<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR479402_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere regels bij Jeugdverordening De Ronde Venen 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Ronde Venen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Ronde Venen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-230188.html">gmb-2017-230188</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nadere regels bij Jeugdverordening De Ronde Venen 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0034925&amp;artikel=2.9">Jeugdwet, art. 2.9</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0034925&amp;artikel=8.1.1">Jeugdwet, art. 8.1.1, vierde lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=4:2">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.1:CVDR479393_1">Jeugdverordening de Ronde Venen 2017</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-10-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-12-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-10-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Nadere regels bij Jeugdverordening De Ronde Venen 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde
                        Venen;</al><al>Gelet op artikel 2.9 en <extref doc="1.0:v:BWBR0034925&amp;artikel=8.1.1" struct="BWB">8.1.1,
                            vierde lid, van de Jeugdwet</extref><extref doc="1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=4:2" struct="BWB">artikel 4.2
                            van de Algemene wet bestuursrecht</extref> en de <extref doc="1.1:CVDR479393_1" struct="CVDR">Jeugdverordening de Ronde Venen
                            2017</extref>.</al><al>Overwegende dat het noodzakelijk is nadere regels te stellen ten aanzien
                        van:</al><lijst><li nr="-"><al>de indiening van een aanvraag voor een individuele voorziening, de
                                registratie, het te voeren gesprek met een jeugdige en/of zijn
                                ouders en het familiegroepsplan;</al></li><li nr="-"><al>welke overige en individuele voorzieningen beschikbaar zijn;</al></li><li nr="-"><al>wat de voorwaarden van toekenning en afwegingsfactoren zijn voor een
                                individuele voorziening;</al></li><li nr="-"><al>de inhoud van een beschikking;</al></li><li nr="-"><al>over verdere uitwerking van de hoogte van PGB en over verstrekking
                                van PGB aan een persoon in het sociale netwerk;</al></li><li nr="-"><al>fraudepreventie en controle bij een individuele voorziening;</al></li><li nr="-"><al>waar de onafhankelijke vertrouwenspersoon wordt belegd.</al></li></lijst><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de</al><lijst><li nr="-"><al>Nadere regels bij Jeugdverordening De Ronde Venen 201</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>INLEIDING</titel></kop><structuurtekst><al>Op 30 november 2017 heeft de gemeenteraad de <extref doc="1.1:CVDR479393_1" struct="CVDR">Jeugdverordening De Ronde Venen
                                2017</extref>(hierna: de verordening) vastgesteld. De toepassing van
                            de <extref doc="1.0:v:BWBR0034925" struct="BWB">Jeugdwet</extref>
                            in De Ronde Venen is hierin op hoofdlijnen vastgelegd. In de <extref doc="1.1:CVDR479393_1" struct="CVDR">Jeugdverordening</extref> heeft
                            de raad een aantal verordenende bevoegdheden neergelegd bij het college.
                            Deze bevoegdheden zijn in de Nadere regels bij de Jeugdverordening De
                            Ronde Venen 2017 (hierna: de nadere regels) verder uitgewerkt. Het
                            document de nadere regels is een groeidocument. De ontwikkelingen in
                            wet- en regelgeving, de jurisprudentie en de ervaringen in de
                            uitvoeringspraktijk vragen om regelmatige aanpassing ervan. In dit
                            document is uitgewerkt:</al><lijst><li nr="-"><al>welke verschillende voorzieningen er in de gemeente De Ronde
                                    Venen beschikbaar zijn;</al></li><li nr="-"><al>waar een jeugdige en/of zijn ouders terecht kan met zijn
                                    vraag;</al></li><li nr="-"><al>welke toegangscriteria er gelden;</al></li><li nr="-"><al>op welke wijze de ondersteuning beschikbaar wordt gesteld
                                    (persoonsgebonden budget of zorg in natura).</al></li></lijst><al>De <extref doc="1.0:v:BWBR0034925" struct="BWB">Jeugdwet</extref>,
                            de verordening en deze nadere regels regelen de toegang. De afspraken
                            hierin leggen veel bevoegdheden bij het college. De uitvoering hiervan
                            zal echter vaak namens het college gedaan worden (in mandaat) door
                            deskundige consulenten, ambtenaren of bijvoorbeeld aanbieders. Waar in
                            de verordening en in de <extref doc="1.0:v:BWBR0034925" struct="BWB">Jeugdwet</extref> ‘het college’ staat, kan het college
                            deze bevoegdheid mandateren aan ondergeschikten dan wel
                            niet-ondergeschikten op grond van de algemene regels van de <extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">Algemene wet
                                bestuursrecht</extref>.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de begripsbepalingen wordt aangesloten bij hetgeen de verordening,
                            en voor zover daar niet gedefinieerd, de <extref doc="1.0:v:BWBR0034925" struct="BWB">Jeugdwet</extref>
                            hieronder verstaat. Voor het overige wordt in deze nadere regels
                            verstaan onder:</al><lijst><li nr="•"><al>andere voorziening: voorziening die een andere wettelijke
                                    grondslag heeft dan de <extref doc="1.0:v:BWBR0034925" struct="BWB">Jeugdwet</extref>, maar wel van toepassing is
                                    op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke
                                    ondersteuning of werk en inkomen;</al></li><li nr="•"><al>DSM: Handboek Diagnose en Statistiek van Psychische aandoening:
                                    handboek met omschrijvingen en kenmerken van vele psychische
                                    aandoeningen die wereldwijd erkend worden - in te delen aan de
                                    hand van specifiek gedefinieerde symptomen;</al></li><li nr="•"><al>familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak
                                    opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten
                                    of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige
                                    behoren;</al></li><li nr="•"><al>gebruikelijke hulp: gebruikelijke hulp als bedoeld in bijlage 1
                                    van deze nadere regels;</al></li><li nr="•"><al>hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan
                                    jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen,
                                    psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0034925&amp;artikel=2.3" struct="BWB">artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet</extref>;</al></li><li nr="•"><al>individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders
                                    toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 2, derde lid van
                                    de verordening;</al></li><li nr="•"><al>overige voorziening: overige voorziening als bedoeld in artikel
                                    2, tweede lid, van de verordening;</al></li><li nr="•"><al>PGB: persoonsgebonden budget als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0034925&amp;artikel=8.1.1" struct="BWB">artikel 8.1.1 van de Jeugdwet</extref>, zijnde een door het
                                    college door middel van trekkingsrecht verstrekt budget aan of
                                    ten behoeve van een jeugdige, dat hem in staat stelt de
                                    jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden
                                    te betrekken;</al></li><li nr="•"><al>protocol dyslexie: protocol Dyslexie diagnostiek en behandeling
                                    van het College voor Zorgverzekeringen, de laatst geldende
                                    versie;</al></li><li nr="•"><al>Sociaal Team: (medewerker van) multidisciplinair team dat de
                                    hulpvraag van o.a. jeugdigen en/of de ouders afhandelt;</al></li><li nr="•"><al>sociale verzekeringsbank: Sociale verzekeringsbank, genoemd in
                                        <extref doc="1.0:v:BWBR0013060&amp;artikel=3" struct="BWB">artikel 3 van de Wet structuur
                                        uitvoeringsorganisatie werk en inkomen</extref>;</al></li><li nr="•"><al>trekkingsrecht: het PGB wordt toegekend aan jeugdige of diens
                                    ouders, waarbij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de geleverde
                                    zorg betaalt aan degene die het heeft geleverd;</al></li><li nr="•"><al>verordening: de <extref doc="1.1:CVDR479393_1" struct="CVDR">Jeugdverordening De Ronde Venen 2017</extref>;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>VORMEN VAN JEUGDHULP</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Vormen van jeugdhulp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Algemene voorzieningen: vrij toegankelijke voorzieningen die
                                bijdragen aan de eigen kracht, preventie, signalering, informatie en
                                advies. Deze voorzieningen vallen niet onder de <extref doc="1.0:v:BWBR0034925" struct="BWB">Jeugdwet</extref>.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overige voorzieningen: voorzieningen die rechtstreeks zonder
                                verwijzing of beschikking kunnen worden ingezet. De gemeente De
                                Ronde Venen kent onder andere de volgende overige
                                voorzieningen:</al><lijst><li nr="a."><al>Inzet vanuit het Centrum voor Jeugd en Gezin.</al></li><li nr="b."><al>Inzet vanuit welzijnswerk.</al></li><li nr="c."><al>Algemeen maatschappelijk werk.</al></li><li nr="d."><al>Inzet van kortdurende hulpverlening vanuit het Sociaal
