<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR48547_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Naamgeving en Nummering</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad voor Ouder-Amstel 01/12/2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Naamgeving en Nummering (adressen)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen, artikel 6</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikelen 108 en 149 (v.w.b. autonome taken), 147 (v.w.b. de medebewindstaken) en 156 (delegatiebesluit)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe Regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/56</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Naamgeving en Nummering</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d
                        4 november 2010, nr. 2010/56</al><al>gelet op artikel 6 van de Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen,
                        artikel 147 van de Gemeentewet (v.w.b. de medebewindstaken), artikel 108
                        en artikel 149 van de Gemeentewet (v.w.b. autonome taken en artikel 156
                        Gemeentewet (delegatiebesluit);</al><al><vet>s t e l t v a s t:</vet></al><al>de ‘Verordening Naamgeving en Nummering (adressen)’</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening (en de daarop berustende bepalingen) wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Adres: door het college aan een verblijfsobject, een standplaats
                                    of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een
                                    combinatie van de naam van een openbare ruimte, een
                                    nummeraanduiding en de naam van een woonplaats. </al></li><li nr="2."><al>Afgebakend terrein: een terrein met een kunstmatige of
                                    natuurlijke afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten
                                    bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar is. </al></li><li nr="3."><al>College: het college van burgemeester en wethouders. </al></li><li nr="4."><al>Convenant: het tussen de Minister van Volkshuisvesting,
                                    Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Vereniging van
                                    Nederlandse Gemeenten en de Koninklijke TPG Post BV gesloten
                                    Kader Convenant en Nader Convenant inzake postcodes. </al></li><li nr="5."><al>Ligplaats: door het college als zodanig aangewezen plaats in het
                                    water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig
                                    terrein of een gedeelte daarvan, die is bestemd voor het
                                    permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of
                                    recreatieve doeleinden geschikt vaartuig.</al></li><li nr="6."><al>Nummeraanduiding: door het college als zodanig toegekende
                                    aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats, een
                                    ligplaats en een afgebakend terrein dat bestaat uit een of meer
                                    Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter-
                                    en/of cijfercombinatie.</al></li><li nr="7."><al>Openbare ruimte: een door het college als zodanig aangewezen en
                                    van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is
                                    gelegen.</al></li><li nr="8."><al>Pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en
                                    bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en
                                    duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar
                                    is. </al></li><li nr="9."><al>Rechthebbende: een ieder die krachtens eigendom of een beperkt
                                    zakelijk recht of een persoonlijk recht zodanig beschikking
                                    heeft over een onroerende zaak dat hij naar burgerlijk recht
                                    bevoegd is om in die zaak te handelen zoals in de verordening is
                                    voorgeschreven, alsmede de beheerder. </al></li><li nr="10."><al>Standplaats: door het college als zodanig aangewezen terrein of
                                    een gedeelte daarvan dat is bestemd voor het permanent plaatsen
                                    van een niet direct en duurzaam met de aarde verbonden en voor
                                    woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte
                                    ruimte.</al></li><li nr="11."><al>Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen inzake naamgeving en
                                    nummering (adressen).</al></li><li nr="12."><al>Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden
                                    gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden
                                    geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen
                                    afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een
                                    gedeelde verkeersruimte, die onderwerp kan zijn van
                                    goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht
                                    zelfstandig is. </al></li><li nr="13."><al>Wijk- en buurtindeling: een indeling van de gemeente in wijken
                                    en buurten conform de eisen die het CBS aan deze indeling
                                    verbindt. </al></li><li nr="14."><al>Woonplaats: door het college als zodanig aangewezen en van een
                                    naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente.</al></li><li nr="15."><al>De Wet: Wet Basisregistraties adressen en gebouwen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>Naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van namen aan de
                            openbare ruimte, het nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen,
                            standplaatsen en afgebakende terreinen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de grens en de naam van de woonplaats(en) vast en
                                kan desgewenst de woonplaats(en), al dan niet op basis van
                                bouwblokken, in wijken en buurten verdelen en aanduiden met namen,
                                zo nodig met letters en nummers. Het college stelt voor het totale
                                grondgebied van de gemeente ten minste een woonplaats vast en kan
                                een woonplaats in wijken of buurten verdelen, zo nodig daaraan
                                namen, letters of nummers toekennen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de openbare
                                ruimte en zonodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder vaststellen, verdelen, aanduiden en toekennen, zoals bedoeld
                                in het eerste lid en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen
                                en intrekken daarvan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de ligplaatsen en standplaatsen vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kent binnen het grondgebied van de gemeente nummers toe
                                aan verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college bepaalt de afbakening van panden, verblijfsobjecten,
                                standplaatsen en ligplaatsen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toekenning of afbakening, zoals bedoeld in het tweede en derde
                                lid, kan ook op voor personen toegankelijke objecten, zijnde niet
                                verblijfsobjecten of op afgebakende terreinen worden toegepast,
                                indien dat naar oordeel van het college noodzakelijk is. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder vaststellen, toekennen en bepalen, zoals bedoeld in het eerste
                                tot en met vierde lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en
                                intrekken daarvan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De door het college toegekende namen, zoals vervat in artikel 2,
                                worden door of in opdracht van de gemeente blijvend zichtbaar en in
                                voldoende aantallen ter plaatse aangebracht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan objecten, zoals aangegeven in artikel 3, waarvoor een nummer is
                                vastgesteld moet dat nummer op een doeltreffende wijze zijn
                                aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is eenieder die daartoe niet is bevoegd is, verboden namen aan
                                de openbare ruimte en woonplaatsen, wijken en buurten toe te kennen
                                door deze op zichtbare wijze aan te brengen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is een ieder die daartoe niet is bevoegd, verboden aan een pand
                                of verblijfsobject, stand- of ligplaats of afgebakend terrein
                                nummers toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen.
