<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR479920_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening 2018</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Putten</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-03-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Putten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad nr. 222631 d.d. 18-12-2017</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening 2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art. 149, 151c en 151d</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-12-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>634128</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>openbare orde, bevolking</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening Vastgesteld bij besluit van de raad
            van 7 december 2017 nr. 634136</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Putten;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 november
                        2017,</al><al>nr. 634128;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 149, 151c en 151d van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit</vet>:</al><al/><al>Algemene plaatselijke verordening Putten 2018 vast te stellen</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>bebouwde kom:</cursief></al><al> de bebouwde kom of kommen waarvan de grenzen zijn vastgesteld
                                    door de gemeenteraad overeenkomstig artikel 20a, eerste lid, van
                                    de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al><cursief>bevoegd gezag:</cursief></al><al> bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="c."><al><cursief>bouwwerk:</cursief></al><al> bouwwerk als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de
                                    Bouwverordening gemeente Putten;</al></li><li nr="d."><al><cursief>burgemeester:</cursief></al><al> de burgemeester van de gemeente Putten;</al></li><li nr="e."><al><cursief>college:</cursief></al><al> het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    Putten;</al></li><li nr="f."><al><cursief>gebouw:</cursief></al><al> gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de
                                    Woningwet;</al></li><li nr="g."><al><cursief>handelsreclame:</cursief></al><al> iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee
                                    kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;</al></li><li nr="h."><al><cursief>kramenplan:</cursief></al><al> een tekening met daarop aangegeven de locaties die in gebruik
                                    genomen mogen worden wanneer vergunning is verleend voor het
                                    houden van een evenement of andere activiteit in het centrum;
                                </al></li><li nr="i."><al><cursief>openbaar water:</cursief></al><al> wateren die - al dan niet met enige beperking - voor het
                                    publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="j."><al><cursief>openbare plaats:</cursief></al><al> hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties
                                    daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="k."><al><cursief>rechthebbende:</cursief></al><al> degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een
                                    zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="l."><al><cursief>vaartuigen:</cursief></al><al> alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen,
                                    alsmede woonschepen, glijboten en ponten; </al></li><li nr="m."><al><cursief>vee:</cursief></al><al> dieren die behoren tot de diersoorten genoemd in bijlage A van
                                    de Meststoffenwet;</al></li><li nr="n."><al><cursief>weg:</cursief></al><al> weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="o."><al><cursief>woonschepen:</cursief></al><al> schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot
                                    woning bestemd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid
                                of artikel 2:11, tweede lid, aanhef en onder a, of artikel
                                4:10a.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel,
                                    bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij
                                de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de
                                vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval
                                tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen of
                                ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het
                                aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in
                                het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de
                                aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de
                                beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke
                                behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan
                                            een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten, of
                                            door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                                            ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor
                                                  ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                                                  ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding
                                                  geeft tot toeloop van publiek waardoor
                                                  ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
                                                  of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                  samenscholing;</al><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van
                                                  politie zijn weg te vervolgen of zich in de door
                                                  hem aangewezen richting te verwijderen.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op
                                            openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid
                                            of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het
                                            derde lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                            betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                            levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                            openbare manifestaties.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf
                                            4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                            fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                            toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1a</nr><titel>Messen en andere voorwerpen als wapen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door de burgemeester aangewezen openbare
                                        plaatsen messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen
                                        worden gebruikt bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet met
                                        betrekking tot voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij
                                        niet voor dadelijk gebruik gereed zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het
                                        onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet
                                        wapens en munitie.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                        bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                        manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging
                                        en ten minste 36 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                        schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en
                                                de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                                samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                                treffen om een regelmatig verloop te
                                                bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt
                                        op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                        algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                        uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                        voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                        eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                        kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                        stukken of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                        afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk
                                        aan te bieden op door het college aangewezen openbare
                                        plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of
                                        het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                        afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                        straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te
                                        treden op door de burgemeester in het belang van de openbare
                                        orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het
                                        milieu aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf
                                        4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                        toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of
                                        een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de
                                        publieke functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing
                                        op:</al><lijst><li nr="a."><al>vlaggen, wimpels en vlaggenstokken indien ze geen
                                                gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of
                                                goederen en niet voor commerciële doeleinden worden
                                                gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>zonneschermen. Mits ze zijn aangebracht boven het
                                                voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en
                                                mits:</al><lijst><li nr="-"><al>geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven
                                                  dat gedeelte bevindt; </al></li><li nr="-"><al>geen onderdeel van het scherm, in welke stand
                                                  dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van
                                                  het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de
                                                  weg bevindt;</al></li><li nr="-"><al>geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de
                                                  opgaande gevel reikt;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze
                                                kortstondig op de weg gebracht worden in verband met
                                                laden of lossen ervan en mits degene die de
                                                werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor
                                                zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan,
                                                in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of
                                                stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan
                                                gereinigd is;</al></li><li nr="d."><al>voertuigen;</al></li><li nr="e."><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                                worden geopenbaard;</al></li><li nr="f."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;</al></li><li nr="g."><al>het uitstallen van goederen op het gedeelte van de
                                                weg dat bestemd is voor voetgangers gelegen recht
                                                voor een winkel c.q. bedrijfsruimte gedurende de
                                                openingstijden, mits:</al><lijst><li nr="-"><al>het uitstallen maximaal 0.6 meter direct vanaf
                                                  de gevel plaatsvindt;</al></li><li nr="-"><al>geen activiteit of evenement plaatsvindt
                                                  waarbij het door het college vastgestelde
                                                  kramenplan van toepassing is, tenzij het
                                                  uitstallen van de goederen hiermee niet in strijd
                                                  is;</al></li><li nr="-"><al>de goederen uitgestald worden door en ten
                                                  behoeve van de gebruiker van het pand dat grenst
                                                  aan het gedeelte van de weg dat bestemd is voor
                                                  voetgangers;</al></li></lijst></li><li nr="h."><al>containers en/of bouwmaterialen en/of andere
                                                goederen behorende tot bouw- en/of
                                                tuinwerkzaamheden, tenzij het college aan de
                                                eigenaar of gebruiker heeft bekendgemaakt dat de
                                                belangen als bedoeld in lid 6 worden
                                                geschonden.</al></li><li nr="i."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="j."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
                                                regeling een vergunning voor het gebruik van de weg
                                                is verleend.</al></li><li nr="k."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24; en</al></li><li nr="l."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
                                                regeling een vergunning voor het gebruik van de weg
                                                is verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op, aan, over of boven de weg voorwerpen of
                                        stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te
                                        plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun
                                        omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging
                                        schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de