                                        Team.</al></li></lijst><al>Indien de ondersteuning vanuit een overige voorziening niet
                                toereikend blijkt, is de betreffende instelling verantwoordelijk
                                voor de toeleiding naar een individuele voorziening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Individuele voorzieningen: voorzieningen die zijn beschikbaar zijn
                                in de vorm van intensieve, specialistische en/of excluderende
                                (dagbehandeling, pleegzorg, residentie) ondersteuning en alleen
                                toegankelijk op basis van een verwijzing of beschikking van het
                                college, de huisarts, medisch specialist of jeugdarts.De gemeente De
                                Ronde Venen kent de volgende individuele voorzieningen:</al><lijst><li nr="a."><al>Jeugdhulp zonder verblijf</al><lijst><li nr="-"><al>Jeugdhulp zonder verblijf</al></li><li nr="-"><al>Begeleiding</al></li><li nr="-"><al>Persoonlijke verzorging</al></li><li nr="-"><al>Behandeling (licht)verstandelijk beperkten</al></li><li nr="-"><al>Generalistische basis GGZ</al></li><li nr="-"><al>Specialistische GGZ</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Jeugdhulp met verblijf</al><lijst><li nr="-"><al>Kortdurend verblijf</al></li><li nr="-"><al>Pleegzorg</al></li><li nr="-"><al>Gezinsgericht</al></li><li nr="-"><al>Residentieel</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>Vervoer</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>TOEGANG: ALGEMEEN EN PROCEDUREEL</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Toegang jeugdhulp via de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Melding hulpvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jeugdigen en ouders kunnen een hulpvraag melden bij het
                                    college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk
                                    en wijst hierin op de vervolgprocedure en de mogelijkheden voor
                                    kosteloze cliëntondersteuning zoals bij het opstellen van een
                                    familiegroepsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij spoedzorg of zorg in geval van crisis treft het college zo
                                    spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel of vraagt het
                                    college een machtiging gesloten jeugdhulp aan de kinderrechter
                                    als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0034925" struct="BWB">hoofdstuk 6 van de Jeugdwet</extref>. Het
                                    college beschikt achteraf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Jeugdigen en ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot een
                                    overige voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verzamelt alle voor het onderzoek van belang zijnde
                                    en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en
                                    maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met hem en/of zijn ouders
                                    een afspraak voor een gesprek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het gesprek verschaffen de jeugdige en/of zijn ouders alle
                                    overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het
                                    college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij
                                    redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige en/of
                                    zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument
                                    als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0006297&amp;artikel=1" struct="BWB">artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht</extref> ter
                                    inzage. De regels met betrekking tot de privacy van betrokkenen
                                    en gegevensuitwisseling die gelden op grond van de <extref doc="1.0:v:BWBR0034925" struct="BWB">Jeugdwet</extref>
                                    en de <extref doc="1.0:v:BWBR0011468" struct="BWB">Wet
                                        bescherming persoonsgegevens</extref> zijn hierop van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in overleg met de jeugdige en/of zijn ouders
                                    afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede
                                    lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de
                                    jeugdige en/of zijn ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover
                                    nodig:</al><lijst><li nr="a."><al>of de jeugdige en/of zijn ouders zelf een
                                            familiegroepsplan willen en kunnen opstellen. Indien zij
                                            dit niet zelf kunnen of willen wordt hen de mogelijkheid
                                            geboden om dit samen met iemand uit het eigen netwerk of
                                            een onafhankelijk cliëntondersteuner uit te werken. De
                                            jeugdige en/of zijn ouders worden in de gelegenheid
                                            gesteld het plan binnen redelijke termijn op te stellen.
                                            In het plan worden in ieder geval de volgende zaken
                                            benoemd;</al></li><li nr="b."><al>de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid,
                                            ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het
                                            probleem of de hulpvraag;</al></li><li nr="c."><al>het gewenste resultaat van het verzoek om
                                            jeugdhulp;</al></li><li nr="d."><al>het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of
                                            met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing
                                            voor de hulpvraag te vinden; </al></li><li nr="e."><al>de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere
                                            voorziening;</al></li><li nr="f."><al>de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met
                                            gebruikmaking van een overige voorziening;</al></li><li nr="g."><al>de mogelijkheden om een individuele voorziening te
                                            verstrekken; </al></li><li nr="h."><al>de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele
                                            voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op
                                            het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke
                                            ondersteuning of werk en inkomen;</al></li><li nr="i."><al>hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige
                                            gezindheid, de levensovertuiging en de culturele
                                            achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en</al></li><li nr="j."><al>de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van
                                            een PGB, waarbij de jeugdige of zijn ouders in
                                            begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over wat dit
                                            inhoudt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld
                                    in <extref doc="1.0:v:BWBR0034925&amp;artikel=1.1" struct="BWB">artikel 1.1 van de Jeugdwet</extref> hebben
                                    opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het
                                    onderzoek/gesprek, bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang
                                    van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de
                                    vervolgprocedure en vraagt hen voor zover nodig toestemming om
                                    hun persoonsgegevens te verwerken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien
                                    van een gesprek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Plan van aanpak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verslaglegging van het onderzoek/gesprek maakt onderdeel uit
                                    van het plan van aanpak en is een zorgvuldige weergave van alle
                                    relevante feiten en omstandigheden die in de fase van
                                    onderzoek/gesprek zijn verzameld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een eventueel familiegroepsplan maakt eveneens onderdeel uit van
                                    het plan van aanpak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verstrekt het plan van aanpak aan de jeugdige en/of
                                    zijn ouders zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen 6 weken na
                                    ontvangst van de melding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Eén van de ouders of de jeugdige tekent het plan van aanpak voor
                                    gezien of akkoord en zorgt ervoor dat een getekend exemplaar
                                    wordt geretourneerd aan het college.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de ouder of de jeugdige slechts tekent voor gezien, wordt de
                                    reden hiervan op het plan van aanpak aangegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ondertekend plan van aanpak, voorzien van dagtekening, kan
                                    fungeren als aanvraag voor een individuele voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Jeugdige en/of ouders kunnen, indien zij niet wensen dat het
                                    plan van aanpak als zodanig wordt beschouwd, een aanvraag om een
                                    individuele voorziening schriftelijk indienen bij het college.
