<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR482321_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Kadernota ontwikkeling 2017 van het grondbeleid</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad 1 februari 2018</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Kadernota ontwikkeling 2017 van het grondbeleid</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 160 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2018-01-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-02-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R18.007</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Kadernota ontwikkeling 2017 van het grondbeleid</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al><vet>1.1 Aanleiding</vet></al><al/><al>Het gemeentebestuur vindt het belangrijk om te beschikken over een
                            actueel grondbeleid. </al><al>Het gemeentelijke grondbeleid bestaat uit twee beleidsonderwerpen,
                            namelijk beleid op het gebied van ontwikkeling<sup>(1)</sup> en beleid
                            inzake grondprijzen<sup>(2)</sup>. Daarnaast zijn er twee
                            beleidsonderwerpen die een relatie hebben met het grondbeleid, namelijk
                            beleid met betrekking tot vastgoedbeheer<sup>(3)</sup> en beleid op het
                            gebied van huurprijzen voor gemeentelijke
                            vastgoedaccommodaties<sup>(4)</sup>. Elk van deze beleidsonderwerpen
                            wordt in een afzonderlijke beleidsnota
                            beschreven<sup>(zie de voetnoot onderaan deze pagina)</sup>.
                            Voorliggende Kadernota Ontwikkeling<sup>(1)</sup> speelt in op de trend
                            dat steeds meer ontwikkelingen binnenstedelijk plaatsvinden waarbij de
                            gemeente komt te staan voor de keus een actief of faciliterend
                            grondbeleid te voeren of een samenwerkingsvorm met private partij(en)
                            aan te gaan. </al><al/><al><vet>1.2 Doel kadernota</vet></al><al/><al>Grondbeleid is geen doel op zich. Het is een hulpmiddel om de ambities,
                            waaronder de ambities met betrekking tot kwaliteit en de verwezenlijking
                            van maatschappelijke en economische functies, uit ruimtelijke plannen te
                            vertalen in concrete projecten en ook daadwerkelijk te verwezenlijken.
                            Een overheid kan daarbij kiezen voor het voeren van een actief
                            grondbeleid, een meer faciliterend grondbeleid of een samenwerkingsvorm
                            met private partij(en).</al><al/><al>Het doel van de Kadernota Ontwikkeling is te beschikken over een actueel
                            grondbeleid.</al><al>De nota schept de kaders waarbinnen het college van burgemeester en
                            wethouders het grondbeleid kan uitvoeren. Onder deze kaders vallen de
                            momenten en manieren van verantwoording middels rapportages aan de
                            gemeenteraad, proces- en projectmatig werken en de keuze van actief
                            grondbeleid, faciliterend grondbeleid of een samenwerkingsvorm met
                            private partij(en).</al><al/><al>De Kadernota Ontwikkeling:</al><lijst><li nr="1."><al>is in overeenstemming met de wetgeving; </al></li><li nr="2."><al>is herkenbaar, communiceerbaar en transparant;</al></li><li nr="3."><al>biedt een toetsingskader</al><al/><al><vet>1.3 Inwerkingtreding </vet></al><al/><al>De inwerkingtreding van de kadernota ontwikkeling is daags na
                                    publicatie.</al><al/><al><vet> 1.4 Afwijken</vet></al><al>Indien het college wilt afwijken van het beleid omschreven in
                                    deze kadernota , dan dient het college de afwijkingen voor te
                                    leggen aan de gemeenteraad</al><al/><al/><al><cursief>Op internet (regelingenbank) zijn de meest recente en
                                        vigerende beleidsnota’s gepubliceerd. (1) Kadernota
                                        Ontwikkeling (voorliggende kadernota), (2) Kadernota
                                        Grondprijzen , (3) Nota vastgoedbeheer en (4) Nota
                                        huurprijzen van gemeentelijke vastgoedaccommodaties
                                        .</cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Kaders</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al><vet>2.1 Inleiding</vet></al><al/><al>In dit hoofdstuk staan de kaders die zijn gehanteerd voor het opstellen
                            van deze kadernota.</al><al>Gedurende het actualiseren van deze kadernota wordt er gewerkt aan de
                            nieuwe omgevingswet. De nieuwe omgevingswet treedt naar verwachting in
                            2021 in werking. Mogelijk wordt dit later. Vele wetten en regelingen
                            worden ondergebracht onder deze nieuwe wet, waardoor ze als zelfstandige
                            wetgeving zullen verdwijnen. In deze kadernota wordt de wetgeving
                            beschreven zoals deze gedurende de actualisatie van voorliggende
                            kadernota in 2017 van kracht is. Wetgeving gaat uiteindelijk altijd
                            boven lokale beleidsstukken, zoals voorliggende kadernota.</al><al/><al><vet>2.2 Wet ruimtelijke ordening Wro (Grondexploitatiewet)</vet></al><al/><al>Op basis van de Grondexploitatiewet (Wet ruimtelijke ordening afdeling
                            6.4) is de gemeente verplicht om de door haar gemaakte kosten ten
                            behoeve van een (her)ontwikkeling te verhalen op de ontwikkelaar. </al><al>Bij actief grondbeleid heeft kostenverhaal plaats door gronduitgifte.
