<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR478747_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening 2018</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hilversum</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hilversum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2017, nr. 224229,
                19-12-2017</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Hilversum 2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 149 Gemeentewet, art. 2a Wegenverkeerswet 1994</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-12-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening 2018</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit</al><al>De raad van de gemeente Hilversum,</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 oktober
                        2017;</al><al>Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de
                        Wegenverkeerswet 1994 ;</al><al>gezien het advies van de commissie Verkeer en Beheer van 22 november
                        2017,</al><al>besluit:</al><al>Vast te stellen de Parkeerverordening 2018</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 december
                        2017.</al><al>de griffier,</al><al>de burgemeester,</al><al>P.M.H. van Ruitenbeek</al><al>P.I. Broertjes</al><al><vet>Parkeerverordening Hilversum 2018</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>adres</cursief></vet>: een straatnaam en een
                                    huisnummer, waarvan het huisnummer aan het object is toegewezen
                                    op basis van een definitief huisnummerbesluit;</al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>autodate:</cursief></vet> het herhaald en
                                    opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond
                                    van een overeenkomst tussen een natuurlijke persoon en een
                                    professionele autodateaanbieder;</al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>autodateplaats:</cursief></vet> een parkeerplaats
                                    aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodate;</al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>belanghebbendenplaats</cursief></vet>: een
                                    parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het
                                    RVV 1990, of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9
                                    uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor
                                    zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li><li nr="e."><al><vet><cursief>bewoner:</cursief></vet> inwoner van de gemeente
                                    Hilversum die staat ingeschreven als ingezetene in de
                                    Basisregistratie Personen (Brp) van de gemeente Hilversum;</al></li><li nr="f."><al><vet><cursief>centrale computer:</cursief></vet> computer van
                                    het bedrijf waarmee de gemeente Hilversum een overeenkomst heeft
                                    gesloten, of computer van de gemeente Hilversum bestemd voor de
                                    registratie van parkeerbewegingen en parkeerrechten in het kader
                                    van het verlenen van diensten op het gebied van fiscaal parkeren
                                    met gebruik van telefoon en communicatiemiddelen;</al></li><li nr="g."><al><vet><cursief>college:</cursief></vet> het college van
                                    burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum;</al></li><li nr="h."><al><vet><cursief>experiment:</cursief></vet> tijdelijke proef met
                                    een vorm van parkeerregulering die buiten de bepalingen van deze
                                    verordening valt;</al></li><li nr="i."><al><vet><cursief>gehandicaptenparkeerkaart:</cursief></vet> een
                                    vergunning waarmee bij algemene en kenteken gebonden
                                    gehandicapten parkeerplaatsen geparkeerd mag worden en waarmee
                                    in combinatie met een parkeerschijf maximaal drie uur geparkeerd
                                    mag worden bij betaald parkeerplaatsen en
                                    vergunninghouderplaatsen;</al></li><li nr="j."><al><vet><cursief>houder: </cursief></vet>degene die naar de
                                    omstandigheden als houder van een voertuig moet worden
                                    beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is
                                    ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb.
