<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR485458_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Roermond houdende regels omtrent rechtsposities Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2018</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-49422.html">Gemeenteblad 2018, 49422</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Roermond 2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=95">artikel 95 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=96 lid 1">artikel 96 lid 1 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=96 lid 2">artikel 96 lid 2 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=97">artikel 97 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">artikel 147 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0006535&amp;artikel=22 lid 1">artikel 22 lid 1 Rechtspositiebesluit wethouders</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0006535&amp;artikel=23 lid 1">artikel 23 lid 1 Rechtspositiebesluit wethouders</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0006535&amp;artikel=27a lid 5">artikel 27a lid 5 Rechtspositebesluit wethouders</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0006536&amp;artikel=4">artikel 4 Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0006536&amp;artikel=7a lid 4">artikel 7a lid 4 Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0006536&amp;artikel=13 lid 2">artikel 13 lid 2 Rechtspositebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0006536&amp;artikel=14 lid 1">artikel 14 lid 1 Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2018-02-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2018/003/2</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de <extref doc="1.1:CVDR365045_1">Verordening rechtspositie wethouders en raads- en commissieleden 2015</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2018</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Roermond;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 januari 2018, raadsvoorstel 2018/003/1;</al><al/><al>gelet op de artikelen 95, 96, eerste en tweede lid en 97 en 147 van de Gemeentewet, de artikelen 22, eerste lid, 23, eerste lid, 27a, vijfde lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders, en de artikelen 4, 7a, vierde lid, 13, tweede lid, 14, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;</al><al/><al>gezien het advies van de commissie Bestuur en Middelen van 29 januari 2018;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de ‘Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2018’</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>Commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raads- en commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden</titel></kop><al>Van de vergoeding, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, kan de burgemeester in overleg met presidium besluiten dat 20%wordt uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen afgezet tegen het aantal gehouden vergaderingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan commissieleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies toegekend die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die op grond van de Verordening behandeling bezwaarschriften als commissielid een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96, tweede lid van de Gemeentewet ontvangt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De betaling van de vergoeding, bedoeld in artikel 4, geschiedt eenmaal per kwartaal.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Reis-en verblijfkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding voor reis- en verblijfkosten als bedoeld in de artikelen 96, eerste lid, en 97 van de Gemeentewet is:</al><lijst><li nr="a."><al>voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde;</al></li><li nr="b."><al>voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raads- of commissieleden die willen deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van raads- of commissielid, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten komt altijd voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier handelt de aanvraag af. In voorkomende gevallen beslist de burgemeester in overleg met het presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>a. Raads- of commissieleden aan wie een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al><al>b. Beschikbaarstelling geschiedt voor de duur van het raads- of commissielidmaatschap.</al><al>c. ln dit verband wordt verstaan onder bijbehorende apparatuur een printer of een all-in-one printer en onder software Microsoft Windows, Microsoft Office en beveiligingssoftware.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan raads- en commissieleden aan wie geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is gesteld wordt door het college van burgemeester en wethouders op aanvraag voor de uitoefening van het raads- of commissielidmaatschap een tegemoetkoming verleend voor de aanschaf of het gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software. Deze bedraagt maandelijks 1/36e van de aanschafwaarde. Als de werkelijke aanschafwaarde hoger is dan de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software welke aan raads- en commissieleden in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, wordt uitgegaan van de laatstbedoelde aanschafwaarde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op aanvraag ontvangen raads- en commissieleden voor de duur van hun raads- of commissielidmaatschap 50% van een gebruikelijk abonnementstarief gebaseerd op een gemiddelde verbindingssnelheid, een en ander op advies van de afdeling Concernadvies, ter vergoeding van de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in dit artikel bedoelde computerapparatuur voor zover deze nodig is voor het uitoefenen van het raads- of commissielidmaatschap</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij aanvang van het raadslidmaatschap vraagt het raadslid een computer of vergoeding aan bij de griffier. De griffier handelt de aanvraag af.