<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR48605_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering gemeente Baarn 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentenieuws Baarns Weekblad 10-4-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering gemeente Baarn 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Inburgering</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-03-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-04-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2007-03-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 28 maart 2007</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering gemeente Baarn 2007 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. van </al><al>De Verordening Wet inburgering gemeente Baarn 2007</al><al>De raad der gemeente Baarn; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders. d.d. 20 februari
                        2007</al><al>overwegende dat het ingevolge de Wet inburgering verplicht is regels te
                        stellen ten aanzien van de inburgeringsplicht via een gemeentelijke
                        verordening</al><al>gehoord de commissie voor SBF d.d. 13 maart 2007</al><al>gelet -voor zover nodig- op de Wet Inburgering</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening Wet inburgering gemeente Baarn 2007” vast te
                                stellen;</al></li><li nr="2."><al>De ingangsdatum van de verordening met terugwerkende kracht vast te
                                stellen op 1 januari 2007;</al></li><li nr="3."><al>De “Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers” van 1 april 2005
                                in te trekken per 1 januari 2007.</al><al/></li></lijst><al><vet>VERORDENING WET INBURGERING GEMEENTE BAARN 2007</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Baarn;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering (WI).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en
                                de toegang tot inburgeringsvoorzieningen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                middelen:</al><lijst><li nr="a."><al>informatieverstrekking via een centraal punt;</al></li><li nr="b."><al>de gemeentelijke website;</al></li><li nr="c."><al>informatiefolders en brochures;</al></li><li nr="d."><al>publicatie in de gemeentepagina van de Baarnsche Courant en
                                        het Baarns weekblad.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beoordeelt tenminste éénmaal per jaar de
                                doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan
                                de inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan hij bij
                            voorrang een inburgeringsvoorziening kan aanbieden op basis van de
                            volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>op basis van eigen aanmelding;</al></li><li nr="b."><al>het hebben van een afstand tot de arbeidsmarkt;</al></li><li nr="c."><al>het bevorderen van de participatie;</al></li><li nr="d."><al>het hebben van een opvoedingstaak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van
                                de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                                maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in ten hoogste twaalf maandtermijnen betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                                inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast. Indien het
                                college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt
                                dat in de beschikking vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de aangeboden inburgeringscursus;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen op een
                                    tijdstip dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het
                                adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke
                                basisadministratie is ingeschreven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de rechten en
                                verplichtingen vermeld die aan de inburgeringsvoorziening worden
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                binnen twee weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al
                                dan niet aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                college binnen vier weken weken na ontvangst van deze mededeling het
                                besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening,
                                overeenkomstig het gedane aanbod. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in
                            ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn behaald;</al></li><li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling; en</al></li><li nr="e."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van
                                    de wet, aanvangt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 10% van de bijstandsnorm
                                per maand die voor de inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als
                                hij belanghebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn,
                                indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie
                                het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
                                inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 20% van de bijstandsnorm
                                per maand die voor de inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als
                                hij belanghebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn,
                                indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking
                                verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
                                inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de
                                wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn
                                het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                eerste lid, bedraagt ten hoogste 10% van de bijstandsnorm per maand
                                die voor de inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij
                                belanghebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn,
                                indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de
                                vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig
                                maakt aan dezelfde overtreding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                tweede lid, bedraagt ten hoogste 20% van de bijstandsnorm per maand
                                die voor de inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij
                                belanghebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn,
                                indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de
                                vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig
                                maakt aan dezelfde overtreding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het
                                inburgeringsexamen heeft behaald. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels/onvoorziene omstandigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan ten behoeve van deze verordening nadere regels
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval van onvoorziene omstandigheden waarin deze verordening niet
                                voorziet beslist het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht met ingang </al><al>van 1 januari 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: “Verordening Wet inburgering
                            gemeente Baarn 2007”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van de raad der gemeente Baarn, gehouden op</ondertekening><ondertekening>28 maart 2007</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed
                        te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wet
                        inburgering. De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze de
                        informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen wordt georganiseerd. Dit
                        artikel in de verordening vormt de uitwerking van deze verplichting.</al><al>Het derde lid verplicht het college de raad periodiek te rapporteren over de
                        doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de
                        inburgeringsplichtigen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Artikel 19, eerste lid, WI bepaalt dat het college aan twee groepen
                        inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening kán aanbieden:</al><lijst><li nr="1."><al>inburgeringsplichtigen die algemene bijstand of een uitkering op
                                grond van een andere socialezekerheidswet of sociale
                                zekerheidsregeling ontvangen;</al></li><li nr="2."><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben.</al></li></lijst><al>De gemeenteraad moet bij verordening regels stellen met betrekking tot de
                        criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan deze twee
                        groepen inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI).
