<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR48098_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Ondermandaatbesluit dienst Stad 2010 (2)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2010, nr. 89</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Ondermandaatbesluit dienst Stad 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemandateerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z/2010/354279</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ondermandaatbesluit</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Ondermandaatbesluit dienst Stad 2010 (2)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Ondermandaat</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>De directeur ontleent zijn bevoegdheden aan de
                                <cursief>Organisatieverordening Zaanstad (01-01-2002),</cursief> het
                                <cursief>Algemeen Mandaatbesluit Zaanstad (01-01-2006) </cursief>en
                            bestuursbeslissingen op casus niveau. Aan de nader in dit besluit
                            genoemde personen geeft hij toestemming om bij wijze van ondermandaat
                            gebruik te maken van de in dit Ondermandaatbesluit genoemde
                            bevoegdheden. Hij kan die bevoegdheden ook zelf blijven uitoefenen en/of
                            dit Ondermandaatbesluit altijd direct wijzigen en of intrekken.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>De ondergemandateerde blijft bij de uitoefening van de bevoegdheden
                            binnen de kaders gesteld in de wet, het gemeentelijk beleid en de
                            besluiten van het GMT en de directeur Dienst Stad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Mandaat, volmacht, machtiging</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen
                        worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van:</al><lijst><li nr="a."><al>Volmacht;</al></li><li nr="b."><al>Machtiging. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Ondertekeningsmandaat</titel></kop><al>Aan het ondermandaat is gekoppeld het ondertekeningsmandaat om uit de
                        toepassing van de bevoegdheden voortvloeiende correspondentie, besluiten en
                        overeenkomsten te ondertekenen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Waarneming bij afwezigheid/vervanging</titel></kop><al>De volgende regeling geldt:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="35*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="65*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Bij afwezigheid van:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Wordt deze vervangen door:</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>de directeur</al></entry><entry colname="col2"><al>de adjunct-directeur of de dienstcontroller</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>de adjunct-directeur</al></entry><entry colname="col2"><al>de directeur, een afdelingshoofd of een
                                            programmamanager</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>een afdelingshoofd </al></entry><entry colname="col2"><al>de (adjunct-)directeur, een afdelingshoofd of een
                                            programmamanager</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>een programmamanager</al></entry><entry colname="col2"><al>de (adjunct-)directeur, een programmamanager of een
                                            afdelingshoofd </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Projectleider Stadshuis Inrichting, Gebruik en Beheer
                                            (IGB)</al></entry><entry colname="col2"><al>de (adjunct-)directeur, een programmamanager of een
                                            afdelingshoofd</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Degene die een andere functie waarneemt heeft op dat moment de bevoegdheden
                        die aan die functie zijn verbonden. Elke waarneming wordt gemeld aan de
                        primair ondergemandateerde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Ondertekeningsclausule</titel></kop><al>Bij gebruik van de in dit besluit genoemde bevoegdheden worden de stukken
                        als volgt ondertekend: </al><al/><al>‘Hoogachtend,</al><al/><al>namens burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad,</al><al/><al>functienaam,</al><al>&lt;voorletters&gt;&lt;naam functionaris&gt;’</al><al/><al><onderstreept>Voorbeeld:</onderstreept></al><al><cursief>‘</cursief></al><al><cursief>Hoogachtend,</cursief></al><al/><al><cursief>namens burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Zaanstad,</cursief></al><al/><al><cursief>directeur van de Dienst Stad,</cursief></al><al><cursief>mw. drs. A. Roggeveen MPM</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Uitsluitingen</titel></kop><al>Het ondermandaat is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>in kwesties waarin de directeur dat heeft bepaald;</al></li><li nr="b."><al>op zaken die politiek of bestuurlijk gevoelig liggen;</al></li><li nr="c."><al>op zaken die een beslissing vergen die afwijkt van het tot dan toe
