<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>47813_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Bezwaarschriften</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zoetermeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-10-13</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Gemeenteblad, 15-10-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:issued>2015-10-05</dcterms:issued><dcterms:alternative>Verordening Bezwaarschriften</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=7">Algemene wet bestuursrecht, art. 7, lid 13</dcterms:source><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-10-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-08-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 2, 6, 8, 9, 10, 11, 12, 14, 15, 17, 19, 20, 21, 24</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015-001283</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>politiek en bestuur</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen. </al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening Bezwaar- en Beroepschriften </titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>- Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bestuursorgaan: het gemeentelijk orgaan als bedoeld in artikel
                                    1:1 van de Algemene wet bestuursrecht, dat in geval van bezwaar
                                    het bestreden besluit heeft genomen, dan wel dat dient te
                                    beslissen op een bezwaar- of beroepschrift;</al></li><li nr="b."><al>commissie: de vaste commissie van advies voor bezwaarschriften,
                                    genaamd Commissie Bezwaarschriften;</al></li><li nr="c."><al>wet: de Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst><al></al><al></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk II - De commissie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Taak </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De Commissie Bezwaarschriften adviseert over de door het
                                bestuursorgaan te nemen beslissing op gemaakte bezwaren als bedoeld
                                in artikel 1:5 eerste lid, van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Van het bepaalde in het eerste lid zijn uitgesloten de
                                bezwaarschriften welke behoren tot de competentie van de volgende
                                commissies:</al><lijst><li nr="a."><al> de Bezwaarschriftencommissie Werk, Zorg en Inkomen;</al></li><li nr="b."><al> de Bezwarencommissie Personele Aangelegenheden;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Naast het bepaalde in het vorige lid zijn uitgesloten de bezwaar-
                                en beroepschriften gericht tegen besluiten betreffende de heffing en
                                invordering van gemeentelijke belastingen, als bedoeld in artikel
                                216 van de Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van de advisering door de commissie kan worden afgezien, indien
                                reeds geheel aan het bezwaar is tegemoetgekomen en de indiener van
                                het bezwaarschrift naar het oordeel van het bestuursorgaan geen
                                belang heeft bij een oordeel over het oorspronkelijke besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Samenstelling en nevenfuncties </label></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vijf
                                    andere leden. </al></li><li nr="2."><al>De leden dragen uit hun midden een vice-voorzitter voor. </al></li><li nr="3."><al>Leden dienen onafhankelijk te zijn en deskundig te zijn op
                                    bestuursrechtelijk gebied. De diverse deskundigheden van de
                                    afzonderlijke leden dragen bij aan een zo breed mogelijke
                                    samenstelling van de commissie.</al></li><li nr="4."><al>Artikel 12 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing
                                    op de leden van de commissie. </al><al></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Benoeming, zittingsduur, non-activiteit en ontslag</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en de overige leden worden door de raad voor de
                                    duur van vier jaar benoemd. Zij kunnen ten hoogste eenmaal
                                    worden herbenoemd, mits zij goed functioneren en aan de in
                                    artikel 5 genoemde criteria blijven voldoen.</al></li><li nr="2."><al>De leden van de commissie worden door de raad ontslagen:</al><lijst><li nr="a."><al>Op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>Wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt
                                            zijn hun functie te vervullen;</al></li><li nr="c."><al>Bij de aanvaarding van een betrekking als bedoeld in
                                            artikel 5;</al></li><li nr="d."><al>Wanneer zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                            uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld, dan wel hun
                                            bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                            vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="e."><al>Indien zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                            uitspraak onder curatele zijn gesteld, in staat van
                                            faillissement zijn verklaard, ten aan zien van hen de
                                            schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van
                                            toepassing is verklaard, zij surseance van betaling
                                            hebben verkregen of wegens schulden zijn gegijzeld;</al></li><li nr="f."><al>Indien zij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel
                                            toebrengen aan het aan hen gestelde vertrouwen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De raad stelt een lid van de commissie op non-activiteit, indien
                                    hij:</al><lijst><li nr="a."><al>Zich in voorlopige hechtenis bevindt;</al></li><li nr="b."><al>Bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke
                                            uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem
                                            bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                            vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="c."><al>Onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is
                                            verklaard, ten aanzien van hem de
                                            schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van
                                            toepassing is verklaard, hij surseance van betaling
                                            heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld
                                            ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden
                                            rechterlijke uitspraak.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Alvorens de raad een beslissing neemt over een ontslag van een
                                    lid van de commissie, wordt het betreffende lid in de
                                    gelegenheid gesteld gehoord te worden.</al></li><li nr="5."><al>Indien de raad niet tot het verlenen van ontslag besluit, heft
                                    het zo nodig de op non-activiteitstelling op, welke beslissing
                                    zo spoedig mogelijk aan het betreffende lid wordt
                                    medegedeeld.</al></li></lijst><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Incompatibiliteiten</label></kop><al>De voorzitter en de overige leden van de commissie vervullen niet de
                            volgende betrekkingen:</al><lijst><li nr="a."><al>Lid van het college;</al></li><li nr="b."><al>Lid van de raad;</al></li><li nr="c."><al>Werkzaam onder verantwoordelijkheid van het college of de
                                    raad;</al></li><li nr="d."><al>Deel uitmaken van een plaatselijke belangenorganisatie,
                                    voorzover dit enige relatie kan hebben met het taakgebied van de
                                    commissie.</al></li></lijst><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Kamers</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie kan kamers instellen, die belast worden met de
                                    behandeling van bezwaarschriften.</al></li><li nr="2."><al>De commissie kan voor elke kamer vaststellen welke categorie of
                                    categorieën bezwaarschriften door haar zullen worden
                                    behandeld.</al></li><li nr="3."><al>Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden. De voorzitter,
                                    zijnde de voorzitter, vice-voorzitter of een van de leden van de
                                    commissie, wordt uit het midden van de commissie aangewezen.