                                        bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig
                                        gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het
                                        doelmatig beheer en onderhoud van de weg.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor
                                        het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                        activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid,
                                        onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
                                                weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de
                                                weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                                dan wel een belemmering kan vormen voor het
                                                doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf,
                                                hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                                redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                overlast voor gebruikers van de in de nabijheid
                                                gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de op
                                        de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Woningwet,
                                        Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                        1994 of de omgevingsverordening Gelderland van toepassing
                                        zijn.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                        veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken,
                                        in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                        wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                        brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als een omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
                                                indien de activiteiten zijn verboden bij een
                                                bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                                of voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij
                                        het uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin
                                        geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                        Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
                                        Waterschapskeur, de omgevingsverordening Gelderland, de
                                        Telecommunicatiewet of de Algemene Verordening Ondergrondse
                                        Infrastructuren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitweg te
                                        maken naar de weg, een uitweg te hebben naar de weg en/of
                                        verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                        weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de
                                        omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid slechts
                                        worden geweigerd;</al><lijst><li nr="a."><al>ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de
                                                weg;</al></li><li nr="b."><al>indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van
                                                een openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien door de uitweg het openbaar groen op
                                                onaanvaardbare wijze wordt aangetast,</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel
                                                dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de
                                                aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een
                                                openbare parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer
                                        Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de
                                        omgevingsverordening Gelderland.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                        beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                        winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de
                                        naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in
                                        de omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare
                                        plaats achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen
                                        of te doen verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                    hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije
                                    uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of
                                    gevaar oplevert. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                    behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar
                                    te maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg
                                        gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar
                                        voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                        aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden
                                        dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig
                                        meter daarvan gedurende een door het college aangewezen
                                        periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel
                                        in duingebieden of binnen een afstand van honderd meter
                                        daarvan, voor zover het de open lucht betreft, brandende of
                                        smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te
                                        laten liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                        voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                        zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                        erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                        dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of
                                        voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare
                                        verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                        verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                        Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan
                                        weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van
                                        bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand
                                        houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken
                                        als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te
                                        hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                        bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                        objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van
                                        deAlgemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                        beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                                beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                                verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren
                                                of in gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                                veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde
                                                ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te
                                                beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                                daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of
                                        de Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                        publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                                onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de
                                                kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                                Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
                                                bedoeld in de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van
                                                deze verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een markt waar ter plaatse aanwezige goederen worden
                                                verhandeld en/of diensten worden aangeboden, niet
                                                zijnde een weekmarkt en/of een jaarmarkt in de zin
                                                van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van
                                                de Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                                artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan
                                                de weg;</al></li><li nr="e."><al>een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein
                                                evenement).</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        van de burgemeester een evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 50
                                                personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 07.00 en 24.00 uur plaats
                                                vindt;</al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur
                                                of na 23.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                                (brom)fietspad of anderszins een belemmering vormt
                                                voor het verkeer en de hulpdiensten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                        wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt
                                        voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                        1994.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting:</al><lijst><li nr="i."><al>een hotel, restaurant, pension, café,
                                                  cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of
                                                  clubhuis;</al></li><li nr="ii."><al>elke andere voor het publiek toegankelijke,
                                                  besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                  omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                                                  verstrekt of dranken worden geschonken of
                                                  rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter
                                                  plaatse worden verstrekt of bereid;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>terras:een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                                inrichting liggend deel daarvan waar sta- of
                                                zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                                vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                                spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen
                                                worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                        besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel
                                        daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en
                                        waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                        spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden
                                        bereid of verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren
                                        zonder vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
                                        exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een
                                        geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                        of voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
                                        de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar
                                        zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                        leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of
                                        openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                        beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die
                                        zich bevindt in:</al><lijst><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                                Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
                                                openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van
                                                de winkelactiviteit;</al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al>een museum; of</al></li><li nr="d."><al>een bedrijfskantine of -restaurant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve
                                        vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan
                                        openbare inrichtingen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>zich in de zes maanden voorafgaand aan de
                                                inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten
                                                gepaard gaande met geweld, overlast op straat of
                                                drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij
                                                de inrichting, dan wel;</al></li><li nr="b."><al>de openbare inrichting zich nieuw in de gemeente
                                                vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen
                                                als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde
                                                lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer sprake is van één
                                        of meerdere incidenten gepaard gaande met geweld, overlast
                                        op straat of drugsgebruik en -handel in of bij de
                                        inrichting.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de vergunning en de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3.
