regelgeving inzake staatssteun van toepassing. </al><tussenkop>Artikel 29. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze verordening treedt per 1 februari 2005 in werking.</al><tussenkop>Artikel 30.Citeertitel</tussenkop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven, waarmee men in de gemeentelijke stukken
                    naar deze verordening kan verwijzen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>