<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR48537_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regionale Huisvestingsverordeningen Stadsregio Amsterdam 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad voor Ouder-Amstel 27/10/2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regionale Huisvestingsverordeningen Stadsregio Amsterdam 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">geattribueerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-06-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging in de tekst</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/31</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Vastgesteld door Stadsregio Amsterdam</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regionale Huisvestingsverordeningen Stadsregio Amsterdam 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><onderstreept>Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam
                        2010</onderstreept></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Aftoppingsgrens, eerste: de grens genoemd in artikel 20 tweede lid,
                                onder a. van de Wet op de huurtoeslag, welke grens met ingang van 1
                                juli van elk jaar wordt aangepast overeenkomstig artikel 27 van de
                                Wet op de huurtoeslag.</al></li><li nr="b."><al>Aftoppingsgrens, tweede: de grens genoemd in artikel 20, tweede lid,
                                onder b. van de Wet op de huurtoeslag, welke grens met ingang van 1
                                juli van elk jaar wordt aangepast overeenkomstig artikel 27 van de
                                Wet op de huurtoeslag.</al></li><li nr="c."><al>Besluit: het Huisvestingsbesluit.</al></li><li nr="d."><al>Burgemeester en wethouders: het College van burgemeester en
                                wethouders.</al></li><li nr="e."><al>Complex: een aaneengesloten groep woonruimten die als eenheid is
                                aangewezen.</al></li><li nr="f."><al>Convenant: Convenant Woonruimteverdeling Stadsregio Amsterdam
                                2008.</al></li><li nr="g."><al>Corporaties: toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70,
                                eerste lid van de Woningwet die werkzaam zijn in één of meer
                                gemeenten van de Stadsregio Amsterdam.</al></li><li nr="h."><al>Dagelijks Bestuur: het dagelijks bestuur van de Stadsregio
                                Amsterdam.</al></li><li nr="i."><al>Economische binding: de binding van een persoon aan de Stadsregio
                                Amsterdam of Almere, daarin gelegen dat die persoon, met het oog op
                                de voorziening in het bestaan, een redelijk belang heeft zich in het
                                gebied van de Stadsregio Amsterdam of Almere te vestigen met dien
                                verstande dat een economische binding in ieder geval wordt
                                aangenomen ten aanzien van personen die voor de voorziening in het
                                bestaan zijn aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid binnen
                                of vanuit dat gebied.</al></li><li nr="j."><al>Huishouden: een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder
                                kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te
                                voeren.</al></li><li nr="k."><al>Huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7 van de
                                wet.</al></li><li nr="l."><al>Huurprijs: de prijs die bij huur of verhuur is verschuldigd voor het
                                enkele gebruik van een woonruimte of standplaats voor een woonwagen,
                                uitgedrukt in een bedrag per maand berekend volgens het
                                woningwaarderingstelsel behorende bij het Besluit huurprijzen
                                woonruimte.</al></li><li nr="m."><al>Huurprijsgrens: het daaromtrent in artikel 6, derde lid, onder b van
                                de wet bepaalde.</al></li><li nr="n."><al>Inkomen: rekeninkomen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder i
                                van de Wet op de huurtoeslag.</al></li><li nr="o."><al>Koopprijsgrens: de grens bedoeld in artikel 15, lid 1, sub a van de
                                Wet bevordering eigenwoningbezit, welke grens met ingang van 1
                                januari van elk jaar wordt aangepast overeenkomstig artikel 41,
                                eerste lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit.</al></li><li nr="p."><al>Maatschappelijke binding: de binding van een persoon aan de
                                Stadsregio Amsterdam of Almere, daarin gelegen dat die persoon een
                                redelijk, met de regionale samenleving verband houdend belang heeft
                                zich in het gebied van de Stadsregio Amsterdam of Almere te
                                vestigen, met dien verstande dat een maatschappelijke binding in
                                ieder geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die tenminste
                                zes jaar onafgebroken ingezetene zijn, dan wel gedurende de
                                voorafgaande tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken ingezetene
                                zijn geweest van dat gebied.</al></li><li nr="q."><al>Indicatie: verklaring van een instantie inhoudende dat degene ten
                                behoeve van wie de verklaring is afgegeven in aanmerking komt voor
                                de woonruimten die geschikt en bestemd zijn voor de huisvesting van
                                personen met een beperking.</al></li><li nr="r."><al>Onttrekkingvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30,
                                eerste lid, van de wet.</al></li><li nr="s."><al>Onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet-zijnde woonruimte
                                bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft of welke niet
                                door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit
                                huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen
                                buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden
                                aangemerkt: keuken en toilet.</al></li><li nr="t."><al>Regioraad: het algemeen bestuur van de Stadsregio Amsterdam.</al></li><li nr="u."><al>Rekenhuur: de prijs die bij huur en verhuur per maand is
                                verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte zoals
                                omschreven in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag.</al></li><li nr="v."><al>Short stay: het structureel aanbieden van een zelfstandige
                                woonruimte voor tijdelijke bewoning aan één huishouden voor een
                                aaneensluitende periode van tenminste één week en maximaal zes
                                maanden.</al></li><li nr="w."><al>Splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 33 van de
                                wet.</al></li><li nr="x."><al>Stadsregio Amsterdam: WGR+-regio in de zin van artikel 104 van de
                                Wet gemeenschappelijke regelingen dat bestaat uit de gemeenten
                                Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam,
                                Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend,
                                Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad en Zeevang.</al></li><li nr="y."><al>Standplaats: een standplaats zoals benoemd in artikel 1, eerste lid
                                onder e van de wet.</al></li><li nr="z."><al>Traditionele doelgoep: de groep (degenen) die volgens de bepalingen
                                in artikel 18 van de voormalige Woonwagenwet voor een
                                bewonersverklaring in aanmerking kon (konden) komen.</al></li><li nr="aa."><al>Wet: de Huisvestingswet.</al></li><li nr="bb."><al>Woningruil: ruil waarbij twee of meer huishoudens zich daadwerkelijk
                                vestigen in elkaars woning.</al></li><li nr="cc."><al> Woongroep: een samenlevingsverband bestaande uit tenminste drie
                                personen tussen wie geen familierechtelijke relatie bestaat.</al></li><li nr="dd."><al> Woonoppervlak: het gezamenlijk oppervlak van de vertrekken zoals
                                dat wordt berekend volgens het Besluit huurprijzen woonruimte.</al></li><li nr="ee."><al> Woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een
                                standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden
                                verplaatst.</al></li><li nr="ff."><al>Zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en
                                welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit
                                huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen
                                buiten de woonruimte.</al></li><li nr="gg."><al>Zoekprofiel: de beperking die een huishouden in het bezit van een
                                urgentieverklaring krijgt opgelegd bij het zoeken naar zelfstandige
                                woonruimte.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Verdeling van woonruimte</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>I</nr><titel>WOONRUIMTEVERDELING</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bepaalde in deze afdeling is van toepassing in de volgende
                                gemeenten: </al><lijst><li nr="a."><al>Amstelveen;</al></li><li nr="b."><al>Amsterdam;</al></li><li nr="c."><al>Beemster; </al></li><li nr="d."><al>Diemen;</al></li><li nr="e."><al>Landsmeer;</al></li><li nr="f."><al>Oostzaan;</al></li><li nr="g."><al>Ouder-Amstel;</al></li><li nr="h."><al>Purmerend;</al></li><li nr="i."><al>Waterland;</al></li><li nr="j."><al>Wormerland;</al></li><li nr="k."><al>Zeevang.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In de gemeenten Amstelveen, Beemster, Diemen, Landsmeer, Oostzaan,
                                Ouder-Amstel, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zeevang worden als
                                zelfstandige woonruimten bedoeld in artikel 5 van de wet aangewezen
                                alle huurwoningen met een rekenhuur tot het maximumbedrag uit de Wet
                                op de Huurtoeslag (647,53,- euro prijspeil 1 juli 2009).</al></li><li nr="3."><al>In de gemeente Amsterdam worden als zelfstandige woonruimten als
                                bedoeld in artikel 5 van de wet aangewezen alle huurwoningen met een
                                rekenhuur tot de tweede aftoppingsgrens (548,18,- euro prijspeil 1
                                juli 2009).</al></li><li nr="4."><al>In de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Landsmeer, Oostzaan,
                                Ouder-Amstel en Purmerend worden tevens als woonruimten als bedoeld
                                in artikel 5 van de wet aangewezen alle nieuwbouwkoopwoningen met
                                een koopprijs beneden de koopprijsgrens (163.625 euro prijspeil 1
                                januari 2009) die in gebruik worden genomen door de eigenaar ervan
                                en die niet eerder bewoond zijn geweest.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het tweede tot en met het vierde lid is deze
                                afdeling niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>Onzelfstandige woonruimte en woonruimte voor inwoning;</al></li><li nr="b."><al>Woonschepen en ligplaatsen voor woonschepen;</al></li><li nr="c."><al>Woonwagens en standplaatsen voor woonwagens;</al></li><li nr="d."><al>De complexen genoemd in bijlage één behorende bij deze
                                        verordening.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reikwijdte vergunningplicht</titel></kop><al>Het is verboden de in artikel 2 aangewezen woonruimte zonder een
                        huisvestingsvergunning: </al><lijst><li nr="a."><al>in gebruik te nemen voor bewoning;</al></li><li nr="b."><al>in gebruik te geven aan een huishouden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Toelatingscriteria</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Om toegelaten te worden tot de in artikel 2 genoemde woonruimten
                                gelden de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>tenminste één van de leden van het huishouden is achttien
                                        jaar of ouder;</al></li><li nr="b."><al>de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse
                                        nationaliteit of worden op grond van een wettelijke bepaling
                                        als Nederlander behandeld of zijn vreemdeling en verblijven
                                        rechtmatig in Nederland als bedoeld in artikel 8, a t/m e en
                                        l van de Vreemdelingenwet 2000;</al></li><li nr="c."><al>tenminste één van de leden van het huishouden is economisch
                                        of maatschappelijk gebonden aan het gebied van de Stadsregio
                                        Amsterdam of Almere, dan wel verkeert in een positie als
                                        aangegeven in artikel 13c, eerste lid, van de wet of artikel
                                        6 van het Besluit.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het gestelde in het eerste lid, onder c., geldt niet voor
                                huishoudens waarvan burgemeester en wethouders vestiging in hun
                                gemeente noodzakelijk achten.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Procedure aanvraag
                                huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraag vergunning en in te dienen bescheiden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag voor een huisvestingsvergunning wordt ingediend bij
                                burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente door middel van
                                een daartoe vastgesteld formulier en gaat vergezeld van de volgende
                                bewijsstukken:</al><lijst><li nr="a."><al>recente inkomensgegevens van werkgever, uitkeringsinstantie
                                        of pensioeninstantie dan wel de meest recente aanslag
                                        inkomstenbelasting of een accountantsverklaring indien
                                        aanvrager zelfstandig werkzaam is;</al></li><li nr="b."><al>een uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie van
                                        de woonplaats van aanvrager;</al></li><li nr="c."><al>een geldig identiteitsbewijs;</al></li><li nr="d."><al>een geldig verblijfsdocument indien aanvrager niet de
                                        Nederlandse nationaliteit bezit;</al></li><li nr="e."><al>bij een nieuwbouwkoopwoning: een afschrift van het
                                        eigendomsbewijs of de koopovereenkomst.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere gegevens te vragen
                                die nodig zijn om de aanvraag te beoordelen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders nemen de aanvraag niet verder in
                                behandeling indien de aanvrager niet aannemelijk kan maken dat hij,
                                indien hij een huisvestingsvergunning krijgt voor de in de aanvraag
                                aangegeven woonruimte, de woonruimte daadwerkelijk in gebruik zal
                                nemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na datum van
                                indiening op de aanvraag voor een huisvestingsvergunning. </al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de beslistermijn eenmalig te
                                verlengen met vierweken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Gegevens op vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De beschikking op de aanvraag bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de samenstelling van het huishouden dat de woonruimte wil
                                        betrekken;</al></li><li nr="c."><al>het adres van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op
                                        heeft;</al></li><li nr="d."><al>de mededeling dat binnen vier weken van de vergunning
                                        gebruik wordt gemaakt.</al></li></lijst></li></lijst><al>Burgemeester en wethouders kunnen in de beschikking tevens opnemen dat de
                        vergunning slechts geldig is indien het gehele huishouden dan wel de gehele
                        woongroep waarvoor de vergunning is verleend, de woonruimte betrekt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Vergunningverlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Criteria voor vergunningverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning voor
                                het betrekken van een huurwoning, indien het huishouden voldoet aan
                                de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>het huishouden voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel
                                        4; </al></li><li nr="b."><al>de aanvrager voldoet aan de passendheidseisen bedoeld in
                                        artikel 9 en 10;</al></li><li nr="c."><al>er is geen andere gegadigde die op grond van een
                                        urgentieverklaring als bedoeld in artikel 14 eerder in
                                        aanmerking komt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning voor
                                het betrekken van een nieuwbouwkoopwoning die niet eerder bewoond is
                                geweest indien het huishouden voldoet aan de voorwaarden genoemd in
                                artikel 4.</al></li><li nr="3."><al>Per huishouden wordt slechts één huisvestingsvergunning
                                verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Passendheid: relatie huur- inkomen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Huurwoningen worden zoveel mogelijk met voorrang toegewezen
                                        aan huishoudens met een inkomen als bedoeld in artikel 8,
                                        tweede lid van het besluit.</al></li><li nr="2."><al>Het inkomen van het huishouden staat in een redelijke
                                        verhouding tot de huur- of koopprijs van de woonruimte zoals
                                        geformuleerd in bijlage twee. De volgende rekenregels zijn
                                        van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>woonruimten met een rekenhuur tot de eerste aftoppingsgrens
                                        zijn passend voor huishoudens bestaande uit één of twee
                                        personen met een zodanig inkomen dat zij een beroep kunnen
                                        doen op een huurtoeslag;</al></li><li nr="b."><al>woonruimten met een rekenhuur tot de tweede aftoppingsgrens
                                        zijn passend voor huishoudens bestaande uit drie of meer
                                        personen met een zodanig inkomen dat zij een beroep kunnen
                                        doen op een huurtoeslag.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In afwijking van het gestelde in het tweede lid
                                                geldt voor de gemeente Amsterdam
                                                dathuurwoningen met een rekenhuur tot 64%
                                                van de rekenhuur genoemd in artikel 13, eerste lid
                                                onder a en e van de Wet op de huurtoeslag slechts
                                                worden toegewezen aan huishoudens met een inkomen
                                                tot 130% van het inkomen genoemd in artikel 14,
                                                eerste lid, aanhef en onder b van de Wet op de
                                                huurtoeslag (afgerond op tien euro).</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen indien de toestand
                                                op de woningmarkt daarvoor aanleiding is andere
                                                inkomenscriteria vaststellen dan die worden genoemd
                                                in het tweede en derde lid. </al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders informeren het dagelijks
                                                bestuur binnen één maand na vaststelling van
                                                afwijkende inkomenscriteria genoemd in het derde lid
                                                over die afwijkende criteria.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Passendheid: bezettingsnormen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De omvang van het huishouden moet passen bij de grootte van de
                                woonruimte overeenkomstig de regels genoemd in bijlage drie.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen indien de toestand op de
                                woningmarkt daarvoor aanleiding geeft afwijkende bezettingsnormen
                                vaststellen dan die worden genoemd in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders informeren het dagelijks bestuur binnen
                                één maand na vaststelling van afwijkende bezettingsnormen genoemd in
                                het tweede lid over die afwijkende normen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Woningruil en wisselwoning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen in het geval van woningruil, een
                                huisvestingsvergunning indien:</al><lijst><li nr="a."><al>op voorhand niet te voorzien is dat ingebruikneming van de woning
                                door een van de partijen van beperkte duur zal zijn en</al></li><li nr="b."><al>het een woonruimte betreft met een bijzondere bestemming, zoals een
                                met subsidie voor een gehandicapte aangepaste woonruimte of woning
                                in een beschermde woonomgeving en het huishouden voor een dergelijke
                                woning in aanmerking komt en</al></li><li nr="c."><al>voldaan wordt aan de bezettingsnormen bedoeld in artikel 10.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Geen huisvestingsvergunning zal worden verleend, indien sprake is
                                van woningruil en één van de betrokken woonruimten een wisselwoning
                                betreft of een woonruimte die krachtens besluit van burgemeester en
                                wethouders is bestemd om in het kader van een stedelijk
                                vernieuwingsplan te worden ontruimd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>2.Artikel</label><nr>12</nr><titel>2.Vruchteloze aanbieding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van één of
                                        meer criteria voor het verlenen van een
                                        huisvestingsvergunning indien de woonruimte gedurende
                                        dertien weken, tenminste twee keer, tevergeefs is aangeboden
                                        via een lokaal of regionaal medium aan woningzoekenden die
                                        ingevolge artikel 8 voor de woonruimte in aanmerking komen.