                                    Een aanvraag wordt dan ingediend door middel van een door het
                                    college vastgesteld formulier. Naar keuze kan dit formulier
                                    gezamenlijk met een medewerker van de gemeente worden ingevuld
                                    of door ouders/ jeugdige zelfstandig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een eventuele noodzakelijke verlenging van de beslistermijn
                                    conform de <extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">Algemene wet bestuursrecht</extref> wordt tijdig aan de
                                    aanvrager bekend gemaakt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of
                                jeugdarts</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Huisarts, medisch specialist of jeugdarts</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zodra de jeugdige na doorverwijzing via de huisarts, medisch
                                    specialist of jeugdarts in zorg is genomen zal de betreffende
                                    jeugdhulpaanbieder dit melden bij het college. Deze melding
                                    geschiedt zoveel mogelijk via het berichtenverkeer conform de
                                    contractuele afspraken met de jeugdhulpaanbieder en in
                                    overeenstemming met de bepalingen uit de Regeling Jeugdwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na ontvangst van deze melding stelt het college een beschikking
                                    op. De beschikking wordt binnen twee weken verstrekt aan de
                                    jeugdige en/of diens ouders.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verzendt een toekenningsbericht aan de
                                    jeugdhulpaanbieder en handelt verdere administratieve
                                    handelingen via het berichtenverkeer af.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na het afgeven van de beschikking zal het college aan de
                                    jeugdhulpaanbieder de zorg vergoeden. De jeugdhulpaanbieder
                                    dient hiervoor declaraties in volgens de afspraken die hierover
                                    zijn gemaakt in de contracten met de betreffende
                                    jeugdhulpaanbieder.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Beschikking en bezwaar</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de beschikking tot verstrekking van een individuele
                                    voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in
                                    natura of als PGB wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe
                                    bezwaar kan worden gemaakt tegen de beschikking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verlenen van een voorziening in natura wordt in de
                                    beschikking ten minste vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>De motivering van het genomen besluit, waarbij een
                                            verband wordt gelegd tussen het plan van aanpak en het
                                            uiteindelijke advies op grond van de Jeugdwet;</al></li><li nr="b."><al>welke de te verlenen voorziening is en wat het beoogde
                                            resultaat van de inzet van deze voorziening is;</al></li><li nr="c."><al>voor welke periode de voorziening wordt verleend. Wegens
                                            de cognitieve, lichamelijke, sociaalemotionele en
                                            verdere ontwikkeling van een jeugdige wordt een
                                            beschikking afgegeven voor maximaal drie jaar. Voor GGZ-
                                            hulp bedraagt de duur van de indicatie maximaal één
                                            jaar. Bij langere duur kan de jeugdige of zijn ouder(s)
                                            een verzoek doen tot verlenging;</al></li><li nr="d."><al>hoe de voorziening wordt verleend; en indien van
                                            toepassing</al></li><li nr="e."><al>welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen
                                            zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de verstrekte voorziening worden na afloop van de periode
                                    genoemd onder het tweede lid onderdeel c de resultaten
                                    geëvalueerd en indien noodzakelijk kan de zorg op aanvraag
                                    middels een nieuwe beschikking verlengd worden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een PGB
                                    wordt in de beschikking ten minste vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>de te verstrekken voorziening en het doel wat hiermee
                                            dient te worden bereikt op grond van het plan van aanpak
                                            inclusief budgetplan;</al></li><li nr="b."><al>voor welke periode het PGB verstrekt wordt. Wegens de
                                            cognitieve, lichamelijke, sociaalemotionele en verdere
                                            ontwikkeling van een jeugdige wordt een beschikking
                                            afgegeven voor maximaal drie jaar;</al></li><li nr="c."><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het
                                            PGB;</al></li><li nr="d."><al>wat de hoogte van het PGB is en hoe hiertoe is gekomen;
                                        </al></li><li nr="e."><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het
                                            PGB; en</al></li><li nr="f."><al>hoe de procedure van het trekkingsrecht verloopt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van het verstrekte PGB worden na afloop van de periode genoemd
                                    onder lid 4 b. de resultaten geëvalueerd en indien noodzakelijk
                                    kan de zorg op aanvraag middels een nieuwe beschikking verlengd
                                    worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr><titel>Bezwaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tegen de beschikking kan een belanghebbende binnen zes weken na
                                    de dag van bekendmaking een bezwaarschrift volgens de <extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">Algemene wet
                                        bestuursrecht</extref> indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na heroverweging neemt het college een beslissing op
                                    bezwaar.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Nazorg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.9</nr><titel>Voortzetting Jeugdhulp</titel></kop><al>De inzet van jeugdhulp vindt plaats op basis van de Jeugdwet en het
                                Burgerlijk Wetboek, waarbij de leeftijdsgrens van 18 jaar wordt
                                gehanteerd. Ten minste een half jaar voor het bereiken van de
                                18-jarige leeftijd onderzoekt het college hoe de jeugdige wordt
                                overdragen naar een andere wet of vorm van ondersteuning. Indien
                                blijkt dat de jeugdige na zijn achttiende verjaardag behoefte heeft
                                aan hulp, ondersteuning en begeleiding die niet voorliggend
                                gefinancierd wordt door bijvoorbeeld de <extref doc="1.0:v:BWBR0018450" struct="BWB">Zorgverzekeringswet</extref> (Zvw), de <extref doc="1.0:v:BWBR0035362" struct="BWB">Wet maatschappelijke
                                    ondersteuning</extref> (Wmo) of de <extref doc="1.0:v:BWBR0035917" struct="BWB">Wet langdurige
                                    zorg</extref> (Wlz), kan de jeugdige tot zijn 23ste jaar een
                                beroep doen op voortgezette jeugdhulp vanuit de <extref doc="1.0:v:BWBR0034925" struct="BWB">Jeugdwet</extref>.</al><al>Alle aanvullende hulp na die leeftijd zal in principe worden
                                gecontinueerd op basis van de beschikbare voorzieningen uit de
                                    <extref doc="1.0:v:BWBR0035362" struct="BWB">Wmo</extref>
                                of de <extref doc="1.0:v:BWBR0015703" struct="BWB">Participatiewet</extref>. Het college draagt zorg voor de
                                overdracht en behoudt altijd de bevoegdheid om, indien het dat nodig
                                acht, voor deze of andere doelgroepen na deze leeftijdsgrens van 18
                                jaar, hulp in te zetten. Het betreft hier uitdrukkelijk
                                uitzonderingsgevallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.10</nr><titel>Waakvlam</titel></kop><al>Bij de inzet van individuele voorzieningen maakt waakvlamcontact
                                onderdeel uit van de nazorg. Het doel van waakvlamcontact is om
                                terugval van de jeugdige met meervoudige problemen te voorkomen,
                                nadat de inzet van een individuele voorziening is beëindigd. Bij
                                inzet van overige en algemene voorzieningen kan in overleg met de
                                jeugdige en/of zijn ouders afspraken gemaakt worden over
                                waakvlamcontact.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>TOEGANG: BEOORDELING</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Jeugdhulp zonder verblijf</titel></kop><structuurtekst><al>Onder jeugdhulp zonder verblijf valt begeleiding, persoonlijke
                                verzorging en alle vormen van behandeling binnen de GGZ voor zover
                                deze niet gepaard gaan met klinische opname.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1</nr><titel>Jeugdhulp zonder verblijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een jeugdige of zijn ouders komen in aanmerking voor ambulante
                                    jeugdhulp, indien sprake is van (opvoedings)problemen die het
