<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR485697_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Protocol (mogelijke) integriteitschendingen door raadsleden, raadscommissieleden of wethouders gemeente Leudal 2018</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leudal</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leudal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2018, 56207</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Protocol (mogelijke) integriteitschendingen door raadsleden, raadscommissieleden of wethouders gemeente Leudal 2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 170</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2018-03-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-03-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Protocol (mogelijke) integriteitschendingen door raadsleden, raadscommissieleden of wethouders gemeente Leudal 2018</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De gemeenteraad van de gemeente Leudal</al><al>Overwegende, dat de raad in zijn vergadering van 13 oktober 2015 het
                            ‘<cursief>Protocol (mogelijke) integriteitschendingen door raadsleden,
                            raadscommissieleden of wethouders gemeente Leudal 2015’</cursief> heeft
                        vastgesteld;</al><al>Dat het sedertdien twee keer is toegepast;</al><al>Dat het presidium in zijn vergadering van 27 juni 2017, bij z’n
                        gebruikelijke evaluatie van de laatstgehouden raadsvergadering (in casu die
                        van 30 mei 2017), heeft besloten aan het driehoeksoverleg van burgemeester,
                        secretaris en griffier te vragen een eventueel voorstel te overwegen tot
                        aanpassing en/of verduidelijking van dat protocol;</al><al>Dat in het driehoeksoverleg van 5 december 2017 voor een eerste,
                        oriënterende keer over het verzoek van het presidium is gesproken;</al><al>Dat de griffier aan de hand daarvan een raadsvoorstel heeft geconcipieerd
                        dat is voor besproken in de vergadering van het driehoeksoverleg van 16
                        januari 2018;</al><al>Dat het presidium in zijn vergadering van 30 januari 2018 akkoord is gegaan
                        met het raadsvoorstel van de griffier + er mee akkoord is gegaan dat dat
                        voorstel, zonder raadpleging van de raadscommissie bestuur en middelen,
                        wordt voorgelegd aan de raad in de raadsvergadering van 6 februari
                        2018;</al><al>Gelezen het voorstel van de griffier van 31 januari 2018;</al><al>Kennisnemende van het feit dat door de vaststelling respectievelijk
                        inwerkingtreding van het ‘<cursief>Protocol (mogelijke)
                            integriteitschendingen door raadsleden, raadscommissieleden of
                            wethouders gemeente Leudal 2018</cursief>’ het in 2015 vastgestelde
                        protocol komt te vervallen;</al><al>Besluit:</al><al/><al><vet>Artikel I </vet></al><al>Het ‘Protocol (mogelijke) integriteitschendingen door raadsleden,
                        raadscommissieleden of wethouders gemeente Leudal 2018’ vast te
                        stellen.</al><al/><al><vet>PROTOCOL (MOGELIJKE) INTEGRITEITSCHENDINGENDOOR RAADSLEDEN, RAADSCOMMISSIELEDEN OF WETHOUDERS GEMEENTE LEUDAL 2018</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>§ 1. Reikwijdte protocol</label></kop><structuurtekst><al>Dit protocol moet mede worden bezien in het kader van het bepaalde
                                in artikel 170, tweede lid, van de Gemeentewet waar staat
                                    ‘<cursief>De burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit
                                    van de gemeente</cursief>.’ Indien collega-bestuurders,
                                ambtenaren, organisaties, bedrijven of burgers een redelijk
                                vermoeden hebben van schending van bestuurlijke integriteit door een
                                raadslid, een raadscommissielid of een wethouder van de gemeente
                                Leudal kunnen zij zich melden bij de burgemeester van de gemeente
                                Leudal.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>§ 2. Definities</label></kop><structuurtekst><lijst><li nr="•"><al>Integriteitschending: een gedraging van een raadslid, een
                                        raadscommissielid of van een wethouder, die in strijd is met
                                        het handelen als ‘goed volksvertegenwoordiger’ of ‘goed
                                        bestuurder’. Het kan gaan om feiten die wettelijk strafbaar
                                        zijn, maar ook om handelingen in strijd met geschreven of
                                        ongeschreven regels;</al></li><li nr="•"><al>Melding: het afgeven van een in behandeling te nemen, als
