Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Nijkerk

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk houdende regels omtrent maatschappelijke ondersteuning Regeling maatschappelijke ondersteuning 2015

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Nijkerk
Officiële naam regelingBesluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk houdende regels omtrent maatschappelijke ondersteuning Regeling maatschappelijke ondersteuning 2015
CiteertitelRegeling maatschappelijke ondersteuning 2015
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De aanhef en de grondslag van deze regeling zijn gewijzigd.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 10 lid 6 Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015
  2. artikel 14 lid 4 Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015
  3. artikel 1a Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

17-09-201515-10-2015aanhef, paragraaf 4a, artikel 4a.1, 4a.2

24-08-2015

Gemeenteblad 2015, 85057

479660 / 487586
11-04-201517-09-2015paragraaf 2a, artikel 1.2, 2a.1, 3.1

07-04-2015

Gemeenteblad 2015, 30301

417783 / 417871
01-01-201511-04-2015nieuwe regeling

16-12-2014

Gemeenteblad 2014, 77025

417783 / 417871

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling maatschappelijke ondersteuning 2015

Burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk;

gelet op de artikelen 1a, 10, zesde lid, en artikel 14, vierde lid van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015;

b e s l u i t e n :

vast te stellen het Regeling maatschappelijke ondersteuning 2015.

Paragraaf 1. Dienstverlening en ondersteuning, verstrekkingen

Artikel 1.1 Algemeen

  • 1. De hoogte van het pgb wordt vastgesteld op basis van de in deze paragraaf vermelde tarieven en percentages, en voorts met inachtneming van het volgende:

    • a.

      het pgb stelt de cliënt in staat toereikende ondersteuning in te kopen, voor zover diensten bij een professionele hulpverlener worden ingekocht met inachtneming van het passende bruto cao-loon;

    • b.

      de hoogte van een pgb is begrensd op de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate door het college ingekochte maatwerkvoorziening in natura of de offerte, bij ontbreken van een gemeentelijk contract;

  • 2. Indien de gemeente een onderhoudscontract met een voorkeursleverancier heeft voor de levering van onderhoud en reparatie, worden de bedragen uit het betreffende onderhoudscontract voor de levering van onderhoud en reparatie bij de kostprijs opgeteld en als zodanig in het pgb opgenomen.

Artikel 1.2 Hulp bij het huishouden

  • 1. Bij de toekenning van een pgb voor hulp bij het huishouden wordt onderscheid gemaakt in de niveaus HH1 en HH2.

  • 2. De hoogte van het pgb wordt vastgesteld met toepassing van Bijlage 1 ´Normering hulp bij het huishouden via pgb´.

  • 3. De tarieven voor hulp bij het huishouden bedragen:

    € 15,50 per uur voor HH1 op grond van respijtzorg;

    € 16,92 per uur voor HH2 op grond van ondersteuning bij een ongestructureerd huishouden.

  • 4. In afwijking hiervan bedraagt de hoogte van het pgb:

    • a.

      € 7,50 per uur bij inschakeling van bloed- en aanverwanten in de eerste en tweede graad;

    • b.

      € 12,00 per uur bij inschakeling van andere personen uit het sociaal netwerk.

Artikel 1.3 Begeleiding, dagbesteding, verblijf- en respijtzorg

De hoogte van het pgb voor (individuele) begeleiding en dagbesteding of voor kortdurend verblijf- en respijtzorg is afhankelijk van het geïndiceerde niveau van de ondersteuning en de noodzakelijke kwalificaties van de dienstverlener/ hulpverlener en bedraagt:

  • a.

    bij laag intensive begeleiding uitgevoerd door vrijwilligers met ondersteuning van een professionele kracht, 75% van het laagste tarief per uur of resultaat voor een ongeschoolde hulpverlener, werkzaam bij een professionele organisatie die aangesloten is bij het lokale inkoopnetwerk;

  • b.

    bij hoog intensieve begeleiding uitgevoerd door daartoe opgeleide personen, 75% van het laagste tarief per uur of resultaat voor een daartoe bevoegd en bekwaam opgeleide hulpverlener, werkzaam bij een professionele organisatie die aangesloten is bij het lokale inkoopnetwerk;

  • c.

    bij kortdurend verblijf- en respijtzorg bedraagt per dagdeel of per resultaat 75% van het laagste tarief per dagdeel of per resultaat voor de betreffende laag of hoog intensieve verblijf- en respijtzorg in natura, geleverd door daartoe opgeleide beroepskrachten werkzaam bij een professionele organisatie die aangesloten is bij het lokale inkoopnetwerk.