                            </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>Plaatsen van naam- en nummerborden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Gedoogplicht naamborden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk-
                                    of buurtaanduiding, borden met namen van de openbare ruimte,
                                    naamverwijsborden, nummerborden, nummerverzamelborden en andere
                                    (verwijs)aanduidingen aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal,
                                    schutting of een andere soort terreinafscheiding worden
                                    aangebracht, draagt de rechthebbende er zorg voor dat de hier
                                    bedoelde borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden,
                                    gewijzigd of verwijderd. </al></li><li nr="2."><al>Indien het college het noodzakelijk acht om een naambord, waarop
                                    de vervallen naam is doorgehaald, tijdelijk naast het naambord
                                    met de nieuwe naam te handhaven zal de rechthebbende dit
                                    toelaten als daaraan door het college een termijn van niet
                                    langer dan een jaar is verbonden. </al></li><li nr="3."><al>De rechthebbende zorgt er voor dat de in het eerste en tweede
                                    lid bedoelde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar
                                    blijven. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verplichting tot aanbrengen van nummerborden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tenzij het college anders heeft besloten, zorgt de rechthebbende
                                    van een object er voor dat de nummers, zoals bedoeld in artikel
                                    3, tweede lid, worden aangebracht op een wijze zoals krachtens
                                    artikel 7 is bepaald. </al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende draagt er zorg voor dat de in het eerste lid
                                    genoemde nummers binnen vier weken na kennisgeving van het
                                    besluit van het college zijn aangebracht. </al></li><li nr="3."><al>Indien een verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen of
                                    afgebakend terrein nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen
                                    vier weken na voltooiing aangebracht. </al></li><li nr="4."><al>Indien het college heeft besloten om een nummerbord, waarop het
                                    vervallen nummer is doorgehaald, naast het nummerbord met het
                                    nieuwe nummer te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten of
                                    daar uitvoering aan geven als daaraan door het college een
                                    termijn van niet langer dan een jaar is verbonden. </al></li><li nr="5."><al>Het college kan de in het tweede en derde lid genoemde termijn
                                    verlengen. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>Nadere voorschriften</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan uitvoeringsvoorschriften vaststellen betreffende
                                    het proces en de wijze van: </al><lijst><li nr="a."><al>naamgeving en van begrenzing van woonplaatsen, wijken,
                                            buurten en bouwblokken;</al></li><li nr="b."><al>naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte; </al></li><li nr="c."><al>nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en
                                            standplaatsen en afgebakende terreinen; </al></li><li nr="d."><al>opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De uitvoeringsvoorschriften zijn niet strijdig met het convenant
                                    inzake postcodes. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5 en
                                    artikel 6, eerste tot en met het vierde lid, wordt gestraft met
                                    een geldboete van de eerste categorie.</al></li><li nr="2."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening is belast de afdeling ROV.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vervallen oude regels</titel></kop><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen alle eerdere
                            gemeentelijke regels en voorschriften voor het benoemen van delen van de
                            openbare ruimte en het nummeren van de daaraan liggende objecten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde
                                    regels en voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na
                                    inwerkingtreding van deze verordening bestaan. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de
                                    op grond van de in het eerste lid genoemde regels en
                                    voorschriften aangebrachte namen en nummers binnen een door hen
                                    te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers
                                    die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde
                                    voorschriften. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening naamgeving en
                            nummering (adressen)’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 4 november 2010.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting op de Modelverordening naamgeving en nummering
                    (adressen)</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Wettelijke grondslag</al><al>Op 1 juli 2009 is de Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen (hierna: Wet
                    BAG), in werking getreden. Deze wet omvat onder meer regels betreffende de
                    methodische registratie van adresgegevens. <onderstreept>Met de
                        invo</onderstreept><onderstreept>e</onderstreept><onderstreept>ring van de