                                    1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als
                                    houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het
                                    motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in
                                    het register was ingeschreven.</al></li></lijst><al>Als houder van een motorvoertuig wordt mede beschouwd:</al><lijst><li nr="-"><al>degene die gebruik maakt van een leaseauto, zoals blijkt uit een
                                    verklaring ter zake van de kentekenhouder
                                    (leasemaatschappij);</al></li><li nr="-"><al>de werknemer die (nagenoeg) permanent ten behoeve van zijn
                                    werkzaamheden de beschikking heeft over een voertuig dat op naam
                                    staat van zijn werkgever, zoals blijkt uit een verklaring ter
                                    zake van de werkgever;</al><lijst><li nr="k."><al><vet><cursief>motorvoertuig:</cursief></vet> hetgeen
                                            daaronder wordt verstaan in het RVV 1990, met inbegrip
                                            van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV
                                            1990, met uitzondering van motorfiets zoals bedoeld in
                                            artikel 1 van het RVV 1990 en de geldigheid van het
                                            kenteken van het motorvoertuig niet door de dienst
                                            Wegverkeer is geschorst;</al></li><li nr="l."><al><vet><cursief>parkeerapparatuur</cursief></vet><vet>:
                                            </vet>parkeer meters, voor het betalen van de
                                            parkeerbelasting ingerichte mobiele telefoons,
                                            parkeerautomaten; met inbegrip van
                                            verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar
                                            maatschappelijke opvatting overigens onder
                                            parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="m."><al><vet><cursief>parkeerapparatuurplaats:</cursief></vet>
                                            een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt
                                            geheven door middel van parkeerapparatuur;</al></li><li nr="n."><al><vet><cursief>parkeerrecht</cursief></vet><vet>:</vet>
                                            het recht dat op basis van het vigerende parkeerbeleid
                                            aan een natuurlijke of rechtspersoon wordt gegeven om
                                            een motorvoertuig te parkeren;</al></li><li nr="n."><al><vet><cursief>parkeren:</cursief></vet> het gedurende
                                            een aaneengesloten periode doen of laten staan van een
                                            motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is
                                            voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                            uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden
                                            of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen
                                            voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of
                                            weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet
                                            ingevolge een wettelijke voorschrift is verboden;</al></li><li nr="o."><al><vet><cursief>RVV 1990:</cursief></vet> het Reglement
                                            verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="p."><al><vet><cursief>vergunning:</cursief></vet> een door het
                                            college verleende vergunning, krachtens welke het is
                                            toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                                            aangewezen parkeerapparatuur- of
                                            belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="q."><al><vet><cursief>vergunninghouder:</cursief></vet> de
                                            natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="r."><al><vet><cursief>zelfstandige woning:</cursief></vet>
                                            woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner
                                            kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van
                                            wezenlijke voorzieningen buiten die woning.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Gebieden voor vergunninghouders en vergunningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Gebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders.
                                Het college kan hierbij onderscheid maken in categorieën van houders
                                en soorten vergunningen als bedoeld in artikel 3, derde lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren op de in het eerste lid bedoelde
                                weggedeelten (alleen) aan vergunninghouders is toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, met inachtneming van het bepaalde in deze
                                verordening, nadere regels stellen aangaande:</al><lijst><li nr="a."><al>het aanvragen, verlenen, intrekken, wijzigen en ontzeggen
