<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR48321_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Kwaliteitsregels Peuterspeelzalen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2005=56</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Kwaliteitsregels Peuterspeelzalen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-03-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-03-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2004 04.25058</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>650 Kinderdagopvang</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>520A</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening Kwaliteitsregels Peuterspeelzalen
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
          <al>Raadsbesluit nr.: 05 033</al>
          <al>Registratie-nr.: 04.25058</al>
          <al/>
          <al>De Raad van de gemeente Hoorn;</al>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders
                                van 4 januari 2005</al></li>
            <li nr="-"><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al></li>
            <li nr="-"><al>overwegende dat het wenselijk is regels te stellen ten aanzien van
                                de kwaliteit van peuterspeelzalen; </al></li>
            <li nr="-"><al>besluit vast te stellen de volgende verordening: </al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Kwaliteitsregels Peuterspeelzalen</al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 1 Begripsomschrijvingen </label>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>peuterspeelzaalwerk: het bieden van speelgelegenheid aan
                                    kinderen van twee tot vier jaar gedurende een of meer dagdelen
                                    per week van maximaal 3,5 uur met als doel de ontwikkeling van
                                    deze kinderen te bevorderen en hen samen te laten spelen; </al></li>
              <li nr="2."><al>peuterspeelzaal: een voorziening waar peuterspeelzaalwerk
                                    plaatsvindt;</al></li>
              <li nr="3."><al>houder: degene die een peuterspeelzaal exploiteert;</al></li>
              <li nr="4."><al>beroepskracht: degene die in een peuterspeelzaal werkzaamheden
                                    verricht die zijn opgenomen in de voor het peuterspeelzaalwerk
                                    geldende CAO en die beschikt over een voor deze werkzaamheden
                                    passende beroepskwalificaties;</al></li>
              <li nr="5."><al>begeleider: (assistent leidster) degene die anders dan als
                                    beroepskracht is belast met de begeleiding van kinderen bij een
                                    peuterspeelzaal.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>MELDINGSPLICHT</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 2 Melding in exploitatie nemen van een
                                peuterspeelzaal</label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Degene die voornemens is een peuterspeelzaal in exploitatie
                                    te</al></li>
              <li nr=""><al> nemen binnen de gemeente doet daarvan melding aan het
                                    college.</al></li>
              <li nr="3."><al>De melding vindt plaats met behulp van een door het college
                                    vastgesteld en beschikbaar gesteld formulier.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 3. Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk </label>
            </kop>
            <al>De houder geeft in de melding aan het college aan voor welk
                            ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk hij kiest, waarbij de volgende
                            ambitieniveaus worden onderscheiden: </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>ambitieniveau 1: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen en
                                    signaleren’;</al></li>
              <li nr="2."><al>ambitieniveau 2: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en
                                    ondersteunen’. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 4. Termijn van in exploitatie nemen van een
                                peuterspeelzaal </label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Een peuterspeelzaal wordt niet in exploitatie genomen binnen 8
                                    weken na het tijdstip van de melding. </al></li>
              <li nr="2."><al>Indien uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in
                                    artikel 17, eerste lid, eerder is gebleken dat de exploitatie
                                    redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de
                                    bepalingen in hoofdstuk 3 van deze verordening, kan de
                                    exploitatie vanaf dat moment plaatsvinden. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 5. Verbod op het in exploitatie nemen van een
                                peuterspeelzaal </label>
            </kop>
            <al>Het is verboden een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen indien uit
                            het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 17, eerste lid,
                            blijkt dat niet aan de eisen van de verordening wordt voldaan.
                            </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6. Register </label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college houdt een register bij van gemelde peuterspeelzalen.