Artikel 1.4 Overige dienstverlening en ondersteuning

  • 1. Het pgb voor overige maatwerkvoorzieningen bedraagt 75% van de kostprijs van de betreffende voorziening in natura, tenzij de aanvrager aantoont dat een hoger budget noodzakelijk is voor het inkopen van kwalitatief goede ondersteuning.

  • 2. Als in afwijking van artikel 10, vierde lid, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015, toestemming is verleend voor het betrekken van betaalde diensten van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, ten behoeve van mantelzorg, waaronder (schoonmaak)ondersteuning en begeleiding, bedraagt het tarief voor deze individuele dienstverlening € 7,50 per uur.

Artikel 1.5 Aangepast sporten

  • 1. Het pgb voor sporthulpmiddelen, waaronder een sportrolstoel, is bestemd voor slechts dat deel van de voorziening dat als aan de beperking gerelateerde meerkosten kan worden aangemerkt op basis van offerte.

  • 2. De hoogte van het pgb bedraagt maximaal € 3.000 met een gebruiksduur van drie jaar, inclusief de kosten voor reparatie en onderhoud.

Artikel 1.6 Berekening pgb voor roerende voorzieningen

Het pgb voor een roerende voorziening wordt vastgesteld met toepassing het volgende rekenschema:

Onderdeel van de berekening    Opmerkingen
Kostprijs voorziening  Inclusief accessoires
(Resterende) technische levensduur 7 jaar 84 periodenZie opgave leverancier
Kosten voor onderhoud per jaarx 6 Niet tijdens garantieperiode
Verzekering (WA) per jaarx 7  
Totaal pgb bedrag    

Paragraaf 2. Woonvoorzieningen

Artikel 2.1 Bouwkundige en woontechnische voorzieningen

  • 1. Het pgb voor een bouwkundige of woontechnische voorziening op grond van het bezoekbaar of logeerbaar maken wordt op basis van offerte verstrekt. Deze voorziening kan slechts voor één woning worden toegekend.

  • 2. Bij het bepalen van een pgb voor een bouwkundige of woontechnische voorziening worden de volgende elementen meegewogen:

    • a.

      De aanneemsom, waarin begrepen de loon- en materiaalkosten voor het treffen van de voorziening. Indien de voorziening door de bewoner(s) zelf wordt getroffen dan vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor vergoeding in aanmerking.

    • b.

      De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw (RWU 1991).

    • c.

      Het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom inclusief btw, voor zover het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing wordt ingeschakeld.

    • d.

      De leges voor de omgevingsvergunning: voor zover deze vergunning betrekking heeft op het treffen van de voorziening.

    • e.

      De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting.

    • f.

      De door het college goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn.

    • g.

      De kosten in verband met noodzakelijk en technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing.

    • h.

      De kosten van (her)aansluiting op de openbare nutsvoorziening.

    • i.

      De oppervlakte verhard pad tussen de openbare weg en de plaats waar toegang is tot de aangebrachte voorziening, op basis van individueel maatwerk en uitgaande van de individuele situatie.

Artikel 2.2 Spoedeisende COPD-sanering

  • 1. Het pgb voor spoedeisende COPD-sanering bij vervanging van ongeschikte vloerbedekking door geschikte vloerbedekking is € 50,- per strekkende meter, uitgaande van een gemiddelde breedte van 4 meter en inclusief legkosten en egalisatie.