                                door het gemeentebestuur gevoerde beleid;</al></li><li nr="d."><al>op zaken die een beslissing vergen die zou afwijken van een advies
                                waarvan het inwinnen ingevolge wettelijk voorschrift dan wel
                                ingevolge een gemeentelijke richtlijn verplicht is;</al></li><li nr="e."><al>op zaken die een beslissing vergen die leidt tot overschrijding van
                                het voor deze beslissing(en) aan de (onder)gemandateerde beschikbaar
                                staande budget;</al></li><li nr="f."><al>op de beslissing om de raad een voorstel te doen;</al></li><li nr="g."><al>op zaken die de vaststelling van algemeen verbindende voorschriften
                                vergen, alsmede op de vaststelling van beleidsregels, tenzij het
                                regels betreffen ten aanzien van de ambtelijke organisatie met
                                uitzondering van de organisatie van de griffie;</al></li><li nr="h."><al>op zaken die het nemen van een besluit vergen waarvoor is bepaald
                                dat dit genomen moet worden met versterkte meerderheid of waarvan de
                                aard van de bevoegdheid zich verzet tegen het nemen van een besluit
                                krachtens mandaat;</al></li><li nr="i."><al>op besluiten die wettelijk onderworpen zijn aan goedkeuring.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking en vervangt het eerdere
                        ondermandaatbesluit van de dienst Stad van 30 juni 2009 (inwerking getreden
                        op 10 juli 2009), behoudens de overdracht van de vertegenwoordiging in en
                        buiten rechte door de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Deel A: Bevoegdheden directeur</label></kop><al>De directeur kan alle bevoegdheden die hij in dit besluit heeft
                        ondergemandateerd ook zelf blijven uitoefenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Deel B: Bevoegdheden adjunct-directeur</label></kop><lijst><li nr="·"><al>Het uitoefenen van de bevoegdheden die in dit besluit zijn
                                ondergemandateerd aan afdelingshoofden en programmamanagers, indien
                                en voor zover deze betrekking hebben op die personen zelf.</al></li><li nr="·"><al>Het voorbereiden, aangaan, ondertekenen en uitvoeren van raam- en
                                uitvoeringsovereenkomsten met gesubsidieerde instellingen (BCF)
                                indien het gaat om bedragen hoger dan € 50.000 of om overeenkomsten
                                met een looptijd langer dan 1 jaar.</al></li><li nr="·"><al>Het weigeren, verlenen, vaststellen, wijzigen en intrekken van
                                subsidies aangaande het werkveld van de betreffende afdeling, binnen
                                de voor het betreffende onderwerp toegekende budgetten, indien het
                                gaat om bedragen hoger dan € 50.000.</al></li><li nr="·"><al>Het verlenen van kwijtschelding van schulden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Deel C: Algemene bevoegdheden afdelingshoofden, programmamanagers en projectleider Stadhuis IGB</label></kop><al><vet>Correspondentie</vet></al><al>Het voeren van alle correspondentie ingevolge de bevoegdheden die men heeft
                        op basis van het ondermandaat, zoals genoemd in dit besluit.</al><al/><al><vet>Wet openbaarheid van bestuur</vet></al><al>Het nemen van een besluit op een verzoek om informatie gericht aan het
                        college van burgemeester en wethouders op basis van de Wet openbaarheid van
                        bestuur. </al><al/><al><vet>Personeelsaangelegenheden</vet></al><lijst><li nr="·"><al>Het treffen van een afwijkende regeling m.b.t. het verlenen van
                                betaald ouderschapsverlof.</al></li><li nr="·"><al>Het beslissen over het opbouwen van spaaruren.</al></li><li nr="·"><al>Het nemen van een besluit over een verzoek tot verlof.</al></li><li nr="·"><al>Het nemen van een besluit over een verzoek tot verlof voor
                                overwerk.</al></li><li nr="·"><al>Het nemen van een besluit over een verzoek tot toekenning van
                                buitengewoon verlof.</al></li><li nr="·"><al>Het geven van een opdracht tot het maken van een dienstreis (m.u.v.