                                        van vergunningen;</al></li><li nr="b."><al>het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen per
                                        (deel)gebied waar parkeerregulering van kracht is;</al></li><li nr="c."><al>de geldigheid van vergunningen;</al></li><li nr="d."><al>het gebruik van vergunningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de houder van een motorvoertuig die bewoner is van een
                                        zelfstandige woning gelegen in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn
                                            <vet>(bewonersvergunning);</vet></al></li><li nr="b."><al>de houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf
                                        uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede
                                        door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn <vet>(zakelijke
                                            vergunning);</vet></al></li><li nr="c."><al>een bedrijf of instelling gevestigd in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn ten
                                        behoeve van zijn werknemer die houder is van een
                                        motorvoertuig, terwijl de parkeerdruk in de directe omgeving
                                        van het bedrijf laag is
                                        (<vet>werknemersvergunning);</vet></al></li><li nr="d."><al>de houder van een motorvoertuig die incidenteel
                                        werkzaamheden uitvoert in het Centrumgebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en waarbij
                                        het noodzakelijk is gezien de werkzaamheden in de directe
                                        omgeving van die werkzaamheden op het maaiveld te parkeren
                                            <vet>(incidentele vergunning Centrum);</vet></al></li><li nr="e."><al>de houder van een motorvoertuig die bewoner is van een
                                        zelfstandige woning gelegen in het Centrumgebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, die op
                                        straat en in parkeergarage Gooiland wil parkeren
                                            <vet>(combinatievergunning Centrum);</vet></al></li><li nr="f."><al>de bewoner die binnen loopafstand van een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn,
                                        woonachtig is op een locatie waar de parkeerdruk hoog is,
                                        terwijl de parkeerdruk in de directe omgeving binnen het
                                        gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn laag is<vet> (overloopvergunning);</vet></al></li><li nr="g."><al>de houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate,
                                        indien de houder overeenkomsten heeft gesloten met
                                        natuurlijke personen die woonachtig zijn in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn
                                            <vet>(autodatevergunnning);</vet></al></li><li nr="h."><al>de houder van een motorvoertuig die bewoner is van een
                                        zelfstandige woning gelegen in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten
                                        behoeve van het parkeren van het motorvoertuig van degene
                                        die hem of haar bezoekt
                                        <vet>(bezoekersvergunning);</vet></al></li><li nr="i."><al>degene die bewoner is in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die
                                        aantoonbaar mantelzorg behoeft
                                            <vet>(mantelzorgvergunning);</vet></al></li><li nr="j."><al>huisartsen, verloskundigen, thuiszorginstellingen,
                                        ambulancediensten voor dieren en andere professionele
                                        (eerstelijns) zorginstellingen die in het kader van de
                                        uitoefening van het beroep geregeld op wisselende locaties
                                        in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn, moeten parkeren <vet>(zorgvergunning);
                                        </vet></al></li><li nr="k."><al>de houder van een motorvoertuig die standplaatshouder op de
                                        warenmarkt te Hilversum is en aan wie een
                                        marktstandplaatsvergunning voor de warenmarkt is verleend
                                            <vet>(marktparkeervergunning); </vet></al></li><li nr="l."><al>de houder van een motorvoertuig die wil parkeren in een
                                        gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn <vet>(algemene vergunning); </vet>of</al></li><li nr="m."><al>burgers waarvan de huwelijksvoltrekking voor op het Raadhuis
                                        plaats vindt, en maximaal 4 van hun gasten
                                            <vet>(parkeervergunning huwelijk).</vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gehandicaptenparkeerkaarten als bedoeld in hoofdstuk IV van het
                                Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer worden voor
                                de toepassing van deze verordening gelijkgesteld met een
                                parkeervergunning waarmee bij een algemene of kentekengebonden
                                gehandicaptenparkeerplaats geparkeerd mag worden en waarmee in
