<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR48190_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels Wet bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan Huis; 27 oktober 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregel aanpak overlast</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 172a en b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene Wet Bestuursrecht, art. 4:81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">burgemeester</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-10-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>335330</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Is niet per 16-02-2012 ingetrokken. Is onbeperkt geldig</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Beleidsregels Wet bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Beleidsregel aanpak overlast</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al/>
          <al>De burgemeester van Leeuwarden</al>
          <al/>
          <al>gelet op de artikelen 172a en 172b van de Gemeentewet en 4:81 van de
                        Algemene Wet bestuursrecht;</al>
          <al/>
          <al>gehoord de beraadslaging in de driehoek van 29 september 2010; </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>overwegende:</vet>
          </al>
          <al>overwegende dat voor het gebruik maken van zijn bevoegdheid zoals gegeven in
                        artikel 172a en artikel 172b Gemeentewet tot het treffen van maatregelen ter
                        bestrijding van voetbalvandalisme, ernstige overlast een beleidsregel
                        noodzakelijk is; </al>
          <al/>
          <al/>
          <al>
            <vet>Besluit </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>de volgende beleidsregels vast te stellen:</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Begripsomschrijvingen:</cursief>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>B – wedstrijd: Voetbalwedstrijd van de BVO Cambuur Leeuwarden met
                            een midden risico.</cursief>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>C- wedstrijd: Voetbalwedstrijd van de BVO Cambuur Leeuwarden met
                            een hoog risico.</cursief>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Groepsverbod</vet>
          </al>
          <al>1. Een overlastgever krijgt het bevel om zich niet in een bepaald deel of in
                        bepaalde delen van de gemeente op straat, weg, plein, of een andere voor het
                        publiek toegankelijke plaats te bevinden en daar zonder redelijk doel met
                        meer dan drie andere personen aanwezig te zijn of zich daar voort te bewegen
                        in hun gezelschap. </al>
          <al>2. Het groepsverbod wordt opgelegd voor het gebied waar de overlast heeft
                        plaatsgevonden. Indien het, gelet op de druk op openbare orde in een ander
                        gebied noodzakelijk wordt geacht, wordt ook dit gebied aangewezen. </al>
          <al>3. Het groepsverbod wordt opgelegd voor de duur van ten hoogste drie
                        maanden. </al>
          <al>4. De maatregel wordt uitgebreid ten nadele van de overlastgever of verlengd
                        indien nieuwe feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven. In beginsel
                        wordt een groepsverbod verlengd indien de maatregel voor de eerste keer
                        wordt overtreden. De maatregel kan worden ingetrokken indien uit nieuwe
                        feiten en omstandigheden er voldoende garanties aanwezig zijn dat herhaling
                        is uitgesloten. </al>
          <al>5. Indien sprake is van een persoon onder de 24 jaren wordt een groepsverbod
                        alleen opgelegd indien minder vergaande middelen én de hulpverlening als
                        integrale persoongebonden aanpak zijn ingezet.</al>
          <al>6. De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens ten hoogste drie
                        maanden. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Gebiedsverbod </vet>
          </al>
          <al>7. Een overlastgever krijgt het bevel zich niet te bevinden in of in de
                        omgeving van één of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in
                        één of meer bepaalde delen van de gemeente. Indien dit noodzakelijk is wordt
                        een route aangegeven waarlangs de overlastgever zich dient te begeven van en
                        naar huis, werk, school of vrijetijdsbesteding.</al>
          <al>8. Het gebiedsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het gebied waar de
                        overlast heeft plaatsgevonden. Indien het, gelet op de druk op openbare orde
                        in een ander gebied noodzakelijk wordt geacht, kan ook dat gebied worden
                        aangewezen. </al>
          <al>9. Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor de duur van ten hoogste drie
                        maanden.</al>
          <al>10. De maatregel kan worden uitgebreid ten nadele van betrokkene of verlengd
                        indien nieuwe feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven. De
                        maatregel kan worden ingetrokken indien uit nieuwe feiten en omstandigheden
                        er voldoende garanties aanwezig zijn dat herhaling is uitgesloten. </al>
          <al>11. Indien sprake is van een persoon onder de 24 jaar wordt een
                        gebiedsverbod alleen opgelegd indien minder vergaande middelen én de
                        hulpverlening als integrale persoonsgerichte aanpak zijn ingezet.</al>
          <al>12. De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens ten hoogste drie
                        maanden. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Duur van het bevel</vet>:</al>
          <al>12a De termijnen, zoals genoemd in de artikelen 3,6, 9 en 12 kunnen worden
                        bepaald op basis van de volgende factoren:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>Frequentie, aard en ernst van de overlast en/of;</al></li>
            <li nr="-"><al>Gedragingen in het recente verleden en/of</al></li>
            <li nr="-"><al>Achtergronden en karakter van de persoon en/of;</al></li>
            <li nr="-"><al>Gevoeligheid van de omgeving voor overlast</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>Meldingsplicht door de burgemeester Leeuwarden</vet>
          </al>
          <al>13. Aan de volgende personen kan een meldingsplicht worden opgelegd:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>de persoon die voor de tweede maal een gebiedsverbod overtreedt,
                            </al></li>
            <li nr="-"><al>de persoon bij de eerste overtreding van het gebiedsverbod een
                                leidende rol heeft gehad. of </al></li>
            <li nr="-"><al>de persoon aan wie een gebiedsverbod is opgelegd tijdens een B of en
                                C risicowedstrijd<sup>1. </sup></al></li>
          </lijst>
          <al>De tijdstippen en plaats worden nader, per individueel geval, en indien
                        nodig in overleg met de burgemeester van de gemeente waar de persoon
                        woonachtig is, bepaald. </al>
          <al>14. De meldingsplicht wordt opgelegd voor drie maanden, dan wel de duur van
                        het evenement.</al>
          <al>15. De meldingsplicht wordt zoveel mogelijk opgelegd in de gemeente waar
                        betrokkene woonachtig is, tenzij de aard van de omstandigheden zich hier
                        tegen verzet. Hiervan is onder meer sprake indien de burgemeester van de
                        plaats waar de persoon woonachtig is geen toestemming heeft gegeven voor de
                        melding. Het oordeel van de burgemeester van die gemeente wordt verkregen
                        door de sector Juridische en veiligheidszaken. De nader te bepalen plaats
                        van melding worden geregeld in de werkafspraken.</al>
          <al>16. De burgemeester legt niet eerder een meldingsplicht op dan er vooraf
                        afstemming heeft plaatsgevonden met politie Fryslân. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>
              <sup>1</sup> Beleidskader voetbal KNVB </cursief>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Intergemeentelijke meldingsplicht (verzoek andere gemeenten)</vet>
          </al>
          <al>17. De burgemeester van Leeuwarden geeft niet eerder toestemming aan de
                        burgemeester van de verzoekende gemeente, om een ordeverstoorder in de
                        gemeente Leeuwarden zich te laten melden, voordat de politie over het
                        ingediende een positief advies heeft gegeven. De toestemming kan mondeling
                        worden gegeven. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Begeleidingsplicht minderjarige tot 12 jaar</vet>
          </al>
          <al>18. Een persoon die gezag uitoefent over een minderjarige die de leeftijd
                        van 12 jaar nog niet heeft bereikt en herhaaldelijk groepsgewijs overlast
                        pleegt krijgt een bevel opgelegd er voor te zorgen dat de minderjarige zich
                        niet ophoudt in de openbare ruimte tussen 20.00 uur ’s avonds en 06:00 uur
                        ’s ochtends zonder zijn begeleiding. De maatregel wordt slechts opgelegd
                        indien de integrale persoonsgerichte aanpak is ingezet of deze is
                        geweigerd.</al>
          <al>19. De begeleidingsplicht wordt in beginsel opgelegd voor de avonduren.