                                    dagelijks functioneren belemmeren en een of meer van de volgende
                                    factoren:</al><lijst><li nr="a."><al>(dreigende) ernstige psychosociale, psychische,
                                            psychiatrische of gedragsproblemen van de jeugdige;
                                        </al></li><li nr="b."><al>(dreigende) ernstige problemen op meerdere leefgebieden
                                            in combinatie met ontwikkelingsproblemen bij de
                                            jeugdige. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Jeugdhulp zonder verblijf kan worden ingezet op locatie van de
                                    aanbieder of in het netwerk van de jeugdige.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De jeugdhulp is gericht op verbetering van de situatie en
                                    herstel van het dagelijks functioneren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.2</nr><titel>Begeleiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een jeugdige of zijn ouders komen in aanmerking voor
                                    begeleiding, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er bij de jeugdige sprake of een vermoeden is van een
                                            somatische of psychiatrische aandoening of beperking of
                                            een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke
                                            handicap, of; </al></li><li nr="b."><al>sprake of vermoeden is van matige of zware beperkingen
                                            op het terrein van: </al><lijst><li nr="-"><al>de sociale redzaamheid of; </al></li><li nr="-"><al>het bewegen en verplaatsen of; </al></li><li nr="-"><al>het psychisch functioneren of; </al></li><li nr="-"><al>het geheugen en de oriëntatie. </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begeleiding is gericht op bevordering, behoud of compensatie
                                    van de zelfredzaamheid en kan zich (in tijdelijke vorm) ook
                                    richten op de mantelzorger in de directe omgeving van de
                                    jeugdige, als dit ten goede komt aan een jeugdige.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.3</nr><titel>Persoonlijke verzorging</titel></kop><al>Een jeugdige of zijn ouders komen in aanmerking voor ondersteuning
                                bij de persoonlijke verzorging van de jeugdige, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er bij de jeugdige sprake is van een somatische of
                                        psychiatrische aandoening of beperking - of een
                                        verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap
                                        en;</al></li><li nr="b."><al>deze zorg de gebruikelijke hulp van ouders voor hun kinderen
                                        overstijgt en;</al></li><li nr="c."><al>de jeugdige de vaardigheden of kennis mist om de
                                        persoonlijke zorg zelfstandig uit te voeren en deze ook niet
                                        kan aanleren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.4</nr><titel>Behandeling (licht)verstandelijk beperkten</titel></kop><al>Een jeugdige komt in aanmerking voor behandeling
                                (licht)verstandelijk beperkten (LVB) indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er sprake of een vermoeden is van een (licht)verstandelijke
                                        beperking van de jeugdige of;</al></li><li nr="b."><al>er een noodzaak is voor continue, systematische, langdurige
                                        en multidisciplinaire zorg (CSLM) of;</al></li><li nr="c."><al>behandeling gericht op herstel en/of het aanleren van
                                        vaardigheden noodzakelijk is, het gedrag een specifieke
                                        aanpak vraagt of;</al></li><li nr="d."><al>aanvullende functionele diagnostiek nodig is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.5</nr><titel>Generalistische basis GGZ</titel></kop><al>Een jeugdige komt in aanmerking voor generalistische basis
                                geestelijke gezondheidszorg, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Er sprake is (of een vermoeden is) van een DSM benoemde
                                        stoornis:</al><lijst><li nr="-"><al>een klinische stoornis (bijv. depressie)</al></li><li nr="-"><al>persoonlijkheidsstoornissen (bijv. afhankelijke
                                                persoonlijkheidsstoornis)</al></li><li nr="-"><al>lichamelijke aandoeningen (relevant voor het
                                                begrijpen of behandelen van een psychische stoornis,
                                                bijv. migraine)</al></li><li nr="-"><al>psychosociale en omgevingsfactoren (bijv. scheiding,
                                                armoede).</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Een matige of (hoog) ernstige psychische klachten waarbij
                                        sprake is van een matige complexiteit van de klachten, een
                                        beperkt risico en het beloop van de klachten beantwoordt aan
                                        de criteria van de DSM.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.6</nr><titel>Specialistische GGZ</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een jeugdige komt in aanmerking voor specialistische geestelijke
                                    gezondheidszorg indien er sprake is van:</al><lijst><li nr="a."><al>(een vermoeden van) een DSM benoemde stoornis en; </al></li><li nr="b."><al>een hoge complexiteit van de klachten of een hoog
                                            risico. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een jeugdige komt in aanmerking voor diagnostiek of behandeling
                                    van enkelvoudige ernstige dyslexie, indien is voldaan aan de
                                    volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>het betreft een jeugdige in de leeftijd van zeven tot en
                                            met dertien jaar;</al></li><li nr="b."><al>de jeugdige volgt basisonderwijs dan wel speciaal
                                            onderwijs;</al></li><li nr="c."><al>de toewijzing vindt plaats in overleg met de school waar
                                            de jeugdige onderwijs volgt;</al></li><li nr="d."><al>de school heeft gehandeld volgens het “protocol dyslexie
                                            en de outline werkwijze dyslexiezorg” en kan aantonen
                                            dat extra begeleiding op school geen gemeten effect
                                            heeft gehad.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dyslexiezorg bij ernstig enkelvoudige dyslexie omvat een intake
                                    en diagnose (van maximaal 12 zittingen van 1 uur) en maximaal 60
                                    behandelingen van 1 uur (inclusief indirecte tijd).</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Jeugdhulp met verblijf</titel></kop><structuurtekst><al>Onder jeugdhulp met verblijf vallen alle vormen van jeugdhulp
                                waarbij het noodzakelijk is dat een jeugdige buiten de eigen sociale
                                omgeving hulp of ondersteuning ontvangt waarbij een of meerdere
                                overnachtingen noodzakelijk zijn.</al><lijst><li nr="1."><al>Een jeugdige komt in aanmerking voor jeugdhulp met verblijf
                                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voldaan is aan de criteria genoemd in artikel
                                                4.1.1;</al></li><li nr="b."><al>jeugdhulp ambulant niet toereikend is, en;</al></li><li nr="c."><al>pleegzorg niet beschikbaar of geschikt is.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In geval van crisisplaatsing of gesloten jeugdhulp is een
                                        daartoe strekkend advies van het Sociaal Team, Samen Veilig
                                        Midden-Nederland of een uitspraak in het kader van de
                                            <extref doc="1.0:v:BWBR0005700" struct="BWB">Wet
                                            Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische
                                            Ziekenhuizen</extref> noodzakelijk.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.1</nr><titel>Kortdurend verblijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een jeugdige komt in aanmerking voor kortdurend verblijf
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de jeugdige een somatische, of psychiatrische aandoening
                                            of beperking dan wel een verstandelijke, lichamelijke of
                                            zintuiglijke handicap heeft; </al></li><li nr="b."><al>de jeugdige, is aangewezen op zorg gepaard gaand met
                                            permanent toezicht, en </al></li><li nr="c."><al>ontlasting van de persoon die de gebruikelijke hulp of
                                            mantelzorg aan de jeugdige levert noodzakelijk is. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kortdurend verblijf omvat logeren in een instelling gedurende
                                    maximaal twee etmalen per week, gepaard gaande met daarbij
                                    noodzakelijke persoonlijke verzorging en begeleiding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Etmalen mogen geclusterd worden ingezet tot een maximum van 14
                                    etmalen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2</nr><titel>Pleegzorg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een jeugdige komt in aanmerking voor pleegzorg indien en zolang
                                    de jeugdige niet thuis kan wonen of verblijven als gevolg van
                                    (dreigende) onveiligheid, opvoedingsonmacht of overbelasting van
                                    de ouders. Onder pleegzorg vallen in elk geval de volgende