  • 2. Het pgb wordt uitsluitend verstrekt voor de slaapkamer van de cliënt, tenzij het een cliënt betreft in de leeftijd van 0 tot 4 jaar. In dat geval wordt ook een pgb verstrekt voor de ongeschikte vloerbedekking van de woonkamer.

  • 3. Bij het bepalen van het pgb, bedoeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met het volgende afschrijvingsschema voor de aanwezige vloerbedekking:

    • -

      jaar 0 en 1 na aanschaf te vervangen vloerbedekking: 100% pgb;

    • -

      jaar 2 en 3 na aanschaf te vervangen vloerbedekking: 75% pgb;

    • -

      jaar 4 en 5 na aanschaf te vervangen vloerbedekking: 50% pgb;

    • -

      jaar 6 en 7 na aanschaf te vervangen vloerbedekking: 25% pgb.

  • 4. Voor het vervangen van vloerbedekking ouder dan 8 jaar wordt geen vergoeding verstrekt.

Artikel 2.3 Verhuisvergoeding

  • 1. Bij het toepassen van het primaat van verhuizen wordt een pgb in de vorm van een verhuisvergoeding verstrekt op basis van declaratie van maximaal het bedrag van de Regeling minimumbijdrage verhuiskosten bij renovatie (€ 5.800 in 2014).

  • 2. Bij het toepassen van het primaat van de losse (herbruikbare) woonunit wordt indien nodig een verhuisvergoeding verstrekt op declaratiebasis van maximaal de helft van het bedrag van de Regeling minimumbijdrage verhuiskosten bij renovatie (€ 2.900 in 2014).

Artikel 2.4 Vergoeding van huurderving

  • 1. De vergoeding van huurderving wegens aanpassingswerkzaamheden van de nieuw te betrekken huurwoning bedraagt de werkelijke (dubbele) huurkosten van de te betrekken huurwoning tot ten hoogste zes maanden, met een maximum tot de sociale huurnorm voor een zelfstandige woonruimte en de helft van de sociale huurnorm voor een niet-zelfstandige woonruimte.

  • 2. De vergoeding van huurderving wegens reservering van een reeds aangepaste sociale huurwoning voor hergebruik bedraagt de werkelijke maandelijkse huurkosten, met een maximum tot de sociale huurnorm voor een zelfstandige woonruimte en de helft van de sociale huurnorm voor een niet-zelfstandige woonruimte.

Paragraaf 2a Opvang en beschermd wonen

Artikel 2a.1 Toepasselijkheid regeling

  • 1. Deze regeling is niet van toepassing op besluiten en andere handelingen ten aanzien van ‘opvang’ en ‘beschermd wonen’ als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

  • 2. Voor zover de uitvoering van wettelijke regelingen met betrekking tot ‘opvang’ en ‘beschermd wonen’ als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, is gemandateerd aan het college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente, zijn daarop de nadere regels en beleidsregels van toepassing die zijn vastgesteld door burgemeester en wethouders van de centrumgemeente.

Paragraaf 3. Vervoersvoorzieningen

Artikel 3.1 Vervoer van en naar dagbesteding

  • 1. Het pgb voor vervoer van en naar dagbesteding wordt berekend met inachtneming van de noodzakelijke wijze van vervoer, bijvoorbeeld een reguliere auto of rolstoelvervoer.

  • 2. De hoogte van dit pgb bedraagt 75% van de kostprijs van de betreffende voorziening in natura, tenzij de aanvrager aantoont dat een hoger budget noodzakelijk is. In dat geval geldt als maximum 100% van de werkelijke kosten bij vervoer door of in opdracht van de gemeente.

Artikel 3.2 Georganiseerd autovervoer

  • 1. Bij de berekening van de maximale hoogte van het pgb voor georganiseerd autovervoer wordt rekening gehouden met het algemeen gebruikelijke deel van de vervoerskosten.

  • 2. Een pgb voor georganiseerd individueel lokaal autovervoer van deur tot deur wordt op basis van bedrijfsfacturen achteraf per kwartaal verstrekt voor maximale 2.000 km per jaar. Indien een cliënt aantoonbaar een grotere lokale auto-vervoersbehoefte heeft, kan het kilometer-maximum tijdelijk worden verdubbeld.