                                        van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                        beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28a</nr><titel>Terrassen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een terras bij een openbare inrichting te
                                        exploiteren zonder daarvan een melding te doen bij de
                                        burgemeester. Bij de melding dient te worden vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van het horecabedrijf;</al></li><li nr="b."><al>de afmeting van het terras;</al></li><li nr="c."><al>de indeling en de uitvoering van het terras.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                        orde of ter bescherming van de woon- en leefsituatie in de
                                        omgeving van de openbare inrichting nadere regels stellen
                                        ten aanzien van terrassen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met
                                        zondag tussen 01.00 uur en 07.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers
                                        geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten
                                        verblijven na sluitingstijd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
                                        sluitingstijd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan een openbare inrichting die over een vrijstelling zoals
                                        bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid beschikt, kan een
                                        ontheffing zoals bedoeld in het derde lid worden verleend,
                                        met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="-"><al>in de openbare inrichting op zaterdagen en zondagen
                                                na 01.00 uur geen nieuwe bezoekers mogen worden
                                                toegelaten en dat er op zaterdag en zondagen tussen
                                                03.00 uur en 07.00 uur geen bezoekers meer in de
                                                openbare inrichting aanwezig zijn, of</al></li><li nr="-"><al>de openbare inrichting op zaterdagen en zondagen
                                                tussen 03.00 uur en 07.00 uur gesloten dient te
                                                zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28,
                                        vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor
                                        de winkel.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die
                                        situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                        voorzien.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29a</nr><titel>Sluitingstijd terrassen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Terrassen bij openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag
                                        tot en met zondag tussen 23.00 uur en 07.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een terras bij een openbare inrichting voor
                                        bezoekers geopend te hebben, of bezoekers op het terras bij
                                        een openbare inrichting te laten verblijven na
                                        sluitingstijd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
                                        sluitingstijden van terrassen bij openbare
                                        inrichtingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor een terras bij een openbare inrichting als bedoeld in
                                        artikel 2:28, vierde lid onder a. gelden dezelfde
                                        sluitingstijden als voor de winkel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die
                                        situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                        voorzien.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                        bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare
                                        inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29
                                        geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                        bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b
                                        van de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd
                                            dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van
                                            een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;</al></li><li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan
                                            personen die geen gebruik maken van het terras.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31a</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>De exploitant van een openbare inrichting is verplicht adequate
                                    maatregelen te nemen om te voorkomen dat de openbare orde wordt
                                    verstoord.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar
                                        als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van
                                        bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het
                                        Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat
                                        een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat
                                        bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere
                                        wijze overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                    gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                    Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel
                                    2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8A</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                    Drank- en Horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan
                                                onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>de wet:</cursief></al><al> Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al><cursief>terras:</cursief></al><al>het buiten de besloten ruimte gelegen deel van
                                                  een inrichting waarin het horecabedrijf wordt
                                                  uitgeoefend, waar sta- of zitgelegenheid kan
                                                  worden geboden en waar bedrijfsmatig of anders dan
                                                  om niet dranken of spijzen voor gebruik ter
                                                  plaatse mogen worden verstrekt;</al></li><li nr="c."><al><cursief>vergunning:</cursief></al><al>de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de
                                                  wet;</al></li><li nr="d."><al><cursief>bezoeker:</cursief></al><al>een ieder die zich in een inrichting bevindt,
                                                  met uitzondering van: </al><al>- leidinggevenden in de zin van de wet;</al><al>- personen die dienst doen in de
                                                  inrichting;</al><al>- personen wier aanwezigheid in de inrichting
                                                  wegens dringende redenen noodzakelijk is;</al></li><li nr="e."><al><cursief>paracommerciële
                                                  inrichting:</cursief></al><al>een inrichting waarin een paracommerciële
                                                  rechtspersoon in eigen beheer het horecabedrijf
                                                  exploiteert.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder de overige
                                        begrippen in deze afdeling verstaan wat de wet daaronder
                                        verstaat.</al><al/><al/><al><vet>PARACOMMERCIE</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Schenktijden paracommerciële inrichtingen</titel></kop><al>In paracommerciële inrichtingen wordt alcoholhoudende drank
                                    uitsluitend verstrekt tussen 14:00 uur en 24:00 uur. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Bijeenkomsten in paracommerciële inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in paracommerciële inrichtingen verboden om
                                        alcoholhoudende drank te schenken tijdens bijeenkomsten van
                                        persoonlijke aard of die gericht zijn op personen die niet
                                        of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de
                                        desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking op lid 1 hebben paracommerciële inrichtingen de
                                        mogelijkheid om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens
                                        ten hoogste 12 bijeenkomsten per jaar van persoonlijke aard
                                        of die gericht zijn op personen die niet of niet
                                        rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                                        rechtspersoon betrokken zijn. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De paracommerciële rechtspersoon doet uiterlijk 5 werkdagen
                                        vóór een bijeenkomst als bedoeld in het tweede lid hiervan
                                        melding aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet>ALCOHOLMATIGING</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34c</nr><titel>Prijsacties</titel></kop><al>Ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de
                                    openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om
                                    niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter
                                    plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of
                                    korter lager ligt dan 60% van de prijs die in de betreffende
                                    horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk wordt
                                    gevraagd.</al><al/><al><vet>ONTHEFFINGEN</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34d</nr><titel>Ontheffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan op aanvraag ontheffing verlenen van de
                                        in artikelen 2:34a en 2:34b gestelde verboden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene Wet
                                        Bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34e</nr><titel>Intrekkingsgronden ontheffing</titel></kop><al>Naast de in artikel 1:6 van deze verordening vermelde
                                    intrekkings- en wijzigingsgronden kan de in artikel 2:34d
                                    bedoelde ontheffing ook worden ingetrokken of gewijzigd indien
                                    zich feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het
                                    van kracht blijven van de ontheffing gevaar oplevert voor de
                                    openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                    nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan
                                    niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of
                                    bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of
                                    gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                    exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                    verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis
                                    te geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de
                                    kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk
                                    leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid
                                    naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te
                                    verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                        publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                        geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                        inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                        verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel
                                                30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de
                                                Kansspelen vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van
                                                de kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te
                                                verlenen; en</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden
                                                om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van
                                                de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen
                                                op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de
                                                Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in
                                                artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te
                                                verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat
                                                de woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                                speelgelegenheid of de openbare orde op
                                                ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                                exploitatie van de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in
                                                strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                                beheersverordening, exploitatieplan of
                                                voorbereidingsbesluit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Wet:</cursief></al><al> de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al><cursief>kansspelautomaat:</cursief></al><al> automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de
                                                Wet;</al></li><li nr="c."><al><cursief>hoogdrempelige inrichting:</cursief></al><al> inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van
                                                de Wet;</al></li><li nr="d."><al><cursief>laagdrempelige inrichting:</cursief></al><al> inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van
                                                de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten
                                        toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                        toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de
                                        Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek
                                        toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                        gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk
                                        lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een
                                        voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in
                                        de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                        is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te
                                        bekrassen of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                        rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                                aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op
                                                andere wijze aan te brengen of te doen
                                                aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, teer of een kleur of verfstof een
                                                afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen
                                                of te doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                        te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of
                                        bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk,
                                        teer, kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                        materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn
                                        bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen
                                        te vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde
                                        werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich
                                        onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te
                                        verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te
                                        verbreken, diefstal door middel van braak te
                                        vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44a</nr><titel>Geprepareerde voorwerpen</titel></kop><al>Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkel te
                                    vervoeren of bij zich te hebben voorwerpen, die kennelijk zijn
                                    bedoeld om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken,
                                    zoals speciaal uitgeruste tassen, magneten of elektronische
                                    voorwerpen die veiligheidslabels of veiligheidspoortjes dan wel
                                    andere hulpmiddelen ter voorkoming van winkeldiefstal kunnen
                                    beïnvloeden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden
                                        zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op
                                        bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                        plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin
                                        gelegen wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                        rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de
                                        zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden
                                        redelijkerwijs wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de omgevingsverordening
                                        Gelderland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld,
                                                monument, overkapping, constructie, openbare
                                                toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                                afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet
                                                bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere
                                                gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare
                                                plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder
                                                berokkent.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van
                                        het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar
                                        hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel
                                        uitmaakt van een door het college aangewezen gebied,
                                        alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen,
                                        blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                                        hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                                bedoeld in artikel 1 van de Drank- en
                                                Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld
                                                onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens
                                                artikel 35 van de Drank- en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48a</nr><titel>Verboden drugsgebruik</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op
                                                te houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn
                                                of een drempel van een gebouw te zitten of te
                                                liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een
                                        flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke
                                        meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek
                                        toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te
                                        bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde
                                        ruimte van dat gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                        ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                    hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                    toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                    vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                    soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze
                                    te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor
                                    de desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                        e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                    burgemeester zijn aangewezen zich met een fiets of bromfiets te
                                    bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                    terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                    plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod
                                    kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel
                                        een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de
                                        kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit
                                        gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon,
                                        te bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig
                                        ander optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen
                                        of woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                                aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom op een door het college
                                                aangewezen plaats indien de hond niet is aangelijnd;
                                                of</al></li><li nr="c."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                                als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                                speelweide of op een andere door het college
                                                aangewezen plaats;</al></li><li nr="d."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband
                                                of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of
                                                houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid aanhef en onder a is niet van
                                        toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a tot en met c
                                        gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond
                                        zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale
                                        hulphond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van
                                        een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                        geleidehond of sociale hulphond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft
                                        is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die
                                        hond onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of
                                        houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een
                                        geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        door het college aangewezen plaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                        gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder
                                        van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en
                                        muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of
                                        loopt op een openbare plaats of op het terrein van een
                                        ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met
                                        een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste
                                        1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf
                                        die:</al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig
                                                leer of van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond
                                                de hals is aangebracht dat verwijdering zonder
                                                toedoen van de mens niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten,
                                                dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe
                                                opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen
                                                binnen de korf aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder
                                        d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te
                                        zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt
                                        uniek identificatienummer door middel van een microchip die
                                        met een chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                        aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de
                                        Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide
                                        dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van
                                                de door het college in het aanwijzingsbesluit
                                                gestelde regels;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                                aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak
                                        gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het
                                        tweede lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg
                                    liggend weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden
                                    door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg
                                    niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat
                                        die duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00
                                        uur in een door het college te bepalen tijdvak dat ligt
                                        tussen 1 maart en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gesteld gebod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        Provinciale ophokverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of
                                                andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op
                                        een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of
                                        kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte
                                        of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en
                                        invliegen van de bijen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod
                                        geldt niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de
                                        woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod
                                        geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door de omgevingsverordening Gelderland.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing isparagraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking
                                        bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of
                                    aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te
                                    bedelen om geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar
                                    als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur
                                    op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het
                                        verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                        gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op
                                        andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of
                                        namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin
                                        vermeldt hij onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot
                                                het goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het
                                                goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                                voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer
                                                van het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor
                                                overdracht van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                                verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                        verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het
                                        Wetboek van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is
                                    verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis
                                            te stellen:</al><lijst><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                  vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                  bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1,
                                                  bedoelde adressen;</al></li><li nr="3."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer
                                                  uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat
                                                  redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of
                                                  voor de rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                            register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te
                                            hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming
                                            duidelijk zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                            dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                            verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in openbare inrichtingen</titel></kop><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op openbare
                                    inrichtingen) onder artikel 2:32).</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                    Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002,
                                    houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                    professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens
                                        de verkoopdagen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                        jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door
                                        het college in het belang van de voorkoming van gevaar,
                                        schade of overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats
                                        te bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan
                                        veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                        voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of
                                    aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen
                                    en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of
                                    daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel
                                    om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of
                                    daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te
                                    leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te
                                    zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Openlijk drugsgebruik</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats
                                    of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld
                                    in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar
                                    te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te
                                    verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen
                                    voorhanden te hebben.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                    cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van
                                    door hem aangewezen groepen van personen op een door hem
                                    aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikelen
                                    2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73 of artikel
                                    5:34 van de Algemene plaatselijke verordening Putten
                                    groepsgewijs niet naleven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de
                                    Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de
                                    aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het
                                    ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen
                                    voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                                    erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Gebiedsontzeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan aan een persoon die één of meerdere van
                                        de volgende artikelen overtreedt een bevel geven zich
                                        gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde
                                        delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden:
                                        artikelen 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden), 2:26
                                        (ordeverstoring bij een evenement), 2:31 (verboden
                                        gedragingen in een openbare inrichting), 2:41 (betreden
                                        gesloten woning of lokaal), 2:42 (plakken en kladden), 2:43
                                        (vervoer plakgereedschap e.d.), 2:44 (vervoer
                                        inbrekerswerktuigen), 2:44a (geprepareerde voorwerpen), 2:45
                                        (betreden van plantsoenen), 2:46 (rijden over bermen e.d.),
                                        2:47 (hinderlijk gedrag op openbareplaatsen), 2:48
                                        (verboden drankgebruik), 2:48a (verboden drugsgebruik), 2:49
                                        (verboden gedrag bij of in gebouwen), 2:50 (hinderlijk
                                        gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten), 2:53 van
                                        de Apv (bespieden van personen), artikelen 141 (openlijke