                                    vormen van zorg:</al><lijst><li nr="a."><al>crisisopvang: tijdelijke opvang van korte duur gericht
                                            op terugkeer naar het eigen gezin dan wel een langdurige
                                            verblijfssituatie;</al></li><li nr="b."><al>tijdelijke opvang: opvang in een pleeggezin, gericht op
                                            terugkeer naar het eigen gezin;</al></li><li nr="c."><al>langdurige opvang, wanneer terugkeer naar het eigen
                                            gezin niet of voorlopig niet mogelijk is. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval van een crisisplaatsing kan een daartoe strekkend advies
                                    van Samen Veilig Midden-Nederland onderdeel uit maken van de
                                    procedure.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3</nr><titel>Gezinsgericht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder gezinsgerichte Jeugdhulp met verblijf wordt verstaan:</al><al>Verblijfsvoorzieningen (voltijd of deeltijd) die zoveel als
                                    mogelijk een gezinssituatie benaderen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een jeugdige komt in aanmerking voor gezinsgerichte Jeugdhulp
                                    met verblijf, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet mogelijk is om thuis te verblijven;</al></li><li nr="b."><al>een opvang in pleegzorg niet beschikbaar of geschikt is,
                                            en;</al></li><li nr="c."><al>residentiële opvang als te zwaar wordt gezien. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval van een crisisplaatsing kan een daartoe strekkend advies
                                    van Samen Veilig Midden-Nederland onderdeel uit maken van de
                                    procedure.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.4</nr><titel>Residentieel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een jeugdige komt in aanmerking voor residentiële jeugdhulp met
                                    verblijf indien jeugdhulp zonder verblijf of de eerder genoemde
                                    vormen van jeugdhulp met verblijf niet toereikend zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder residentiële opvang wordt onder andere verstaan opvang in
                                    een instelling en klinische opname in de GGZ.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Vervoer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.1</nr><titel>De door het college noodzakelijk te achten
                                    vervoersvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten behoeve van het bezoek aan een locatie voor jeugdhulp kan
                                    het college aan de jeugdige aan wie een individuele voorziening
                                    is verstrekt, een vervoersvoorziening toekennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vervoersvoorziening wordt toegekend indien en voor zover dit
                                    naar het oordeel van het college noodzakelijk is in verband met
                                    een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid van
                                    de jeugdige en diens omgeving zoals bepaald in artikel
                                    4.3.3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.2</nr><titel>Toekenning vervoersvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening
                                    de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de
                                    uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende
                                    vervoersvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toekenning van de vervoersvoorziening geschiedt gelijktijdig
                                    met de toekenning van de individuele voorziening jeugdhulp.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan aan de toekenning van de vervoersvoorziening
                                    voorwaarden verbinden die verband houden met het doel en
                                    strekking daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.3</nr><titel>Voorwaarden vervoersvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een jeugdige komt in aanmerking voor een vervoersvoorziening
                                    naar een locatie waar jeugdhulp wordt geboden als:</al><lijst><li nr="a."><al>de jeugdige niet op eigen gelegenheid naar de locatie
                                            kan reizen in verband met de medische noodzaak of
                                            beperkingen in de zelfredzaamheid, en</al></li><li nr="b."><al>er geen sprake is van een algemene of een voorliggende
                                            voorziening die passend en toereikend is, en</al></li><li nr="c."><al>het vervoer niet onder gebruikelijke hulp valt, en</al></li><li nr="d."><al>er geen sprake is van mogelijkheden in de sociale
                                            omgeving van de jeugdige om het vervoer te kunnen
                                            verzorgen.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>HET PERSOONSGEBONDEN BUDGET</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Voorwaarden persoonsgebonden budget (PGB)</titel></kop><al>Een jeugdhulpvoorziening kan in de vorm van een PGB worden verstrekt
                            indien:</al><lijst><li nr="1."><al>De jeugdige en/of diens ouders naar oordeel van het college
                                    bekwaam worden geacht om een PGB te beheren. Dit is het geval
                                    als:</al><lijst><li nr="a."><al>de jeugdige en/of diens ouders in staat zijn de eigen
                                            situatie te overzien, zelf zorg te kiezen, te regelen en
                                            aan te sturen, en de kwaliteit en voortgang van de zorg
                                            te bewaken en;</al></li><li nr="b."><al>de jeugdige en/of diens ouders goed op de hoogte zijn
                                            van de rechten en plichten die horen bij het beheer van
                                            een PGB en in staat zijn de aan het PGB verbonden taken
                                            op een verantwoorde wijze uit te voeren. Deze taken
                                            omvatten onder andere het afsluiten van een
                                            zorgovereenkomst, het nakomen van
                                            werkgeversverplichtingen en het afleggen van
                                            verantwoording over de besteding van het PGB.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Wanneer de jeugdige en/of diens ouders een vertegenwoordiger
                                    heeft om zijn/haar belangen ten aanzien van het PGB te
                                    behartigen en de aan het PGB verbonden taken uit te voeren,
                                    stelt het college aan deze persoon dezelfde eisen als aan de
                                    jeugdige en/of diens ouders.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer de jeugdige en/of diens ouders hebben aangegeven zorg in
                                    de vorm van een PGB te willen ontvangen gelden de volgende
                                    voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>De jeugdige en/of diens ouders stellen zelf of in
                                            samenspraak met iemand uit het eigen sociale netwerk dan
                                            wel een onafhankelijk cliëntondersteuner een persoonlijk
                                            plan inclusief budgetplan op.</al></li><li nr="b."><al>In het persoonlijk plan inclusief een budgetplan
                                            onderbouwt de jeugdige en/of diens ouders waarom zorg in
                                            natura niet passend is, hoe het budget wordt besteed,
                                            hoe de kwaliteit van de zorg/hulp gewaarborgd wordt en
                                            hoe de hulp wordt gecontinueerd bij afwezigheid van de
                                            hulpverlener door bijvoorbeeld ziekte of verlof.</al></li><li nr="c."><al>Het persoonlijk plan inclusief budgetplan is het
                                            uitgangspunt voor het plan van aanpak.</al></li><li nr="d."><al>Om de kwaliteitseisen omtrent een formele
                                            jeugdhulpaanbieder te waarborgen wordt bij het plan van
                                            aanpak inclusief budgetplan een ondertekende verklaring
                                            omtrent de kwaliteit en effectiviteit van de
                                            gekwalificeerde hulpverlener toegevoegd. In deze
                                            verklaring verklaart de hulpverlener dat en hoe hij aan
                                            de kwaliteitseisen voldoet.</al></li><li nr="e."><al>Op basis van het plan van aanpak inclusief budgetplan
                                            bepaalt het college de hoogte van het PGB. Dit wordt in
                                            de beschikking verwerkt. De hoogte van het PGB- bedrag
                                            wordt bepaald aan de hand van het budgetplan en de door
                                            het college vastgestelde PGB- tarievenlijst. Indien in
                                            het budgetplan gebruik wordt gemaakt van tarieven die
                                            hoger zijn dan de gehanteerde PGB- tarieven van gemeente
                                            De Ronde Venen, zullen ouders of de jeugdige het
                                            verschil zelf moeten bijbetalen. Het is niet toegestaan
                                            minder uren in te zetten om het verschil te compenseren,
                                            aangezien de jeugdige een hoeveelheid zorg heeft
                                            toegekend gekregen conform de Jeugdwet en zijn situatie.
