<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR47862_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Klokkenluidersregeling Gemeente Diemen 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Intranet, 11-09-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Klokkenluidersregeling Gemeente Diemen 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Ambtenarenwet, art. 125a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">CAR-UWo</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-09-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-09-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>rechtspositie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Klokkenluidersregeling Gemeente Diemen 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Opmerkingen m.b.t. de regeling</vet></al><al/><al/><al><vet>Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is
                            gebaseerd</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Amtenarenwet, art. 125a</al></li><li nr="2."><al>CAR-UWo</al></li></lijst><al><vet>Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde
                            regelgeving)</vet></al><al/><al/><al><vet>Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen</vet></al><al/><al/><al>Datum</al><al>inwerkingtreding</al><al>11-09-2008</al><al/><al>Terugwerkende kracht t/m</al><al>01-09-2008</al><al/><al>Betreft</al><al>Nieuwe regeling </al><al/><al>Datum ondertekening</al><al>Bron bekendmaking</al><al>09-09-2008</al><al>Intranet 11-09-2008</al><al/><al>Kenmerk voorstel</al><al/><al/><al><vet>Klokkenluidersregeling Gemeente Diemen 2008 </vet></al><al/><al>Het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Diemen;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 125a van de Ambtenarenwet;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 15:2 van de Collectieve
                        arbeidsvoorwaardenregeling;</al><al>gelet op het van de Ondernemingsraad verkregen instemming op grond van
                        artikel 27 van de Wet op de Ondernemingsraden,</al><al><vet>BESLUITEN</vet></al><al>vast te stellen de navolgende Klokkenluidersregeling gemeente Diemen
                        2008.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><al>a.ambtenaar:</al><al>de ambtenaar bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a en artikel
                            1:2, onderdeel a, d, e en f van de Collectieve
                            arbeidsvoorwaardenregeling.</al><lijst><li nr="b."><al>college:</al><al> het College van Burgemeester en wethouders van Diemen.</al></li><li nr="c."><al>vertrouwenspersoon:</al></li></lijst><al>de functionaris die als zodanig door het college is aangewezen;</al><al>d.meldpunt:</al><al>een externe commissie of persoon die als zodanig door het college is
                            aangewezen;</al><al>e.vermoeden van een misstand:</al><al>een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden met betrekking tot de
                            gemeentelijke organisatie waar de ambtenaar werkzaam is omtrent:</al><lijst><li nr="-"><al>een strafbaar feit;</al></li><li nr="-"><al>een schending van regelgeving of beleidsregels;</al></li><li nr="-"><al>het misleiden van justitie;</al></li><li nr="-"><al>een gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu
                                    of</al></li><li nr="-"><al>het bewust achterhouden van informatie over deze feiten.</al><al>Interne procedure</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Interne melding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar die een vermoeden van een misstand wil melden, doet
                                    dit bij zijn direct leidinggevende, diens leidinggevende of de
                                    daartoe aangewezen vertrouwenspersoon.</al></li><li nr="2."><al>De ambtenaar kan de direct leidinggevende, diens leidinggevende
                                    of de vertrouwenspersoon verzoeken zijn identiteit bij het
                                    college niet bekend te maken. De ambtenaar kan dit verzoek te
                                    allen tijde herroepen.</al></li><li nr="3."><al>De leidinggevende dan wel de vertrouwenspersoon draagt er zorg
                                    voor dat het college onverwijld op de hoogte wordt gesteld van
                                    een gemeld vermoeden van een misstand en van de datum waarop de
                                    melding ontvangen is.</al></li><li nr="4."><al>Naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een
                                    misstand stelt het college onverwijld een onderzoek in.</al></li><li nr="5."><al>Het college zendt aan de ambtenaar dan wel de direct
                                    leidinggevende, diens leidinggevende of de vertrouwenspersoon
                                    die een vermoeden van een misstand heeft gemeld, een
                                    ontvangstbevestiging.</al></li></lijst><al>De ontvangstbevestiging bevat het gemelde vermoeden van een misstand en
                            het moment waarop de ambtenaar het vermoeden aan de leidinggevende of de