                                        zodanig bedoeld, signaal over een (mogelijke)
                                        integriteitschending.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>§ 3. Melding (vermoeden) integriteitschending</label></kop><structuurtekst><al><vet><cursief>Iedereen kan een melding bij de burgemeester
                                        doen</cursief></vet></al><al>Een (mogelijke) integriteitschending door een raadslid of een
                                wethouder kan gesignaleerd worden door collega-bestuurders,
                                ambtenaren, organisaties, bedrijven of burgers, die melding dient
                                plaats te vinden bij de burgemeester. </al><al/><al><vet><cursief>Melding over een feit of over een op redelijke gronden
                                        gebaseerd redelijk vermoeden</cursief></vet></al><al>Een melding hoeft niet noodzakelijkerwijs te gaan over een
                                vaststaand feit. Er kan ook sprake zijn van een vermoeden. Indien de
                                persoon in kwestie een melding doet, moet het echter wel om een op
                                redelijke gronden gebaseerd vermoeden gaan, gebaseerd op eigen
                                kennis of eigen waarneming. Alleen dan worden de meldingen door de
                                burgemeester in behandeling genomen. </al><al/><al><vet><cursief>Een melding mag</cursief></vet><vet><cursief>, buiten
                                        de burgemeester om,</cursief></vet><vet><cursief> anoniem
                                    </cursief></vet><vet><cursief>blijven</cursief></vet></al><al>Een melder dient zijn/haar melding aan de burgemeester te doen met
                                vermelding van z’n voor- en achternaam + woonadres, maar kan daarbij
                                aan de burgemeester aangeven verder anoniem te willen blijven. </al><al/><al><vet><cursief>Verplichting raadsleden, raadscommissieleden en
                                        collegeleden bij (ambts)misdrijven</cursief></vet></al><al>Raadsleden, raadscommissieleden en collegeleden zijn niet wettelijk
                                verplicht om een integriteitschending door een raadslid of een
                                wethouder te melden. </al><al>Op grond van artikel 162 van het Wetboek van Strafvordering zijn
                                leden van de gemeenteraad, leden van het college en ambtenaren
                                alleen verplicht om (bij de politie) aangifte te doen van
                                (ambts)misdrijven. Bij twijfel of sprake is van een (ambts)misdrijf,
                                kan een raadslid of collegelid (of ambtenaar) in een vertrouwelijk
                                gesprek advies inwinnen bij de rijksrecherche.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>§ 4. Administratief proces van behandeling melding</label></kop><structuurtekst><al>De ontvangst van integriteitmeldingen loopt via de burgemeester. </al><al>Hij is het (vertrouwelijke) meldpunt voor alle signalen van
                                (mogelijke) integriteitschendingen door raadsleden of wethouders. </al><al>De burgemeester bevestigt (schriftelijk) de ontvangst van het
                                signaal aan de melder. </al><al>De burgemeester houdt na een melding strakke regie op het
                                administratieve proces en zorgt in alle fases voor
                                verslaglegging.</al><al>De burgemeester houdt degene die bij hem/haar een melding heeft
                                gedaan op gezette tijden op de hoogte van de voortgang van de fasen
                                van het onderzoeksproces + over het resultaat van zijn/haar
                                beoordeling van de melding. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>§ 5. Inhoudelijk proces van behandeling melding</label></kop><structuurtekst><al><cursief>Beoordeling melding</cursief><cursief> door
                                    burgemeester</cursief></al><al>De burgemeester bespreekt de melding die betrekking heeft op een
                                raadslid of een raadscommissielid met de griffier.</al><al>De burgemeester bespreekt de melding die betrekking heeft op een
                                wethouder met de griffier en de gemeentesecretaris.</al><al>In die bespreking wordt een melding gewogen en uiteindelijk door de
                                burgemeester beoordeeld. </al><al/><al><cursief>Toetsingsgronden </cursief></al><al>Een melding wordt getoetst op:</al><lijst><li nr="•"><al>de aard van het feit;</al></li><li nr="•"><al>de ontvankelijkheid van de melding;</al></li><li nr="•"><al>de ernst van de zaak;</al></li><li nr="•"><al>de valideerbaarheid van feiten en omstandigheden;</al></li><li nr="•"><al>de positie of persoon van de bron en de persoon van het lid
                                        van de gemeenteraad, het lid van de raadscommissie of de
