<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR48256_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Individuele Voorzieningen gemeente Winsum</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winsum</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-07-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winsum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Wiekslag 3 oktober 2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordeningen Individuele Voorzieningen gemeente Winsum</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit Individuele Voorzieningen gemeente Winsum 2009</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-09-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nr.16</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Overgangstermijn art. 25, lid 2: Voor de Wmo-cliënten die vóór 1 augustus 2011 recht hebben op een collectieve vervoersvoorziening, geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2013 met behoud van rechten.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Individuele Voorzieningen gemeente Winsum</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Agendanummer: 16</al><al>Vergadering: 19 september 2006 </al><al>De raad van de gemeente Winsum;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op het bepaalde in :</al><al>De Wet maatschappelijke ondersteuning, met name artikel 5,</al><al>De Gemeentewet artikel 149,</al><al>b e s l u i t : De volgende Verordening Individuele Voorzieningen gemeente
                        Winsum vast te stellen.</al><al/><al><vet>Verordening Individuele Voorzieningen gemeente Winsum</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
                            verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="b."><al>Aanvrager; een persoon die aanspraak maakt op een van de
                                    voorzieningen als bedoeld in artikel 1, eerste lid , onder g,
                                    onderdeel 5 of 6 van de wet;</al></li><li nr="c."><al>Compensatieplicht: de opdracht aan het gemeentebestuur om
                                    personen met aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of
                                    gebrek door het treffen van voorzieningen een gelijkwaardige
                                    uitgangspositie te verschaffen zodat zij zelfredzaam zijn en in
                                    staat tot maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="d."><al>Beperkingen: moeilijkheden die een persoon heeft met het
                                    uitvoeren van activiteiten;</al></li><li nr="e."><al>Persoon met beperkingen: een persoon die ten gevolge van ziekte
                                    of gebrek aantoonbare beperkingen ondervindt bij het uitvoeren
                                    van activiteiten op het gebied van het voeren van het
                                    huishouden, bij het normale gebruik van de woning; bij het
                                    verplaatsen in en om de woning, bij het zich lokaal verplaatsen
                                    per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en het op
                                    basis daarvan aangaan van sociale verbanden;</al></li><li nr="f."><al>Mantelzorger: een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld
                                    in artikel 1, lid 1, onder b. van de wet.;</al></li><li nr="g."><al>Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk of
                                    financiële vermogen om voorzieningen te treffen die deelname aan
                                    het normale maatschappelijke verkeer mogelijk maken;</al></li><li nr="h."><al>Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het
                                    maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een
                                    huishouden, het normale gebruik van de woning; het zich in en om
                                    de woning verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen dat
                                    aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en
                                    landelijke vervoersystemen; het ontmoeten van andere mensen en
                                    het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die
                                    manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven;</al></li><li nr="i."><al>Eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten: een door het
                                    college van burgemeester en wethouders vast te stellen bijdrage,
                                    die bij de verstrekking van een voorziening in natura, een
                                    financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget betaald
                                    moet worden en waarop de regels van het Besluit Individuele
                                    Voorzieningen van toepassing zijn;</al></li><li nr="j."><al>Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in
                                    bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke
                                    dienstverlening wordt verstrekt;</al></li><li nr="k."><al>Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een
                                    of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en
                                    waarop de in deze verordening en het Besluit Individuele
                                    Voorzieningen te stellen regels van toepassing zijn;</al></li><li nr="l."><al>Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van
                                    een voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de
                                    aanvrager.</al></li><li nr="m."><al>Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot
                                    het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon
                                    als de aanvrager behorend;</al></li><li nr="n."><al>Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen
                                    voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven
                                    voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten
                                    van een dergelijke voorziening;</al></li><li nr="o."><al>Huisgenoot: Iedere meerderjarige met wie de aanvrager duurzaam
                                    gemeenschappelijk een woning bewoont. Van een gezamenlijke
                                    huishouding is sprake indien meerdere personen hun hoofdverblijf
                                    in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor
                                    elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten
                                    van de huishouding dan wel anderszins;</al></li><li nr="p."><al>Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening een
                                    persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college
                                    verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget
                                    verschuldigd is;</al></li><li nr="q."><al>Voorliggende voorziening; een voorziening die, gezien haar aard
                                    en haar doel, wordt geacht voor de aanvrager toereikend en
                                    passend te zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:</al><lijst><li nr="a."><al>deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het
                                        gebied van het voeren van het huishouden, het verplaatsen in
                                        en om de woning, het zich lokaal verplaatsen per
                                        vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en op
                                        basis daarvan sociale verbanden aangaan op te heffen of te
                                        verminderen;</al></li><li nr="b."><al>deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst
                                        adequate voorziening kan worden aangemerkt;</al></li><li nr="c."><al>deze in overwegende mate op het individu is gericht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager
                                        algemeen gebruikelijk is;</al></li><li nr="b."><al>indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente
                                        Winsum;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik
                                        van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning
                                        gebruikte materialen;</al></li><li nr="d."><al>voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben
                                        op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale
                                        woningbouw;</al></li><li nr="e."><al>voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is
                                        van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie
                                        voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de
                                        voorziening wordt aangevraagd;</al></li><li nr="f."><al>voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                        aanvrager voorafgaand aan het moment van beschikken heeft
                                        gemaakt;</al></li><li nr="g."><al>indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking
                                        heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan
                                        deze verordening voorafgaande Verordening voorzieningen
                                        gehandicapten is verstrekt en de normale
                                        afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is
                                        verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte
                                        voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden
                                        die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen;</al></li><li nr="h."><al>indien aanspraak bestaat op een voorliggende
                                        voorziening.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Vorm van te verstrekken individuele voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Keuzevrijheid</titel></kop><al>Een individuele voorziening kan verstrekt worden in natura, als
                            financiële tegemoetkoming en als persoonsgebonden budget. Het college
                            stelt vast in welke situaties de keuze tussen deze voorzieningen wordt
                            geboden aan de hand van de in het Besluit Individuele Voorzieningen
                            gemeente Winsum neergelegde criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorziening in natura</titel></kop><al>Indien een voorziening in natura wordt verstrekt is de
                            bruikleenovereenkomst, huurovereenkomst of dienstverleningsovereenkomst
                            tussen de leverancier en de aanvrager of tussen de gemeente en de
                            gebruiker van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Financiële tegemoetkoming</titel></kop><al>Bij verstrekking van een financiële tegemoetkoming worden de
                            toepasselijke voorwaarden zoals genoemd in het Besluit Individuele
                            Voorzieningen gemeente Winsum in de beschikking opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Persoonsgebonden budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 van de
                                wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten
                                        aanzien van individuele voorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van het persoonsgebonden budget is de tegenwaarde
                                        van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate te
                                        verstrekken voorziening in natura, indien nodig aangevuld
                                        met een vergoeding voor instandhoudingskosten, zoals
                                        vastgelegd in het Besluit Individuele Voorzieningen gemeente
                                        Winsum;</al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt
                                        vastgesteld wordt door het college vastgelegd in het Besluit
                                        Individuele Voorzieningen gemeente Winsum;</al></li><li nr="d."><al>op het persoonsgebonden budget is de Overeenkomst
                                        persoonsgebonden budget gemeente Winsum van toepassing.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de
                                omvang en de looptijd ervan worden bij beschikking vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de beschikking wordt een program van eisen verstrekt waarin
                                aangegeven is aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget
                                te verwerven voorziening dient te voldoen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget
                                ter beschikking gesteld door storting op de rekening van de
                                aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan steekproefsgewijs nagaan of het verstrekte