                        Wet BAG is de gemeente de plicht opgelegd om ten behoeve van de
                        basi</onderstreept><onderstreept>s</onderstreept><onderstreept>registratie
                        adressen bepaalde, expliciet in de Wet BAG genoemde zaken, van een naam,
                        nummer of
                        begre</onderstreept><onderstreept>n</onderstreept><onderstreept>zing te
                        voorzien. </onderstreept>Voor zover het deze zaken betreft is er sprake van
                    medebewind als bedoeld in artikel 108, tweede lid, van de Gemeentewet. Hoeveel
                    vrijheid de gemeente nog heeft om zelf een regeling rond naamgeving en nummering
                    te treffen wordt aangegeven in artikel 121 Gemeentewet. Dit artikel stelt, dat
                    de gemeentelijke regeling niet in strijd mag zijn met wetten, algemene
                    maatregelen van bestuur en provinciale verordeningen. Deze
                    bevoegdheidsafbakening betekent, dat de gemeente een aanvullingsbevoegdheid
                    heeft op de hogere regelgeving. De gemeente heeft ter voorbereiding daarvan wel
                    rekening te houden met twee grenzen. Een benedengrens (niet treden in de
                    bijzondere belangen van de ingezetenen) en een bovengrens (regels mogen niet in
                    strijd zijn met hogere regelgeving).</al><al><onderstreept>Al met al staat het de gemeente dus vrij om, met het oog op een
                        goede uitvo</onderstreept><onderstreept>e</onderstreept><onderstreept>ring
                        van het medebewind, de wijze van naamgeving en
                        numm</onderstreept><onderstreept>e</onderstreept><onderstreept>ring in het
                        kader van de Wet BAG nader te regelen.</onderstreept> Het gaat hier om het
                    zogeheten ‘vrije medebewind’, omdat in de Wet BAG geen regels worden gegeven
                    voor het meer creatieve proces dat aan de eerder genoemde methodische
                    registratie vooraf gaat; onder andere het bedenken en toekennen van namen aan
                    woonplaatsen en aan delen van de openbare ruimte en de methode van toekennen van
                    nummeren aan objecten en plaatsen.</al><al><onderstreept>Het is de gemeente, in het kader van regeling en bestuur van de
                        eigen hui</onderstreept><onderstreept>s</onderstreept><onderstreept>houding,
                        toegestaan om in de verordening inzake naamgeving en nummering
                        bepali</onderstreept><onderstreept>n</onderstreept><onderstreept>gen op te
                        nemen over zaken waarin de Wet BAG in het geheel niet
                        voorziet.</onderstreept> Daaronder vallen bijvoorbeeld zaken als de
                    afbakening en aanduiding van wijken, buurten en bouwblokken, alsmede het
                    nummeren van afgebakende en afsluitbare terreinen en de naamgeving van
                    gemeentelijke bouwwerken. De verordening naamgeving en nummering heeft daardoor
                    een dubbele grondslag nodig. Met betrekking tot de beslissingen, als bedoeld in
                    artikel 6 van de Wet BAG, is er sprake van regeling van bestuur in medebewind,
                    waarvoor artikel 108, tweede lid, en artikel 149 van de Gemeentewet de grondslag
                    biedt. Voor de overige beslissingen betreft het regeling en bestuur op grond van
                    artikel 108, eerste lid en artikel 149 van de Gemeentewet. De twee grondslagen
                    voor deze verordening worden dan ook in de aanhef van de verordening
                    genoemd.</al><al>Op het punt van de taaktoedeling bepaalt de Wet BAG, dat de in artikel 6 van die
                    wet genoemde beslissingen door de gemeenteraad moeten worden genomen, waarmee
                    wordt aangesloten op de voorheen bestaande taaktoedeling op basis van artikel
                    108, eerste lid en hoofdstuk IX van de Gemeentewet. Het is zodoende – mede
                    ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet - de raad die, naast het autonome deel,
                    ook het onderwerpelijke medebewindsdeel in een regeling kan uitwerken. In de
                    verordening zelf kan delegatie van beslissingen aan het college worden geregeld
                    op grond van de algemene delegatiebevoegdheid van artikel 156, eerste lid, van
                    de Gemeente. Dit is in deze verordening ook het geval. (Zie verder ook hierna
                    onder dualistisch bestel)</al><tussenkop>Belang van naamgeving en nummering (adressen)</tussenkop><al>Adressen vervullen een essentiële functie in het maatschappelijk verkeer. Niet
                    alleen voor dienstverlenende instanties als politie, brandweer, posterijen en
                    ambulancebedrijven, maar ook voor bijvoorbeeld de makelaardij, de advocatuur,
                    het notariaat en het bedrijfsleven. Zij kunnen veelal hun werkzaamheden niet
                    uitvoeren zonder goed sluitende informatie over adressen. Ook de burger heeft
                    belang bij goede adressering van zijn woonverblijf. Hij wenst in brede zin
                    vindbaar te zijn. Adressen vervullen binnen het openbaar bestuur eveneens een
                    wezenlijke functie. Enerzijds is een groot deel van de overheidsregistraties
                    geordend (toegankelijk) op alfanumerieke volgorde van adressen. Anderzijds zijn
                    adressen van wezenlijke betekenis voor het koppelen en maken van selecties uit
                    deze registraties. Het benoemen van delen van de openbare ruimte (voorheen
                    straatnamen) en het toekennen van nummers aan verblijfsobjecten (voorheen
                    huisnummers) is een taak die de gemeente met extra zorg moet omgeven.</al><tussenkop>Algemene wet bestuursrecht (besluit)</tussenkop><al>Het toekennen van een naam of nummer (adressen) op grond van de verordening is
                    een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het besluit zal