                                            De PGB- tarievenlijst is te raadplegen op de website van
                                            de gemeente.</al></li><li nr="f."><al>De hoogte van het toegekende budget en het aantal uur
                                            inzet van de hulp, zoals in de beschikking staat
                                            vermeld, wordt aan de SVB toegezonden. De SVB verzoekt
                                            de budgethouder op basis van de beschikking met iedere
                                            betrokken zorgaanbieder een zorgovereenkomst aan te
                                            gaan.</al></li><li nr="g."><al>Alvorens de jeugdige en/of diens ouders kunnen
                                            declareren wordt de zorgovereenkomst aan de gemeente
                                            aangeboden om te accorderen. Er wordt gekeken of de
                                            overeenkomst in overeenstemming is met het plan van
                                            aanpak.</al></li><li nr="h."><al>De SVB controleert vervolgens of de zorgovereenkomst(en)
                                            en de uitgaven in overeenstemming zijn met de
                                            beschikking.</al></li><li nr="i."><al>Een deel van het persoonsgebonden budget is vrij
                                            besteedbaar en hoeft niet verantwoord te worden. Het
                                            vrij besteedbare bedrag is anderhalf procent (1,5%) van
                                            het netto budget met een minimum van € 100,00 en een
                                            maximum van € 1.250,00 per kalenderjaar.</al></li><li nr="j."><al>De volgende uitgaven mogen niet worden betaald uit het
                                            PGB:</al><lijst><li nr="-"><al>kosten voor bemiddeling;</al></li><li nr="-"><al>kosten voor het voeren van een
                                                  PGB-administratie;</al></li><li nr="-"><al>kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en
                                                  beheren van het PGB;</al></li><li nr="-"><al>kosten voor het lidmaatschap van Per Saldo;</al></li><li nr="-"><al>alle zorg en ondersteuning die onder een andere
                                                  wet dan de Jeugdwet of de <extref doc="1.0:v:BWBR0035362" struct="BWB">Wmo
                                                  2015</extref> vallen;</al></li><li nr="-"><al>alle zorg en ondersteuning die onder een
                                                  algemene voorziening en/of algemeen gebruikelijke
                                                  voorzieningen vallen;</al></li><li nr="-"><al>eigen bijdragen.</al></li></lijst></li><li nr="k."><al>Betaling vanuit een PGB is alleen mogelijk op
                                            declaratiebasis.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Wanneer de gekwalificeerde hulpverlener zich (nog) niet kan
                                    registreren in het Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) wordt
                                    beoordeeld of er sprake is van formele hulp. Er wordt beoordeeld
                                    of de hulpverlener beschikt over de juiste kwalificaties die
                                    relevant zijn voor het verlenen van de betreffende ondersteuning
                                    en waarbij het opleidingsniveau passend is bij het vastgestelde
                                    producttarief.</al><al>Onder juiste kwalificaties kan worden verstaan: in het bezit van
                                    relevante diploma’s en aangesloten zijn bij een
                                    beroepsvereniging.</al><al>Daarnaast geldt voor elke gekwalificeerde hulpverlener dat
                                    deze:</al><lijst><li nr="-"><al>beschikt over een VOG voor alle medewerkers;</al></li><li nr="-"><al>gebruik maakt van een hulpverleningsplan en dit
                                            periodiek bijstelt;</al></li><li nr="-"><al>een systeem heeft voor het bewaken, beheersen en
                                            verbeteren van de kwaliteit;</al></li><li nr="-"><al>zich houdt aan de meldcode huiselijk geweld en
                                            kindermishandeling;</al></li><li nr="-"><al>een meldplicht calamiteiten en geweld heeft;</al></li><li nr="-"><al>een vertrouwenspersoon in de gelegenheid stelt zijn taak
                                            uit te oefenen;</al></li><li nr="-"><al>over een klachtenregeling beschikt.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Beheer van het PGB mag niet worden uitgevoerd door de
                                    hulpverlener die ook uit het PGB wordt betaald, tenzij dit
                                    eerste of tweedegraads familie is.</al></li><li nr="6."><al>Indien uit het budgetplan blijkt dat adequate zorg niet mogelijk
                                    is voor tarieven zoals door het college vastgesteld in de PGB
                                    tarievenlijst wordt het bedrag aangepast tot ten hoogste 100%
                                    van de goedkoopste adequate oplossing in natura. Een eventueel
                                    hoger bedrag komt voor kosten van de ouders.</al></li><li nr="7."><al>Met een PGB kan zorg worden ingekocht bij iemand uit het eigen
                                    sociale netwerk van het gezin, zoals bepaald in artikel 5.2. Dit
                                    kan iemand van het gezin zijn of een andere informele
                                    hulpverlener uit het sociale netwerk. Voor het verlenen van hulp
                                    op het gebied van begeleiding, persoonlijke verzorging en kort
                                    verblijf zijn, onverminderd het bepaalde in artikel 5.2, geen
                                    aanvullende eisen geformuleerd. Wel is een VOG voor informele
                                    hulpverleners buiten de familie gewenst.</al></li><li nr="8."><al>Van alle hulpverleners die uit het PGB worden betaald,
                                    gekwalificeerd of uit het sociale netwerk, wordt verwacht dat
                                    zij afstemmen en samenwerken met andere hulpverleners die
                                    betrokken zijn bij de jeugdige en zijn gezin.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Persoonsgebonden budget in sociaal netwerk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De jeugdige en/of ouders aan wie een PGB wordt toegekend, kunnen
                                alleen jeugdhulp betrekken van personen die tot het sociale netwerk
                                behoren, als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzet van het sociaal netwerk is aantoonbaar beter;</al></li><li nr="b."><al>de geboden jeugdhulp is passend, adequaat en veilig;</al></li><li nr="c."><al>de personen uit het sociaal netwerk die de hulp gaan
                                        verlenen, hebben zich voldoende op de hoogte gesteld van de
                                        verantwoordelijkheden die aan het bieden van jeugdhulp
                                        verbonden zijn, en;</al></li><li nr="d."><al>er is bij de personen uit het sociaal netwerk die de hulp
                                        gaan verlenen geen sprake van overbelasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De jeugdige en/of ouders aan wie een PGB wordt toegekend kunnen
                                alleen jeugdhulp betrekken van personen die tot het sociale netwerk
                                behoren voor begeleiding, persoonlijke verzorging en kortdurend
                                verblijf. Dagactiviteiten kunnen niet geleverd worden door het
                                sociaal netwerk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In aanvulling op het eerste lid onder a, wordt inzet van het sociaal
                                netwerk met een PGB in ieder geval aantoonbaar beter geacht, indien
                                één of meerdere van de volgende omstandigheden aan de orde
                                zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de hulp is vooraf niet goed in te plannen;</al></li><li nr="b."><al>de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden;</al></li><li nr="c."><al>de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden
                                        worden;</al></li><li nr="d."><al>de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd;</al></li><li nr="e."><al>de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar
                                        zijn;</al></li><li nr="f."><al>de hulp moet vanwege de aard van de beperking worden geboden
                                        door een persoon met wie hij vertrouwd is en goed contact
                                        heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een gekwalificeerde hulpverlener die tot het sociale netwerk van de
                                cliënt behoort, ontvangt maximaal het tarief voor een persoon uit
                                het sociale netwerk.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De jeugdige en/of ouders dragen de verantwoordelijkheid voor het
                                bewaken van de kwaliteit van de jeugdhulp die zij betrekken van
                                personen die tot het sociale netwerk behoren.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De inzet van het sociale netwerk wordt vastgelegd in het
                                budgetplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Weigeringsgronden PGB</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een PGB op basis van de wet weigeren, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de jeugdige en/of beoogde budgethouder onjuiste