                            Bij faciliterend grondbeleid zal de gemeente trachten een anterieure
                            exploitatieovereenkomst te sluiten waarin naast kostenverhaal eventueel
                            de locatie-eisen kunnen worden vastgelegd. In het geval dat de gemeente
                            en de ontwikkelaar er gezamenlijk niet in slagen om overeenstemming te
                            bereiken dient de gemeente een exploitatieplan op te stellen om de
                            kosten op die manier te verhalen op de ontwikkelaar en eventueel de
                            locatie-eisen vast te leggen. Indien de ontwikkelaar en de gemeente, na
                            het opstellen van het exploitatieplan, toch nog overeenstemming bereiken
                            kan er een posterieure overeenkomst worden gesloten. De te verhalen
                            kosten volgen dan uit het exploitatieplan.</al><al>De kostensoortenlijst van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zal
                            door de gemeente in beginsel als leidraad worden gebruikt voor het
                            verhaal van kosten op de ontwikkelaar voor zover deze kosten de door de
                            wetgever gestelde criteria, te weten profijt, toerekenbaarheid en
                            proportionaliteit doorstaan. Voor de kostensoortenlijst en een
                            uitwerking van de criteria wordt verwezen naar de Wet ruimtelijke
                            ordening (Wro) en Bro.</al><al>De kosten van de ambtelijke uren worden conform deze kostensoortenlijst
                            doorbelast naar de (her)ontwikkeling. Voor het faciliterend grondbeleid
                            wordt hiervoor de plankostenscan als leidraad gebruikt.</al><al/><al><vet>2.3 Structuurvisie en visie op Velsen 2025</vet></al><al/><al>In 2011 is de Visie op Velsen 2025 gepresenteerd. Deze visie is verder
                            uitgewerkt in de “Structuurvisie Velsen (Rauw, slim en lommerrijk)”
                            welke op 12 mei 2016 door de gemeenteraad is vastgesteld. De
                            structuurvisie geeft een beeld van de toekomstige ruimtelijke
                            ontwikkelingen en er worden keuzes gemaakt voor (her)ontwikkeling van
                            gebieden. Deze structuurvisie geeft tevens de visie die gebruikt wordt
                            als strategisch afwegingskader om actief grondbeleid te voeren. Lees: om
                            schaarse financiële middelen zo optimaal en strategisch mogelijk in te
                            zetten. </al><al>De gemeente heeft geen fonds “bovenwijkse voorzieningen”. De commissie
                            besluit begroting en verantwoording (BBV) schrijft voor dat vanaf 2016
                            het niet meer toegestaan is om toevoegingen te doen aan een voorziening
                            voor bovenwijkse voorzieningen. Sparen voor bovenwijkse voorzieningen
                            die na het afsluiten van een grondexploitatie worden aangelegd, is
                            mogelijk via een door de raad in te stellen bestemmingsreserve.
                            Toevoegingen aan deze bestemmingsreserve kunnen alleen plaatsvinden via
                            resultaatsbestemmingen.</al><al>De gemeente koppelt geen verdien- en tekortlocaties aan elkaar door
                            fondsvorming of bovenplanse verevening. De raad is vrij om resultaat uit
                            grondexploitaties te bestemmen voor tekortlocaties.</al><al/><al><vet>2.4 Wet voorkeursrecht gemeenten </vet></al><al/><al>De Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) kan onderdeel zijn van het voeren
                            van een actief grondbeleid. Doelstelling van de Wvg is het verbeteren
                            van de grondmarktpositie en regiefunctie van gemeenten bij de uitvoering
                            van ruimtelijke plannen. De onroerende zaak waarop de Wvg van kracht is,
                            moet in eerste instantie aan de gemeente te koop worden aangeboden. Bij
                            het voorkeursrecht moet het gaan om gronden met een toekomstige,
                            niet-agrarische bestemming die nog niet is verwezenlijkt, zoals
                            uitleglocaties en herstructureringsgebieden. Van geval tot geval moeten
                            de eigendomsposities en andere omstandigheden worden bezien om te
                            besluiten de Wvg wel of niet toe te passen.</al><al/><al><vet>2.5 Onteigeningswet </vet></al><al/><al>De Onteigeningswet biedt gemeenten de mogelijkheid om te komen tot
                            onteigening van onroerende zaken die nodig zijn voor de ruimtelijke
                            ontwikkeling. De rechtvaardiging van onteigening is gelegen in het
                            gemeenschapsbelang, dat in het voorkomende geval hoger geacht wordt dan
                            het belang van de individuele eigenaar. De onteigeningsprocedure is het
                            uiterste middel om tot realisatie van doelstellingen te kunnen komen. </al><al/><al><vet>2.6 Besluit begroting en verantwoording (BBV) </vet></al><al/><al>Voor de uitvoering van het grondbeleid wordt als grondslag het Besluit
                            Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) gehanteerd.
                            Daarnaast wordt als grondslag de Notitie Grondexploitaties 2016 en de
                            Notitie Faciliterend Grondbeleid van de commissie BBV gehanteerd.</al><al>In deze documenten staat onder andere beschreven wat er gerapporteerd
                            moet worden in de begroting en jaarrekening en hoe er omgegaan moet
                            worden met kosten (voor strategisch verworven gronden en opstallen),
                            opbrengsten, rentetoerekening en de grondexploitatieberekening.</al><al/><al><vet>2.7 Wet op de vennootschapsbelasting</vet></al><al/><al>Vanaf 1 januari 2016 vindt de Wet modernisering Vpb-plicht
                            overheidsondernemingen voor het eerst toepassing. Hierdoor kan de
                            gemeente voor een deel, of het geheel, van activiteiten
                            vennootschapsbelastingplichtig zijn. De gemeente bekijkt elk jaar of het
                            grondbedrijf (=onderdeel van de gemeente die werkt aan de
                            gebiedsontwikkelingen) door de “ondernemerspoort” gaat. Dit hangt vooral
                            af van de afbakening van het grondbedrijf en of de gemeente een
                            winstoogmerk heeft. Als het grondbedrijf niet door de ondernemerspoort
                            gaat hoeft er geen belasting te worden betaald. Als het grondbedrijf wel
                            door de ondernemerspoort gaat moet er waarschijnlijk wel belasting
                            worden betaald. De eventueel te betalen vennootschapsbelasting voor het
                            grondbedrijf wordt verantwoord via de planning en control cyclus
                            producten. </al><al/><al><vet>2.8 Verkoop onroerende zaak </vet></al><al/><al>Bij verkoop van gemeentelijke onroerende zaken is het uitgangspunt dat
                            de onroerende zaak marktconform wordt vervreemd op basis van de
                            toekomstige bestemming. </al><al/><al>Een gemeentelijke onroerende zaak wordt in beginsel via openbare
                            inschrijving vervreemd. De vervreemding van een onroerende zaak gebeurt
                            met inachtneming de door de gemeente vastgestelde ‘Algemene Voorwaarden
                            bij verkoop van onroerende zaken’.</al><al/><al>Het kan noodzakelijk zijn om af te wijken van het uitgangspunt van
                            openbare inschrijving, namelijk wanneer er sprake is van
                            locaties/gebieden die samenwerking met ontwikkelpartner(s)
                            rechtvaardigen gezien:</al><lijst><li nr="1."><al>grootte en complexiteit;</al></li><li nr="2."><al>of hoogte en spreiding van risico’s;</al></li><li nr="3."><al>of eigendomssituatie.</al></li></lijst><al/><al>Een voorbeeld hiervan is de situatie waarbij de te verkopen
                            gemeentelijke onroerende zaak direct grenst aan een ander perceel dat op
                            korte termijn zal worden (her)ontwikkeld. In dit geval dient er te
                            worden onderzocht of het ontwikkelen van beide percelen tezamen wellicht
                            meer (in zowel financieel, maatschappelijke als stedenbouwkundig
                            opzicht) kan opleveren dan twee los van elkaar staande ontwikkelingen.