                                combinatie met een parkeerschijf maximaal drie uur geparkeerd mag
                                worden bij betaald parkeerplaatsen en vergunninghouderplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal
                                uit te geven vergunningen per (deel)gebied en per categorie
                                vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een vergunning voor
                                autodate kan het college voorschriften en beperkingen verbinden die
                                strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of
                                beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of
                                schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet
                                milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van
                                selectief autogebruik.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een parkeervergunning wordt ingediend middels een
                                daartoe bestemd door het college vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen worden behandeld in de volgorde van datum van binnenkomst,
                                waarbij de datum dat de aanvraag volledig is, geldt als datum van
                                binnenkomst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist binnen zes weken na ontvangst van een aanvraag
                                voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan, de in het tweede lid genoemde termijn met ten
                                hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld, zulks voordat de
                                in het tweede lid genoemde termijn is verstreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorwaarden aan de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste twaalf kalendermaanden
                                verleend, tenzij op de vergunning anders staat aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan besluiten een vergunning te verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning bevat- voor zover van toepassing- in ieder geval de
                                volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het (deel)gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de tijden waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="d."><al>het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is
                                        verleend;</al></li><li nr="e."><al>de voorwaarden waaraan de vergunninghouder zich dient te
                                        houden;</al></li><li nr="f."><al>de naam/codering van de vergunninghouder;</al></li><li nr="g."><al>de naam van het type vergunning.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Gebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats of een autodateplaats slechts aan
                                vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren
                                of geparkeerd te houden in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                en tweede lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>In werking stellen apparatuur</titel></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Slotbepalingen, overgangsrecht en citeertitel.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Experimenten</titel></kop><al>Het college kan voor een gebied waar parkeerregulering op grond van deze
                            verordening is ingevoerd een experiment houden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan van het bepaalde in artikel 3 van deze verordening
                            afwijken voor zover onverkorte toepassing, gelet op het belang dat ten
                            grondslag ligt aan deze regeling, leidt tot apert onbillijke en niet
                            beoogde uitkomsten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Parkeerverordening
                                    Hilversum 2018’.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2018.</al></li><li nr="3."><al>Vergunningen die zijn verleend op basis van de
                                    Parkeerverordening Hilversum 2014 blijven, indien deze niet
                                    worden ingetrokken op basis van de Parkeerverordening Hilversum
                                    2018, van kracht voor de tijd dat deze zijn verleend.</al></li><li nr="4."><al>Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                    Parkeerverordening Hilversum 2014.</al></li></lijst><al><vet>Ondertekening</vet></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Parkeerbeleid is vanouds een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk verkeer-
                    en vervoerbeleid. Parkeerbeleid is van belang in verband met de verbetering van
                    de bereikbaarheid en leefbaarheid op lokaal en regionaal niveau. Via
                    parkeerbeleid kunnen gemeenten de verdeling van de vaak schaarse parkeerruimte
                    reguleren en overlast voorkomen. Een goed instrument dat gemeenten kunnen
                    gebruiken voor de parkeerregulering is het invoeren van betaald parkeren en
                    parkeren door vergunninghouders en autodate. Veel grote en middelgrote gemeenten
                    passen dit instrument reeds vele jaren toe.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Aanhef</tussenkop><al>In de aanhef van de Parkeerverordening staan de artikelen 149 Gemeentewet en 2a
                    Wegenverkeerswet 1994 opgenomen. Op grond van het eerste artikel mogen autonome