                        Indien dit noodzakelijk wordt geacht, kan het bevel worden uitgebreid met
                        het bevel dat de minderjarige zich op een aangewezen gebied niet zonder
                        begeleiding mag begeven.</al>
          <al>20. De begeleidingsplicht wordt opgelegd voor de duur van drie maanden en
                        kan niet worden verlengd. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Dossiervorming en verslaglegging</vet>
          </al>
          <al>21. Voor het opleggen van een maatregel levert de politie Leeuwarden een
                        dossier aan bij de sector juridische en veiligheidszaken van de gemeente
                        Leeuwarden. De sector juridische en veiligheidszaken zorgt ervoor dat het
                        veiligheidshuis wordt geïnformeerd. Dit dossier dient in ieder geval te
                        bevatten:</al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>het verzoek tot het nemen van een bestuurlijke maatregel;</al></li>
            <li nr="*"><al>de contactgegevens van de behandelend politieambtenaar;</al></li>
            <li nr="*"><al>de contactgegevens van de ordeverstoorder en bevat ten minste de
                                naam, leeftijd, woonplaats (adres) en telefoonnummer en indien nodig
                                de gegevens van de persoon die het gezag over de minderjarige
                                uitoefent;</al></li>
            <li nr="*"><al>de registraties van minimaal twee ordeverstorende gedragingen; </al></li>
            <li nr="*"><al>de registraties (<onderstreept>of</onderstreept> sfeerrapportages)
                                en eventuele informatie waaruit de vrees voor de verstoring van de
                                openbare orde blijkt;</al></li>
            <li nr="*"><al>een duidelijke omschrijving van het gebied waarvoor het verbod zou
                                moeten gelden en indien van toepassing de tijdstippen en plaats voor
                                een meldingsplicht;</al></li>
            <li nr="*"><al>indien sprake is van een verzoek tot verlening van de maatregel, de
                                registraties waaruit de hernieuwde vrees voor de verstoring van de
                                openbare orde aannemelijk blijkt. </al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>De dossiers mogen al informatie bevatten van een datum voor de inwerking
                        treden van de wet per 1 september 2010. De ordeverstorende activiteiten zijn
                        voor het bevel alleen relevant als deze zich binnen een termijn van 13
                        maanden voor de bekendmaking ervan hebben voorgedaan.</al>
          <al/>
          <al>Indien sprake is van een jeugdige onder de 24 jaar, en bij andere groepen
                        indien noodzakelijk, wordt het dossier aangeleverd bij de sector juridische
                        en veiligheidszaken en deze draagt zorg dat de voorzitter van het
                        casusoverleg 18-23 jarigen in het veiligheidshuis Fryslân de zaak ontvangt.
                        Door overige betrokken instanties, (alle partners van het casusoverleg jeugd
                        18-23 en Taskforce Jeugdoverlast) wordt het dossier aangevuld met de
                        volgende registraties: </al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>indien sprake is van groepsgerelateerde overlast, mutaties waaruit
                                blijkt dat deze persoon onderdeel uitmaakt van de (BEKE<sup>2</sup>)
                                groep, sfeerrapportages;</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>aanvullende informatie over de maatregelen die reeds zijn genomen en
                                welke hulpverlening al dan niet is ingezet ten behoeve van deze
                                persoon, zoals jeugdzorg, traject Stichting Aanpak Overlast
                                Leeuwarden, veiligheidshuis of RMC<sup>3</sup> trajecten etc.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <cursief>
              <sup>2</sup> Beke Groep: dit is een door politie gehanteerde
                            methodiek om jeugdgroepen in kaart te brengen en te categoriseren
                        </cursief>
          </al>
          <al>
            <cursief>
              <sup>3</sup> RMC is Regionaal meld en Coordinatiepunt voortijdig
                            schoolverlaten. Zij organiseert trajecten voor jongeren die op school
                            uit de boot (dreigen) te vallen</cursief>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Zienswijzen</vet>
          </al>
          <al>22. De betrokkene aan wie mogelijk een maatregel wordt opgelegd wordt in de
                        gelegenheid gesteld zijn zienswijze schriftelijk kenbaar te maken binnen een
                        week na ontvangst van het voornemen. Indien sprake is van een minderjarige
                        wordt ten minste één van de ouders of voogd van de minderjarige uitgenodigd
                        voor een zienswijzengesprek. Bij het niet verschijnen zullen de laatsten nog
                        eens een keer op korte termijn worden uitgenodigd. </al>
          <al>Gelet op artikel 4:11 Algemene wet bestuursrecht wordt van de mogelijkheid
                        tot het horen van belanghebbende afgeweken indien de vereiste spoed zich
                        hiertegen verzet en het beoogde doel niet wordt bereikt indien de
                        belanghebbende van tevoren in kennis is gesteld. Dit kan het geval zijn bij
                        evenementen. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Bekendmaking besluit</vet>
          </al>
          <al>23. Het besluit wordt aan de betrokkene aangetekend per post toegezonden of
                        in persoon uitgereikt. Indien sprake is van een minderjarige wordt het
                        besluit ten minste aan de ouders of voogd van de minderjarige
                        uitgereikt.</al>
          <al>Het verbod treedt in werking op het moment dat het besluit bekend is
                        gemaakt. De gedragingen en aanwijzingen waarop de beschikking is gebaseerd
                        worden in het besluit opgenomen. Bij een meldingsplicht worden de tijden en
                        de plaats waar de betrokkene zich moet melden vermeld. Bij de meldingsplicht
                        wordt een kopie van het besluit verzonden aan politie of een instantie waar
                        de persoon in kwestie zich moet melden. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Informatieplicht</vet>
          </al>
          <al>24. De burgemeester informeert het Openbaar Ministerie als hij voornemens is
                        een maatregel voor te bereiden en op te leggen. Het Openbaar Ministerie
                        informeert de burgemeester als zij voornemens is een gedragsaanwijzing op te
                        leggen. </al>
          <al>In de maandelijkse driehoek worden (indien nodig) de casussen besproken.