                            vertrouwenspersoon heeft gemeld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Standpunt</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3 </al><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de ambtenaar dan wel de vertrouwenspersoon,
                                    binnen zes weken schriftelijk op de hoogte van zijn standpunt
                                    omtrent het gemelde vermoeden van een misstand.</al></li><li nr="2."><al>Indien het standpunt niet binnen zes weken kan worden gegeven,
                                    kan het college de afhandeling voor ten hoogste vier weken
                                    verdagen. Het college stelt de ambtenaar dan wel de
                                    vertrouwenspersoon hiervan schriftelijk in kennis.</al><al>Externe procedure</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Het meldpunt</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst een of meer personen aan die het meldpunt vormt of
                                vormen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het meldpunt heeft tot taak een door de ambtenaar gemeld vermoeden
                                van een misstand te onderzoeken en het college daaromtrent te
                                adviseren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het meldpunt uit meerdere personen bestaat, is dit altijd een
                                oneven aantal, inclusief de voorzitter. Tevens kunnen in dat geval
                                een secretaris, een plaatsvervangend voorzitter en andere
                                plaatsvervangende leden worden benoemd. Zij beslissen bij gewone
                                meerderheid van stemmen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Melding bij het meldpunt</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ambtenaar kan het vermoeden van een misstand binnen redelijke
                                termijn melden bij het meldpunt, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>hij het niet eens is met het standpunt bedoeld in artikel
                                        3;</al></li><li nr="b."><al>hij geen standpunt ontvangen heeft binnen de termijnen
                                        bedoeld in artikel 3.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ambtenaar kan het meldpunt verzoeken zijn identiteit niet bekend
                                te maken. Hij kan dit verzoek te allen tijde herroepen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Rechtstreekse melding bij het meldpunt</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>In het geval zwaarwegende belangen de toepassing van de interne
                            procedure in weg staan, kan de ambtenaar, in afwijking van de artikelen
                            2, 3 en 5, eerste lid, het vermoeden van een misstand rechtstreeks
                            melden bij het meldpunt</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Ontvangstbevestiging en onderzoek</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het meldpunt bevestigt de ontvangst van een melding van een
                                vermoeden van een misstand aan de ambtenaar die het vermoeden heeft
                                gemeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het meldpunt dit voor de uitoefening van zijn taak
                                noodzakelijk acht, stelt het een onderzoek in.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten behoeve van het onderzoek omtrent een melding van een vermoeden
                                van een misstand is het meldpunt bevoegd bij het college alle
                                inlichtingen in te winnen die het voor de vorming van zijn advies
                                nodig acht. Het college verschaft het meldpunt de gevraagde
                                inlichtingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het meldpunt kan het onderzoek of gedeelten daarvan opdragen aan één
                                van de leden of een deskundige.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wanneer de inhoud van bepaalde door het college verstrekte
                                informatie vanwege het vertrouwelijke karakter uitsluitend ter
                                kennisneming van het meldpunt dient te blijven, wordt dit aan het
                                meldpunt meegedeeld. Het meldpunt beveiligt informatie met een
                                vertrouwelijk karakter tegen kennisneming door onbevoegden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Niet ontvankelijkheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Het meldpunt verklaart de melding niet ontvankelijk indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de misstand niet van voldoende gewicht is;</al></li><li nr="b."><al>de ambtenaar de procedure bedoeld in artikel 2 niet heeft
                                    gevolgd en artikel 6 niet van toepassing is, of;</al></li><li nr="c."><al>de ambtenaar de procedure bedoeld in artikel 2 heeft gevolgd,