                                        wethouder van het college in kwestie;</al></li><li nr="•"><al>de geloofwaardigheid/waarschijnlijkheid van signalen;</al></li><li nr="•"><al>de spoedeisendheid/actualiteit van de melding.</al></li></lijst><tussenkop> § 5.1 Burgemeester oordeelt dat hij zonder onderzoek toteenbeoordelingvan de melding komen</tussenkop><al>De burgemeester kan, na de hiervoor in paragraaf 5 bedoelde
                                    bespreking, oordelen dat hij zonder onderzoek tot een
                                    beoordeling van de melding kan komen. </al><al>Een dergelijk oordeel kan (in hoofdzaak) in de volgende drie
                                    situaties worden geveld.</al><al/><al>1.<onderstreept>Er is geen schending maar er dreigt een
                                        schending</onderstreept>.</al><al>Wanneer er geen sprake is van schending, maar bijvoorbeeld een
                                    schending dreigt, dan wordt geen aanvullend onderzoek of
                                    uitgebreid feitenonderzoek verricht, maar zal de burgemeester
                                    dit met het raadslid, het raadscommissielid of de wethouder
                                    (vertrouwelijk) bespreken.</al><al/><al>2.<onderstreept>Er zijn onvoldoende aanwijzingen voor een
                                        schending</onderstreept>.</al><al>Als er onvoldoende aanwijzingen zijn om te constateren dat er
                                    sprake is van een integriteitschending, bespreekt de
                                    burgemeester dit (vertrouwelijk) met het betrokken raadslid, het
                                    raadscommissielid of de wethouder.</al><al/><al>3.<onderstreept>D</onderstreept><onderstreept>e schending
                                        betreft een te gering feit om
                                        </onderstreept><onderstreept>aanvullend of uitgebreid
                                        feiten</onderstreept><onderstreept>onderzoek
                                        te</onderstreept><onderstreept>rechtvaardigen</onderstreept>.</al><al>Als er sprake is van een dergelijke lichte schending (bijv. van
                                    omgangsvormen) bespreekt de burgemeester dit (vertrouwelijk) met
                                    het betrokken raadslid, het raadscommissielid of de
                                    wethouder.</al><tussenkop> § 5.2 Burgemeester oordeelt dat een aanvullend vooronderzoeknodig is om tot eenbeoordelingvan de melding te kunnenkomen</tussenkop><al>Als de burgemeester van mening is dat er niet genoeg informatie
                                    is om de eventuele schending te kunnen beoordelen is er
                                    vooronderzoek nodig. </al><al>Dit vooronderzoek vindt plaats in opdracht van de burgemeester
                                    doch niet eerder dan nadat hij/zij het presidium in een
                                    presidiumvergadering vertrouwelijk over zijn beoordeling tot nu
                                    toe van de melding + zijn besluit om een vooronderzoek in te
                                    stellen heeft ingelicht.</al><al>De burgemeester brengt de kosten van het onderzoek ten laste van
                                    de begrotingspost onvoorzien.</al><al>Op basis van de uitkomsten van het vooronderzoek komt de
                                    burgemeester óf (a) tot het oordeel dat er sprake is van een
                                    situatie als bedoeld in paragraaf 5.1 óf (b) tot het oordeel dat
                                    hij/zij een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden heeft
                                    gekregen dat er (mogelijk) sprake is van een
                                    integriteitschending. </al><al>In het onder ‘a’ bedoeld geval licht de burgemeester, naast de
                                    melder, ook het presidium daarover (vertrouwelijk) in.</al><al>In het onder ‘b’ bedoeld geval besluit de burgemeester tot het
                                    instellen van een uitgebreid feitenonderzoek (zie hierna,
                                    paragraaf 5.3).</al><tussenkop> § 5.3 Burgemeester oordeelt dat een uitgebreid feitenonderzoek nodig is om tot een beoordeling van de melding te kunnenkomen</tussenkop><al>Er is een uitgebreid feitenonderzoek nodig om te beoordelen of
                                    signalen en/of vermoedens over schendingen van integriteit op
                                    waarheden en derhalve op redelijke gronden berusten. In overleg
                                    met de griffier (en, als de melding betrekking heeft op een
                                    wethouder, ook met de gemeentesecretaris) geeft de burgemeester
                                    opdracht tot het instellen van een feitenonderzoek. </al><al>De opdracht wordt door de burgemeester verstrekt na overleg met
                                    het presidium. </al><al>De voorbereiding, uitvoering en afronding van het uitgebreid