  • 3. Het pgb voor georganiseerd autovervoer van deur tot deur bedraagt:

    € 380,00 per jaar voor georganiseerd informeel vervoer (€ 0,19 per km);

    € 840,00 per jaar voor professioneel personen-taxivervoer (€ 0,42 per km);

    € 1.920,00 per jaar voor professioneel rolstoel-taxivervoer (€ 0,96 per km).

Artikel 3.3 Aangepaste auto

Het pgb voor aanpassingen aan een eigen auto jonger dan drie jaar, wordt vastgesteld op grond van offertes gebaseerd op de kosten van de goedkoopst noodzakelijke aanpasbare auto.

Paragraaf 4. Kwaliteitseisen

Artikel 4.1 Kwaliteitseisen besteding pgb

  • 1. Een cliënt die een pgb ontvangt is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de geleverde dienstverlening, ondersteuning of producten.

  • 2. Voor de professionele ondersteuning die ingekocht wordt met het pgb gelden waar mogelijk dezelfde kwaliteitseisen als voor voorzieningen in natura die geleverd worden door professionele aanbieders die door de gemeente zijn gecontracteerd. Hierbij valt te denken aan:

    • -

      opleidingseisen,

    • -

      gebruik van een ondersteuningsplan of plan van aanpak,

    • -

      de verklaring omtrent gedrag;

    • -

      de verklaring Arbeidsrelatie (VAR) en

    • -

      toepassing van de verplichte Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

  • 3. Als het niet mogelijk is de kwaliteitseisen, bedoeld in het tweede lid, onverkort toe te passen, wordt gekozen voor en kwaliteit die in redelijkheid toereikend is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt.

Paragraaf 4a. Hulp bij het huishouden als algemene voorziening

[deze paragraaf vervalt per 01-01-2017]

Artikel 4a.1 Aantal uren en eigen aandeel

  • 1.

    Met betrekking tot de hulp bij het huishouden die de gemeente op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 als algemene voorziening beschikbaar stelt, geldt per cliënt het volgende.

  • 2.

    De gemeente draagt over het kalenderjaar 2015 voor ten hoogste 2,2 uur per week bij in de kosten van hulp bij het huishouden als algemene voorziening.

  • 3.

    De cliënt betaalt voor de hulp, bedoeld in het tweede lid, een eigen aandeel van € 10,-- per uur over ten hoogste 2,2 uur per week; deze kosten worden door de aanbieder rechtstreeks bij de cliënt in rekening gebracht.

[dit luidt per 01-01-2016 als volgt:]

  • 1.

    Met betrekking tot de hulp bij het huishouden die de gemeente op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 als algemene voorziening beschikbaar stelt, geldt per cliënt het volgende.

  • 2.

    De gemeente draagt over het kalenderjaar 2016 voor ten hoogste 1,5 uur per week bij in de kosten van hulp bij het huishouden als algemene voorziening.

  • 3.

    De cliënt betaalt voor de hulp, bedoeld in het tweede lid, een eigen aandeel van € 10,-- per uur over ten hoogste 1,5 uur per week; deze kosten worden door de aanbieder rechtstreeks bij de cliënt in rekening gebracht.

[dit artikel vervalt per 01-01-2017]

Artikel 4a.2 Vangnetregeling

  • 1.

    Op aanvraag van een cliënt die op enig moment vanaf 1 januari 2015 in aanmerking komt voor een verstrekking op grond van de Verordening meedoen, wordt diens eigen aandeel als bedoeld in artikel 4a.1, derde lid, over ten hoogste 2,2 uur per week verlaagd tot € 5,-- per uur.

  • 2.

    Op deze aanvraag zijn de artikelen 1, 5 en 7 van de Verordening meedoen van overeenkomstige toepassing.

[dit luidt per 01-01-2016 als volgt:]

  • 1.