                        Jaarlijks wordt in de driehoek<sup>4 </sup>een rapportage besproken met het
                        aantal opgelegde maatregelen door de burgemeester en de (hoofd)officier. Ook
                        wordt gerapporteerd over de eventuele bezwaarschriften en/of gerechtelijke
                        procedures en de uitkomsten daarvan.</al>
          <al>25. De burgemeester informeert de instantie die de bestuurlijke maatregel
                        tegen een betrokkene heeft verzocht binnen 5 werkdagen over het voorgenomen
                        besluit.</al>
          <al>26. Indien een andere instantie dan de politie overweegt een maatregel te
                        verzoeken tegen een persoon, dient de politie om advies te worden gevraagd
                        op haalbaarheid en handhaafbaarheid. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>4 De driehoek bestaat uit de burgemeester van Leeuwarden, de
                            officier van justitie en de teamchef van politie
                        Leeuwarden</cursief>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Relatie burgemeester en Officier van Justitie</vet>
          </al>
          <al>27. Op grond van artikel 509hh Wetboek van Strafvordering is de Officier van
                        Justitie (OvJ) bevoegd een gedragsaanwijzing te geven indien tegen
                        betrokkene tegen wie ernstige bezwaren bestaan in geval van verdenking van
                        een strafbaar feit waardoor de openbare orde ernstig wordt verstoord en
                        waarbij grote vrees bestaat voor herhaling. Indien sprake is van
                        ordeverstorend gedrag, niet zijnde een strafbaar feit, treedt de
                        burgemeester op. </al>
          <al>Indien de OvJ vervolging instelt maar besluit geen gedragsaanwijzing te
                        geven (zoals een meldingsplicht, gebiedsverbod of groepsverbod) of in zijn
                        geheel geen maatregel treft, beoordeelt de burgemeester of hij gelet op de
                        bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat een maatregel
                        oplegt. Gedegen afstemming tussen beide is hiervoor noodzakelijk. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Bijlagen bij de beleidsregel aanpak overlast.</vet>
          </al>
          <al>28. De beleidsregel aanpak overlast wordt vastgesteld inclusief de bijlagen
                        1 t/m 4</al>
          <al>Bijlage 1: handhavingsarrangement maatregelen bij herhaalde overlast</al>
          <al>Bijlage 2: handhavingsarrangement maatregelen bij herhaalde overlast
                        jeugd</al>
          <al>Bijlage 3: instructie vervolging door Openbaar Ministerie (dit mede in
                        relatie tot de bestuurlijke aanpak)</al>
          <al>Bijlage 4: nadere toelichting en explicatie op de aanpassing gemeentewet </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Inwerkingtreding</vet>
          </al>
          <al>Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>
            <vet>Citeertitel</vet>
          </al>
          <al>De beleidsregel wordt aangehaald als: <vet>Beleidsregel aanpak
                            overlast.</vet></al>
          <al/>
          <al>Aldus vastgesteld op 19 oktober 2010.</al>
          <al/>
          <al> De burgemeester van Leeuwarden</al>
          <al/>
          <al>drs. F.J.M. Crone</al>
          <al/>
          <al>
            <plaatje>
              <illustratie id="i16e7b44f-6030-4128-839c-88b1ec72a5b2" naam="i11182i16e7b44f-6030-4128-839c-88b1ec72a5b2.jpg" type="tekst" breedte="15.9cm" hoogte="23.5cm"/>
            </plaatje>
            <plaatje>
              <illustratie id="iddc554cb-3ca9-4a89-a262-9bf1fb88451e" naam="i11183iddc554cb-3ca9-4a89-a262-9bf1fb88451e.jpg" type="tekst" breedte="15.9cm" hoogte="9.3cm"/>
            </plaatje>
          </al>
          <al>
            <plaatje>
              <illustratie id="i54a24e2e-f98d-4d81-8b43-60f411cf8f18" naam="i11190i54a24e2e-f98d-4d81-8b43-60f411cf8f18.jpg" type="tekst" breedte="15.9cm" hoogte="22.2cm"/>
            </plaatje>
            <plaatje>
              <illustratie id="i969d064b-69ab-4b67-8550-0a85f6fe6513" naam="i11191i969d064b-69ab-4b67-8550-0a85f6fe6513.jpg" type="tekst" breedte="15.9cm" hoogte="23.5cm"/>
            </plaatje>
            <plaatje>
              <illustratie id="i7d69ddcc-f3c4-4a75-b93d-6fc95b4f18de" naam="i11196i7d69ddcc-f3c4-4a75-b93d-6fc95b4f18de.jpg" type="tekst" breedte="15.9cm" hoogte="16.6cm"/>
            </plaatje>
            <plaatje>
              <illustratie id="i2be88cff-18b9-49c0-b061-0023b1b83e7f" naam="i11197i2be88cff-18b9-49c0-b061-0023b1b83e7f.jpg" type="tekst" breedte="15.9cm" hoogte="16.6cm"/>
            </plaatje>
          </al>
          <al>
            <cursief>* Het uitgangspunt is dat het OM in beginsel overgaat tot
                            vervolging op grond van artikel 184 Wsr als de OM-criteria in bijlage 3
                            in acht zijn genomen. Hierbij zal getoetst worden aan de vereisten van
                            proportionaliteit en subsidiariteit.</cursief>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>*1 Indien de circulaire van het Ministerie van Justitie wat betreft
                            12-minners - welke bij de vaststelling van deze beleidsregels nog niet
                            is uitgebracht - tegenstrijdig is aan deze beleidsregel, zal de
                            beleidsregel z.s.m. worden aangepast conform de
                        circulaire.</cursief>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Bijlage 3: Instructie vervolging OM</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Of het OM tot vervolging zal overgaan op grond van art. 184 WvSr wordt per
                        zaak beoordeeld.</al>
          <al>Onderstaande criteria dienen hierbij als richtlijn.</al>
          <al/>
          <al>Bij drugsrunners en straatdealers:</al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>sfeerverbaal over de buurt moet aanwezig zijn (inzoomen op
                                drugs[runner]overlast in de wijk)</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>Strafrechtelijke en bestuurlijke aanpak moeten onvoldoende hebben
                                opgeleverd (gebiedsgerichte aanpak)</al></li>
            <li nr="*"><al>Individuele antecedenten moeten er zijn, bestaande uit:</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>2 keer veroordeling/ overtreding 184 Wsr voor drugsgerelateerd
                                (overtreding of misdrijf) delict over afgelopen 4 jaar</al></li>
            <li nr="-"><al>2 keer in het afgelopen jaar (na veroordeling) mutaties in het
                                politiesysteem betreffende drugsgerelateerde delicten.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Zwervers, alcoholisten:</al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>indien uit de mutaties onvoldoende duidelijk wordt wat de ernstige
                                en herhaaldelijke overlast is in de buurt, is een sfeerverbaal
                                noodzakelijk (inzoomen op drankgebruik en zwervers).</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>strafrechtelijke en bestuurlijke aanpak van het probleem moeten niet
                                voldoende hebben opgeleverd (gebiedsgerichte aanpak en VAV
                                aanpak)</al></li>
            <li nr="*"><al>de individuele hulpverlening bij deze persoon heeft de situatie niet
                                verbeterd.</al></li>
            <li nr="*"><al>4 veroordelingen afgelopen 4 jaar (overtredingen)</al></li>
            <li nr="*"><al>2 mutaties het afgelopen jaar betreffende drank/zwerver.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Jeugd:</al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>sfeerverbaal over de buurt waaruit blijkt dat het een wijk/buurt
                                betreft waar sprake is van stelselmatige ernstige overlast, tenzij
                                er zodanige mutaties aanwezig zijn waaruit deze signalen duidelijk
                                naar voren komen. </al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>er moet vastgesteld worden dat het gaat om een overlastgevende
                                persoon; de jeugdige moet zich in elk geval 2 afzonderlijke keren
                                zich schuldig hebben gemaakt aan overlast gerelateerde (strafbare)
                                feiten (in de afgelopen 13 maanden) in een bepaald gebied/wijk.</al></li>
            <li nr="*"><al>de afweging moet gemaakt zijn of handhaving op grond van APV zinvol
                                is of niet tot het gewenste resultaat heeft geleid.</al></li>
            <li nr="*"><al>Aanpak hulpverlening is aangeboden en/of opgestart en/of de aanpak