                    aan de formele en materiële eisen van de Awb moeten voldoen. Op grond van de Awb
                    is het mogelijk tegen een besluit een bezwaarschrift in te dienen bij het
                    besluitende bestuursorgaan. Tevens staat de mogelijkheid open om een
                    beroepschrift in te dienen bij de sector bestuursrecht van de
                    arrondissementsrechtbank.</al><al>Met name ten aanzien van naamgeving kan de vraag rijzen of er wel sprake is van
                    een besluit. Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord indien het besluit
                    zich richt op bepaalde, concreet aanwijsbare objecten en het besluit gebaseerd
                    is op een publiekrechtelijke regeling die een gedoogplicht inhoudt voor de
                    rechthebbende op onroerende zaken in verband met het op deze objecten aanbrengen
                    van naam- en nummerborden. <onderstreept>Op grond van deze verordening zal
                        derhalve spr</onderstreept><onderstreept>a</onderstreept><onderstreept>ke
                        zijn van een besluit tot naamgeving of nummering. Ook
                        wijz</onderstreept><onderstreept>i</onderstreept><onderstreept>ging of
                        intrekking van een naam of nummer of het afwijzen van een verzoek daartoe
                        valt binnen de reikwijdte van de
                        </onderstreept><onderstreept>AWB</onderstreept>. Indien een aanvraag voor
                    een naam of een nummering moet worden afgewezen of een besluit tot naamgeving of
                    nummering een belanghebbenden zou treffen, moet worden bezien of artikel 4:7 dan
                    wel 4:8 van de AWB van toepassing is. Deze artikelen houden de verplichting in
                    de aanvrager of belanghebbende te horen voordat het besluit wordt genomen.</al><al>Dualistisch bestel</al><al>Maar er is meer te melden over de bevoegdheid inzake naamgeving en nummering;
                    namelijk het dualistische stelsel. De kern van het dualisme is de ontvlechting
                    van de positie en bevoegdheden van de raad en het college. De kaderstellende en
                    controlerende bevoegdheden worden bij de raad gelegd en de bestuursbevoegdheden
                    worden bij het college geconcentreerd. Er kunnen drie typen bestuursbevoegdheden
                    worden onderscheiden in a.) bestuursbevoegdheden die in de Gemeentewet zijn
                    opgenomen, b.) de bestuursbevoegdheden in medebewindswetten en c.) de autonome
                    bevoegdheden. De bestuurlijke bevoegdheden die in de Gemeentewet zijn opgenomen
                    zijn met de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur (Stb.2002,
                    111) bij het college gelegd.</al><al><onderstreept>De naamgeving en nummering kan worden aangemerkt als een autonome
                        b</onderstreept><onderstreept>e</onderstreept><onderstreept>stuursbevoegdheid.
                        Deze bevoegdheid blijft dus nog bij de raad liggen.</onderstreept> Pas na de
                    aanvaardig van de grondwetswijziging en een wijziging van de artikelen 108 en
                    147 Gemeentewet kan deze bevoegdheid aan het college worden toegekend. Voorlopig
                    blijft deze bevoegdheid nog bij de Gemeenteraad. <onderstreept>Wel kan de raad
                        ervoor kiezen om vooruitlopend op deze wijziging van de Grondwet de
                        b</onderstreept><onderstreept>e</onderstreept><onderstreept>voegdheid tot
                        naamgeving en nummering aan het college te delegeren.</onderstreept> Ter
                    volmaking van het dualistische stelsel ligt dit ook in de rede. Wel blijft ook
                    in het dualistische stelsel de verordende bevoegdheid bij de raad liggen. Dit
                    betekent dat de bevoegdheid tot vaststelling van een verordening op de
                    naamgeving en nummering bij de raad blijft berusten. De raad kan er echter – ook
                    nu al – voor kiezen om de verordende bevoegdheid ter zake van naamgeving en
                    nummering op grond van artikel 156 Gemeentewet aan het college te delegeren. Dat
                    is in deze modelverordening ook voor gekozen.</al><tussenkop>Regelen van de gevolgen</tussenkop><al>Bij het gebruik van de bevoegdheid tot naamgeving en nummering moet het college
                    rekening houden met het belang van vooral bewoners en bedrijven. Wijziging van
                    een naam of een nummer treft immers de belangen van bewoners en bedrijven. In
                    bepaalde gevallen kan er sprake zijn van een gemeentelijke gehoudenheid tot
                    regeling van de gevolgen van de wijzigingsbesluiten. Een aantal punten is
                    hierbij van belang:</al><lijst><li nr="1."><al>Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de wijziging dient
                            voldoende tijd te liggen, zodat de bewoners en de bedrijven zich op de
                            gewijzigde naam of het veranderde nummer kunnen voorbereiden. Hoe langer
                            deze periode is, hoe minder de gemeenten gehouden is tot compenserende
                            maatregelen. De in artikel 11 genoemde periode kan voor gewone gevallen
                            als een redelijke voorbereiding worden gezien. Gevallen die hiervan
                            afwijken, zoals sterk naar buiten tredende bedrijven met een groot
                            klantenpotentieel, moeten op zichzelf worden bezien. Het verdient
                            aanbeveling in een vroeg stadium contact op te nemen met de betrokken
                            bewoners en bedrijven. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent deze
                            verplichting op grond van artikel 4:8. </al></li><li nr="2."><al>Voor de gevallen waarin de gemeente gehouden kan worden tot het
                            vergoeden van de gemaakte kosten, is geen algemene norm aan te geven
                            waaruit de hoogte of de vorm van de vergoeding kan worden afgeleid.