                                    In dit register worden na een melding onmiddellijk de gegevens
                                    opgenomen die ingevolge artikel 2, tweede lid, en artikel 3 zijn
                                    verstrekt.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college deelt de houder schriftelijk mee dat opneming van de
                                    peuterspeelzaal in het register heeft plaatsgevonden. </al></li>
              <li nr="3."><al>Het register ligt op het gemeentehuis kosteloos voor een ieder
                                    ter inzage.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 7. Wijzigingen van gegevens </label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De houder doet van wijzigingen in de gegevens die bij de melding
                                    zijn verstrekt, onmiddellijk mededeling aan het college. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het college deelt de houder schriftelijk mee dat de wijzigingen
                                    in het register zijn aangetekend. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>DE KWALITEITSEISEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Algemene kwaliteitseisen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De houder van een peuterspeelzaal biedt peuterspeelzaalwerk aan
                                    dat bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind
                                    in een veilige en gezonde omgeving. </al></li>
              <li nr="2."><al>De houder organiseert het peuterspeelzaalwerk op zodanige wijze,
                                    voorziet de peuterspeelzaal zowel kwalitatief als kwantitatief
                                    zodanig van personeel en materieel, draagt zorg voor een
                                    zodanige verantwoordelijkheidstoedeling en voert een zodanig
                                    pedagogisch beleid, dat een en ander leidt of moet leiden tot
                                    verantwoord peuterspeelzaalwerk.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 9. Eisen ten aanzien van veiligheid en gezondheid
                            </label>
            </kop>
            <al>De houter voert een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de
                            gezondheid van de op te vangen kinderen in elk door hem geëxploiteerde
                            peuterspeelzaal zoveel mogelijk is gewaarbord. De houder legt, voor
                            zover hierin niet wordt voorzien bij of krachtens andere wet- en
                            regelgeving, in een risico-inventarisatie schriftelijk vast welke
                            risico's de opvang van kingeren met zicht meebrengt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 10 Oppervlakte speelruimte</label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor ieder kind is minimaal 3,5 m2 bruto-oppervlakte aan
                                    binnenspeelruimte beschikbaar;</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor ieder kind is buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de
                                    bruto-oppervalke minimaal 4 m2 per kind bedraagt en die voor
                                    kinderen bereikbaar is.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 11. Groepen en groepsgrootte </label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De opvang van kinderen vindt plaats in vaste groepen in passend
                                    ingerichte vaste afzonderlijke ruimtes.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 1: ‘spelen,
                                    ontmoeten, ontwikkelen en signaleren’ zijn minimaal 14 en ten
                                    hoogste 18 kinderen gelijktijdig aanwezig.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 2: ‘spelen,
                                    ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen’ zijn
                                    minimaal 14 en ten hoogste 16 kinderen gelijktijdig aanwezig.
                                </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 12. Aantal beroepskrachten of begeleiders per groep
                            </label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het aantal beroepskrachten of begeleiders per groep is
                                    afhankelijk van het door de houder gekozen ambitieniveau.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 1: ‘spelen,
                                    ontmoeten, ontwikkelen en signaleren’ zijn er in elke groep ten
                                    minste één beroepskracht en één begeleider aanwezig.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 2: ‘spelen,
                                    ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen’ zijn er in
                                    elke groep ten minste twee beroepskrachten aanwezig. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 13. Overeenkomst tussen houder en ouder </label>
            </kop>
            <al>Opvang in een peuterspeelzaal geschiedt op basis van een schriftelijke
                            overeenkomst tussen de houder en een ouder. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 14. Informatieplicht aan de ouders </label>
            </kop>
            <al>De houder van een peuterspeelzaal informeert de ouder voorafgaand aan
                            het aangaan van deze overeenkomst in ieder geval over:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>de plaatsingsprocedure en leveringsvoorwaarden;</al></li>
              <li nr="2."><al>het gekozen ambitieniveau als bedoeld in artikel 3;</al></li>
              <li nr="3."><al>het te voeren beleid, waaronder het beleid inzake veiligheid en
                                    gezondheid, alsmede het pedagogisch beleid waarin vanuit de
                                    visie op de ontwikkeling van kinderen de visie op de omgang met
                                    kinderen is beschreven;</al></li>
              <li nr="4."><al>de wijze en frequentie van informatie-uitwisseling na plaatsing
                                    van het kind bij de peuterspeelzaal;</al></li>
              <li nr="5."><al>de wijze van informatie uitwisseling na beeindiging van de
                                    peuterspeelzaal gegevens naar de basisschool;</al></li>
              <li nr="6."><al>de betrokkenheid van het wijkgericht werken. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 15. Verklaring omtrent het gedrag </label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Personen die als beroepskracht of begeleider werkzaam zijn bij
                                    een peuterspeelzaal zijn in het bezit van een verklaring omtrent
