<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR48562_1</dcterms:identifier><dcterms:title>De parkeerverordening Hilversum 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hilversum</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hilversum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Gooi en Eembode, 17-05-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Hilversum 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-05-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-05-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt de Parkeerverordening Hilversum 2003</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>De Parkeerverordening Hilversum 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hilversum,</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 april 2007;</al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al>vast te stellen:</al><al><vet>De Parkeerverordening Hilversum 2007 </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>RVV 1990</cursief>: het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459;</al></li><li nr="b."><al><cursief>motorvoertuig</cursief>: hetgeen daaronder wordt
                                    verstaan in het RVV 1990;</al></li><li nr="c."><al><cursief>voertuig</cursief>: hetgeen daaronder wordt verstaan in
                                    het RVV 1990, met inbegrip van de brommobiel, met uitzondering
                                    van fietsen en bromfietsen;</al></li><li nr="d."><al><cursief>parkeren</cursief>: het gedurende een aaneengesloten
                                    periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan
                                    gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het
                                    onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het
                                    onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente
                                    gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of
                                    weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een
                                    wettelijk voorschrift is verboden;</al></li><li nr="e."><al><cursief>houder</cursief>: degene die naar de omstandigheden als
                                    houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien
                                    verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het
                                    krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden
                                    register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt
                                    degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven
                                    kenteken ten tijde van het parkeren in het register was
                                    ingeschreven;</al></li><li nr="f."><al><cursief>parkeerapparatuur</cursief>: parkeermeters,
                                    parkeerautomaten en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
                                    overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="g."><al><cursief>parkeerapparatuurplaats</cursief>: een parkeerplaats
                                    behorend bij parkeerapparatuur;</al></li><li nr="h."><al><cursief>vergunninghoudersplaats</cursief>: een parkeerplaats
                                    die 1. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990,
                                    of 2. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
                                    bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover
                                    deze plaats niet is uitgezonderd; </al></li><li nr="i."><al><cursief>vergunning</cursief>: een door burgemeester en
                                    wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is
                                    toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                    parkeerapparatuur- en/of vergunninghoudersplaatsen;</al></li><li nr="j."><al><cursief>dagvergunning</cursief>: een vergunning welke slechts
                                    geldig is op de op de vergunning aangegeven datum;</al></li><li nr="k."><al><cursief>gehandicaptenparkeerkaart</cursief>: een vergunning
                                    waarmee bij algemene gehandicapten parkeerplaatsen geparkeerd
                                    mag worden en waarmee in combinatie met een parkeerschijf
                                    maximaal drie uur geparkeerd mag worden bij betaald
                                    parkeerplaatsen en vergunnighoudersplaatsen;</al></li><li nr="l."><al><cursief>vergunninghouder</cursief>: de natuurlijke persoon of
                                    rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend.</al></li><li nr="m."><al><cursief>deelauto-gebruik</cursief>: het herhaald en
                                    opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond
                                    van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een
                                    aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één
                                    huishouden; </al></li><li nr="n."><al><cursief>aanbieder</cursief>: de natuurlijke persoon of
                                    rechtspersoon die motorvoertuigen voor deelauto-gebruik ter
                                    beschikking stelt;</al></li><li nr="o."><al><cursief>standplaats</cursief>: de parkeerplaats waar een
                                    motorvoertuig bestemd voor deelauto-gebruik, geparkeerd
                                    wordt;</al></li><li nr="p."><al><cursief>adres</cursief>: het adres zoals dit is opgenomen in de
                                    Gemeentelijke Basisadministratie.</al></li><li nr="q."><al><cursief>eigen parkeergelegenheid/parkeerplaats op eigen
                                        terrein</cursief>: </al><lijst><li nr="-"><al>een parkeerplaats waarover de aanvrager kan beschikken
                                            op grond van eigendom,</al><al> erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins;</al></li><li nr="-"><al>een voormalige parkeerplaats op eigen terrein die door
                                            of vanwege de aanvrager een</al><al> andere bestemming dan die van parkeerplaats heeft
                                            gekregen.</al></li></lijst></li><li nr="r."><al><cursief>centrum</cursief>: het bij besluit van burgemeester en
                                    wethouders als zodanig aangewezen gebied overeenkomstig de bij
                                    dat besluit behorende tekeningen;</al></li><li nr="s."><al><cursief>schilgebied (schil)</cursief>: het bij besluit van
                                    burgemeester en wethouders aangewezen gebied dat deel uitmaakt
                                    van de schil rond het centrum, overeenkomstig de bij dat besluit
                                    behorende tekeningen.</al></li><li nr="t."><al><cursief>buitenschilgebied (buitenschil)</cursief>: het bij
                                    besluit van burgemeester en wethouders aangewezen gebied gelegen
                                    buiten de gebieden die als centrum en als schilgebied zijn
                                    aangewezen, overeenkomstig de bij dat besluit behorende
                                    tekeningen.</al></li><li nr="u."><al><cursief>ondernemer</cursief>: hij of zij die een beroep of
                                    bedrijf uitoefent in het centrum, het schilgebied of het
                                    buitenschilgebied. </al></li><li nr="v."><al><cursief>onderneming</cursief>: het beroep of bedrijf dat wordt
                                    uitgeoefend in het centrum, het schilgebied of het
                                    buitenschilgebied. </al></li><li nr="w."><al><cursief>bezoekersvergunning</cursief>: vergunning die bedoeld
                                    is om bezoek van bewoners van het centrum, de schil en de
                                    buitenschil tegen een gereduceerd tarief te laten parkeren.