                                    feitenonderzoek worden beschreven in paragraaf 6 van dit
                                    protocol.</al><al>De burgemeester brengt de kosten van het onderzoek ten laste van
                                    de begrotingspost onvoorzien.</al><tussenkop> § 5.4 Burgemeester oordeelt dat er sprake is van een redelijkvermoeden van een strafbaar feit </tussenkop><al>Indien er (tevens) een redelijk vermoeden van een strafbaar feit
                                    bestaat, dient door de burgemeester aangifte te worden gedaan
                                    bij het Openbaar Ministerie. Na overleg met de Officier van
                                    Justitie worden alle beschikbare gegevens door de burgemeester
                                    ter beschikking gesteld aan Justitie. Na aangifte bepaalt de
                                    Officier van Justitie of nader onderzoek nodig is. Overheden
                                    mogen de resultaten van het onderzoek na verkrijging van de
                                    Officier van Justitie, gebruiken om het eigen onderzoek af te
                                    ronden. Een bestuursrechtelijk en strafrechtelijk onderzoek
                                    sluiten elkaar niet uit. Wel moet zoveel mogelijk voorkomen
                                    worden dat de onderzoekers onnodig in elkaars vaarwater komen of
                                    dat betrokkenen dubbel belast worden. Aan het strafrechtelijk
                                    onderzoek wordt veelal voorrang gegeven.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>§ 6. Voorbereiding, uitvoering en afronding uitgebreidfeitenonderzoek</label></kop><structuurtekst><al>Indien de burgemeester tot een oordeel komt als bedoeld in paragraaf
                                5.3 dan is deze paragraaf 6 ‘Voorbereiding, uitvoering en afronding
                                uitgebreid feitenonderzoek’ van het protocol van toepassing.</al><tussenkop> § 6.1 Voorbereiding uitgebreid feitenonderzoek</tussenkop><al><cursief>Onderzoeksvoorstel</cursief><cursief> en
                                        opdrachtformulering</cursief></al><al>Indien de burgemeester voornemens is een uitgebreid
                                    feitenonderzoek in te stellen legt hij/zij, in overleg met de
                                    griffier (en, als de melding betrekking heeft op een wethouder,
                                    ook met de gemeentesecretaris), een onderzoeksvoorstel voor aan
                                    het presidium.</al><al>Het onderzoeksvoorstel bevat afhankelijk van de zaak de volgende
                                    elementen (niet limitatief):</al><lijst><li nr="•"><al>aanleiding;</al></li><li nr="•"><al>afbakening opdracht;</al></li><li nr="•"><al>gewenst resultaat opdracht;</al></li><li nr="•"><al>omgang met tussentijdse wijzigingen;</al></li><li nr="•"><al>onderzoeksvragen;</al></li><li nr="•"><al>onderzoeksmethoden;</al></li><li nr="•"><al>wijze verslaglegging van onderzoekshandelingen;</al></li><li nr="•"><al>voor het onderzoek noodzakelijke kennis;</al></li><li nr="•"><al>onderzoeksplanning, -capaciteit, -kosten (op basis van
                                            offerte aanvragen);</al></li><li nr="•"><al>budget;</al></li><li nr="•"><al>lijst met mogelijke onderzoeker(s);</al></li><li nr="•"><al>voorkeur voor interne en/of externe onderzoeker(s);</al></li><li nr="•"><al>rolverdeling opdrachtgever en opdrachtnemer;</al></li><li nr="•"><al>inbreng en beperkingen onderzoekers;</al></li><li nr="•"><al>rechten en plichten onderzoekers;</al></li><li nr="•"><al>interne en externe communicatie over de voortgang en
                                            vervolgstappen;</al></li><li nr="•"><al>wijze van rapportage (al dan niet inclusief conclusies
                                            en aanbevelingen aan de gemeenteraad)</al></li><li nr="•"><al>procedure hoor en wederhoor;</al></li><li nr="•"><al>wijze beschikbaarstelling en openbaar making van de
                                            rapportage en mogelijkheid van het stellen van
                                            vragen.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Opdrachtverstrekking </cursief></al><al>Nadat het presidium heeft kennisgenomen van het
                                    onderzoeksvoorstel, verleent de burgemeester schriftelijk
                                    opdracht aan de onderzoeker(s) en laat hiervoor een financiële
                                    verplichting vastleggen. Onderzoek kan verricht worden door de
                                    rekenkamer Leudal of door een extern adviesbureau/ externe
                                    adviseurs.</al><al/><al><cursief>Kennisgeving </cursief></al><al>Uit zorgvuldigheid draagt de burgemeester er zorg voor dat de
                                    kring van behandelaars van de melding zo klein mogelijk blijft.