                        </al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging bewoners betreft en er een korte
                            voorbereidingsperiode geldt, is het beschikbaar stellen van een aantal
                            adreswijzigingkaarten in de meeste gevallen een redelijke vorm van
                            schadeloosstelling. </al></li><li nr="4."><al>Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van een jaar onredelijk
                            in hun belangen worden getroffen, kunnen een aanspraak maken op
                            vergoeding van een deel van de kosten die ze maken. Daarbij zijn de
                            volgende aspecten te overwegen: </al><lijst><li nr="a."><al>De bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging te besluiten;
                                </al></li><li nr="b."><al>Het maatschappelijk risico dat een bedrijf dientengevolge is toe
                                    te rekenen, waarbij de keuze voor vermelding van het adres op
                                    verpakkingsmateriaal, winkelruiten, markiezen, bedrijfsauto’s of
                                    productieonderdelen geacht worden tot het ondernemersrisico te
                                    behoren; </al></li><li nr="c."><al>De lengte van de voorbereidingsperiode; </al></li><li nr="d."><al>De specifieke aspecten van het bedrijf; </al></li><li nr="e."><al>De voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en
                                    andersoortige productieonderdelen die niet tot het
                                    ondernemingsrisico zijn te rekenen; </al></li><li nr="f."><al>De actualiteit van de onder punt e genoemde zaken; </al></li><li nr="g."><al>Het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de onder
                                    punt e genoemde zaken; </al></li><li nr="h."><al>De mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale afschrijving
                                    van de onder punt e genoemde zaken. </al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al><onderstreept>De begripsomschrijvingen zijn aangepast aan de omschrijving zoals
                        opgen</onderstreept><onderstreept>o</onderstreept><onderstreept>men in
                        artikel 1 van de wet.</onderstreept> Daardoor zijn de voorheen in de
                    verordening gehanteerde begrippen straatnaam, huisnummer, object, gebouw,
                    complex en bouwwerk komen te vervallen. Verblijfsobject, pand, nummeraanduiding,
                    wijk- en buurtindeling, woonplaats en convenant zijn aan de
                    begripsomschrijvingen toegevoegd. De overige begrippen zijn ongewijzigd
                    gebleven. Voor de goede orde wordt gewezen op het feit dat het begrip &lt;
                    openbare ruimte &gt; onder punt g niet precies overeenkomt met de openbare
                    ruimte die wordt gebezigd in het spraakgebruik.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al><onderstreept>Het eerste lid regelt het vaststellen en begrenzen van de
                        woo</onderstreept><onderstreept>n</onderstreept><onderstreept>plaats(en).</onderstreept>
                    Het totale grondgebied van de gemeente moet in een of meer woonplaatsen worden
                    opgedeeld. Dit betekent, dat de gemeentegrens altijd samenvalt met de
                    woonplaatsgrenzen. Verder biedt het eerste lid de mogelijkheid om woonplaatsen
                    te verdelen in wijken en buurten. In het kader van de Volkstelling 1971 is
                    tussen gemeenten, de provinciale planologische diensten en het Centraal Bureau
                    voor de Statistiek (CBS) een gebiedsindeling overeengekomen, die wordt aangeduid
                    met de term <onderstreept>CBS
                        </onderstreept><onderstreept>wijk-</onderstreept><onderstreept> en
                        buurtind</onderstreept><onderstreept>e</onderstreept><onderstreept>ling</onderstreept>.
                    Deze indeling werd noodzakelijk geacht, omdat op provinciaal en landelijk niveau
                    behoefte bestond aan inzicht in de onderverdeling van het gemeentelijk
                    grondgebied. Sinds 1971 heeft het echter ontbroken aan systematisch
                    interbestuurlijk overleg waardoor onduidelijkheid kon ontstaan over de te
                    hanteren wijk- en buurtindeling. De minister van Economische Zaken is voornemens
                    zijn coördinerende rol inzake wijk- en buurtindeling te reactiveren, maar dat
                    heeft nog niet geleid tot nadere bijhoudingsregels. Gemeenten doen er voorlopig
                    verstandig aan - bij het opdelen van een woonplaats in wijken en buurten - de
                    CBS-voorschriften inzake de wijk- en buurtindeling uit 1970 aan te houden.</al><al><onderstreept>Het tweede lid regelt het per woonplaats benoemen van
                        openb</onderstreept><onderstreept>a</onderstreept><onderstreept>re
                        ruimte</onderstreept>. In de Wet BAG zijn geen bepalingen opgenomen over de
                    grenzen van benoemde delen van de openbare ruimte. Daar is in de verordening wel
                    voor gekozen om te voorkomen dat delen van de openbare ruimte, onbedoeld, een
                    dubbele naam krijgen of deels geen naam krijgen vanwege onduidelijkheid over de
                    begrenzingen. Voor de meeste gemeenten is het vastleggen van begrenzingen van
                    benoemde delen van de openbare ruimte al dagelijkse praktijk.
                        <onderstreept>Verder is in het tweede lid de naamgeving van
                        gemeent</onderstreept><onderstreept>e</onderstreept><onderstreept>lijke
                        gebouwen en bouwwerken meegenomen. </onderstreept>Deze taak kan, naast de
                    naamgeving van woonplaatsen en de openbare ruimte, aan de
                        <onderstreept>Commissie voor de
                        naamg</onderstreept><onderstreept>e</onderstreept><onderstreept>ving
                    </onderstreept>worden opgedragen.</al><al>Met de wettelijke regeling inzake de naamgeving van de openbare ruimte komt een
                    einde aan discussies over de naamgeving van rijkswegen en provinciale wegen.
