<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR477792_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidslijn wet Bevordering Integriteitbeoordelingen door het Openbaar Bestuur</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heemskerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2006-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heemskerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidslijn wet Bevordering Integriteitbeoordelingen door het Openbaar Bestuur</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Bevordering Integriteitbeoordelingen door het Openbaar Bestuur</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-11-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-10-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BIVO/2012/29896</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidslijn wet Bevordering Integriteitbeoordelingen door het Openbaar Bestuur</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>Steeds vaker blijkt de georganiseerde misdaad erin te slagen om criminele activiteiten uit te</al><al>voeren met onbedoelde hulp van een bestuursorgaan (bijvoorbeeld deelname aan</al><al>bouwprojecten om illegaal opgebouwd vermogen wit te wassen). Enerzijds is dit onwenselijk</al><al>vanwege de economische macht die de georganiseerde misdaad hiermee kan verkrijgen.</al><al>Anderzijds wordt de integriteit van de overheid hierdoor aangetast en leidt het imago van het</al><al>openbaar bestuur schade.</al><al>Om te voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert, is sinds 1 juni 2003 de Wet</al><al>BIBOB van kracht. BIBOB staat voor de Bevordering Integriteitbeoordelingen door het</al><al>Openbaar Bestuur. Deze wet moet de integriteit van de bestuursorganen beschermen.</al><al>Voordat een bestuursorgaan een beroep kan doen op de Wet BIBOB moet beleid zijn</al><al>vastgesteld waarin staat wanneer en op welke wijze dit bestuursorgaan de wet wil inzetten.</al><al>In deze notitie wordt dit beleid geformuleerd. Allereerst wordt aangegeven wanneer het</al><al>BIBOB-instrumentarium wordt ingezet. Daarna worden de aspecten die een rol spelen bij het</al><al>toepassen van dit instrumentarium onder elkaar gezet. Tot slot worden de inspanningen</al><al>opgesomd die moeten worden gepleegd om goed te kunnen werken met het BIBOBinstrumentarium.</al><al/></artikel><artikel><kop><nr>2</nr><titel>Inzet van het BIBOB-instrumentarium</titel></kop><al>Het BIBOB-instrumentarium is een middel bij het bestrijden van criminele activiteiten die</al><al>bestuursorganen onbedoeld zouden kunnen faciliteren. Daarbij moet zowel gedacht worden</al><al>aan het ontplooien van criminele activiteiten met behulp van een legale onderneming, als</al><al>aan optreden in legale economische sectoren waardoor uit eerdere criminele activiteiten</al><al>verkregen geld kan worden geïnvesteerd. Bij deze activiteiten is men dikwijls afhankelijk van</al><al>de medewerking van het openbaar bestuur. Het optreden van het openbaar bestuur kan in</al><al>dat verband betrekking hebben op vergunning- en subsidieverlening (bestuursrechtelijke</al><al>besluiten), maar ook op aanbestedingen (privaatrechtelijke handelingen).</al><al><cursief>Vergunningen </cursief>De wetgever heeft een aantal gevoelige beleidsterreinen aangewezen</al><al>die onder de werkingssfeer vallen van de Wet BIBOB. Het betreft</al><al>branches</al><al>a. waarmee leden van criminele organisaties technisch en financieel</al><al>vertrouwd zijn;</al><al>b. die een lage drempel van toetreding kennen;</al><al>c. dat bestaan uit enkele grote bedrijven en een groot aantal kleine</al><al>bedrijven die met elkaar in een harde onderlinge concurrentie zijn</al><al>verwikkeld;</al><al>d. waar grote sommen contant geld in omgaan, wat de mogelijkheid</al><al>biedt om activiteiten en inkomsten niet in de administratie op te</al><al>nemen;</al><al>e. waar weinig is geregeld, waar de regels gecompliceerd zijn,</al><al>tegenstrijdig of in de praktijk onwerkbaar.