                                    De burgemeester stelt, voor zover de feiten dit toelaten, de
                                    melder en het betrokken raadslid, het raadscommissielid of de
                                    betrokken wethouder vertrouwelijk op de hoogte van de aanvang
                                    van het onderzoek. Het is primair aan het raadslid of het
                                    raadscommissielid om de functie als raadslid of als
                                    raadscommissielid, al dan niet tijdelijk, niet uit te oefenen of
                                    neer te leggen. Het is primair aan de wethouder om zijn
                                    functie-uitoefening tijdens een integriteitsonderzoek te
                                    beoordelen. </al><tussenkop> § 6.2 Uitvoering uitgebreid feitenonderzoek</tussenkop><al><cursief>Waarborgen voortgang onderzoek </cursief></al><al>Na de beslissing over het verrichten van onderzoeken, bewaakt de
                                    burgemeester de voortgang van het onderzoeksproces. De
                                    burgemeester is eindverantwoordelijk voor de wijze waarop (tijd,
                                    kwaliteit en budget) het onderzoek plaatsvindt. Tot het moment
                                    van openbaarmaking van het onderzoeksrapport wordt geheimhouding
                                    opgelegd op alles wat te maken heeft met het onderzoek. De
                                    burgemeester kan, na overleg met de griffier, in (wettelijk)
                                    bepaalde gevallen de gemeenteraad voorstellen een raadslid
                                    gedurende het onderzoek te schorsen. Ook kan hij het raadslid
                                    tijdens het onderzoek de toegang tot bepaalde ruimtes ontzeggen
                                    dan wel bepaalde ruimtes afschermen. Ten aanzien van een
                                    raadscommissielid en een wethouder kunnen geen nadere
                                    voorstellen tot het nemen van maatregelen worden gedaan.</al><al/><al><cursief>Rapportage</cursief></al><al>In de rapportage wordt door de onderzoekers verantwoord op welke
                                    wijze zij stapsgewijs hun onderzoek hebben verricht. Voordat de
                                    onderzoekers de rapportage aanbieden aan de burgemeester, geven
                                    zij het raadslid, het raadscommissielid of de wethouder, waar
                                    onderzoek naar is verricht, de gelegenheid kennis te nemen van
                                    het rapport inclusief de bijlagen. Dit gebeurt door hem of haar
                                    uit te nodigen om het rapport te komen inzien. Het toepassen van
                                    hoor en wederhoor is een wezenlijk onderdeel van de afronding
                                    van het onderzoek. Indien dit raadslid, dit raadscommissielid of
                                    deze wethouder op- en aanmerkingen heeft, dienen deze
                                    schriftelijk te worden vastgelegd en eventueel als een addendum
                                    opgenomen te worden in de definitieve onderzoeksrapportage. De
                                    onderzoekers onthouden zich (in het rapport en daarbuiten) van
                                    eigen opvattingen inzake (de consequenties van) de beoordeling
                                    van de al dan niet aan de orde zijnde integriteitschending. Het
                                    is de taak van de gemeenteraad om zich op basis van de
                                    onderzoeksgegevens een oordeel te vormen van de feiten.</al><al><cursief>Communicatie</cursief></al><al>Communicatie over de voorgang van het onderzoek geschiedt, in
                                    overleg met de griffier, onder verantwoordelijkheid van de
                                    burgemeester.</al><tussenkop> § 6.3 Afronding uitgebreid feitenonderzoek</tussenkop><al><cursief>Bespreking rapportage</cursief><cursief> in presidium
                                        en raadsvergadering</cursief></al><al>De onderzoekers bieden het eindrapport aan de burgemeester aan. </al><al>Deze agendeert het ter toelichting en/of kennisname van het door
                                    hem/haar naar aanleiding daarvan genomen besluit over de