                                buitenlandse reizen) en het vaststellen van de hoogte van de
                                vergoeding van de gemaakte kosten.</al></li><li nr="·"><al>Het besluiten in samenspraak met de personeelsconsulent over de
                                (wijze van) werving van personeel.</al></li><li nr="·"><al>Het corresponderen m.b.t. werving van personeel (bevestiging,
                                oproep, afwijzing e.d.).</al></li><li nr="·"><al>Het geven van een opdracht tot het verrichten van overwerk voor
                                maximaal 10 uur per kalendermaand.</al></li><li nr="·"><al>Het deelnemen aan (dienst)cursussen, seminars e.d..</al></li><li nr="·"><al>Het toekennen van studiefaciliteiten.</al></li><li nr="·"><al>Het beslissen over (verzoeken terzake toepassing van) inconveniënten
                                (overwerk, onregelmatige dienst, consignatie e.d.) en
                                dienstroosters.</al></li><li nr="·"><al>Het opstellen van personeelsbeoordelingen.</al></li><li nr="·"><al>Het beslissen om een (kandidaat)medewerker een psychologische test
                                te laten ondergaan.</al></li></lijst><al/><al><vet>Overeenkomsten</vet></al><lijst><li nr="·"><al>Het voorbereiden, aangaan, ondertekenen en uitvoeren van
                                overeenkomsten binnen de voor het betreffende onderwerp toegekende
                                budgetten en het vastgestelde inkoop – en aanbestedingenbeleid, een
                                en ander tot een maximaal bedrag ad € 50.000 (exclusief BTW). </al></li><li nr="·"><al>Het ondertekenen van overeenkomsten met een waarde hoger dan €
                                50.000 nadat de beslissing om de overeenkomst aan te gaan is genomen
                                door het college van burgemeester en wethouders of de directeur van
                                de dienst Stad conform het algemeen mandaatbesluit. </al></li></lijst><al/><al><vet>Onderhandelen</vet></al><al>Het vertegenwoordigen van de gemeente in onderhandelingen binnen de grenzen
                        van het vastgestelde beleid en het beschikbare budget ook bij bedragen hoger
                        dan € 50.000 (exclusief BTW). Hierbij geldt als voorwaarde dat aan de
                        onderhandelingspartners tijdig schriftelijk wordt kenbaar gemaakt dat het
                        onderhandelingsresultaat moet worden goedgekeurd door het college.</al><al>Aan de afdelingshoofden wordt toegestaan om aan beleidsmedewerkers en
                        procesmanagers een schriftelijke machtiging te verschaffen om onder dezelfde
                        voorwaarden de gemeente te vertegenwoordigen in onderhandelingen. </al><al/><al><vet>Budgetten</vet></al><al>Het goedkeuren, ondertekenen en uitbetalen van facturen voortvloeiende uit
                        verplichtingen. </al><al/><al><vet>Verstrekken subsidies </vet></al><lijst><li nr="·"><al>Het voorbereiden, aangaan, ondertekenen en uitvoeren van raam- en
                                uitvoeringsovereenkomsten met gesubsidieerde instellingen (BCF), een
                                en ander tot een maximaal bedrag ad € 50.000 en een looptijd korter
                                dan 1 jaar.</al></li><li nr="·"><al>Het weigeren, verlenen, vaststellen, wijzigen en intrekken van
                                subsidies aangaande het werkveld van de betreffende afdeling, binnen
                                de voor het betreffende onderwerp toegekende budgetten, een en ander
                                tot een maximaal bedrag ad € 50.000.</al></li><li nr="·"><al>Aanvrager in de gelegenheid stellen een onvolledige subsidieaanvraag
                                aan te vullen.</al></li><li nr="·"><al>Een subsidieaanvraag o.g.v. art. 4:5 Algemene wet bestuursrecht niet
                                in behandeling te nemen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Aanvragen subsidies</vet></al><al>Het aanvragen van subsidies, rijksvergoedingen, bijdragen, uitkeringen en
                        overige gelden evenals het verrichten van handelingen die in verband met het
                        afleggen van verantwoording van (te) ontvangen gelden nodig zijn, dat tot
                        een bedrag van € 50.000. </al><al>Bij aanvragen waar andere afdelingen en/of diensten betrokken zijn en bij
                        aanvragen waar cofinanciering wordt gevraagd is vooroverleg met de directeur
                        een voorwaarde. </al><al>De subsidieaanvraag moet passen binnen het geldende beleid. Indien dit niet
                        het geval is, is de uitsluitingsgrond van artikel 6 onder c van dit
                        Ondermandaatbesluit van toepassing en is het college het bevoegde gezag.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Deel D: Speciale bevoegdheden afdelingshoofd Cultuur, Monumenten en Toerisme</label></kop><al><vet>Monumentenwet/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht/Erfgoedverordening
                            2010 Gemeente Zaanstad.</vet></al><lijst><li nr="·"><al>Het verlenen van uitstel voor het voltooien van een restauratie