                                heeft het overlastgevende/ strafbare gedrag niet doen ophouden.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Veelplegers:</al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>indien uit de mutaties onvoldoende duidelijk wordt wat de ernstige
                                en herhaaldelijke overlast is in de buurt, is een sfeerverbaal
                                noodzakelijk.</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>er moet vastgesteld worden dat het gaat om een overlastgevende
                                persoon; de veelpleger moet zich in elk geval 2 afzonderlijke keren
                                (in de afgelopen 13 maanden) hebben schuldig gemaakt aan overlast
                                gerelateerde strafbare feiten in een bepaald gebied/wijk.</al></li>
            <li nr="*"><al>eerdere/andere (gedrags)interventies hebben niet geleid tot het stop
                                zetten van overlastgevende gedragingen.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Hooligans:</al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>als er een eerdere persoonsgerichte aanpak heeft plaatsgehad op
                                grond van een andere aandachtsgroep, bijv. jeugd, zijn de resultaten
                                daarvan in het dossier neergelegd.</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>duidelijk moet worden dat betrokkene zijn ordeverstorend gedrag zal
                                voortzetten als niet wordt ingegrepen en dat deze aanwijzingen
                                kunnen zijn gelegen in het gedrag van betrokkene in de afgelopen
                                periode.</al></li>
            <li nr="*"><al>indien er ernstige bezwaren bestaan tegen de verdachte (bijv. bij
                                verdenking van een misdrijf waarop VH is toegelaten) en aanleiding
                                bestaat voor een gedragsaanwijzing door de OvJ, volgt bespreking van
                                de persoon in een casusoverleg waarbij gemeente, politie en OM zijn
                                vertegenwoordigd.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>12 minners: </al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>sfeerverbaal over de buurt waaruit blijkt dat het een wijk/buurt
                                betreft waar sprake is van stelselmatige ernstige overlast en wat
                                hiervan de gevolgen zijn voor de omgeving. Indien er zodanige
                                mutaties aanwezig zijn waaruit deze signalen duidelijk naar voren
                                komen kan het sfeerverbaal achterwege gelaten worden.</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>er moet vastgesteld worden dat het gaat om een overlastgevende
                                persoon; de 12 minner moet zich in elk geval 2 afzonderlijke keren
                                (in de afgelopen 13 maanden) <cursief>groepsgewijs</cursief> hebben
                                schuldig gemaakt aan overlast gerelateerde strafbare feiten in een
                                bepaald gebied/wijk.</al></li>
            <li nr="*"><al>Kindgedrag zoals joelen, stoeien en belletje trekken wordt in
                                beginsel niet als overlastgevend beschouwd.</al></li>
            <li nr="*"><al>Aanpak hulpverlening is aangeboden en/of opgestart en/of de aanpak
                                heeft het overlastgevende/ strafbare gedrag niet doen ophouden.</al></li>
            <li nr="*"><al>Er is contact gezocht met ouders en hen is verzocht in te grijpen.
                                Dit heeft niet tot het gewenste resultaat geleid.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al/>
          <al>
            <vet>Bijlage 4</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Nadere toelichting op en explicatie van de aanpassing
                        Gemeentewet</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Op 6 juli 2010 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Maatregelen
                        Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast (WMBVEO). Deze
                        beleidsregel ziet toe op het toepassen van de burgemeestersbevoegdheden bij
                        herhaaldelijk ordeverstorend gedrag op grond van deze wet. De aanvullende
                        bevoegdheden richten zich op het vroegtijdig kunnen stoppen, het preventief
                        ingrijpen en het doorbreken van het ordeverstorend gedrag van een individu
                        of van een groep. Het gaat om nieuwe bevoegdheden uit de Gemeentewet,
                        artikelen 172a en 172b, op basis waarvan de burgemeester (preventief) kan
                        ingrijpen bij ordeverstorend gedrag in bepaalde wijken of gebieden waar de
                        openbare orde onder druk staat, of ten behoeve van het ordelijk verloop van
                        evenementen, waaronder voetbalwedstrijden.</al>
          <al/>
          <al>Voor zover het jeugdoverlast betreft vergt de toepassing van deze
                        bevoegdheden een andere afweging. In deze beleidsregel wordt daar waar nodig
                        afzonderlijk op ingegaan, gelet op het specifieke karakter van deze
                        problematiek. </al>
          <al/>
          <al>Naast deze nieuwe bevoegdheden blijft het mogelijk gebiedsontzeggingen en
                        stadionomgevingsverboden op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening
                        Leeuwarden 2009 (hierna: APV) op te leggen voor eenmalige (ernstige)
                        ordeverstorende gedragingen. </al>
          <al/>
          <al>Aanleiding voor de uitbreiding van de Gemeentewet is de toenemende mate van
                        herhaaldelijke vormen van ordeverstorend gedrag, waarbij de huidige
                        bestuurlijke en strafrechtelijke instrumenten onvoldoende toereikend zijn
                        gebleken om de overlastgevende situatie of het geweld te beëindigen. De
                        gevolgen van de overlast zijn voor de omgeving ingrijpend. Mensen voelen
                        zich bedreigd en onveilig, wat bepalend is voor hun veiligheidsbeleving.
                        Maatschappelijk is het onaanvaardbaar dat niet vroegtijdig en direct kan
                        worden opgetreden tegen dit soort ordeverstorend gedrag.</al>
          <al/>
          <al>Met de toevoeging van artikel 172a in de Gemeentewet kan de burgemeester een
                        gebiedsverbod, een groepsverbod en/of een meldingsplicht opleggen aan de
                        personen die herhaaldelijk de orde verstoren. Op grond van artikel 172b
                        Gemeentewet kan de burgemeester ook een soortgelijk bevel geven aan de
                        ouders of voogd van een persoon die de leeftijd van 12 jaren nog niet heeft
                        bereikt. Overtreding van de verboden is strafbaar gesteld op grond van
                        artikel 184 Wetboek van Strafrecht en wordt door het Openbaar Ministerie
                        (hierna: OM) in beginsel vervolgd overeenkomstig de richtlijnen van het OM
                        (zie bijlage 3). </al>
          <al/>
          <al>Met deze bevoegdheden kan de burgemeester preventief ingrijpen als personen
                        zich herhaaldelijk ordeverstorend gedragen, zowel individueel als
                        groepsgewijs. De toepassing van deze bevoegdheden is mede afhankelijk van de
                        context waarin de ordeverstorende handelingen worden gepleegd gelet op het
                        beoogde effect van de maatregel.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Samenhang overige bevoegdheden uit de Algemene Plaatselijke
                            Verordening</vet>
          </al>
          <al>Artikel 172a Gemeentewet doorkruist niet wat bij gemeentelijke verordening
                        is bepaald. Dit betekent dat de huidige instrumenten tegen overlast en
                        baldadigheid uit de APV blijven bestaan, zoals de gebiedsontzeggingen,
                        waaronder ook het bestuursrechtelijk stadionomgevingsverbod (art. 2:26c APV)
                        valt. Ook de inzet op grond van samenscholing en ongeregeldheden (artikel
                        2:1 APV) en de maatregelen tegen overlast en baldadigheid waaronder openlijk
                        drankgebruik (artikelen 2:47, 2:50 en 2:48 APV) blijven onverminderd van
                        kracht. </al>
          <al/>
          <al>De toepassing van artikel 172a Gemeentewet en 2:1b APV is verschillend. Op
                        grond van artikel 172a Gemeentewet kan een gebiedsverbod worden opgelegd
                        voor de duur van drie maanden. Het huidige instrument op grond van de APV
                        maakt het mogelijk na een waarschuwing bij lichte ordeverstorende
                        gedragingen direct een gebiedsontzegging voor zeer korte duur op te leggen.