                            In een dergelijke situatie heeft het de voorkeur om in eerste instantie
                            in onderhandeling te treden met de eigenaar van het naastgelegen
                            perceel.</al><al/><al>Om de marktconforme grondprijs vast te stellen hanteert de gemeente
                            Velsen de kadernota Grondprijzen. </al><al>De gemeente voert voor de uit te geven onroerende zaak een
                            grondprijsbeleid waarbij de waarde van de onroerende zaak gerelateerd is
                            aan de daarop te realiseren bestemming of functie. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vormen van grondbeleid</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al><vet>3.1 Inleiding </vet></al><al/><al>Er zijn twee vormen van grondbeleid, namelijk actief en passief
                            grondbeleid. Bij deze vormen is meestal één partij de trekker van de
                            gebiedsontwikkeling die vervolgens ook de risicodragende partij is. Het
                            is ook mogelijk om een samenwerking aan te gaan met één of meerdere
                            private partijen. Hieronder worden de vormen van grondbeleid toegelicht
                            en uitgelegd welke afweging de keuze bepaald.</al><al/><al><vet> 3.2 Actief grondbeleid </vet></al><al/><al>Het voeren van een actief grondbeleid heeft tot doel dat de gemeente
                            vooruitlopend op het bekendmaken van de doelstelling in een bepaald
                            gebied, de (strategische) percelen reeds verwerft. Of onroerende zaken
                            in bezit van de gemeente actief herontwikkeld.</al><al>Actief grondbeleid is er op gericht om ruimtelijke doelstellingen te
                            realiseren door invloed uit te oefenen op het gebruik, eigendom en de
                            prijs van de onroerende zaak. Een actief grondbeleid betekent dat de
                            gemeente de stedelijke ontwikkeling bevordert, leidt en stuurt door de
                            ontwikkeling van plannen (geheel of gedeeltelijk) in eigen hand te
                            nemen. De gemeente tracht hierbij zo tijdig mogelijk de eigendom van
                            onroerende zaken te verwerven, de percelen bouwrijp te maken en ze
                            vervolgens weer uit te geven onder voorwaarden tegen een marktconforme
                            prijs.</al><al/><al><vet>3.3 Passief/faciliterend grondbeleid </vet></al><al/><al>Een andere naam voor passief grondbeleid is faciliterend
                            grondbeleid.</al><al>Bij het voeren van een faciliterend grondbeleid beperkt de gemeente zich
                            veelal tot het vaststellen van kaders waaraan de ontwikkeling moet
                            voldoen. Het initiatief tot verwerven, bouwrijp maken en bebouwen van de
                            onroerende zaak ligt bij de initiatiefnemer. Door het sluiten van een
                            exploitatieovereenkomst, dan wel het opstellen van een exploitatieplan,
                            haalt de gemeente de door haar gemaakte kosten voor onder andere
                            aanpassing van het openbaar gebied terug. De Wet ruimtelijke ordening
                            met daarin de Grondexploitatiewet biedt hiervoor de basis. De producten
                            die de gemeente normaliter verzorgt voor deze vorm van grondbeleid is
                            een startdocument (waarin de kaders van de ontwikkeling worden
                            beschreven), een exploitatieovereenkomst (voor het kostenverhaal), een
                            wijziging van het bestemmingsplan met eventueel een exploitatieplan en
                            eventueel het inrichten van de openbare ruimte.</al><al/><al><vet> 3.4 Samenwerkingsvormen </vet></al><al/><al>Er kunnen situaties voorkomen waarbij de gemeente en private partij(en)
                            risico’s willen delen. Dan ontstaat er een mengvorm van actief en
                            faciliterend grondbeleid en kan er gekozen worden om een samenwerking
                            aan te gaan met één of meerdere private partijen (publiek private
                            samenwerking PPS). Er worden afspraken gemaakt over taak-,
                            risicoverdeling en betalingen. Er zijn diverse mogelijkheden voor
                            samenwerken. Voor de keuze van een samenwerkingsvorm wordt maatwerk
                            toegepast, waarbij het bestuur per geval een keuze maakt. De
                            grondbeleidsinstrumenten van zowel actief als faciliterend grondbeleid
                            zijn beschikbaar bij samenwerkingsvormen.</al><al/><al><vet>3.5 Keuze grondbeleid</vet></al><al/><al>De gemeente kiest voor faciliterend grondbeleid, tenzij na zorgvuldige
                            en integrale afweging gekozen wordt om actief grondbeleid te voeren om
                            doelstellingen uit de structuurvisie te kunnen realiseren.</al><al>De gemeente kan er ook voor kiezen om risico’s te delen en een mengvorm
                            van actief en faciliterend grondbeleid te kiezen. Dan wordt er gekozen
                            voor een samenwerkingsvorm met één of meerdere private partijen. Dit
                            komt overigens niet vaak voor bij de gemeente Velsen </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Financiele verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al><vet>4.1 Inleiding </vet></al><al/><al>Voor zowel actief als faciliterend grondbeleid dienen er een aantal
                            fasen van ontwikkeling doorlopen te worden. Deze fasen worden in het
                            volgende hoofdstuk toegelicht. Per fase en per vorm van het grondbeleid
                            hoort een aparte financiële verantwoording. Deze verantwoordingen worden
                            in dit hoofdstuk beschreven. </al><al>Hieronder wordt schematisch weergegeven welke financiële verantwoording
                            bij welke fase hoort.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i751407cb-dbd1-4043-b699-7b449607e1be" naam="i300401i751407cb-dbd1-4043-b699-7b449607e1be.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="8.94cm"/></plaatje></al><al><vet>4.2. Jaarbudget plankosten actief grondbeleid</vet></al><al/><al>Bij faciliterend grondbeleid komt het voor dat de gemeente vooruitlopend
                            op de anterieure overeenkomst kosten moet maken. Bijvoorbeeld als een