                                    maar de termijnen bedoeld in artikel 3 nog niet zijn
                                    verstreken;</al></li><li nr="d."><al>de melding niet binnen een redelijke termijn is geschied.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inhoudelijk advies van het meldpunt</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het gemelde vermoeden van een misstand ontvankelijk is, legt
                                het meldpunt binnen zes weken zijn bevindingen omtrent de melding
                                van een vermoeden van een misstand neer in een advies aan het
                                college. Het meldpunt zendt een afschrift van het advies aan de
                                ambtenaar met inachtneming van het eventueel vertrouwelijke karakter
                                van de aan het meldpunt verstrekte informatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het advies niet binnen zes weken kan worden gegeven, wordt de
                                termijn door het meldpunt met ten hoogste vier weken verlengd. Het
                                meldpunt stelt het college alsmede de ambtenaar daarvan schriftelijk
                                in kennis.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het advies wordt in geanonimiseerde vorm en met inachtneming van het
                                eventueel vertrouwelijke karakter van aan het meldpunt verstrekte
                                informatie en de terzake geldende wettelijke bepalingen openbaar
                                gemaakt op een wijze die het meldpunt geëigend acht, tenzij
                                zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Nader standpunt</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt binnen twee weken na ontvangst van het advies
                                bedoeld in artikel 9, de ambtenaar alsmede het meldpunt,
                                schriftelijk op de hoogte van zijn nader standpunt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de ambtenaar die het meldpunt heeft verzocht zijn identiteit
                                niet bekend te maken geschiedt de berichtgeving van het nader
                                standpunt via het meldpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een van het advies afwijkend nader standpunt wordt gemotiveerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Jaarverslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Jaarlijks wordt door het meldpunt een verslag opgemaakt.</al></li><li nr="2."><al>In dat verslag wordt in geanonimiseerde zin en met inachtneming
                                    van de terzake geldende wettelijke bepalingen gemeld:</al></li></lijst><al>a) het aantal en de aard van de meldingen van een vermoeden van een
                            misstand;</al><al>b) het aantal meldingen dat niet tot een onderzoek geleid heeft;</al><al>c) het aantal onderzoeken die het meldpunt heeft verricht, en</al><al>d) het aantal adviezen en de aard van de adviezen die het meldpunt heeft
                            uitgebracht.</al><al>3.Dit jaarverslag wordt aan het college en de Ondernemingsraad gestuurd
                            en openbaar gemaakt.</al><al><vet>Slotbepalingen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Voor gevallen waarin deze regeling niet of niet geheel naar billijkheid
                            voorziet, treffen burgemeester en wethouders een nadere regeling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Onder mannelijke naamgevingen worden in de regeling ook vrouwelijke
                            naamgevingen begrepen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>De ambtenaar ontvangt bij aanstelling een exemplaar van deze
                            regeling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling kan worden aangehaald als “Klokkenluidersregeling
                                    gemeente Diemen 2008”</al></li><li nr="2."><al>Deze regeling treedt in werking op 1 september 2008.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Diemen, 9 september 2008</ondertekening><ondertekening>Burgemeester en wethouders voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><tussenkop>Het begrip klokkenluiden</tussenkop><al>Klokkenluiden is het verschijnsel dat werknemers bepaalde informatie uit en over
                    hun organisatie aan buitenstaanders (bijvoorbeeld de pers) verschaffen om een
                    misstand binnen die organisatie aan de kaak te stellen. Inmiddels wordt met de
                    term klokkenluiden ook gedoeld op werknemers die een misstand binnen de
                    organisatie aan de kaak stellen.</al><tussenkop>Doel van de regeling</tussenkop><al>Doel van de klokkenluidersregeling is dat vermoedelijke misstanden snel bij de
                    verantwoordelijke aan de orde worden gesteld, zonder negatieve gevolgen voor de
                    medewerker die daartoe het initiatief neemt.</al><al>Voor de integriteit van het overheidsapparaat is het belangrijk dat ambtenaren
                    een mogelijkheid hebben eventuele misstanden intern aan de orde stellen.