                                        Geen ontheffing kan worden verleend van het criterium
                                        verblijfsstatus.</al></li><li nr="2."><al>De termijn van dertien weken genoemd in het eerste lid,
                                        start op de datum waarop de eerste advertentie is
                                        verschenen.</al></li><li nr="3."><al>De woonruimte wordt aangeboden tegen een redelijke huur- of
                                        koopprijs.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het eerste lid verlenen burgemeester en
                                        wethouders, nadat hun door verhuurders is aangetoond dat een
                                        bepaalde categorie huurwoningen minder goed verhuurbaar is,
                                        voor die bepaalde categorie huurwoningen ontheffing van één
                                        of meer criteria voor een huisvestingsvergunning,
                                        uitgezonderd het criterium verblijfstatus, voor een nader
                                        vast te stellen periode.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>2.Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><al>2.Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning
                                intrekken, indien: </al><al>a.de vergunninghouder de in de vergunning vermelde woonruimte niet
                                binnen de genoemde termijn in gebruik heeft genomen; b. de
                                vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
                                verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan
                                vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Urgentie</titel></kop><artikel><kop><label>2.Artikel</label><nr>14</nr><titel>Urgentie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een huishouden dat voldoet aan de criteria genoemd in het artikel 4
                                en dat geen gebruik kan maken van een voorliggende voorziening, kan
                                een urgentieverklaring aanvragen bij burgemeester en wethouders op
                                een daartoe door hen vastgesteld formulier.</al></li><li nr="2."><al>Een urgentieverklaring kan worden verleend indien de aanvrager: </al><lijst><li nr="a."><al>in een acute noodsituatie verkeert;</al></li><li nr="b."><al>op grond van medische of sociale redenen dringend woonruimte
                                        nodig heeft;</al></li><li nr="c."><al>moet omzien naar een woonruimte na verblijf in een
                                        psychiatrische instelling, een opvanghuis of een erkende
                                        hulp- of dienstverleningsinstelling;</al></li><li nr="d."><al>woonruimte nodig heeft in verband met de sloop of
                                        ingrijpende renovatie van de huidige woning of bij
                                        herstructurering van het gebied waarin deze woonruimte is
                                        gelegen;</al></li><li nr="e."><al>houder is van een verblijfsvergunning, verleend op grond van
                                        een asielverzoek, als omschreven in artikel 8 onder a t/m e
                                        en l van de Vreemdelingenwet 2000 en die na verlening van de
                                        vergunning voor de eerste maal woonruimte zoekt.</al></li><li nr="f."><al>valt onder de door het Rijk aangewezen groepen;</al></li><li nr="g."><al>valt onder de door burgemeester en wethouders aangewezen
                                        groepen van kandidaten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouder beslissen zo spoedig mogelijk, doch
                                uiterlijk binnen acht weken na de datum van ontvangst van de
                                aanvraag.</al></li><li nr="4."><al>De beslistermijn kan eenmalig met ten hoogste vier weken worden
                                verlengd.</al></li><li nr="5."><al>Op of bij de urgentieverklaring vermelden burgemeester en wethouders
                                de volgende informatie: </al><lijst><li nr="a."><al>de naam, het adres en de woonplaats;</al></li><li nr="b."><al>de geboortedatum;</al></li><li nr="c."><al>het dossiernummer;</al></li><li nr="d."><al>de datum van inschrijving;</al></li><li nr="e."><al>het zoekprofiel;</al></li><li nr="f."><al>de wijze van bemiddeling.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Deze verklaring is alleen geldig in de gemeente waar deze is
                                afgegeven.</al></li><li nr="7."><al>In afwijking van het zesde lid zijn verklaringen voor
                                stadsvernieuwingsurgenten afgegeven in de gemeenten Amstelveen,
                                Amsterdam, Purmerend en Zaandam geldig in de vier genoemde
                                gemeenten.</al></li><li nr="8."><al>De urgentieverklaring is geldig voor ten hoogste 52 weken.</al></li><li nr="9."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de geldigheidsduur van de
                                verklaring verlengen voor bijzondere gevallen.</al></li><li nr="10."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring intrekken
                                indien: </al><lijst><li nr="a."><al>het huishouden niet meer in de omstandigheden verkeert op
                                        basis waarvan de verklaring is verleend;</al></li><li nr="b."><al>indien de feitelijke omstandigheden niet overeenstemmen met
                                        de beschrijving van die omstandigheden in de Gemeentelijke
                                        Basisadministratie;</al></li><li nr="c."><al>het huishouden daarom verzoekt;</al></li><li nr="d."><al>de urgentieverklaring is verleend op grond van door het
                                        huishouden verstrekte gegevens waarvan de aanvragen wist of
                                        redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren;</al></li><li nr="e."><al>het huishouden een aanbieding van een naar het oordeel van
                                        burgmeester en wethouders passende woonruimte heeft
                                        geweigerd, of</al></li><li nr="f."><al>de termijn waarvoor de verklaring is verstrekt, is
                                        verstreken.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nadere uitwerking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen in ieder geval nadere regels op
                                met betrekking tot: </al><lijst><li nr="a."><al>de procedure voor het aanvragen;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop de urgentie wordt verstrekt ;</al></li><li nr="c."><al>bemiddeling voor woonruimte;</al></li><li nr="d."><al>af te geven zoekprofielen voor aanvragers;</al></li><li nr="e."><al>de wijze van volgordebepaling van huishoudens met een
                                urgentieverklaring.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders wijzen complexen aan, waar huishoudens
                                stadsvernieuwingsurgent kunnen worden.</al></li><li nr="3."><al> Burgemeester en wethouders stellen voor de op grond van het tweede
                                lid aangewezen complexen een peildatum vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Medische indicatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen op grond van medische
                                        omstandigheden aan een huishouden dat voldoet aan artikel 4
                                        een medische indicatie verstrekken.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 14 eerste, tweede, derde, zevende en achtste lid
                                        zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Leegmelding en
                                        voordracht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>Deze paragraaf is van toepassing in de gemeenten: </al><lijst><li nr="a."><al>Amstelveen;</al></li><li nr="b."><al>Amsterdam;</al></li><li nr="c."><al>Diemen;</al></li><li nr="d."><al>Landsmeer;</al></li><li nr="e."><al>Oostzaan;</al></li><li nr="f."><al>Ouder-Amstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Leegmelding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar van een woonruimte aangewezen in artikel 2, is verplicht
                                het ter beschikking komen van die woning binnen vijf
                                werkdagenaan burgemeester en wethouder te melden. De melding
                                geschiedt op een door burgemeester en wethouders vastgesteld
                                formulier.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid niet van toepassing voor eigenaren van woonruimte die
                                deelnemen aan het Convenant.</al></li><li nr="3."><al>Een woonruimte wordt geacht ter beschikking te zijn gekomen,
                                wanneer: </al><lijst><li nr="a."><al>degene die de woonruimte in gebruik heeft, aan de eigenaar
                                        het gebruik daarvan heeft opgezegd;</al></li><li nr="b."><al>de woonruimte is ontruimd op basis van een uitspraak van de
                                        burgerlijke rechter of op last van de officier van justitie,
                                        dan wel vaststaat dat ontruiming rechtens mogelijk is;</al></li><li nr="c."><al>de woonruimte niet langer als zodanig in gebruik is;</al></li><li nr="d."><al>op enigerlei andere wijze is gebleken dat de woonruimte te
                                        huur of vrij van huur te koop is;</al></li><li nr="e."><al>de woonruimte niet langer wordt bewoond door de laatste
                                        bewoner die de woonruimte als hoofdverblijf in gebruik had overeenkomstig de regels,
                        gesteld bij of krachtens de Huisvestingswet;</al></li><li nr="f."><al>de woonruimte na woningverbetering of verbouwing weer voor
                                bewoning geschikt is.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De eigenaar is verplicht tot leegmelding van woonruimte aan
                                burgemeester en wethouders, op het moment dat een woonruimte langer
                                dan twee maanden leegstaat of zal leegstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Voordracht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar kan bij de melding als bedoeld in artikel 18, eerste lid
                                een huishouden voordragen.</al></li><li nr="2."><al>De eigenaar draagt in ieder geval binnen vier weken na melding van
                                beschikbaar komen van de woning een huishouden voor.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders verlenen een huisvestingsvergunning,
                                indien het voorgedragen huishouden voldoet aan de criteria genoemd
                                in artikel 8.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in door hen bepaalde gevallen
                                binnen twee weken na de melding van beschikbaar komen, bij de
                                eigenaar van een ter beschikking gekomen woonruimte een
                                woningzoekende voordragen.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de
                                voordrachtsregeling genoemd in het vierde lid.</al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders weigeren de voordracht indien door de
                                eigenaar is gehandeld met de kennelijke strekking afbreuk te doen
                                aan de werking van de regels die bij of krachtens de wet zijn
                                gesteld.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>II</nr><titel>VERDELING VAN STANDPLAATSEN WOONWAGENS</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Standplaatsen voor
                            woonwagens</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>In de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Oostzaan, Ouder-Amstel en
                        Purmerend worden alle standplaatsen aangewezen als woonruimte als bedoeld in artikel
                        1, derde lid onder a, van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Reikwijdte vergunningplicht</titel></kop><al>Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een aangewezen standplaats
                        in gebruik te nemen of te geven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inschrijving register</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders houden een register bij van
                                standplaatszoekenden. Het register vermeldt de standplaatszoekenden
                                in volgorde van inschrijvingsdatum. </al></li><li nr="2."><al>Om op de in het eerste lid genoemde lijst te kunnen worden
                                ingeschreven moet de standplaatsgerechtigde aantonen dat hij voldoet
                                aan de criteria genoemd in artikel 4.</al></li><li nr="3."><al>De inschrijving in het register is geldig voor één jaar.
                                Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van de inschrijving
                                verlengen.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders verstrekken aan de standplaatszoekende
                                een bewijs van inschrijving, waarop in ieder geval de volgende
                                gegevens zijn vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>inschrijvingsnummer;</al></li><li nr="b."><al>datum van inschrijving;</al></li><li nr="c."><al>naam en adres van aanvrager.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders halen een inschrijving door in het
                                register indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de standplaatszoekende niet meer aan de vereisten voor inschrijving
                                voldoet;</al></li><li nr="b."><al>de standplaatszoekende daarom verzoekt;</al></li><li nr="c."><al>de standplaatszoekende is overleden;</al></li><li nr="d."><al>de geldigheidstermijn van de inschrijving is verstreken; </al></li><li nr="e."><al>de standplaatszoekende een standplaats of woning in Nederland krijgt
                                toegewezen en deze accepteert;</al></li><li nr="f."><al>de standplaatszoekende een standplaats achterlaat bij toewijzen en
                                acceptatie van een woning;</al></li><li nr="g."><al>de standplaatszoekende gegevens heeft verstrekt bij de inschrijving
                                waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of
                                onvolledig waren;</al></li><li nr="h."><al>de standplaatszoekende niet binnen tien dagen zijn inschrijving
                                heeft gecontinueerd door inzending van een door burgemeester en
                                wethouders te verstrekken enquêteformulier.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>In te dienen bescheiden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij inschrijving in het register worden de volgende bescheiden
                                overgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al>een uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie van
                                        de woonplaats van aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>een geldig identiteitsbewijs;</al></li><li nr="c."><al>een geldig verblijfsdocument indien aanvrager niet de
                                        Nederlandse nationaliteit bezit;</al></li><li nr="d."><al>bewijzen van inkomsten waaruit het huidige inkomen van het
                                        huishouden blijkt;</al></li><li nr="e."><al>indien de aanvrager behoort tot de groep personen genoemd in
                                        artikel 18 van de voormalige Woonwagenwet: een
                                        bewonersverklaring waaruit blijkt dat de woningzoekende
                                        daadwerkelijk tot de traditionele doelgroep behoort.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In de gemeente Amsterdam worden eveneens bescheiden overgelegd
                                waaruit blijkt dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de standplaatszoekende een bedrijf of beroep uitoefent dat
                                        verband houdt met de exploitatie van het circus- of
                                        kermisbedrijf;</al></li><li nr="b."><al>minimaal 70% van zijn/haar gemiddeld jaarinkomen over de
                                        afgelopen drie kalenderjaar binnen het onder a genoemde
                                        bedrijf of beroep heeft vergaard.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere gegevens te vragen
                                die nodig zijn om de inschrijving te beoordelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Criteria voor vergunningverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning voor
                                het betrekken van een standplaats, indien het huishouden voldoet aan
                                de voorwaarden genoemd in artikel 4 en het huishouden volgens de
                                volgordebepaling bedoeld in artikel 26 als eerste voor de
                                standplaats in aanmerking komt.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 5, derde lid, artikel 6 en artikel 7, eerste lid, zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Er kan één huisvestingsvergunning per huishouden worden verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken,
                        indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de
                                vergunning geen gebruik meer te willen maken;</al></li><li nr="b."><al>de vergunninghouder de in de vergunning vermelde standplaats niet
                                binnen de genoemde termijn in gebruik heeft genomen;</al></li><li nr="c."><al>de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
                                verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan
                                vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Nadere uitwerking</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen regels op over de wijze van verdeling en
                        volgordebepaling bij toewijzing van een standplaats aan een
                        standplaatszoekende.</al></artikel></paragraaf></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Wijziging van de woonruimtevoorraad</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>I</nr><titel>ONTTREKKING, SAMENVOEGING EN OMZETTING</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bepaalde in paragraaf één tot met drie is van toepassing in de
                                volgende gemeenten: </al><lijst><li nr="a."><al>Amstelveen;</al></li><li nr="b."><al>Amsterdam;</al></li><li nr="c."><al>Beemster;</al></li><li nr="d."><al>Edam-Volendam;</al></li><li nr="e."><al>Landsmeer;</al></li><li nr="f."><al>Oostzaan;</al></li><li nr="g."><al>Purmerend;</al></li><li nr="h."><al>Uithoorn;</al></li><li nr="i."><al>Waterland;</al></li><li nr="j."><al>Wormerland;</al></li><li nr="k."><al>Zeevang.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in paragraaf vier is van toepassing in de
                                        gemeente Amsterdam.</al></li><li nr="3."><al>Als woonruimte als bedoeld in artikel 30 van de wet, wordt
                                        in de gemeente Amsterdam aangewezen alle woonruimte ongeacht
                                        huur- of koopprijs.</al></li><li nr="4."><al>Als woonruimte als bedoeld in artikel 30 van de wet, wordt
                                        in de gemeente Amstelveen aangewezen, woonruimte onder de
                                        huur- en koopprijsgrens.</al></li><li nr="5."><al>Als woonruimte bedoeld in artikel 30 van de wet, wordt in de
                                        gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan,
                                        Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland en Zeevang
                                        aangewezen: </al><lijst><li nr="a."><al>alle woonruimte ongeacht huur- of koopprijs voor zover het
                                        betreft onttrekking aan de bestemming tot bewoning;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte onder de huur- of koopprijsgrens voor zover het
                                        betreft met andere woonruimte samenvoegen of van
                                        zelfstandige in onzelfstandige woonruimte omzetten.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>In afwijking van het derde lid wordt als werkingsgebied voor
                                paragraaf vier (short stay) aangewezen alleen woonruimte tot stand
                                gekomen vóór 2008, gelegen in de gemeente Amsterdam.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Reikwijdte vergunningsplicht</titel></kop><al>Het is verboden om woonruimte aangewezen in artikel 27, derde tot en met
                        zesde lid zonder vergunning aan bestemming tot bewoning te onttrekken, met
                        andere woonruimte samen te voegen of van zelfstandig in onzelfstandige
                        woonruimte om te zetten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Procedure aanvraag onttrekkingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag wordt ingediend op een daartoe door burgemeester en
                                wethouders vastgesteld formulier en gaat ten minste vergezeld van de
                                in de artikelen 30 en 31 vermelde gegevens en bescheiden.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag en de daarbij behorende bescheiden moeten in het door
                                burgemeester en wethouders vastgestelde aantal worden
                                ingediend.</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag mag meer dan één gebouw betreffen indien zij betrekking
                                heeft op met elkaar samenhangende gebouwen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Op te nemen gegevens</titel></kop><al>Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van de eigenaar;</al></li><li nr="b."><al>de straat, het huisnummer en de kadastrale ligging van het gebouw
                                waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de aard en het huidige gebruik van de woonruimte(n) waarop de
                                aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>de namen en de adressen van de bewoners van de woonruimte(n) waarop
                                de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="e."><al>de koopprijs dan wel de feitelijk betaalde en de maximaal redelijke
                                huurprijs van de woonruimte(n) waarop de aanvraag betrekking
                                heeft;</al></li><li nr="f."><al>in geval van samenvoeging: de naam van de toekomstige bewoner, de
                                omvang van diens huishouden en de maximaal redelijke huurprijs van
                                de samen te voegen woonruimte; </al></li><li nr="g."><al>de motivering van het verzoek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>In te dienen bescheiden</titel></kop><al>Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden overgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al>één of meer tekeningen van de plattegrond op schaal van iedere