                                </al></li><li nr="x."><al><cursief>vrijwilligersvergunning</cursief>: een vergunning die
                                    bedoeld is om vrijwilligers, die werken bij een instelling
                                    gevestigd in de schil of buitenschil, tegen een gereduceerd
                                    tarief te laten parkeren.</al></li><li nr="y."><al><cursief>zorgvergunning</cursief>: vergunning die bedoeld is om
                                    bepaalde zorgverleners te laten parkeren op betaald
                                    parkeerplaatsen.</al></li><li nr="z."><al><cursief>tijdelijke parkeervergunning</cursief>: een vergunning,
                                    afgegeven voor een beperkte duur, voor een motorvoertuig
                                    waarover de aanvrager tijdelijk de beschikking heeft, welke
                                    vergunning in de plaats treedt van de parkeervergunning die is
                                    verleend voor het motorvoertuig waarvan de aanvrager eigenaar of
                                    houder is.</al></li><li nr="aa."><al><cursief>wachtlijst</cursief>: lijst waarop aanvragers van een
                                    parkeervergunning komen te staan nadat de vergunningaanvraag is
                                    afgewezen vanwege het bereiken van het vergunningenplafond.</al></li><li nr="bb."><al><cursief>vergunningenplafond</cursief>: het door burgemeester en
                                    wethouders ingevolge artikel 17 lid 1 te bepalen maximaal aantal
                                    uit te geven vergunningen. </al></li><li nr="cc."><al><cursief>bewonersparkeervergunning</cursief>: een
                                    parkeervergunning die ingevolge artikel 5 aan bewoners kan
                                    worden verstrekt.</al></li><li nr="dd."><al><cursief>zakelijke parkeervergunning</cursief>: een
                                    parkeervergunning die ingevolge artikel 6 aan ondernemers wordt
                                    verstrekt ten behoeve van de uitoefening van het bedrijf of
                                    beroep.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Gebieden voor vergunninghouders en vergunningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Gebieden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit,
                                weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door de in
                                deze verordening genoemde vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit, de
                                tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan de in deze
                                verordening genoemde vergunninghouders is toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende aanvraag
                                aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op vergunninghoudersplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een vergunning wordt slechts uitgegeven op kenteken, met een maximum
                                van vijf kentekens per vergunning. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien op een adres zowel een bewonersvergunning als een zakelijke
                                vergunning kan worden uitgegeven geldt de regel dat in het centrum
                                op dat adres maximaal één vergunning kan worden uitgegeven, in de
                                schil op dat adres maximaal twee vergunningen kunnen worden
                                uitgegeven en in de buitenschil op dat adres maximaal drie
                                vergunningen kunnen worden uitgegeven. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Een vergunning kan worden geweigerd wanneer het vergunningenplafond
                                als bedoeld in artikel 17 is bereikt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een parkeervergunning wordt ingediend middels een
                                daartoe bestemd, door burgemeester en wethouders vastgesteld,
                                ondertekend formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes weken na ontvangst
                                van een aanvraag voor een vergunning. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid genoemde
                                termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van
                                deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld,
                                zulks voordat de in het tweede lid genoemde termijn is verstreken.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bewonersparkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een bewonersparkeervergunning kan worden verleend aan een eigenaar
                                of houder van een motorvoertuig wanneer deze volgens de
                                gemeentelijke basisadministratie woont op een adres in een gebied
                                waar vergunninghoudersplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                                gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Per adres gelegen in het centrum kan maximaal één vergunning worden
                                verleend, doch slechts indien en voor zover de eigenaar of houder
                                van een motorvoertuig niet over eigen parkeerruimte beschikt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Per adres gelegen in het schilgebied kunnen maximaal twee
                                vergunningen worden verstrekt, indien en voor zover de eigenaar of
                                houder van een motorvoertuig niet over voldoende eigen
                                parkeergelegenheid beschikt en </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de eigenaar of houder van een motorvoertuig tevens eigenaar of
                                houder is van een of meer andere motorvoertuigen, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de eigenaar of houder van een motorvoertuig op hetzelfde adres staat
                                ingeschreven als de eigenaar of houder bedoeld in de aanhef van dit
                                artikellid.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Per adres gelegen in het buitenschilgebied kunnen maximaal drie
                                vergunningen worden verstrekt indien en voor zover de eigenaar of
                                houder van een motorvoertuig niet over voldoende eigen