                                    melding, onder oplegging van geheimhouding als bedoeld in
                                    artikel 25, tweede lid, van de Gemeentewet, voor een besloten
                                    vergadering van het presidium. </al><al>Na deze presidiumvergadering geeft de burgemeester, onder
                                    oplegging van geheimhouding als bedoeld in artikel 25, tweede
                                    lid, van de Gemeentewet, het eindrapport ter inzage aan de
                                    raadsleden. Deze inzage geschiedt onder vier ogen bij de
                                    griffier.</al><al>De burgemeester geeft het eindrapport in kopie ter beschikking
                                    aan degene (raadslid of raadscommissielid of wethouder) op wie
                                    de onderzochte integriteitmelding betrekking heeft.</al><al>Conform een daartoe genomen presidiumbesluit neemt het presidium
                                    in de voorlopige agenda van de eerstvolgende raadsvergadering
                                    een agendapunt op om het eindrapport + het besluit van de
                                    burgemeester over de melding te bespreken. Deze bespreking kan
                                    naar behoefte, conform de procedure bedoeld in artikel 23 van de
                                    Gemeentewet, achter gesloten deuren worden gehouden.</al><al>De griffier maakt, op basis van het door het presidium genomen
                                    agenderingsbesluit, een raadsvoorstel waarin op hoofdlijnen het
                                    na de melding doorlopen proces wordt weergegeven + waarin de
                                    gemeenteraad wordt voorgesteld (op grond van artikel 25, derde
                                    lid, van de Gemeentewet) een besluit te nemen over het al dan
                                    niet bekrachtigen van de door de burgemeester op het eindrapport
                                    aan de gemeenteraad opgelegde geheimhouding + mocht de raad tot
                                    niet-bekrachtiging van de geheimhouding besluiten, dat de raad
                                    in dat geval tevens (op grond van artikel 25, vierde lid, van de
                                    Gemeentewet) besluit om de geheimhouding ook op te heffen ten
                                    aanzien van de presidiumleden.</al><al/><al><cursief>Nazorg </cursief><cursief>door
                                    burgemeester</cursief></al><al>De burgemeester plant na deze raadsvergadering een
                                    evaluatiegesprek in met het raadslid, het raadscommissielid of
                                    de wethouder, waarnaar onderzoek is verricht.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>§ 7. Inwerkingtreding protocol. Citeertitel protocol</label></kop><structuurtekst><al><cursief>Inwerkingtreding protocol.</cursief></al><al>Dit protocol treedt in werking op de dag na de bekendmaking in het
                                Gemeenteblad.</al><al><cursief>Citeertitel</cursief></al><al>Dit protocol wordt aangehaald als ‘Protocol (mogelijke)
                                integriteitschendingen door raadsleden, raadscommissieleden of
                                wethouders gemeente Leudal 2018’.</al><al/><al><cursief>Vervallen vorig protocol</cursief></al><al>Het in de raadsvergadering van 13 oktober 2015 vastgestelde
                                    ‘<cursief>Protocol (mogelijke) integriteitschendingen door
                                    raadsleden, raadscommissieleden of wethouders gemeente Leudal
                                    2015’</cursief> vervalt op het moment van inwerkingtreding van
                                het ‘Protocol (mogelijke) integriteitschendingen door raadsleden,
                                raadscommissieleden of wethouders gemeente Leudal 2018’.</al><al/></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel II </label></kop><al>Dat dit besluit in werking treedt daags na publicatie in het
                                Gemeenteblad.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van de gemeente Leudal van 13
                        maart 2018.</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VAN DE GEMEENTE LEUDAL,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Drs. W.A.L.M. Cornelissen. A.H.M. Verhoeven MPM.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>