                                </al></li><li nr="4."><al>Met betrekking tot de werkwijze van de kamers is het bepaalde in
                                    het volgende hoofdstuk zoveel mogelijk van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li></lijst><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Secretariaat</label></kop><al>Het secretariaat van de commissie en haar kamers wordt bekleed door een
                            of meer daartoe aangewezen ambtena(a)r(en).</al><al></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk III – De procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 8 Ontvangst bezwaar- of beroepschriften</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                    aangetekend.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan stelt het bezwaarschrift, als bedoeld in
                                    artikel 2, eerste en derde lid, met de daarbij overgelegde
                                    stukken zo spoedig mogelijk in handen van de commissie.</al></li><li nr="3."><al>Bij het bericht van ontvangst, als bedoeld in artikel 6:14
                                    eerste lid, van de wet, kan het bestuursorgaan vermelden dat een
                                    commissie over het bezwaar zal adviseren</al></li></lijst><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Uitoefening bevoegdheden</label></kop><lijst><li nr="•"><al>De volgende in de wet neergelegde bevoegdheden worden, voorzover
                                    de voorbereiding van de beslissing op bezwaren in handen van de
                                    commissie is gesteld, uitgeoefend door de voorzitter van de
                                    commissie:</al></li></lijst><al>2:1 tweede lid; </al><al>6:6 voor wat betreft het stellen van een termijn; </al><al>6:17 voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de
                            behandeling van het</al><al></al><lijst><li nr="•"><al>bezwaarschrift door de commissie;</al></li></lijst><al>7:4 tweede lid; </al><al>7:6 vierde lid;</al><al></al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Verstrekking stukken aan de commissie</label></kop><al>Het bestuursorgaan is verplicht aan de commissie alle stukken over te
                            leggen die betrekking hebben op de zaak die onderwerp is van het
                            bezwaarschrift.</al><al></al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Vooronderzoek</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter is in verband met de voorbereiding van de
                                    behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle
                                    gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                                    commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen
                                    zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen.