                                parkeergelegenheid beschikt en </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de eigenaar of houder van een motorvoertuig tevens eigenaar of
                                houder is van een of meer andere motorvoertuigen, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de eigenaar of houder van een motorvoertuig op hetzelfde adres staat
                                ingeschreven als de eigenaar of houder bedoeld in de aanhef van dit
                                artikellid.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen voor appartementencomplexen
                                afwijken van de leden 3 en 4. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zakelijke parkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een zakelijke parkeervergunning kan worden verleend aan de eigenaar
                                of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent
                                in een gebied waar vergunninghoudersplaatsen of mede door
                                vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een zakelijke parkeervergunning wordt verleend voor een
                                motorvoertuig waarvan de onderneming eigenaar of houder is, tenzij
                                de ondernemer uitoefenaar is van een vrij beroep of een éénmanszaak
                                heeft. Indien de ondernemer een éénmanszaak heeft, kan de
                                parkeervergunning worden verstrekt, indien het motorvoertuig op naam
                                staat van degene op wiens naam en voor wiens rekening de éénmanszaak
                                wordt gedreven. Indien de ondernemer uitoefenaar is van een vrij
                                beroep, komt deze in aanmerking voor maximaal één parkeervergunning,
                                ook bij vestiging in de schil of de buitenschil, indien het
                                motorvoertuig op naam staat van degene die het vrije beroep
                                uitoefent.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het centrum worden geen zakelijke parkeervergunningen
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan in het centrum per adres
                                maximaal één zakelijke parkeervergunning worden verleend indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager aantoont dat het in het belang van de beroeps-
                                        of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is om in het centrum een
                                        motorvoertuig te parkeren;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet over eigen parkeerruimte beschikt of
                                        redelijkerwijze kan beschikken;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager aantoont dat parkeren in de directe omgeving
                                        van zijn onderneming mogelijk is, gelet op de acceptabele
                                        parkeerdruk, en aantoont dat parkeren in een parkeergarage
                                        fysiek onmogelijk is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In het schilgebied kunnen per adres maximaal twee zakelijke
                                parkeervergunningen worden verstrekt indien en voor zover de
                                eigenaar of houder van een motorvoertuig niet over voldoende eigen
                                parkeergelegenheid beschikt of redelijkerwijs kan beschikken en de
                                eigenaar of houder van een motorvoertuig tevens eigenaar of houder
                                is van een of meer andere motorvoertuigen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In het buitenschilgebied kunnen per adres maximaal drie zakelijke
                                parkeervergunning worden verstrekt indien en voor zover de eigenaar
                                of houder van een motorvoertuig niet over voldoende eigen
                                parkeergelegenheid beschikt of redelijkerwijs kan beschikken en de
                                eigenaar of houder van een motorvoertuig tevens eigenaar of houder
                                is van een of meer andere motorvoertuigen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van
                                bedrijfsverzamelgebouwen afwijken van het bepaalde in de leden 4, 5
                                en 6. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een motorvoertuig die zowel in aanmerking
                                kan komen voor een bewonersparkeervergunning als bedoeld in artikel
                                5, als voor een zakelijke parkeervergunning als bedoeld in dit
                                artikel wordt voor wat betreft de eerste aangevraagde vergunning
                                slechts een bewonersvergunning verstrekt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bezoekersvergunning/vrijwilligersvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bewoners van gebieden met vergunninghoudersplaatsen en mede door
                                vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen kunnen een
                                bezoekersvergunning aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Instellingen gevestigd in de schil of de buitenschil, waar
                                vrijwilligers werken, kunnen een vrijwilligersvergunning
                                aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De bezoekersvergunning en de vrijwilligersvergunning kan alleen
                                worden gebruikt op vergunninghoudersplaatsen en mede door
                                vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot
                                de mogelijkheid van deze bezoekersvergunning en
                                vrijwilligersvergunning en stellen vast hoeveel uur maximaal per
                                adres per kwartaal kan worden geparkeerd tegen een gereduceerd
                                tarief. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Zorgvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De zorgvergunning wordt verleend aan de huisarts of verloskundige
                                die werkzaam is in een in Hilversum gevestigde praktijk en voor de
                                uitoefening van de praktijk gebruik maakt van een motorvoertuig.