                        <onderstreept>De Wet BAG schrijft namelijk voor dat alle
                        ve</onderstreept><onderstreept>r</onderstreept><onderstreept>blijfsobjecten
                        van een nummer moeten zijn voorzien en dat geldt dus ook voor
                        bijvoo</onderstreept><onderstreept>r</onderstreept><onderstreept>beeld
                        benzinestations, restaurants of hotels die alleen via een
                        </onderstreept><onderstreept>rijks</onderstreept><onderstreept>- of
                        provinciale weg zijn te
                        bere</onderstreept><onderstreept>i</onderstreept><onderstreept>ken</onderstreept>.
                    Nummers kunnen alleen worden uitgegeven als zij worden gerelateerd aan een door
                    het college vastgestelde naam aan een deel van de openbare ruimte.
                        <onderstreept>Gemeenten moeten derhalve ex artikel 6 van de Wet BAG voor
                        </onderstreept><onderstreept>rijks</onderstreept><onderstreept>- en
                        provinciale wegen een naambesluit nemen</onderstreept>. Gemeenten moeten
                    hier verstandig met hun bevoegdheid omgaan. In dit soort gevallen kan worden
                    aangesloten bij de al jaren door veel gemeenten toegepaste werkwijze, waarbij de
                    naamgeving louter wordt gebaseerd op het nummer en het type weg. Bijvoorbeeld
                    door de A3 in een bepaalde woonplaats de naam &lt;Rijksweg A3&gt; toe te kennen.
                    Daarmee blijft de A-nummering in tact en ook het type weg (rijksweg) blijft
                    onveranderd. (E-aanduidingen moeten niet in de naamgeving van rijkswegen worden
                    betrokken.) Zo kan ook bijvoorbeeld de provinciale weg N999 de naam
                    &lt;Provinciale weg N999&gt; worden toegekend. Ook hier blijft het type weg en
                    de N-nummering volledig in tact. Tot op heden hebben gemeenten zich aan deze
                    werkwijze gehouden.</al><al>Anders ligt dat bij de naamgeving van rivieren en wateren van internationale
                    betekenis. Na ampel beraad is besloten over de naamgeving van dit soort openbare
                    buitenruimten geen regels op te nemen in de verordening. Er bestaat voor de
                    gemeente immers geen enkele aanleiding of noodzaak tot het herbenoemen van deze
                    rivieren en wateren. Het behoeft bovendien geen nadere uitleg dat het tot
                    onoverzichtelijke situaties leidt als bijvoorbeeld een rivier per woonplaats een
                    andere naam krijgt toebedeeld. Het toekennen van nummeringen aan een object of
                    plaats dient te worden gekoppeld aan de naam van de openbare ruimte naast
                    voornoemde rivieren en wateren. Als zich de bijzondere situatie al mocht
                    voordoen om een naam van een rivier of water van internationale betekenis te
                    wijzigen, dan kan dat niet eerder plaatsvinden dan na gehouden overleg met het
                    bestuursorgaan die dat aangaat.</al><al>Het derde lid bepaalt, dat onder de termen bepalen, vaststellen, verdelen en
                    toekennen, zoals bedoeld in het eerste en twee lid, tevens het wijzigingen of
                    intrekken daarvan omvat. Deze passage is opgenomen, omdat hierover in het
                    verleden problemen zijn gerezen.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al><onderstreept>Het eerste en tweede lid regelen het vaststellen van standplaatsen
                        en li</onderstreept><onderstreept>g</onderstreept><onderstreept>plaatsen en
                        het toekennen van nummers aan verblijfsobjecten,
                        li</onderstreept><onderstreept>g</onderstreept><onderstreept>plaatsen,
                        standplaatsen en afgebakende terreinen</onderstreept>. Hier is niet voor de
                    term huisnummer gekozen, omdat bij afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen
                    niet kan worden gesproken van huis. Vandaar dat de term nummeraanduiding wordt
                    gebruikt.</al><al>Een burger kan overigens een aanvraag voor een nummeraanduiding bij burgemeester
                    en wethouders indienen. Deze aanvraag zal in de regel zijn aan te merken als een
                    verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel
                    1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Op de
                    afwikkeling van de aanvraag zijn de hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van toepassing
                    (zie hierover ook de algemene toelichting).</al><al>De strekking van het derde lid spreekt voor zich en behoeft geen verdere
                    toelichting. Het vierde lid regelt, dat het eerste tot en met het derde lid ook
                    kan worden toegepast op andere betreedbare en afsluitbare objecten - zoals
                    bijvoorbeeld afgebakende terreinen - als het college dat nodig oordeelt.</al><al>Het vijfde lid bepaalt dat onder de termen vaststellen, verdelen en toekennen,