                        Op grond van de APV kan derhalve direct worden opgetreden op het moment dat
                        een maatregel op dat moment, in dat gebied noodzakelijk wordt geacht voor
                        het herstel van de openbare orde. Een gebiedsontzegging is daarom mogelijk
                        bij een op dat moment manifesterend probleem, mits de betrokkene eerder is
                        gewaarschuwd. Zoals bijvoorbeeld het stadionomgevingsverbod bij wedstrijden
                        van de betaald voetbalorganisatie.</al>
          <al/>
          <al>De bevoegdheden op grond van artikel 172a en 172b uit de Gemeentewet kunnen
                        alleen worden ingezet als de overtredingen een herhaaldelijk karakter
                        hebben, waarbij tevens sprake moet zijn van een ernstige vrees voor een
                        verdere verstoring van de openbare orde. Het mandateren van deze aanvullende
                        bevoegdheden is niet toegestaan. De bevoegdheden zijn daardoor feitelijk
                        niet geschikt om in een acuut zich manifesterend openbare orde probleem in
                        te zetten. Hiervoor blijven de APV, bestuurlijk ophouden en het noodrecht
                        (artikelen 172, 175-176a Gemeentewet) de meest geëigende instrumenten.</al>
          <al/>
          <al>De bevoegdheden op grond van de Gemeentewet worden dan ingezet op het moment
                        dat de maatregelen op grond van de APV geen effect sorteren of niet
                        toereikend worden geacht, gelet op de ervaringen of het karakter van de
                        problematiek en er ernstige vrees bestaat voor een verdere verstoring van de
                        openbare orde. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>De bevoegdheden op grond van 172a Gemeentewet</vet>
          </al>
          <al>Op grond van artikel 172a eerste lid Gemeentewet kan de burgemeester aan een
                        persoon die herhaaldelijk individueel of groepsgewijs de openbare orde heeft
                        verstoord óf bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende
                        rol heeft gehad, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare
                        orde de volgende maatregelen opleggen:</al>
          <al>1. gebiedsverbod;</al>
          <al>2. groepsverbod;</al>
          <al>3. meldingsplicht.</al>
          <al/>
          <al>Ingevolge artikel 172b Gemeentewet is de burgemeester bevoegd om aan een
                        persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die de leeftijd van 12
                        jaren nog niet heeft bereikt en herhaaldelijk groepsgewijs de openbare orde
                        verstoort en bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde
                        een bevel geven zorg te dragen dat de minderjarige:</al>
          <al>1. zich in bepaalde delen van de gemeente niet ophoudt, zonder begeleiding
                        van die persoon die gezag over hem of haar uitoefent;</al>
          <al>2. zich tussen 20.00 uur ’s avonds en 06.00 uur ’s ochtends niet bevindt op
                        voor het publiek toegankelijke plaatsen, tenzij de minderjarige wordt
                        begeleid door de persoon die het gezag over hem of haar uitoefent. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Voorwaarden bevoegdheden op grond van 172a en 172b
                        Gemeentewet</vet>
          </al>
          <al>De burgemeester kan gebruik maken van zijn bevoegdheden indien voldaan is
                        aan de volgende voorwaarden:</al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>het gaat om een herhaaldelijke verstoring van de openbare orde;</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>er is een ernstige vrees voor verdere verstoringen van de openbare
                                orde; </al></li>
            <li nr="*"><al>de overlast is gepleegd door het individu of door een groep; en bij
                                12 minners </al></li>
            <li nr="*"><al>groepsgewijze orde verstorende gedragingen.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>Ordeverstorende gedragingen</vet>
          </al>
          <al>Een wettelijke definitie van het begrip ‘verstoring van de openbare orde’ is
                        niet te geven. Of sprake is van een verstoring van de openbare orde en
                        daarmee ordeverstorend gedrag hangt af van de specifieke omstandigheden van
                        het geval en de intensiteit van de gedragingen. </al>
          <al>Het gaat om een afwijking van de normale gang van zaken in de publieke
                        ruimte. Ordeverstorende gedragingen zijn in ieder geval strafbare
                        gedragingen en overtredingen van de APV. De ordeverstoorder krijgt een
                        proces-verbaal voor deze gedragingen. Daarnaast kunnen ook structurele
                        ordeverstorende gedragingen die niet direct strafbaar zijn gesteld onder
                        deze begripsbeschrijving vallen. Dit moet blijken uit een registratie van
                        toezichthouders in de publieke ruimte. Voorbeelden van ordeverstorende
                        gedragingen zijn:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>het hinderlijk en zonder redelijk doel rondhangen;</al></li>
            <li nr="-"><al>joelen;</al></li>
            <li nr="-"><al>naroepen;</al></li>
            <li nr="-"><al>bespugen;</al></li>
            <li nr="-"><al>intimiderend overkomen;</al></li>
            <li nr="-"><al>wildplassen;</al></li>
            <li nr="-"><al>plakken en kladden;</al></li>
            <li nr="-"><al>hinderlijk drankgebruik;</al></li>
            <li nr="-"><al>vernieling van goederen;</al></li>
            <li nr="-"><al>ingooien van ruiten;</al></li>
            <li nr="-"><al>het aanbrengen van graffiti;</al></li>
            <li nr="-"><al>openbare dronkenschap;</al></li>
            <li nr="-"><al>schelden;</al></li>
            <li nr="-"><al>vernielingen;</al></li>
            <li nr="-"><al>wet Mulder feiten.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Hierbij wordt opgemerkt dat voor jeugdoverlast en de groep 12 minners in het
                        bijzonder bij een groepsgewijze verstoring van de openbare orde een
                        zwaardere afweging dient te worden gemaakt bij de beoordeling of het
                        kindgedrag als overlastgevend kan worden aangemerkt. Joelen, stoeien en
                        belletje trekken worden in beginsel niet als overlastgevende aangemerkt.