                            </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een zorgvergunning wordt tevens verleend aan thuiszorginstellingen
                                ten behoeve van een aldaar werkzame hulpverlener indien het
                                motorvoertuig nodig is vanwege het geregeld met spoed of met groot
                                materieel zorg of hulp verlenen aan personen op wisselende plaatsen
                                in een gebied waar betaald parkeren en/of vergunninghoudersparkeren
                                is ingevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een zorgvergunning wordt tevens verleend aan de Stichting
                                Dierenambulance Hilversum e.o. voor de door de stichting bij de
                                werkzaamheden gebruikte, en als zodanig herkenbare,
                                ambulancevoertuigen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Per adres van huisarts, verloskundige, thuiszorginstelling of de
                                Stichting Dierenambulance Hilversum e.o. kunnen maximaal tien
                                zorgvergunningen worden verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De zorgvergunning kan slechts worden gebruikt in de uitoefening van
                                de in de voorgaande leden bedoelde beroepen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Tijdelijke parkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een motorvoertuig, waarvoor op grond van deze verordening een
                                parkeervergunning is verleend, zich voor reparatie of onderhoud in
                                een garage bevindt en de vergunninghouder in verband daarmee de
                                beschikking heeft over een vervangend motorvoertuig, kan een
                                tijdelijke vergunning worden verleend voor het vervangende
                                motorvoertuig.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot
                                deze mogelijkheid van een tijdelijke parkeervergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Dagvergunning</titel></kop><al>Eigenaars of houders van motorvoertuigen die incidenteel werkzaamheden
                            uitvoeren in het centrum en aantonen dat het noodzakelijk is gezien de
                            werkzaamheden in de directe omgeving van de werkzaamheden op het
                            maaiveld te parkeren, kunnen in aanmerking komen voor een dagvergunning
                            voor het centrum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Marktparkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een marktparkeervergunning kan worden verleend aan de
                                marktstandplaatshouder die conform de marktverordening een
                                marktstandplaatsvergunning is verleend. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Er worden maximaal twee parkeervergunningen per
                                marktstandplaatsvergunning verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Autodeelvergunning</titel></kop><al>Een autodeelvergunning wordt verleend aan een eigenaar of houder van een
                            motorvoertuig bestemd voor deelauto-gebruik, waarvan de standplaats is
                            gelegen in een gebied waar vergunninghoudersplaatsen of mede door
                            vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig
                            zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Gehandicapten parkeerkaart</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De gehandicaptenparkeerkaarten als bedoeld in artikel 49 en 50 van
                                het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer worden
                                voor de toepassing van deze verordening gelijkgesteld met een
                                parkeervergunning waarmee bij algemene gehandicapten parkeerplaatsen
                                geparkeerd mag worden en waarmee in combinatie met een parkeerschijf
                                maximaal drie uur geparkeerd mag worden bij betaald parkeerplaatsen
                                en vergunninghoudersplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Gebruikmaking van een gehandicaptenparkeerkaart op de in lid 1
                                bedoelde wijze is onderworpen aan de regels die hieromtrent door
                                burgemeester en wethouders zijn vastgesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een vergunning wordt slechts uitgegeven op kenteken. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte aan een vergunning
                                voorschriften en beperkingen verbinden. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De in het vorige lid genoemde beperkingen kunnen zowel betrekking
                                hebben op de te gebruiken parkeerplaatsen, als op de tijdstippen
                                waarop van de vergunning gebruik kan worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Aan een vergunning als genoemd in deze verordening kunnen
                                burgemeester en wethouders ook voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot het voorkomen of beperken van door het
                                verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade, alsmede de gevolgen
                                voor het milieu, bedoeld in de Wet Milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Voorwaarden aan de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste één kalenderjaar verleend,
                                tenzij op de vergunning anders staat aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen besluiten om een vergunning te
                                verlengen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens: a de
                                periode waarvoor de vergunning geldt; b het gebied waarvoor de
                                vergunning geldt; c bij motorvoertuigen het kenteken van het
                                motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend; d bij overige
                                motorvoertuigen het kenteken van het motorvoertuig of de naam van
                                devergunninghouder alsmede een beschrijving van het motorvoertuig. e
                                de voorwaarden waaraan de vergunninghouder zich dient te houden.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zichtbaarheid van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De originele vergunning dient duidelijk zichtbaar achter de voorruit
                                of achterruit geplaatst te zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien het motorvoertuig niet over een voorruit en achterruit
                                beschikt dient de originele vergunning zodanig op, aan of in het
                                motorvoertuig te zijn geplaatst dat deze van buiten het
                                motorvoertuig duidelijk zichtbaar is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is verboden om een vergunning niet of op andere wijze dan in de
                                leden 1 en 2 genoemd in, op of aan het motorvoertuig te plaatsen.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Wachtlijst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen vast op welke wijze het aantal
                                uit te geven vergunningen voor gebieden als bedoeld in artikel 2
                                wordt bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien een vergunning is geweigerd op grond van het feit dat het
                                vergunningenplafond van het betrokken vergunningengebied is bereikt,
                                wordt de aanvrager op een wachtlijst geplaatst. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De volgorde waarin de aanvrager op de wachtlijst wordt geplaatst is
                                de volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De aanvrager wordt van de wachtlijst verwijderd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de aanvrager daarom verzoekt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de aanvrager een vergunning kan worden toegekend;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>blijkt dat bij de aanvraag om de vergunning onjuiste of onvolledige
                                gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
                                gegevens niet tot plaatsing op de wachtlijst zou hebben geleid;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden voor de aangevraagde
                                vergunning gesteld bij of krachtens deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Intrekking / Wijziging</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
                            wijzigen:</al><al>a op verzoek van de vergunninghouder;</al><al>b wanneer de vergunninghouder niet meer staat ingeschreven in de
                            gemeentelijke basisadministratie op een adres in het gebied waarvoor de
                            vergunning is verleend, of wanneer de vergunninghouder de uitoefening
                            van zijn beroep of bedrijf in dat gebied beëindigt;</al><al>c wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden
                            die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;</al><al>d indien de vergunning als gevolg van een kennelijke misslag is
                            verleend;</al><al>e wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt
                            te vervallen;</al><al>f wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning
                            verbonden voorschriften;</al><al>g wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens
                            zijn verstrekt;</al><al>h om redenen van openbaar belang.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Gebruik</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp of voertuig, niet zijnde een
                                motorvoertuig te plaatsen of te laten staan: a. op een
                                parkeerapparatuurplaats; b. op een vergunninghoudersplaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>In werking stellen apparatuur</titel></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in artikel 16 lid 3 en afdeling 3 van deze
                            verordening kan worden gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                            maanden of geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Toezicht en opsporing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de opsporingsambtenaren zoals bedoeld
                                in artikel 141 sub b Wetboek van Strafvordering;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de door burgemeester en wethouders
                                aangewezen personen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Parkeerverordening
                                Hilversum 2007’.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die van de
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Op het in lid 2 genoemde tijdstip vervalt de Parkeerverordening
                                Hilversum 2003, vastgesteld bij besluit van 3 september 2003 en in
                                werking getreden op 24 mei 2004. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Vergunningen die zijn verleend op basis van de Parkeerverordening
                            Hilversum 2003 blijven, indien deze niet worden ingetrokken op basis van
                            de Parkeerverordening Hilversum 2007, van kracht voor de tijd dat deze
                            zijn verleend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in de artikelen drie,
                            vijf en zes afwijken indien onverkorte toepassing hiervan leidt tot
                            apert onbillijke en niet beoogde uitkomsten. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare </ondertekening><ondertekening>vergadering van 9 mei 2007</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>K.E. Driehuijs E.C. Bakker </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al/><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Vergunningen voor het parkeren op parkeerapparatuur- en/of
                    belanghebbendenplaatsen worden uitgegeven op basis van de Parkeerverordening.
