<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR48510_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie raads-en commissieleden 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 95 t/m 99</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-07-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-07-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2006-03-16</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/13</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie raads-en commissieleden 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 april 2007,
                        nummer 2007/13,</al><al>gelezen het besluit van het presidium van 6 juni 2007,</al><al>gelet op de artikelen 95 tot en met 99 en 147 van de Gemeentewet,</al><al>gelet op het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden,</al><al><vet>s t e l t va s t:</vet></al><al>‘de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2006’</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>.</al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="c."><al>Reisbesluit binnenland: het Koninklijk Besluit van 1 maart 1993,
                                    Stb. 144;</al></li><li nr="d."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                    56;</al></li><li nr="e."><al>Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister
                                    van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr.
                                    AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212;</al></li><li nr="f."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het
                            door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de
                            gemeenteklasse vastgestelde maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                                    verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor de
                                    gemeenteklasse, vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit
                                    raads- en commissieleden.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding
                                    ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                    loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                    dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het
                                    eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor de
                                    gemeenteklasse, vermeld in tabel III van het
                                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                    geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en
                                    3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar
                                    raadslid is geweest.</al></li><li nr="2."><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                    geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                    kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de
                                    gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                                    gemeentebestuur vergoed.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                            taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                            gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding
                                            van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                            overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 onderdeel b van
                                            de Regeling rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter
                                    zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden
                                    aan het raadslid vergoed.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen,
                                    congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang
                                    door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen
                                    voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                    of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt
                                    aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag
                                    in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en
                                    een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de
                                    gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de
                                    vervulling van het raadslidmaatschap.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente verleent een raadslid op aanvraag voor de
                                    uitoefening van het raadslidmaatschap een tegemoetkoming voor
                                    gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en
                                    software.</al></li><li nr="2."><al>Op aanvraag vergoedt de gemeente het raadslid de aanleg- en
                                    abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het
                                    eerste lid genoemde computerapparatuur.</al></li><li nr="3."><al>het presidium regelt de verdere invulling van dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                            arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                            verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering
                            ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                            arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Compensatie korting
                                werkloosheidsuitkering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                    Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van
                                    die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                    uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in
                                    artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het
                                    raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de
                                    gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.</al></li><li nr="2."><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het
                                    Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoek personeel ontvangt
                                    en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit
                                    ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                    uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in
                                    artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het
                                    raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de
                                    gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer
                                    dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de
                                    gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag
                                    van 8% van de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de
                                    werkzaamheden over de tijd van de waarneming.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                    de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Ziektekostenvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering
                                    als bedoeld in artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                    commissieleden bedraagt € 175 per jaar.</al></li><li nr="2."><al>In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het
                                    kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de
                                    tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid
                                    van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest. 3.
                                    De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid,
                                    geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening blijft van toepassing op het raadslid aan wie
                                    ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is
                                    verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien
                                    verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op grond
                                    van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt
                                    van het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing
                                    is.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening is ook van toepassing op raadsleden die
                                    tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een raadslid dat
                                    ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft
                                    verkregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het lid van een commissie als bedoeld in het reglement van orde
                                    van de gemeenteraad, geen raadslid zijnde, ontvangt van
                                    gemeentewege voor het bijwonen van de vergaderingen van een
                                    commissie en haar subcommissies geen vergoeding.</al></li><li nr="2."><al>Het presidium kan in afwijking van het bepaalde in het eerste
                                    lid een vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste 250% van
                                    de maximale vergoeding bedoeld in artikel 14 van het
                                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden voor de
                                    gemeenteklasse, ten aanzien van</al><lijst><li nr="a."><al>een lid van een commissie die op grond van zijn
                                            bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied
                                            van de commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is
                                            aangetrokken, en</al></li><li nr="b."><al>een lid van een commissie ten aanzien waarvan de
                                            vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke
                                            verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de
                                            omvang van de door hem te verrichten arbeid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De vergoeding voor leden van de commissies voor de
                                    bezwaarschriften wordt per collegebesluit bepaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overige onkosten</titel></kop><al>artikel 5 en 6 van deze verordening zijn ook van toepassing op
                            commissieleden niet-raadslid zijnde.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats
                                    door betaling uit eigen middelen.</al></li><li nr="2."><al>Voor de vergoeding van de kosten bedoeld in artikel 6 en 7 van
                                    deze verordening wordt gebruik gemaakt van een
                                    declaratieformulier, waarvan het model door het presidium is
                                    vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn
                                    betaald.</al></li><li nr="3."><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend.
                                    Het raadslid, of het commissielid dient het declaratieformulier
                                    binnen 2 maanden bij de griffier in, onder bijvoeging van de
                                    originele bewijsstukken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening Geldelijke Voorziening raads- en commissieleden, d.d. 12
                            januari 1996, gewijzigd op 22 augustus 1996 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 6 juli 2007 en werkt terug tot en met
                            16 maart 2006, met uitzondering van artikel 12, dat terugwerkt tot 11
                            oktober 2006. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 5 juli 2007</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de raadsgriffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. L.J. Heijlman N. Meijer</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>