                    verordeningen worden opgesteld en op grond van het tweede artikel behouden
                    gemeenten hun autonome regelgevende bevoegdheid ten aanzien van het onderwerp
                    waarin de Wegenverkeerswet voorziet, voor zover die regels niet in strijd zijn
                    met de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels en voor zover
                    verkeerstekens krachtens deze wet zich daar niet toe lenen.</al><tussenkop>AFDELING I DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Definities en begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de verordening
                    voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in artikel 1.</al><al><vet><cursief>autodate</cursief></vet> onder autodate wordt verstaan het
                    herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van een auto op basis van een
                    overeenkomst tussen een particulier en een rechtspersoon. Vergunningen voor
                    aanbieders van motorvoertuigen bestemd voor autodate, worden verleend met het
                    oog op de bijdrage die daardoor kan worden geleverd aan het selectief gebruik
                    van de auto.</al><al/><al><vet><cursief>autodateplaats</cursief></vet> een plaats aangewezen conform het
                    RVV bestemd voor een auto die in gebruik ten behoeve van autodate. </al><al/><al><vet><cursief>houder</cursief></vet> voor de houder van motorvoertuigen wordt
                    gekeken naar degene die naar de omstandigheden beoordeeld als houder van het
                    motorvoertuig moet worden beschouwd. Voor de houders van motorvoertuigen die
                    zijn ingeschreven in het kentekenregister wordt gekeken naar degene op wiens
                    naam het voor dat motorrijtuig afgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was
                    ingeschreven. </al><al>Als houder van een motorvoertuig wordt mede beschouwd degene die een leaseauto
                    of een bedrijfsauto heeft. Als het kentekenbewijs niet op naam van de aanvrager
                    staat, omdat het een bedrijfs- of een leaseauto betreft, dan wordt gevraagd
                    extra documenten te overleggen. Voor een bedrijfsauto is een verklaring van de
                    werkgever nodig (op officieel briefpapier en maximaal een maand oud) waarin
                    staat dat de aanvrager de werknemer is van het bedrijf en vaste bestuurder van
                    de auto is. Voor een leaseauto is dat (een kopie van) de leaseovereenkomst
                    waarin staat dat de aanvrager de gebruiker is van de auto. Staat de
                    leaseovereenkomst op naam van de werkgever dan is aanvullend een verklaring van
                    de werkgever nodig (zoals boven beschreven).</al><al/><al><vet><cursief>motorvoertuig</cursief></vet> Op grond van artikel 225 van de
                    Gemeentewet kunnen parkeerbelastingen worden geheven voor het parkeren met
                    voertuigen. In de Parkeerverordening is ervoor gekozen om de werking van deze
                    verordening te beperken tot motorvoertuigen, zoals bedoeld in artikel 1 onder z
                    van het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen en met uitzondering van een
                    motorfiets. In dit artikel van het RVV wordt onder motorvoertuigen verstaan:
                    ‘alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met
                    trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails
                    te worden voortbewogen’. </al><al>Een brommobiel is in het RVV 1990 (art. 1) gedefinieerd als een bromfiets op
                    meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie. Brommobielen vallen
                    dus niet onder de definitie van motorvoertuigen. In artikel 2a van het RVV 1990
                    is echter bepaald dat de regels voor motorvoertuigen ook van toepassing zijn op
                    brommobielen en de bestuurders en passagiers van brommobielen. Bestuurders van
                    brommobielen moeten zich in het verkeer dus gedragen als een ‘gewone’
                    automobilist. Dit geldt ook voor het parkeren met een brommobiel. Daarom is
                    ervoor gekozen de Parkeerverordening en de Verordening parkeerbelastingen ook
                    van toepassing te verklaren op brommobielen. </al><al>De praktijk is dat er geen parkeervergunningen worden verstrekt aan
                    motorfietsen. De verordening is op deze praktijk aangepast. De verdeling van de
                    schaarse parkeerruimte is één van de belangen die ten grondslag ligt aan deze
                    regeling. Een motorfiets neemt relatief weinig ruimte in beslag en wordt over
                    het algemeen op eigen terrein of op de stoep (rekening houdend met andere
                    gebruikers van de stoep) geparkeerd. Het is niet wenselijk dat motoren gebruik
                    maken van de regulier (schaarse) parkeerplaatsen, daar waar een redelijk
                    alternatief aanwezig is. In geval van incidentele situaties dat er geen redelijk
                    alternatief aanwezig is, zal een oplossing worden gezocht samen met de
                    motorfietshouder. </al><al/><al><vet><cursief>parkeren</cursief></vet> in de Parkeerverordening is aansluiting
                    gezocht bij de definitie van het begrip parkeren in artikel 225 van de
                    Gemeentewet en dus niet bij de definitie uit artikel 1 onder ac. van het RVV