                            ontwikkelaar een stuk aangrenzende grond van de gemeente wenst te kopen,
                            dan kunnen er plankosten worden gemaakt voor onder andere een taxatie,
                            marktonderzoek en bodemonderzoek. Om deze kosten te kunnen maken is er
                            een jaarbudget plankosten faciliterend grondbeleid benodigd van €50.000
                            per jaar. Dit budget wordt niet gekoppeld aan een specifieke
                            ontwikkellocatie, maar kan worden gebruikt voor alle gefaciliteerde
                            ontwikkelingen in de initiatieffase. Indien een ontwikkeling doorgaat
                            dienen deze kosten verhaald te worden via een gronduitgifte en/of een
                            exploitatiebijdrage bij de anterieure overeenkomst. Indien een
                            ontwikkeling niet doorgaat dienen de kosten in mindering te worden
                            gebracht op de algemene reserve grondbedrijf. Ambtelijke uren worden
                            niet doorbelast in deze fasen.</al><al>Dit jaarbudget wordt opgenomen in de begroting.</al><al/><al><vet>4.3 Jaarbudget plankosten actief grondbeleid</vet></al><al/><al>Bij actief grondbeleid komt het voor dat de gemeente t.b.v. een
                            strategische aankoop of quickscan van eigen vastgoed, plankosten moet
                            maken. Onder de plankosten wordt onder andere verstaan: taxaties,
                            haalbaarheidsonderzoeken, verkoopkosten en bijkomende aankoopkosten. Om
                            deze kosten te kunnen maken is er een jaarbudget plankosten actief
                            grondbeleid benodigd van €100.000 per jaar. Dit budget wordt niet
                            gekoppeld aan een specifieke ontwikkellocatie, maar kan worden gebruikt
                            voor alle actieve ontwikkelingen in de initiatieffase. Indien een
                            ontwikkeling doorgaat dienen deze kosten verhaald te worden via
                            gronduitgifte (opgenomen in een toekomstige grondexploitatie). Indien
                            een ontwikkeling niet doorgaat dienen de kosten in mindering te worden
                            gebracht op de algemene reserve grondbedrijf. Ambtelijke uren worden
                            niet doorbelast in deze fasen.</al><al>Dit jaarbudget wordt opgenomen in de begroting.</al><al/><al><vet>4.4 Werkbudget </vet></al><al/><al>Bij een actief grondbeleid komen onroerende zaken (grond en/of
                            gebouwen), vooruitlopend op de inbreng in grondexploitaties, al in het
                            bezit van de gemeente. Om deze verwervingen te kunnen doen beschikt het
                            college over een ‘werkbudget’. Deze verwervingen vinden normaliter
                            plaats in de initiatieffase.</al><al/><al>Het voeren van een actief grondbeleid heeft tot doel, dat de gemeente
                            vooruitlopend op het bekendmaken van de doelstelling in een bepaald
                            gebied, de (strategische) percelen reeds verwerft. Hiermee wordt
                            voorkomen dat derden de onroerende zaken vooraf in handen krijgen,
                            waardoor een kosten verhogend effect kan optreden. Een actief
                            grondbeleid vereist extra financiële middelen. Het is noodzakelijk te
                            beschikken over voldoende financiële middelen, zodat er verwervingen
                            kunnen worden gedaan en er gemeentelijke eigendomssituaties ontstaan in
                            de te ontwikkelen locaties. Eigendom geeft de gemeente de grootste
                            mogelijkheid tot sturen van (her)ontwikkelingen. </al><al/><al>Gelet op het dynamische karakter van een actief grondbeleid heeft de
                            raad afspraken gemaakt met het college om, indien nodig, snel te kunnen
                            handelen. De raad heeft het college gemachtigd om tot een bedrag van
                            maximaal €3 mln per transactie aan te mogen gaan met verantwoording
                            achteraf. Het totaal bedrag aan transacties is gebonden aan een maximum
                            van €10 mln. De besteedbare ruimte binnen dit bestedingslimiet is
                            dynamisch en heeft daardoor het karakter van een ‘werkbudget’. Door een
                            budget van deze omvang wordt de mogelijkheid tot het doen van meerdere
                            aankopen gewaarborgd. Aangezien het in het kader van een actief
                            grondbeleid van essentieel belang is om snel te kunnen handelen, dient
                            men op ieder gewenst moment voldoende financiële slagkracht te hebben
                            voor strategische vastgoed aankopen. Zodra de onroerende zaak is
                            ingebracht in een grondexploitatie kan het betreffende bedrag weer
                            worden toegevoegd aan het ‘werkbudget’. De boekwaarde van de
                            aanschaffingen van de onroerende zaken, in het kader van een actief
                            grondbeleid, mag maximaal €10 mln bedragen. Het college legt via
                            tussenrapportages en het jaarverslag van de jaarrekening verantwoording
                            af over de aankopen, de inbreng in de grondexploitaties en de boekwaarde
                            van de strategische aankopen.</al><al/><al><vet>4.5 Sloop opstallen </vet></al><al/><al>Opstallen in het bezit van de gemeente, waarbij voorgenomen wordt om de
                            grond te ontwikkelen en aan derden te verkopen via gronduitgifte, kunnen
                            voordat de nieuwe bestemming is bepaald worden gesloopt om de kans op
                            brandstichting, verloedering en kraak te verkleinen. Per object wordt
                            zorgvuldig afgewogen om het opstal te slopen of een tijdelijke invulling
                            te geven.</al><al>Om deze sloopkosten te kunnen verantwoorden wordt in de begroting een
                            budget opgenomen van €600.000 per jaar van het totaal aan sloopkosten
                            met een maximum van €300.000 per project/plangebied. Indien een
                            ontwikkeling doorgaat dienen deze kosten verhaald te worden via
                            gronduitgifte (opgenomen in een toekomstige grondexploitatie). Indien
                            een ontwikkeling niet doorgaat dienen de kosten in mindering te worden