                                zoals genoemd in artikel 11 lid 1 onder b van de Subsidieverordening
                                gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden Zaanstad
                                2007.</al></li><li nr="·"><al>Het nemen van een besluit over het voornemen tot aanwijzing als
                                beschermd gemeentelijk monument en het verzenden van de kennisgeving
                                hiervan aan de eigenaar zoals genoemd in artikel 4 van de
                                Erfgoedverordening 2010 gemeente Zaanstad. </al></li><li nr="·"><al>Het verlenen, weigeren, wijzigen of intrekken van een enkelvoudige
                                omgevingsvergunning gericht op rijks -, provinciale - en
                                gemeentelijke monumenten voor zover het college van burgemeester en
                                wethouders daartoe de bevoegdheid bezit. Hieronder wordt mede
                                verstaan alle besluiten en acties zoals genoemd in de Monumentenwet,
                                Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Erfgoedverordening 2010
                                gemeente Zaanstad die een relatie hebben met en/of bijdragen aan de
                                besluitvorming over de bovengenoemde omgevingsvergunning. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Deel E: Speciale bevoegdheden afdelingshoofd Grondzaken</label></kop><al><vet>Afwijking Uitvoeringsregels Grondprijzen </vet></al><al>Gebruikmaken van de afwijkingsmogelijkheden van de genoemde prijzen in de
                        geldende Uitvoeringsregels Grondprijzen voor wat betreft stroken grond I tot
                        en met III, gronden voor niet-commerciële en gronden voor maatschappelijke
                        doeleinden. Hierbij wordt de voorwaarde gesteld dat het geëigende
                        bevoegdheidsniveau wordt bepaald aan de hand van de berekening van de
                        theoretische omvang van de transactie op basis van de vastgestelde
                        richtprijzen. </al></artikel><artikel><kop><label>Deel F: Speciale bevoegdheden afdelingshoofd RO en Wonen</label></kop><al><vet>Verordening Indicatiestelling Woningen/Convenant
                            woonruimteverdeling</vet></al><al>Toekennen en weigeren stadsvernieuwingsindicaties. </al><al/><al><vet>Leegstandswet</vet></al><al>Wel of niet instemmen met tijdelijke verhuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Deel G: Ondertekening en inwerkingtreding</label></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Besluit d.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>21 oktober 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gepubliceerd in gemeenteblad</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inwerkingtreding</al></entry><entry colname="col2"><al>dag na bekendmaking</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toegezonden aan B&amp;W</al></entry><entry colname="col2"><al>N.v.t.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handtekening directeur</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Vertegenwoordiging in en buiten rechte</label></kop><al>De burgemeester van de gemeente Zaanstad;</al><al/><al>overwegende, dat:</al><al/><al>- artikel 171, lid 1 van de Gemeentewet als volgt luidt:</al><al/><al><cursief>“De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte.
                        </cursief></al><al/><al>Artikel 171 lid 2 van de gemeentewet als volgt luidt:</al><al/><al><cursief>“De burgemeester kan de in het eerste lid bedoelde
                            vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen
                            persoon”.</cursief></al><al/><al>- het gewenst is voor de Dienst Stad een persoon aan te wijzen aan wie de in
                        de wet genoemde vertegenwoordigingsbevoegdheid wordt opgedragen;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><lijst><li nr="1."><al>de directeur van de Dienst Stad aan te wijzen als persoon die namens
                                de burgemeester de gemeente Zaanstad in en buiten rechte
                                vertegenwoordigt, indien en voor zover het gaat om aangelegenheden
                                de Dienst Stad betreffende en de directeur blijft binnen de
                                bevoegdheden die hij heeft krachtens het Algemeen Mandaat
                                Besluit.</al></li><li nr="2."><al>de directeur van de Dienst Stad toe te staan deze vertegenwoordiging
                                over te dragen aan personen binnen de Dienst Stad. </al></li></lijst><al/><al>Zaanstad, 30 juni 2009</al><al/><al>De burgemeester,</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><tussenkop>Toelichting algemeen</tussenkop><al><cursief>Het Algemeen Mandaatbesluit Zaanstad regelt het mandaat aan de
                        gemeentesecretaris en de directeuren. Op hun beurt kunnen deze personen die
                        bevoegdheden lager in de organisatie leggen op basis van zgn. ondermandaat.