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Collectieve verzekeringen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders sluit ten behoeve van de raadsleden één of meer collectieve verzekeringen af, waarbij wordt voorzien in een geldelijke voorzieningen bij invaliditeit en overlijden</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van raadsleden die zijn benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, als bedoeld in artikel X10 van de Kieswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in paragraaf 2 van deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>Wethouders hebben aanspraak op een vergoeding van de kosten woon-werkverkeer, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, van het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Zakelijke reis- en verblijfkosten</titel></kop><al>Wethouders hebben aanspraak op een vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, van het Rechtspositiebesluit wethouders binnen en buiten het grondgebied van de gemeente, overeenkomstig artikel 4 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>lndien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijf kosten vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Wethouders aan wie een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></li><li nr="b."><al>Beschikbaarstelling geschiedt voor de duur van het wethouderschap.</al></li><li nr="c."><al>ln dit verband wordt verstaan onder bijbehorende apparatuur een printer of een all-in-one printer en onder software Microsoft Windows, Microsoft Office en beveiligingssoftware.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan wethouders aan wie geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is gesteld wordt door het college van burgemeester en wethouders op aanvraag voor de uitoefening van het wethouderschap een tegemoetkoming verleend voor de aanschaf of het gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software. Deze bedraagt maandelijks 1/36e van de aanschafwaarde. Als de werkelijke aanschafwaarde hoger is dan de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software welke aan wethouders in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, wordt uitgegaan van de laatstbedoelde aanschafwaarde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op aanvraag ontvangen wethouders voor de duur van hun wethouderschap 50% van een gebruikelijk abonnementstarief gebaseerd op een gemiddelde verbindingssnelheid, een en ander op advies van de afdeling Concernadvies, ter vergoeding van de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in dit artikel bedoelde computerapparatuur voor zover deze nodig is voor het uitoefenen van het wethouderschap.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij aanvang van het wethouderschap vraagt de wethouder een computer of vergoeding aan bij de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris handelt de aanvraag af.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Communicatieapparatuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wethouders aan wie op aanvraag communicatieapparatuur in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in dit artikel wordt gedaan bij de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris beslist over de aanvraag, overeenkomstig het eerste lid, op basis van bewijsstukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verhuis-, reis-en pensionkosten en tegemoetkoming dubbele woonlasten bij benoeming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikken hebben aanspraak op een vergoeding van reis- en pensionkosten, dubbele woonlasten en verhuiskosten, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel a en b, van het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig de artikelen 1 en 2 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikken hebben aanspraak op een vergoeding van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel a, van het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 1 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders, en</al></li><li nr="b."><al>dubbele woonlasten en verhuiskosten, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel b, van het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 2 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Schadevergoeding zakelijk autogebruik</titel></kop><al>Naar analogie van de terzake geldende regeling voor gemeentepersoneel wordt aan de wethouder de schade vergoed van een aan hem toebehorend motorrijtuig in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen welke hij lijdt ten gevolge van de uitoefening van zijn ambt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen genoemd in artikel 28a van het Rechtspositiebesluit wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in paragraaf 3 van deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Betaling vaste vergoedingen</titel></kop><al>De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de bezoldiging voor wethouders op grond van het Rechtspositiebesluit wethouders, de onkostenvergoedingen en declaraties geschiedt maandelijks of in maandelijkse termijnen als er sprake is van een vergoeding op jaarbasis tenzij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, het Rechtspositiebesluit wethouders of de Regeling rechtspositie wethouders anders bepalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Betaling en declaratie van onkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen vindt plaats door:</al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreekse aan de gemeente toegezonden factuur, of</al></li><li nr="b."><al>betaling vooruit uit eigen middelen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen twee maanden na factuurdatum of betaling door:</al><lijst><li nr="a."><al>raads- en commissieleden ingediend bij de griffier;</al></li><li nr="b."><al>wethouders ingediend bij de gemeentesecretaris.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening rechtspositie wethouders en raads- en commissieleden 2015 wordt per 31 maart 2018 ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Roermond 2018.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 april 2018.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de raad van de gemeente Roermond in zijn openbare vergadering d.d. 22 februari 2018 (Raadsbesluitnummer 2018/003/2).</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>J. Vervuurt</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.J.D. Donders - de Leest</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>