                            gebracht op de algemene reserve grondbedrijf. Mocht er in een bepaald
                            jaar meer sloopbudget dan het hierboven genoemde maximum benodigd zijn,
                            dient dit via een aanvullend krediet bij de raad aangevraagd te
                            worden.</al><al>Onder de sloopkosten worden zowel de voorbereiding als de daadwerkelijke
                            sloop verstaan. Ambtelijke uren worden niet doorbelast in deze fase. Dit
                            jaarbudget wordt opgenomen in de begroting.</al><al/><al><vet>4.6 Exploitatiebijdrage fase 1</vet></al><al/><al>Bij faciliterend grondbeleid wordt, voor de definitie- en ontwerpfase,
                            bij een ontwikkelaar een exploitatiebijdrage fase 1 in rekening
                            gebracht. Dit gebeurt middels leges, een brief en/of een
                            intentieovereenkomst. Hierin is het gemeentelijke kostenverhaal geregeld
                            voor het opstellen/afstemming/toets van de gemeentelijke kaders en het
                            te ontwikkelen plan van de ontwikkelaar. De kosten die gemaakt worden
                            door de gemeente zijn gedekt door deze exploitatiebijdrage fase 1. Ook
                            de ambtelijke uren worden verhaald middels deze bijdrage. Dit gebeurt
                            voorcalculatief.</al><al/><al><vet>4.7 Exploitatiebijdrage fase 2 </vet></al><al/><al>Bij faciliterend grondbeleid wordt, voor de voorbereidings- en
                            realisatiefase, bij een ontwikkelaar een exploitatiebijdrage fase 2 in
                            rekening gebracht. Dit gebeurt naar aanleiding van de getekende
                            anterieure exploitatieovereenkomst. Het plan past binnen de kaders en de
                            ruimtelijke procedure (wijziging bestemming) moet doorlopen worden
                            alvorens de omgevingsvergunning kan worden aangevraagd door de
                            ontwikkelaar om daadwerkelijk te gaan bouwen. De kosten die gemaakt
                            worden door de gemeente zijn gedekt door deze exploitatiebijdrage fase 2
                            en/of een uitgifte van gemeente grond aangrenzend aan het te ontwikkelen
                            perceel van de ontwikkelaar. Ook de ambtelijke uren worden verhaald
                            middels deze bijdrage/gronduitgifte. Dit gebeurt voorcalculatief.</al><al/><al><vet> 4.8 Voorbereidingskrediet </vet></al><al/><al>Als de initiatieffase is doorlopen en positief wordt geadviseerd om
                            verder te gaan met een gebiedsontwikkeling dan wordt een
                            voorbereidingskrediet aan de raad gevraagd. Dit voorbereidingskrediet is
                            geldig voor de definitie-, ontwerp- en de voorbereidingsfase bij het
                            voeren van actief grondbeleid. Afhankelijk van de omvang van de
                            ontwikkeling wordt deze per fase of het totaal van fasen een
                            voorbereidingskrediet aangevraagd.</al><al/><al>Indien een ontwikkeling financieel haalbaar wordt geacht en er besloten
                            wordt een grondexploitatie te openen dan worden de kosten gemaakt ten
                            laste van het voorbereidingskrediet opgenomen in de grondexploitatie. De
                            grondexploitatie heeft betrekking op de realisatiefase. Indien er wordt
                            besloten om van de ontwikkeling af te zien dan worden de kosten gemaakt
                            ten laste van het voorbereidingskrediet in mindering gebracht op de
                            algemene reserve grondbedrijf.</al><al/><al><vet>4.9 Grondexploitatie</vet></al><al/><al><vet>4.9.1 Grondexploitatieberekening</vet></al><al/><al>Met een grondexploitatieberekening wordt beoordeeld of een (verwerving
                            in het kader van een) (her)ontwikkeling financieel haalbaar is. In deze
                            berekening worden alle (geraamde) kosten en opbrengsten opgenomen.
                            Voorafgaand aan het opstellen van een grondexploitatie wordt een
                            haalbaarheidsanalyse/-berekening gemaakt. </al><al/><al><vet>4.9.2 Openen grondexploitatiecomplex</vet></al><al>De raad heeft de bevoegdheid om een grondexploitatiecomplex met een
                            grondexploitatiebegroting te openen. Dit gebeurt gelijktijdig met de
                            bestemmingswijziging.</al><al>Een grondexploitatiecomplex is een ruimtelijk plan, voorzien van een
                            financiële vertaling. Het grondexploitatiecomplex bevat de
                            grondexploitatieopzet met daarin in elk geval opgenomen een kaart van
                            het grondexploitatiecomplex, een beschrijving van de bouwkavels, de
                            bestemming en toegestane bouwvolumes, de omschrijving van de werken en
                            werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het grondexploitatiecomplex,
                            de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte
                            in het grondexploitatiecomplex en een grondexploitatiebegroting. De
                            grondexploitatiebegroting is de financiële vertaling van een
                            grondexploitatiecomplex, waarbij de kosten en opbrengsten gefaseerd zijn
                            in de tijd, met een richttermijn van 10 jaar (voortschrijdend).</al><al/><al>Bij het openen van een grondexploitatiecomplex worden eventuele
                            strategische verworven onroerende zaken en kosten ten laste van
                            voorbereidingskredieten ingebracht in de grondexploitatie.</al><al> Per ontwikkellocatie wordt één grondexploitatie geopend.</al><al/><al><vet>4.9.3 Herzien grondexploitatie</vet></al><al/><al>De vastgestelde grondexploitaties worden één maal per jaar herzien. Deze
                            actualisatie gebeurt per 1 januari. De geactualiseerde grondexploitaties
                            worden bij de jaarrekening door de raad vastgesteld.</al><al>Indien er zich tussentijds grote (financiële) afwijkingen voordoen
                            (&gt;€200.000), informeert het college de raad actief middels een
                            collegebericht. Kleine (financiële) afwijkingen worden in de Meerjaren
                            Prognose Grondexploitaties (Mpg) vermeld.</al><al/><al><vet>4.9.4 Plan inhoudelijke wijzigingen grondexploitatie</vet></al><al/><al>Plan inhoudelijke wijzigingen (bijvoorbeeld programmering), die niet
