<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR48559_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening regelende de bezoldiging van het personeel in dienst van de gemeenteOuder-Amstel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bezoldigingsregeling Ouder-Amstel 1989</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gelet op de circulaire van het Centraal Orgaan (thans genaamd College voor Arbeidszaken) d.d. 19 oktober 1984, nr. OPZ/7300; gezien de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken d.d. 13 juni 1988, nr. AB88/156/U11; mede gezien de circulaires van het College van Arbeidszaken d.d. 29 juni 1988, nr. OPZ/25540 en d.d. 13 oktober 1988, nr. OPZ/28515; gehoord de commissie voor georganiseerd overleg in ambtenarenzaken te Ouder-Amstel</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1989-05-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1989-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>89/60/14</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening regelende de bezoldiging van het personeel in dienst van de gemeenteOuder-Amstel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 mei 1989,
                        nr. 89/60/14;</al><al>gelet op de circulaire van het Centraal Orgaan (thans genaamd College
                        voor</al><al>Arbeidszaken) d.d. 19 oktober 1984, nr. OPZ/7300;</al><al>gezien de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken d.d. 13 juni
                        1988, nr.</al><al>AB88/156/U11;</al><al>mede gezien de circulaires van het College van Arbeidszaken d.d. 29 juni
                        1988, nr.</al><al>OPZ/25540 en d.d. 13 oktober 1988, nr. OPZ/28515;</al><al>gehoord de commissie voor georganiseerd overleg in ambtenarenzaken te
                        Ouder-Amstel;</al><al><vet>s t e l t v a s t:</vet></al><al>De ‘verordening regelende de bezoldiging van het personeel in dienst van
                        de gemeente</al><al>Ouder-Amstel’.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.ambtenaar:</al><lijst><li nr="1."><al>de ambtenaar in de zin van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling
                            en de Uitwerkingsovereenkomst voor de sector gemeenten;</al></li><li nr="2."><al>de werknemer in de zin van artikel 2:5:1 van de
                                    Uitwerkingsovereenkomst;</al><lijst><li nr="b."><al>salaris:het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede
                                            lid, onder b van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling;</al></li><li nr="c."><al>salaris per uur:</al><al>het 1/165 deel van het salaris bij een gemiddeld 38-urige werkweek;</al></li><li nr="d."><al>salarisschaal:</al><al>de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, onder a van de
                            Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling opgenomen in de bijlagen behorende bij
                            deze verordening;</al></li><li nr="e."><al>salarisnummer:</al><al>een aanduiding, bestaande uit een getal of uit een letter en een getal,
                            dat in een salarisschaal voor een salaris is vermeld.</al></li><li nr="f."><al>maximumsalaris:</al><al>het hoogste bedrag van een salarisschaal, dat kan worden bereikt door
                            jaarlíjkse salarisverhogingen;</al></li><li nr="g."><al>bezoldiging:</al><al>de bezoldiging, als bedoeld in artikel 3:2, tweede lid, onder c van de
                            Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling;</al></li><li nr="h."><al>functie:</al><al>het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten;</al></li><li nr="i."><al>functiewaardering:</al><al>het op systematische wijze in rangorde plaatsen van functies, met als
                            criterium de relatieve zwaarte van het werk;</al></li><li nr="j."><al>conversietabel:</al><al>de vertaling van de gevonden rangorde naar salarisschalen;</al></li><li nr="k."><al>volledige werktijd:</al><al>een werktijd welke gemiddeld 38 werkuren per week omvat.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al>1.Het recht op bezoldiging vangt aan met de dag waarop de aanstelling
                            van de ambtenaar ingaat.</al><al>Indien in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld,
                            vangt het recht op bezoldiging aan met de dag waarop de ambtenaar feitelijk in dienst is
                            getreden.</al><al>2.Het recht op bezoldiging eindigt, in geval van ontslag, met ingang van
                            de dag waarop het ontslag ingaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Wanneer het salaris, een emolument of een toelage moet worden berekend
                            over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het
                            maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>De salarissen van ambtenaren, wier salaris niet bij of krachtens de wet
                            is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de salarisschalen opgenomen in
                            de bij deze verordening behorende bijlagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>1.Burgemeester en wethouders bepalen op basis van functiewaardering
                            en conversietabel de functionele indeling van de ambtenaar in de
                            salarisschaal, tenzij de wijze van functioneren zich daartegen nog verzet.</al><al>2.Burgemeester en wethouders kunnen de ambtenaar, die de hem toegekende
                            functie naar hun oordeel nog niet volledig vervult, indelen in de salarisschaal
                            onmiddellijk voorafgaande aan de schaal die op basis van functiewaardering aan diens
                            functie is verbonden.</al><al>3.Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking
                            tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren
                            methode.</al><al>4.Anders dan bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in de
                            Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst voor de
                            sector gemeenten, kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen
                            salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem
                            geldende salarisschaal.</al><al>5.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, wordt de hoogste op
                            de bij deze verordening behorende bijlage voorkomende salarisschaal toegekend aan
                            de gemeentesecretaris.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Salaris bij aanstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij aanstelling kennen burgemeester en wethouders de ambtenaar het
                            salaris toe dat:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij 22 jaar of ouder is, in de voor hem geldende
                                    salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer 0;</al></li><li nr="b."><al>wanneer hij jonger dan 22 jaar is, in de voor hem geldende
                                    salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer, bestaande uit de letter J en het
                            getal, dat overeenkomt met zijn leeftijd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het bepaalde in het vorige lid kan worden afgeweken door het
                            toekennen van een hoger salaris, indien daarvoor naar het oordeel van burgemeester en
                            wethouders aanleiding bestaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Jaarlijkse salarisverhoging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het salaris van de ambtenaar wordt binnen de voor hem geldende
                            salarisschaal periodiek verhoogd tot het naasthogere bedrag.</al></li><li nr="2."><al>De periodieke verhogingen worden toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer de ambtenaar 22 jaar of ouder is en hij het
                                            maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal
                                            nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang
                                            van 1 januari van het jaar waarin de aanspraak daarop
                                            bestaat en nadien telkens na een jaar;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de ambtenaar jonger dan 22 jaar is, met ingang
                                            van 1 januari van het jaar waarin de hogere leeftijd
                                            wordt bereikt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het salaris wordt, indien de salarisschaal dit aangeeft en
                                    wanneer het maximumsalaris is bereikt, voor de eerste maal na vijf jaar en
                            vervolgens om de twee jaar verhoogd tot het naasthogere bedrag, vermeld achter een
                            salarisnummer beginnende met de letter U.</al></li><li nr="4."><al>Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid aan de ambtenaar een
                            periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het
                            oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat.</al></li><li nr="5."><al>De tijd gedurende welke de ambtenaar ingevolge wettelijke
                            verplichting, als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de
                            Uitwerkingsovereenkomst voor de sector gemeenten, wordt geacht in zijn
                            betrekking met verlof te zijn, wordt voor de toekenning van het salaris als
                            diensttijd in aanmerking genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>1.Burgemeester en wethouders kunnen aan de ambtenaar, die het
                            maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, een
                            extra salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet
                            uitgaande boven het maximumsalaris, toekennen op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver;</al></li><li nr="b."><al>andere door burgemeester en wethouders van voldoende belang
                                    geachte werkzaamheden.</al></li></lijst><al>2.Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop
                            ingevolge artikel 7 een salarisverhoging wordt toegekend onverlet, tenzij burgemeester en
                            wethouders anders bepalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onthouden van periodieke verhogingen</titel></kop><al>1.Bij onvoldoende bekwaamheid, geschiktheid of ijver van de ambtenaar
                            kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat ten aanzien van hem
                            salarisverhogingen, als bedoeld in artikel 7, achterwege worden gelaten.</al><al>2.Burgemeester en wethouders kunnen nadien bepalen dat de
                            salarisverhogingen, welke met toepassing van het eerste lid achterwege zijn gelaten, al dan
                            niet met terugwerkende kracht, alsnog worden toegekend.</al><al>3.Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de
                            ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor de datum waarop anders de
                            salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen
                            welke tot de beslissing hebben geleid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vaststelling salaris bij bevordering</titel></kop><al>1.Wanneer voor de ambtenaar een salarisschaal gaat gelden met een