                                persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het
                                verstrekt is. De budgethouder is verplicht de daarvoor noodzakelijke
                                stukken, zoals genoemd in het Besluit Individuele Voorzieningen
                                gemeente Winsum, op verzoek van het college per omgaande te
                                verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde bescheiden wordt door
                                het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden
                                budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Eigen bijdragen en eigen aandeel</titel></kop><al>Bij het verstrekken van individuele voorzieningen op grond van de wet
                            kan de aanvrager een eigen bijdrage verschuldigd zijn, of wordt de
                            financiële tegemoetkoming afgestemd op het inkomen. Het college legt in
                            het Besluit Individuele Voorzieningen gemeente Winsum de omvang van deze
                            eigen inbreng vast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Hulp bij het huishouden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Hulp bij het huishouden</titel></kop><lid><lidnr/><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen ten gevolge van
                                ziekte of gebrek bij het voeren van een huishouden kan bestaan
                                uit:</al></lid><lid><lidnr>1. </lidnr><al>Vormen van hulp bij het huishouden;</al><lijst><li nr="a."><al>Huishoudelijke verzorging 1; schoonmaakwerkzaamheden.</al></li><li nr="b."><al>Huishoudelijke verzorging 2; schoonmaakwerkzaamheden met
                                        andere lichte ondersteuning in de huishouding.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verstrekking van hulp bij het huishouden kan toegekend worden door
                                middel van;</al><lijst><li nr="a."><al>hulp bij het huishouden in natura;</al></li><li nr="b."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan hulp bij het
                                        huishouden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Toekenning van hulp bij het huishouden</titel></kop><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 4,
                            5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 8 onder lid 1 vermelde
                            voorziening in aanmerking worden gebracht indien </al><lijst><li nr="a."><al>aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek of</al></li><li nr="b."><al>problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg</al></li></lijst><al>het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken
                            en de hulp bij het huishouden dit snel en adequaat kan oplossen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Gebruikelijke zorg</titel></kop><al>In afwijking van het gestelde in artikel 9 komt een persoon als bedoeld
                            in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 4, 5 en 6 van de wet niet
                            in aanmerking voor hulp bij het huishouden indien de aanvrager deel
                            uitmaakt van een gezamenlijke huishouding, bestaande uit meerdere
                            personen die wel in staat zijn het huishoudelijke werk te
                            verrichten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Omvang van de hulp bij het huishouden</titel></kop><al>De omvang van de voorziening huishoudelijke verzorging wordt uitgedrukt
                            in klassen, waarbij de volgende klassen met de daarbij behorende uren
                            kunnen worden toegekend:</al><al>Klasse 1, 0 tot en met 1,9 uur per week;</al><al>Klasse 2, 2 tot en met 3,9 uur per week;</al><al>Klasse 3, 4 tot en met 6,9 uur per week;</al><al>Klasse 4, 7 tot en met 9,9 uur per week;</al><al>Klasse 5, 10 tot en met 12,9 uur per week;</al><al>Klasse 6, 13 tot en met 15,9 uur per week.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Omvang van het persoonsgebonden budget</titel></kop><al>De bedragen die per klasse in de vorm van een persoonsgebonden budget
                            worden verstrekt, worden jaarlijks door het college vastgesteld en
                            vastgelegd in het Besluit Individuele Voorzieningen gemeente
                            Winsum.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Het recht op een woonvoorziening</titel></kop><al>De aanvrager kan voor een woonvoorziening in aanmerking worden gebracht
                            indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het normale
                            gebruik van de woning belemmeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Woonvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het voeren
                                van een huishouden, te verstrekken woonvoorziening kan bestaan
                                uit:</al><lijst><li nr="a."><al>verhuis- en inrichtingskostenvergoeding;</al></li><li nr="b."><al>woningaanpassing;</al></li><li nr="c."><al>roerende woonvoorziening (woonvoorziening van
                                        niet-bouwkundige of woontechnische aard);</al></li><li nr="d."><al>uitraasruimte;</al></li><li nr="e."><al>onderhoud, keuring en reparatie;</al></li><li nr="f."><al>tijdelijke huisvesting;</al></li><li nr="g."><al>huurderving;</al></li><li nr="h."><al>verwijderen woonvoorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De woonvoorzieningen kunnen worden verstrekt in natura en als
                                PGB.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan aan de eigenaar van de woning niet zijnde de
                                aanvrager een financiële tegemoetkoming voor de in het eerste lid
                                onder b, e en g. bedoelde woonvoorziening verstrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Primaat van de verhuizing</titel></kop><al>Indien een persoon als bedoeld in artikel 13 recht heeft op een
                            woonvoorzieningkan een tegemoetkoming in de verhuis- en
                            inrichtingskosten verstrekt worden,ingeval dit de goedkoopst adequate
                            voorziening is en deze verhuist naar een geschikte woning overeenkomstig
                            het sociaal-medisch advies. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Primaat losse woonunit</titel></kop><al>Indien een bouwkundige woonvoorziening bestaat uit een aanbouw aan of
                            een aanzienlijke verbouwing van een woning die niet het eigendom is van
                            een verhuurder, die bereid is de aangepaste woning blijvend ter