                                        geweldpleging), 184 (niet voldoen aan bevel of vordering),
                                        300 en 302 (mishandeling), 306 (deelnemen aan
                                        vechtpartijen), 350 (vernieling en vandalisme), 424
                                        (baldadigheid), 426 (dronken de orde verstoren) van het
                                        Wetboek van Strafrecht en artikel 2 en 3 van de Opiumwet
                                        (overtreding drugs).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval van overtredingen als bedoeld in het eerste lid
                                        kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste
                                        eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die
                                        opnieuw één of meer van de bovengenoemde overtredingen
                                        begaat een bevel geven zich gedurende ten hoogste twaalf
                                        weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op
                                        een openbare plaats op te houden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden
                                        gegeven als de overtreding binnen
                                            twaalfmaanden na het geven van een
                                        eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid,
                                        plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede
                                        lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de
                                        persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk
                                        oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk
                                        ontheffing verlenen van een bevel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:79</nr><titel>Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d
                                        Gemeentewet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die een woning of een bij die woning behorend erf
                                        gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon
                                        die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de
                                        basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg
                                        voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf
                                        of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf
                                        geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt
                                        veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder
                                        bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van
                                        deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat
                                        de overtreder dient te doen of na te laten om verdere
                                        schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels
                                        vast over het gebruik van deze bevoegdheid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en
                                        herhaaldelijke:</al><lijst><li nr="a."><al>geluid- of geurhinder;</al></li><li nr="b."><al>hinder van dieren;</al></li><li nr="c."><al>hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in
                                                een woning of op een erf aanwezig zijn;</al></li><li nr="d."><al>overlast door vervuiling of verwaarlozing van een
                                                woning of een erf;</al></li><li nr="e."><al>intimidatie van derden vanuit een woning of een
                                                erf.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>prostitutie:</cursief></al><al> het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                            seksuele handelingen met een ander tegen
                                            vergoeding;</al></li><li nr="b."><al><cursief>prostituee:</cursief></al><al> degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten
                                            van seksuele handelingen met een ander tegen
                                            vergoeding;</al></li><li nr="c."><al><cursief>seksinrichting:</cursief></al><al> de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                            waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                            bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht,
                                            of vertoningen van erotisch-pornografische aard
                                            plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk
                                            geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                            sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf
                                            waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al
                                            dan niet in combinatie met elkaar;</al></li><li nr="d."><al><cursief>escortbedrijf: </cursief></al><al> de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                            rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                            zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een
                                            andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt
                                            uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al><cursief>sekswinkel:</cursief></al><al> de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                            waarin hoofdzakelijk goederen van
                                            erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                            worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al><cursief>exploitant:</cursief></al><al> de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of
                                            rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf
                                            exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                            vertegenwoordiging van die rechtspersoon of
                                            rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of
                                            personen;</al></li><li nr="g."><al><cursief>beheerder: </cursief></al><al> de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke
                                            feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een
                                            seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al><cursief>bezoeker:</cursief></al><al> degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                            uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                  is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                  artikel 6.2 van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                  seksinrichting wegens dringende redenen
                                                  noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan:
                                    het college of, voor zover het betreft voor het publiek
                                    openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in
                                    artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het
                                    college over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in
                                    dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                    dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                        exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                        bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
                                        ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht
                                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                        is niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                                ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                                en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar
                                                bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de
                                        exploitant en de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                                Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst
                                                of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek
                                                van Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk
                                                veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf
                                                van zes maanden of meer door de rechter in
                                                Nederland, inclusief de drie openbare lichamen
                                                Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en
                                                Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens
                                                een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                                bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                                eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                                toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee
                                                rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld
                                                tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of
                                                meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in
                                                artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                                Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding
                                                van:</al><lijst><li nr="-"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank-
                                                  en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en
                                                  de Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot
                                                  en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en
                                                  453 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de Kansspelen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                        gelijk gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                                artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                                Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                                Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de
                                                geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een
                                                voorwaardelijke straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                        wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                                vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van de intrekking van deze
                                                vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf
                                        jaar geen exploitant of beheerder geweest van een
                                        seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een
                                        maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of
                                        waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is
                                        ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen
                                        verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                        verblijven tussen 01.00 en 07.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een
                                        voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een
                                        afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden
                                        vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin
                                        te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting
                                        krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens
                                        artikel 3.7, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                        voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                        door de op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                        voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                        sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                                        belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in
                                        dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6,
                                                eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren
                                                vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                                tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                                bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene
                                        wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in
                                        het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend
                                        overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                        beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                        vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting
                                        aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat
                                        in de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in
                                                ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV
                                                (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen
                                                de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII
                                                (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van
                                                het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de
                                                Wet wapens en munitie;</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                                strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of
                                        op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit
                                        te nodigen dan wel aan te lokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
                                        gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden
                                        gegeven zich onmiddellijk (in een bepaalde) richting te
                                        verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang
                                    van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen
                                    gebieden of delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                        erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                        dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                        daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
                                        gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                        erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen,
                                        aan te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de
                                                rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
                                                openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar
                                                brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                                bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of
                                                de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                        opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken
                                        dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                        gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag
                                        om vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen
                                        twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                        twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                        geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                                artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting
                                                of het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                                bestemmingsplan, beheersverordening,
                                                exploitatieplan, voorbereidingsbesluit,
                                                stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;
                                                of</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn
                                                in strijd met artikel 273f van het Wetboek van
                                                Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde
                                        escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel
                                        1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid,
                                        worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                        bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, achterwege gelaten, in