                    Gestreefd wordt naar een organisatiecultuur waarin op open wijze over normen en
                    waarden in de specifieke werksituatie wordt gesproken. Zo wordt de gemeente in
                    de gelegenheid gesteld een vermoeden serieus te onderzoeken en adequate
                    maatregelen te treffen. Vanaf het moment dat de ambtenaar zijn vermoeden aan het
                    management kenbaar heeft gemaakt, is de organisatie verantwoordelijk voor de
                    gesignaleerde problematiek. Het signaal dat duidt op een misstand -ernstig of
                    minder ernstig- dient opgepakt en onderzocht te worden. Van een dergelijk open
                    bedrijfsklimaat zal niet altijd sprake zijn. De ambtenaar zal dan des te meer
                    behoefte hebben aan een formele procedure met bijbehorende bescherming. Ook het
                    bevoegd gezag zal juist bij gevoelige kwesties behoefte hebben aan een regeling
                    die duidelijk maakt hoe gehandeld moet worden.</al><tussenkop>Korte inhoud van de regeling</tussenkop><al>Van de ambtenaar wordt gevraagd dat hij een vermoeden van een misstand eerst
                    intern aan de orde stelt. Hij kan dit eventueel door een vertrouwenspersoon
                    laten doen als hij niet wil dat zijn identiteit bekend wordt. Het college is
                    gehouden binnen een korte termijn een standpunt in te nemen naar aanleiding van
                    de melding. Is de ambtenaar niet tevreden over de behandeling door het college,
                    dan kan hij zich wenden tot een extern meldpunt. Dit onderzoekt de melding en
                    adviseert hierover aan het college. In uitzonderlijke gevallen kan de ambtenaar
                    zich rechtstreeks tot het externe meldpunt wenden.</al><tussenkop>Rechtspositionele bescherming</tussenkop><al>Een ambtenaar die bij het melden van een misstand de klokkenluidersregeling
                    volgt, handelt “zoals een goed ambtenaar betaamt” en geniet rechtspositionele
                    bescherming op grond van artikel 15:2, tweede lid van de Collectieve
                    arbeidsvoorwaardenregeling en op grond van artikel 125a lid 4 van de
                    Ambtenarenwet. Dit geldt evenzeer als het vermoeden achteraf onjuist blijkt te
                    zijn. Op grond van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling geldt dezelfde
                    bescherming voor de vertrouwenspersoon. De Ambtenarenwet stelt als vereiste voor
                    bescherming dat de ambtenaar te goeder trouw is. Bescherming is alleen bedoeld
                    voor ambtenaren die naar eer en geweten daadwerkelijk vermoeden dat er iets mis
                    is binnen de organisatie. Voor situaties waarin bijvoorbeeld gefingeerde
                    vermoedens worden gemeld met als doel een andere functionaris in een slecht
                    daglicht te plaatsen of te beschadigen geldt de bescherming uiteraard niet. Een
                    dergelijk misbruik van de procedure kan bestraft worden. Een ambtenaar die zelf
                    betrokkene is (geweest) bij een misstand en deze vervolgens meldt, kan vanwege
                    zijn betrokkenheid (en niet vanwege het melden) met negatieve rechtspositionele
                    gevolgen worden geconfronteerd.</al><tussenkop>Het naar buiten brengen van informatie</tussenkop><al>Een ambtenaar die tijdens, na of in plaats van het volgen van de procedure
                    informatie aan buitenstaanders bekend maakt, bijvoorbeeld naar de pers “lekt”,
                    loopt het risico op rechtspositionele maatregelen achteraf. Enerzijds heeft de
                    ambtenaar, zoals iedere burger, vrijheid van meningsuiting. </al><al>Anderzijds kan op grond van de Ambtenarenwet de vrijheid van meningsuiting van
                    een ambtenaar beperkt worden indien “de goede vervulling van zijn functie of de
                    goede vervulling van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met
                    zijn functievervulling, niet in redelijkheid is verzekerd”.</al><al>Voorts geldt op grond van artikel 125a van de Ambtenarenwet een
                    geheimhoudingsplicht ten aanzien van “hetgeen hem in verband met zijn functie
                    ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard van de zaak
                    volgt”. </al><al>Deze wettelijke normen vormen het kader voor de beoordeling van de
                    toelaatbaarheid van het door de ambtenaar naar buiten brengen van informatie.