                    zoals bedoeld in het eerste en twee lid, tevens het wijzigingen of intrekken
                    daarvan omvat. Deze passage is opgenomen, omdat hierover in het verleden
                    problemen zijn gerezen.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al><onderstreept>De toegekende namen moeten overeenkomstig de wens van het college
                        wo</onderstreept><onderstreept>r</onderstreept><onderstreept>den
                        aangebracht. De kosten daarvan komen voor
                        r</onderstreept><onderstreept>e</onderstreept><onderstreept>kening van de
                        gemeente.</onderstreept> De in het eerste lid vervatte zinsnede ‘in
                    voldoende aantallen ter plaatse’ verdient nadere toelichting. Onder dit begrip
                    wordt verstaan, dat een verkeersdeelnemer bij het oprijden van een kruising van
                    wegen, door in voldoende aantallen aangebrachte naamborden, zonder omkijken en
                    in een oogopslag de naam van de dwarsstraat moet kunnen lezen. Dit betekent
                    doorgaans dat op alle hoeken van de kruising borden dienen te worden
                    aangebracht.</al><al><onderstreept>Het tweede lid bepaalt dat een object of plaats of terrein een
                        door het college toegekend nummer ook feitelijk moet dragen. Het college
                        wordt de
                        mogelij</onderstreept><onderstreept>k</onderstreept><onderstreept>heid
                        geboden toe te zien op de naleving van het
                        aa</onderstreept><onderstreept>n</onderstreept><onderstreept>brengen van
                        nummers</onderstreept>. Met het oog op de dienstverlening is het immers
                    noodzakelijk dat de nummers, die door het college zijn toegekend, ook ter
                    plaatse terug zijn te vinden. Voor de hieraan verbonden kosten wordt verwezen
                    naar de algemene toelichting.</al><al><onderstreept>Het derde lid verbiedt een ieder die daartoe niet is bevoegd,
                        n</onderstreept><onderstreept>a</onderstreept><onderstreept>men toe te
                        kennen aan delen van de openbare ruimte door naamborden
                        zich</onderstreept><onderstreept>t</onderstreept><onderstreept>baar ter
                        plaatse aan te brengen. </onderstreept>Het komt steeds vaker voor dat
                    burgers - om de meest uiteenlopende redenen - een straatnaambord in de tuin
                    plaatsen of aan de onroerende zaak bevestigen. Dat geeft veelal verwarring met
                    de door de gemeente toegekende namen aan de openbare ruimte. Het derde lid geeft
                    de gemeente de bevoegdheid om hiertegen op te treden. Voor de goede wordt erop
                    gewezen dat het iedereen vrij staat om een naam toe te kennen aan zijn
                    onroerende zaak, zolang dat geen verwarring geeft met de door de gemeente
                    toegekende namen aan de openbare ruimte.</al><al><onderstreept>Het vierde lid verbiedt een ieder die daartoe niet is bevoegd
                        nummers toe te
                        ke</onderstreept><onderstreept>n</onderstreept><onderstreept>nen aan
                        onroerende zaken die privé bezit zijn door deze op zichtbare wijze aan te
                        brengen. </onderstreept>Het aanbrengen van zelf gekozen nummers door
                    eigenaren, gebruikers of beheerders aan objecten, plaatsen en terreinen is de
                    laatste decennia hand over hand toegenomen. Bovendien is bij de invoering van de
                    BAG ook gebleken dat nummers vaak zijn verdwenen. Ook worden nummers soms zo
                    abstract vormgegeven dat zij niet meer aan het <onderstreept>criteria van
                        doeltreffendheid</onderstreept>, zoals bedoeld in het tweede lid, voldoen.
                        <onderstreept>Deze criteria kunnen worden uitgewerkt in de
                        uitvoeringsvoo</onderstreept><onderstreept>r</onderstreept><onderstreept>schriften,
                        zoals bedoeld in artikel 7.</onderstreept></al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Vanuit een weloverwogen algemeen maatschappelijk belang dienen naamborden door
                    of namens de gemeente ter plaatse goed zichtbaar en in voldoende mate te worden
                    aangebracht. Veelal is het noodzakelijk om naamborden te bevestigen aan
                    gebouwgevels, terreinafscheidingen of aan paaltjes die op privé-terrein worden
                    geplaatst. De betrokken rechthebbenden zijn verplicht dat toe te laten. Het
                    artikel houdt verder rekening met de omstandigheid dat de borden niet door de
                    gemeente zelf, maar op verzoek van de gemeente door derden worden
                    aangebracht.</al><al>Het tweede lid geeft de gemeente de mogelijkheid om een bord met de oude
                    (doorgehaalde) naam enige tijd te handhaven naast een bord met de nieuwe naam.