                                verdieping van het gebouw, alsmede van de verdieping of verdiepingen
                                waarop de aanvraag betrekking heeft, met een aanduiding van de
                                beoogde bestemming;</al></li><li nr="b."><al>een situatietekening, gebaseerd op door of namens burgemeester en
                                wethouders aangegeven kaartmateriaal waaruit blijkt de situering van
                                het gebouw ten opzichte van de in de nabijheid gelegen
                                bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>een compensatievoorstel als bedoeld in artikel 36 eerste lid onder
                                a;</al></li><li nr="d."><al>de laatste WOZ-waardebeschikking; </al></li><li nr="e."><al>bescheiden betreffende eventueel verleende subsidies ten behoeve van
                                woningverbetering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen twaalf weken na de dag
                                waarop de aanvraag is ingediend. Zij kunnen deze termijn eenmaal met
                                ten hoogste vier weken verlengen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Samenloop onttrekking en bouwen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien voor het gebouw of de gebouwgedeelten waarop de aanvraag
                                betrekking heeft, tevens een bouwvergunning is aangevraagd, kan bij
                                de aanvraag voor overeenkomstige gegevens en bescheiden worden
                                verwezen naar de coördinatiebepaling voor vergunningaanvragen uit de
                                gemeentelijke bouwverordening voor zover die is opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>In de situatie als bedoeld in het eerste lid, kunnen burgemeester en
                                wethouders de beslissing over een aanvraag voor de
                                onttrekkingsvergunning aanhouden.</al></li><li nr="3."><al>De aanhouding eindigt uiterlijk twee weken na de beslissing op de
                                aanvraag voor de bouwvergunning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Beschikkingsvereisten</titel></kop><al>De onttrekkingsvergunning bevat tenminste de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>de woonruimte(n) waarop de beschikking betrekking heeft, aangeduid
                                met de straat, het huisnummer of de kadastrale ligging, waarbij voor
                                het overige kan worden verwezen naar de bijgevoegde bescheiden als
                                bedoeld in artikel 31 en </al></li><li nr="b."><al>de verlangde financiële compensatie of de geboden reële compensatie
                                als bedoeld in artikel 36, eerste lid onder a en b en</al></li><li nr="c."><al>de mededeling dat binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk
                                is geworden van de vergunning moet worden gebruikgemaakt dan wel de
                                termijn in geval van een tijdelijke vergunning.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Vergunningverlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Criteria voor vergunningverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het belang
                                dat met de onttrekking, samenvoeging of omzetting is gediend even
                                groot is als of groter is dan het belang van het behoud of de
                                samenstelling van de woonruimtevoorraad, wordt de vergunning
                                verleend. </al></li><li nr="2."><al>Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het belang
                                van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter
                                is dan het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende
                                belang wordt de vergunning verleend onder het stellen van
                                voorwaarden en voorschriften behoudens het bepaalde in het derde
                                lid.</al></li><li nr="3."><al>Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het belang
                                van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter
                                is dan het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende
                                belang en dit belang niet door het stellen van voorwaarden en
                                voorschriften voldoende kan worden gediend, wordt de vergunning
                                geweigerd.</al></li><li nr="4."><al>Het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad omvat ook de
                                leefbaarheid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Voorwaarden en voorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning de volgende
                                voorwaarden en voorschriften verbinden: </al><lijst><li nr="a."><al>het toevoegen van een of meer naar het oordeel van burgemeester en
                                wethouders gelijkwaardige woonruimte aan de woonruimtevoorraad
                                (reële compensatie);</al></li><li nr="b."><al>het betalen van een financiële compensatie bij onttrekking van ten
                                hoogste 12% van de WOZ-waarde van de woonruimte waarvoor de
                                onttrekkingsvergunning is aangevraagd;</al></li><li nr="c."><al>de samenvoeging levert een woonruimte op met een huur- of koopprijs
                                beneden de huur- of koopprijsgrens of</al></li><li nr="d."><al>een te krap wonend huishouden woont na de samenvoeging van
                                woonruimte overeenkomstig artikel 10 passend.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien burgemeester en wethouders de voorwaarde genoemd in het
                                eerste lid onder b aan een vergunning willen verbinden, stellen zij
                                de hoogte van de financiële compensatie vast.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen beslissen tot: </al><lijst><li nr="a."><al>geheel of gedeeltelijke vrijstelling van compensatie zoals bedoeld
                                in het eerste lid onder b;</al></li><li nr="b."><al>het verlenen van een vrijstelling bij samenvoeging indien door de
                                eigenaar-bewoner een investering is gedaan ten behoeve van
                                noodzakelijk bouwkundige herstel.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien op grond van het derde lid onder b vrijstelling wordt
                                verleend hangt de vrijstelling af van de hoogte van de investering
                                in relatie tot de economische waarde van de kleinste woning.</al></li><li nr="5."><al>De te ontvangen compensatie als bedoeld in eerste lid onder b, wordt
                                gestort in het lokale volkshuisvestingsfonds, dat wordt gebruikt
                                voor het realiseren van nieuwe woonruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning intrekken
                        indien: </al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                                geworden, is overgegaan tot onttrekking;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
                                verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest
                                vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Tijdelijke onttrekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een tijdelijke
                                onttrekkingsvergunning verlenen als het belang van de aanvrager
                                slechts voor een bepaalde tijd aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>Een tijdelijke onttrekkingsvergunning kan worden verleend voor ten
                                hoogste vijf jaar.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voor tijdelijke
                                onttrekking de voorwaarde van financiële compensatie verbinden.</al></li><li nr="4."><al>Deze compensatie bedraagt ten hoogste 1,2 % van de WOZ-waarde van de
                                betreffende woonruimte.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Tijdelijke onttrekking voor short stay (kort wonen)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Vergunning voor short stay</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in verband met short stay een
                                vergunning verlenen wegens de tijdelijke onttrekking aan de
                                bestemming tot bewoning van zelfstandige woonruimte voor een periode
                                van maximaal 10 jaar.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning wordt slechts verleend indien de woonruimte geschikt
                                blijft voor bewoning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>In de aanvraag op te nemen gegevens en bescheiden</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in de artikelen 30 en 31 bevat de aanvraag de
                        volgende gegevens en bescheiden: </al><lijst><li nr="a."><al>de straat, het huisnummer en de kadastrale ligging van het gebouw
                                waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="b."><al>de aard en het huidige gebruik van de woonruimte(n) waarop de
                                aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de maximaal redelijke huurprijs van de woonruimte(n) waarop de
                                aanvraag betrekking heeft aan de hand van een puntenwaardering van
                                de woonruimte volgens het woningwaarderingstelsel als bedoeld in
                                bijlage 1 behorende bij het Besluit huurprijzen woonruimte;</al></li><li nr="d."><al>uittreksel uit het kadaster ten bewijze dat de aanvrager eigenaar is
                                en een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de eigenaar;</al></li><li nr="e."><al>de motivering van het verzoek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Belangenafweging</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning tenzij het belang van het
                        behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad alsmede de bescherming
                        van de leefbaarheid groter is dan het belang van de aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Quotum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen per stadsdeel een quotum
                                vaststellen voor het maximaal aantal te verlenen vergunningen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij verdeelbesluit bepalen dat
                                uitsluitend vergunningen worden verleend in bepaalde gebieden binnen
                                een stadsdeel.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>II</nr><titel>SPLITSING</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bepaalde in Afdeling II is behoudens artikel 52 van toepassing
                                in de gemeenten: </al><lijst><li nr="a."><al>Amstelveen;</al></li><li nr="b."><al>Amsterdam;</al></li><li nr="c."><al>Diemen;</al></li><li nr="d."><al>Oostzaan.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In de gemeente Amsterdam worden als gebouwen aangewezen alle
                                gebouwen, tot stand gekomen vóór 1940 in het gebied zoals opgenomen
                                in bijlage vier. De gebiedsafbakening is vastgesteld bij Koninklijk
                                Besluit van 8 augustus 1977, nr 19 (Gemeenteblad 1977, afd.3 volgnr.
                                145).</al></li><li nr="3."><al>Uitgezonderd van de aanwijzing in het tweede lid zijn: </al><lijst><li nr="a."><al>gebouwen die naar het oordeel van burgemeester en wethouders door
                                ingrijpende vernieuwbouw afdoende voldoen aan de
                                nieuwbouweisen.</al></li><li nr="b."><al>gebouwen die eigendom zijn van coöperatieve
                                flatexploitatievereniging en waarvan de eigendom wordt gesplitst in
                                een zelfde aantal appartementsrechten, als het aantal
                                lidmaatschapsrechten van de flatexploitatievereniging onder de
                                voorwaarde dat de lidmaatschapsrechten daadwerkelijk zijn
                                uitgegeven.</al></li><li nr="c."><al>gebouwen waarin meerdere woonruimten aanwezig zijn, die alle samen
                                in één appartementsrecht worden ondergebracht.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>In de gemeente Amstelveen worden als gebouwen aangewezen alle huur-
                                en koopwoningen beneden de huur- en koopprijsgrens.</al></li><li nr="5."><al>In de gemeente Diemen worden als gebouwen aangewezen alle
                                huurwoningen beneden de huurprijsgrens.</al></li><li nr="6."><al>In de gemeenten Oostzaan worden als gebouwen aangewezen alle
                                gebouwen bevattende woonruimte. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Reikwijdte vergunningplicht</titel></kop><al>Het is verboden een recht op een gebouw dat behoort tot de in artikel 43
                        aangewezen categorie, zonder vergunning van burgemeester en wethouders te
                        splitsen in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde
                        lid, boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, indien een of meer
                        appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer
                        gedeelten van het gebouw als woonruimten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Procedure aanvraag
                                splitsingsvergunning</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 45</al><al>Aanvraag vergunning</al><lijst><li nr="1."><al>Een splitsingsvergunning moet schriftelijk worden aangevraagd op een
                                door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag mag meer dan één gebouw betreffen als het
                                aangrenzende</al></li></lijst><al> gebouwen betreft.</al><al>Artikel 46</al><al>Op te nemen gegevens</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>1.Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt:
                                    </al></li><li nr="b."><al>naam en (correspondentie)adres van de aanvrager;</al></li><li nr="c."><al>de straat, het huisnummer en de kadastrale ligging van het
                                        gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft en het jaar van
                                        totstandkoming;</al></li><li nr="d."><al>de aard en het huidige gebruik van de woonruimte(n) waarop
                                        de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="e."><al>de namen en de adressen van de bewoners van de woonruimte(n)
                                        waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In aanvulling op het eerste lid wordt in de gemeente Amsterdam
                                tevens de maximale huurprijs van de woonruimten van het gebouw
                                verstrekt.</al><al>Artikel 47</al></li></lijst><al>In te dienen bescheiden</al><lijst><li nr="1."><al>Bij de aanvraag worden tenminste de volgende bescheiden overgelegd:
                            </al></li><li nr="a."><al>één of meer tekeningen waaruit blijkt:</al></li><li nr="-"><al>de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw;</al></li><li nr="-"><al>de lengte- en dwarsdoorsneden; - alle gevelaanzichten; - details die
                                verband houden met de geluidwering en de brandveiligheid.</al></li><li nr="b."><al>een situatietekening, gebaseerd op door of namens burgemeester en
                                wethouders aangegeven kaartmateriaal, waaruit blijkt de situering
                                van het gebouw ten opzichte van de in de nabijheid gelegen
                                bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>een splitsingsplan dat voldoet aan de vereisten als neergelegd in
                                artikel 109 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek en het krachtens
                                dat artikel vastgestelde besluit betreffende splitsing in
                                appartementsrechten, waarin de indeling en de met de splitsing
                                beoogde eigendomswijzigingen zijn aangegeven op ten minste de schaal
                                1 :100 en d. een bouwkundig rapport waaruit afdoende blijkt dat de
                                toestand van het gebouw zich uit een oogpunt van indeling of staat
                                van onderhoud niet tegen splitsing verzet, dan wel hoe het gebouw
                                hiertoe zal worden aangepast.</al></li><li nr="2."><al>In aanvulling op het eerste lid wordt in de gemeente Amsterdam
                                tevens een ondertekende verklaring inzake deelname aan de
                                Gedragscode splitsen Amsterdam overgelegd.</al></li></lijst><al><vet><onderstreept>Artikel 48</onderstreept></vet></al><al>Beslistermijn</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken na de dag
                                waarop de aanvraag is ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslistermijn eenmalig met
                                dertien weken verlengen. </al><al>Artikel 49</al></li></lijst><al>Beschikkingsvereisten</al><lijst><li nr="1."><al>De splitsingsvergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:
                            </al></li><li nr="a."><al>de woonruimte(n) waarop de beschikking betrekking heeft, aangeduid
                                met de straat, het huisnummer en/of de kadastrale ligging, waarbij
                                in ieder geval wordt verwezen naar het splitsingsplan als bedoeld in
                                artikel 109 boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. </al></li><li nr="b."><al>de termijn waarbinnen van de splitsingsvergunning gebruik moet
                                worden gemaakt. </al></li><li nr="2."><al>De splitsingsvergunning heeft een geldigheidsduur van één jaar nadat
                                de vergunning onherroepelijk is geworden, tenzij een langere
                                geldigheidsduur is vermeld.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7</nr><titel>Vergunningverlening</titel></kop><structuurtekst><al><vet><onderstreept>Artikel
                                50</onderstreept></vet></al><al><vet>Weigeringsgronden</vet></al><al>In verband met woonruimtevoorraad</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning weigeren
                                indien:</al></li><li nr="a."><al>het gebouw of het gedeelte van het gebouw waarop de
                                vergunningaanvraag betrekking heeft, één of meer woonruimten bevat
                                die worden verhuurd of die laatstelijk verhuurd zijn geweest;</al></li><li nr="b."><al>dan wel het gebouw of gedeelte van een gebouw, voor zover dit geheel
                                of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd met de
                                voorschriften van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.5 dan
                                wel een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van de
                                Wet ruimtelijke ordening of met enig wettelijk voorschrift, geheel
                                of gedeeltelijk voor een ander doel dan voor bewoning in gebruik
                                genomen; </al></li><li nr="c."><al>de maximale huurprijs voor één of meer van die woonruimte de
                                huurtoeslaggrens niet te boven gaat;</al></li><li nr="d."><al>niet gewaarborgd is dat die woonruimte(n) na de voorgenomen
                                splitsing bestemd blijft of blijven voor verhuur ter bewoning
                                en</al></li><li nr="e."><al>het belang dat de aanvrager heeft bij splitsing niet opweegt tegen
                                het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad, voor zover die
                                voor verhuur is bestemd.</al></li></lijst><al><vet>In verband met belemmering van de stadsvernieuwing</vet></al><lijst><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning eveneens
                                weigeren indien:</al></li><li nr="a."><al>voor het gebied waarin het gebouw waarop de aanvraag betrekking
                                heeft is gelegen, een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.5 van
                                de Wet ruimtelijke ordening van kracht is, dan wel een ontwerp voor
                                een zodanig plan of zodanige verordening of voor een herziening
                                daarvan in procedure is;</al></li><li nr="b."><al>het ontwerp voor dat plan of voor die verordening, dan wel voor de
                                herziening daarvan ter inzage is gelegd voordat de aanvraag van de
                                splitsingsvergunning is ingediend, dan wel, indien de aanvraag
                                krachtens artikel 51 is aangehouden, voor dat die aanhouding is
                                geëindigd;</al></li><li nr="c."><al>de voorgenomen splitsing naar het oordeel van burgemeester en
                                wethouders nadelig gevolgen kan hebben voor de met het plan of die
                                verordening nagestreefde of na te streven doeleinden en </al></li><li nr="d."><al>het belang dat de aanvrager bij splitsing heeft, niet opweegt tegen
                                het belang van het voorkomen van belemmering van de modernisering of
                                vervanging.</al></li></lijst><al><vet>In verband met de toestand van het gebouw</vet></al><lijst><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning ten slotte
                                weigeren indien;</al></li><li nr="a."><al>de toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, zich
                                uit een oogpunt van indeling of de staat van onderhoud geheel of ten
                                dele verzet, en</al></li><li nr="b."><al>de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen
                                of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden opgeheven, dan wel
                                onvoldoende verzekerd is, dat die gebreken zullen worden
                                opgeheven.</al></li><li nr="4."><al>Van gebreken als bedoeld in het voorgaande lid is in ieder geval
                                sprake, indien een handhavingsbesluit ingevolge artikel 1b, tweede
                                lid van de Woningwet is genomen of is aangeschreven ingevolge de
                                artikelen 13 of 13a van de Woningwet.</al></li></lijst><al>Artikel 51 </al><al>Aanhoudingsgronden </al><al><vet>In verband met belemmering van de stadsvernieuwing</vet> 1.