                                    het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële gegevens. </al></li>
              <li nr="2."><al>Deze verklaring wordt aan de houder overlegt voordat een persoon
                                    zijn werkzaamheden aanvangt. De verklaring is op het moment dat
                                    zij wordt overgelegd niet ouder dan twee maanden. </al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de houder of de toezichthouder redelijkerwijs vermoedt
                                    dat een persoon niet langer voldoet aan de eisen voor het
                                    afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, verlangt de
                                    houder dat die persoon opnieuw een verklaring omtrent het gedrag
                                    overlegt die niet ouder is dan twee maanden. De desbetreffende
                                    persoon overlegt de verklaring binnen een door de houder vast te
                                    stellen termijn. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>HET GEMEENTELIJK TOEZICHT</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 16. Aanwijzing van toezichthouders </label>
            </kop>
            <al>Het college wijst toezichthouders aan. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 17. Onderzoek door de toezichthouder </label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De toezichthouder onderzoekt na een melding als bedoeld in
                                    artikel 2, eerste lid, binnen acht weken of de exploitatie
                                    redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de
                                    voorschriften in hoofdstuk 3 van deze verordening. </al></li>
              <li nr="2."><al>Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder
                                    jaarlijks of de exploitatie van elke peuterspeelzaal plaatsvindt
                                    in overeenstemming met de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze
                                    verordening. </al></li>
              <li nr="3."><al>Naast het onderzoek bedoeld in het eerste en tweede lid kan de
                                    toezichthouder incidenteel, op verzoek van het College,
                                    onderzoek verrichten naar de naleving door een houder van de
                                    voorschriften in hoofdstuk 3 van deze verordening. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 18. Het inspectierapport </label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een
                                    onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.
                                </al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de
                                    voorschriften van deze verordening niet zijn of zullen worden
                                    nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.</al></li>
              <li nr="3."><al>Alvorens het rapport vast te stellen, stelt het college de
                                    houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen
                                    en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder
                                    vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het
                                    rapport. </al></li>
              <li nr="4."><al>De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de
                                    houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage
                                    legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.</al></li>
              <li nr="5."><al>De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie
                                    weken na de vaststelling daarvan openbaar.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 19. Aanwijzing en bevel </label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven
                                    indien op basis van het inspectierapport blijkt dat deze de
                                    voorschriften in deze verordening niet of in onvoldoende mate
                                    naleeft. </al></li>
              <li nr="2."><al>In de aanwijzing geeft het college met redenen omkleed aan op
                                    welke punten de voorschriften niet of in onvoldoende mate worden
                                    nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen.
                                </al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit van de opvang
                                    bij een peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van
                                    maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de
                                    toezichthouder een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een
                                    geldigheidsduur van zeven dagen, die door het college kan worden
                                    verlengd. </al></li>
              <li nr="4."><al>De houder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing
                                    onderscheidenlijk het bevel gestelde termijn.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 20. Strafbepaling </label>
            </kop>
            <al>Overtreding van de artikelen 2, eerste lid, en de artikelen in hoofdstuk
                            3 van deze verordeningen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste
                            drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.
                                </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 21. Overgangsbepaling </label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college neemt in het register de peuterspeelzalen op die op
                                    het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening over een
                                    vergunning op grond van de Verordening kinderopvang 1997
                                    beschikken. </al></li>
              <li nr="2."><al>Een houder van een peuterspeelzaal als bedoeld in het eerste lid
                                    verstrekt desgevraagd aan het college alle gegevens die nodig
                                    zijn voor het register. </al></li>
              <li nr="3."><al>Beroepskrachten en begeleiders die op het tijdstip van
                                    inwerkingtreding van deze verordening werkzaam zijn bij een
                                    peuterspeelzaal, leggen aan de houder binnen twee maanden na de
                                    inwerkingtreding een verklaring omtrent het gedrag over.
