<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR478495_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2018</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordenveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordenveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.overheid.nl, Gemeenteblad, 28-12-2017</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffngen 2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 229, eerste lid, aanhef onder a. en b. Gemeentewet, art. 15.33 Wet Milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-12-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2018</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Noordenveld;</al><al>gezien het voorstel van het College van Burgemeester en Wethouders van 26 september 2016;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef onder a. en b. van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffen­heffing en reini­gings­rechten 2018</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><al>a. een afvalstoffenheffing;</al><al>b. reinigingsrechten.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. ‘Gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;</al><al>b. Bedrijfsafval: kantoor, winkel- en dienstenafval.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behoren­de tarieventabel wordt naar afzonder­lijke grondslagen geheven terzake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krach­tens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huis­houdelijke afvalstof­fen geldt.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigen­dom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieube­heer een verplichting tot het inzamelen van huishoude­lijke afvalstoffen geldt. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel> Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belas­tingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belasting­jaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat  jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belas­tingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belasting­jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belas­tingplicht, nog volle kalender­maanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepas­sing indien de be­las­ting­plich­tige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 4,54 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afval-stoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 100,00 doch minder is dan € 2.500,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt aan het begin van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9A</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt alleen kwijtschelding verleend voor de tarieven als bedoeld in de artikelen 1.1.1, 1.1.3 en 1.1.5 van de tarieventabel.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur ver­strekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeen­te in beheer of in onderhoud zijn.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatstaf heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarie­ven, opgeno­men in de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieven­tabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belasting­jaar gelijk aan het kalenderjaar. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisge­ving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14a</nr><titel>Wijze van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3, onderdelen 3.1.1 en 3.1.6 kunnen uitsluitend worden betaald door middel van:</al><lijst><li nr="1."><al>pinnen of chippen;</al></li><li nr="2."><al>afgifte van een eenmalige incassomachtiging.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien betaling bedoeld in lid 1 onmogelijk is, omdat men niet over een dergelijke mogelijkheid beschikt of hiertegen principiële bezwaren heeft, wordt een gedagtekende kennisgeving toegezonden en dient betaling plaats te vinden binnen 30 dagen na de dagtekening.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschul­digd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belasting­plicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belasting­jaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belas­tingplicht, nog volle kalen­dermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belasting­jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belasting­plich­tige binnen de </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 4,54 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen reinigingsrechten of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</titel></kop><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittin­gen, werken of inrich­tingen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 100,00 doch minder is dan € 2.500,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt aan het begin van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslag­biljet is vermeld en elk van de volgende termijnen tel­kens één maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De op grond van artikel 14, tweede lid, geheven rechten moeten worden betaald:</al><al> a. ingeval van uitreiking van de kennisgeving: </al><al> op het tijdstip van uitreiking;</al><al> b. ingeval van toezending van de kennisgeving: </al><al> binnen 30 dagen na de dagtekening.</al><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17A</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere regels door het College van Burgemeester en Wethouders</titel></kop><al>Het College van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met betrek­king tot de hef-fing en de invordering met betrekking tot de heffing en invordering van de reinigingsheffingen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De 'Verordening reinigingsheffingen 2017' van 21 december 2016 wordt ingetrok­ken met ingang van de in artikel 20, tweede lid genoemde datum van ingang van heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20 </nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening reinigings­heffingen 2018'.