</al><al>Op basis van deze criteria heeft de wetgever de volgende sectoren</al><al>aangewezen die onder de Wet BIBOB vallen:</al><al>- Transport</al><al>- Milieu</al><al>- Bouw</al><al>- Horeca</al><al>- Seksinrichtingen</al><al>- Coffeeshops</al><al>- (speelautomatenhallen)</al><al>Het gaat hier om economische sectoren die kwetsbaar (kunnen) zijn</al><al>voor ernstige of georganiseerde vormen van criminaliteit en waarbij</al><al>grote belangen op het spel (kunnen) staan.</al><al>De vergunningen die binnen deze sectoren worden verstrekt zijn:</al><al>· Drank- en horecavergunning (artikel 27, 31, DHW)</al><al>· De horeca-exploitatievergunning (APV en artikel 4 onder a, Besluit</al><al>BIBOB)</al><al>· De vergunning voor een seksinrichting (artikel 4 onder b, Besluit</al><al>BIBOB)</al><al>· De escortvergunning (artikel 4 onder c, Besluit BIBOB)</al><al>· De vergunning voor een smart- en growshop (artikel 4 onder d,</al><al>Besluit BIBOB)</al><al>· De vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal</al><al>(artikel 4, onder e Besluit BIBOB)</al><al>· De bouwvergunning (artikel 44a, Woningwet)</al><al>8</al><al>· De milieuvergunning (artikel 8.10, 8.20 en 8.25, Wet Milieubeheer)</al><al><cursief>Subsidies </cursief>Daarnaast kunnen subsidies onder het BIBOB-instrumentarium worden</al><al>gebracht als grote belangen op het spel staan (artikel 6 Wet BIBOB).</al><al>De regelgever die verantwoordelijk is voor de totstandkoming van de</al><al>desbetreffende subsidieregeling kan dit bepalen. Als deze</al><al>subsidieregeling niet bij wet of ministeriële regeling (Amvb) is geregeld</al><al>is daarvoor wel toestemming goedkeuring nodig van de ministers van</al><al>BZK en Justitie.</al><al><cursief>Aanbestedingen </cursief>Ook aanbestedingen binnen nog nader aan te wijzen sectoren</al><al>(middels Amvb) vallen onder de werkingssfeer van de Wet BIBOB als</al><al>daarbij grote belangen op het spel staan. Het gaat hierbij om</al><al>aanbestedingen op het terrein van ICT, milieu en bouw (artikel 5 Wet</al><al>BIBOB en artikel 3 Besluit BIBOB).</al><al>Hoewel de Wet BIBOB al in werking is getreden, kunnen bestuursorganen de wet nog niet</al><al>binnen het gehele toepassingsbereik van de wet, zoals hierboven beschreven, toepassen.</al><al>Zo zijn er op rijksniveau nog geen subsidieregelingen aangewezen waarin is opgenomen dat</al><al>de Wet BIBOB van toepassing is op de aanvragen. Ook bestaat er nog veel weerstand tegen</al><al>de toepassing van de Wet BIBOB bij overheidsopdrachten. Momenteel wordt onderzocht hoe</al><al>het BIBOB-instrumentarium zo kan worden ingezet, dat bestuursorganen daarbij niet het</al><al>risico lopen in strijd te handelen met Europese regelgeving en rechtspraak. Tot slot blijkt dat</al><al>veel gemeenten de Wet BIBOB vanuit praktisch oogpunt eerst op een beperkt terrein</al><al>invoeren.</al><al>Gelet op het voorgaande zal de wet BIBOB eerst worden toegepast bij nieuwe aanvragen</al><al>voor een Drank- en horecavergunning (Drank- en horecawet), een exploitatievergunning</al><al>voor een horeca-inrichting of seksinrichting (APV) dan wel een vergunning voor een</al><al>speelautomatenhal (Verordening speelautomatenhallen). In latere stadia zal beleid worden</al><al>vastgesteld voor milieuvergunningen, aanbestedingen, bouwvergunningen en subsidies, één</al><al>en ander afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen</al><al>De aanvrager van een Drank- en horecavergunning, een exploitatievergunning voor een</al><al>horeca-inrichting of seksinrichting dan wel een vergunning voor een speelautomatenhal</al><al>moet bij zijn aanvraag aanvullende informatie verstrekken door middel van een aanvullend</al><al>aanvraagformulier (zie bijlage).