                        Daarover gaat dit besluit. Op basis van mandaat en ondermandaat gaat de
                        verantwoordelijkheid niet over. Men mag de bevoegdheid uitoefenen namens de
                        ander. Die ander blijft uiteindelijk ( politiek) verantwoordelijk. Handel
                        dus niet in strijd met de wet, gemeentelijk beleid, de voorwaarden in dit
                        besluit of het fatsoen. Pleeg
                            </cursief><cursief><onderstreept>vooraf</onderstreept></cursief><cursief>
                        overleg met de portefeuillehouder over zaken die politiek of bestuurlijk
                        gevoelig liggen. In geval van twijfel, overleg dan met een collega of neem
                        contact op met juridisch control.</cursief></al><al/><tussenkop>Toelichting per artikel</tussenkop><al>Het ondermandaatbesluit bestaat uit drie delen. Er is een algemeen gedeelte
                    (artikel 1 t/m 7) dat geldt voor alle verleende ondermandaten. Daarnaast gelden
                    er bepalingen (A t/m F) voor specifieke functionarissen aan wie bevoegdheden
                    zijn gemandateerd. Ten slotte is er een besluit van de burgemeester waarin de
                    bevoegdheid om de gemeente ‘in en buiten rechte’ te vertegenwoordigen wordt
                    overgedragen. </al><al/><tussenkop><vet>Artikel 1: Ondermandaat</vet></tussenkop><al>Ondermandaat geschiedt namens de directeur van de dienst. De directeur ontleent
                    zijn bevoegdheden aan het Algemeen Mandaatbesluit Zaanstad en de
                    Organisatieverordening Zaanstad. Een kenmerk van mandaat is dat de mandaatgever,
                    in dit geval de directeur, altijd zelfstandig bevoegd blijft en het verleende
                    ondermandaat kan intrekken. </al><al>Vanzelfsprekend dient de ondergemandateerde binnen de wettelijke-, beleidskaders
                    en besluiten van het Gemeentelijk Management Team (GMT) en het Managementteam
                    van de dienst (DMT) te blijven bij de uitoefening van de bevoegdheid. </al><al/><tussenkop><vet>Artikel 2: Mandaat, volmacht,
                    machtiging</vet></tussenkop><al>Onder mandaat wordt verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan
                    besluiten te nemen (artikel 10:1 Algemene wet bestuursrecht/Awb). Bij een
                    besluit gaat het om een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan,
                    inhoudende een publiekrechtelijke rechthandeling. </al><al>Naast publiekrechtelijke rechtshandelingen bestaan er tevens privaatrechtelijke
                    rechtshandelingen en feitelijke handelingen. De bevoegdheid om in naam van een
                    bestuursorgaan privaatrechtelijke handeling te verrichten heet een volmacht.
                    Onder een machtiging wordt verstaan de bevoegdheid om in naam van een
                    bestuursorgaan handelingen te verrichten die noch een besluit noch een
                    privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. </al><al>Er is door middel van artikel 2 een schakelbepaling opgenomen, zodat dit
                    ondermandaatbesluit voor al deze vormen van vertegenwoordiging geldt. </al><al/><tussenkop>Artikel 3: Ondertekeningsmandaat</tussenkop><al>Bij mandaat zijn twee stappen te onderscheiden. Er is het beslissingsmandaat
                    waarbij een functionaris de bevoegdheid krijgt overgedragen om een bepaald
                    besluit te nemen, bijvoorbeeld het wel of niet verlenen van een vergunning.