                        Burgemeester en wethouders houden de beslissing op een aanvraag aan indien: </al><al>a een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 3.7 van de Wet
                        ruimtelijke ordening van kracht is met het oog op de voorbereiding van een
                        stadsvernieuwingsplan of van een herziening daarvan; </al><al>b dat besluit is genomen voordat de aanvraag om vergunning werd
                        ingediend;</al><al>c redelijkerwijs mag worden verwacht dat de in het stadsvernieuwingsplan op
                        te nemen maatregelen nadelig kunnen worden beïnvloed door de voorgenomen
                        splitsing, en</al><al>d redelijkerwijs mag worden verwacht dat het belang dat de
                        vergunningaanvrager bij splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van
                        het voorkomen van belemmering van de modernisering of vervanging.</al><al>2.De aanhouding als bedoeld in het eerste lid duurt niet langer dan tot het
                        moment dat het voorbereidingsbesluit ingevolge artikel 3.7 van de Wet
                        ruimtelijke ordening is vervallen, waarna burgemeester en wethouders binnen
                        vier weken beslissen op een aanvraag om een splitsingsvergunning.</al><al><vet>In verband met de toestand van het gebouw</vet></al><lijst><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders houden de beslissing op een aanvraag aan
                                indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat hij de gebreken als
                                bedoeld in artikel 50, derde lid met het oog op de voorgenomen
                                splitsing zal opheffen binnen een daarvoor door burgemeester en
                                wethouders gestelde termijn.</al></li><li nr="4."><al>Van gebreken als bedoeld in het voorgaande lid is in ieder geval
                                sprake, indien een handhavingsbesluit ingevolge artikel 1b, tweede
                                lid van de Woningwet is genomen of is aangeschreven ingevolge de
                                artikelen 13 of 13a van de Woningwet.</al></li><li nr="5."><al>In geval van het vierde lid, wordt in het besluit tot aanhouding met
                                betrekking tot de op te heffen gebreken en de daarvoor geldende
                                termijn verwezen naar die aanschrijving.</al></li><li nr="6."><al>Nadat door burgemeester en wethouders is vastgesteld dat de gebreken
                                als bedoeld in artikel 50 derde en vierde lid zijn hersteld, dan wel
                                de noodzakelijke voorzieningen zijn getroffen binnen de daarvoor
                                aangegeven termijn, wordt met inachtneming van de Bouwverordening
                                van de betreffende gemeente binnen vier weken de vergunning
                                verleend. </al><al>Artikel 52</al></li></lijst><al>Voorwaarden en verplichtingen</al><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel is alleen van toepassing in de gemeente Amsterdam.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen indien een aanvraag voor een
                                splitsingsvergunning wordt gedaan in samenhang met een bouwplan in
                                het kader van een complexgewijze aanpak of waarvoor een
                                bouwvergunning is verleend, de vergunning verlenen onder de
                                opschortende voorwaarde dat het betreffende bouwplan is
                                uitgevoerd.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid van artikel 51, derde lid kunnen
                                burgemeester en wethouders een zekerheidstelling eisen, waardoor de
                                uitvoering van het door hen goedgekeurde maar nog niet uitgevoerde
                                bouwplan, dan wel het opheffen van de bouwkundige gebreken aan het
                                gebouw verzekerd wordt.</al></li><li nr="4."><al>In geval van toepassing van het derde lid, wordt binnen acht weken
                                na verlening van de splitsingsvergunning een aanvang gemaakt met de
                                werkzaamheden.</al></li><li nr="5."><al>De gereedmelding van de werkzaamheden wordt binnen een door
                                burgemeester en wethouders bepaalde termijn bij hen gedaan.</al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een door aanvrager tijdig
                                gedaan schriftelijk verzoek een van het vijfde lid afwijkende
                                termijn vaststellen.</al></li><li nr="7."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in hun oordeel omtrent weigering
                                of aanhouding van de splitsingsvergunning betrekken de wijze waarop
                                de aanvrager van de vergunning zich heeft gedragen conform de
                                Gedragscode splitsen Amsterdam.</al><al>Artikel 53</al></li></lijst><al>Vergunningverlening corporaties</al><al>Een aanvraag voor een splitsingvergunning door een corporatie wordt
                        niet</al><al>geweigerd, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: </al><lijst><li nr="a."><al>er geen bezwaar is van de kant van burgemeester en wethouders op
                                grond van een zwaarwegend volkshuisvestingsbelang;</al></li><li nr="b."><al>er van de zijde van de Minister voor de Volkshuisvesting,
                                Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer geen bezwaar is als bedoeld in
                                artikel 11e, derde lid, onder b, van het Besluit beheer sociale
                                huursector tot verkoop van het gebouw waarop de aanvraag betrekking
                                heeft;</al></li><li nr="c."><al>de woningcorporatie voldoet aan de bepalingen van een tussen
                                burgemeester en wethouders en de corporatie(s) overeengekomen of
                                overeen te komen convenant inzake splitsing en verkoop van
                                huurwoningen.</al><al>Artikel 54 </al></li></lijst><al>Quotum</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeesters en wethouders kunnen per gebiedsdeel een quotum
                                vaststellen voor het aantal te verlenen vergunningen per jaar.</al></li><li nr="2."><al>Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt genomen voor 1
                                september van het kalenderjaar.</al><al>Artikel 55</al></li></lijst><al>Intrekken vergunning</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning intrekken indien: </al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                                geworden, is overgegaan tot overschrijving in openbare registers van
                                de akte van splitsing in appartementsrechten, bedoeld in artikel 109
                                van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of tot het verlenen van
                                deelnemings- of lidmaatschapsrechten;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
                                verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest
                                vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Verdere bepalingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Wijzigingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 56</al><al>Overleg bij wijziging</al><al>Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening
                        pleegt het dagelijks bestuur overleg met burgemeester en wethouders en met
                        de in de Stadsregio werkzame corporaties en met andere daarvoor naar zijn
                        oordeel in aanmerking komende organisaties die binnen de Stadsregio werkzaam
                        zijn op het gebied van de volkshuisvesting.</al><al>Artikel 57 </al><al>Overeenkomsten</al><al>De Stadsregio Amsterdam kan met eigenaren van woonruimten een overeenkomst
                        sluiten over de verdeling van woonruimte. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Verslaglegging en monitoring</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 58</al><al>Verstrekken van inlichtingen</al><al>Burgemeester en wethouders verstrekken het dagelijks bestuur alle door haar
                        verlangde inlichtingen, die naar zijn oordeel nodig zijn voor een juiste
                        beoordeling van de wijze waarop burgemeester en wethouders deze verordening
                        uitvoeren.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Handhaving en
                        toezicht</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 59</al><al>Handelen in strijd met onttrekkingsvergunning</al><al>Hij die handelt in strijd met enig aan de vergunning als bedoeld in artikel
                        30 van de wet verbonden voorschrift, wordt geacht zonder vergunning te
                        hebben gehandeld.</al><al>Artikel 60</al><al>Bestuurlijke boete </al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen
                                bij overtreding van artikel 7 en artikel 30 van de wet.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders leggen een boete op </al><lijst><li nr="a."><al>voor de eerste overtreding van de artikelen genoemd in het
                                        eerste lid overeenkomstig kolom A van de in bijlage vijf
                                        opgenomen tabel;</al></li><li nr="b."><al>voor de tweede en volgende overtreding van de artikelen
                                        genoemd in het eerste lid binnen drie jaar na de eerste
                                        overtreding overeenkomstig kolom B van de in bijlage vijf
                                        genoemde tabel.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Restbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 61</al><al>Mandaat</al><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de uitoefening van hun bevoegdheden
                        krachtens hoofdstuk 2 te mandateren aan corporaties en eigenaren van
                        particuliere huurwoningen.</al><al>Artikel 62</al><al>Uitleg verordening</al><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslissen burgemeester
                        en wethouders, gehoord het dagelijks bestuur, waarbij zij zich uitsluitend
                        zullen laten leiden door overwegingen betrekking hebbende op de evenwichtige
                        en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte.</al><al>Artikel 63</al><al>Hardheidsclausule</al><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van
                        deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten
                        gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet><onderstreept>Artikel 64</onderstreept></vet></al><al><vet>Experimenten</vet></al><al>De regioraad is bevoegd, op voorstel van burgemeester en wethouders, voor
                        een beperkte periode af te wijken van (onderdelen van) deze verordening ten
                        behoeve van experimenten in het belang van de volkshuisvesting, mits niet in
                        strijd met de wet of het besluit.</al><al><vet><onderstreept>Artikel 65</onderstreept></vet></al><al><vet>Overgangsbepalingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Aanvragen voor een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 5,
                                een onttrekkingsvergunning als bedoeld in artikel 29 en een
                                splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 45, die vóór of op de
                                dag van inwerkingtreding van onderhavige verordening zijn ingediend,
                                worden behandeld volgens de Regionale Huisvestingsverordening
                                Stadsregio Amsterdam 2008, tenzij deze verordening voor betrokkene
                                gunstiger is.</al></li><li nr="2."><al>Vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaringen en indicaties, met
                                inbegrip van daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften vóór het
                                tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening
                                verleend krachtens de Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio
                                Amsterdam 2008, gelden als vergunningen, toestemmingen,
                                voorrangsverklaringen en indicaties, met inbegrip van daaraan
                                verbonden voorwaarden en voorschriften als bedoeld in deze
                                verordening.</al></li><li nr="3."><al>Indien een bezwaarschrift wordt of is ingediend met betrekking tot
                                een beslissing bedoeld in het tweede lid, wordt op het bezwaar
                                eveneens beslist met toepassing van de ten tijde van de aanvraag
                                geldende bepalingen.</al></li><li nr="4."><al>De voor de inwerkingtreding gedane inschrijvingen van
                                standplaatszoekenden, worden geacht inschrijvingen te zijn als
                                bedoeld in artikel 22 van deze verordening.</al></li><li nr="5."><al>Wanneer het aantal aanvragen voor een vergunning als bedoeld in
                                artikel 39 (short stay) die binnen een door burgemeester en
                                wethouders vast te stellen termijn voor de eerste keer zijn gedaan
                                meer bedraagt dan op grond van artikel 42 vastgestelde quotum, zal
                                loting plaatsvinden.</al></li></lijst><al><vet><onderstreept>Artikel 66</onderstreept></vet></al><al><vet>Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als Regionale Huisvestingsverordening
                        Stadsregio Amsterdam 2010.</al><al><vet><onderstreept>Artikel 67</onderstreept></vet></al><al><vet>Inwerkingtreding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2010.</al></li><li nr="2."><al>De Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2008 wordt
                                per 1 januari 2010 ingetrokken.</al></li></lijst><al/><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al><vet>Bijlage 1 </vet></al><al>Behorende bij artikel 2, lid 4</al><al><vet>Gemeente Amstelveen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bejaardenwoningen met dienstverlening op indicatie van de Stichting
                                Welzijn Ouderen</al></li><li nr="2."><al>Woonruimten geleden in het complex ‘Aemstelsteijn’ aan de Laan van
                                de Helende Meesters</al></li></lijst><al><vet>Gemeente Amsterdam</vet></al><al>3.Woonruimten die deel uitmaken van door Burgemeester en Wethouders
                        aangewezen complexen bestemd voor huisvesting van studenten die staan
                        ingeschreven voor een volledige dagopleiding aan een onderwijsinstelling
                        voor middelbaar of hoger beroepsonderwijs of universiteit in de Stadsregio
                        Amsterdam.</al><al><vet>Gemeente </vet><vet>Purmerend</vet></al><lijst><li nr="4."><al>Woonruimten in de Oude Stad boven het Willem Eggert Centrum</al></li><li nr="5."><al>Woonruimten in beheer bij AFC vastgoed en Hoorn, De Vos, Metselaar
                                en Sturop</al></li></lijst><al>Bijlage 2</al><al><vet>Behorende bij artikel 9</vet></al><al>Voor alle regiogemeenten excl. Amsterdam en Diemen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="39*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="31*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Huishouden</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Max. Inkomen €</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Max. huur €</vet><vet>(prijspeil 1 juli
                                            2009)</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 p &lt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>20.976</al></entry><entry colname="col3"><al>511,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 p &gt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>19.800</al></entry><entry colname="col3"><al>511,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 p &lt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>28.475</al></entry><entry colname="col3"><al>511,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2p &gt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>27.075</al></entry><entry colname="col3"><al>511,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&gt; 2 p &lt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>28.475</al></entry><entry colname="col3"><al>548,18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&gt; 2 p &gt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>27.075</al></entry><entry colname="col3"><al>548,18</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Gemeente Diemen </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="38*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="32*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Huishouden</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Max. Inkomen €</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Max. huur €</vet></al><al><vet>(prijspeil 1 juli 2009)</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 p &lt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 20.975 20.976 - 37.020</al></entry><entry colname="col3"><al>0 - 511,50 357,37- 647,53</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 p &gt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 19.800 19.801 - 37.020</al></entry><entry colname="col3"><al>0 - 511,50 357,37 - 647,53</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 p &lt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 28.475 28.476 - 37.020</al></entry><entry colname="col3"><al>0 - 511,50 357,37 - 647,53</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2p &gt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 27.075 27.076 - 37.020 </al></entry><entry colname="col3"><al>0 - 511,50 357,37 - 647,53</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&gt;2 p &lt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 28.475 28.476 - 37.020</al></entry><entry colname="col3"><al>0 - 548,18 357,37 - 647,53</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&gt;2 p &gt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 27.075 27.076 - 37.020</al></entry><entry colname="col3"><al>0 - 548,18 357,37 - 647,53</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Gemeente Amsterdam </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="39*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="31*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Huishouden</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Max. Inkomen €</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Max. huur €</vet></al><al><vet>(prijspeil 1 juli 2009)</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Alle huishoudens</al></entry><entry colname="col2"><al>37.020</al></entry><entry colname="col3"><al>414</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Bijlage 3 </vet></al><al>Behorende bij artikel 10</al><al>Gemeente Amstelveen </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="45*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="55*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Woning met woonoppervlak of aantal
                                            kamers</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Huishouden met minimaal</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vierkamerwoning &lt; 60 m2 </al></entry><entry colname="col2"><al>1 persoon</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tweekamerwoning</al></entry><entry colname="col2"><al>2 t/m 4 personen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Driekamerwoning</al></entry><entry colname="col2"><al>2 t/m 4 personen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vierkamerwoning &gt; 60 m2</al></entry><entry colname="col2"><al>2 t/m 4 personen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vijf kamers of meer</al></entry><entry colname="col2"><al>5 of meer personen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Gemeente Amsterdam+ Diemen </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="45*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="55*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Woning met woonoppervlak</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Huishouden met minimaal</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>0 tot 60 m2 </al></entry><entry colname="col2"><al>Elk huishouden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>60 m2 tot 80 m2</al></entry><entry colname="col2"><al>3 personen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>vanaf 80 m2 </al></entry><entry colname="col2"><al>5 personen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Overige gemeenten </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="45*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="55*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Woning met aantal kamers</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Huishouden met minimaal</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>1 persoon</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>1 persoon</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>1 persoon</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>2 personen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>3 personen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Bijlage 4 </vet></al><al><vet>Werkingsgebied splitsingsvergunning per gemeente</vet></al><al><vet>Gemeente Amstelveen</vet></al><al>Alle huur- en koopwoningen beneden huur- of koopprijsgrens.</al><al><vet>Gemeente Amsterdam </vet></al><al>Gebouwen van vóór 1940 in </al><lijst><li nr="a."><al>het gebied omgrensd door
                                Javaplantsoen-Kramatweg-Valentijnkade-Molukkenstraat-het
                                spoorwegemplacement-Kruislaan-de Weespertrekvaart-de Amstel-
                                President
                                Kennedylaan-Europaplein-Wielingenstraat-Diepenbrockstraat-het Zuider
                                Amstelkanaal-Stadionplein-de noordzijde van het Olympisch stadion-de
                                Stadiongracht-het Olympiakanaal-de Schinkel-
                                Riekerhaven-Westlandgracht-Theophile de
                                Bockstraat-Warmondstraat-Postjeskade-een lijn geprojecteerd in het
                                noordelijk verlengde daarvan-Orteliuskade-Robert
                                Scottstraat-Erasmusgracht-Rijksweg
                                no.10-Basisweg-Tranformatorweg-Spaarndammerdijk-Tasmanstraat-de
                                steiger van de derde pontverbinding-het IJ-het Zijkanaal
                                I-Klaprozenweg-Floraweg-Sneeuwbalweg-Buiksloterdijk-Purmerweg-Dirkshornplantsoen-Medemblikstraat-Watergangseweg-de
                                Schellingwouderbreek-Zuiderzeeweg-Flevoweg-Javaplantsoen;</al></li><li nr="b."><al>het gedeelte van Tuindorp Watergraafsmeer dat wordt omgrensd door
                                Zaaiersweg-Middenweg-Onderlangs-Duivendrechtselaan;</al></li><li nr="c."><al>het gedeelte van Tuindorp Oostzaan voor zover dit wordt omgrensd
                                door de Meteorensingel en de Kometensingel;</al></li><li nr="d."><al>het gedeelte van de bebouwing geleden ter weerszijden van de
                                Oostzanerdijk, de Landsmeerdijk, de Kadoelenweg, de Stoombootweg en
                                het Zuideinde.</al></li></lijst><al><vet>Gemeente Diemen</vet></al><al>Alle huurwoningen met een rekenhuur beneden de huurprijsgrens.</al><al><vet>Gemeente </vet><vet>Oostzaan</vet></al><al>Gebouwen bevattende woonruimte.</al><al><vet>Bijlage 5 </vet></al><al>Behorende bij artikel 60</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="60*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Tabel bestuurlijke boete</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Kolom A</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Kolom B</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Boetebedrag</vet><vet>1</vet><vet><sup>e</sup></vet><vet>
                                                keer</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Boetebedrag
                                                </vet><vet>2</vet><vet><sup>e</sup></vet><vet> e.v.