                            hoger maximumsalaris, wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het
                            bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de ambtenaar in de oude
                            schaal zou hebben genoten, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 8.</al><al>2.Onverminderd het bepaalde in artikel 7 wordt het salaris in de nieuwe
                            salarisschaal verhoogd tot een bedrag in die schaal, zodra en voor zoveel zulks nodig
                            is om te bereiken dat het nieuwe salaris blijft uitgaan boven het salaris dat de
                            ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Salaris bij niet-volledige werktijd</titel></kop><al>Het salaris van de ambtenaar met een niet-volledige werktijd wordt
                            vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou gelden bij een volledige
                            werktijd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen betreffende toelagen</titel></kop><al>1.Aan de ambtenaar die het maximum van de voor hem geldende
                            salarisschaal heeft bereikt kan door burgemeester en wethouders, wanneer daartoe naar hun
                            oordeel op grond van buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver aanleiding
                            bestaat, een toelage worden toegekend.</al><al>2.De in het vorige lid bedoelde toelage is niet hoger dan 10 procent van
                            het salaris van de betrokken ambtenaar, met dien verstande dat de som van dat salaris en
                            die toelage het hoogste bedrag van de naasthogere salarisschaal niet
                            overschrijdt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Minimumloon</titel></kop><al>1.Indien het salaris minder is dan het maandbedrag van het minimumloon,
                            dat krachtens de artikelen 7, 8 en 14 van de Wet minimumloon en</al><al>minimumvakantiebijslag (Staatsblad 1968, nr. 657) geldt voor werknemers
                            van dezelfde leeftijd als de ambtenaar, wordt hem een toelage toegekend ten
                            bedrage van het verschil.</al><al>2.Voor de ambtenaar met een niet-volledige werktijd, wordt het voor
                            werknemers van dezelfde leeftijd geldende minimumloon geacht te zijn vastgesteld op een
                            evenredig deel van het minimumloon bij een volledige werktijd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Toelage voor onregelmatige dienst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt met een lager
                            maximumsalaris dan dat van schaal 11 en die anders dan bij wijze van overwerk, geregeld
                            of vrij geregeld arbeid verricht op andere tijden dan op de dagen maandag tot en
                            met vrijdag tussen 8 en 18 uur, wordt een toelage toegekend.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde toelage bedraagt per gewerkt uur een
                            percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur. Dit percentage
                            bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6
                                            en 8 uur en tussen 18 en 22 uur;</al></li><li nr="b."><al>40% voor de uren op zaterdag tussen 6 en 22 uur;</al></li><li nr="c."><al>40% voor de uren op maandag tot en met zaterdag tussen 0
                                            6 uur en tussen 22 en 24 uur;</al></li><li nr="d."><al>65% voor de uren op zondag en op de feestdagen, genoemd
                                            in artikel 4:1:1, lid 3, van de Uitwerkingsovereenkomst,
                                            met dien verstande dat genoemde percentages worden
                                            berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is
                                            afgeleid van het maximumsalaris van schaal 6.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de in het vorige lid onder a genoemde morgen en avonduren
                                    wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen voor 7 uur,
                            respectievelijk is beëindigd na 19 uur.</al></li><li nr="4."><al>In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders een regeling
                            treffen, welke het bepaalde in dit artikel aanvult of daarvan afwijkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>1.Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn
                            toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 14 een
                            blijvende verlaging ondergaat, wordt door burgemeester en wethouders een aflopende
                            toelage toegekend, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van
                                    het salaris en de toelagen bedoeld in artikel 12 en</al></li><li nr="b."><al>de ambtenaar de toelage, als bedoeld in artikel 14, direct
                                    voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of
                                    vermindering ervan, gedurende tenminste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.</al></li></lijst><al>2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar
                            van 55 jaar</al><al>of ouder, wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen
                            beëindigen of</al><al>verminderen van een toelage, als bedoeld in artikel 14, een blijvende
                            verlaging</al><al>ondergaat, een blijvende toelage toegekend indien:</al><al>-de ambtenaar de toelage als bedoeld in artikel 14 direct voorafgaande
                            aan het</al><al>tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan,