                                    </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 22. Inwerkingtreding </label>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april
                            2005.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 23. Citeertitel </label>
            </kop>
            <al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening kwaliteitsregels
                            peuterspeelzalen gemeente Hoorn. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Toelichting </label>
        </kop>
        <al/>
        <al>Inleiding</al>
        <al>In maart jl. werd het beleidskader peuterspeelzaalwerk door de raad
                            vastgesteld voor de periode van 2004-2005. Hierin was onder andere
                            opgenomen dat er in de tweede helft van 2004 een lokale verordening
                            peuterspeelzaalwerk op gesteld zou worden.</al>
        <al/>
        <al>Inmiddels is de raad op 14 december akkoord gegaan met de notitie Wet
                            kinderopvang. Dit Raadsbesluit zal er voor zorgen dat de verordening
                            kinderopvang 1997 per 1 januari zal komen te vervallen met uitzondering
                            op de artikelen die betrekking hebben op peuterspeelzaalwerk. Deze
                            zouden van kracht blijven tot invoering van de nieuwe verordening
                            peuterspeelzaal werk, welke nu voor u ligt.</al>
        <al/>
        <al>In overleg met juridische zaken is een nieuwe verordening
                            kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk Hoorn opgesteld. Voor het opstellen
                            van deze verordening hebben we zo veel mogelijk het concept van de VNG
                            gevolgd. </al>
        <al/>
        <al>In deze toelichting geven we eerst aan op welke punten wij adviseren af
                            te wijken van het concept van het VNG, aansluitend geven we een
                            artikelsgewijze toelichting op de verordening. </al>
        <al/>
        <al>Er zijn twee onderdelen waarbij wij afwijken van het VNG concept:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>De ambitieniveaus;</al></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr=""><al>Er word in het concept van de VNG gesproken over 3 ambitie
                                    niveaus Onderstaand schema geeft aan hoe de kwaliteit op de
                                    verschillende niveaus geregeld zou moeten worden. </al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <table>
          <tgroup cols="4">
            <colspec colname="colA"/>
            <colspec colname="colB"/>
            <colspec colname="colC"/>
            <colspec colname="colD"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry>
                  <al>Kwaliteitseisen</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>Ambitieniveau 0</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>Ambitie niveau 1</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>Ambitie niveau 2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>Het hebben en uitvoeren van een pedagogisch
                                                beleidsplan</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>Contract met ouders/intake</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>Klachten protocol hebben en toepassen</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>Periodiek overleg met vertegenwoordigers en
                                                ouders</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>Minimaal 1 keer per jaar observatie van het
                                                kind</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al/>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>Minimaal 1 kindbespreking met de ouders </al>
                </entry>
                <entry>
                  <al/>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>Hanteren overdrachtsformulier
                                                peuterspeelzaal-basisschool</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al/>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>Periodiek overleg Netwerk 0-6 jarigen</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al/>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>Inbedding in lokaal beleid</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al/>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>Hebben en toepassen peuter volg systeem</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al/>
                </entry>
                <entry>
                  <al/>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>Een specifiek op de VVE gerichte bevordering van de
                                                deskundigheid van de leidsters</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al/>
                </entry>
                <entry>
                  <al/>
                </entry>
                <entry>
                  <al>X</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr=""><al>In de Gemeente Hoorn vallen de reguliere peuterspeelzalen
                                    allemaal onder ambitie niveau 1, de VVE (Piramide)
                                    peuterspeelzalen onder ambitieniveau 2.</al></li>
          <li nr=""><al>Zoals reeds uiteengezet is in het beleidskader
                                    peuterspeelzaalwerk 2004-2005, is peuterspeelzaalwerk meer dan
                                    spelen en ontmoeten. </al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>De kerntaken die vast zijn gesteld door de raad zijn dan ook:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>Ontwikkelingsstimulering</al></li>
          <li nr="2."><al>Volgen en signaleren</al></li>
          <li nr="3."><al>Mede vormgeven doorgaande ontwikkelingslijn</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>De taken volgen, signaleren en vormgeven doorgaande ontwikkelingslijn
                            ontbreken bij ambitieniveau 0. Dit is strijdig met het ambitieniveau
                            zoals gesteld in het beleidskader peuterspeelzaalwerk 2004-2005. Om die
                            reden adviseren wij u om ambitieniveau 0 niet op te nemen in de
                            verordening.</al>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="2."><al>De groepsgrootte;</al></li>
          <li nr=""><al>In de verordening kinderopvang 1997 hielden we een groepsgrootte
                                    van 16 tot 18 kinderen aan. De VNG geeft in het concept een
                                    groepsgrootte aan van ten hoogste 15 kinderen. Wij adviseren u
                                    om voor ambitieniveau 1 een groepsgrootte te hanteren van 14 tot
                                    18 kinderen.</al></li>
          <li nr=""><al>Voor ambitieniveau 2 een groepsgrootte van 14 tot 16 kinderen.