                                                keer binnen 3 jaar na de
                                                1</vet><vet><sup>e</sup></vet><vet> keer</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>In gebruik <onderstreept>nemen</onderstreept> van
                                            woonruimte zonder vergunning</al></entry><entry colname="col2"><al>340*</al></entry><entry colname="col3"><al>340*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>In gebruik <onderstreept>geven</onderstreept> van
                                            woonruimte zonder vergunning bij niet-bedrijfsmatige
                                            exploitatie (door huurder of door eigenaar met één
                                            woning in de verhuur)</al></entry><entry colname="col2"><al>3000</al></entry><entry colname="col3"><al>4500</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>In gebruik <onderstreept>geven</onderstreept> van
                                            woonruimte zonder vergunning bij bedrijfsmatige
                                            exploitatie (eigenaar/verhuurder met meer dan één
                                            woning)</al></entry><entry colname="col2"><al>6000</al></entry><entry colname="col3"><al>9000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>In gebruik <onderstreept>geven</onderstreept> van
                                            woonruimte zonder vergunning door een huurder tegen een
                                            hogere huurprijs dan door hemzelf feitelijk wordt
                                            betaald</al></entry><entry colname="col2"><al>12000</al></entry><entry colname="col3"><al>18500</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onttrekken zonder vergunning </al></entry><entry colname="col2"><al>12000</al></entry><entry colname="col3"><al>18500*</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Toelichting Regionale huisvestingsverordening</al><al><vet>Algemeen</vet></al><al><vet>Inleiding</vet></al><al>Per 1 januari 2006 is met de inwerkingtreding van hoofdstuk XI van de Wet
                        Gemeenschappelijke Regeling (WGR+) ook de Huisvestingswet gewijzigd. Door
                        die wijziging is de Regioraad van de Stadsregio Amsterdam bevoegd een
                        regionale huisvestingsverordening vast te stellen (artikel 2, derde lid van
                        de Huisvestingswet). Doel van de wetgever is om te bewerkstelligen dat er
                        binnen een Stadsregio een samenhangend woonbeleid wordt gevoerd. </al><al>De voorliggende huisvestingsverordening vervangt de verordening van 2008,
                        waarin alle tot dan toe geldende gemeentelijke huisvestingsverordeningen
                        alsmede de huisvestingsverordeningen van de stadsdelen van de gemeente
                        Amsterdam waren gebundeld. In de verordening zijn regels gesteld voor:</al><al><cursief>o de verdeling van (schaarse) woonruimte (huisvestingsvergunning),
                            en</cursief></al><al><cursief>o het behoud of de samenstelling </cursief>van de woningvoorraad
                            <cursief>(vergunningenstelsels voor het samenvoegen, onttrekken en
                            splitsen van woonruimte).</cursief></al><al><vet>Opzet en beleidsuitgangspunten verordening </vet></al><al>Het ontwerp van de nieuwe regionale verordening beoogt één eenduidige,
                        samenhangende, transparante regeling te zijn met oog voor de lokale
                        verschillen in aard en samenstelling van de woningvoorraad tussen de
                        gemeenten in de stadsregio. Het bestaande beleid dat was neergelegd in de
                        voorgaande verordening is daarbij niet gewijzigd. Wel heeft harmonisatie van
                        procedures plaatsgevonden.</al><al>Gemeenten hebben zelf bepaald van welke hoofdstukken en afdelingen in de
                        verordening zij gebruik maken. Aan het begin van elke afdeling in de
                        verordening is aangegeven in welke gemeenten de betreffende bepalingen van
                        toepassing zijn.</al><al>De verordening geeft <cursief>alleen</cursief> bepalingen die betrekking
                        hebben op de verlening van de huisvestingsvergunning, de
                        onttrekkingsvergunning en de splitsingsvergunning. De inhoudelijke criteria
                        voor de drie vergunningenstelsels zijn gegeven alsmede waar nodig
                        procedurebepalingen.</al><al>De overige belangrijkste beleidsuitgangpunten in de regionale
                        huisvestingsverordening zijn als volgt samen te vatten: </al><al>één regionale markt waarbinnen economisch en maatschappelijk aan de
                        stadsregio gebonden woningzoekenden zich vrij kunnen bewegen;</al><al>formulering van het woonruimteverdelingsbeleid voor woonruimte en
                        standplaatsen;</al><al>regionale bepalingen voor behoud of samenstelling woonruimtevoorraad</al><al>één inhoudelijk kader voor urgentiecriteria. </al><al>De regionale huisvestingverordening vormt de grondslag voor het bestuurlijk
                        handelen bij woonruimteverdeling en bij behoud of samenstelling van de
                        woningvoorraad. De Stadsregio stelt de verordening vast, de gemeenten
                        (burgemeester en wethouders) voeren de verordening uit. Op diverse plaatsen
                        is ruimte voor het lokale bestuur om beleidsregels op te stellen op grond
                        van artikel 4.81 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht. In deze
                        beleidsregels kan het ‘lokale’ beleid worden uitgewerkt, voorzover dat past
                        binnen het regionaal gegeven kader. Beleidsregels mogen daarmee niet in
                        strijd zijn.</al><al><vet>Relatie met het Convenant Woonruimteverdeling</vet></al><al>Het Convenant woonruimteverdeling Stadsregio Amsterdam 2008 bestaat naast de
                        verordening. Het Convenant is gesloten tussen de Stadsregio en de
                        woningcorporaties, werkzaam in de stadsregio en die lid zijn van het
                        Platform Woningcorporaties Noordvleugel Randstad. </al><al>De regels van het convenant woonruimteverdeling hebben alleen betrekking op
                        de verdeling van de huurwoningen van corporaties. Voor andere
                        woningeigenaren gelden deze afspraken niet. De huisvestingsverordening
                        daarentegen geldt voor alle woningeigenaren met woningbezit dat valt binnen
                        de gegeven reikwijdte van de drie vergunningenstelsels.</al><al>In het Convenant zijn onderdelen opgenomen die géén betrekking hebben op de
                        vergunningverlening. Deze onderdelen zijn daarom niet in de verordening
                        opgenomen.</al><al>Dat geldt voor de overeengekomen systematiek van woonruimteverdeling, het
                        aanbieden van woonruimte via WoningNet en de afspraken over de toewijzing
                        van woonruimte. Hierbij moet gedacht worden aan de bepalingen inzake de
                        inschrijving van woningzoekenden (artikel 4 en 5 convenant), de volgorde
                        voor toewijzing (artikel 5 en 11), de wijze van aanbieden van woonruimte
                        (artikel 8 convenant). Ook het invullen van de lokale beleidsruimte (artikel
                        12 convenant) en de labeling van woonruimte (artikel 7 convenant) gaan niet
                        over de verlening van de huisvestingsvergunning. </al><al>Op een aantal plaatsen zijn bepalingen in de verordening vrijwel identiek
                        met die in het Convenant. Dat is het geval bij de artikelen die de
                        vergunningverlening betreffen. Het gaat hierbij om de toelatingscriteria
                        voor vergunningverlening (artikel 4 verordening), ten dele de passendheid
                        (artikel 9 verordening) en de urgentiecriteria (artikel 14, tweede lid a t/m
                        f verordening).</al><al>Gemeenten kunnen ten aanzien van het onderdeel woonruimteverdeling
                        (hoofdstuk 2) kiezen om alleen te werken met de bepalingen uit het
                        Convenant. De verdeling van woonruimte van de corporaties de
                        urgentieverlening inbegrepen, vindt dan geheel plaats onder
                        privaatrechtelijke spelregels. Andere eigenaren vallen hier niet onder.</al><al>Gemeenten kunnen ook kiezen voor het toepassen van zowel de regels uit het
                        Convenant voor de corporaties als de regels uit de verordening voor overige
                        woningeigenaren.</al><al><vet>Verdeling standplaatsen</vet> De huisvestingsverordening geeft
                        bepalingen voor het verdelen van standplaatsen voor woonwagens. Gemeenten
                        kunnen voor het betrekken van een standplaats huisvestingsvergunningen
                        eisen. Kandidaten moeten zich kunnen inschrijven. De manier waarop
                        vrijkomende standplaatsen worden toegewezen aan de ingeschrevenen is niet
                        geregeld. Gemeenten kunnen bij toewijzing voorrang geven aan personen uit de
                        traditionele doelgroep. Kandidaten moeten dat wel aantonen.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomsten sluiten met beheerders of
                        woningcorporaties over de wijze van verdeling van standplaatsen. Binnen de
                        stadsregio kent de gemeente Zaanstad een dergelijke overeenkomst.</al><al><vet>Regionaal kader voor behoud of samenstelling woningvoorraad</vet></al><al>In de huisvestingsverordening is voor het eerst regionaal beleid opgenomen
                        ten aanzien van het behoud of samenstelling van de woningvoorraad. De
                        opgenomen bepalingen gelden voor de gemeenten in de regio die kiezen hiervan
                        gebruik te maken. In de Stadsregio willen tien gemeenten beleid voeren voor
                        onttrekking van woonruimte. Dit betreft de gemeenten Amstelveen, Amsterdam,
                        Beemster, Edam-Volendam, Oostzaan, Purmerend, Uithoorn Waterland, Wormerland
                        en Zeevang. De overige gemeenten hebben hier geen behoefte aan. </al><al>De gemeente Amstelveen, Amsterdam, Diemen en Oostzaan willen
                        splitsingsbeleid voeren.</al><al>De bepalingen over onttrekking, samenvoeging, omzetting en splitsing hebben
                        een groter werkingsgebied dan de verdelingsbepalingen voor woonruimte. De
                        verdelingsbepalingen gaan over huurwoningen tot de huurprijsgrens. Het
                        onttrekkingsbeleid kan alle woonruimte ongeacht huur- of koopprijs omvatten.
                        Het splitsingsbeleid kan betrekking hebben op alle gebouwen bevattende
                        woonruimte.</al><al>Soms wil de gemeente een ander gebruik dan wonen voor een tijdelijke periode
                        toestaan. De verordening biedt hiervoor nog twee mogelijkheden. Er kan
                        vergunning worden verleend voor tijdelijke onttrekking van woonruimte of een
                        vergunning voor short stay (kort wonen). </al><al>Een voorbeeld van tijdelijke onttrekking is zelfstandige woning in gebruik
                        geven als onzelfstandige woonruimte aan studenten, totdat voor hen bestemde
                        nieuwbouw gereed is. De zelfstandige woonruimte wordt omgezet in
                        onzelfstandige woonruimte. De tijdelijkheid moet worden aangetoond door de
                        aanvrager. In dat geval kan een vergunning voor tijdelijke onttrekking
                        worden verleend. De toelichting bij de Huisvestingswet spreekt hierbij van
                        een termijn van vijf jaar. Voor een tijdelijke onttrekking kan een
                        financiële compensatie worden gevraagd. Dit zal wel een lager bedrag moeten
                        zijn dan bij permanente onttrekking, omdat er sprake is van
                        tijdelijkheid.</al><al>De gemeente Amsterdam wil “kort wonen” in de stad reguleren. Het gaat dan om
                        verblijf in de stad voor een periode langer dan zeven nachten en korter dan
                        zes maanden. Verblijft men langer dan zes maanden dan valt dit onder wonen
                        als bedoeld in de Huisvestingswet. Verblijf korter dan zeven nachten in de
                        stad valt onder hotelmatig gebruik.</al><al>Voor kort wonen is veel belangstelling bij expats en mensen die stages lopen
                        of tijdelijke opdrachten doen bij (internationale) bedrijven. Het
                        internationale karakter van de stad trekt deze doelgroepen aan.</al><al><vet>Rechtsbescherming</vet></al><al>Gemeenten die de woonruimteverdeling laten plaatsvinden op grond van het
                        Convenant, zullen voor de rechtsbescherming van woningzoekenden een
                        onafhankelijke klachtencommissie in het leven moeten roepen. </al><al>In de gemeenten die werken met een of meer vergunningenstelsel kunnen
                        burgers bezwaar en beroep instellen op grond van de Algemene wet
                        bestuursrecht.</al><al><vet>Indeling van de huisvestingsverordening</vet></al><al>De verordening bestaat uit vijf hoofdstukken. Hoofdstuk 1 geeft definities.
                        Hoofdstuk 2 geeft bepalingen over de verdeling van woonruimte en
                        standplaatsen. Hoofdstuk 3 regelt samenvoeging, onttrekking, omzetting en
                        splitsing van woonruimte. Hoofdstuk 4 geeft bepalingen voor handhaving en
                        sancties. Hoofdstuk 5 tenslotte geeft overgangsbepalingen. </al><al>Artikelgewijze toelichting</al><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</vet></al><al>In dit hoofdstuk zijn definities van begrippen opgenomen die in de
                        huisvestingsverordening worden gebruikt.</al><al>Hoofdstuk 2 Verdeling van woonruimte</al><al><vet>Afdeling I Woonruimteverdeling</vet></al><al>Deze afdeling geeft regels voor het verlenen van huisvestingsvergunningen
                        ten behoeve van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte.
                        Deze afdeling geldt in de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen,
                        Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Waterland, Wormerland en
                        Zeevang. Deze elf gemeenten willen verdelingsbeleid voeren op grond van de
                        huisvestingsverordening en ook met de bijbehorende huisvestingsvergunning
                        werken. De gemeenten Aalsmeer, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Uithoorn en
                        Zaanstad voeren voor wat betreft de woonruimteverdeling beleid op grond van
                        het Convenant Woonruimteverdeling 2008. Deze gemeenten beschikken over
                        weinig particulier bezit en hebben voldoende aan de gemaakte afspraken met
                        de corporaties en maken daarom geen gebruik van hoofdstuk 2 van de
                        verordening.</al><al>Artikel 2</al><al>Werkingsgebied</al><al>In dit artikel is de woonruimte aangewezen die onder de reikwijdte van dit
                        hoofdstuk valt. De huisvestingsvestingsverordening geeft hiervoor
                        prijsgrenzen. Twee prijsgrenzen voor huurwoningen en één prijsgrens voor
                        koopwoningen.</al><al>In de gemeenten Amstelveen, Beemster, Diemen, Landsmeer, Oostzaan,
                        Ouder-Amstel, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zeevang zijn alle
                        huurwoningen (dus zowel in bezit van particulieren als in bezit van
                        corporaties) met een rekenhuur tot de maximumgrens voor huurtoeslag (1 juli
                        2009: € 647,53) vergunningplichtig. Deze grens is ook vastgelegd in het
                        Convenant Woonruimteverdeling.</al><al>De gemeente Amsterdam heeft een lagere huurprijsgrens (i.c. de 2e
                        aftoppingsgrens; € 548,18 (prijspeil 1 juli 2009)). Deze gemeente heeft
                        verhoudingsgewijs veel woningen met een lage huur, waardoor geen behoefte
                        bestaat alle huurwoningen tot € 647,53 te reguleren. Het deel van de
                        corporatiewoningen met een huur tussen € 548,18 en € 647,53 is via het
                        Convenant gereguleerd.</al><al>De reikwijdte in de koopsector blijft in de hele regio beperkt tot
                        nieuwbouwkoopwoningen met een prijs tot € 163.625 (prijspeil 1 januari
                        2009). Deze grens komt uit de Huisvestingswet en is gebaseerd op het bedrag
                        genoemd in de Wet bevordering eigenwoningbezit. Deze prijsgrens is voor de
                        stadsregio aan de lage kant. Er worden amper nieuwbouwkoopwoningen gebouwd
                        voor een prijs van € 163.625. In de praktijk wordt dan ook weinig met deze
                        bepaling gewerkt.</al><al>De Stadsregio heeft het voornemen om de provincie Noord-Holland te vragen
                        deze prijsgrens te gaan verhogen. Er wordt dan gedacht aan een verhoging
                        naar ongeveer </al><al>€ 200.000. Dat sluit aan bij de grens van het Waarborgfonds Sociale
                        Woningbouw. </al><al>In het vijfde lid is geformuleerd dat de huisvestingsvergunning niet geldt
                        voor onzelfstandige woningen, woonwagens, ligschepen en stand- en
                        ligplaatsen. Voor standplaatsen voor woonwagens geldt wel een
                        vergunningsplicht. In afdeling II is de verdeling van standplaatsen
                        opgenomen.</al><al>Artikel 3</al><al>Reikwijdte vergunningplicht</al><al>Dit artikel regelt dat de aangewezen woonruimte in artikel 2 zonder
                        huisvestingsvergunning niet mag worden betrokken en niet in gebruik mag
                        worden gegeven. Hieruit spreekt de wederzijdse verantwoordelijkheid van
                        huurder en verhuurder.</al><al>Artikel 4</al><al>Toelatingscriteria</al><al>Dit artikel geeft de voorwaarden aan om in aanmerking te kunnen komen voor
                        een huisvestingsvergunning.</al><al><onderstreept>Minimumleeftijd</onderstreept></al><al>Voor het kunnen verlenen van een huisvestingsvergunning wordt een
                        minimumleeftijd van 18 jaar gevraagd.</al><al><onderstreept>Rechtmatig in Nederland</onderstreept></al><al>Woningzoekenden moeten rechtmatig in Nederland verblijven.</al><al><onderstreept>Economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de stadsregio
                            of Almere.</onderstreept></al><al>Binnen de stadsregio wordt gewerkt met een regionale bindingseis.
