<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR48500_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag Ouder-Amstel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Ouder-Amstel 30/12/2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigeidstoeslag Ouder-Amstel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, artikelen 8, eerste lid, onderdeel d en 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-05-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/53</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag Ouder-Amstel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>II. Recht op langdurigheidstoeslag</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 november
                        2009, nummer 2009/53,</al><al>Gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel d en 36 van de Wet werk en
                        bijstand;</al><al>Overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van een
                        langdurigheidstoeslag aan personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan
                        65 jaar bij vergunning te regelen;</al><al><vet>s t e l t v a s t:</vet></al><al>de ‘Verordening langdurigheidstoeslag Ouder-Amstel’. </al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>I.Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>I.Artikel</label><nr>1</nr><titel>I.Begrippen</titel></kop><al>I.In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="b."><al>wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="c."><al>bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de
                                    wet;</al></li><li nr="d."><al>WIJ-norm; de op grond van hoofdstuk 4 van de Wet investeren in
                                    jongeren van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd
                                    met de op grond van dat hoofdstuk door het college vastgestelde
                                    verhoging of verlaging;</al></li><li nr="e."><al>peildatum: de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt
                                    aangevraagd;</al></li><li nr="f."><al>referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de
                                    peildatum;</al></li><li nr="g."><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met
                                    dien verstande dat voor de zinsnede “een periode waarover een
                                    beroep op bijstand wordt gedaan” moet worden gelezen “de
                                    referteperiode”. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van
                                    artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op
                                    langdurigheidstoeslag als inkomen gezien;</al></li><li nr="h."><al>gehuwdennorm: de norm van artikel 21 onderdeel c van de
                                    wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>I.Artikel</label><nr>2</nr><titel>I.Uitvoering</titel></kop><al>I.De uitvoering van deze verordening berust bij het college van
                            burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Aan de in artikel 36, eerste lid van de wet gestelde voorwaarde van het
                            hebben van een langdurig laag inkomen is voldaan als gedurende de
                            referteperiode het inkomen van belanghebbende niet uitkomt boven 100
                            procent van de voor hem geldende bijstandsnorm. Voor belanghebbenden in
                            de leeftijd van 21 jaar tot 27 jaar dient het inkomen niet boven 100%
                            van de voor hun geldende WIJ-norm uit te komen.</al><al>Geen recht op langdurigheidstoeslag hebben personen:</al><lijst><li nr="1."><al>Aan wie een maatregel uit de 3<sup>e</sup> tot en met de
                                    6<sup>e</sup> categorie van de maatregelverordening Wet werk en
                                    bijstand is opgelegd.</al></li><li nr="2."><al>Aan wie een maatregel uit de maatregelverordening Wet investeren
                                    in jongeren is opgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden € 498,00</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder € 447,00</al></li><li nr="c."><al>voor een alleenstaande € 349,00</al><al><cursief> (De genoemde bedragen gelden per 1 januari
                                                2009 en indexering vindt jaarlijks
                                            plaats)</cursief></al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de
                                    peildatum bepalend.</al></li><li nr="3."><al>Indien een van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van
                                    het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of
                                    artikel 13 lid 1 van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in
                                    aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die
                                    voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou
                                    gelden.</al></li><li nr="4."><al>De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1
                                    januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het
                                    procentuele verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van
                                    dat jaar en de gehuwdennorm van het daar aan voorafgaande
                                    jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze gewijzigde verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                            2010. De Verordening langdurigheidstoeslag Ouder-Amstel, die is
                            vastgesteld op 1 januari 2009, wordt per datum van inwerkingtreding van
                            deze verordening ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan aangehaald worden als: Verordening
                            langdurigheidstoeslag Ouder-Amstel.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 17 december 2009</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>L.J. Heijlman</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting verordening langdurigheidstoeslag</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><tussenkop>De huidige langdurigheidstoeslag vindt zijn grondslag in artikel 36 van
                    de Wet werk en bijstand. Daarin is nauw omschreven in welke gevallen en onder
                    welke voorwaarden mensen met een laag inkomen in aanmerking komen voor de
                    toeslag. De gedachte achter de toeslag is, dat mensen die langdurig een inkomen
                    op het sociaal minimum hebben, geen financiële ruimte hebben om te reserveren
                    voor onverwachte uitgaven.</tussenkop><al>Op 1 januari 2009 treedt een wetsvoorstel in werking waarmee de
                    langdurigheidstoeslag wordt gedecentraliseerd naar gemeente. Op grond van
                    artikel 8 lid 1 onderdeel d WWB dient de gemeenteraad bij verordening regels
                    vast te leggen met betrekking tot het verlenen van een langdurigheidstoeslag.