                        Dit artikel vorm de uitwerking van deze verplichting. In dit artikel wordt
                        het college opgedragen om vast te stellen aan welke groepen
                        inburgeringsplichtigen (binnen de twee doelgroepen van artikel 19, eerste
                        lid, WI) bij voorrang een inburgeringsvoorziening kan worden aangeboden. </al><al>Dit artikel regelt dat de groepen die het college aanwijst <cursief>bij
                            voorrang </cursief>een inburgeringsvoorziening krijgen aangeboden. Dit
                        betekent dat het college de ruimte heeft om in bepaalde gevallen ook een
                        inburgeringsvoorziening aan te bieden aan inburgeringsplichtigen die niet
                        behoren tot de groep of groepen die hij heeft aangewezen (maar wel behoren
                        tot de doelgroepen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, WI). Om te voorkomen
                        dat inburgeringsplichtigen die behoren tot de groep of groepen die het
                        college heeft aangewezen aan deze aanwijzing een recht gaan ontlenen op het
                        krijgen van een aanbod, bepaalt dit artikel dat het college aan de groepen
                        die hij aanwijst een inburgeringsvoorziening <cursief>kan</cursief>
                        aanbieden. </al><al>Op grond van de actieve informatieplicht van het college aan de raad
                        (artikel 169, tweede lid, Gemeentewet) zal het college zijn besluit aan
                        welke groepen inburgeringsplichtigen bij voorrang een aanbod zal worden
                        gedaan ter kennisname aan de raad aanbieden. </al><al>Een inburgeringsplichtige, die valt onder de doelgroep waaraan het college
                        een aanbod kan doen, kan zich vrijwillig melden voor een
                        inburgeringsvoorziening. Het college kan daarop besluiten om de
                        inburgeringsplichtige een aanbod te doen. Indien de inburgeringsplichtige
                        dit aanbod accepteert, zal het college zijn besluit middels een beschikking
                        aan de inburgeringsplichtige meedelen. </al><al>Dit betekent dat voor de inburgeringsplichtige vanaf dat moment alle rechten
                        en plichten gelden die verbonden zijn aan het deelnemen aan de
                        inburgeringsvoorziening. De inburgeringsplichtige zal hier expliciet op
                        worden gewezen bij het doen van een aanbod.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                        vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening, met
                        in begrip van de totstandkoming en samenstelling van de
                        inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI).</al><al>In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college de
                        opdracht heeft voor iedere inburgeringsplichtige die daarvoor in aanmerking
                        komt, een op de persoon toegesneden inburgeringsvoorziening samen te
                        stellen. </al><al>De Wet inburgering bepaalt dat de inburgeringsvoorziening gecombineerd
                            <onderstreept>moet</onderstreept> worden met een voorziening gericht op
                        arbeidsinschakeling (reïntegratievoorziening) als een
                        inburgeringsvoorziening wordt aangeboden aan een inburgeringsplichtige die
                        bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt op grond van een andere
                        socialezekerheidswet of socialezekerheidsregeling
                            <onderstreept>én</onderstreept> die verplicht is om arbeid te verkrijgen
                        of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid, WI). Indien in deze specifieke
                        situatie geen reïntegratievoorziening wordt aangeboden, kan de gemeente
                        derhalve geen inburgeringsvoorziening aanbieden. Het college is
                        verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde
                        inburgeringsvoorziening (artikel 20, tweede lid, WI). Het tweede lid van
                        artikel 4 van de verordening draagt het college op om er voor te zorgen dat
                        de inburgeringsvoorziening wordt afgestemd op de reïntegratievoorziening.