                                    De aandacht van de leidsters is gewaarborgd doordat het leidster
                                    kind ratio niet verandert. Daarnaast voorkomen we zo het
                                    probleem dat de wachtlijsten nog langer worden. Het aantal m2
                                    oppervlakte moet deze groepsgrootte natuurlijk wel toelaten.
                                    (Momenteel 2 locaties waar dit niet mogelijk is.)</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Medio 2005 zullen wij een evaluatie van het beleidskader en de
                            verordening uit voeren. Die gegevens zullen leiden tot een nieuw
                            beleidskader voor de jaren na
                                2005.</al>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Algemene toelichting verordening </label>
          </kop>
          <al/>
          <al>Gemeenten zijn niet verplicht kwaliteitsregels te stellen voor het
                            peuterspeelzaalwerk. Het peuterspeelzaalwerk valt niet onder de Wet
                            kinderopvang (artikel 1, tweede lid, onderdeel b). Dit betekent dat de
                            grondslag voor deze verordening de autonome verordenende bevoegdheid van
                            de gemeenten vormt die is neergelegd in artikel 149 van de Gemeentewet.
                            Wij achten het gelet op de kwetsbare doelgroep noodzakelijk dat er
                            kwaliteitsregels vastgesteld worden.</al>
          <al/>
          <al>De verordening sluit zoveel mogelijk aan bij de Wet Collectieve
                            Preventie Volksgezondheid (WCPV) en de kwaliteitseisen die de Wet
                            kinderopvang (Wk) stelt ten aanzien van kinderopvang. Voor dit laatste
                            zijn twee redenen: allereerst is het peuterspeelzaalwerk ook een vorm
                            van kinderopvang in een daarvoor geschikte ruimtelijke voorziening. Het
                            ligt dan voor de hand om zoveel mogelijk dezelfde kwaliteitseisen te
                            stellen, uiteraard voorzover die eisen aansluiten bij het specifieke
                            doel van het peuterspeelzaalwerk. Dit hangt samen met de tweede reden:
                            het toezicht op de instellingen voor kinderopvang en op peuterspeelzalen
                            zal door dezelfde toezichthouders worden gedaan. Het uitoefenen van
                            toezicht wordt vergemakkelijkt als de toezichthouders zoveel mogelijk
                            met dezelfde regels te maken hebben. </al>
          <al>Evenals in de Wet Kinderopvang is in de gekozen voor algemene
                            kwaliteitsregels die voor alle peuterspeelzalen in de gemeente gelden,
                            gekoppeld aan een stelsel van melding en
                                registratie.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikelsgewijze toelichting </label>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 1. Begripsomschrijvingen </label>
          </kop>
          <al>De beroepskracht in opleiding (stagiaire) is niet apart gedefinieerd.
