<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR479500_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (roerendezaakbelastingen) 2018</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-225035.html">Elektronisch Gemeenteblad, 19 december 2017, nummer 225035</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening roerendezaakbelastingen 2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=221">Gemeentewet, artikel 221</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-11-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>17RV000071</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De "Verordening roerendezaakbelastingen 2017", vastgesteld bij raadsbesluit van 25 januari 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, van deze verordening genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (roerendezaakbelastingen) 2018</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet><cursief>Raadsbesluit</cursief></vet></al><al/><al>Voorstelnummer: 17RV000071</al><al>Onderwerp: Vaststellen belastingverordeningen 2018</al><al>De raad van de gemeente Baarn </al><lijst><li nr="-"><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3
                                oktober 2017;</al></li><li nr="-"><al>gehoord het Debat in de raad d.d. 8 november 2017;</al></li><li nr="-"><al>gelet op artikel 221 van de Gemeentewet;</al><al/></li></lijst><al><vet>Besluit:</vet></al><al>vast te stellen de:
                        <onderstreept>VERORDENING OP DE HEFFING
                            EN DE INVORDERING VAN BELASTINGEN OP ROERENDE WOON- EN
                            BEDRIJFSRUIMTEN (ROERENDEZAAKBELASTINGEN) 2018</onderstreept></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan
                                    een plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of
                                    permanent gebruik;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in
                                    hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die
                                    dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan
                                    woondoeleinden;</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                    woonruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam “roerendezaakbelastingen” worden ter zake van
                                    binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen
                                    geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van
                                            het kalenderjaar een bedrijfsruimte, al dan niet
                                            krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                            recht gebruikt, verder te noemen:
                                            gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van
                                            het kalenderjaar van een ruimte het genot heeft
                                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te
                                            noemen: eigenarenbelasting.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een
                                            bedrijfsruimte in gebruik is gegeven, aangemerkt als
                                            gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft
                                            gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor
                                            volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene
                                            die deze ruimte ter beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in
                                    gebruik heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is
                                    bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie
                                    die ruimte of deel daarvan in gebruik is gegeven of ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al>Als één ruimte wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li><li nr="b."><al>een gedeelte van een in onderdeel a. bedoelde ruimte dat
                                    blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel
                                    te worden gebruikt;</al></li><li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer in onderdeel a. bedoelde ruimten
                                    of in onderdeel b. bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde
                                    persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden
                                    beoordeeld, bij elkaar behoren;</al></li><li nr="d."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a.
                                    bedoelde ruimte, van een in onderdeel b. bedoeld gedeelte
                                    daarvan of van een in onderdeel c. bedoeld samenstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te
                                    worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan
                                    zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de
                                    staat waarin deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang
                                    in gebruik zou kunnen nemen.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van
                                    een bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn
                                    ingeschreven in een van de ingevolge de Monumentenwet 1988
                                    vastgestelde registers van beschermde monumenten, bepaald op de
                                    vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere waarde dan die
                                    ingevolge het eerste lid. Bij de berekening van de
                                    vervangingswaarde wordt rekening gehouden met de:</al><lijst><li nr="a."><al>aard en de bestemming van de ruimte;</al></li><li nr="b."><al>sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische
                                            en functionele veroudering waarbij de invloed van latere
                                            wijzigingen in aanmerking wordt genomen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van
                                    een ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld
                                    in het tweede lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan
                                    een roerende zaak of gedeelte daarvan waarvoor een
                                    omgevingsvergunning in de zin van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht is afgegeven en dat door bouw nog niet geschikt
                                    is voor gebruik overeenkomstig de beoogde bestemming.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van
                                    een woonruimte die deel uitmaakt van een op de voet van de
                                    Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de
                                    voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit
                                    Natuurschoonwet 1928, bepaald met inachtneming van een
                                    vooronderstelde verplichting om het landgoed gedurende een
                                    tijdvak van 25 jaren als zodanig in stand te houden en geen
                                    opgaand hout te vellen anders dan volgens de regels van normaal
                                    bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die
                                    dienstbaar zijn aan de woonruimte worden geacht deel uit te
                                    maken van die woonruimte.</al></li><li nr="5."><al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef
                                    en onderdeel d., wordt de waarde gesteld op een evenredig deel
                                    van de waarde die dient te worden toegekend aan de gehele
                                    ruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van
                                    de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                            kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond
                                            daarvan bestaat uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt
                                            geëxploiteerd ten behoeve van de land- of bosbouw. Onder
                                            cultuurgrond wordt mede begrepen de open grond, alsmede
                                            de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig
                                            aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen
                                            zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                            gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                            eredienst of voor het houden van openbare
                                            bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard,
                                            een en ander met uitzondering van delen van zodanige
                                            ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
                                            waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
                                            instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                            rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen
                                            van zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                            ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                            instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                            rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen
                                            van zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="e."><al>werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden
                                            zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen
                                            wordt toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten
                                            zijn aan te merken;</al></li><li nr="f."><al>ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt
                                            ten behoeve van begraafplaatsen, urnentuinen en
                                            crematoria, een en ander met uitzondering van delen van
                                            zodanige ruimten die dienen als woning.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van
                                    de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten
                                    aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimte
                                    die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak
                                    dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Waardepeildatum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte
                                    op de waardepeildatum heeft naar de staat waarin de ruimte op
                                    die datum verkeert.</al></li><li nr="2."><al>De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het
                                    kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald.</al></li><li nr="3."><al>Indien een ruimte in het kalenderjaar voorafgaande aan het begin
                                    van het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing,
                                            verbetering, afbraak of vernietiging, hetzij verandering
                                            van bestemming, of</al></li><li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een
                                            andere, specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere
                                            omstandigheid, wordt, in afwijking van het eerste lid,
                                            de waarde bepaald naar de staat van die ruimte bij het
                                            begin van het kalenderjaar.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,3338%</al></li><li nr="b."><al>de eigenarenbelasting voor roerende zaken die</al><lijst><li nr="1."><al>in hoofdzaak tot woning dienen 0,2528%</al></li><li nr="2."><al>niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,4172%</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na
                                    de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                    bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden
                                    afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht
                                    gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                                    termijnen telkens één maand later. </al></li><li nr="3."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in
                                    voorgaande leden gestelde termijn of de gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>NADERE REGELS DOOR HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            roerendezaakbelastingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De “Verordening roerendezaakbelastingen 2017”, vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 25 januari 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in
                            artikel 12, tweede lid, van deze verordening genoemde datum van ingang
                            van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>INWERKINGTREDING</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2018, of zo dit
                                    later is, met ingang van de eerste dag na die van de
                                    bekendmaking, en werkt terug tot en met 1 januari 2018.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>CITEERTITEL</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                            roerendezaakbelastingen 2018”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering,</ondertekening><ondertekening>op 22 november 2017.</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>