                    Daarnaast is er het ondertekeningsmandaat, waarbij een functionaris de
                    bevoegdheid krijgt om het genomen besluit te ondertekenen, in het voorbeeld het
                    ondertekenen van de vergunning. Door middel van artikel 3 is het
                    (beslissings)mandaat gekoppeld aan het ondertekeningsmandaat, zodat de
                    gemandateerde mag besluiten en ondertekenen. </al><al>Bij het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, zoals het aangaan
                    van een overeenkomst, ligt dit iets gecompliceerder. Het college is immers
                    bevoegd privaatrechtelijke rechtshandelingen namens de gemeente aan te gaan. De
                    ondertekening van bijvoorbeeld een overeenkomst dient echter op basis van
                    artikel 171 van de Gemeentewet te geschieden door de burgemeester. Om dit te
                    ondervangen is bij dit ondermandaatbesluit een besluit gevoegd van de
                    burgemeester. In dit besluit draagt de burgemeester de bevoegdheid over om de
                    gemeente in en buiten rechte te vertegenwoordigen (bijvoorbeeld d.m.v.
                    ondertekening) aan de directeur. De directeur mag deze bevoegdheid eveneens weer
                    overdragen aan andere personen binnen de dienst (zie ook onderdeel C /
                    overeenkomsten). </al><al/><tussenkop>Artikel 4: Waarneming bij afwezigheid/vervanging</tussenkop><al>Er is een uitgebreide waarnemingsregeling opgenomen in dit besluit. Van belang
                    is dat een waarnemer een in mandaat genomen besluit meldt aan de primair
                    ondergemandateerde. </al><al/><tussenkop>Artikel 5: Ondertekeningsclausule</tussenkop><al>De ondertekeningsclausule is integraal overgenomen uit het Algemeen
                    Mandaatbesluit Zaanstad.</al><al/><tussenkop>Artikel 6: Uitsluitingen</tussenkop><al>Indien zich een uitsluitingsgrond voordoet, dan geldt het ondermandaatbesluit
                    niet en kan het mandaat dus niet worden uitgeoefend. Dit betekent dat er een
                    besluit nodig is van degene die de primaire bevoegdheid bezit, in casu het
                    college en de directeur.</al><al>Er is voor gekozen om alle uitsluitingen die zijn genoemd in het algemene
                    mandaatbesluit over te nemen in het ondermandaatbesluit. Dit maakt het
                    ondermandaatbesluit zelfstandig leesbaar.</al><al/><tussenkop>Artikel 7: Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit ondermandaatbesluit is op …………… bekendgemaakt en is op …………….inwerking
                    getreden. Het vervangt het eerdere ondermandaatbesluit van de dienst Stad van 30
                    juni 2009. Andere specifieke mandaatbesluiten zijn niet ingetrokken en blijven
                    gewoon van kracht.</al><al/><tussenkop><onderstreept>Deel A: Bevoegdheden directeur</onderstreept></tussenkop><al>Verlening van mandaat betekent niet dat de mandaatgever zelf, in dit geval de
                    directeur, de bevoegdheid niet meer zou mogen uitoefenen. Deze regel kan
                    beschouwd worden als een wezenskenmerk van mandaat. Mandaat is immers een
                    vertegenwoordigingsfiguur. (zie ook artikel 10:7 Awb)</al><al/><tussenkop><onderstreept>Deel B: Bevoegdheden
                    adjunct-directeur</onderstreept></tussenkop><al>De adjunct-directeur heeft dezelfde bevoegdheden ondergemandateerd gekregen als
                    de afdelingshoofden en programmamanagers, aangevuld met de bevoegdheid om
                    uitvoeringsovereenkomsten (BCF) aan te gaan en subsidies te verlenen indien het
                    gaat om bedragen hoger dan € 50.000. Daarnaast mag de adjunct-directeur schulden
                    kwijtschelden.</al><al/><tussenkop><onderstreept>Deel C: Algemene bevoegdheden afdelingshoofden,
                        programmamanagers en projectleider Stadhuis IGB</onderstreept></tussenkop><al-groep><al/></al-groep><tussenkop>Correspondentie</tussenkop><al>Bij het ondermandaat behoort tevens het voeren van correspondentie betreffende
                    de bevoegdheden die men op basis van het ondermandaat heeft gekregen. </al><al/><tussenkop>Wet openbaarheid van bestuur</tussenkop><al>Burgers kunnen verzoeken om inzage in stukken. De Wet openbaarheid bestuur (Wob)
                    en de Gemeentewet (artikel 25 en 55) bieden hiertoe het kader. De directeur van
                    de dienst Stad heeft deze bevoegdheid ondergemandateerd aan de afdelingshoofden.