                    Op deze wijze wordt voorkomen dat zij, die niet van de herbenoeming op de hoogte
                    zijn, hun bestemming niet kunnen vinden.</al><al>Het derde lid is opgenomen om te voorkomen dat de leesbaarheid/zichtbaarheid van
                    een aangebracht naambord door bijvoorbeeld hoog opschietend groen, zonnescherm
                    of reclamebord wordt belemmerd. Vandaar dat is bepaald dat de rechthebbende
                    ervoor dient te zorgen dat de bedoelde borden vanaf de openbare weg leesbaar
                    blijven.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Met betrekking tot dit artikel wordt gewezen op het feit dat het aanbrengen van
                    nummerborden per gemeente verschillend is geregeld. Sommige gemeenten brengen de
                    nummers zelf aan. Het aanbrengen van de nummers wordt echter ook uitbesteed of
                    overgelaten aan de aannemer. Bijvoorbeeld als onderdeel van het uitvoeren van
                    een bouwwerk. Ten slotte wordt het ook vaak aan de rechthebbende opgedragen om
                    de nummers, conform de gemeentelijke voorschriften, aan te brengen.</al><al><onderstreept>In de verordening is gekozen voor een formulering waarbij de
                        rech</onderstreept><onderstreept>t</onderstreept><onderstreept>hebbende het
                        nummer dient aan te brengen, tenzij het
                        co</onderstreept><onderstreept>l</onderstreept><onderstreept>lege anders
                        besluit</onderstreept>. Het laatste zal vaak het geval zijn bij
                    nieuwbouwprojecten, waarbij een uniform uitgevoerde nummering wenselijk wordt
                    geacht. <onderstreept>Het verdient aanbeveling de
                        verantwoordelij</onderstreept><onderstreept>k</onderstreept><onderstreept>heid
                        voor het aanbrengen van een nummer in de tekst van het
                        nummerb</onderstreept><onderstreept>e</onderstreept><onderstreept>sluit te
                        regelen. (=BELEIDSREGEL!!)</onderstreept></al><al>In het tweede en derde lid is bepaald dat het door het college toegekende nummer
                    binnen een bepaalde termijn moet zijn aangebracht. Voor gevallen waarin het
                    object nog niet is voltooid, moet het nummer vier weken na de voltooiing zijn
                    aangebracht.</al><al>Het vierde lid biedt de gemeente de mogelijkheid om een bord met het oude
                    (doorgehaalde) nummer enige tijd te handhaven naast een bord met het nieuwe
                    nummer. Op deze wijze wordt voorkomen dat zij, die niet van de hernummering op
                    de hoogte zijn, hun bestemming niet kunnen vinden. Het handhaven van het oude
                    (doorgehaalde) nummer wordt soms bij omvangrijke of ingewikkelde vernummering
                    toegepast.</al><al>Het vijfde lid geeft het college de mogelijkheid de in het tweede en derde lid
                    genoemde termijnen te verlengen.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al><onderstreept>Het eerste lid biedt de mogelijkheid om uitvoeringsvoorschriften
                        vast te ste</onderstreept><onderstreept>l</onderstreept><onderstreept>len
                        ten aanzien van naamgeving en nummering.</onderstreept> Deze
                    uitvoeringsvoorschriften zijn gericht op <onderstreept>vast gemeentelijk beleid
                        (IS DAT ER AL??)</onderstreept>. Dat kan van belang zijn bij beroeps- en
                    bezwaarprocedures. De uitvoeringsvoorschiften kunnen bepalingen bevatten met
                    betrekking tot de bestuurlijke, taalkundige en inhoudelijke aspecten van de
                    naamgeving, alsmede bepalingen over de wijk- en buurtindeling, de toekenning van
                    nummers, de wijze van nummeren, de uitvoering en plaatsing van borden en
                    voorschriften van administratief-organisatorische aard. Ook kunnen modellen
                    worden voorgeschreven voor verklaringen, besluiten en formulieren.</al><al>Artikel 2 bepaalt dat de uitvoeringsvoorschriften niet in strijd mogen zijn met
                    het postcodeconvenant.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de verordening, heeft alleen
                    zin wanneer deze verplichtingen bij nalatigheid of overtreding kunnen worden
                    afgedwongen, zodra deze worden overtreden. Het is gebruikelijk aan lichte
                    overtredingen een geldboete van de eerste categorie te verbinden.</al><al>In het tweede lid wordt de afdeling of dienst aangewezen, die op de naleving van
                    de bepalingen in de verordening moet toezien. Dat kan bijvoorbeeld de afdeling
                    of dienst Bouwtoezicht zijn. De laatste jaren wordt dit toezicht steeds vaker
                    opgedragen aan de afdeling waaraan de bijhouding van de BAG is opgedragen.</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><tussenkop>Dit artikel regelt het vervallen van de oude bepalingen. De strekking van
                    dit artikel spreekt voor zich.</tussenkop><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Het principe van het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren van
                    verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen dateert
                    al uit de vorige eeuw. In de loop der jaren zijn veel opvolgende voorschriften
                    van kracht geweest. <onderstreept>Het is niet zinvol bij de invoering van de
                        verord</onderstreept><onderstreept>e</onderstreept><onderstreept>ning te
                        eisen dat alle nummers in de gemeente dienen te worden aangepast aan de
                        nieuwe
                        uitvo</onderstreept><onderstreept>e</onderstreept><onderstreept>ringsvoorschriften,
                        zoals vervat in artikel 7. Nummers die onder het oude regime tot stand zijn
                        gekomen, blijven gehandhaafd</onderstreept>. Het college heeft wel de
                    mogelijkheid om aanpassing van de nummers te eisen.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>Omdat de term huisnummer in principe geen juiste term is voor het nummeren van
                    verblijfsobjecten, afgebakende terreinen, standplaatsen en ligplaatsen en de
                    term straatnaam geen juiste term is voor plantsoenen, wegen e.d., is gekozen
                    voor de nieuwe citeertitel Verordening naamgeving en nummering (adressen).</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>