                        Daarnaast dienen jongeren (tot 24 jaar) zich ten minste twee maal schuldig
                        te hebben gemaakt aan overlast gerelateerde (strafbare) feiten wil er sprake
                        zijn van een “overlastgevende” jongeren. De wet Mulder feiten, worden alleen
                        dan meegenomen indien deze overtredingen een onevenredige druk leggen op de
                        openbare orde in een bepaald gebied, denk hierbij aan het op de stoep rijden
                        met een scooter.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Herhaaldelijk </vet>
          </al>
          <al>Volgens de Van Dale wordt onder herhaaldelijk “meer dan eens” verstaan. Dit
                        betekent dat sprake kan zijn van herhaaldelijk als een persoon meer dan één
                        keer de openbare orde heeft verstoord. Herhaaldelijk houdt ook verband met
                        de periode waarin de gedragingen hebben plaatsgehad. Om te kunnen spreken
                        van herhaaldelijk moeten de gedragingen binnen een afzienbare tijd
                        plaatsvinden. Of sprake is van een afzienbare tijd is weer afhankelijk van
                        de context waarin de gedragingen hebben plaatsgevonden. Bij evenementen die
                        op jaarlijkse basis plaatsvinden is een afzienbare tijd van 13 maanden
                        redelijk, terwijl bij overlast door 12 minners in een bepaalde wijk een
                        afzienbare tijd van 6 maanden redelijk is. In concrete gevallen moeten
                        nadere afwegingen worden gemaakt.. </al>
          <al/>
          <al>In ieder geval zijn ordeverstorende gedragingen van langer dan 13 maanden
                        geleden niet te kwalificeren als herhaaldelijk en blijft handhaving op grond
                        van de APV mogelijk, zoals het inzetten van de gebiedsontzeggingen. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Ernstige vrees</vet>
          </al>
          <al>Ordeverstorend gedrag welke herhaaldelijk wordt gepleegd door het individu
                        of door groepen, binnen een afzienbare tijd, is ernstig gelet op het effect
                        op de openbare orde en het woon- en leefklimaat. De ernstige vrees kan
                        daarnaast worden afgeleid uit concrete aanwijzingen, bijvoorbeeld het feit
                        dat een persoon reeds in het verleden betrokken is geweest bij ernstige
                        ordeverstoringen, door verklaringen van betrokkenen, signalen of
                        verwachtingen en overige voorzienbare omstandigheden. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Groepsgerelateerde gedragingen en leidende rol </vet>
          </al>
          <al>Er is sprake van een groep bij drie of meer personen, waar de overlastgever
                        onderdeel vanuit maakt. Als een persoon bij groepsgerelateerde overlast een
                        leidende rol heeft gehad, kan direct - na de eerste overtreding - een
                        bestuurlijke maatregel worden opgelegd. Het is moeilijke een leidende rol te
                        typeren. Aansluiting kan worden gezocht bij rechterlijke uitspraken over
                        openlijke geweldpleging in vereniging waar de leider niet zelf
                        orde­verstorende gedragingen pleegt, maar ‘actief’, medestanders
                        mobiliseert, voorop loopt, faciliteert, oproept (via sms, internet of
                        anderszins) of op intimiderende wijze een bijdrage levert aan in
                        groepsverband plegen van ordeverstoring <sup/><sup>6</sup></al>
          <al/>
          <al>Van een leidende rol kan dus sprake zijn indien de persoon anderen aanzet
                        tot ongewenst gedrag die de openbare orde verstoord. Dit kan zich uiten in
                        concrete gedragingen zoals het benaderen van anderen, het leggen van contact
                        tussen leden van de groep, het initiatief nemen, een vertrouwensrelatie
                        en/of gezag hebben. Ook kan de leidinggevende rol worden afgeleid uit
                        verklaringen van getuigen of leden van de groep. Aantonen van een leidende
                        rol is afhankelijk van de concrete casus. Naast de te treffen maatregelen
                        van de burgemeester kan de ordeverstorende leider worden vervolgd.</al>
          <al/>
          <al>
            <sup>6</sup>
            <cursief>Zie arrest Gerechtshof Amsterdam 30 juli 2009,
                            Parketnummer: 21-004032-07</cursief>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>C</vet>
            <vet>ontext van de gedragingen</vet>
          </al>
          <al>Bij de juiste toepassing van de bevoegdheden is de context waarin de
                        gedragingen hebben plaatsgehad zeer relevant. De context is tevens bepalend
                        voor de subsidiariteit en proportionaliteit van de maatregel. De volgende
                        toepassingsgebieden worden onderscheiden.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>1. Overlast in bepaalde wijken</cursief>
          </al>
          <al>Gelet op de reikwijdte van de bevoegdheden, zoals groepsgerelateerde en
                        individuele overlast zijn de maatregelen goed toepasbaar bij de bestrijding
                        van onder andere straatdealers/drugsrunners, drugsverslaafden en
                        veelplegers, welke in bepaalde gebieden in de gemeente een onaanvaardbare
                        druk leggen op de openbare orde en veiligheid. Indien sprake is van overlast
                        veroorzaakt door jeugd(groepen) wordt een andere afweging gemaakt. </al>
          <al/>
          <al>
            <onderstreept>Drugsrunners of straatdealers</onderstreept> hebben door hun
                        (dealers)activiteiten een aanzuigende werking op allerlei vormen van
                        criminaliteit in de openbare ruimte. Vaak gaat het om een bepaald gebied,
                        waarbij door de aanzuigende werking in dat gebied een onaanvaardbaar
                        openbaar orde probleem ontstaat. Deze personen zijn veelvuldig op de
                        openbare weg aanwezig om, ofwel te handelen, ofwel klanten door te geleiden
                        naar een drugshandelaar. Het alleen aanwezig zijn op de openbare weg, levert
                        in veel gevallen geen strafbaar feit op, maar veroorzaakt veel overlast en
                        levert bij buurtbewoners of aldaar aanwezigen gevoelens van onveiligheid op.
                        Het veiligheidsgevoel wordt vergroot, als deze personen uit het straatbeeld
                        verdwijnen. </al>
          <al>Wat betreft <onderstreept>zwervers en alcoholisten </onderstreept>is het
                        feit dat een groepje zich verzameld -om al dan niet met elkaar alcoholische
                        versnaperingen te nuttigen - in beginsel niet overlastgevend. De groep als
                        geheel of het individu moet zich overlastgevend gedragen, en dat gebeurt bij
                        deze ordeverstoorders, vaak door een combinatie van ordeverstorende
                        gedragingen, zoals het intimideren van voorbijgangers, geluidsoverlast,
                        vervuiling en wildplassen. </al>
          <al>Bij de groep <onderstreept>veelplegers</onderstreept> gaat het om het feit
                        dat zij veelvuldig actief zijn al dan niet in eenzelfde gebied en
                        (gedrags)interventies niet hebben geleid tot het stopzetten van hun
                        overlastgevende gedragingen. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>2. Overlast rond evenementen</cursief>
          </al>
          <al>In deze beleidsregel wordt van een evenement gesproken overeenkomstig de
                        definitie van artikelen 2:24 en 2:25 en 2:25a van de APV. Dit betekent dat
                        deze beleidsregel ook van toepassing is op voetbalwedstrijden. Deze
                        beleidsregel is daarnaast van toepassing op betogingen en vergaderingen
                        ingevolge de Wet openbare manifestaties en samenkomsten en demonstraties die
                        gelet op hun aard een aantrekkende werking hebben op overlastgevende
                        personen. </al>
          <al/>
          <al>Leeuwarden heeft een totaalaanbod aan gevarieerde en goed georganiseerde
                        evenementen. De duizenden deelnemers en bezoekers bevestigen dit beeld en
                        zorgen voor een feestelijke sfeer. Om dit beeld zo te houden is het
                        belangrijk dat preventief wordt opgetreden tegen relschoppers die het voor
                        een grote groep welwillende bezoekers bederven. </al>
          <al/>
          <al>De incidenten rondom voetbalwedstrijden leren dat steeds vaker bepaalde
                        groepen personen evenementen bezoeken met het kennelijke doel de openbare
                        orde te verstoren of te bedreigen. Evenementen waarbij tegelijkertijd grote
                        groepen personen in de stad bijeenkomen, rechtvaardigen extra maatregelen
                        ter voorkoming van wanordelijkheden. Dit betekent dat naast een goede
                        voorbereiding het mede van belang is dat gerichte inzet plaatsvindt op
                        bepaalde groepen/personen ter bescherming van de openbare orde en het woon-
                        en leefklimaat. De bevoegdheden op grond van artikel 172a Gemeentewet kunnen
                        aanvullende maatregelen bij evenementen inhouden. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>3. Voetbalgerelateerde overlast </cursief>
          </al>
          <al>Leeuwarden heeft een Betaald Voetbal Organisatie (BVO), sc Cambuur. Verreweg
                        de meeste voetbalsupporters veroorzaken geen problemen op het gebied van de
                        openbare orde en veiligheid en dragen bij aan een goed imago van hun club.