                    Meer informatie over de Wob is te vinden op intranet (regels en
                    procedures/interne regels en procedures/bestuurlijke besluitvorming B&amp;W).
                    Meer informatie is ook beschikbaar bij juridisch control.</al><al/><tussenkop>Personeelsaangelegenheden</tussenkop><al>Deze gemandateerde bevoegdheden zijn in vergelijking met het vorige
                    ondermandaatbesluit niet gewijzigd.</al><al/><tussenkop>Overeenkomsten</tussenkop><al>In dit ondermandaatbesluit is gemandateerd de bevoegdheid tot het voorbereiden,
                    aangaan, ondertekenen en uitvoeren van overeenkomsten binnen de voor het
                    betreffende onderwerp toegekende budgetten en het vastgestelde inkoop- en
                    aanbestedingenbeleid, tot een maximum van € 50.000 (exclusief BTW). Onder dit
                    ondermandaat valt tevens het onderhandelen dat voorafgaat aan het sluiten van
                    een overeenkomst. </al><al>Het aangaan van overeenkomsten met een waarde hoger dan € 50.000 (exclusief BTW)
                    is een bevoegdheid van het college of de directeur. Het ondertekenen van
                    dergelijke overeenkomsten is een bevoegdheid van de burgemeester. De
                    burgemeester heeft deze bevoegdheid (zie ook artikel 3 van dit besluit)
                    gemandateerd aan de directeur die op zijn beurt de bevoegdheid mag
                    ondermandateren aan personen binnen de dienst. In dit ondermandaatbesluit heeft
                    dit als volgt vorm gekregen: indien het college of een directeur een besluit
                    heeft genomen tot het aangaan van een overeenkomst met een waarde hoger dan €
                    50.000, dan mag ondertekening plaatsvinden door een afdelingshoofd. Uit de
                    overeenkomst moet dan overigens wel blijken dat het besluit tot het aangaan van
                    de overeenkomst door het college zelf is genomen (artikel 10:11 Awb). </al><al/><tussenkop>Onderhandelen</tussenkop><al>In de praktijk worden er binnen de dienst door procesmanagers en
                    beleidsambtenaren over allerlei zaken onderhandeld met derden. Het is belangrijk
                    om hier structuur in aan te brengen en de bevoegdheden afdoende te regelen. De
                    directeur mandateert door middel van dit besluit de afdelingshoofden en
                    programmanagers om binnen de grenzen van het vastgestelde beleid en het
                    beschikbare budget ook bij bedrag hoger dan € 50.000 (exclusief BTW) deze
                    onderhandelingen te voeren. Hierbij wordt nadrukkelijk als voorwaarde gesteld
                    dat aan de onderhandelingspartners tijdig schriftelijk wordt kenbaar gemaakt dat
                    het onderhandelingsresultaat moet worden goedgekeurd door het college
                    (onderhandelingsvoorbehoud). </al><al>Aan de afdelingshoofden wordt toegestaan om aan procesmanagers en
                    beleidsmedewerkers een schriftelijke machtiging te verschaffen om onder dezelfde
                    voorwaarden de gemeente te vertegenwoordigen in onderhandelingen. Deze
                    machtiging moet in het dossier worden bijgevoegd zodat altijd blijkt dat er
                    sprake is van rechtsgeldige vertegenwoordigingsbevoegdheid. </al><al/><tussenkop>Budgetten</tussenkop><al>Dit ondermandaat moet gelezen worden in relatie met de vigerende
                    ‘Budgethoudersregeling’. </al><al/><tussenkop>Verstrekken subsidies </tussenkop><al>Het verlenen, vaststellen en weigeren van subsidies geldt voor alle
                    afdelingshoofden en programmamanagers. In de praktijk blijkt dat steeds meer
                    afdelingen en programma’s gebruik maken van het instrument van
                    subsidieverlening. </al><al/><tussenkop>Aanvragen subsidies</tussenkop><al>Aan de afdelingshoofden en programmamanagers is ondergemandateerd de bevoegdheid
                    tot het aanvragen van subsidies tot een bedrag van € 50.000 onder de voorwaarden
                    dat indien er sprake is van cofinanciering of betrokkenheid van andere
                    afdelingen/diensten er vooraf overleg met de directeur dient plaats te vinden.