</al><al/></artikel><artikel><kop><nr>3</nr><titel>Het toepassen van het BIBOB-instrumentarium</titel></kop><al>Indien bij een vergunningaanvraag, subsidieverlening of een aanbesteding een beroep</al><al>wenselijk is op de Wet BIBOB kan het Bureau bevordering integriteitsonderzoeken door het</al><al>openbaar bestuur (bureau BIBOB) om advies worden gevraagd over de mate van gevaar dat</al><al>een vergunning, subsidie of overheidsopdracht wordt misbruikt voor criminele activiteiten. Zij</al><al>hebben toegang tot een aantal gesloten bronnen.</al><al>Aan de adviesaanvraag zijn kosten verboden. De bijdrage in de kosten wordt jaarlijks</al><al>vastgesteld. Op dit moment kost een advies bij een beschikking € 500 en bij een</al><al>aanbesteding € 500 per te onderzoeken eenheid, met een maximum van € 5.000 per advies</al><al>in het kader van aanbestedingen (staatscourant 2003, 99, blz.9).</al><al>Voordat een bestuursorgaan (kan) besluit(en) tot de aanvraag van een advies bij Bureau</al><al>BIBOB moeten eerst de volgende stappen worden doorlopen:</al><al><cursief>Eigen beleidslijn </cursief>Vanwege de zwaarte van het BIBOB-instrumentarium is het</al><al>bestuursorgaan wettelijk verplicht tot het opstellen van een beleidslijn</al><al>waarin het bestuur in algemene termen verwoord in welke gevallen</al><al>advies wordt gevraagd bij Bureau BIBOB (zie bijlage).</al><al><cursief>Ontvankelijkheid </cursief>Een aanvraag het moet betrekking hebben op een vergunning,</al><al>subsidie of aanbesteding in één van de BIBOB sectoren.</al><al><cursief>Proportioneel </cursief>De toepassing van het BIBOB-instrument moet in juiste verhouding</al><al>staan tot het belang van de gevraagde beslissing. Er moet een juiste</al><al>balans zijn tussen de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en de</al><al>bescherming van het openbaar belang. De aanvraag voor een</al><al>bouwvergunning voor de bouw van een dakkapel, is bijvoorbeeld niet</al><al>van zodanig belang dat een BIBOB-onderzoek gerechtvaardigd is.</al><al><cursief>Subsidiair middel </cursief>Het bestuursorgaan moet hebben onderzocht of met een ander,</al><al><cursief>mogelijk </cursief>minder ingrijpend middel, hetzelfde doel kan worden bereikt. Zo</al><al>kunnen horecavergunningen reeds geweigerd worden op grond van de</al><al>zedelijkheidstoets of slecht levensgedrag van de leidinggevenden.</al><al>Daarnaast is in de Wet goederenvervoer over de weg bijvoorbeeld</al><al>sprake van de verklaring omtrent het gedrag. Op het gebied van</al><al>bouwvergunningen, milieuvergunningen en aanbestedingen blijken</al><al>geen subsidiaire mogelijkheden te bestaan (uit: rapport “Gewapend</al><al>bestuursrecht”).</al><al>Een bestuursorgaan kan uit verschillende bronnen informatie putten</al><al>om een subsidiaire weigeringsgrond te achterhalen:</al><al>Openbare bronnen:</al><al>· Handelsregister van de Kamer van Koophandel</al><al>· Kadaster/Hypotheekregister</al><al>· Internet (beperkt zoeken)</al><al>· Bedrijfschappen</al><al>· Telefoongids/gouden gids</al><al>· Bestemmingsplan</al><al>10</al><al>Gesloten bronnen:</al><al>· Justitiële documentatie (in het kader van de drank- en horecawet)</al><al>· Sociale diensten = MD (opnemen in APV)</al><al>· Gemeentelijke basisadministratie (GBA)</al><al>· Gemeentelijke belastingdienst = belastingen</al><al>· Overige gemeentelijke diensten (Brandweer, Bouw- en</al><al>Woningtoezicht, handhavingteams of een andere afdeling die</al><al>relevant op het onderwerp kan zijn b.v. sociale dienst)</al><al>Als er uit de bronnen blijkt dat er sprake is van ernstig gevaar en dit</al><al>kan duidelijk worden onderbouwd, dan kan, zonder tussenkomst van</al><al>het Bureau BIBOB, de aanvraag worden geweigerd op basis van</al><al>artikel 3 van de wet BIBOB.