                        Woningzoekenden moeten een economische of maatschappelijke binding aan de
                        regio of Almere hebben.</al><al>Acht groepen woningzoekenden zijn van de laatste voorwaarden vrijgesteld,
                        die overeenkomen met de vrijstellingen van de Huisvestingswet (artikel
                        13c).</al><al>Artikel 5</al><al>Aanvraag vergunning en in te dienen bescheiden</al><al>Een huishouden moet de huisvestingsvergunning aanvragen op een formulier van
                        burgemeester en wethouders in de gemeente waar hij woont. Dit artikel geeft
                        aan welke bescheiden de aanvrager moet aanleveren bij de aanvraag.</al><al>Op grond van het tweede lid kunnen burgemeester en wethouders meer
                        informatie vragen als zij dit nodig hebben om de aanvraag te kunnen
                        beoordelen.</al><al>In het derde lid is bepaald dat een aanvraag alleen in behandeling wordt
                        genomen als de aanvrager aannemelijk kan maken dat hij ook daadwerkelijk in
                        de woonruimte waarvoor hij de vergunning aanvraagt, gaat wonen. Dit laatste
                        kan duidelijk worden uit het overleggen van een bereidverklaring waarin
                        staat dat de eigenaar de woning daadwerkelijk aan aanvrager in gebruik wil
                        geven. In de gemeente Amsterdam moet bij de aanvraag een dergelijke
                        bereidverklaring worden ingediend bij de aanvraag om
                        huisvestingsvergunning.</al><al>Artikel 6</al><al>Beslistermijn vergunning</al><al>Burgemeester en wethouders moeten binnen 8 weken een beslissing nemen op de
                        aanvraag. Verlenging van de beslistermijn is mogelijk tot 12 weken.</al><al>Artikel 7 </al><al>Gegevens op de vergunning</al><al>Dit artikel vermeldt welke gegevens op de huisvestingsvergunning worden
                        vermeld. Het tweede lid regelt dat kan worden bepaald dat de vergunning
                        slechts geldig is als het hele huishouden of de hele woongroep de woning
                        daadwerkelijk betrekt. In de praktijk van de gemeente Amsterdam is deze
                        bepaling nodig gebleken.</al><al>Artikel 8</al><al>Criteria voor vergunningverlening</al><al>Dit artikel regelt wanneer een huisvestingsvergunning wordt verleend. Het
                        eerste lid heeft betrekking op huurwoningen. De aanvrager moet voldoen aan
                        de toelatingscriteria uit artikel 4 van de verordening, dus 18 jaar of ouder
                        zijn, rechtmatig in Nederland verblijven en economisch of maatschappelijk
                        zijn gebonden aan de regio.</al><al>Daarnaast moet de woning zowel passend zijn qua grootte als qua inkomen van
                        de aanvrager en moet er geen andere kandidaat zijn die op grond van een
                        urgentieverklaring eerder voor de woning en dus de huisvestingsvergunning in
                        aanmerking komt. Dit is een limitatieve opsomming. Als de aanvrager aan de
                        criteria voldoet, moet de vergunning worden verleend.</al><al>De vergunningverlening voor het betrekken van een nieuwbouwkoopwoning is
                        geregeld in het tweede lid. Hierbij kunnen alleen de toelatingscriteria van
                        artikel 4 worden gehanteerd. Passendheid- en urgentiecriteria zijn niet
                        mogelijk. Dit is in overeenstemming met het huidige beleid van de gemeenten
                        in de stadsregio.</al><al>Artikel 9</al><al>Passendheid: relatie huur-inkomen</al><al>Met woonruimteverdeling wordt beoogd de doelgroep van beleid zo goed
                        mogelijk te huisvesten. Daarom kent de verordening de mogelijkheid
                        passendheidseisen te verbinden aan de vergunningverlening. Deze eisen hebben
                        enerzijds betrekking op de relatie huur-inkomen (financiële passendheid) en
                        anderzijds op de grootte van het huishouden en de woning (bezettingsnorm).
                        Dit artikel regelt de financiële passendheid. Achtergrond hiervan is dat de
                        sociale huurwoningenvoorraad bedoeld is voor mensen met een laag inkomen.
                        Deze woningen moeten dan ook bij voorkeur bij deze mensen terecht komen. Dit
                        komt tot uitdrukking in het eerste lid. Huurwoningen moeten zoveel mogelijk
                        terecht komen bij woningzoekenden die recht hebben op huurtoeslag.</al><al>In de verordening zijn verschillende tabellen opgenomen. Hierbij is
                        onderscheid gemaakt tussen Amstelveen, Amsterdam, Diemen en de overige
                        gemeenten. De in de verordening opgenomen tabellen corresponderen met de
                        tabellen die horen bij het Convenant (artikel 10). De tabellen geven
                        maximumnormen. Burgemeester en wethouders hebben de mogelijkheid om lokaal
                        passendheidstabellen vast te stellen, waarbij de normen alleen mogen worden
                        versoepeld (vierde lid). De toestand op de woningmarkt moet hiervoor
                        aanleiding geven. Hieronder wordt verstaan de samenstelling van vraag naar
                        woonruimte in verhouding tot het aanbod van woonruimte. Aanvullende
                        afspraken moeten worden gemeld bij het dagelijks bestuur van de
                        Stadsregio.</al><al>Artikel 10</al><al>Passendheid: bezettingsnorm</al><al>Dit artikel regelt de relatie tussen grootte van de woning en de grootte van
                        het huishouden.</al><al>Bij de bezettingsnormen bestaan ook verschillen tussen de gemeenten in de
                        regio. De gemeente Amsterdam werkt vanwege de opbouw van de woningvoorraad
                        (veel hele kleine woningen) met de relatie tussen het aantal leden van het
                        huishouden en de m² van de woning. Ook Diemen kiest hiervoor. De overige
                        gemeenten werken met de relatie tussen het aantal leden van het huishouden
                        en het aantal kamers in de woning. Soms is sprake van een combinatie van
                        beide normen.</al><al>In de verordening zijn meerdere tabellen opgenomen. Dit zijn
                        minimumnormen.</al><al>Als lokaal andere aanvullende afspraken worden gemaakt, moeten gemeenten dit
                        melden aan het dagelijks bestuur van de Stadsregio. Ook hiervoor geldt dat
                        alleen mag worden afgeweken als de toestand op de woningmarkt dit
                        vraagt.</al><al>Artikel 11</al><al>Woningruil en wisselwoning</al><al>Dit artikel geeft aan hoe om te gaan met het verlenen van
                        huisvestingsvergunningen bij woningruil en wisselwoningen. De gemeenten in
                        de regio hadden in hun huisvestingsverordeningen verschillende regels. De
                        gemeente Amsterdam had de meest uitgeschreven en duidelijkste regeling.
                        Daarom is gekozen deze regeling in de verordening op te nemen.</al><al>Artikel 12</al><al>Vruchteloze aanbieding</al><al>De verordening kent een, wettelijk verplichte, vruchteloze
                        aanbiedingsprocedure. Eigenaren van (huur of nieuwbouwkoop)woningen, die de
                        woning drie maanden zonder resultaat aanbieden aan woningzoekenden die aan
                        de criteria voor een huisvestingsvergunning voldoen, kunnen de woning
                        verhuren of verkopen aan iemand die daaraan niet voldoet. Het aanbieden kan
                        via een advertentie in een lokale of regionale krant, maar ook digitaal via
                        een website.</al><al>In de huidige praktijk wordt deze bepaling vooral ingezet voor de
                        particuliere huursector die onder de huurprijsgrens valt, maar deze bepaling
                        kan ook worden gebruikt voor de nieuwbouwkoopsector. Soms zijn bepaalde
                        complexen moeilijk verhuurbaar. In die gevallen kunnen burgemeester en
                        wethouders voor een bepaalde periode op voorhand ontheffing verlenen van een
                        of meer criteria voor de huisvestingsvergunning. Het criterium rechtmatig
                        verblijf blijft vereist.</al><al>Artikel 13</al><al>Intrekken vergunning</al><al>Dit artikel geeft de gronden waarop een huisvestingsvergunning kan worden
                        ingetrokken. Deze gronden komen uit artikel 28 van de Huisvestingswet.</al><al>Artikel 14</al><al>Urgentie</al><al>De redenen waarom een woningzoekende voorrang op andere woningzoekenden
                        moeten kunnen krijgen zijn in de verordening vastgelegd, tezamen met enkele
                        procedurevoorschriften (artikel 15). Hierdoor ontstaat meer eenduidigheid
                        binnen de regio zonder dat de lokale uitvoering verloren gaat. Door
                        afstemming van de criteria genoemd in artikel 14, tweede lid met de
                        betreffende bepalingen uit het Convenant, is in alle gemeenten hetzelfde
                        inhoudelijke kader van toepassing. De verordening biedt een kader voor de
                        toe te passen urgentiecriteria in de stadsregio.</al><al>De verordening ziet toe op de rechtvaardige en evenwichtige verdeling van
                        schaarse woonruimte. De woningmarkt binnen het gebied van de stadsregio is
                        en blijft naar verwachting krap. Het verlenen van voorrang aan
                        woningzoekenden zal om deze reden dan ook zorgvuldig en verdedigbaar ten
                        aanzien van de reguliere woningzoekenden moeten gebeuren.</al><al>Urgentieverklaringen kunnen worden verleend aan woningzoekenden die als
                        gevolg van de noodsituatie waarin zij verkeren op korte termijn een andere
                        woning nodig hebben en die geen gebruik hebben kunnen maken van een andere
                        voorliggende (wettelijke) voorziening, bijvoorbeeld op grond van de Wet
                        Maatschappelijke Ondersteuning (“WMO”). Wat onder noodsituatie wordt
                        verstaan is in het tweede lid nader aangegeven.</al><al>Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van urgentie staat de eigen
                        verantwoordelijkheid van de urgentie-verzoekende voorop. De overheid is niet
                        verantwoordelijk voor probleemsituaties die door de urgentie-verzoekende
                        zijn veroorzaakt. Het moet gaan om echte noodsituaties waarbij een ongewilde
                        en ongeplande verhuizing noodzakelijk is. Het willen maken van
                        ’wooncarrière’ kan niet de bedoeling zijn van een urgentieverzoek.</al><al>De verordening kent alleen het begrip ‘urgent’. De gradaties daarop in
                        enkele partiële verordeningen, met termen als spoedurgenten, verhuizing
                        noodzakelijk, of hoogste urgentie, alsmede de variatie in geldigheidsduur
                        van de urgentieverklaring zijn vervallen. Hiermee is beoogd om in de
                        verordening enige harmonisatie binnen de verschillende gemeenten van de
                        stadsregio aan te brengen. Zoals in het vorenstaande is gesteld, is daarmee
                        niet beoogd om de uitvoering op lokaal niveau ongedaan te maken.</al><al>Om urgentie te kunnen verkrijgen moet de aanvrager 18 jaar of ouder zijn, de
                        Nederlandse nationaliteit hebben of een geldige verblijfstitel hebben en
                        maatschappelijk of economische gebonden zijn aan de regio of Almere. De
                        urgentieverklaring wordt bij burgemeester en wethouders aangevraagd.</al><al><cursief>Urgentiecriteria</cursief> Het tweede lid noemt de criteria op
                        grond waarvan een woningzoekende urgent <onderstreept>kan</onderstreept>
                        worden. De criteria genoemd onder a t/m e corresponderen naadloos met het
                        Convenant Woonruimteverdeling 2008.</al><al>Het is voorstelbaar dat gemeenten bij het aanvragen van urgentie enkele
                        algemene uitgangspunten hanteren bij de toepassing van de genoemde criteria
                        a t/m e. Het kan dan gaan om de volgende uitgangspunten: De aanvrager is
                        niet verantwoordelijk voor zijn woonprobleem, de aanvrager heeft aannemelijk
                        gemaakt dat hij gedurende een bepaalde periode heeft geprobeerd om
                        woonruimte te verkrijgen, de aanvrager heeft geen mogelijkheden om het
                        woonprobleem zelf op te lossen binnen een aanvaardbare periode en de
                        aanvrager kan zelfstandig een huishouden voeren.</al><al>Onder a ‘acute noodsituatie’ vallen onder meer de situaties waarin
                        woningzoekenden door brand of overstroming hun woning hebben verloren. Het
                        gaat om calamiteiten.</al><al>Bij b ‘sociale of medische redenen’, kan het gaan om diverse situaties. Te
                        denken valt aan gevallen waarin de woonsituatie zodanig ontwricht is dat de
                        aanvrager of andere leden van het huishouden hierdoor ernstig geestelijk of
                        lichamelijk belast zijn en enkel een verhuizing naar andere woonruimte een
                        oplossing biedt. Ook kan het gaan om financiële problemen die buiten schuld
                        van de aanvrager zijn ontstaan, waardoor de aanvrager de woonlasten niet
                        meer kan opbrengen. Financiële problemen veroorzaakt door een echtscheiding
                        vallen hier in principe niet onder.</al><al>Bij medische redenen valt te denken aan situaties, waarin de huidige
                        woonsituatie niet meer passend is door bijvoorbeeld een progressieve ziekte,
                        dan wel door andere fysieke belemmeringen. Huishoudens met een indicatie op
                        grond van de WMO vallen hieronder. In de praktijk wordt in veel gemeenten
                        advies gevraagd van een ter zake deskundige instantie om de feitelijke
                        situatie te beoordelen en rapport uit te brengen.</al><al>De onderdelen d ‘woningzoekenden uit herstructureringsgebieden’ en e
                        ‘vreemdelingen’ (asielzoekers) die een verblijfsvergunning hebben gekregen
                        en die voor de eerste keer op zoek zijn naar woonruimte, spreken voor zich.
                        Onder g ‘aangewezen groepen van kandidaten’ vallen maatschappelijk
                        noodzakelijke beroepsgroepen, bijvoorbeeld leraren en agenten.</al><al>De beslistermijn van acht weken, met eenmalig een verlenging van vier weken,
                        is gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>Op de urgentieverklaring moeten enkele gegevens worden vermeld. Zoekprofiel
                        en wijze van bemiddeling zijn daarbij van groot belang. Hiermee wordt immers
                        bepaald waar een urgent woningzoekende op mag reageren en hoe hij wordt
                        bemiddeld voor andere woonruimte.</al><al><cursief>Geldigheid</cursief></al><al>Urgentie geldt alleen in de gemeente waar de urgentie is aangevraagd c.q.
                        verleend. Hieraan ligt ten grondslag dat de woningzoekende in gemeente waar
                        hij of zij urgent is geworden en erkenning heeft gekregen ook daar gebruik
                        kan maken van de voorrang. Op dit punt is voor stadsvernieuwingsurgenten uit
                        Amstelveen, Amsterdam, Purmerend en Zaanstad een uitzondering gemaakt, in
                        verband met afspraken die daaromtrent zijn gemaakt tussen deze vier
                        gemeenten.</al><al>Een urgentieverklaring is maximaal 52 weken geldig. Deze termijn is gekozen
                        om de regeling helder en overzichtelijk te houden. 52 weken is de meest
                        voorkomende termijn in de partiële verordeningen. Burgemeester en wethouders
                        kunnen in bijzondere gevallen de termijn verlengen. Onder bijzondere
                        gevallen vallen bijvoorbeeld grote gezinnen die recht hebben op een grote
                        woning (vijf kamers of meer). Dergelijke woningen komen in sommige gemeenten
                        sporadisch beschikbaar, waardoor het nodig kan zijn de urgentieverklaring na
                        één jaar te verlengen. Verlenging vergt een apart besluit.</al><al>De verordening geeft de gronden waarop burgemeester en wethouders een
                        verleende urgentieverklaring kunnen intrekken. Deze gronden zijn overgenomen
                        uit de verschillende partiële verordeningen</al><al>Artikel 15</al><al>Nadere uitwerking urgentie</al><al>Aangezien de lokale uitvoering nog steeds is gelaten aan de regiogemeenten
                        moeten burgemeester en wethouders regels stellen voor de procedure inzake
                        het aanvragen en verstrekken van urgentie, de wijze van bemiddeling bij het
                        zoeken naar woonruimte, de af te geven zoekprofielen voor aanvragers en een
                        volgordebepaling voor urgenten.</al><al>Bepaald moet worden welke gegevens een aanvrager moet overleggen bij het
                        aanvragen van een urgentieverklaring, aan welke instantie advies gevraagd
                        wordt over de aanvraag, hoe en of de gemeente wil bemiddelen voor personen
                        met een urgentieverklaring en voor welke woonruimte een urgent
                        woningzoekende in aanmerking kan komen.</al><al>De afgiftedatum van de urgentieverklaring kan als volgordecriterium gelden.