                    Een ambtenaar die in het openbaar uitlatingen doet over een misstand kan niet
                    per definitie plichtsverzuim worden verweten. Wat wel en niet gezegd mag worden
                    is afhankelijk van de concrete situatie: de ernst van de zaak, de aard van de
                    uiting, de betrachte zorgvuldigheid, de positie van de ambtenaar en dergelijke.
                    De ambtenaar die geen gebruik maakt van een interne meldingprocedure zal
                    daarvoor een dringende reden moeten kunnen aanvoeren.</al><tussenkop>Rol van de raad</tussenkop><al>Binnen een gemeente is goed voorstelbaar dat een ambtenaar, voorafgaand aan of
                    in plaats van een melding bij zijn leidinggevende, een raadslid in vertrouwen
                    neemt over zijn vermoeden.</al><al>Daarbij dient de ambtenaar te beseffen dat die vertrouwelijkheid op gespannen
                    voet kan staan met de taak van de raad om het college te controleren. Het risico
                    bestaat dat het raadslid zich geroepen voelt de kwestie in de raad aan de orde
                    te stellen en daarmee openbaar te maken. Om deze reden is in de
                    klokkenluidersregeling van de gemeente Diemen niet voor deze mogelijkheid
                    gekozen.</al><al>Artikelsgewijze toelichting</al><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>a.Ambtenaar:</al><al>medewerkers die op grond van een aanstelling of arbeidsovereenkomst werkzaam
                    zijn en daarnaast onder meer vrijwilligers van de brandweer en de ambtenaar van
                    de burgerlijke stand. De gedachte hierachter is dat de laatstgenoemde groepen
                    bekend kunnen zijn met eventuele misstanden en voldoende binding met de
                    organisatie hebben.</al><al>Stagiairs en uitzendkrachten vallen niet onder het begrip ambtenaar en vallen
                    derhalve buiten de regeling.</al><al>b.Vertrouwenspersoon:</al><al>er zijn geen wettelijke regels met betrekking tot de functie vertrouwenspersoon.
                    De gemeente dient deze functie naar eigen inzicht te laten vervullen. In het
                    kader van de klokkenluidersregeling vervult de vertrouwenspersoon met name de
                    functie van adviseur van de ambtenaar en van doorgeefluik tussen ambtenaar en
                    college. Denkbaar is dat een ambtenaar te rade gaat bij een vertrouwenspersoon
                    als hij overweegt om een vermoeden te melden bij zijn leidinggevende, of als hij
                    in een later stadium overweegt om door te gaan naar het externe meldpunt. Van
                    belang daarbij is dat de ambtenaar en niet de vertrouwenspersoon bepaalt of een
                    vermoeden van een misstand wordt gemeld.</al><al>c.Meldpunt:</al><al>het meldpunt dient onafhankelijk te zijn.</al><al>d.Vermoeden van een misstand:</al><al>het moet betrekking hebben op de gemeentelijke organisatie. Die omvat niet
                    alleen de ambtelijke organisatie van de gemeentelijke diensten en bedrijven maar
                    ook bestuurders en raadsleden. Als voorbeeld kan genoemd worden diefstal, fraude
                    of omkoping van functionarissen of bestuurders, veiligheidsgevaarlijke
                    situaties, opzettelijk verkeerd uitvoeren van regels. Ook lichtere gevallen,
                    zoals diefstal van kantoormateriaal, valt onder de regeling. Indien een
                    ambtenaar een kleine misstand door middel van een melding aankaart kan dat er op
                    wijzen dat de organisatiecultuur niet voldoende open is of de leiding niet
                    adequaat reageert op verkeerd gedrag. Dat kan voor het college aanleiding zijn
                    tot het treffen van maatregelen, juist om zwaardere misstanden te voorkomen.
                    Beleidskeuzes die door de ambtenaar onjuist worden geacht vallen in beginsel
                    niet onder de definitie. In beginsel, omdat denkbaar is dat achter een
                    beleidskeuze een misstand schuilgaat. </al><al>Rechtspositionele conflicten vallen evenmin onder de definitie van misstand. Ook
                    mag de ambtenaar geen persoonlijk gewin hebben bij het melden.</al><al>Voor misdrijven geldt in eerste instantie artikel 162 Wetboek van
                    Strafvordering. Op grond hiervan dient een ambtenaar aangifte te doen van een
                    misdrijf waarvan hij bij het uitoefenen van zijn functie weet heeft gekregen.