</al><al>Wanneer het bestuursorgaan vervolgens een vergunningaanvraag, subsidieverlening of een</al><al>aanbesteding wil voorleggen aan het Bureau BIBOB volgen hieronder de te doorlopen</al><al>stappen:</al><al><cursief>Besluitvorming </cursief>Het bestuur besluit om een BIBOB-advies aan te vragen. Het</al><al>bestuur beschikt terzake over een discretionaire bevoegdheid.</al><al>Bij de toepassing van het BIBOB-instrumentarium blijft het</al><al>bestuur ook zelf de volledige verantwoordelijkheid dragen voor</al><al>de voorkoming van bestuurlijke facilitering van criminele</al><al>activiteiten.</al><al>Het bestuurlijke besluit om een BIBOB-advies aan te vragen</al><al>vloeit voort uit het volgende:</al><al>- na het eigen onderzoek blijven vragen bestaan over de</al><al>bedrijfsstructuur, of de activiteiten in en/of in de directe</al><al>omgeving van de onderneming.</al><al>- na het eigen onderzoek blijven vragen bestaan over de</al><al>financiering van het bedrijf.</al><al>- na het eigen onderzoek blijven vragen bestaan over</al><al>omstandigheden in de persoon van de aanvrager, de wijze</al><al>van financiering, de financier van de onderneming of de</al><al>eigenaar van het pand waarin de onderneming is</al><al>gevestigd.</al><al>- de Officier van Justitie adviseert om in een bepaalde zaak</al><al>een BIBOB-advies aan te vragen (tipfunctie uit artikel 26</al><al>wet BIBOB)</al><al><cursief>In kennisstelling </cursief>De schriftelijke mededeling van dit besluit aan de aanvrager.</al><al><cursief>Contact met Helpdesk </cursief>Het contact met de helpdesk van Bureau BIBOB.</al><al><cursief>Aanvraag </cursief>Bureau BIBOB begeleidt de aanvraag.</al><al><cursief>Onderzoek </cursief>Bureau BIBOB start het onderzoek. Het Bureau BIBOB kan</al><al>hierbij putten uit openbare bronnen en limitatief opgesomde</al><al>gesloten bronnen waartoe het bestuursorgaan geen toegang</al><al>heeft, zoals de persoonsregistraties waarop de Wet</al><al>11</al><al>politieregisters en de Wet op de justitiële documentatie van</al><al>toepassing zijn.</al><al><cursief>Advies </cursief>Bureau BIBOB komt tot een uitvoerig gemotiveerd advies.</al><al>Bureau BIBOB geeft geen advies of het betrokken bestuur al</al><al>dan niet in gunstige zin zou kunnen of moeten beslissen op een</al><al>aanvraag tot vergunning- of subsidieverlening dan wel of een</al><al>overheidsopdracht kan worden gegund. In plaats daarvan geeft</al><al>het bureau de volgende adviezen:</al><al>a. Er is geen sprake van gevaar;</al><al>b. Er is sprake van enig gevaar;</al><al>c. Er is sprake van ernstige mate van gevaar.</al><al><cursief>Officier van justitie </cursief>De Officier van justitie toetst of de BIBOB-gegevens aan het</al><al>bestuur kunnen worden verstrekt.</al><al><cursief>Definitieve besluitvorming </cursief>Het bestuur ontvangt het advies en betrekt het in zijn</al><al>besluitvorming. Het bestuur maakt een eigen afweging waarbij</al><al>het advies van het Bureau BIBOB niet één op één mag worden</al><al>overgenomen in de besluitvorming. Op basis van het advies</al><al>van het Bureau BIBOB moet het bestuursorgaan zelf de</al><al>afweging maken of het gevaar zo zwaarwegend is dat de</al><al>gevraagde vergunning of subsidie niet kan worden verleend</al><al>dan wel de overheidsopdracht niet kan worden gegund. Als het</al><al>bestuursorgaan afwijkt van het advies van het Bureau BIBOB</al><al>moet dit worden gemotiveerd.