                                        of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking
                                        van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing
                                        zou hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>een of meerdere van de volgende omstandigheden van
                                        toepassing is op de jeugdige en/of zijn ouders: </al><lijst><li nr="-"><al>schuldenproblematiek; </al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>gok- of drugsverslaving; </al></li><li nr="-"><al>aangetoonde fraude, minder dan 5 jaar gleden; </al></li><li nr="-"><al>er is sprake van verstandelijke, fysieke en /of
                                                psychische omstandigheden bij de beoogde
                                                budgethouder;</al></li><li nr="-"><al>analfabetisme of onvoldoende taal- of
                                                rekenvaardigheid;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de jeugdige niet voldoet aan de aan het toekennen van een
                                        PGB verbonden voorwaarden;</al></li><li nr="d."><al>de jeugdige het PGB niet gebruikt of voor andere doeleinden
                                        gebruikt;</al></li><li nr="e."><al>het een spoedeisende situatie betreft. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Trekkingsrecht</titel></kop><al>In de <extref doc="1.0:v:BWBR0034925" struct="BWB">Jeugdwet</extref> is de verplichting opgenomen dat gemeenten PGB’s
                            uitbetalen in de vorm van trekkingsrecht. Dit houdt in dat de gemeente
                            het PGB niet op de bankrekening van de budgethouder stort, maar op
                            rekening van het servicecentrum PGB van de SVB. Budgethouders betalen de
                            zorgverleners niet meer zelf, ze moeten de SVB opdracht geven voor
                            betalingen aan hun zorgverleners. De budgethouder laat via declaraties
                            of facturen aan de SVB weten hoeveel uren hulp zijn geleverd en de SVB
                            zorgt vervolgens voor de uitbetaling aan de zorgverlener. De niet
                            bestede PGB- bedragen worden door de SVB na afloop van de
                            verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente. Ook de PGB’s voor
                            een hulpmiddel of voorziening moeten worden overgemaakt naar de SVB,
                            waarna de SVB de ingezonden facturen betaalt.</al><al>Om PGB via trekkingsrecht te kunnen uitvoeren, moet de budgethouder een
                            zorgovereenkomst hebben met de zorgverlener. Betaling vanuit het PGB is
                            pas mogelijk na controle en akkoord van het college op de ingezonden
                            zorgovereenkomst. Bij elke betaalopdracht controleert de SVB of de
                            betaling klopt met deze zorgovereenkomst. Als de SVB geen
                            zorgovereenkomst heeft, kan de zorgverlener niet betaald worden. De
                            budgethouder is verantwoordelijk voor het in de gaten houden van de
                            betalingen uit het PGB. De budgethouder ontvangt elke maand een
                            budgetoverzicht. Dit budgetoverzicht is ook digitaal in te zien.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>VERTROUWENSPERSOON EN CLIËNTONDERSTEUNING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Vertrouwenspersoon</titel></kop><al>Iedere jeugdige, ouder en pleegouder die vragen, klachten over en/of
                            problemen heeft met zijn/haar (rechts)positie en over de (toeleiding
                            naar) jeugdhulp, mag een beroep doen op een bij wet ingestelde
                            onafhankelijke vertrouwenspersoon. In de regio Utrecht is de
                            onafhankelijke regeling voor klachten over de inhoud/uitvoering van de
                            zorg belegd bij het AKJ (Advies en klachtenbureau Jeugdzorg).</al><al><cursief>Contactgegevens</cursief></al><al>Het Advies en klachtenbureau Jeugdzorg is bereikbaar via 088-5551000 of
                            via email: info@akj.nl.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Cliëntondersteuning</titel></kop><al>Op basis van de <extref doc="1.0:v:BWBR0035362" struct="BWB">Wmo
                                2015</extref> zijn gemeenten verantwoordelijk voor onafhankelijke
                            cliëntondersteuning aan alle inwoners. Cliëntondersteuning bestaat uit
                            het bieden van informatie, advies en algemene ondersteuning, die
                            bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie.
                            Wanneer een inwoner zich meldt met een hulpvraag, moet hij gebruik
                            kunnen maken van cliëntondersteuning. Bijvoorbeeld voor hulp bij het
                            opstellen van een familiegroepsplan of ter voorbereiding op het brede
                            gesprek. Hiervoor kan iemand uit het sociale netwerk (familie, vrienden)
                            ingezet worden, maar het kan ook een professionele hulpverlener zijn.
                            Het college maakt afspraken over de invulling van deze vorm van gratis
                            en onafhankelijke cliëntondersteuning en publiceert de contactgegevens
                            op de website.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>MEDEZEGGENSCHAP</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Medezeggenschap</titel></kop><al>Het Participatieplatform Sociaal Domein De Ronde Venen kan het college
                            voorstellen doen voor het beleid betreffende jeugdhulp, en het college
                            adviseren bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen
                            betreffende jeugdhulp. Het college voorziet hierbij het
                            Participatieplatform Sociaal Domein De Ronde Venen van ondersteuning om
                            zijn rol effectief te kunnen vervullen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen waarin deze nadere regels niet voorzien beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2</nr><titel>Afwijken van bepalingen</titel></kop><al>Het college kan afwijkingen van de bepalingen in deze nadere regels
                            indien toepassing hiervan, gelet op het belang van de jeugdige en/of
                            diens ouders, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Het van
                            toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het
                            besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3</nr><titel>Intrekking en overgangsrecht</titel></kop><al>De Nadere regels bij Jeugdverordening De Ronde Venen 2016 worden
                            ingetrokken met dien verstande dat deze van toepassing blijven op
                            aanvragen om jeugdhulp die voor de datum van intrekking zijn
                            ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.4</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De nadere regels treden in werking op de dag na die van
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels bij
                                Jeugdverordening De Ronde Venen 2017.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2017-10-24">Aldus besloten in de collegevergadering van 24
                            oktober 2017 te Mijdrecht.</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening>Burgemeester en wethouders van De Ronde Venen,</ondertekening><ondertekening><functie>de secretaris</functie></ondertekening><ondertekening>Lilian Schreurs</ondertekening><ondertekening><functie>de burgemeester</functie></ondertekening><ondertekening>Maarten Divendal</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage 1. Gebruikelijke hulp en algemeen gebruikelijke
                        voorzieningen</titel></kop><al>Voor gebruikelijke zorg worden al jaren door gemeenten protocollen toegepast bij
                    de verstrekking van huishoudelijke hulp. Voor een beschrijving van gebruikelijke
                    hulp sluiten we aan bij het door het CIZ ontwikkelde protocol gebruikelijke
                    zorg. Dit protocol wordt reeds binnen de huidige AWBZ gehanteerd en door veel
                    gemeenten ook voor de hulp bij het huishouden in de Wmo. Zie daarvoor ook
                        <extref doc="www.ciz.nl" struct="INTERNET">www.ciz.nl</extref>.</al><al>Hierna worden een vrij uitgebreide beschrijving en richtlijnen gegeven van
                    gebruikelijke hulp en gebruikelijke voorzieningen. Dit laat onverlet dat - zoals
                    in de inleiding reeds is geformuleerd – maatwerk steeds leidend is.</al><tussenkop>Gebruikelijke hulp</tussenkop><al>Onder gebruikelijke hulp wordt verstaan de hulp, zorg of ondersteuning die naar
                    algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de
                    ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten rekening houdend met de eigen
                    mogelijkheden, het probleemoplossend vermogen en passend bij de leeftijd van de
                    jeugdige.</al><al>Bij gebruikelijke hulp gaat het om de ondersteuning-, zorg- en opvoedingstaken
                    van de ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten die aansluiten bij de
                    zelfredzaamheid en andere ontwikkelingstaken van de jeugdige. Ook kan hierbij
                    gedacht worden aan de rol van grootouders, buren, school en anderen binnen het