                                        het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het
                                                woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="d."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="e."><al>de gezondheid of zedelijkheid; of</al></li><li nr="f."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                        vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                        seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                        beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                        exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis
                                        aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g,
                                        het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                        feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan
                                        binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                        schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                        indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de
                                        exploitant heeft besloten de verleende vergunning
                                        overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het
                                        bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is
                                        van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan
                                        het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder
                                        zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede
                                        lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is
                                        besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al><cursief>(gereserveerd)</cursief></al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                                uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Besluit:</cursief></al><al> het Activiteitenbesluit milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al><cursief>inrichting:</cursief></al><al> inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                            Besluit;</al></li><li nr="c."><al><cursief>houder van een inrichting:</cursief></al><al> degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of
                                            anderszins een inrichting drijft;</al></li><li nr="d."><al><cursief>collectieve festiviteit: </cursief></al><al> festiviteit die niet specifiek aan één of een klein
                                            aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al><cursief>incidentele festiviteit: </cursief></al><al> festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of
                                            een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al><cursief>geluidsgevoelige gebouwen:</cursief></al><al> woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de
                                            Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige
                                            gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de
                                            betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al><cursief>geluidsgevoelige terreinen:</cursief></al><al> terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet
                                            geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige
                                            terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij
                                            de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al><cursief>onversterkte muziek:</cursief></al><al> muziek die niet elektronisch is versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en
                                        2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening
                                        gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te
                                        wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te
                                        wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve
                                        van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel
                                        3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het
                                        college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                        festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                        dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid,
                                        kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in
                                        een of meer nader te bepalen delen van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor
                                        het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                        redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit
                                        terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het
                                        eerste lid aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal vier incidentele
                                        festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                        geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                        van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                        toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                        twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                        daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal vier
                                        incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting
                                        langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten
                                        waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van
                                        toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste
                                        tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het
                                        college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                        kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                        formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                        ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer
                                        het college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                        incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                        was, terstond toestaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek,
                                            zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en
                                            vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen is de
                                            onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien
                                            verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                                  aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien
                                                  de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                                                  toestemming geeft voor het in redelijkheid
                                                  uitvoeren of doen uitvoeren van
                                                  geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel
                                                  ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van
                                                  het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden
                                                  in geluidsgevoelige ruimten en
                                                  verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals
                                                  vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie
                                                  wordt toegepast;</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li></lijst></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="35*"/><colspec colname="col2" colwidth="21*"/><colspec colname="col3" colwidth="23*"/><colspec colname="col4" colwidth="21*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>7.00 – 19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00 – 23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00 – 7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van 2 uur in de week is onversterkte
                                            muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen
                                            zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in
                                            een inrichting gedurende de dag- en avondperiode
                                            uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het
                                            eerste lid. Indien versterkte elementen worden
                                            gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele
                                            samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het
                                            Besluit van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel
                                            4:3 van deze verordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten
                                        in werking te hebben of handelingen te verrichten op een
                                        zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                        geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                        Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het
                                        Vuurwerkbesluit of de omgevingsverordening Gelderland.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                    werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                    weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                    laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats
                                    alsmede buiten de bebouwde kom in een door het college
                                    aangewezen gebied zijn natuurlijke behoefte te doen buiten
                                    daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare
                                        riolen en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten
                                    buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die
                                    gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of
                                    hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>boom:</cursief></al><al>een houtachtig, overblijvend gewas met een omtrek
                                                van de stam van minimaal 65 centimeter op 1,3 meter
                                                hoogte boven het maaiveld. In geval van
                                                meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam;
                                            </al></li><li nr="b."><al><cursief>houtopstand:</cursief></al><al>een of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere
                                                (lint)begroeiing van heesters en struiken, een
                                                beplanting van bosplantsoen;</al></li><li nr="c."><al><cursief>hakhout: </cursief></al><al>een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op
                                                de stronk uitlopen;</al></li><li nr="d."><al><cursief>knotten/kandelaberen:</cursief></al><al>het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van
                                                uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde
                                                bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk
                                                onderhoud;</al></li><li nr="e."><al><cursief>bebouwde kom Boswet:</cursief></al><al>de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                                ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet, of
                                                vastgesteld ingevolge artikel 4.1 van de Wet
                                                natuurbescherming; </al></li><li nr="f."><al><cursief>boomwaarde:</cursief></al><al>de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd
                                                volgens de meest recente richtlijnen van de
                                                Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en
                                                houtige gewassen;</al></li><li nr="g."><al><cursief>beschermde houtopstand:</cursief></al><al>houtopstand waarvoor ingevolge artikel
                                                4:10a een vergunning vereist is;</al></li><li nr="h."><al><cursief>vergunning:</cursief></al><al>een vergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste
                                                lid, onder g, van de Wet algemene bepalingen
                                                omgevingsrecht;</al></li><li nr="i."><al><cursief>iepziekte:</cursief></al><al>de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma
                                                ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocyctis ulmi
                                                (Buism.) C. Moreau);</al></li><li nr="j."><al><cursief>iepensprintkever:</cursief></al><al>het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende
                                                tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus
                                                multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus;</al></li><li nr="k."><al><cursief>gebouw: </cursief></al><al>een (nog te bouwen) gebouw, als bedoeld in de
                                                Woningwet, waarvoor voor wat betreft de activiteit
                                                bouwen een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet
                                                algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien,
                                        met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
                                        handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of
                                        ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten
                                        gevolge kunnen hebben alsmede snoeien van andere dan
                                        probleemtakken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10a</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd
                                        gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>buiten de bebouwde kom Boswet houtopstand te vellen
                                                of te doen vellen;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom Boswet houtopstand te vellen
                                                of te doen vellen voor zover sprake is van
                                                houtopstand die door het college is aangewezen en
                                                als zodanig voorkomt op de bomenlijst, waarop
                                                houtopstanden genoemd staan die zodanig waardevol
                                                zijn dat daarvoor slechts vergunning kan worden
                                                verleend wegens zeer zwaarwegende belangen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bomenlijst als bedoeld in het eerste lid omvat in ieder
                                        geval een voor een ieder goed herkenbare omschrijving van de
                                        boom, de standplaats en de reden van registratie van de
                                        boom.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        natuurbescherming.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gesteld verbod geldt verder niet
                                        voor:</al><lijst><li nr="a."><al>Het in opdracht van de burgemeester, ter bescherming
                                                van openbare orde of veiligheid, direct vellen van
                                                een boom, indien sprake is van grote gevaarzetting
                                                of vergelijkbaar spoedeisend belang.</al></li><li nr="b."><al>Houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                                Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of
                                                last van het college.</al></li><li nr="c."><al>Het periodiek vellen van hakhout en knotten en
                                                kandelaberen van bomen, met uitzondering van de
                                                eerste keer, ter uitvoering van het reguliere
                                                onderhoud.</al></li><li nr="d."><al>Bomen buiten de bebouwde kom Boswet die op minder
                                                dan 4 meter, gemeten vanaf de zijkant van de stam op
                                                1,3 meter boven maaiveld, van een gebouw staan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10b</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><al>De omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden moet
                                    worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van
                                    degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens
                                    publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand
                                    te beschikken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden kan in
                                    elk geval worden geweigerd op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                            dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11a</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan het