</al><al>Het gaat bij de belangenafweging door het bestuursorgaan niet</al><al>uitsluitend om het financiële belang van de betrokkene</al><al>tegenover het belang van het bestuursorgaan om te vermijden</al><al>dat ongewild faciliteiten worden geboden voor criminele</al><al>activiteiten waardoor onder andere de integriteit van de</al><al>overheid wordt aangetast en het imago van het openbaar</al><al>bestuur schade leidt. Het bestuursorgaan kan ook het</al><al>maatschappelijk of bestuurlijk belang dat bepaalde activiteiten</al><al>plaatsvinden of zullen plaatsvinden bij de besluitvorming</al><al>betrekken. In dat kader kan bijvoorbeeld de handhaving van</al><al>een bepaald voorzieningenniveau aan de orde zijn, maar ook</al><al>werkgelegenheidsaspecten kunnen een rol spelen. Daarnaast</al><al>zijn de andere instrumenten die een bestuursorgaan ten dienste</al><al>staan van belang. Hierbij kan gedacht worden aan onder</al><al>andere de mogelijkheden die het bestuursorgaan of de</al><al>aanbestedende dienst heeft om door middel van gerichte</al><al>controle of andere bestuurlijke handhavinginstrumenten te</al><al>voorkomen dat criminele activiteiten worden ontplooid met</al><al>behulp van de subsidie of vergunning, of de uitvoering van een</al><al>overheidsopdracht. Tevens kan het bestuursorgaan of de</al><al>aanbestedende dienst, als de risicoanalyse daartoe aanleiding</al><al>geeft, de betrokkene vragen om specifieke waarborgen (b.v.</al><al>12</al><al>waarborgen op financieel terrein) alvorens een positieve</al><al>beslissing wordt genomen.</al><al><cursief>Zienswijze </cursief>De aanvrager en belanghebbenden kunnen hun zienswijze</al><al>geven bij een besluit.</al><al><cursief>Betrokkene (=aanvrager): </cursief>indien een bestuursorgaan van plan</al><al>is om een vergunning te weigeren op grond van het advies</al><al>“ernstig gevaar” van Bureau BIBOB is het verplicht de</al><al>aanvrager in staat te stellen om hierover zijn zienswijze te</al><al>geven (artikel 33, lid 1, Wet BIBOB). De aanvrager mag dan</al><al>voorafgaand aan de definitieve besluitvorming de gegevens</al><al>inzien waarop de negatieve beschikking zal worden gebaseerd.</al><al>De aanvrager heeft zo gelijk de kans om de juistheid van deze</al><al>gegevens te controleren en eventueel ter discussie te stellen,</al><al>zodat het bestuursorgaan haar beslissing kan heroverwegen.</al><al>Dit betekent een extra controle op de bronbevraging door</al><al>Bureau BIBOB waarop het advies is gebaseerd. Het</al><al>bestuursorgaan laat de aanvrager vervolgens weer weten of</al><al>deze zienswijze de beschikking beïnvloedt.</al><al><cursief>Belanghebbenden (=derden): </cursief>Wanneer in de voorgenomen</al><al>beschikking gegevens van derden opgenomen zijn waartegen</al><al>deze redelijkerwijs bedenkingen zouden kunnen hebben, dan is</al><al>het bestuursorgaan eveneens verplicht om deze derden naar</al><al>hun zienswijze te vragen (artikel 4:8, AWB). Ook derden</al><al>hebben op deze manier kans om eventuele feitelijke</al><al>onjuistheden in het advies te corrigeren. Hier kan het dus gaan</al><al>om zowel positieve als negatieve beschikkingen alsook</al><al>beschikkingen met aanvullende voorwaarden. Het kan</al><al>bijvoorbeeld voorkomen dat in een positieve beschikking</al><al>gegevens worden opgenomen van derden die deze in een</al><al>ongunstig daglicht zouden kunnen stellen.