                            Hiermee vallen beroepskrachten in opleiding automatisch onder de
                            begripsomschrijving van een begeleider, te weten: ‘degene die anders dan
                            als beroepskracht is belast met de begeleiding van kinderen bij een
                            peuterspeelzaal’ (onderdeel e). </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 2. Melding in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal
                            </label>
          </kop>
          <al>Dit artikel regelt de meldingsplicht voor degenen die een
                            peuterspeelzaal willen gaan exploiteren. De melding moet plaatsvinden
                            met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld
                            formulier. Het stelsel van melding en registratie maakt aan iedereen
                            duidelijk welke instellingen actief zijn op het terrein van het
                            peuterspeelzaalwerk. De melding biedt aan de gemeente de mogelijkheid om
                            voorafgaande aan de start van de exploitatie te toetsen of een nieuw
                            initiatief aan de kwaliteitseisen voldoet. De gemeente moet een gemelde
                            peuterspeelzaal opnemen in een register dat voor een ieder toegankelijk
                            is. Opneming in het register geeft ouders de zekerheid dat het
                            peuterspeelzaalwerk bij de aanvang van de exploitatie van voldoende
                            kwaliteit is en dat er van gemeentewege zal worden toegezien dat de
                            kwaliteit van voldoende niveau blijft. </al>
          <al> Tussen een vergunningenstelsel en een meldingsstelsel zijn een aantal
                            verschillen. Zo kunnen in een vergunning nadere eisen worden opgenomen
                            die specifiek gelden voor de instelling die de vergunning krijgt. Bij
                            een meldingsstelsel kunnen geen specifieke voorschriften worden gesteld,
                            maar moet worden volstaan met algemene, voor alle instellingen geldende
                            regels. Ook wat betreft het toepassen van sancties is er een verschil.
                            In een vergunningenstelsel vormt het intrekken van de vergunning een
                            sanctie. Deze sanctie is er niet in een meldingsstelsel. Wanneer de
                            gemeente wil dat de exploitatie van een peuterspeelzaal wordt stopgezet,
                            zal ze er voor moeten zorgen dat betreffende inrichting wordt gesloten.
                            </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 3. Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk </label>
          </kop>
          <al>Dit artikel bepaalt dat de houder in de melding aan het college aangeeft
                            voor welk ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk hij kiest. Het
                            gekozen ambitieniveau bepaalt de kwalificatie-eisen die aan de
                            leidinggevenden worden gesteld (zie artikel 12. Door de melding en
                            registratie worden de ouders op de hoogte gesteld van het ambitieniveau.
                            De toezichthouder kan controleren of een peuterspeelzaal zich houdt aan
                            het gestelde ambitieniveau. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 4. Termijn van in exploitatie nemen van een
                                peuterspeelzaal </label>
          </kop>
          <al>Dit artikel bevat de termijn die de gemeente (i.c. de toezichthouder)
                            nodig heeft om te beoordelen of een nieuwe peuterspeelzaal zal voldoen
                            aan de eisen van de verordening. Het tweede lid biedt de mogelijkheid
                            voor de houder om vóór het verstrijken van de termijn in het eerste lid
                            met de exploitatie van de peuterspeelzaal te beginnen. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 5. Verbod op het in exploitatie nemen van een
                                peuterspeelzaal </label>
          </kop>
          <al>Dit artikel bevat het expliciete verbod om een peuterspeelzaal in
                            exploitatie te nemen, indien blijkt dat de initiatiefnemer niet aan de
                            eisen van de verordening voldoet. Op grond van deze verbodsbepaling kan
                            het college tot bestuursdwang (sluiting) overgaan of een dwangsom
                            opleggen, indien de peuterspeelzaal toch in gebruik wordt genomen. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 6. Register </label>
          </kop>
          <al>Dit artikel regelt het instellen van het register. Het derde lid bepaalt