                    Het aanwijzen van de plaatsen waar met een dergelijke vergunning geparkeerd kan
                    worden dient daarom bij of krachtens deze verordening te gebeuren. Los daarvan
                    staat het heffen van rechten voor het uitgeven van de vergunning. Dit gebeurt op
                    basis van de Verordening Parkeerbelastingen. Uit praktische overwegingen is de
                    aanwijzingsbevoegdheid bij burgemeester en wethouders neergelegd.</al><al/><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Bewust is gekozen voor motorvoertuigen en niet voor voertuigen omdat caravans en
                    aanhangwagens anders ook een vergunning moeten hebben. Op basis van de Algemene
                    Plaatselijke Verordening (APV) mag een caravan niet langer dan drie
                    aaneengesloten dagen op de weg staan. Wanneer de eigenaar zijn caravan voor of
                    na de vakantie op orde wil brengen kan hij op grond van artikel 19 van de
                    Parkeerverordening een ontheffing aanvragen. Deze zal dan voor maximaal 3 dagen
                    worden verleend. </al><al>De vergunning wordt in beginsel slechts op een Nederlands kenteken afgegeven,
                    aangezien het niet is toegestaan met een buitenlands kenteken in Nederland te
                    rijden. Dit is slechts anders indien sprake is van een in Nederland wonende
                    werknemer van een in het buitenland gevestigd bedrijf of een in Nederland
                    wonende ondernemer met een in het buitenland gevestigd bedrijf, die via dit
                    bedrijf een auto met een buitenlands kenteken ter beschikking heeft. Deze krijgt
                    onder bepaalde voorwaarden van de Douane een woon-werk-vergunning. Aanvragers
                    met een dergelijke woon-werk-vergunning kunnen op het buitenlandse kenteken een
                    parkeervergunning krijgen.</al><al>Om bedrijven tegemoet te komen die verschillende auto´s hebben rondrijden kunnen
                    er maximaal vijf kentekens op één vergunning worden geplaatst. Zo kan er
                    tegelijkertijd maar één bedrijfsauto parkeren, terwijl er vijf auto´s na elkaar-
                    gebruik kunnen maken van de vergunning. Voorwaarde is dat de kentekens op naam
                    van het bedrijf of de bewoner staan. Zo wordt voorkomen dat de vergunning met
                    meerdere kentekens als een bezoekersvergunning wordt gebruikt. Voor bezoek zijn
                    immers de bezoekersregeling en parkeerapparatuurplaatsen bedoeld. </al><al>Wanneer op een bepaald adres een bedrijf gevestigd is én er bewoners staan
                    ingeschreven in de GBA kan er slechts een beperkt aantal vergunningen worden
                    verstrekt. Hierbij kan gedacht worden aan een onderneming waar de eigenaar boven
                    woont. Het bepaalde in lid 3 gaat niet altijd op omdat de zakelijke vergunning
                    door de onderneming kan worden aangevraagd en de bewonersvergunning door de
                    (partner van) de bewoner. </al><al/><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de aanvraag middels een daartoe
                    ontworpen formulier geschiedt. Op het formulier kunne de meest relevante
                    gegevens worden ingevuld. Vaak zijn extra documenten vereist, zoals het
                    rijbewijs, een leasecontract en een uittreksel uit het register van de Kamer van
                    Koophandel om te bepalen of een onderneming gevestigd is in een gebied met
                    parkeermaatregelen. Op die manier kan onder andere aangetoond worden dat de
                    werkzaamheden in het betreffende gebied plaats vinden.</al><al>De beginselen van behoorlijk bestuur eisen dat binnen een redelijke termijn een
                    beslissing wordt genomen op een aanvraag voor een vergunning. Om op dit punt
                    voor de aanvrager duidelijkheid te verschaffen, zijn de termijnen in de
                    verordening zelf opgenomen.</al><al>Een aanvraag kan onder normale omstandigheden binnen vier weken worden
                    afgehandeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Belangrijk is dat een vergunning aan een bewoner wordt verleend wanneer deze
                    volgens de gemeentelijke basisadministratie woont in het gebied waarvoor hij of
                    zij een vergunning aanvraagt. De vergunningen zijn in eerste instantie bedoeld