                    Deze regels dienen in ieder geval betrekking te hebben op de hoogte van de
                    langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het begrip
                    langdurig laag inkomen, zoals in artikel 36 lid 1 WWB wordt gebruikt.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Begrippen die in de WWB voorkomen hebben in deze verordening dezelfde betekenis
                    als in de WWB. Ten aanzien van een aantal begrippen, die als zodanig niet in de
                    WWB zelf staan is een definitie gegeven in deze verordening.</al><al>Met betrekking tot het begrip “inkomen” is een van de WWB afwijkende definitie
                    opgenomen. Nu de wetgever de gemeenteraad opdracht heeft gegeven om in de
                    verordening regels te geven met betrekking tot het begrip “langdurig laag
                    inkomen”, is de gemeenteraad bevoegd om dit begrip voor de toepassing van
                    artikel 36 lid 1 WWB nader te definiëren. Met de gebruikte definitie wordt
                    aangesloten bij de in de bestaande uitvoeringspraktijk gehanteerde (en ook door
                    de wetgever bedoelde) invulling van het begrip inkomen in artikel 36 lid 1
                    WWB.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Een referteperiode van 5 jaar, zoals artikel 36 WWB (tekst tot 1-1-2009)
                    voorschreef, wordt als te lang ervaren. Nadat belanghebbenden 3 jaar op een
                    minimum inkomen zijn aangewezen is er over het algemeen niet veel
                    reserveringsruimte over. Daarom wordt hier een termijn van drie jaar
                    aangehouden. Dit sluit ook aan bij de impliciet door de wetgever gegeven
                    termijn. De minimumleeftijd is immers door de wetgever teruggebracht van 23 naar
                    21 jaar. Een belanghebbende is immers (normaal gesproken) vanaf zijn
                    18<sup>e</sup> voor de WWB een zelfstandig rechtssubject.</al><al>Het begrip “langdurig laag inkomen”wordt ingevuld als een inkomen dat niet hoger
                    is dan 100% van de bijstandsnorm.</al><al>Vanaf 1 oktober 2009 is de Wet investeren in jongeren(WIJ) van kracht. Jongeren
                    tot 27 jaar ontvangen voortaan geen bijstandsuitkering meer (volgens de Wet werk
                    en bijstand), maar een inkomensvoorziening (volgens de WIJ). De term
                    bijstandsnorm moet daarom voor jongeren tot 27 jaar vervangen worden door de
                    term WIJ-norm.</al><al>Het budget dat beschikbaar wordt gesteld door het Rijk is beperkt. De voorwaarde
                    dat er een gebrek aan arbeidsmarktperspectief dient te zijn, is vervallen. Dit
                    betekent dat een grotere groep belanghebbenden aanspraak kan maken op de
                    langdurigheidstoeslag. Omdat belanghebbenden individueel dienen aan te vragen,
                    heeft de gemeente op dit moment geen zicht op de toereikendheid van de
                    gereserveerde budgetten.</al><al>De gemeente Ouder-Amstel kiest er daarom voor om de inkomensgrens op 100% van de
                    bijstandsnorm te leggen. </al><al>Voor belanghebbenden die een maatregel hebben gekregen (vanuit de
                    maatregelverordening WIJ of vanuit de maatregelverordening Wwb 3<sup>e</sup> t/m
                    6<sup>e</sup> categorie) vervalt het recht op langdurigheidstoeslag voor een
                    periode van 12 maanden vanaf het moment dat de maatregel is opgelegd. Het recht
                    op langdurigheidstoeslag komt namelijk in deze gevallen niet overeen met de aard
                    en de doelstelling ervan.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gebaseerd op de huidige hoogte. Om
                    niet jaarlijks de verordening aan te hoeven passen is gekozen om de hoogte
                    jaarlijks automatisch mee te laten bewegen met de bijstandsnormen. Omdat de
                    bijstandsnormen in beginsel twee maal per jaar worden geïndexeerd en de
                    langdurigheidstoeslag maar eenmaal, wordt steeds vergelijking gemaakt met de
                    bijstandsnormen van per 1 januari van het voorafgaande jaar.</al><al>Een voorbeeld van de werkwijze:</al><al>Om de langdurigheidstoeslag te berekenen voor 2010, wordt de hoogte van de
                    gehuwdennorm uit de Wet werk en bijstand van 1 januari 2009 afgezet tegen de
                    hoogte van de gehuwdennorm per 1 januari 2010. Indien deze norm bijvoorbeeld met
                    2% omhoog is gegaan, wordt de langdurigheidstoeslag voor 2010 ook verhoogd met
                    2%.</al><al>Voor 2011 wordt de norm van januari 2010 en januari 2011 dan weer tegen elkaar
                    afgezet.</al><al>In het derde lid wordt een regeling overeenkomstig artikel 24 WWB gegeven voor
                    situaties waarin bij gehuwden één van beide partners is uitgesloten van het
                    recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. De
                    WWB voorziet immers niet in een afwijzingsgrond voor de rechthebbende
                    echtgenoot, terwijl daarentegen het toekennen van het bedrag voor gehuwden in
                    dergelijke situaties ook niet opportuun is. NB: dit derde lid ziet enkel op de
                    situatie dat er bij een echtgenoot sprake is van een uitsluitingsgrond op grond
                    van artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. Indien een van beide gehuwden niet in
                    aanmerking komt voor het recht op langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen
                    aan de voorwaarden als genoemd in artikel 36 WWB of in deze verordening, hebben
                    beide echtgenoten geen recht op langdurigheidstoeslag. Het recht op
                    langdurigheidstoeslag komt gehuwden immers gezamenlijk toe. Zij moeten daarom
                    ook allebei, zowel afzonderlijk als gezamenlijk aan de voorwaarden voldoen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>