                            beschikking te stellen van personen die op basis van aantoonbare
                            beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek behoefte hebben aan een
                            dergelijke woning, zal het college een herplaatsbare losse woonunit
                            verstrekken indien daartegen geen bezwaren van overwegende aard
                            bestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Uitsluitingen</titel></kop><al>De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op het treffen
                            van</al><lijst><li nr="a."><al>voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens,
                                    kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen,
                                    kamerverhuur;</al></li><li nr="b."><al>specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen voor
                                    wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of
                                    voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder
                                    noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Hoofdverblijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de aanvrager zijn
                                hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de
                                voorziening wordt getroffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een
                                woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één
                                woonruimte indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een
                                AWBZ-instelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bezoekbaar te maken woning / aan te passen woning moet in de
                                gemeente Winsum staan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De woonvoorziening betreft slechts het bezoekbaar maken van de in
                                het tweede lid bedoelde woonruimte met een door het college in het
                                Besluit Individuele Voorzieningen gemeente Winsum vast te leggen
                                maximumbedrag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan dat de aanvrager
                                de woonruimte, de woonkamer en een toilet kan bereiken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Beperkingen</titel></kop><al>De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt
                            geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is
                                    van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het
                                    normale gebruik van de woning ten gevolg van ziekte of gebrek
                                    geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden
                                    aanwezig was;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar
                                    beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning,
                                    tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend
                                    door het college;</al></li><li nr="c."><al>deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke
                                    ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en
                                    extra trapleuningen;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen;</al></li><li nr="e."><al>de gehandicapte verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die
                                    niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden;</al></li><li nr="f."><al>de gehandicapte verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een
                                    andere instelling gericht op het verstrekken van zorg;</al></li><li nr="g."><al>in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik
                                    van de woning zijn ondervonden, tenzij het een verhuizing naar
                                    een ADL-woning betreft;</al></li><li nr="h."><al>de verhuizing heeft plaatsgevonden voordat burgemeester en
                                    wethouders schriftelijk op de aanvraag hebben beschikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Terugbetaling bij verkoop</titel></kop><al>De eigenaar-bewoner, die krachtens deze verordening een woonvoorziening
                            heeft ontvangen die leidt tot waardestijging van de woning, dient bij
                            verkoop van deze woning binnen een periode van 10 jaar na gereedmelding
                            van de voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het
                            college te melden. De meerwaarde van de woning dient volgens het in het
                            Besluit Individuele Voorzieningen gemeente Winsum door het college
                            vastgelegde afschrijvingsschema te worden terugbetaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Vervoersvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr/><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het zich
                                lokaal verplaatsen te verstrekken voorziening kan bestaan uit:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vormen van vervoersvoorzieningen;</al><lijst><li nr="a."><al>een collectief systeem van aanvullend al dan niet openbaar
                                        vervoer</al></li><li nr="b."><al>een voorziening in natura in de vorm van:</al><lijst><li nr=""><al>1. scootmobiel;</al></li><li nr=""><al>2. bruikleenauto;</al><al>3. accessoires behorende bij b.1. of b.2.</al></li></lijst></li><li nr="c."><lijst><li nr=""><al>een vergoeding in de tegemoetkoming in de kosten
                                                van:</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><al>1. gebruik van een bruikleenauto of eigen auto;</al><lijst><li nr="2."><al>aanpassing van een eigen auto;</al></li><li nr="3."><al>aanschaf of gebruik van een ander
                                                verplaatsingsmiddel niet zijnde een eigen auto of
                                                bruikleenauto;</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>medisch noodzakelijke begeleiding tijdens het
                                                vervoer.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verstrekking van vervoersvoorzieningen kan toegekend door middel
                                van;</al><lijst><li nr="a."><al>een collectieve vervoersvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een vervoersvoorziening in natura;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                        vervoersvoorziening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Het recht op een vervoer voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvrager kan voor de in artikel 22 onder lid 1 vermelde