                    sociaal netwerk.</al><al>Het hangt af van de sociale relatie welke zorg mensen elkaar bieden. Hoe
                    intiemer de relatie, des te meer zorg mensen elkaar geven. Als het gebruikelijk
                    is dat mensen in een bepaalde relatie elkaar zorg bieden, bijvoorbeeld ouders
                    aan hun kinderen, dan wordt daar rekening mee gehouden bij de zorg- of
                    ondersteuningsvraag.</al><tussenkop>Belangrijke uitgangspunten</tussenkop><al>Bij gebruikelijke hulp wordt een onderscheid gemaakt in kortdurende en
                    langdurige situaties.</al><lijst><li nr="•"><al>Kortdurend: er is uitzicht op herstel. Het gaat hierbij over het
                            algemeen over een periode van maximaal drie maanden.</al></li><li nr="•"><al>Langdurig: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de
                            hulp langer dan drie maanden nodig zal zijn.</al></li></lijst><al>Algemeen aanvaarde maatstaven:</al><lijst><li nr="•"><al>In kortdurende situaties (maximaal 3 maanden) wordt alle persoonlijke
                            verzorging, begeleiding en verpleging aan kinderen als gebruikelijke
                            hulp geboden.</al></li><li nr="•"><al>In langdurige situaties is de hulp, waarvan kan worden gezegd dat deze
                            op basis van algemeen aanvaarde maatstaven door de sociale omgeving
                            (ouders, partners, volwassen inwonende kinderen en andere volwassen
                            huisgenoten) aan de jeugdige moet worden geboden, gebruikelijke
                            hulp.</al></li><li nr="•"><al>Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouders aan jeugdigen is
                            tot een leeftijd van 17 jaar gebruikelijke hulp, zowel in kortdurende
                            als langdurige situaties.</al></li><li nr="•"><al>Voor zover een partner, ouder, volwassen kind en/of andere volwassen
                            huisgenoot overbelast is of dreigt te raken, wordt van hem geen
                            gebruikelijke persoonlijke verzorging, verpleging en/of begeleiding
                            verwacht, totdat deze dreigende overbelasting is opgeheven.</al></li><li nr="•"><al>Een jeugdige is aangewezen op Jeugdhulp als het gaat om een chronische
                            situatie, waarbij de gebruikelijke begeleiding in vergelijking tot
                            gezonde kinderen van dezelfde leeftijdscategorie substantieel wordt
                            overschreden.</al></li></lijst><tussenkop>Gebruikelijke hulp voor jeugdigen</tussenkop><al>Voor jeugdigen geldt dat er een bandbreedte is in het normale
                    ontwikkelingsprofiel. Ook tussen jeugdigen van dezelfde leeftijd zonder
                    “zorg-grondslag” kan de omvang van de hulp (per dag) verschillen. Het ene kind
                    is nu eenmaal gemakkelijker dan het andere kind. Gebruikelijke hulp bij
                    jeugdigen kan activiteiten omvatten die niet standaard bij alle jeugdigen
                    voorkomen.</al><al>Van bovengebruikelijke hulp bij jeugdigen in chronische situaties is pas sprake
                    wanneer de omvang van de zorg substantieel meer is dan bij een jeugdige zonder
                    “zorg-grondslag” van dezelfde leeftijd gemiddeld nodig heeft.</al><al>Inzet en begeleiding voor persoonlijke verzorging bij jeugdigen tot 3 jaar komt
                    in de praktijk niet vaak voor (kinderen in deze leeftijd hebben volledige
                    verzorging en begeleiding van een ouder nodig). Bij kinderen tot 3 jaar is
                    sprake van totale afhankelijkheid van de ouder in het voorzien van de primaire
                    behoeften. Om deze reden kan geen aanspraak worden gedaan op een
                    maatwerkvoorziening als extra begeleiding of persoonlijke verzorging.</al><al>Voor kinderen van 12 jaar of ouder geldt nog in het bijzonder dat geen
                    ondersteuning op het gebied van zorg binnen de gebruikelijke hulp van de ouder
                    wordt verwacht wanneer het kind geen intieme persoonlijke verzorging of
                    verpleging wil ontvangen van de ouder. Kinderen vanaf 12 jaar hebben eigen
                    beslisbevoegdheid wat betreft de lichamelijke integriteit.</al><al>Richtlijnen ten aanzien van gebruikelijke hulp van ouders voor kinderen met een
                    normaal ontwikkelingsprofiel in verschillende levensfasen van het kind:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry nameend="colB" namest="colA"><al>Richtlijnen ten aanzien van gebruikelijke hulp van ouders
                                        voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel in
                                        verschillende levensfasen van het kind: </al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al><cursief>Kinderen van 0 tot 3 jaar</cursief></al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Hebben bij alle activiteiten zorg van een ouder nodig;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en
                                        verplaatsen;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en
                                        verplaatsen;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en
                                        verplaatsen;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun
                                        psychomotorische ontwikkeling;</al></entry></row><row><entry><al>• </al></entry><entry><al> Hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de
                                        fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend
                                        pedagogisch klimaat wordt geboden.</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al><cursief>Kinderen van 3 tot 5 jaar</cursief></al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht
                                        kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijvoorbeeld de
                                        ouder kan de was ophangen in een andere kamer);</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun
                                        psychomotorische ontwikkeling;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan
                                        en lopen;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Ontvangen zindelijkheidstraining van ouders/verzorgers;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Hebben gedeeltelijk hulp en volledig stimulans en toezicht
                                        nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in en uit bed
                                        komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Hebben begeleiding nodig bij hun spel en
                                        vrijetijdsbesteding;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te
                                        begeven;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke
                                        en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend
                                        pedagogisch klimaat wordt geboden.</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al><cursief>Kinderen van 5 tot 12 jaar</cursief></al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op
                                        school, oplopend van 22 tot 25 uur per week;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht
                                        kan op enige afstand (bijvoorbeeld het kind kan buitenspelen
                                        in de directe omgeving van de woning als de ouder thuis
                                        is);</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun
                                        persoonlijke verzorging;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun
                                        psychomotorische ontwikkeling;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Zijn overdag zindelijk, en ‘s nachts merendeels ook;
                                        ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de
                                        ouders/verzorgers;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer
                                        wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging
                                        van school of vrijetijdsbesteding gaan;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke
                                        en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend
                                        pedagogisch klimaat wordt geboden.</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al><cursief>Kinderen van 12 tot 18 jaar</cursief></al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten
                                        worden;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar
                                        weinig toezicht nodig;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op
                                        school/opleiding;</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en
                                        ontwikkeling (bijvoorbeeld huiswerk of het zelfstandig gaan
                                        wonen);</al></entry></row><row><entry><al>•</al></entry><entry><al>Hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig
                                        waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en
                                        een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Een verdere toelichting op gebruikelijke hulp kan onder meer gevonden worden in
                    het protocol gebruikelijke zorg van het CIZ.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>