<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR478453_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Weert houdende belastingregels omtrent reinigingsheffingen Verordening reinigingsheffingen 2018</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Weert</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Weert</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-227607.html">Gemeenteblad 2017, 227607</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229">artikel 229 lid 1 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003245&amp;artikel=15.33">artikel 15.33 Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RAD-001465</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de <extref doc="1.1:CVDR431819_1">Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2017</extref>.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-25787</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2018</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Weert;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders</al><al>van 7 november 2017;</al><al/><al>gelet op de artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al><vet>Besluit</vet></al><al/><al>vast te stellen in de openbare vergadering van 13 december 2017 de</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en invordering</vet></al><al><vet>van reinigingsheffingen 2018</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al> reinigingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>2.1</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder perceel:</al><al>Een gebouwde onroerende zaak, of gedeelte daarvan, dat blijkens indeling en inrichting bestemd is om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en ook als zodanig wordt gebruikt. Met een perceel wordt mede begrepen een stacaravan, een woonboot of een woonwagen, ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt, voor zover deze percelen dienen tot hoofdverblijf.</al></lid><lid><lidnr>2.2</lidnr><al> Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder bedrijfsafval: Afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>vergelijkbaar is met afvalstoffen, die regelmatig in particuliere huishoudens</al><al> kunnen vrijkomen,</al></li><li nr="b."><al>door of vanwege de gemeente tezamen met het huishoudelijk afval wordt</al><al> ingezameld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.3</lidnr><al>gezamenlijke afvalinzameling: een inzamelvoorziening voor huishoudelijk afval die door verschillende percelen wordt gebruikt voor het wekelijks ophalen van afval, omdat geen individuele containers in bruikleen zijn gegeven aan een van desbetreffende percelen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>- Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet Milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting voor het achter laten van afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.21 of 10.22 van de Wet Milieubeheer aan de milieustraat wordt geheven van degene die deze afvalstoffen achter laat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene, die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene, die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens</al><al> eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van het perceel;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene, die</al><al> dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en het tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende "Tarieventabel reinigingsheffingen".</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het belastingjaar voor de heffing als bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening behorende tarieventabel is gelijk aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de overige belastbare feiten, vermeldt in hoofdstuk III van de bij deze verordening behorende tarieventabel, vindt de heffing afzonderlijk per incident plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in hoofdstuk III van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven bij wege van een mondelinge of schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening behorende tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in hoofdstuk III van de bij deze verordening bedoelde tarieventabel is verschuldigd per incident of bij aanvang van de dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing, indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor de beoordeling van de vraag tot welke tariefgroep een belastingplichtige behoort geldt als peildatum 1 januari van het belastingjaar voor het gehele belastingjaar. Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar geldt als peildatum voor het resterend deel van het belastingjaar het tijdstip van aanvang van de belastingplicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>bij niet-automatische incasso</onderstreept></al><al>in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later.</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>Bij automatische incasso</onderstreept></al><al>in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van de dagtekening van hetaanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste vier en maximaal tien bedraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, onder b geldt, dat de aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke betaaltermijnen, ingeval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar een aanslag bevat, het bedrag van deze aanslag hoger is dan € 20.000,00. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig worden opgelegd met de vaststelling van de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>- Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen, die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene, die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>De rechten worden geheven naar de maatstaf en het tarief, opgenomen in hoofdstuk II van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De rechten worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing, indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en weer gebruik maakt van de dienst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>bij niet-automatische incasso</onderstreept></al><al>in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later.</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>Bij automatische incasso</onderstreept></al><al>in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van de dagtekening van hetaanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste vier en maximaal tien bedraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, onder b geldt, dat de aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke betaaltermijnen, ingeval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar een aanslag bevat, het bedrag van deze aanslag hoger is dan € 20.000,00. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig worden opgelegd met de vaststelling van de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>burgemeester en Nadere regels door het college van wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Overgangsbepaling, inwerkingtreding, ingang van heffing en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De "Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2017", vastgesteld door de raad der gemeente Weert in de openbare vergadering van 21 december 2016, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de belastbare feiten, die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2018</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijven, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het tweede lid genoemde datum, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van reinigingsheffingen in die periode plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening reinigingsheffingen 2018".</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 13 december 2017,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening>M. Wolfs</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.A.M.M. Heymans</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Tarieventabel reinigingheffingen 2018 (Behorende bij de “Verordening reinigingsheffingen 2018”)</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Weert/i298938.pdf">Tarieventabel</extref></al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>