                            dat het register openbaar is. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 7. Wijzigingen van gegevens </label>
          </kop>
          <al>Om het register actueel te houden, bepaalt het eerste lid dat de houder
                            onmiddellijk melding doet aan het college van wijzigingen van gegevens
                            die bij de melding zijn verstrekt. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 8. Algemene kwaliteitseisen </label>
          </kop>
          <al>Het eerste lid bevat een algemene kwaliteitsnorm die ontleend is aan
                            artikel 48 Wk. Het gaat om een globale norm waaraan de houders zelf, met
                            inachtneming van de verordening, invulling moeten geven. In deze
                            bepaling wordt vastgelegd dat het welbevinden van de kinderen richtsnoer
                            moet zijn het uitvoeren van het peuterspeelzaalwerk. Het tweede lid is
                            ontleend aan artikel 50, eerste lid, Wk. Deze bepaling geeft aan dat
                            verantwoord peuterspeelzaalwerk mede het product is van de wijze waarop
                            de houder het peuterspeelzaalwerk organiseert en vormgeeft. De wijze
                            waarop de houder het peuterspeelzaalwerk organiseert en aan welke
                            aspecten daarbij aandacht moet worden besteed, wordt naast de eigen
                            verantwoordelijkheid mede bepaald door de voorschriften in deze
                            verordening. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 9. Eisen ten aanzien van veiligheid en gezondheid
                            </label>
          </kop>
          <al>Dit artikel is gelijk aan artikel 51 Wk. De houders van peuterspeelzalen
                            moeten een risico-inventarisatie uitvoeren ten aanzien van de domeinen
                            veiligheid en gezondheid. De risico-inventarisatie heeft tot doel het in
                            kaart brengen van veiligheid- en gezondheidsrisico’s die kinderen in
                            peuterspeelzalen lopen. Daarbij wordt uitgegaan van het gedrag van
                            kinderen. De risico-inventarisatie dient als basis om de omstandigheden
                            voor kinderen te verbeteren en om te stimuleren dat personeel en de
                            kinderen adequaat met risico’s omgaan. Deze risico-inventarisatie
                            vervangt niet de risico-inventarisaties die op grond van andere
                            wetgeving verplicht is (artikel 5 Arbeidsomstandighedenwet en artikel 7
                            Infectieziektewet). Ook vervangt een risico-inventarisatie niet de
                            veiligheidsnormen waaraan de peuterspeelzalen op grond van andere
                            wetgeving zijn gebonden, zoals de brandveiligheidseisen in het
                            Bouwbesluit en de bouwverordening. Ook laat de risico-inventarisatie
                            toepassing van de Wcpv onverlet. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 10. Oppervlakte speelruimte </label>
          </kop>
          <al>Gekozen is voor minimum bruto-oppervlaktematen (in plaats van
                            netto-oppervlaktematen) omdat deze eenvoudiger door de toezichthouder
                            zijn vast te stellen. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 11. Groepen en groepsgrootte </label>
          </kop>
          <al>Het tweede lid bepaalt dat de maximum groepsgrootte achttien kinderen
                            bedraagt voor ambitieniveau 1 en maximaal zestien voor ambitieniveau 2.
                            </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 12. Aantal beroepskrachten of begeleiders per groep
                            </label>
          </kop>
          <al>Het gekozen ambitieniveau bepaalt het aantal beroepskrachten of
                            begeleiders dat in elke groep aanwezig moet zijn. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 13. Overeenkomst tussen houder en ouder </label>
          </kop>
          <al>Voor houders van peuterspeelzalen en ouders is het van belang om in een
                            overeenkomst te expliciteren wat wederzijds de rechten en verplichtingen
                            zijn. Vandaar dat in dit artikel wordt bepaald dat het
                            peuterspeelzaalwerk plaatsvindt op basis van een schriftelijke
                            overeenkomst tussen de houder en de ouder. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 14. Informatieplicht aan de ouders </label>
          </kop>
          <al>De houders van peuterspeelzalen zijn verplicht ouders voor dat ze een
                            contract tekenen te informeren over een aantal essentiële onderwerpen.