                                    Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van
                                    het college vereist.</al></li></lijst><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Hoorzitting</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting
                                    waarin belanghebbenden en bestuursorgaan in de gelegenheid
                                    worden gesteld door de commissie te worden gehoord.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de
                                    wet.</al></li><li nr="3."><al>Indien de voorzitter op grond van het in het tweede lid genoemde
                                    artikel besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan
                                    mededeling aan belanghebbenden en het bestuursorgaan.</al></li><li nr="4."><al>Indien de voorzitter op grond van het in het derde lid genoemde
                                    artikel besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan
                                    mededeling aan belanghebbenden en het bestuursorgaan.</al></li></lijst><al><vet></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Uitnodiging hoorzitting</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter nodigt de belanghebbende(n) en het bestuurs- dan
                                    wel het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting
                                    schriftelijk uit.</al></li><li nr="2."><al>Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of
                                    het bestuurs- dan wel het verwerend orgaan, onder opgaaf van
                                    redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te
                                    wijzigen.</al></li><li nr="3."><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt zo spoedig
                                    mogelijk, doch uiterlijk één week voor het tijdstip van de
                                    zitting aan de belanghebbenden en het bestuurs- dan wel het
                                    verwerend orgaan medegedeeld.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te
                                    wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in
                                    het eerste, tweede en derde lid.</al><al></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Quorum </titel></kop><al>Voor het houden van een zitting als bedoeld in artikel 12, eerste lid,
                            is, onverminderd het bepaalde in artikel 7:13, derde lid van de wet,
                            vereist dat, naast de voorzitter, tenminste één lid aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 Onpartijdigheid</label></kop><al>De voorzitter of een lid van de commissie neemt niet deel aan de
                            behandeling van een bezwaarschrift als daarbij zijn onpartijdigheid in
                            het geding kan zijn.</al><al></al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16 Openbaarheid zitting</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De zitting van de commissie is openbaar.</al></li><li nr="2."><al>De deuren kunnen op verzoek van de voorzitter of een van de
                                    leden van de commissie, dan wel een belanghebbende, worden
                                    gesloten om gewichtige redenen, zulks ter beoordeling van de
                                    commissie.</al></li></lijst><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17 Schriftelijke verslaglegging</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de
                                    namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.</al></li><li nr="2."><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van hetgeen over
                                    en weer is gezegd en wat verder ter zitting is
                                    voorgevallen.</al></li><li nr="3."><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren
                                    plaatsvond, of indien belanghebbenden respectievelijk hun
                                    gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord,
                                    maakt het verslag hiervan melding.</al></li><li nr="4."><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde
                                    bescheiden, die aan het verslag worden gehecht.</al></li><li nr="5."><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de
                                    secretaris.</al></li></lijst><al><vet></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 18 Nader onderzoek</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt
                                    opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de
                                    voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie
                                    dit onderzoek houden.</al></li><li nr="2."><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in
                                    afschrift aan de leden van de commissie, het bestuurs- dan wel
                                    het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.</al></li><li nr="3."><al>De leden van de commissie, het bestuurs- dan wel het verwerend
                                    orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na
                                    verzending van de in het eerste lid bedoelde nadere informatie
                                    aan de voorzitter een verzoek richten tot het beleggen van een
                                    nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op dat verzoek.</al></li><li nr="4."><al>Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze
                                    verordening, die betrekking hebben op de hoorzitting, zoveel
                                    mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19 Raadkamer en advies</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over
                                    het door haar uit te brengen advies.</al></li><li nr="2."><al>De commissie besluit bij meerderheid van stemmen over het uit te
                                    brengen advies. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het
                                    advies melding gemaakt, indien de minderheid dit wenst.</al></li><li nr="3."><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                                    beslissing op het bezwaarschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris
                                    ondertekend.</al></li></lijst><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20 Uitbrengen advies en verdaging</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld
                                    in artikel 17 en eventueel door de commissie ontvangen nadere
                                    informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het
                                    bezwaarschrift dient te beslissen</al></li><li nr="2."><al>De commissie zendt tevens een exemplaar van het advies en
                                    verslag aan belanghebbenden.</al></li><li nr="3."><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter de termijn van twaalf
                                    weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid van de wet,
                                    ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een
                                    advies door de commissie en het nemen van een beslissing,
                                    verzoekt hij het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan
                                    tijdig de beslissing te verdagen.</al></li><li nr="4."><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie, de
                                    belanghebbenden en het bestuursorgaan een afschrift.</al></li></lijst><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21 Toezending afschrift beslissing</label></kop><al>Het bestuursorgaan doet de commissie een afschrift toekomen van zijn
                            beslissing op het bezwaarschrift.</al><al></al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22 Geheimhouding</nr></kop><al>De leden van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen
                            hun bij de uitoefening van hun lidmaatschap ter kennis komt, voor zover
                            het belang van de belanghebbenden dit vereist.</al><al></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk IV - Rapportage van de commissie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 23 Tweejaarlijks verslag</label></kop><al>De commissie brengt eenmaal per twee jaar een verslag over haar
                            werkzaamheden uit. Dit verslag wordt in ieder geval ter kennis gebracht
                            van de raad en het college.</al><al></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk V - Slotbepaling</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 24 Inwerkingtreding en citeertitel</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking,
                                    tenzij hierover een referendum wordt gehouden.</al></li><li nr="2."><al>Met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening vervalt
                                    de Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften,
                                    vastgesteld op 31 januari 1994 en nadien gewijzigd.</al></li><li nr="3."><al>De huidige voorzitter, de vice-voorzitter en de leden van de
                                    commissie worden geacht ingevolge artikel 4 van deze verordening
                                    te zijn benoemd als voorzitter, respectievelijk vice-voorzitter
                                    en lid voor de periode waarop zij zijn benoemd.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                                    Bezwaarschriften.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>