                    voor bewoners. Een huiseigenaar –niet bewoner komt niet in aanmerking voor een
                    parkeervergunning. In de Nota Regulering Openbare Parkeercapaciteit is bepaald
                    dat er pas een vergunning wordt verstrekt wanneer een bewoner niet over eigen
                    parkeerruimte beschikt. Wanneer een bewoner een oprit of een garage heeft krijgt
                    hij geen parkeervergunning. </al><al> In het centrum, waar een beperkt aantal parkeerplaatsen op straat beschikbaar
                    is en de parkeerdruk hoog is, wordt geen parkeervergunning verstrekt indien over
                    eigen parkeergelegenheid wordt beschikt, ongeacht het aantal motorvoertuigen dat
                    iemand heeft. </al><al>Hier wordt een norm van één parkeerplaats per woning reëel geacht. Wanneer een
                    bewoner in de schil of buitenschil eigen parkeerruimte heeft voor één
                    motorvoertuig, maar hij is eigenaar of houder van twee motorvoertuigen zal
                    alleen voor het tweede motorvoertuig een vergunning worden verstrekt. Wanneer
                    een bewoner twee parkeervergunningen aanvraagt zullen er ook twee auto´s op de
                    naam van de bewoner moeten staan. Het is niet de bedoeling dat een tweede of
                    derde vergunning als bezoekersvergunning wordt gebruikt. Voor bezoek bestaat een
                    bezoekersregeling en is er parkeerapparatuur op straat. </al><al>Voor situaties waarbij verschillende bewoners zelfstandige woonruimte hebben op
                    één en hetzelfde adres kunnen burgemeester en wethouders nadere regels stellen.
                    Voor deze situatie hebben burgemeester en wethouders beleidsregels vastgesteld.
                    Deze regeling geldt niet voor onzelfstandige woonruimte zoals
                    kamerverhuurbedrijven. </al><al>De afwijking voor appartementencomplexen geschiedt middels een beleidsnota in
                    een apart te nemen besluit door burgemeester en wethouders. </al><al/><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Om te beoordelen of een onderneming in aanmerking komt voor een zakelijke
                    parkeervergunning, dient te worden vastgesteld of de eigenaar of houder van het
                    motorvoertuig een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied in Hilversum waar
                    vergunninghoudersparkeren geldt. Voor deze beoordeling kan gekeken worden naar
                    de inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Sommige ondernemingen hebben echter
                    hun hoofdvestiging elders, terwijl zij wel een nevenvestiging hebben binnen de
                    gebieden die op grond van de Parkeerverordening zijn aangewezen of hier kantoor
                    houden. Vrije beroepen zijn niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Voor
                    de zorgvuldige beoordeling van deze aanvragen kan op grond van de Algemene wet
                    bestuursrecht om overlegging van nadere bescheiden worden verzocht.</al><al>In het centrum is een beperkt aantal parkeerplaatsen op straat beschikbaar en is
                    de parkeerdruk hoog. Daarom worden en hoge eisen gesteld aan de aanvraag voor
                    een zakelijke vergunning. Zo moet het motorvoertuig, ter beoordeling van
                    burgemeester en wethouders, noodzakelijk zijn in de uitoefening van bedrijf of
                    beroep, moet het motorvoertuig op naam van de onderneming staan en moet de
                    ondernemer aantonen dat er in de omgeving van zijn onderneming parkeerruimte
                    beschikbaar is en dat parkeren in een parkeergarage fysiek onmogelijk is. Bij de
                    beoordeling of sprake is van een acceptabele parkeerdruk, wordt uitgegaan van
                    een omslagpunt bij een parkeerdruk van 80% of meer, gemeten op het drukste
                    moment. Indien sprake is van een parkeerdruk van &lt; 80%, wordt deze als
                    acceptabel aangemerkt. Van een fysieke onmogelijkheid om in een parkeergarage te
                    parkeren is bijvoorbeeld sprake wanneer het motorvoertuig te groot is om in de
                    parkeergarage te staan. In de schil en de buitenschil is meer parkeerruimte
                    beschikbaar. Eigen parkeerruimte wordt afgetrokken van het maximaal te verlenen
                    vergunningen. </al><al>In bedrijfsverzamelgebouwen zijn meerdere ondernemingen gevestigd op één adres.