                                voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare
                                beperkingen op grond van ziekte of gebrek</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik van het openbaar vervoer of</al></li><li nr="b."><al>het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, zo nodig, bepalen dat de aanvrager zich kan doen
                                laten begeleiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvrager kan een vervoersvoorziening als in artikel 22, onder
                                lid1. b. sub1 en 2n onder c sub 1 t/m.4 vermeld in aanmerking worden
                                gebracht wanneer;</al><lijst><li nr="a."><al>aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het
                                        gebruik van een collectief systeem zoals bedoeld in het
                                        eerste lid onmogelijk maken dan wel</al></li><li nr="b."><al>een collectief systeem als bedoeld in het eerste lid niet
                                        aanwezig is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de bij artikel 22 onder b sub 1 en 2 genoemde voorziening
                                geldt, in uitzondering op het gestelde in het vorige lid onder b,
                                dat zij ook in aanvulling op het gebruik van een collectief
                                vervoersysteem als bedoeld in artikel 22 onder a verstrekt kunnen
                                worden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij het vaststellen van de hoogte van de vervoerskostenvergoeding,
                                als bedoeld in artikel 22 onder c sub 1 kan rekening worden gehouden
                                met de individuele vervoersbehoefte van de aanvrager en de mate
                                waarin een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 22 onder
                                a in de vervoersbehoefte kan voorzien.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor zover de behoeften van echtgenoten niet samenvallen, wordt niet
                                meer dan anderhalf maal een enkele voorziening toegekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Het primaat van het collectief vervoer</titel></kop><al>Een aanvrager kan voor de in artikel 22, lid 2 onder b en c vermelde
                            voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare
                            beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van een collectief
                            vervoersysteem als bedoeld in artikel 22, lid 1 onder a, onmogelijk
                            maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Omvang in gebied en in kilometers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de te verstrekken collectieve vervoersvoorziening wordt ten
                                aanzien van de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke
                                participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in
                                de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van
                                alledag, tenzij zich een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het
                                gaat om een bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de
                                aanvrager zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek voor de
                                aanvrager noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen en
                                waarbij geen gebruik gemaakt kan worden van een bovenregionale
                                collectieve vervoersvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De te verstrekken collectieve vervoersvoorziening zal
                                maatschappelijke participatie bevorderen door middel van lokale
                                verplaatsingen met een maximum omvang per jaar van 2500
                                kilometer.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Verplaatsen in en rond de woning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Rolstoelvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vormen van rolstoelvoorzieningen;</al><lijst><li nr="a."><al>een rolstoel voor verplaatsing binnen, dan wel voor
                                        verplaatsing binnen en buiten de woonruimte, dan wel
                                        aanpassingen daaraan;</al></li><li nr="b."><al>een sportrolstoel;</al></li><li nr="c."><al>accessoires behorende bij artikel 27 lid 1 onder a of
                                        b.</al></li></lijst><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het
                                verplaatsen in en om de woning dan wel voor sportbeoefening te
                                verstrekken voorziening kan bestaan uit:</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een rolstoelvoorziening kan worden toegekend door middel van:</al><lijst><li nr="a."><al>een rolstoelvoorziening in natura;</al></li><li nr="b."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                        rolstoelvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                        sportrolstoel.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Het recht op een rolstoel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvrager kan voor een rolstoel in aanmerking worden gebracht
                                wanneer de aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek
                                dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken
                                en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de Algemene Wet
                                Bijzondere Ziektekosten een onvoldoende oplossing bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvrager kan voor tevens in aanmerking komen voor een
                                sportrolstoel indien hij of zij zonder sportrolstoel niet in staat
                                is tot sportbeoefening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Wijze van verstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een rolstoel wordt in bruikleen verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In tegenstelling tot het gestelde in het eerste lid vindt de
                                verstrekking van een sportrolstoel plaats in de vorm van een
                                gemaximeerde vergoeding waarmee voor een periode van drie jaar een