                            gedurende</al><al>tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.</al><al>3.De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de
                            ambtenaar de</al><al>leeftijd van 55 jaar bereikt en hij, onmiddellijk voor de aanvang van
                            die toelage,</al><al>gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking een toelage
                            als</al><al>bedoeld in artikel 14 heeft genoten, over in een blijvende toelage als
                            bedoeld in het</al><al>vorige lid.</al><al>4.Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke
                            onderbreking</al><al>verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.</al><al>5.Voor de bepaling van de in dit artikel bedoelde toelage zijn van
                            toepassing de nadere</al><al>regels zoals deze overeenkomstig artikel 18 van het Bezoldigingsbesluit
                            Burgerlijke</al><al>Rijksambtenaren 1984 door de minister van Binnenlandse Zaken zijn of in
                            de</al><al>toekomst zullen worden vastgesteld voor het rijkspersoneel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Diverse toelagen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de ambtenaar een toelage
                            toekennen in verband met:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitoefenen van de functie van commandant van de
                                            vrijwi11ige brandweer;</al></li><li nr="b."><al>wachtdiensten in het kader van sneeuw- en
                                            gladheidsbestrijding;</al></li><li nr="c."><al>het verrichten van werkzaamheden waarvan burgemeester en
                                            wethouders van oordeel zijn dat de factoren vuil, zwaar
                                            of gevaarlijk werk niet of niet voldoende tot
                                            uitdrukking zijn gekomen bij de waardering van de
                                            desbetreffende functie.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders stellen voor de uitvoering van dit
                                    artikel nadere regels vast.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>1.Burgemeester en wethouders kunnen indien daartoe gelet op de aard van
                            de functie aanleiding bestaat aan de ambtenaar een algemene onkostenvergoeding
                            toekennen.</al><al>2.De in de algemene onkostenvergoeding op te nemen componenten, alsmede
                            de hoogte en de voorwaarden voor toekenning van de algemene
                            onkostenvergoeding worden individueel en passend binnen het fiscale regiem nader
                            vastgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>1.De op grond van de Bezoldigingsregeling Ouder-Amstel 1981 toegekende
                            salarissen en toelagen worden geacht te zijn verleend op grond van deze
                            regeling.</al><al>2.De op grond van de Bezoldigingsregeling Ouder-Amstel 1981 verleende
                            garantie- en nregelmatigheidstoelagen worden geacht te zijn verleend op grond van
                            deze regeling en worden door burgemeester en wethouders aangepast aan de
                            wijzigingen in de bezoldiging van het rijkspersoneel. die een algemeen karakter
                            dragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Voor gevallen waarin deze verordening niet of niet naar billijkheid
                            voorziet, treffen burgemeester en wethouders een bijzondere regeling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening, met bijlagen, kan worden aangehaald als
                            Bezoldigingsregeling Ouder-Amstel 1989.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juni
                                    1989.</al></li><li nr="3."><al>Met ingang van 1 juni 1989 vervalt de Bezoldigingsregeling
                                    Ouder-Amstel 1981,</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>vastgesteld bij raadsbesluit van 22 december 1983, sedertdien meermalen
                        gewijzigd.</ondertekening><ondertekening>Ouder-Amstel, 18 mei 1989.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>R.van 't Veer C. de Groot</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>CAR</vet><vet>: bijlage II</vet></al><al/><tussenkop>Bijlage 1</tussenkop><al>Salaristabel jeugdsalarissen gemeenteambtenaren per 1 april 1998, oude
                    structuur</al><tussenkop>CAR: bijlage II</tussenkop></bijlage><bijlage><tussenkop>Bijlage 2</tussenkop><tussenkop>CAR: bijlage II</tussenkop></bijlage><bijlage><tussenkop>Bijlage 3</tussenkop><al>Salaristabel jeugdsalarissen gemeenteambtenaren per 1 april 1998, nieuwe
                    structuur</al><tussenkop>CAR: bijlage IIa </tussenkop></bijlage><bijlage><tussenkop>bijlage 4</tussenkop></bijlage><bijlage><tussenkop>Bijlage 5</tussenkop><al>Inpassingstabel betreffende de gemeentelijke garantiesalarissen per 1 april
                    1998</al><tussenkop>CAR: bijlage IVa1</tussenkop></bijlage><bijlage><tussenkop>Bijlage 6</tussenkop><al>Salarisschalen kunstzinnige vorming per 1 april 1998</al><tussenkop>CAR: bijlage VI</tussenkop></bijlage><bijlage><tussenkop>Bijlage 7</tussenkop><al>Vergoedingentabel betreffende de vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer
                    per 1 april</al><al>1998</al><tussenkop>Salaristabel per 1 april 1998</tussenkop><tussenkop>Salaristabel per 1 april 1998</tussenkop><tussenkop>Salaristabel per 1 april 1998</tussenkop><tussenkop>Salaristabel per 1 april 1998</tussenkop><tussenkop>Salaristabel per 1 april 1998</tussenkop></bijlage></regeling></body></cvdr>