                    Het is niet de bedoeling dat een ambtenaar zelfstandig beslist tot het doen van
                    aangifte. Hij dient de ambtelijke leiding (of een vertrouwenspersoon)
                    onmiddellijk te waarschuwen. </al><al>Dat kan (maar hoeft niet) door middel van de klokkenluidersregeling. In beide
                    gevallen zal de melding van een misdrijf voor de organisatie aanleiding zijn om
                    zowel aangifte te doen als intern orde op zaken te stellen.</al><tussenkop>Artikel 2 Interne melding</tussenkop><al>Het uitgangspunt van de klokkenluidersregeling is dat het college in staat wordt
                    gesteld zelf maatregelen te nemen naar aanleiding van een melding. De meest
                    gebruikelijke weg is melding via een leidinggevende, diens leidinggevende of een
                    vertrouwenspersoon. In sommige situaties zal de ambtenaar de voorkeur geven aan
                    melding via een vertrouwenspersoon. Indien het college een onderzoek instelt zal
                    direct contact met de meldende ambtenaar soms wenselijk zijn.</al><al>Wil de ambtenaar zijn identiteit echter geheim houden dan zal de
                    vertrouwenspersoon namens hem inlichtingen kunnen verstrekken ten behoeve van
                    het onderzoek.</al><tussenkop>Artikel 3 Standpunt</tussenkop><al>Het college zal binnen zes weken een standpunt ingenomen moeten hebben.
                    Vastgesteld zal worden of de melding gefundeerd is en zo ja, welke maatregelen
                    dienen te worden genomen om de misstand op te heffen of herhaling te voorkomen.
                    Soms zal dit niet binnen zes weken mogelijk zijn omdat de zaak nader onderzoek
                    vergt. Het is aan te bevelen om bij het bericht van verdaging een voorlopig
                    standpunt uit te dragen en/of over tot het dusver gedane onderzoek te
                    rapporteren. De ambtenaar dient te kunnen beoordelen of zijn melding serieus
                    wordt onderzocht.</al><al>Het standpunt kan ook procedureel zijn, bijvoorbeeld de vaststelling dat het een
                    klacht van een burger betreft en een doorverwijzing naar de juiste
                    procedure.</al><tussenkop>Artikel 4 Het meldpunt</tussenkop><al>Uit het kopje ‘Externe procedure’ blijkt dat het meldpunt een externe instantie
                    of persoon dient te zijn. Het meldpunt dient vrij te zijn in de oordeelsvorming.
                    Gaat het om een commissie dan dienen de leden (in ieder geval de voorzitter)
                    extern te zijn, dus niet onder verantwoordelijkheid van de gemeente te staan.