                                rolstoel aangeschaft en onderhouden kan worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Aanspraak op rolstoelvoorzieningen voor AWBZ-bewoners</titel></kop><al>In uitzondering op het gestelde in artikel 28, lid 1 komt een persoon
                            die verblijft in een op grond van artikel 5 van de Wet toelating
                            zorginstellingen erkende instelling uitsluitend voor een rolstoel in
                            aanmerking indien hij geen recht heeft op een rolstoel, verstrekt op
                            grond van de AWBZ.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Het verkrijgen van voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Gebruik aanvraagformulier</titel></kop><al>Een aanvraag dient te worden ingediend door middel van een door het
                            college ter beschikking gesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Relatie met de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten</titel></kop><al>De aanvraag dient te worden ingediend bij het Loket voor Wonen, Welzijn
                            en Zorg in het gemeentehuis van Winsum, in welk loket zowel aanvragen
                            voor voorzieningen betreffende de wet alsook
                                aanvragenzorg inzake de Algemene Wet Bijzondere
                            Ziektekosten kunnen worden ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Inlichtingen, onderzoek, advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor
                                de beoordeling van het recht op een voorziening, degene door wie een
                                aanvraag is ingediend:</al><lijst><li nr="a."><al>op te roepen in persoon te verschijnen op een door het
                                        college te bepalen plaats en tijdstip en hem te
                                        ondervragen;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college te betalen plaats en tijdstip door
                                        een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen
                                        ondervragen en/of onderzoe ken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college vraagt een door hen daartoe aangewezen adviesinstantie
                                om advies indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gevraagde voorziening om medische redenen wordt
                                        afgewezen;</al></li><li nr="b."><al>het college dat overigens gewenst vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvrager is verplicht aan het college of de door hen aangewezen
                                adviesinstantie die gegevens te verschaffen of te doen verschaffen
                                die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de advisering zoals genoemd in het eerste lid wordt door de
                                adviseur gebruik gemaakt van de systematiek zoals neergelegd in de
                                International Classification of Functions, Disabilities and
                                Impairments, de zogenaamde ICF classificatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Samenhangende afstemming</titel></kop><al>Om de verkrijging van individuele voorzieningen samenhangend af te
                            stemmen op de situatie van de aanvrager laat het college onderzoek
                            verrichten naar de situatie van de aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Wijzigingen in de situatie</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt,
                            is verplicht aan het college mededeling te doen van feiten en
                            omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van
                            invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Intrekking van een voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een beschikking, genomen op grond van deze
                                verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken of herzien
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens
                                        deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de
                                        gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens
                                        bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen</al></li><li nr="c."><al>er sprake is van een wijziging in de persoonlijke
                                        omstandigheden van de aanvrager</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een
                                persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de
                                tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet
                                is aangewend voor de bekostiging van het middel waarvoor de
                                verlening heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingeval een voorziening is ingetrokken kan een basis daarvan reeds
                                uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget
                                worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                                ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de
                                voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte
                                gegevens.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van
                            de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende Besluit Individuele
                            Voorzieningen gemeente Winsum geldende bedragen verhogen of verlagen
                            conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens het Centraal Bureau
                            voor de Statistiek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt periodiek
                            geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt deze
                            verordening aangepast. Het college zendt hiertoe telkens naar aanleiding
                            van de evaluatie aan de gemeenteraad een verslag over de
                            doeltreffendheid en de effectiviteit van de verordening in de
                            praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2007. Per
                            die datum vervalt de Verordening WVG die op 17 februari 2004 door de
                            raad is vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening Individuele
                            Voorzieningen gemeente Winsum”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Winsum in zijn openbare
                        vergadering van 19 september 2006.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening>griffier,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>