                            Deze informatie biedt ouders de mogelijkheid om zich een oordeel te
                            vormen over de kwaliteit van een peuterspeelzaal en eventueel op basis
                            van een onderlinge vergelijking een keuze voor een bepaalde
                            peuterspeelzaal te maken. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 15. Verklaring omtrent het gedrag </label>
          </kop>
          <al>Dit artikel draagt de houder van een peuterspeelzaal op er voor te
                            zorgen dat alle beroepskrachten en begeleiders die zijn peuterspeelzaal
                            werkzaam zijn, op hun gedrag zijn getoetst. Dit gebeurt in de vorm van
                            een recente verklaring omtrent het gedrag die aan de houder moet worden
                            overlegt voordat een persoon zijn werkzaamheden aanvangt. Omdat een
                            verklaring omtrent het gedrag niet meer dan een momentopname is,
                            voorziet het derde lid in de eis dat een nieuwe verklaring omtrent het
                            gedrag aan de houder wordt overlegd, in het geval de houder of
                            toezichthouder redelijkerwijs het vermoeden heeft, bijvoorbeeld naar
                            aanleiding van klachten of tips, dat een persoon niet langer voldoet aan
                            de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het
                            gedrag.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 16. Aanwijzing van toezichthouders </label>
          </kop>
          <al>Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om toezichthouders aan te
                            wijzen. Afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat een
                            algemene regeling van de bevoegdheden van toezichthouders, zoals het
                            recht op het betreden van plaatsen, op het vorderen van inlichtingen en
                            het inzien van schriftelijke stukken. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 17. Onderzoek door de toezichthouder </label>
          </kop>
          <al>In dit artikel worden drie soorten van onderzoek door de toezichthouders
                            onderscheiden: </al>
          <al>het eerste lid: het onderzoek naar aanleiding van een melding van het
                            voornemen een peuterspeelzaal te gaan exploiteren;</al>
          <al>het tweede lid: het reguliere onderzoek bij bestaande peuterspeelzalen
                            in de gemeente;</al>
          <al>het derde lid: het incidentele onderzoek bij een peuterspeelzaal,
                            bijvoorbeeld naar aanleiding van klachten of tips. </al>
          <al> Wat betreft de termijn in het eerste lid wordt verwezen naar de
                            opmerking bij artikel 4. </al>
          <al>Het tweede lid bevat de opdracht aan het college om ervoor zorg te
                            dragen dat tenminste één keer per jaar een controle wordt uitgevoerd.
                            </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 18. Het inspectierapport </label>
          </kop>
          <al>De resultaten van een onderzoek worden door de toezichthouder vastgelegd
                            in een inspectierapport. Het inspectierapport vormt de basis voor het
                            handhavend optreden door het college (zie artikel 19, eerste lid). Deze
                            werkwijze is identiek aan de manier waarop handhaving op grond van de Wk
                            gaat plaatsvinden. Het derde lid bepaalt dat het college (en niet de
                            toezichthouder) de houder in de gelegenheid stelt van het ontwerprapport
                            kennis te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. Het bieden
                            van gelegenheid om een zienswijze kenbaar te maken is op te vatten als
                            het uitoefenen van een publiekrechtelijke bevoegdheid. Op grond van de
                            Awb (artikel 10:14) is delegatie van bevoegdheden aan ambtenaren niet
                            toegestaan. Het is wel mogelijk dat deze bevoegdheid in mandaat wordt
                            overgedragen. In dat geval handelt de toezichthouder namens het college.
                            De overige taken die in dit artikel worden genoemd zijn van feitelijke
                            aard. Deze kunnen wel aan een toezichthoudend ambtenaar worden
                            overgedragen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 19. Aanwijzing en bevel </label>
          </kop>
          <al>Indien de houder de aanwijzing of het bevel niet opvolgt, kan het
                            college overgaan tot het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van
                            een dwangsom. Het gaat om algemene bevoegdheden van het college die zijn
                            neergelegd in de Gemeentewet en de Awb. Deze worden dan ook niet nader
                            in de verordening geregeld. </al>
          <al>Bestuursdwang houdt een waarschuwing in dat wanneer niet binnen een
                            bepaalde termijn maatregelen worden getroffen, het college deze op
                            kosten van de houder kan laten uitvoeren. Is bestuursdwang niet goed
                            mogelijk, dan kan een dwangsom worden opgelegd. Zijn er zoveel
                            tekortkomingen, dan kan het college in de aanwijzing of bevel gelasten
                            de exploitatie van de peuterspeelzaal te staken. Geeft de exploitant
                            daaraan geen gehoor, dan gaat het college hiertoe over. Ook dit is een
                            vorm van bestuursdwang. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel 20. Strafbepaling </label>
          </kop>
          <al>Deze bepaling spreekt voor zich. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK 5. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN </label>
          </kop>
          <al>Deze bepalingen spreken voor zich.</al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>