                    1990. Er is gekozen voor deze definitie, omdat het invoeren van betaald parkeren
                    en vergunninghoudersparkeren ook gebaseerd is op artikel 225 van de
                    Gemeentewet.</al><al/><al><vet><cursief>zelfstandige woning</cursief></vet> een zelfstandige woning is een
                    woning met een eigen toegang waarbij men keuken, douche en toilet niet hoeft te
                    delen met andere bewoners van het pand. Een onvrije woning valt onder de
                    definitie van een zelfstandige woning. Wanneer een of meerdere voorzieningen
                    (keuken, douche of toilet) worden gedeeld spreekt men van kamerbewoning.</al><tussenkop>Afdeling II Gebieden voor vergunninghouders en vergunningen</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Gebieden</tussenkop><al>Vergunningen voor het parkeren op parkeerapparatuur- en/of
                    belanghebbendenplaatsen worden uitgegeven op basis van de Parkeerverordening.
                    Het aanwijzen van de plaatsen waar met een dergelijke vergunning geparkeerd kan
                    worden dient daarom bij of krachtens deze verordening te gebeuren. Los daarvan
                    staat het heffen van rechten voor het uitgeven van de vergunning. Dit gebeurt op
                    basis van de Verordening Parkeerbelastingen. Uit praktische overwegingen is de
                    aanwijzingsbevoegdheid bij burgemeester en wethouders neergelegd.</al><al>De aanwijzing van belanghebbendengebieden is alleen mogelijk voor gebieden waar
                    een parkeerdruk van meer dan 85% is en nadat toepassing is gegeven aan het
                    vigerende uitbreidingsbeleid. </al><tussenkop>Artikel 3 Vergunningverlening</tussenkop><al>In dit artikel wordt aangegeven welke bevoegdheden het college heeft ten aanzien
                    van de parkeervergunningverlening. De bevoegdheden voor het college zijn ten
                    opzichte van de Parkeerverordening 2007 verruimd. </al><al><vet>Lid 1 </vet>betreft de bevoegdheid om parkeervergunningen af te geven voor
                    het parkeren op plaatsen voor belanghebbenden of met parkeerapparatuur. </al><al><vet>Lid 2</vet> onder a betreft de bevoegdheid om nadere regels te stellen voor
                    het aanvragen, verlenen, intrekken, wijzigen en ontzeggen van een
                    parkeervergunning.</al><al><vet>Lid 2 b </vet>onder b betreft de bevoegdheid om nadere regels te stellen
                    voor het maximaal aantal uit te geven vergunningen Dit is dus niet het
                    vergunningenplafond zelf, maar de wijze waarop tot een vergunningenplafond wordt
                    gekomen. Het vergunningenplafond zelf is in artikel 3 lid 6 opgenomen.</al><al><vet>Lid 2 onder c</vet> betreft de bevoegdheid om nadere regels te stellen voor
                    de geldigheid van vergunningen;</al><al><vet>Lid 2 onder d </vet>betreft de bevoegdheid om nadere regels te stellen voor
                    het gebruik van vergunningen. </al><al><vet>Lid 3.</vet> In dit artikellid worden de vergunningsoorten limitatief
                    benoemd. In Parkeerverordening 2018 zijn de volgende vergunningsoorten in
                    navolging van de Parkeernota 2017 zoals vastgesteld door de raad op 7 juni 2017
                    opgenomen: de werknemersvergunning, incidentele vergunning Centrum,
                    combinatievergunning Centrum, overloopvergunning en mantelzorgvergunning. </al><al><vet>Lid 4.</vet> De gehandicaptenparkeerkaart wordt gelijk gesteld met een
                    parkeervergunning, zodat houders van een gehandicaptenparkeerkaart niet
                    geconfronteerd worden met administratieve lasten. </al><al><vet>Lid 5.</vet> Het college is bevoegd om een plafond in te stellen per
                    (deel)gebied en per categorie. </al><al><vet>Lid 6.</vet> Het college is bevoegd om voorschriften en beperkingen te
                    verbinden aan de vergunning. </al><tussenkop>Artikel 4 Aanvragen</tussenkop><al>Het college stelt het aanvraagformulier van een parkeervergunning vast. De
                    aanvraag wordt schriftelijk ingediend. Aan de eis van schriftelijkheid is ook
                    voldaan indien de aanvraag langs elektronische weg wordt gedaan. Het merendeel
                    van de parkeervergunningen kan sinds 1 januari 2017 digitaal worden aangevraagd. </al><al>Op het formulier kunnen de meest relevante gegevens worden ingevuld. Indien
                    extra documenten zijn vereist zoals een leasecontract dan dient de aanvrager
                    deze mee te sturen. Een rijbewijs of kentekenbewijs is niet meer noodzakelijk,
                    aangezien de gemeente toegang heeft om dit in te zien. De beginselen van
                    behoorlijk bestuur eisen dat binnen een redelijke termijn een beslissing wordt
                    genomen op een aanvraag voor een vergunning. Om op dit punt voor de aanvrager
                    duidelijkheid te verschaffen, zijn de termijnen in de verordening zelf
                    opgenomen. Een aanvraag wordt in het merendeel van de gevallen direct
                    afgehandeld. </al><tussenkop>Artikel 5 Voorwaarden aan de vergunning</tussenkop><al>De geldigheidsduur van een jaar geldt niet voor de incidentele vergunning
                    Centrum. In de vergunning staan de voorwaarden vermeld waaronder de vergunning
                    geldt. </al><tussenkop>Afdeling III Verbodsbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 6 Gebruik</tussenkop><al><vet>Lid 1 </vet>van dit artikel is opgenomen voor situaties waarin er sprake is