</al><al><cursief>Beschikking </cursief>Het bestuur besluit al dan niet tot een negatieve beschikking en</al><al>stelt de aanvrager hiervan in kennis</al><al><cursief>Bezwaar en beroep </cursief>De aanvrager kan bij een negatieve beschikking de bezwaaren</al><al>beroepsprocedure volgen.</al><al><cursief>De privacy van betrokkenen </cursief>De Algemene Wet Bestuursrecht en de Wet Bescherming</al><al>Persoonsgegevens zijn van toepassing op de gegevens die</al><al>door het Bureau BIBOB zijn verzameld. Ten slotte speelt de</al><al>Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) een bijzondere rol in het</al><al>kader van de Wet BIBOB. Hoewel het BIBOB-advies als</al><al>document in beginsel onder het verstrekkingenregime van de</al><al>WOB valt, zal in de praktijk het openbaar maken van het advies</al><al>op grond van artikel 10 van de WOB achterwege blijven. De</al><al>inhoud van het advies zal namelijk veelal gegevens bevatten</al><al>die de persoonlijke levenssfeer raken of gegevens die als</al><al>bedrijfsgegevens zijn te beschouwen. Ook zal niet zelden een</al><al>13</al><al>beroep gedaan kunnen worden op in de WOB genoemde grond</al><al>voor het voorkomen van onevenredige benadeling van bij die</al><al>aangelegenheid betrokken (rechts)personen dan wel derden.</al><al>14</al><al>15</al><al/></artikel><artikel><kop><nr>4</nr><titel>Te plegen inspanningen</titel></kop><al><cursief>Voorlichting </cursief>De beleidslijn moet voor burgers worden gepubliceerd.</al><al>Ook moet de aanvrager van de vergunningen op de</al><al>hoogte worden gebracht van de gevolgen van de nieuwe</al><al>wet. Zo dienen zij erop gewezen te worden dat het</al><al>onjuist of onvolledig invullen van de</al><al>aanvraagformulieren kan leiden tot een weigering. Een</al><al>ander punt waar zij op gewezen moeten worden is dat</al><al>bij de overdracht van de vergunning ook een BIBOB</al><al>advies kan worden gevraagd. Bureau BIBOB heeft</al><al>daartoe een standaard tekst opgesteld.</al><al>Ook moeten alle bij de vergunningaanvragen betrokken</al><al>ambtenaren opgeleid worden of bekend raken met de</al><al>mogelijkheden van de Wet BIBOB. De bekendmaking</al><al>aan de ambtenaren kan plaatsvinden via mailings, via</al><al>voorlichtingsmateriaal of met behulp van workshops,</al><al>bijeenkomsten of trainingen.</al><al>Daarnaast dienen de procesbeschrijvingen binnen de</al><al>gemeente aangepast worden.</al><al><cursief>Aanpassen legesverordening </cursief>Bij een vergunningaanvraag (dit geldt niet bij</al><al>subsidieverlening of een aanbesteding) kunnen de</al><al>kosten van het aanvragen van een BIBOB-advies</al><al>worden doorberekend in de leges.</al><al><cursief>Aanpassen APV </cursief>In de APV zullen ten aanzien van de horeca-</al><al>(exploitatie)vergunning eisen moeten worden gesteld ten</al><al>aanzien van het levensgedrag. Aan de</al><al>(exploitatie)vergunning voor het horecabedrijf kan het</al><al>volgende lid worden toegevoegd: “De burgemeester</al><al>weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid</al><al>indien de houder geen verklaring omtrent gedrag</al><al>overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum</al><al>waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is</al><al>afgegeven.” Ook zal in de APV een bepaling moeten</al><al>worden opgenomen om de sociale dienst te kunnen</al><al>raadplegen in het kader van de BIBOB-procedure.</al><al><cursief>Aanpassen aanvraagformulieren </cursief>De huidige aanvraagformulieren moeten worden</al><al>uitgebreid met extra vragen. Deze extra vragen moeten</al><al>verplicht worden opgenomen in de huidige</al><al>aanvraagformulieren (artikel 30, Wet BIBOB).