                            onder de reguliere herzieningen vallen, worden separaat door de raad
                            vastgesteld. </al><al/><al><vet>4.9.5 Budgetten grondexploitatie</vet></al><al/><al>Ter hoogte van de ramingen opgenomen in de grondexploitatiebegroting
                            kunnen budgetten worden afgegeven. Hierbij wordt niet gekeken naar de
                            gefaseerde jaarschijf, maar de gehele raming in de
                            grondexploitatiebegroting. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat
                            werkzaamheden een jaar eerder of later worden uitgevoerd. Budgetover- en
                            onderschrijdingen worden verwerkt bij de eerst volgende
                            herziening/actualisatie van de grondexploitatie en gerapporteerd in de
                            Mpg. Afwijkingen boven de €200.000 worden direct gemeld bij de raad
                            middels een collegebericht.</al><al/><al><vet> 4.9.6 Tussentijds winst nemen op grondexploitaties</vet></al><al/><al>Voor het tussentijds winst nemen op grondexploitaties worden de
                            uitgangspunten omschreven in de notitie grondexploitaties van het BBV
                            gehanteerd. De belangrijkste zaken die daarbij in acht worden genomen is
                            het voorzichtigheidsbeginsel en realisatiebeginsel.</al><al/><al><vet> 4.9.7 Sluiten grondexploitatie</vet></al><al>Als een gebiedsontwikkeling bijna of geheel voltooid is, wordt de
                            grondexploitatie (financieel) afgesloten. Een gebiedsontwikkeling is
                            bijna of geheel voltooid na oplevering van het laatste gebouw of na het
                            woonrijp maken van het laatste deelgebied.</al><al>Batige saldi van de afgesloten grondexploitaties vloeien naar de
                            algemene reserve grondbedrijf. Nadelige saldi van de afgesloten
                            grondexploitaties worden afgeboekt binnen de algemene reserve
                            grondbedrijf en/of getroffen verliesvoorziening. Indien een project
                            bijna voltooid is, wordt er voor de nog niet voltooide onderdelen een
                            voorziening van dat onderdeel getroffen met de hoogte van de te
                            verwachten kosten.</al><al/><al><vet>4.10 Exploitatieplan</vet></al><al/><al>In het geval dat de gemeente en de ontwikkelaar er gezamenlijk niet in
                            slagen om overeenstemming te bereiken middels een anterieure
                            exploitatieovereenkomst en de gemeente wel de bestemming gaat wijzigen
                            dan, dient de gemeente een exploitatieplan vast te stellen om de kosten
                            op die manier te verhalen op de ontwikkelaar en eventueel de
                            locatie-eisen vast te leggen. Indien de ontwikkelaar en de gemeente, na
                            het opstellen van het exploitatieplan, toch nog overeenstemming bereiken
                            kan er een posterieure exploitatieovereenkomst worden gesloten. De te
                            verhalen kosten volgen dan uit het exploitatieplan.</al><al>Het exploitatieplan is een zeer uitgebreid instrument en wordt
                            vormgegeven conform de geldende wet- en regelgeving (Wro). Het
                            exploitatieplan wordt gelijktijdig met het bestemmingsplan vastgesteld
                            door de raad </al><al/><al><vet>4.11 Garantie aannemer </vet></al><al/><al>Alle gebreken die geconstateerd worden in de nazorgfase worden voor
                            zover mogelijk verhaald op de aannemer die de werkzaamheden heeft
                            uitgevoerd. Hiervoor heeft de gemeente zelf geen kosten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Fase van de ontwikkeling</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al><vet>5.1 Inleiding </vet></al><al/><al>Bij gebiedsontwikkeling (met actief grondbeleid) dient een aantal fasen
                            doorlopen te worden. In dit hoofdstuk worden de fasen toegelicht. In de
                            praktijk kunnen bij kleine projecten fasen worden samengevoegd. De fasen
                            sluiten aan bij het projectmatig werken van de gemeente Velsen. De
                            producten die per fase benodigd zijn, zijn sterk afhankelijk van de vorm
                            van samenwerking met een ontwikkelaar. De genoemde producten zijn
                            informatief en kunnen in de praktijk afwijken van wat hieronder is
                            beschreven.</al><al>De volgende fasen zijn uitgewerkt:</al><lijst><li nr="1."><al>Initiatieffase;</al></li><li nr="2."><al>Definitiefase;</al></li><li nr="3."><al>Ontwerpfase;</al></li><li nr="4."><al>Voorbereidingsfase;</al></li><li nr="5."><al>Realisatiefase;</al></li><li nr="6."><al>Nazorgfase.</al></li></lijst><al> Onroerende zaken die verworven zijn voor herontwikkeling kunnen in twee
                            categorieën ingedeeld worden, namelijk de materiële vaste activa (Mva)
                            en vlottende activa. Grond die zich bevindt in de vlottende activa valt
                            in de categorie “bouwgrond in exploitatie” (BIE). BIE zijn gronden in
                            eigendom van een gemeente, waarvoor de raad een grondexploitatiecomplex
                            en een grondexploitatiebegroting heeft vastgesteld. Met andere woorden
                            is BIE een grondexploitatie in uitvoering. Overige gronden vallen onder
                            de Mva. Hieronder wordt per fase aangegeven of de verworven gronden
                            onder Mva of BIE valt.</al><al/><al><vet>5.2 Initiatieffase </vet></al><al/><al>Dit is de eerste fase van gebiedsontwikkeling, waarin de gemeente alleen
                            of met één of meerdere partijen besluit een potentiële ontwikkellocatie
                            te bestuderen op afzetmogelijkheden en haalbaarheid. In een
                            projectopdracht wordt de aanleiding, de probleem- en doelstelling en een
                            globale beschrijving van het plan omschreven. Daarnaast wordt er bij
                            grotere projecten een project- en stuurgroep samengesteld. De kosten
                            gedurende deze fase worden gedekt uit het jaarbudget plankosten
                            faciliterend of actief grondbeleid, jaarbudget sloop opstallen en