                    Voor die situatie hebben burgemeester en wethouders beleidsregels vastgesteld. </al><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Voor het ontvangen van bezoek wordt er een regeling ingesteld, waarmee bezoekers
                    van een bewoner die woont in een gebied waar vergunninghoudersparkeren geldt,
                    tegen gereduceerd tarief een kaartje uit de parkeerautomaat kan halen. De
                    bezoekersvergunningen gelden alleen op de parkeerplaatsen die door
                    vergunninghouders kunnen worden gebruikt. Bezoekersvergunningen zijn niet geldig
                    op winkelradialen. In het centrum kan ook met een bezoekersvergunning maar
                    maximaal 1 uur worden geparkeerd. De bezoekersvergunningen worden per aangewezen
                    gebied verstrekt en het bezoek dient ook in dat gebied te parkeren.</al><al>Een vergelijkbare regeling is ingesteld voor instellingen, gevestigd in de schil
                    of de buitenschil, waar vrijwilligers werken. </al><al>Voor het gebruik van de bezoekersvergunning en de vrijwilligersvergunning
                    stellen burgemeester en wethouders nadere regels vast.</al><al/><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Zorgverleners, te weten huisartsen, verloskundigen, de thuiszorg, en de
                    dierenambulance, kunnen een zorgvergunning aanvragen. Deze vergunning is slechts
                    bedoeld voor gebruik in de uitoefening van het beroep waarvoor de vergunning is
                    verleend. Deze vergunning is geldig op alle parkeerapparatuurplaatsen. De
                    huisarts, verloskundige, thuiszorginstelling of dierenambulance die een
                    zorgvergunning aanvraagt en verkrijgt, komt niet daarnaast tevens in aanmerking
                    voor een zakelijke parkeervergunning op grond van artikel 6 van deze
                    verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 tijdelijke parkeervergunning</tussenkop><al>Met betrekking tot deze tijdelijke vergunning, alsmede de verlenging van de
                    tijdelijke vergunning, stellen burgemeester en wethouders nadere regels. Deze
                    betreffen onder meer de duur van de vergunning en de bij de aanvraag over te
                    leggen stukken. </al><al/><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>In het centrum kan maximaal één uur geparkeerd worden. Ten behoeve van
                    bijvoorbeeld aannemers of onderhoudsbedrijven bestaat er een vergunning waarmee
                    de hele dag bij alle betaald parkeerplaatsen en vergunninghoudersplaatsen kan
                    worden geparkeerd. Hiervoor neemt het college een apart aanwijzingsbesluit,
                    omdat deze specifieke vergunning ook geldig is op winkelradialen waar de gewone
                    parkeervergunning niet geldig is.</al><al/><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Ondernemers die op woensdag en op zaterdag op de markt staan hebben een
                    vergunning nodig voor hun voertuigen. Vaak gaat het om grote voertuigen in de
                    zin van de APV. Deze voertuigen moeten ook een parkeervergunning hebben omdat de
                    markt in het schilgebied plaatsvindt. De vergunning wordt alleen verstrekt aan
                    houders van een marktstandplaatsvergunning.</al><al/><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>Vergunningen ten behoeve van particulier deelauto-gebruik kunnen worden verleend
                    aan bedrijven die hierover een overeenkomst met de gemeente Hilversum hebben
                    gesloten. Tot nu toe heeft alleen de firma Green Wheels een contract met de
                    gemeente Hilversum. </al><al/><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>Uit jurisprudentie blijkt dat het mogelijk is gehandicaptenplaatsen aan te
                    wijzen binnen betaald parkeergebieden. De gehandicapte is dan ook in principe
                    verplicht te betalen. </al><al>Gebleken is dat in dat geval gehandicapten parkeren in parkeerverboden in de
                    omgeving (toegestaan op grond van artikel 85 van het Reglement verkeersregels en
                    verkeerstekens 1990 (het RVV). Door het gelijkstellen van een
                    gehandicaptenparkeerkaart aan een vergunning voor maximaal drie uur wordt de
                    vlucht naar parkeerverboden voorkomen en dienen er in gebieden met betaald
                    parkeren of vergunninghoudersparkeren minder algemene gehandicaptenplaatsen
                    aangebracht te worden. </al><al>Omdat het wenselijk is dat gehandicapten overal mogen parkeren, ook waar het met
                    een vergunning niet is toegestaan (winkelradialen) moeten burgemeester en
                    wethouders daarover een apart aanwijzingsbesluit nemen. </al><al/><tussenkop>Artikel 14</tussenkop><al>Indien nodig kunnen aan een vergunning voorschriften worden verbonden. Daarbij
                    valt te denken aan een vergunning die slechts geldt voor een specifiek gebied of
                    voor bepaalde tijden. </al><al>In de literatuur en de jurisprudentie wordt algemeen het standpunt gehuldigd dat
                    aan een vergunning of ontheffing voorschriften mogen worden verbonden ter
                    bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of
                    ontheffing is vereist. Alleen wanneer de wettelijke regeling zich daartegen
                    verzet, bijvoorbeeld in het geval van een gebonden beschikking, zijn dergelijke
                    voorschriften niet geoorloofd. </al><al/><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><al>De geldigheidsduur van een jaar geldt niet voor de dagvergunning. Op de