</al><al/><al/><al>Roden, 20 december 2017</al><al>De Raad van de gemeente Noordenveld,</al><al>voorzitter, griffier,</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>Tarieventabel</nr></kop><al><vet>behorende bij de ‘Verordening reinigingsheffingen 2018’</vet></al><al/><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelas­ting wanneer deze ver­schuldigd is. </al><al/><al><onderstreept>Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing</onderstreept></al><al> </al><al><onderstreept>Hoofdstuk 1.1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffen­heffing</onderstreept></al><al> </al><al>1.1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar wanneer </al><al> het perceel wordt gebruikt door één persoon € 141,85</al><al> </al><al>1.1.2 De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.1 wordt vermeerderd voor</al><al> het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later </al><al> aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van</al><al> maximaal één extra (= boven hetgeen volgens de “Beleidsregel voor het </al><al> verstrekken van minicontainers voor het inzamelen van afvalstoffen”</al><al> aan het perceel is verstrekt):</al><al>1.1.2.1 container van 240 liter, bestemd voor groente, fruit- en tuinafval, met € 61,60</al><al>1.1.2.2 container van 240 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke</al><al> afvalstoffen, met € 99,50 </al><al/><al>1.1.3 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar wanneer het perceel wordt gebruikt door twee of meer personen € 183,00</al><al> </al><al>1.1.4 De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.3 wordt vermeerderd voor</al><al> het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later </al><al> aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van</al><al> maximaal één extra (= boven hetgeen volgens de “Beleidsregel voor het </al><al> verstrekken van minicontainers voor het inzamelen van afvalstoffen”</al><al> aan het perceel is verstrekt):</al><al>1.1.4.1 container van 240 liter, bestemd voor groente, fruit- en tuinafval, met € 61,60 </al><al>1.1.4.2 container van 240 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke</al><al> afvalstoffen, met € 99,50 </al><al/><al>1.1.5 De belasting bedraagt per perceel met als aanduiding recreatiewoning per belastingjaar € 183,00</al><al> </al><al><onderstreept>Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenhef­fing</onderstreept></al><al> </al><al>1.2.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de </al><al> belasting voor het op aanvraag inzamelen huis­houdelijke </al><al> afvalstoffen of grof huisvuil per kubieke meter, per keer € 40,00</al><al> </al><al><onderstreept>Hoofdstuk 2 Maatstaven en jaarlijkse tarieven reinigingsrech­ten</onderstreept></al><al> </al><al>2.1. Het recht bedraagt per belas­tingjaar per perceel voor het </al><al> perio­diek ver­wij­deren van bedrijfsaf­val, waarvan de hoe­veelheid </al><al> per inzame­ling niet groter is dan 240 liter € 183,00</al><al> </al><al>2.2  Het recht als bedoeld in onderdeel 2.1 wordt vermeerderd voor</al><al> het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later </al><al> aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van</al><al> een extra (= boven hetgeen volgens de “Beleidsregel voor het </al><al> verstrekken van minicontainers voor het inzamelen van afvalstoffen”</al><al> aan het perceel is verstrekt):</al><al>2.2.1 container van 240 liter, bestemd voor groente, fruit- en tuinafval, </al><al> per extra container (tot een maximum van twee) met € 61,60 </al><al>2.2.2 container van 240 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke</al><al> afvalstoffen, per extra container (tot een maximum van twee) met € 99,50</al><al> </al><al>2.3 Het recht bedraagt per belastingjaar per perceel voor het periodiek</al><al> verwijderen van bedrijfsafval, waarvan de hoeveelheid per inzameling</al><al> niet groter is dan 1100 liter € 582,00 </al><al/><al><onderstreept>Hoofdstuk 3 Maatstaven en tarieven overige reinigingsrechten</onderstreept></al><al> </al><al>3.1 Het recht bedraagt voor:</al><al/><al>3.1.1 Het gesorteerd -overeenkomstig de aanwijzingen van het personeel-</al><al> achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of grof huisvuil (waaronder</al><al> huishoudelijk bouw- en sloopafval) op een daartoe van gemeentewege ter </al><al> beschikking gestelde plaats, per kilo € 0,13 met een minimum van € 2,45</al><al/><al>3.1.1.1 Het bepaalde in artikel 3.1.1 geldt met in achtneming van een vrije voet van 100 kilo op jaarbasis voor elke huisaansluiting. </al><al/><al>3.1.2 Het storten van de uit huishoudelijke afvalstoffen voortkomende afval-</al><al> stromen wit/bruin goed, papier/karton, kleding, klein chemisch afval (kca)</al><al> en oude metalen is gratis als deze in afzonderlijke fracties worden aan-</al><al> geboden.</al><al/><al> </al><al>3.1.3 Wordt het afval als bedoeld in 3.1.2 in combinatie met het afval als</al><al> bedoeld in 3.1.1 aangeboden dan geldt onverminderd het tarief als</al><al> bedoeld in respectievelijk 3.1.1.</al><al> </al><al>3.1.4 Het op verzoek omwisselen (volume) van minicontainers, per keer €  26,35 </al><al/><al>3.1.5 Het verstrekken van minicontainers als gevolg van beschadiging,</al><al> vermissing of diefstal, per keer €  52,75 </al><al/><al>3.1.6 Het storten van asbest door particulieren tot maximaal 35 m2 op </al><al>het afvalbrengstation, Overslagweg 3 te Roden is gratis</al><al> </al><al>3.1.7 Het verstrekken van een tag of pasje voor toegang tot </al><al> ondergrondse afvalcontainers in de gemeente Noordenveld, als </al><al> gevolg van beschadiging, vermissing of diefstal, per keer    € 12,70</al><al> </al><al>3.1.8 Het verstrekken van een afvalpas voor toegang tot het </al><al> afvalbrengstation, Overslagweg 3 te Roden, als gevolg van </al><al> beschadiging, vermissing of diefstal, per keer € 12,70 </al><al> </al><al>Behoort bij raadsbesluit van 20 december 2017</al><al> </al><al>De griffier van de gemeente Noordenveld,</al><al>   </al><al>W.F.C. Damman</al><al>      </al></bijlage></regeling></body></cvdr>