                            eventuele strategische verwervingen uit het werkbudget. Gronden die
                            verworven zijn vallen onder de Mva.</al><al/><al>De producten die bij deze fase horen zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>Projectplan;</al></li><li nr="2."><al>Grove financiële haalbaarheidsanalyse;</al></li><li nr="3."><al>Jaarbudget plankosten/jaarbudget sloop
                                    opstallen/werkbudget;</al></li><li nr="4."><al>Raadsbesluit waarin een voorbereidingskrediet beschikbaar wordt
                                    gesteld voor de komende fase(n);</al></li><li nr="5."><al>Ondertekende intentieovereenkomst.</al><al/></li></lijst><al><vet> 5.3 Definitiefase </vet></al><al/><al>In deze fase wordt bepaald aan welke randvoorwaarden de ontwikkeling
                            moet voldoen. Deze randvoorwaarden en eisen worden omschreven in een
                            Startdocument. In de definitiefase kan een samenwerkingsovereenkomst
                            worden opgesteld met de samenwerkingspartners. De kosten gedurende deze
                            fase worden gedekt uit het beschikbaar gestelde voorbereidingskrediet of
                            exploitatiebijdrage fase 1. Onroerende zaken die verworven zijn vallen
                            onder de Mva.</al><al/><al>De producten die bij deze fase horen zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>Update projectplan;</al></li><li nr="2."><al>Voorbereidingskrediet/exploitatiebijdrage fase 1;</al></li><li nr="3."><al>Startdocument;</al></li><li nr="4."><al>Onderzoeken i.v.m. randvoorwaarden;</al></li><li nr="5."><al>Stedenbouwkundig plan;</al></li><li nr="6."><al>Financiële haalbaarheidsanalyse;</al></li><li nr="7."><al>Ondertekende samenwerkingsovereenkomst.</al><al/><al><vet>5.4 Ontwerpfase </vet></al><al/><al>In de ontwerpfase zorgt de gemeente of de samenwerkingspartner
                                    ervoor, dat aan de hand van de randvoorwaarden en het vigerende
                                    beleid, een voorlopig ontwerp (VO) wordt opgesteld. De gemeente
                                    kan op basis van het VO een meer gedetailleerde financiële
                                    haalbaarheidsanalyse opstellen. Op basis van het VO en de
                                    financiële haalbaarheidsanalyse wordt het plan verder uitgewerkt
                                    in een definitief ontwerp (DO). Hierna kan de financiële
                                    haalbaarheidsanalyse omgezet worden in een grondexploitatie. Aan
                                    het eind van de voorbereidingsfase wordt via een raadsbesluit
                                    gevraagd om een grondexploitatiecomplex te openen voor de
                                    ontwikkeling (de gewijzigde bestemming is ook onderdeel van het
                                    grondexploitatiecomplex). </al><al>De kosten behorende bij deze fase worden gedekt uit het
                                    beschikbaar gestelde voorbereidingskrediet of
                                    exploitatiebijdrage fase 1. Onroerende zaken die verworven zijn
                                    vallen onder de Mva.</al><al/><al>De producten die bij deze fase horen zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>Update projectplan;</al></li><li nr="2."><al>Voorlopig Ontwerp (VO);</al></li><li nr="3."><al>Definitief Ontwerp (DO);</al></li><li nr="4."><al>Voorbereidingskrediet/exploitatiebijdrage fase 1;</al></li><li nr="5."><al>Gedetailleerde financiële haalbaarheidsanalyse ter
                                            onderbouwing voor de opening van de grondexploitatie in
                                            de volgende fase;</al></li><li nr="6."><al>Ondertekende anterieure overeenkomst.</al><al/><al><vet>5.5 Voorbereidingsfase </vet></al><al/><al>De juridisch planologische procedure (bestemmingsplan)
                                            wordt in deze fase afgerond eventueel met een
                                            exploitatieplan. De opening van een
                                            grondexploitatiecomplex met grondexploitatiebegroting
                                            wordt voorgelegd aan de raad. Met de
                                            ontwikkelingspartners kan een realisatieovereenkomst
                                            gesloten worden. De kosten behorende bij deze fase
                                            worden gedekt uit het beschikbaar gestelde
                                            voorbereidingskrediet of exploitatiebijdrage fase 2.
                                            Onroerende zaken die verworven zijn vallen onder de
                                            Mva.</al><al/><al>De producten die bij deze fase horen zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>Update projectopdracht;</al></li><li nr="2."><al>Realisatieovereenkomst;</al></li><li nr="3."><al>Onteigening; </al></li><li nr="4."><al>Voorbereidingskrediet/exploitatiebijdrage fase
                                                  2;</al></li><li nr="5."><al>Bestemmingsplan eventueel met
                                                  exploitatieplan/wijzigingsplan/uitwerkingsbevoegdheid;</al></li><li nr="6."><al>Grondexploitatiecomplex met
                                                  grondexploitatiebegroting.</al><al/></li><li nr="."><al><vet>5.6 Realisatiefase </vet></al><al/><al>Tijdens deze fase vindt de realisatie van de
                                                  ontwikkeling plaats en is het van groot belang om
                                                  controle uit te blijven oefenen op hetgeen wat er
                                                  in voorgaande fasen is afgesproken in de
                                                  overeenkomst. In deze fase wordt het definitieve
                                                  ontwerp omgezet in een bestek met kostenraming,
                                                  waarna het terrein bouwrijp gemaakt wordt, de
                                                  gebouwen gebouwd en het openbare gebied ingericht
                                                  (woonrijp gemaakt). Aan het einde van deze fase
                                                  wordt de openbare ruimte overgedragen aan de
                                                  afdeling Beleid en voorbereiding. De kosten
                                                  behorende bij deze fase worden gedekt uit de
                                                  grondexploitatie of exploitatiebijdrage fase 2.