                    Het aanvragen van subsidie moet passen binnen het beleid. Is dit niet het geval,
                    dan geldt de uitsluitingsgrond zoals genoemd in artikel 6 onder c van dit
                    ondermandaatbesluit en is het college bevoegd. </al><al/><tussenkop><onderstreept>Deel D: Speciale bevoegdheden afdelingshoofd Cultuur,
                        Monumenten en Toerisme</onderstreept></tussenkop><al>Het afdelingshoofd CMT heeft een aantal specifieke bevoegdheden gebaseerd op de
                    Monumentenwet/Erfgoedverordening 2010 gemeente Zaanstad/Wet algemene bepalingen
                    omgevingsrecht/Subsidieverordening gemeentelijke monumenten en beeldbepalende
                    panden Zaanstad 2007 ondergemandateerd gekregen. </al><al/><tussenkop><onderstreept>Deel E: Speciale bevoegdheden afdelingshoofd
                        Grondzaken</onderstreept></tussenkop><al>In de “Uitvoeringsregels Grondprijzen” bestaat de mogelijkheid om in een aantal
                    gevallen van de gestelde prijzen af te wijken. In de uitvoeringsregels wordt
                    tevens gesteld dat het ondermandaat een regeling bevat over het
                    bevoegdheidsniveau bij toepassing van deze afwijkingen. </al><al/><tussenkop><onderstreept>Deel F: Speciale bevoegdheden afdelingshoofd RO en
                        Wonen</onderstreept></tussenkop><al>Het afdelingshoofd RO heeft een aantal specifieke bevoegdheden ondergemandateerd
                    gekregen op het gebied van wonen. </al><al/><tussenkop><onderstreept>Deel G: Ondertekening en
                    inwerkingtreding</onderstreept></tussenkop><al>Het ondermandaatbesluit is bekendgemaakt op ……….. door middel van plaatsing in
                    het Gemeenteblad. Op die datum is het ondermandaatbesluit van 18 maart 2010
                    ingetrokken. </al><al/><tussenkop>Toelichting vertegenwoordiging in en buiten rechte</tussenkop><al>Met de zinsnede “in en buiten rechte” wordt aangegeven dat de bevoegdheid zowel
                    betrekking heeft op formele procesvertegenwoordiging (‘in rechte’) als op
                    vertegenwoordiging bij het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen
                    (‘buiten rechte’) </al><al>De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente naar buiten toe. Het gaat hierbij
                    om vertegenwoordiging van de gemeente als rechtspersoon doch niet om
                    vertegenwoordiging van de gemeentelijke bestuursorganen. Het betreft dus slechts
                    de gemeente als zodanig die door de burgemeester wordt vertegenwoordigd; in alle
                    gevallen waarin gemeentelijkebestuursorganen opeigen titel aan het
                    rechtsverkeer deelnemen, is artikel 171 Gemeentewet niet van toepassing. </al><al/><al>De burgemeester is dus bevoegd om de gemeente Zaanstad in en buiten rechte te
                    vertegenwoordigen. De burgemeester kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een
                    door hem aan te wijzen persoon (artikel 171 Gemeentewet). In het bijgevoegd
                    besluit “in en buiten rechte” heeft de burgemeester deze bevoegdheid
                    overgedragen aan de directeur. Het wordt de directeur toegestaan om de
                    vertegenwoordiging over te dragen aan een persoon binnen de Dienst Stad. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>