                        Er kan ook voor een andere volgorde worden gekozen. Bijvoorbeeld voorrang
                        voor stadsvernieuwingsurgenten boven andere urgenten.</al><al>Ten behoeve van de stadsvernieuwingsurgenten is een bepaling omtrent de
                        peildatum waarop zij als stadsvernieuwingskandidaat worden aangewezen door
                        burgemeester en wethouders opgenomen. In de praktijk zal het besluit voor
                        stadsvernieuwingsurgentie ten minste 12 maanden voor de daadwerkelijke sloop
                        of renovatie worden genomen.</al><al>In de praktijk verlenen niet altijd burgemeester en wethouders de
                        urgentieverklaring maar hebben zij de uitvoering daarvan overgedragen aan
                        externe instanties of (samengestelde) urgentiecommissies. Burgemeester en
                        wethouders kunnen op grond van de Algemene wet bestuursrecht de verlening
                        van urgentieverklaringen mandateren. Bijvoorbeeld aan de in hun gemeente
                        werkzame corporaties. Voor de volledigheid is ook in hoofdstuk 4 een
                        mandaatsbepaling opgenomen.</al><al>Artikel 16</al><al>Medische indicatie</al><al>De gemeente Amsterdam verstrekt medische indicaties aan woningzoekenden met
                        een beperking in medische zin en die daarom moeten verhuizen naar een
                        bouwkundig bijzonder type woning. Deze woningzoekenden kunnen reageren op
                        voor hen gelabelde woningen. </al><al>Dit artikel is algemeen gehouden zodat deze regeling in alle gemeenten
                        bruikbaar is.</al><al>Bij enkele gemeente is opgenomen dat de houder van een medische indicatie na
                        afloop van een periode van 52 weken na uitgifte terecht kan in een van de
                        andere stadsregio gemeenten. Deze mogelijkheid is komen te vervallen.</al><al>Artikel 17</al><al>Werkingsgebied</al><al>Dit artikel regelt welke gemeenten gebruik willen maken van de mogelijkheid
                        tot het opleggen van een leegmeldingsplicht voor woningeigenaren en het
                        kunnen (laten) doen van voordrachten. De gemeenten Amstelveen, Amsterdam,
                        Diemen, Landsmeer, Oostzaan, en Ouder-Amstel hebben er voor gekozen van deze
                        bepalingen gebruik te maken.</al><al>Artikel 18</al><al>Leegmelding</al><al>Dit artikel regelt dat eigenaren van woonruimte die onder de
                        vergunningplicht valt, binnen vijf dagen moeten melden dat hun woning
                        beschikbaar komt voor bewoning door een ander. Deze bepaling is van groot
                        belang voor de gemeente Amsterdam, waar een derde van de goedkope
                        huurwoningenvoorraad in handen is van particulieren. Deze eigenaren kunnen
                        bij het leegmelden een kandidaat voordragen, waarbij de gemeente toetst of
                        deze aan de criteria voor vergunningverlening voldoet.</al><al>Het tweede lid geeft aan dat de ter beschikkingsmelding niet geldt voor
                        eigenaren van woonruimte die deelnemen aan het Convenant
                        woonruimteverdeling. Het derde lid in welke situaties (a t/m f) een woning
                        ter beschikking is gekomen. </al><al>In het vierde lid is de melding van leegstand opgenomen. Burgemeester en
                        wethouders kunnen bepalen dat eigenaren woningen die langer dan twee maanden
                        leeg staan bij hen moeten leegmelden.</al><al>Artikel 19</al><al>Voordracht</al><al>Dit artikel geeft regels voor voordracht en de intrekking van de voordracht.
                        Zowel de woningeigenaar als burgemeester en wethouders kunnen een huishouden
                        voordragen. In de praktijk maken vooral particuliere eigenaren hiervan
                        gebruik. De eigenaar draagt binnen vier weken een kandidaat voor. De
                        voorgedragen kandidaat moet voldoen aan de vereisten van artikel 8 om voor
                        een huisvestingsvergunning in aanmerking te kunnen komen.</al><al>Het vierde en vijfde lid gaan over voordrachten gedaan door burgemeester en
                        wethouders. Omdat er een grote verscheidenheid bestaat bij de gemeenten
                        wanneer burgemeester en wethouders een voordracht kunnen doen, moeten
                        gemeenten genoemd in artikel 18 zelf bepalen in welke gevallen zij een
                        voordracht gaan doen. Te denken valt aan gevallen waarbij de woonruimte in
                        strijd met artikel 19 niet tijdig is leeg gemeld of waarbij de eigenaar niet
                        zelf binnen vier weken een huishouden voordraagt. </al><al>Ook kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat zij woningzoekenden
                        voordragen die in het bezit zijn van een urgentieverklaring.</al><al>In de gemeente Amsterdam wordt het zesde lid gebruikt om valse voordrachten
                        van (over het algemeen) particuliere huiseigenaren te kunnen aanpakken.</al><al>Hoofdstuk 2 Verdeling van woonruimte</al><al>Afdeling II Verdeling van Standplaatsen Woonwagens</al><al>Artikel 20</al><al>Werkingsgebied</al><al>Enkele gemeenten willen ook beleid voeren ten aanzien van de verdeling
                        standplaatsen voor woonwagens. In afdeling II is het betrekken van
                        standplaatsen onder een verdelingsregime gebracht.</al><al>De gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Oostzaan, Ouder-Amstel en Purmerend
                        willen gebruik maken van het vergunningstelsel voor standplaatsen. De
                        gemeente Zaanstad heeft met corporaties een overeenkomst gesloten over de
                        verdeling hiervan, en werkt derhalve niet met het vergunningenstelsel. De
                        overige gemeenten hebben geen standplaatsen voor woonwagens of werken niet
                        met huisvestingsvergunningen voor standplaatsen.</al><al>Artikel 21</al><al>Reikwijdte vergunningplicht</al><al>De vergunningplicht voorhet betrekken van en het in gebruik geven van
                        een standplaats is in dit artikel vastgelegd.</al><al>Artikel 22</al><al>Inschrijving register</al><al>Personen die in aanmerking willen komen voor het betrekken van een
                        standplaats worden door burgemeester en wethouders opgenomen in een
                        register. Voor inschrijving moet aan dezelfde criteria worden voldaan als
                        bij inschrijving voor toelating tot de markt voor woonruimte, dus 18 jaar of
                        ouder zijn, rechtsgeldig in Nederland verblijven en economisch of
                        maatschappelijk gebonden zijn aan de regio.</al><al>De gemeente Amstelveen hanteert als aanvullende eis dat huishoudens zich
                        inschrijven bij Woningnet.</al><al>Bepaald is dat een inschrijving één jaar geldig is. Burgemeester en
                        wethouders hebben de bevoegdheid de inschrijving te verlenging zolang als
                        nodig is. De ingeschrevene ontvangt een bewijs van inschrijving. </al><al>Een inschrijving kan ook worden doorgehaald. In het zesde lid zijn de
                        redenen genoemd op grond waarvan doorhaling kan plaatsvinden. Deze redenen
                        zijn gedestilleerd uit de huisvestingsverordeningen van de gemeenten die
                        regels bevatten ten aanzien van standplaatsen.</al><al>Artikel 23</al><al>In te dienen bescheiden</al><al>Dit artikel geeft aan welke bescheiden en gegevens de standplaatszoekende
                        moet overleggen om ingeschreven te worden. Dit zijn dezelfde gegevens als
                        die voor het aanvragen van een huisvestingsvergunning voor een huurwoning
                        moeten worden overgelegd. Gemeenten kunnen regelen dat de traditionele
                        doelgroep voorrang krijgt bij het verkrijgen van een standplaats boven
                        personen die niet eerder in een woonwagen hebben gewoond of wonen. Hierover
                        kunnen aanvullend gegevens worden gevraagd.</al><al>De gemeente Amsterdam kent een aparte groep standplaatszoekenden, namelijk
                        personen die werken bij een kermis- of circusbedrijf. Van hen worden bij
                        inschrijving gegevens gevraagd waarmee wordt aangetoond dat zij tot deze
                        doelgroep behoren.</al><al><vet><onderstreept>Artikel 24</onderstreept></vet></al><al>Criteria voor vergunningverlening</al><al>Dit artikel geeft de criteria om in aanmerking te komen voor een
                        huisvestingsvergunning. De criteria zijn al eerder benoemd in artikel 4.
                        Voor standplaatsen gelden geen passendheidseisen. Huishoudens komen in een
                        door burgemeester en wethouders bepaalde volgorde aan de beurt voor de
                        standplaats.</al><al>Artikel 25</al><al>Intrekken vergunning</al><al>De criteria voor het intrekken van de huisvestingsvergunning zijn hetzelfde
                        als die voor huisvestingsvergunningen bij woonruimte.</al><al>Artikel 26</al><al>Nadere uitwerking</al><al>Artikel 2 tweede lid van de Huisvestingswet geeft aan dat de regioraad
                        nagaat hoe bij de verdeling van standplaatsen voorrang kan worden verleend
                        aan woningzoekenden die in een woonwagen wonen of hebben gewoond. Het is aan
                        burgemeester en wethouders hierover nadere regels stellen. Tevens moeten
                        burgemeesters en wethouders de volgorde bepalen waarin woningzoekenden aan
                        de beurt komen voor een standplaats.</al><al>Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad</al><al><vet>Afdeling I Onttrekking, samenvoeging en omzetting</vet></al><al>Artikel 27</al><al>Werkingsgebied</al><al>Dit artikel regelt in welke gemeente de vergunningplicht voor onttrekking,
                        samenvoeging of omzetting van toepassing is. De gemeenten Amsterdam,
                        Amstelveen, Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend,
                        Uithoorn, Waterland, Wormerland en Zeevang kiezen voor een
                        vergunningstelsel.</al><al>Dit artikel bepaalt ook welke woonruimte onder de vergunningplicht valt. De
                        aanwijzing hiervan is op gemeenteniveau gedaan. Afhankelijk van de opbouw
                        van de woningvoorraad en de druk op de woningmarkt, kiezen gemeenten voor
                        een verschillende reikwijdte van de vergunningplicht.</al><al>Artikel 28</al><al>Reikwijdte vergunningplicht</al><al>Dit artikel geeft het verbod om zonder vergunning woonruimte te onttrekken
                        aan de bestemming wonen, samen te voegen of om te zetten van zelfstandige
                        woonruimte in onzelfstandige woonruimte.</al><al>Artikel 29 </al><al>Aanvraag vergunning</al><al>De aanvraag voor een vergunning moet worden ingediend bij burgemeester en
                        wethouders.</al><al>Artikel 30</al><al>Op de nemen gegevens </al><al>De aanvrager moet bij de vergunningaanvraag onder meer adresgegevens van
                        eigenaar en bewoners aanleveren, alsmede de koopprijs of de feitelijk
                        betaalde dan wel maximale redelijke huurprijs van de woonruimte waar de
                        aanvraag betrekking op heeft. Ook moet de aanvrager de voorgenomen
                        onttrekking, samenvoeging of omzetting motiveren.</al><al>Artikel 31</al><al>In te dienen bescheiden</al><al>Bij een aanvraag moeten verschillende bescheiden worden overgelegd. Het gaat
                        onder andere om tekeningen waarmee burgemeester en wethouders inzicht
                        krijgen in de situatie. In geval er sprake is van reële compensatie, wordt
                        van de aanvrager een compensatievoorstel gevraagd. Ook kan informatie over
                        eventueel verleende subsidies voor woningverbetering worden opgevraagd.</al><al>Artikel 32 </al><al>Beslistermijn</al><al>De beslistermijn op de vergunningaanvraag is twaalf weken, met een
                        verlenging van vier weken.</al><al>Artikel 33</al><al>Samenloop onttrekking en bouwen</al><al>Een aanvraag voor woningonttrekking kan samenlopen met de aanvraag voor een
                        bouwvergunning. Dit artikel regelt dat een aanvraag voor een
                        onttrekkingsvergunning dan kan worden aangehouden tot ten hoogste twee weken
                        na de beslissing over de bouwvergunning.</al><al>Artikel 34</al><al>Beschikkingsvereisten</al><al>Dit artikel schrijft voor wat op de onttrekkingsbeschikking moet worden
                        vermeld. Het moet duidelijk zijn om welke woonruimte(n) het gaat, welke
                        compensatie moet worden geboden. Nadat de vergunning onherroepelijk is
                        geworden, moet binnen één jaar van de vergunning gebruik worden
                        gemaakt.</al><al>Artikel 35</al><al>Criteria voor vergunningverlening</al><al>Dit artikel geeft de inhoudelijke criteria op grond waarvan de
                        onttrekkingsvergunning wordt verleend of wordt geweigerd. Het gaat bij de
                        vergunningverlening steeds om een individuele belangenafweging tussen het
                        belang van de aanvrager enerzijds en het belang van het behoud of
                        samenstelling van de woningvoorraad anderzijds.</al><al>Is het belang van de aanvrager even groot als of groter dan het belang tot
                        behoud of samenstelling van de woningvoorraad, dan wordt de vergunning
                        verleend.</al><al>Is het belang van het behoud of samenstelling van de woningvoorraad groter,
                        maar kan dit belang door het stellen van voorwaarden en voorschriften bij de
                        vergunning voldoende worden gewaarborgd, dan wordt de vergunning ook
                        verleend.</al><al>Is het waarborgen van het belang van het behoud of samenstelling van de
                        woningvoorraad niet meer mogelijk door het stellen van voorwaarden en
                        voorschriften, dan wordt de vergunning geweigerd.</al><al>Bij de belangenafweging kan leefbaarheid in een wijk, buurt of straat worden
                        betrokken. Leefbaarheid is immers onderdeel van het behoud of samenstelling
                        van de woningvoorraad. Voor de helderheid is dit in het vierde lid nader
                        geëxpliciteerd.</al><al>Artikel 36</al><al>Voorwaarden en voorschriften</al><al>Artikel 32 van de Huisvestingswet geeft aan dat de voorwaarden en
                        voorschriften in de verordening moeten zijn opgenomen. Artikel 36 vormt hier
                        de uitwerking van.</al><al>Met de voorwaarden en voorschriften die burgemeester en wethouders aan de
                        onttrekkingsvergunning kunnen verbinden, wordt het terzake door hen gewenste
                        beleid bij behoud en samenstelling van de woningvoorraad door
                        woningonttrekking mogelijk gemaakt. Het stellen van voorwaarden en
                        voorschriften is een bevoegdheid, geen verplichting. Er kunnen verschillende
                        voorwaarden en voorschriften aan de vergunning worden verbonden. Deze moeten
                        logischerwijs wel samenhangen met de impact van onttrekking op het behoud of
                        samenstelling van de woningvoorraad.</al><al><cursief>Compensatie</cursief></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen compensatie vragen voor het verlies van
                        woonruimte. Dit kan in reële zin - in de vorm van nieuwe woonruimte- maar
                        ook in financiële zin. De verordening bepaalt de maximum hoogte voor de
                        financiële compensatie, te weten 12% van de waarde volgens de Wet waardering
                        onroerende zaken (WOZ). De gekozen maatstaf, te weten de waardering voor de
                        Wet waardering onroerende zaken biedt een objectieve grondslag van de waarde
                        in het economisch verkeer. De waarde geeft ook de eventuele verschillen
                        binnen de regio weer. Verder is de maatstaf in iedere gemeente
                        beschikbaar.</al><al>Omdat de druk op de markt per gemeente verschilt, geeft de verordening één
                        maximumpercentage. Gemeenten die deze voorwaarde aan de vergunning willen
                        verbinden, moeten beleidsregels opstellen ten aanzien van de hoogte van de
                        financiële compensatie die zij willen vragen. Gemeenten kunnen alleen lagere
                        percentages vaststellen. Zij kunnen hiervoor aansluiten bij de m²-norm die
                        in de partiële verordeningen van de Regionale Huisvestingsverordening 2008
                        was opgenomen.</al><al>Het artikel biedt ook mogelijkheden om per type woningonttrekking
                        (onttrekking aan woonbestemming, samenvoegen van woonruimte of omzetten van
                        woonruimte) verschillende percentages te hanteren. Voor de berekening van de
                        hoogte van de financiële compensatie bij het samenvoegen van woonruimte moet
                        worden uitgegaan van de WOZ-waarde van de kleinste woning.</al><al>De gemeenten kunnen beleid formuleren voor het verlenen van vrijstelling van
                        compensatie. Zij kunnen aangeven in welke gevallen bijvoorbeeld geen
                        compensatie wordt gevraagd. Verder schrijft de verordening voor dat in het
                        geval van samenvoeging van woonruimte waarbij de eigenaar een investeringen
                        heeft gedaan in noodzakelijke bouwkundig herstel van het pand, bij de
                        vrijstelling rekening wordt gehouden met de hoogte van de gedane
                        investering.</al><al>Naast reële of financiële compensatie, kunnen ook voorwaarden worden gesteld
                        van volkshuisvestelijke aard. Gevraagd kan worden dat na samenvoeging of
                        omzetting een woonruimte ontstaat met een huur- of koopprijs beneden de huur
                        of koopprijsgrens. Hiermee wordt goedkope woonruimte toegevoegd aan de
                        voorraad. Ook kan worden gevraagd dat een huishouden dat na samenvoeging of
                        omzetting de woonruimte gaat betrekken, passend gaat wonen.</al><al>Tenslotte regelt dit artikel dat ook geheel of gedeeltelijke vrijstelling
                        van compensatie kan worden gegeven als de eigenaar ten behoeve van de