                        Aangezien deze voorzieningen in het kader van de uitkeringsverstrekking op
                        grond van socialezekerheidswetten of –regelingen ook door andere partijen
                        dan het college (kunnen) worden verstrekt, zal het college afspraken moeten
                        maken met de verantwoordelijke uitvoerders van de socialezekerheidswet of
                        –regeling: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV),
                        eigenrisicodragers of overheidswerkgevers (artikel 21 WI). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de
                        inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college
                        en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI). De
                        hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270,-.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen
                        die in het artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader
                        van een inburgeringsvoorziening op te leggen. Het college legt in de
                        beschikking tot de toekenning van de inburgeringsvoorziening deze
                        verplichtingen vast. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><al>Lid 3: het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de
                        uiteindelijke beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met
                        het aanbod tevens worden opgevat als instemming met de beschikking tot de
                        toekenning van de inburgeringsvoorziening (die eenzijdig door de gemeente
                        wordt opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als
                        het aanbod (het vierde lid). Het schriftelijke aanbod heeft dezelfde
                        strekking als het mondelinge aanbod dat is gedaan tijdens de intake en mag
                        daarom in principe geen verrassingen meer bevatten. Daarom is gekozen voor
                        een redelijke korte reactietermijn. De inburgeringsplichtige dient
                        schriftelijk op het aanbod te reageren. Het meest praktisch is dat deze
                        schriftelijke mededeling geschiedt in de vorm van het laten ondertekenen
                        door de inburgeringsplichtige van een verklaring die door de gemeente is
                        opgesteld. </al><al>Lid 4: Voor de uiterlijke reactietermijn van het college is een periode van
                        vier weken genomen om daarmee risico’s in te perken in verband met het niet
                        rechtmatig handelen vanwege overschrijding van de termijn. Naar verwachting
                        zal de werkelijke reactietermijn veel korter zijn, want het afgeven van de
                        beschikking is feitelijk alleen nog een administratieve handeling.</al><al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de
                        inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                        voorbereiden op het inburgeringsexamen. Gaat het om een oudkomer, dan is er
                        geen termijn vastgesteld waarbinnen de betreffende persoon het
                        inburgeringsexamen moet hebben behaald. Het ligt voor de hand dat het
                        college in een dergelijke situatie een handhavingsbeschikking neemt: een
                        besluit op grond van artikel 26 WI waarmee de termijn van start gaat
                        waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moeten hebben
                        behaald (vijf jaar na aanvang van deze termijn). Het college zal deze
                        handelwijze vastleggen in beleidsregels, zodat tevoren voor betrokkenen
                        duidelijk is (of zou kunnen zijn) wat de gevolgen zijn van het weigeren van
                        een aanbod voor een inburgeringsvoorziening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening is een
                        beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft
                        tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt
                        geregeld welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden
                        neergelegd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                            overtredingen</titel></kop><al>Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                        bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen
                        kan worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de verschillende
                        overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. De
                        gemeente kan deze boetebedragen in haar verordening overnemen, maar ze kan
                        ook lagere bedragen vaststellen. </al><al>De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn maximumbedragen
                        en géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de
                        bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de
                        mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het
                        college daarbij ook zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder
                        de overtreding is gepleegd (artikel 38, tweede lid, WI). Deze bepaling
                        brengt met zich mee dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke boete
                        zal moeten nagaan welke boete passend is, gelet op de individuele
                        omstandigheden van de betrokken inburgeringsplichtige. </al><al>In het kader van een de uitvoering van een gecombineerde reïntegratie- en
                        inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging
                        (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens
                        te verstrekken) zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een
                        bestuurlijke boete als voor het verlagen van de bijstand (een maatregel op
                        grond van artikel 18, tweede lid, Wet werk en bijstand) of het opleggen van
                        een boete of maatregel op grond van een andere socciale zekerheidswet of
                        sociale zekerheidsregeling. Artikel 37 WI bevat een regeling voor deze
                        samenloop. In dit artikel wordt bepaald dat het college in dat geval géén
                        bestuurlijke boete kan opleggen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                            overtreding</titel></kop><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                        overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 9
                        mogelijk is. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels/onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>