                    vergunning staan de voorwaarden vermeld waaronder de vergunning geldt. Zie ook
                    de toelichting bij artikel 16.</al><al/><tussenkop>Artikel 16</tussenkop><al>In artikel 24, eerste lid, aanhef en onder g, van het RVV staat dat een
                    bestuurder zijn motorvoertuig niet mag parkeren op een parkeerplaats voor
                    vergunninghouders, indien voor zijn motorvoertuig geen vergunning tot parkeren
                    op die plaats is verleend. Uit jurisprudentie blijkt dat er geen maatregel mag
                    worden opgelegd wanneer een bestuurder zijn vergunning niet zichtbaar in de auto
                    heeft liggen, nu het gaat om het feit dat de vergunning is verleend. Wanneer de
                    bestuurder in bezwaar tegen een opgelegde maatregel aantoont dat hij wel een
                    vergunning had ten tijde van belang, kan de maatregel worden ingetrokken. </al><al>Het voorgaande is enkel van toepassing indien in een gebied alleen
                    vergunninghoudersparkeren geldt. </al><al>In Hilversum geldt echter vrijwel in het gehele gereguleerde gebied een systeem
                    van betaald parkeren met medegebruik door vergunninghouders. Indien in een
                    motorvoertuig geen bewijs van betaling van parkeerbelasting (door middel van een
                    parkeervergunning of betaald parkeren) wordt aangetroffen, wordt een
                    naheffingsaanslag opgelegd. In de parkeervergunning wordt als voorwaarde
                    opgenomen dat de vergunning zichtbaar in het motorvoertuig geplaatst dient te
                    zijn. Tevens wordt in de vergunning opgenomen dat parkeren in strijd met de
                    voorwaarden, geacht wordt te zijn parkeren zonder vergunning. In dat geval dient
                    de verschuldigde parkeerbelasting te worden voldaan door het kopen van een
                    parkeerkaartje. Het achteraf tonen van een parkeervergunning, is dan geen reden
                    voor vernietiging van de opgelegde naheffingsaanslag.</al><al/><tussenkop>Artikel 17</tussenkop><al>Het college bepaalt op basis van het beschikbare aantal parkeerplaatsen per
                    gebied hoeveel parkeervergunningen kunnen worden uitgegeven. Als het maximum
                    aantal uit te geven vergunningen is bereikt, kan een vergunningaanvraag worden
                    geweigerd en wordt de aanvrager op een wachtlijst geplaatst. Wanneer de
                    aanvrager aan de beurt is voor een nieuwe vergunning, wordt hij of zij
                    uitgenodigd om opnieuw een aanvraag in te dienen en zal er opnieuw een besluit
                    worden genomen. </al><al/><tussenkop>Artikel 18</tussenkop><al>In bepaalde gevallen kan tot intrekking of wijziging van een vergunning worden
                    overgegaan. Vrijwel altijd zal de vergunninghouder eerst een voornemen tot
                    intrekking of wijziging worden toegezonden en zal hij in de gelegenheid worden
                    gesteld hierop zijn zienswijze te geven (e.e.a. conform de bepalingen van de
                    Algemene wet bestuursrecht).</al><al/><tussenkop>Artikel 19</tussenkop><al>Dit artikel verbiedt het plaatsen van voorwerpen of voertuigen, niet zijnde
                    motorvoertuigen, op parkeerapparatuur- en vergunninghoudersplaatsen. Het
                    plaatsen van dergelijke voorwerpen belemmert de normale gang van zaken op de
                    genoemde plaatsen en doorkruist daarmee de beoogde regulering. Het gaat hier om
                    gedragingen die zich niet lenen voor fiscalisering. Deze verbodsbepaling moet
                    dan ook, ongeacht of tot fiscalisering wordt overgegaan, in de verordening
                    worden opgenomen.</al><al>Van het eerste lid kan een ontheffing worden verleend. Dit geldt met name ten
                    aanzien van caravans of aanhangwagens waarvan het wenselijk is dat deze op de
                    parkeerplaats staan. In aansluiting op de APV zal voor een caravan een
                    ontheffing van maximaal drie dagen worden verstrekt. </al><al>Het is voor een goede gang van zaken op parkeerapparatuurplaatsen echter niet
                    gewenst om ontheffing te kunnen verlenen van het in het tweede lid neergelegde
                    verbod. De mogelijkheid daartoe is daarom ook niet opgenomen in de
                    verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 20</tussenkop><al>Ook dit artikel bevat, net als artikel 19, een verbodsbepaling voor gedragingen
                    die zich niet lenen voor fiscalisering. Deze gedragingen kunnen niet worden
                    aangemerkt als het betalen van parkeerbelasting en er kan ook niet handhavend
                    worden opgetreden door het opleggen van een naheffingsaanslag. Daarom is het
                    nodig hiervoor in de parkeerverordening een apart verbodsartikel op te nemen en
                    een strafbaarstelling, welke in afdeling 4 van de parkeerverordening is
                    geregeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 21</tussenkop><al>Artikel 154 van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten op overtreding van hun
                    verordeningen een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                    tweede categorie kunnen stellen. Openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak
                    kan als bijkomende straf op een overtreding worden gesteld. Het openbaar maken
                    van de rechterlijke uitspraak is een bijkomende straf waarvan bij
                    parkeerovertredingen weinig effect te verwachten valt. Het opnemen daarvan in de
                    Parkeerverordening is daarom achterwege gelaten.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>