                        noodzakelijke verbouwing, bijvoorbeeld bij samenvoeging van twee woningen,
                        een flinke investering doet. Het staat gemeenten vrij om ook andere
                        vrijstellingsmogelijkheden in beleidsregels op te nemen.</al><al>Artikel 37</al><al>Intrekking vergunning</al><al>Dit artikel geeft de gronden waarop een onttrekkingsvergunning kan worden
                        ingetrokken. De intrekkingsgronden zijn vergelijkbaar met die voor de
                        huisvestingsvergunning en de splitsingsvergunning.</al><al>Artikel 38</al><al>Tijdelijke onttrekking</al><al>De verordening biedt de mogelijkheid om ook vergunning te verlenen voor die
                        gevallen dat woonruimte tijdelijk wordt onttrokken. Deze vergunning kan voor
                        ten hoogste 5 jaar worden verstrekt.</al><al>Artikel 39</al><al>Vergunning short stay</al><al>Bij short stay wordt zelfstandige woonruimte gebruikt voor verblijf korter
                        dan zes maanden en langer dan zeven nachten. Hierdoor wordt de woning
                        onttrokken aan de bestemming wonen. Wonen is verblijf langer dan zes
                        maanden. Bij kort wonen is het mogelijk dat tijdelijke huurcontracten worden
                        aangeboden, waarvoor andere regels gelden dan bij normale huurcontracten. In
                        de gemeente Amsterdam mogen volgens het huidige beleid mogen alleen vrije
                        sector woningen tijdelijk worden onttrokken voor short stay voor één periode
                        van 10 jaar. Er is geen verlenging mogelijk. Vanwege het tekort aan
                        woonruimte is het niet wenselijk dat aan het goedkope deel van de voorraad
                        woningen voor ander gebruik worden onttrokken.</al><al>Nieuwbouw die speciaal bedoeld is om te verhuren aan deze doelgroepen, dus
                        korter dan zes maanden en het omzetten van kantoorgebouwen voor short stay,
                        vallen niet onder de vergunningplicht. Het vergunningstelsel voor short stay
                        is alleen van toepassing in de gemeente Amsterdam (zie artikel 27)</al><al>Artikel 40</al><al>In de aanvraag op te nemen gegevens en bescheiden </al><al>Bij de aanvraag voor een vergunning moeten een aantal gegevens worden
                        overgelegd. Uit die gegevens moet onder meer blijken dat de aanvrager de
                        eigenaar is.</al><al>Artikel 41 </al><al>Belangenafweging</al><al>Dit artikel expliciteert nog eens dat bij de vergunningverlening een
                        belangenafweging moet plaatsvinden tussen enerzijds het belang van de
                        aanvrager en anderzijds het belang van behoud of samenstelling van de
                        woningvoorraad. In het laatste belang zijn de effecten die de verandering
                        van de woningvoorraad voor de leefbaarheid kunnen hebben, begrepen. Te
                        denken valt aan gevaar voor overlast, te eenzijdige bewoning of teveel
                        bedrijven in een woonomgeving. Het beschermen van de leefbaarheid in een
                        straat, wijk of buurt vormt derhalve onderdeel van de belangenafweging.</al><al>Artikel 42</al><al>Quotum</al><al>Dit artikel regelt dat burgemeester en wethouders per stadsdeel een quotum
                        kunnen vaststellen voor het maximum aantal te verlenen vergunningen voor
                        short stay. In een verdeelbesluit kan nader worden aangegeven dat
                        uitsluitend in bepaalde gebieden (per stadsdeel) vergunningen worden
                        verleend. Hiermee wordt gestreefd naar aanvaardbare aantallen tijdelijke
                        onttrekking voor dit doel en voldoende spreiding over de stad. In gebieden
                        die hier niet genoemd zijn, zullen in verband met de leefbaarheid geen
                        vergunningen worden afgegeven.</al><al><vet>Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad</vet></al><al>Afdeling II Splitsing</al><al>Artikel 43</al><al>Werkingsgebied</al><al>Dit artikel geeft per gemeente het werkingsgebied aan. Gemeenten bepalen
                        welk deel van hun woningvoorraad vanuit behoud en samenstelling van de
                        woningvoorraad moet worden beschermd. Door een vergunningplicht in te voeren
                        kunnen veranderingen door woningsplitsing worden beoordeeld op
                        wenselijkheid.</al><al>Het werkingsgebied is per gemeente verschillend. Dit hangt samen met de
                        samenstelling van de plaatselijke woningvoorraad. In de gemeente Amstelveen
                        vallen bijvoorbeeld alle huur- of koopwoningen beneden de huur- of
                        koopprijsgrens onder de vergunningplicht. In Diemen zijn als gebouwen
                        aangewezen alle huurwoningen beneden de huurprijsgrens. In Oostzaan zijn
                        alle gebouwen waarin woonruimte is ondergebracht onder de vergunningplicht
                        gebracht. In Amsterdam gaat het om alle gebouwen die vóór 1940 tot stand
                        gekomen zijn in het gebied vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 8 augustus
                        1977, nr 19. Op deze hoofdregel zijn een drietal uitzonderingen gemaakt
                        (tweede lid).</al><al>Artikel 44</al><al>Reikwijdte vergunningplicht</al><al>Dit artikel bepaalt dat het verboden is zonder vergunning van burgemeester
                        en wethouders een (eigendoms)recht op een gebouw dat onder de aangewezen
                        categorie van artikel 42 valt, te splitsen in appartementsrechten.</al><al>Artikel 45</al><al>Aanvraag vergunning</al><al>De aanvraag voor een splitsingsvergunning moet worden ingediend op een door
                        burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. Een aanvraag mag meerdere
                        gebouwen betreffen.</al><al>Artikel 46 en 47</al><al>Op te nemen gegevens en in te dienen bescheiden</al><al>Deze artikelen regelen welke gegevens de aanvrager moet aanleveren en welke
                        bescheiden moeten worden ingeleverd bij de aanvraag.</al><al>Artikel 48</al><al>Beslistermijn</al><al>Binnen 13 weken moet een beslissing worden genomen over de aanvraag. Deze
                        termijn kan eenmalig met 13 weken worden verlengd. De termijn is ruim omdat
                        de praktijk leert dat splitsingsaanvragen gecompliceerd kunnen zijn en
                        regelmatig samengaan met bouwkundige ingrepen. Ook kunnen er
                        herstructureringsplannen in het geding zijn. Daarom kan veel tijd nodig zijn
                        om onderzoek te doen en de aanvraag te beoordelen.</al><al>Artikel 49</al><al>Beschikkingsvereisten</al><al>De splitsingsvergunning moet aangeven op welke woonruimte(n) die betrekking
                        heeft en binnen welke termijn die moet worden gebruikt. In het tweede lid is
                        bepaald dat de vergunning één jaar geldig is, tenzij een langere tijd is
                        aangegeven.</al><al>Artikel 50</al><al>Weigeringsgronden</al><al>De weigerings- en aanhoudingsgronden voor een aanvraag om een
                        splitsingsvergunning zijn in de Huisvestingswet en het Huisvestingsbesluit
                        vastgelegd. In dit artikel zijn deze limitatieve weigeringsgronden verwoord.
                        Er zijn drie invalshoeken gegeven om een vergunning te weigeren. Weigering
                        kan verband houden met de woonruimtevoorraad, met belemmering van de
                        stadsvernieuwing of met de bouwkundige toestand van het gebouw.</al><al>Artikel 51</al><al>Aanhoudingsgronden</al><al>Dit artikel regelt wanneer een aanvraag kan worden aangehouden. Dit kan in
                        verband met belemmering van de stadsvernieuwing of in verband met de
                        toestand van het gebouw. </al><al>Artikel 52</al><al>Voorwaarden en verplichtingen</al><al>Dit artikel regelt voorwaarden en voorschriften die aan de
                        vergunningverlening kunnen worden verbonden. Binnen de stadsregio heeft de
                        gemeente Amsterdam het meest met woningsplitsing te maken. Dit artikel ziet
                        op de situatie waarin sprake is van een aanvraag voor een
                        splitsingsvergunning, in samenhang met een bouwplan voor complex woningen of
                        in samenhang met een bouwplan waarvoor al een bouwvergunning is verleend. De
                        splitsingsvergunning wordt dan onder de opschortende voorwaarde verleend dat
                        het bouwplan al is uitgevoerd. Ook kan een zekerheidsstelling (bankgarantie)
                        worden gevraagd dat het bouwplan wordt uitgevoerd. In dit laatste geval moet
                        binnen acht weken na de verlening van de vergunning met de verbouwing worden
                        gestart. Verder moet binnen een door burgemeester en wethouders bepaalde
                        termijn het werk gereed gemeld worden. Dit artikel is alleen van toepassing
                        in de gemeente Amsterdam.</al><al>Artikel 53</al><al>Vergunningverlening corporaties</al><al>Woningcorporaties kunnen in het kader van herstructurering en voorraadbeheer
                        behoefte hebben aan woningsplitsing om daarna de appartementen te verkopen.
                        Gemeenten kunnen hierover afspraken hebben gemaakt, die vastgelegd zijn in
                        een overeenkomst of convenant.</al><al>Dit artikel regelt dat in die gevallen, naast instemming voor verkoop van
                        burgemeester en wethouders en de minister, de splitsingsvergunning wordt
                        verleend.</al><al>Artikel 54</al><al>Quotum</al><al>Dit artikel geeft burgemeesters en wethouders de bevoegdheid om te bepalen
                        dat voor een gebiedsdeel slechts een bepaald aantal splitsingsvergunningen
                        per jaar zal worden afgegeven. Een dergelijk besluit moet worden genomen
                        voor 1 september van het kalenderjaar.</al><al>Artikel 55</al><al>Intrekken vergunning</al><al>Dit artikel geeft de gronden waarop een vergunning kan worden ingetrokken.
                        Dat kan als niet binnen één jaar de appartementsrechten zijn ingeschreven in
                        het kadaster. Ook als er onjuiste gegevens zijn verstrekt of de gegevens
                        waren onvolledig, en de vergunninghouder moest dit redelijkerwijs vermoeden,
                        kan de vergunning worden ingetrokken.</al><al>Hoofdstuk 4 Verdere bepalingen</al><al>Artikel 56 </al><al>Overleg bij wijziging </al><al>In dit artikel is bepaald dat het dagelijks bestuur bij wijziging van deze
                        verordening overleg moet plegen met de in de stadsregio werkzame
                        woningcorporaties. Ook kan met andere daarvoor in hun ogen in aanmerking
                        komende organisaties overleg worden gevoerd.</al><al>Artikel 57</al><al>Overeenkomsten</al><al>De Stadsregio kan naast of in plaats van een huisvestingsverordening
                        overeenkomsten met eigenaren van woonruimte over de verdeling van woonruimte
                        sluiten. In de verordening is deze bevoegdheid geëxpliciteerd. Dit sluit
                        logisch aan bij de huidige gang van zaken. Er is een Convenant
                        Woonruimteverdeling gesloten tussen de stadsregio enerzijds en de
                        corporaties die lid zijn het Platform Woningcorporaties Noordvleugel
                        Randstad, de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties anderzijds. </al><al>Vanwege de regionale verordening en het Convenant woonruimteverdeling hebben
                        gemeenten minder feitelijke armslag om nog aanvullende overeenkomsten te
                        sluiten.</al><al>Gemeenten kunnen met woningeigenaren overeenkomsten sluiten mits deze niet
                        overlappen of in strijd zijn met hetgeen in de huisvestingsverordening of in
                        het Convenant is geregeld. Dus geen afspraken over bijvoorbeeld de criteria
                        voor vergunningverlening, maar wel over labeling of volgordebepaling, zoals
                        het Convenant dat toestaat.</al><al>Ook kunnen gemeenten verdelings- of toewijzingsafspraken maken over
                        woonruimten, die niet onder deze verordening of het Convenant
                        Woonruimteverdeling vallen. </al><al>Tot slot kunnen ook afspraken worden gemaakt met eigenaren over onderwerpen
                        die niet in de verordening of het Convenant zijn geregeld zoals bijvoorbeeld
                        prestatieafspraken.</al><al>Artikel 58</al><al><onderstreept>Verstrekken van inlichtingen</onderstreept></al><al>De uitvoering van de verordening vindt lokaal plaats. Het dagelijks bestuur
                        kan zich informeren over de wijze van uitvoering. Burgemeester en wethouders
                        zijn verplicht alle inlichtingen te geven die voor een dergelijke
                        beoordeling nodig is.</al><al>Artikel 59</al><al>Handelen in strijd met de onttrekkingvergunning</al><al>Dit artikel bepaalt dat degene die handelt in strijd met de voorschriften en
                        voorwaarden die aan de onttrekkingsvergunning zijn verbonden, geacht wordt
                        zonder vergunning te hebben gehandeld.</al><al>Artikel 60</al><al>Bestuurlijke boete</al><al>De verordening geeft burgemeester en wethouders de mogelijkheid om bij
                        overtredingen van artikel 7 en 30 van de Huisvestingswet een bestuurlijke
                        boete op te leggen. De boetes kunnen worden opgelegd voor het zonder
                        huisvestingsvergunning in gebruik geven en nemen van een vergunningplichtige
                        woonruimte, evenals bij het zonder vergunning onttrekken en voor andere
                        doeleinden gebruiken van aangewezen woonruimte. Met de boetes kan worden
                        opgetreden tegen onrechtmatige bewoning bij illegale onderverhuur,
                        doorverhuur of overbewoning. Ook kan tegen onrechtmatig gebruik voor andere
                        doeleinden worden opgetreden. Bijvoorbeeld de woning gebruiken voor
                        kamerverhuur of pension, prostitutie, hennepteelt of drugshandel. Gebruik
                        voor andere doeleinden wordt gelet op de krapte op de woningmarkt zeer
                        ernstig bevonden en derhalve zwaar beboet. Hoge boetes gelden ook bij
                        ‘illegale doorverhuur’ waarbij de huurder winst maakt.</al><al>De bestuurlijke boete is hoger als binnen drie jaar opnieuw eenzelfde
                        overtreding wordt vastgesteld. Na een eerste overtreding wordt de overtreder
                        immers geacht te weten dat een dergelijke handeling kan worden beboet.
                        Eigenaren/verhuurders met meer dan één woning worden geacht de regelgeving
                        te kennen. Bij overtreding worden zij zwaarder beboet dan
                        eigenaren/verhuurders met één woning.</al><al>De op te leggen boetes zijn vastgelegd in bijlage 5. Burgemeester en
                        wethouders kunnen slechts wegens bijzondere omstandigheden afwijken van de
                        genoemde bedragen. De overtreder zal daar in beginsel een voldoende
                        onderbouwd beroep op moeten doen. (artikel 5.46, derde lid, Algemene wet
                        bestuursrecht).</al><al>Artikel 61</al><al>Mandaat</al><al>In veel gevallen voeren burgemeester en wethouders de woonruimteverdeling
                        niet zelf uit maar hebben ze een of meer bevoegdheden uit hoofdstuk 2 van de
                        verordening gemandateerd. Hoewel dit een algemene bevoegdheid is, gebaseerd
                        op de Algemene wet bestuursrecht, is dit artikel voor de volledigheid
                        opgenomen.</al><al>Artikel 62</al><al>Uitleg verordening</al><al>Het kan voorkomen dat in de verordening ergens niet in voorziet. In zo’n
                        geval beslissen burgemeester en wethouders, nadat zij het dagelijks bestuur
                        van de Stadsregio hierover hebben geraadpleegd, over de uitleg van de
                        verordening. Hierbij mogen zij zich uitsluitend laten leiden door
                        overwegingen die betrekking hebben op de evenwichtige en rechtvaardige
                        verdeling van schaarse woonruimte.</al><al>Artikel 63</al><al>Hardheidsclausule</al><al>Er kunnen zich individuele gevallen voordoen waarin strikte toepassing van
                        deze verordening onbedoeld en onvoorzien buitengewoon onbillijk uitwerken.
                        In die gevallen kunnen burgemeester en wethouders besluiten om af te wijken
                        van de bepalingen van deze verordening. Aard en strekking van de
                        hardheidsclausule zijn zodanig dat deze slechts met uiterste
                        terughoudendheid kan worden toegepast.</al><al>Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen</al><al>Artikel 64 </al><al>Experimenten</al><al>De ontwikkelingen op gebied van beleid en uitvoering staan niet stil.
                        Gemeenten kunnen behoefte hebben aan experimenten. Met dit artikel kan voor
                        een beperkte periode worden afgeweken van de bepalingen uit deze
                        verordening. Het dagelijks bestuur beslist hierover. Bij een beperkte
                        periode moet worden gedacht een aan een periode van maximaal één jaar. Voor
                        zover het experiment woningbezit betreft van een woningcorporatie, kan in
                        maximaal 10 procent van het sociale huurwoningbezit worden geëxperimenteerd.
                        Deze beleidslijn is afgesproken tussen partijen bij het Convenant. </al><al>Artikel 65</al><al>Overgangsbepalingen</al><al>Dit artikel geeft enkele overgangsbepalingen die onder meer duidelijkheid
                        geven hoe met aanvragen voor vergunningen en bezwaarschriften die voor 1
                        januari 2010 zijn ingediend, moet worden omgegaan.</al><al>Artikel 66</al><al>Citeertitel</al><al>De verordening kan worden aangehaald als de Regionale
                        Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2010.</al><al>Artikel 67</al><al>Inwerkingtreding</al><al>De verordening treedt op 1 januari 2010 in werking. Per die datum wordt de
                        Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2008
                        ingetrokken.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>