                    Een raadslid komt dus niet in aanmerking.</al><tussenkop>Artikel 5 Melding bij het meldpunt</tussenkop><al>Hoofdregel is dat een ambtenaar zijn vermoeden van een misstand bij het externe
                    meldpunt meldt als hij de interne procedure heeft doorlopen en deze niet tot een
                    voor hem bevredigend resultaat heeft geleid. Dat zal het geval kunnen zijn als
                    de ambtenaar binnen de termijn van zes weken geen enkel bericht van het college
                    heeft ontvangen. De ambtenaar zal zich ook tot het meldpunt kunnen wenden als
                    het college het bestaan van een misstand niet heeft erkend of als de door het
                    college genomen maatregelen de misstand naar de mening van de ambtenaar niet
                    (zullen) opheffen. De ambtenaar dient binnen redelijke termijn te melden. Wat
                    redelijk is, is ter beoordeling van het meldpunt en afhankelijk van de
                    omstandigheden. Zo kan een half jaar nog een redelijke termijn zijn in
                    bijvoorbeeld de situatie dat het college heeft toegezegd binnen die termijn
                    maatregelen te nemen maar dat heeft nagelaten. De ambtenaar kan het meldpunt
                    verzoeken zijn identiteit niet bekend te maken. Aanmelding via de
                    vertrouwenspersoon is bij de</al><al>externe procedure niet mogelijk.</al><tussenkop>Artikel 6 Rechtstreekse melding bij het meldpunt</tussenkop><al>Dit artikel vormt een uitzondering op het principe dat eerst intern wordt
                    gemeld. Het biedt de ambtenaar de mogelijkheid zich tot het externe meldpunt te
                    wenden zonder de interne procedure gevolgd te hebben. Er dient dan sprake te
                    zijn van zwaarwegende belangen die het volgen van de interne procedure
                    onwenselijk maken. Het meldpunt oordeelt vervolgens of er inderdaad sprake is
                    van dergelijke belangen.</al><al>Er zal overigens niet snel sprake zijn van zwaarwegende belangen die er aan in
                    de weg staan dat een ambtenaar zijn melding eerst bij het college
                    aanbrengt.</al><al>De inschatting van een ambtenaar dat een interne melding niet zinvol is,
                    bijvoorbeeld omdat het college zelf betrokken zou zijn bij de misstand, is op
                    zichzelf niet voldoende om rechtstreeks toegang tot het meldpunt te hebben. In
                    beginsel moet het college immers de gelegenheid krijgen om zijn visie te
                    formuleren ten aanzien van een vermoedelijke misstand en daarmee zijn
                    verantwoordelijkheid te nemen. </al><al>Indien er objectief gezien sprake is van een risico dat binnen de organisatie
                    eventueel bewijsmateriaal zal worden vernietigd naar aanleiding van een interne
                    melding, kan dat een reden zijn voor rechtstreekse melding bij het meldpunt. Een
                    zwaarwegend belang zal ook aanwezig kunnen zijn indien er bij de ambtenaar
                    gegronde vrees bestaat dat hij in zijn positie wordt bedreigd indien hij de zaak
                    intern aanhangig maakt. De spoedeisendheid van de zaak is geen argument voor
                    rechtstreekse melding bij het meldpunt. Indien er met spoed dient te worden
                    opgetreden ligt een interne melding meer voor de hand, omdat het college de
                    bevoegdheid heeft maatregelen te nemen, terwijl een meldpunt slechts adviseert.
                    De vertrouwenspersoon kan een adviserende rol spelen in het geval een ambtenaar
                    overweegt rechtstreeks toegang te zoeken bij het meldpunt.</al><tussenkop>Artikel 7 Ontvangstbevestiging en onderzoek</tussenkop><al>Het meldpunt bevestigt de ontvangst van een melding aan de ambtenaar.
                    Behandeling van een melding zal vaak betekenen dat het meldpunt een onderzoek
                    instelt. Dit artikel regelt onder meer de informatievoorziening van het college
                    naar het meldpunt. Het college kan daarbij aangeven welke informatie door het
                    meldpunt vertrouwelijk behandeld moet worden. Het meldpunt dient zorg te dragen
                    voor vertrouwelijkheid door onder meer een beveiligde opslag van gegevens. De
                    ambtenaar van wie de melding afkomstig is heeft geen recht op inzage van de door
                    het college verstrekte informatie. Afhankelijk van de zaak kan een onderzoek
                    door het meldpunt oriënterend of diepgaander zijn. Het meldpunt kan personen
                    horen in het kader van het onderzoek. Het meldpunt kan ook onderzoek aan een