                                                  Onroerende zaken die verworven zijn vallen onder
                                                  de BIE.</al><al/><al>De producten die bij deze fase horen zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen;</al></li><li nr="2."><al>Bestek inclusief kostenraming;</al></li><li nr="3."><al>Jaarlijks geactualiseerde
                                                  grondexploitatie.</al></li></lijst><al/><al><vet>5.7 Nazorgfase</vet></al><al/><al>De openbare ruimte is in gebruik genomen en
                                                  wordt beheerd door de afdeling Beleid en
                                                  voorbereiding. Indien er verborgen gebreken worden
                                                  geconstateerd in de openbare ruimte worden de
                                                  kosten voor zover mogelijk verhaald op de aannemer
                                                  die het werk heeft uitgevoerd conform de
                                                  aanbestedingsafspraken. Er worden in deze fase
                                                  geen kosten meer verwacht voor het project / de
                                                  grondexploitatie.</al><al/><al/></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Risicomanagement</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al><vet>6.1 Inleiding</vet></al><al/><al>Doelstelling van risicomanagement is om mogelijke risico’s helder in
                            beeld te brengen, zodat de gemeente beter op de risico’s kan sturen. </al><al> Het uitvoeren van actief grondbeleid is niet vrij van risico. Algemene
                            risico’s binnen de grondexploitatie kunnen bijvoorbeeld bestaan uit
                            hogere exploitatielasten, stijging rente, vertraagde afzet van gronden
                            etc. Binnen bepaalde marges zijn deze risico’s beheersbaar. Zo worden
                            jaarlijks de grondexploitaties herzien. Daarnaast bestaan er specifieke
                            risico`s voor grondexploitaties. De gedachte is over het algemeen dat
                            risico’s (overigens ook de kansen) van een grondexploitatie groter zijn
                            dan de risico`s van de overige bedrijfsvoering. </al><al/><al><vet>6.2 Methodiek</vet></al><al/><al>Voor risicomanagement zijn verschillende methoden beschikbaar. De
                            verschillende methoden hebben het volgende cyclische proces gemeen:</al><lijst><li nr="1."><al>Voer integrale risicoanalyse uit met de vakdisciplines;</al></li><li nr="2."><al>Stel beheersmaatregelen op;</al></li><li nr="3."><al>Implementeer beheersmaatregelen;</al></li><li nr="4."><al>Evalueer beheersmaatregelen en rapporteer hierover;</al></li><li nr="5."><al>Voer integrale risicoanalyse uit (update). </al></li></lijst><al>Risicomanagement is geen foto, maar juist een film. Gedurende de
                            looptijd van een ontwikkeling/project moeten bovenstaande stappen
                            continu worden doorlopen. </al><al>Het risicobedrag per project wordt bepaald op basis van de ingeschatte
                            risico’s, de financiële omvang en de kans van optreden van de
                            risico’s.</al><al/><al>Deze vorm van risicomanagement wordt toegepast op de
                            ontwikkelingen/projecten van de gemeente met een grondexploitatie.
                            Daarnaast wordt een risicobedrag van 25% van de boekwaarde van de
                            voorbereidingskredieten gehanteerd.</al><al/><al>Het bepaalde risicobedrag wordt tevens opgenomen in de paragraaf
                            Weerstandsvermogen en een toelichting wordt opgenomen in de paragraaf
                            Grondbeleid in begroting en jaarverslag van de jaarrekening. </al><al/><al><vet>6.3 Dekking risico’s / algemene reserve grondbedrijf </vet></al><al/><al>De risico’s van gebiedsontwikkeling worden gedekt door de algemene
                            reserve grondbedrijf. De minimale omvang van de algemene reserve
                            grondbedrijf wordt tijdens de jaarrekening bepaald ter hoogte van het
                            bepaalde risicobedrag conform het risicomanagement. De maximale omvang
                            van de algemene reserve wordt bepaald op 150% van het bepaalde
                            risicobedrag conform het risicomanagement. Indien de reserve onder de
                            minimale omvang komt zal deze worden aangevuld door de algemene
                            middelen/reserve van de gemeente. Bij een omvang boven de maximale
                            omvang vloeit het meerdere van de reserve naar de algemene
                            middelen/reserve van de gemeente.</al><al/><al><vet>6.4 Voordoen van een risico </vet></al><al/><al>Wanneer zich een risico voordoet, zal deze tijdens de jaarlijkse
                            herziening verwerkt worden in de grondexploitatie. Indien het verwachte
                            netto contante resultaat van een grondexploitatie negatief wordt, dient
                            de gemeente een verliesvoorziening te treffen. Deze verliesvoorziening
                            wordt gedekt uit de algemene reserve grondbedrijf.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Rapportage</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>Het college informeert de raad over de (financiële) stand van zaken van
                            de projecten waarbij actief grondbeleid wordt gevoerd middels de
                            planning en control cyclus. In de begroting en het jaarverslag van de
                            jaarrekening worden de cijfers op hoofdlijnen gerapporteerd. De
                            geprognosticeerde resultaten worden gepresenteerd tegen de netto
                            contante waarde voor zowel positieve als negatieve grondexploitaties.
                            Afwijkingen boven de €200.000 worden direct gemeld bij de raad middels
                            een collegebericht.</al><al>Een uitgebreide rapportage over de grondexploitaties wordt gerapporteerd
                            in de meerjaren prognose grondexploitaties (Mpg). Dit is een
                            vertrouwelijk document dat een bijlage van de jaarrekening is. De Mpg
                            bevat vertrouwelijke en marktgevoelige informatie over de
                            gebiedsontwikkelingsprojecten en is om deze reden niet openbaar. In de
                            Mpg staat uitgebreide informatie over de projecten met een
                            grondexploitatie, zoals programma, gerealiseerde en geraamde
                            kosten/opbrengsten, fasering en geraamde resultaten. De Mpg geeft een
                            verwachting van het moment dat winsten uit ontwikkelingen beschikbaar
                            komen. Daarnaast geeft het de financieringsbehoefte van de
                            ontwikkelingen weer. Het financiële effect van de doorrekening van de
                            Mpg wordt verwerkt in de jaarrekening en begroting (voor jaar t+
                            1jr).</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>