                        Maar het supporterslegioen kent ook een schaduwzijde, gepersonifieerd door
                        de harde kern en meelopers. Het aanstichten van voetbalvandalisme en/
                        -criminaliteit gebeurt merendeels door (groepen) relschoppers die regelmatig
                        de openbare orde ernstig verstoren in of rondom het voetbalstadion of bij
                        voetbalgerelateerde evenementen, zoals een huldiging. Tot het begin van de
                        jaren negentig vonden de meeste incidenten plaats in en rondom de
                        voetbalstadions. Mede door de toegenomen veiligheidsmaatregelen in en rondom
                        het stadion heeft het voetbalvandalisme en –criminaliteit zich niet alleen
                        geleidelijk verplaatst naar de omgeving buiten het stadion. In de afgelopen
                        periode heeft dit naast een toenemend aantal (civiele) stadionverboden ook
                        geleid tot een toename van het aantal bestuurlijke maatregelen, zoals de
                        stadionomgevingsverboden.</al>
          <al/>
          <al>Daarnaast is de doelgroep qua samenstelling heterogener geworden (en dus
                        minder overzichtelijk). Er zijn meerdere subgroepen die losse verbanden met
                        elkaar hebben en die elkaar ontmoeten bij het voetbal, maar ook daarbuiten
                        contact met elkaar kunnen hebben, bijvoorbeeld in het uitgaansleven. Bij de
                        jongere generaties valt op dat, in vergelijking met de oudere generaties,
                        het gedrag is verhard, zij minder benaderbaar zijn en de tolerantie
                        tegenover de autoriteiten, maar ook andere (supporters)groepen is
                        verminderd. De combinatie van overmatig alcohol- en drugsgebruik kan daarbij
                        een negatieve rol spelen. </al>
          <al/>
          <al>Bij de groep zogenaamde <onderstreept>voetbalsupporters</onderstreept> gaat
                        het derhalve om die personen die veelal in een groep in en rond een
                        voetbalstadion en/of bij evenementen de openbare orde verstoren of dreigen
                        te verstoren. Het gaat om die gevallen waarbij aannemelijk is, gelet op de
                        reeds ervaren overlast, dat het ordeverstorende gedrag aanhoudt.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>4. Jeugdoverlast</cursief>
          </al>
          <al>Jongeren verdienen een tweede kans. Van jongeren is in ieder geval sprake
                        indien de persoon of de personen de leeftijd van 24 jaar nog niet hebben
                        bereikt. Wat betreft de aanpak <onderstreept>van jeugd of
                            jeugdgroepen</onderstreept> is het noodzakelijk dat het inzetten van een
                        maatregel een onderdeel moet vormen van een geïntegreerde, persoonsgebonden
                        aanpak. Bevoegdheden specifiek bij jeugdoverlast zullen pas worden ingezet
                        indien deze geïntegreerde persoongerichte aanpak van minder vergaande
                        middelen én de hulpverlening zijn ingezet. Pas als jongeren deze kansen niet
                        hebben aangegrepen om hun gedrag te verbeteren is een harde aanpak wat nog
                        rest. Om die reden is voor jeugdige een apart handhavingsarrangement
                        opgenomen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Toepassing van de bevoegdheden bij overlast </vet>
          </al>
          <al>De bevoegdheden van de WMBVEO houden een beperking in van de
                        bewegingsvrijheid van het individu, hetgeen betekent het recht om zich
                        zonder inmenging van de overheid te verplaatsen (vrijheidsbeperking). Een
                        juiste toepassing van de bevoegdheden moet daarom zijn gewaarborgd. Dit
                        betekent dat de maatregel een legitiem doel moet dienen, waarbij tevens
                        wordt voldaan aan de proportionaliteit en subsidiariteit. In deze
                        beleidsregel geeft de burgemeester aan op welke wijze hij van de aanvullende
                        bevoegdheden gebruik zal maken. Dit laat onverlet dat de burgemeester een
                        afwijkingsbevoegdheid heeft indien dit door de bijzondere omstandigheden
                        gelet op de openbare orde noodzakelijk is.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>
              <onderstreept>1. Ordeverstorende gedragingen bij evenementen
                            </onderstreept>
            </cursief>
          </al>
          <al>Indien een persoon binnen 13 maanden herhaaldelijk ordeverstorend gedrag
                        vertoont tijdens evenementen kan een gebiedsverbod worden opgelegd voor de
                        duur van drie maanden, waarbinnen het verboden is om zich op een nader te
                        bepalen plaats te begeven. </al>
          <al>De plaats waar het ordeverstorende gedrag heeft plaatsgevonden, is niet
                        bepalend voor het gebied waarvoor het verbod wordt opgelegd. Zo kan het
                        verbod, gelet op de evenementenkalender, voor meerdere gebieden
                        tegelijkertijd in de stad gelden. </al>
          <al/>
          <al>Indien (ook) sprake is van voetbalgerelateerde overlast kan conform artikel
                        2:26c APV een stadionomgevingsverbod worden opgelegd voor de duur van
                        maximaal twee jaar. Indien een stadionomgevingsverbod wordt overtreden kan
                        een meldingsplicht worden opgelegd voor de duur van drie maanden. </al>
          <al/>
          <al>Bij B en C risico voetbalwedstrijden <sup>7 </sup>kan naast een
                        gebiedsverbod ook direct een meldingsplicht worden opgelegd voor de duur van
                        het evenement, dan wel maximaal voor de duur van drie maanden.</al>
          <al/>
          <al>Daarnaast kan de burgemeester indien de feiten en omstandigheden dat
                        noodzakelijke maken bij evenementen een groepsverbod opleggen voor de duur
                        van een evenement, dan wel maximaal drie maanden. </al>
          <al/>
          <al>
            <sup>7</sup>
            <cursief>Of een wedstrijd als categorie A (wedstrijd met een
                            laag risico), B (wedstrijd met een midden risico), of C (wedstrijd met
                            een hoog risico) - wedstrijd moet worden aangemerkt, kan onder meer
                            bepaald worden aan de hand van de in het beleidskader betaald voetbal
                            opgenomen risicofactoren. Het bepalen van de categorie van een wedstrijd
                            zal aan de orde moeten komen in de lokale driehoek. De uiteindelijke
                            beslissing ligt het meest in het verantwoordelijkheidssfeer van de
                            burgemeester.</cursief>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>
              <onderstreept>2. Ordeverstorende gedragingen in groepsverband
                            </onderstreept>
            </cursief>
          </al>
          <al>Indien een persoon herhaaldelijk orderverstorend gedrag vertoont en het
                        merendeel van de gedragingen in groepsverband hebben plaatsgevonden zal aan
                        de persoon een groepsverbod worden opgelegd. Als een persoon bij
                        groepsgerelateerde overlast een leidende rol heeft gehad, kan direct - na
                        een eerste ordeverstorende gedraging - een groepsverbod worden opgelegd. </al>
          <al/>
          <al>Indien bijzondere omstandigheden van het geval dat noodzakelijk maken, zoals
                        de geografische ligging van het gebied, de bestaande druk op de openbare
                        orde of de ernst van de gedragingen kan direct een gebiedsverbod worden
                        opgelegd. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>
              <onderstreept>3. Ordeverstorende gedragingen door het
                                individu</onderstreept>
            </cursief>
          </al>
          <al>Indien een persoon herhaaldelijk individueel ordeverstorende gedragingen
                        pleegt zal aan die persoon een gebiedsverbod worden opgelegd. </al>
          <al/>
          <al>Indien bijzondere omstandigheden van het geval dat noodzakelijk maken, zoals
                        de handhaafbaarheid van het opgelegde verbod kan direct een meldingsplicht
                        worden opgelegd. Hierbij wordt gedacht aan B of C risicowedstrijden.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>
              <onderstreept>4. Overtreding opgelegd
                            bevel</onderstreept>
            </cursief>
          </al>
          <al>Bij een eerste overtreding van het groepsverbod wordt het verbod: </al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>verlengd met drie maanden indien de overtreding niet gepaard gaat
                                met ordeverstorende gedragingen of kan het gebied waarvoor het
                                groepsverbod geldt ten nadele van betrokkene worden uitgebreid.