                    van een gebied waarbinnen geen betaald parkeerregime geldt, maar waarbinnen
                    alléén met een parkeervergunning mag worden geparkeerd. In de situatie dat er
                    zonder parkeervergunning wordt geparkeerd kan er op basis van artikel 24, eerste
                    lid aanhef en onder g van het RVV worden opgetreden. Voor de situatie dat er
                    geparkeerd wordt met een vergunning maar in strijd met de verbonden
                    voorschriften blijft een verbodsbepaling nodig. Er kan in die situatie geen
                    fiscale naheffingsaanslag worden opgelegd. De fiscale aanpak van het niet
                    betalen van de parkeerbelasting is, gelet op artikel 234 van de Gemeentewet,
                    alleen mogelijk bij parkeerapparatuurplaatsen. Daarom is er in deze verordening
                    een strafbepaling opgenomen, die alleen voor strafrechtelijke handhaving via de
                    ‘Wet Mulder’ in aanmerking komt.</al><al><vet>Lid 2.</vet> Dit artikellid verbiedt het plaatsen van voorwerpen of
                    voertuigen, niet zijnde motorvoertuigen, op belanghebbenden- en/of
                    parkeerapparatuurplaatsen. Het plaatsen van dergelijke voorwerpen belemmert de
                    normale gebruik van de bedoelde parkeerplaatsen en doorkruist daarmee de beoogde
                    parkeerregulering. Het gaat hier om gedragingen die zich niet lenen voor
                    fiscalisering. Deze verbodsbepaling moet dan ook, ongeacht of tot fiscalisering
                    wordt overgegaan, in de verordening worden opgenomen.</al><al>Van het eerste lid kan een ontheffing worden verleend. Dit geldt met name ten
                    aanzien van caravans of aanhangwagens waarvan het wenselijk is dat deze op de
                    parkeerplaats staan. In aansluiting op de APV kan voor een caravan een
                    ontheffing van maximaal drie dagen worden verstrekt. </al><al>Het is voor een goede gang van zaken op parkeerapparatuurplaatsen echter niet
                    gewenst om ontheffing te kunnen verlenen van het in het tweede lid neergelegde
                    verbod. De mogelijkheid daartoe is daarom ook niet opgenomen in de
                    verordening.</al><tussenkop>Artikel 7 In werking stellen apparatuur</tussenkop><al>Ook dit artikel bevat, net als artikel 6, een verbodsbepaling voor gedragingen
                    die zich niet lenen voor fiscalisering. Deze gedragingen kunnen niet worden
                    aangemerkt als het betalen van parkeerbelasting en er kan ook niet handhavend
                    worden opgetreden door het opleggen van een naheffingsaanslag. Daarom is het
                    nodig hiervoor in de parkeerverordening een apart verbodsartikel op te nemen en
                    een strafbaarstelling, welke in afdeling IV van de parkeerverordening is
                    geregeld.</al><tussenkop>Artikel 8 Strafbepaling</tussenkop><al>Artikel 154 van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten op overtreding van hun
                    verordeningen een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                    tweede categorie kunnen stellen. Openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak
                    kan als bijkomende straf op een overtreding worden gesteld. Het openbaar maken
                    van de rechterlijke uitspraak is een bijkomende straf waarvan bij
                    parkeerovertredingen weinig effect te verwachten valt. Het opnemen daarvan in de
                    Parkeerverordening is daarom achterwege gelaten.</al><tussenkop>Artikel 9 Toezicht</tussenkop><al>Toezichthouders zijn personen die bij of krachtens wettelijk voorschrift belast
                    zijn met het houden van toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften, zo
                    volgt uit artikel 5:11 Awb. Deze personen kunnen (deels) categoraal en (deels)
                    individueel worden aangewezen. </al><tussenkop>Afdeling IV Slotbepalingen, overgangsrecht en citeertitel</tussenkop><tussenkop>Artikel 10 Experimenten</tussenkop><al>Binnen een gebied waar parkeerregulering op grond van de parkeerverordening is
                    ingesteld kan een experiment worden gehouden. Dit betekent dat binnen het
                    aangewezen gebied tijdelijk als experiment gedifferentieerd kan worden met
                    bijvoorbeeld het totaal aantal vergunningen dat verleend kan worden. Gezien de
                    nauwe samenhang die er bestaat tussen de Nadere regels en de Verordening
                    Parkeerbelastingen, dienen deze op elkaar te zijn afgestemd.</al><tussenkop>A</tussenkop><tussenkop>rtikel 11 Hardheidsclausule</tussenkop><al>In artikel 3 is opgenomen aan wie de aldaar genoemde vergunningen kan worden
                    verleend. Het college is bevoegd om in bijzondere gevallen over te gaan tot
                    vergunningverlening aan een andere houder dan in artikel 3 genoemd. In
                    bijzondere gevallen kan het college een tijdelijke parkeervergunning verlenen
                    aan de houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de vereisten.
                    Hierbij kan onder andere worden gedacht aan personen of bedrijven die tijdelijk
                    gebruik moeten maken van parkeerplaatsen in een (ander)gebied waar betaald
                    parkeren/vergunninghouders parkeren geldt, omdat zij bijvoorbeeld in hun eigen
                    straat niet kunnen parkeren vanwege werkzaamheden of evenementen. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>