                                        voorschrift behoren, dat binnen een bepaalde termijn en
                                        overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven
                                        aanwijzingen moet worden herplant. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven,
                                        dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn
                                        na de herplant en op welke wijze niet-geslaagde beplanting
                                        moet worden vervangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11b</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld
                                        in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van
                                        het college is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan,
                                        kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond
                                        waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit
                                        anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is,
                                        de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de
                                        door zijn te geven aanwijzingen binnen een door hen te
                                        stellen termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid
                                        opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke
                                        termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde
                                        beplanting moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld
                                        in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het
                                        voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk
                                        gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt
                                        dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen
                                        van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
                                        overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een
                                        door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen,
                                        waardoor die bedreiging wordt weggenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste
                                        tot en met derde lid is opgelegd, alsmede zijn
                                        rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12a</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de
                                    toepassing van artikel 4:10a, artikel 4:11b of artikel 4:12,
                                    schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet
                                    geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding
                                    niet anderszins is verzekerd, kent het college hem op zijn
                                    verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding
                                    toe.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12b</nr><titel>Bestrijding iepziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die
                                        naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor
                                        verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
                                        iepenspintkevers, verplicht binnen de bij de aanschrijving
                                        vast te stellen termijn;</al><lijst><li nr="a."><al> indien de iepen in de grond staan, deze te
                                                vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen te ontschorsen en de schors te
                                                vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te
                                                vernietigen of zodanig te behandelen dat
                                                verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met
                                        uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout
                                        met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in
                                        voorraad te hebben of te vervoeren. Het college kan
                                        ontheffing verlenen van dit verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                        enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de
                                        openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een
                                        inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                        openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen
                                        op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                                onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                                onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                                hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                                anderszins voor een commercieel doel; of</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen
                                                van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of
                                                pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                                                afbraakmaterialen en oude metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels
                                        stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                        krachtens de omgevingsverordening Gelderland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>dierlijke meststoffen</cursief>:</al><al> dierlijke meststoffen als bedoeld in artikel 1 van
                                                de Meststoffenwet;</al></li><li nr="b."><al><cursief>emissiearm aanwenden: </cursief></al><al> gebruiken van dierlijke meststoffen op de wijze die
                                                is aangegeven in de bij het Besluit gebruik
                                                dierlijke meststoffen 1998 behorende bijlage II, met
                                                dien verstande echter dat onder 3, punt a onder
                                                2<sup>e</sup> gelezen moet worden: “tijdens het
                                                uitrijden van de dierlijk mest deze gelijktijdig
                                                wordt ondergewerkt”;</al></li><li nr="c."><al><cursief>grond:</cursief></al><al> bouwland, maïsland en grasland. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik dierlijke
                                        meststoffen 1998 is het verboden op gronden dierlijke
                                        meststoffen uit te rijden, op te brengen, te doen uitrijden
                                        of te doen opbrengen op zondag en op de volgende feest- en
                                        gedenkdagen:</al><al> Nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, tweede Paasdag, 4 mei vanaf
                                        19.00 uur, 5 mei, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en
                                        eerste en tweede Kerstdag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        voor zover de dierlijke mest emissiearm, als bedoeld in dit
                                        artikel, wordt aangewend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het tweede lid
                                        gestelde verboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Vervoer van dierlijke meststof als dunne mest dient te
                                        geschieden in volledig gesloten transportmiddelen die in een
                                        zindelijke staat verkeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame
                                        te maken of te voeren door middel van een opschrift,
                                        aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar
                                        wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de
                                        omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door het Activiteitenbesluit
                                        milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een
                                    onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor
                                    het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd
                                    of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt
                                    voor recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                        kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten
                                        een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan,
                                        de beheersverordening, exploitatieplan of een
                                        voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
                                        voor eigen gebruik door de rechthebbende op een
                                        terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                        worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van
                                        toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter
                                        bescherming van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde
                                        lid, onder a en b.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                                gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>voertuigen:</cursief></al><al> voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het
                                            Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990)
                                            met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                            kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al><cursief>parkeren: </cursief></al><al> parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het
                                            Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                            1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                        verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                                lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren
                                                van personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                        gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of
                                                onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
                                                totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                                gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt
                                                voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het
                                                derde lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                                toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een
                                                cirkel met een straal van 25 meter met als
                                                middelpunt een van deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                                gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                        voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan
                                        te bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                    eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                    langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                    parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                        staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                        toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of
                                        anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
                                        gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te
                                                plaatsen of te hebben op een door het college
                                                aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel
                                                buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                                beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het
                                                uiterlijk aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te
                                                parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                                voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        omgevingsverordening Gelderland of de Provinciale
                                        landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een
                                        aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het
                                        kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte
                                        van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college
                                        aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                        voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op
                                        een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar
                                        zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                        beschikbare parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op
                                        werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van
                                        08.00 tot 18.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verboden in het eerste en het tweede lid zijn voorts niet
                                        van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en
                                        kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan
                                        drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of
                                        gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                        verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading,
                                        een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
                                        dan 2,6 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning
                                        of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze
                                        dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit
                                        dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen
                                        anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                        gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor
                                        de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk
                                        is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                        stoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te
                                        doen of te laten staan in een park of plantsoen of in een
                                        voor recreatief gebruik beschikbaar terrein of een van
                                        gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                                door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
                                                ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn
                                                bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd
                                    buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten
                                    staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten
                                        kring gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                        uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden,
                                        verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te
                                        bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of
                                        aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                                degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel
                                                als bedoeld in artikel 1 van de
                                                Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                                goederen op de plaats die is aangewezen voor het
                                                houden van een markt, zulks gedurende de tijden
                                                waarop die markt gehouden wordt;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                                goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                                standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college te
                                        venten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                        worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of
                                                -veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in
                                                de gemeente of in een deel der gemeente
                                                redelijkerwijs te verwachten is dat door het
                                                verlenen van de vergunning een redelijk
                                                verzorgingsniveau voor de consumenten ter plaatse in
                                                gevaar komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht
                                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                        is niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt
                                        niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin
                                        gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                        artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het
                                        venten van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten
                                        en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7,
                                        eerste lid van de Grondwet verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen;
                                                of</al></li><li nr="b."><al>op door het college aangewezen dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                        een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
                                        plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke
                                        middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als
                                                bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder
                                                h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in
                                                artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                        of voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                        worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                                verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                                redelijke welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in
                                                de gemeente of in een deel van de gemeente
                                                redelijkerwijs te verwachten is dat door het
                                                verlenen van de vergunning voor een standplaats voor
                                                het verkopen van goederen een redelijk
                                                verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
                                                gevaar komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht
                                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                        is niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                    daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                    ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor
                                        zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de
                                        omgevingsverordening Gelderland.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a,
                                        geldt niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                        verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of
                                        boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te
                                        hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving,
                                        constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor
                                        de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                        vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het
                                        openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een
                                        ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven
                                        openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee
                                        weken tevoren een melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en
                                        contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de
                                        aard en omvang van het voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente
                                        gebruikelijke wijze van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van
                                        Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale
                                        vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                        gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen
                                        of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig
                                        beschikbaar te stellen op door het college aangewezen
                                        gedeelten van openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar
                                        stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op
                                        niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van
                                        openbaar water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                                orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en
                                                het aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                                vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                        of de Provinciale landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                        bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een
                                        vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen,
                                        veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de
                                        openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne
                                        en het aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                        vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot
                                        het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                        volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of
                                    beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26,
                                    tweede lid bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen
                                        aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer
                                        zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden,
                                        trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten,
                                        duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen,
                                        stootpalen, bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
                                        het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                    daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                    ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te
                                    maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                        openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen
                                        dat het scheepvaartverkeer of andere gebruikers van het
                                        openbaar water daarvan hinder of gevaar kunnen
                                        ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich met een vaartuig, niet zijnde
                                        een niet-gemotoriseerde rubberboot, in het openbaar water
                                        ophoudt, zich te bevinden in het door rechthebbende
                                        aangewezen zwemwater.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden met een motorschip te varen met een grotere
                                        snelheid dan 9 km per uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden te waterskiën dan wel op soortgelijk wijze
                                        van het openbaar water gebruik te maken, met uitzondering
                                        van de daartoe door de rechthebbende aangewezen en
                                        aangelegde waterskibanen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich met een waterscooter in het openbaar te
                                        bevinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan
                                        een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich
                                        daarop of daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                        vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                        maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                    natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                        voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit
                                        te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen,
                                        dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                        kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door
                                        het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij
                                        nadere regels stellen voor het gebruik van deze
                                        terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                                aanzien van de omgeving en ter bescherming van
                                                andere milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers
                                                van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en
                                                ritten of van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                        het Besluit geluidproduktie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                        gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden
                                        met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z,
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of
                                        een paard of trekdier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door
                                        het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij
                                        nadere regels stellen voor het gebruik van deze
                                        terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                                milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het
                                                publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                        motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders
                                        van paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                                hulpverlening en van andere krachtens artikel 29,
                                                eerste lid, Reglement verkeersregels en
                                                verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en
                                                Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud
                                                of exploitatie van de terreinen als in het eerste
                                                lid bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die
                                                krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                                uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters
                                                van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen
                                                als in het eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                                verzorging van de onder d bedoelde personen;</al></li><li nr="f."><al>voor krachtens de Wegenverkeerswet onder voertuig
                                                begrepen voor invaliden ingerichte voertuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts
                                        niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste
                                                lid bedoelde gebieden of terreinen als bedoeld in
                                                artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                                Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale
                                                verordening 'Stiltegebieden' aangewezen
                                                stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die
                                                bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als
                                                'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                        anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor
                                        de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                                dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                                geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                        Wetboek van Strafrecht of de omgevingsverordening
                                        Gelderland.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele
                                    asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op
                                    de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n)
                                    gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                                crematoriumterreinen;</al></li><li nr="c."><al>kinderspeelplaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                        termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in
                                        het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                        voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden
                                        ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid,
                                        behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en
                                        crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                    overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Vloeken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in het openbaar de naam van God vloekende te
                                        gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                        artikel 7 van de Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Beperking drankverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:39</nr><titel>Verkoopverbod alcoholhoudende drank</titel></kop><al>Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen
                                    tijdsruimte in de hele gemeente of in de, in de aanwijzing
                                    genoemde, delen van de gemeente bedrijfsmatig of anders dan om
                                    niet, alle, dan wel de nader omschreven, alcoholhoudende drank
                                    als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet te
                                    verstrekken voor gebruik ter plaatse en/of voor gebruik elders
                                    dan ter plaatse. </al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van de bij of krachtens de in deze verordening
                                    bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven
                                    voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van
                                    ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en
                                    kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de
                                    rechterlijk uitspraak. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de
                                    economische delicten van toepassing op overtreding van het
                                    bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vierde lid, 2:11,
                                    eerste lid, 2:12, eerste lid en artikel 4:10a, eerste lid van
                                    deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast de buitengewoon
                                    opsporingsambtenaren van de gemeente Putten. Deze personen zijn
                                    tevens belast met de opsporing van het bepaalde bij of krachtens
                                    deze verordening voor zover hen daartoe opsporingsbevoegdheid is
                                    verleend op grond van artikel 142 van het Wetboek van
                                    Strafvordering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                                    of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het
                                    college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing
                                van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                                voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                                veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van
                                personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder
                                toestemming van de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening Putten wordt
                                    ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die
                                    waarop zij is bekendgemaakt</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                                eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van
                                deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige
                                besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze
                                verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke
                                verordening Putten 2018.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Putten
                        van 7 december 2017,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>