                            </al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>een gebiedsverbod worden opgelegd indien de overtreding van het
                                groepsverbod gepaard gaat met ordeverstorende gedragingen. </al></li>
          </lijst>
          <al>Bij een tweede overtreding van een groepsverbod zonder ordeverstorende
                        gedragingen wordt er een gebiedsverbod opgelegd voor de duur van drie
                        maanden.</al>
          <al>Bij een tweede overtreding gaat de politie over tot aanhouding op grond van
                        artikel 184 Sr en gaat het OM over tot vervolging mits de richtlijnen van
                        het OM in bijlage 3 in acht zijn genomen.</al>
          <al/>
          <al>Bij een eerste overtreding van het gebiedsverbod wordt het verbod:</al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>verlengd voor de duur van drie maanden indien geen sprake is van
                                ordeverstorende handelingen of kan het gebied worden
                                uitgebreid;</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>opleggen van een meldingsplicht indien naast de overtreding sprake
                                is van ordeverstorende handelingen. </al></li>
          </lijst>
          <al>Bij een tweede overtreding gaat de politie over tot aanhouding op grond van
                        artikel 184 Sr en gaat het OM over tot vervolging op deze grond mits de
                        richtlijnen van het OM in bijlage 3 in acht zijn genomen.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>
              <onderstreept>5. Verlengingsmogelijkheden bij groepsgerelateerde en
                                individuele overlast</onderstreept>
            </cursief>
          </al>
          <al>De maatregelen worden voor de duur van drie maanden opgelegd. De maatregelen
                        kunnen worden verlengd of ten nadelen van betrokkene worden uitgebreid
                        indien uit nieuwe feiten en omstandigheden blijkt dat er hernieuwde vrees is
                        voor het verstoren van de openbare orde. Nieuwe feiten en omstandigheden
                        zijn onder andere het overtreden van de opgelegde maatregel. Deze ernstige
                        (hernieuwde) vrees kan ook worden afgeleid uit ordeverstorende gedragingen
                        in andere gebieden dan het gebied waar het verbod voor geldt. De plaats waar
                        het ordeverstorende gedrag heeft plaatsgevonden, is niet bepalend voor het
                        gebied waarvoor de maatregel wordt opgelegd. De maatregel kan gelet op de
                        druk op de openbare orde op een bepaald gebied en gelet op de mobiliteit van
                        (jeugd)groepen tegelijkertijd voor meerdere gebieden in de stad gelden. </al>
          <al/>
          <al>Indien de maatregel wordt verlengd terwijl de termijn van een eerder
                        opgelegde maatregel nog niet is verstreken gaat de nieuwe maatregel pas in
                        na afloop van de termijn van de eerder opgelegde maatregel. Gedurende de
                        looptijd van een maatregel kan slechts één keer een maatregel worden
                        verlengd. </al>
          <al/>
          <al>Indien er sprake is van een ordeverstorende gedraging binnen drie jaar nadat
                        een maatregel is verstreken kan direct een stap in het
                        handhavingsarrangement (zie bijlage 1) worden overgeslagen. </al>
          <al/>
          <al>Wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding
                        geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat herhaling is uitgesloten, kan
                        de bestuurlijke maatregel worden opgeheven.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>
              <onderstreept>6. Ordeverstorend gedrag door jeugd
                            </onderstreept>
            </cursief>
          </al>
          <al>Indien een jongere tot 24 jaar binnen een afzienbare tijd herhaaldelijk de
                        openbare orde heeft verstoord zal een groepsverbod, dan wel een
                        gebiedsverbod worden opgelegd. Hiervoor gelden de zelfde uitgangspunten als
                        bij 2, 3, 4 en 5, mits de minder vergaande middelen én de hulpverlening als
                        integrale persoongebonden aanpak zijn ingezet. </al>
          <al>Bij een overtreding van een bevel, zal indien dit niet gepaard gaat met
                        ordeverstorende handelingen de maatregel worden verlengd met drie maanden.
                        Indien het bevel wordt overtreden en dit gepaard gaat met ordeverstorende
                        handelingen, zal de duur van de maatregel worden verlengd, tenzij de
                        maatregel het eventuele hulpverleningstraject in de wegstaat. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>
              <onderstreept>7. Ordeverstorend gedrag door 12
                                minners</onderstreept>
            </cursief>
          </al>
          <al>Indien een minderjarige die de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt
                        binnen een termijn van zes maanden herhaaldelijk groepsgewijs de openbare
                        orde verstoord is sprake van herhaaldelijke overlast en wordt aan het
                        ouderlijk gezag van de minderjarige een bevel opgelegd, waarbij de
                        minderjarige zich gedurende een periode van drie maanden niet tussen 20.00
                        uur een 06.00 uur mag begeven op voor het publiek toegankelijke plaatsen
                        zonder begeleiding van het ouderlijk gezag<cursief>. </cursief>De maatregel
                        wordt alleen dan opgelegd indien minder vergaande middelen én de
                        hulpverlening als integrale persoongebonden aanpak zijn ingezet. </al>
          <al>Indien het bevel wordt overtreden zal de maatregel voor de resterende duur
                        worden uitgebreid met het bevel dat de minderjarige zich te allen tijde niet
                        zonder het ouderlijke gezag zich in een nader te bepalen gebied mag
                        begeven.</al>
          <al/>
          <al>Indien de minderjarige binnen zes maanden na het verstrijken van de
                        maatregel opnieuw overlastgevend gedrag vertoont zal opnieuw een maatregel
                        worden opgelegd. In dat geval zal aan de persoon die het gezag over de
                        minderjarige uitoefent:</al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>het bevel worden gegeven dat de minderjarige in een nader aan te
                                wijzen gebied zich niet mag ophouden zonder begeleiding van de
                                persoon die gezag over hem heeft, én</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>het bevel worden gegeven dat de minderjarige tussen 20.00 uur en
                                06.00 uur niet zonder begeleiding mag komen op voor het publiek
                                toegankelijke plaatsen. </al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Indien de persoon inmiddels de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt kan bij
                        een volgende overtreding binnen zes maanden na het aflopen van de maatregel
                        direct een gebiedsverbod worden opgelegd voor de periode van drie maanden,
                        dan wel de eerste stap uit het handhavingsarrangement worden
                        overgeslagen.</al>
          <al> Wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding
                        geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat herhaling is uitgesloten, kan
                        de bestuurlijke maatregel worden opgeheven.</al>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst/>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>