    Op aanvraag van een cliënt die op enig moment vanaf 1 januari 2015 in aanmerking komt voor een verstrekking op grond van de Verordening meedoen, wordt diens eigen aandeel als bedoeld in artikel 4a.1, derde lid, over ten hoogste 1,5 uur per week verlaagd tot € 5,-- per uur.

  • 2.

    Op deze aanvraag zijn de artikelen 1, 5 en 7 van de Verordening meedoen van overeenkomstige toepassing.

[dit artikel vervalt per 01-01-2017]

Paragraaf 5. Slotbepaling

Artikel 5.1 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Het Financieel besluit Wmo 2013, zoals gewijzigd bij collegebesluit van 10 december 2013, wordt ingetrokken.

  • 2. Dit besluit wordt bekendgemaakt in het elektronische gemeenteblad en treedt in werking op 1 januari 2015.

  • 3. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling maatschappelijke ondersteuning 2015.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 16 december 2014,

Burgemeester en wethouders van Nijkerk,

de secretaris, mevrouw mr. M.D. Haalstra.

de burgemeester, de heer mr. drs. G.D. Renkema.

Bijlage 1. Normering hulp bij het huishouden via pgb

De toekenning van een pgb is afhankelijk van de persoonlijke situatie en het gebruik van de woning en de specifieke kenmerken van de gezinssamenstelling. Bij de hoogte van het pgb wordt alleen rekening gehouden met het schoonhouden van de kamers die in gebruik zijn. Uitgangspunt is dat ‘sociale woningbouw als referentiegebouw wordt gehanteerd.

HH1 Respijtzorg

1. Licht poetswerk in huis, kamers opruimen: max. 45-60 min p.w.

Activiteiten: Stof afnemen, opruimen, afwassen, bedden opmaken

Factoren meer/minder hulp:

  • PG problematiek/communicatieproblemen.

  • Kinderen onder de 12.

  • Huisdieren: bij allergie: eerst sanering.

  • Allergie voor huisstofmijt, COPD: in gesaneerde woning.

  • Ernstige beperkingen in gebruik van armen en handen.

 

2. Zwaar huishoudelijk werk: max. 45-60 min p.w.

Activiteiten: Stofzuigen en nat afnemen van vloeren, bedden verschonen

Factoren meer /minder hulp:

  •  vervuilingsgraad,

  •  COPD problematiek

  •  jonge kinderen

 

3. Verzorging kleding/linnengoed.: max. 45-60 min p.w.

Activiteiten: Kleding en linnengoed sorteren en wasmachine en droger in- en uitruimen, was vouwen, (strijken alleen bovenkleding), wasgoed opbergen

Factoren meer minder werk:

  • Bedlegerige patiënten

  • Extra bewassing i.v.m. overmatige transpiratie, incontinentie, speekselverlies

 

4. Maaltijdverzorging: max. 15-30 min p.k.

Activiteiten: Maaltijd en/of drinken voorbereiden, bereiden, klaarzetten, tafel dekken en afruimen

 

HH2 Organisatie van het huishouden

5. Dagelijkse organisatie van het huishouden: max. 30 min p.w.

Activiteiten: Plannen en beheren van middelen m.b.t. het huishouden, organisatie huishoudelijke activiteiten, administratie t.b.v. cliënt

Factoren meer/minder werk:

  • Communicatieproblemen

  • (psychosociale) problematiek

 

6.Opvang en/of verzorging van kinderen/volwassen huisgenoten: max. 40 uur per week

De grondslag ligt bij de ouder. Deze is tijdelijk niet in staat om de ouderrol op zich te nemen, in combinatie met het ontbreken van een sociaal netwerk.

Activiteiten: Wassen en aankleden van jonge kinderen/ hulpbehoevende huisgenoot, hulp bij het eten en/of drinken, maaltijd voorbereiden, sfeer scheppen, spelen, opvoedingsactiviteiten

Factoren meer/minder werk:

  • Aantal kinderen -/+.

  • Leeftijd kinderen -/+.

  • Gezondheidssituatie/functioneren kinderen/huisgenoten.

  • Aanwezigheid gedragsprobleem