                    deskundige (bijvoorbeeld een accountant) opdragen, of het college adviseren om
                    een dergelijk onderzoek in (laten) te stellen.</al><tussenkop>Artikel 8 Niet ontvankelijk</tussenkop><al>Bij de ontvangst van een melding beoordeelt het meldpunt of de
                    klokkenluidersregeling van toepassing is aan de hand van de begripsbepalingen in
                    artikel 1. Is degene die een melding doet geen ambtenaar in de zin van de
                    regeling dan is de regeling niet van toepassing. In het geval de melding bij de
                    Commissie klokkenluiders gemeentelijke overheid wordt gedaan zal worden nagegaan
                    of de betreffende gemeente zich heeft aangesloten bij de commissie. Voor de
                    toepasselijkheid van de regeling moet er sprake zijn van een vermoeden van een
                    misstand zoals bedoeld in de regeling. Zo dient de vermoedelijke misstand op
                    redelijke gronden gebaseerd te zijn en betrekking te hebben op de gemeentelijke
                    organisatie.</al><al>Artikel 8 bepaalt dat een melding niet ontvankelijk is indien de misstand niet
                    van voldoende gewicht is. Deze eis geldt alleen voor de procedure bij het
                    externe meldpunt. Criteria voor ‘gewichtigheid’ van een misstand zijn niet
                    eenvoudig te geven. Bij de ontvankelijkheidstoets beoordeelt het meldpunt voorts
                    of de ambtenaar te werk is gegaan volgens de gemeentelijke
                    klokkenluidersregeling. Is de interne procedure door de ambtenaar niet gevolgd,
                    en zijn er geen zwaarwegende belangen om van de interne procedure af te zien,
                    dan zal het meldpunt de melding niet ontvankelijk verklaren. De ambtenaar kan de
                    melding dan desgewenst alsnog intern aanhangig maken. Het is mogelijk dat het
                    meldpunt pas na onderzoek naar de feiten een uitspraak kan doen over de
                    ontvankelijkheid van een melding. Het oordeel van het meldpunt dat een ambtenaar
                    niet ontvankelijk is, is geen besluit in de zin van de Algemene wet
                    bestuursrecht.</al><al>Ook tegen een advies van het meldpunt aan het college staat geen bezwaar en
                    beroep open.</al><tussenkop>Artikel 9 Inhoudelijk advies meldpunt</tussenkop><al>Het meldpunt is een adviserende instantie. De uiteindelijke beslissing omtrent
                    het vermoeden van een misstand wordt genomen door het college. Het advies van
                    het meldpunt is zwaarwegend en wordt openbaar gemaakt. Daardoor kan er ook
                    buiten de gemeentelijke organisatie kennis van worden genomen. Openbaarmaking
                    geschiedt met inachtneming van het eventueel vertrouwelijke karakter van
                    bepaalde informatie. Een ‘ter zake geldende wettelijke bepaling’ is bijvoorbeeld
                    artikel 2:5 van de Algemene Wet Bestuursrecht. Dit artikel schrijft voor dat een
                    persoon of instelling die betrokken is bij de uitvoering van de taak van een
                    bestuursorgaan een geheimhoudingsplicht heeft ten aanzien van vertrouwelijke
                    gegevens waarover hij beschikking krijgt. De Commissie klokkenluiders
                    gemeentelijke overheid kan adviezen bekend maken door middel van publicatie in
                    VNG-magazine en op de websites van de VNG en de betrokken vakcentrales. Het
                    meldpunt kan afzien van openbaarmaking indien zwaarwegende belangen zich
                    daartegen verzetten. Te denken valt aan de situatie dat het meldpunt het college
                    adviseert een strafrechtelijk onderzoek in te laten stellen. Openbaarmaking van
                    dat advies zou er toe kunnen leiden dat bewijsmateriaal binnen de dienst wordt
                    vernietigd.</al><tussenkop>Artikel 10 Nader standpunt</tussenkop><al>Het college dient binnen twee weken na advisering door het meldpunt een nader
                    standpunt omtrent het vermoeden van een misstand in te nemen. Dat standpunt kan
                    bijvoorbeeld inhouden dat het advies om een nader onderzoek in te stellen wordt
                    opgevolgd, of dat bepaalde maatregelen zullen worden genomen.</al><al>Heeft de ambtenaar er voor gekozen om zijn identiteit niet bekend te maken dan
                    geschiedt berichtgeving van het college aan de ambtenaar via het meldpunt. De
                    vertrouwenspersoon speelt in de externe procedure formeel geen rol.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>