</al><al><cursief>Opstellen/ aanpassen werk- </cursief>Uitvoering van de wet BIBOB zal aanpassing van een</al><al><cursief>Instructies </cursief>aantal werkprocessen met zich meebrengen. Bovendien</al><al>zal binnen de gemeente moeten worden bepaald hoe</al><al>wordt omgegaan met de privacy gevoelige informatie in</al><al>16</al><al>een BIBOB-advies: Wie mag het advies inzien? Wie stelt</al><al>de betrokkene op de hoogte? Wie stelt derden op de</al><al>hoogte? Welke informatie mag aan de betrokkenen of</al><al>aan derden worden gegeven?</al><al><cursief>Opleiden personeel </cursief>Het personeel dat moet gaan werken met de BIBOBabele</al><al>vergunningen, subsidieaanvragen en</al><al>aanbestedingen zal "kennis" moeten maken met de</al><al>mogelijkheden en grenzen van BIBOB. Zij zullen in ieder</al><al>geval de volgende taken moeten kunnen uitvoeren:</al><al>§ Het controleren van de dossiers op inhoud: is het</al><al>eigen instrumentarium optimaal toegepast?</al><al>§ Het controleren van de dossiers op volledigheid:</al><al>zitten alle benodigde documenten, diploma’s en</al><al>overige papieren in het dossier? Is dit duidelijk</al><al>aangegeven in een inhoudsopgave?</al><al>§ Het schriftelijk op de hoogte stellen van de</al><al>betrokkenen van de adviesaanvraag bij het Bureau</al><al>(mededelingsplicht) en het opschorten van de</al><al>behandelingstermijn van de vergunningaanvraag</al><al>voor de duur van het onderzoek me een termijn van</al><al>ten hoogste vier weken (verlenging is mogelijk).</al><al>· Het invullen van het verzoekformulier en het</al><al>doorsturen van het verzoek naar Bureau BIBOB.</al><al>· Het veilig omgaan met privacygevoelige informatie.</al><al><cursief>Financiële consequenties </cursief>Gelet op de BIBOB-advieskosten van € 500,= zullen</al><al>legeskosten en/of budgetten moeten worden verhoogd.</al><al><cursief>Tijdslijn </cursief>De stukken zijn besproken en voorbereid door de</al><al>ambtenaren Openbare orde en Veiligheid van de</al><al>gemeenten Velsen, Heemskerk en Beverwijk.</al><al>Vervolgens is het beleid besproken in de districtelijke</al><al>driehoek. Tijdens dit overelg is besloten het voorstel</al><al>voor te leggen aan de colleges en raden van de</al><al>gemeenten in de IJmond.</al><al>1. Behandeling in college van B&amp;W 22 November 2005</al><al>2. Ter kennisname aan de (raads)commissie December 2005</al><al>3. Invoering 1 januari 2006</al><al>4. Nadere uitwerking, implementatie en operationalisatie Eerste kwartaal 2006</al><al>17</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de B&amp;W vergadering </ondertekening><ondertekening> burgemeester en wethouders van Heemskerk,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>BIBOB horeca, speelautomatenhallen en prostitutie</titel><subtitel/></kop><al><vet>1. Inleiding</vet></al><al>Steeds vaker blijkt de georganiseerde misdaad erin te slagen om criminele activiteiten uit te</al><al>voeren met onbedoelde hulp van een bestuursorgaan (bijvoorbeeld deelname aan</al><al>bouwprojecten om illegaal opgebouwd vermogen wit te wassen). Enerzijds is dit onwenselijk</al><al>vanwege de economische macht die de georganiseerde misdaad hiermee kan verkrijgen.</al><al>Anderzijds wordt de integriteit van de overheid hierdoor aangetast en leidt het imago van het</al><al>openbaar bestuur schade.</al><al>Om te voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert is sinds 1 juni 2003 de Wet</al><al>BIBOB van kracht. BIBOB staat voor de Bevordering Integriteitbeoordelingen door het</al><al>Openbaar Bestuur. Deze wet moet de integriteit van de bestuursorganen, waaronder</al><al>gemeentelijke bestuursorganen, beschermen. De wet BIBOB geeft bestuursorganen immers</al><al>een extra weigerings- en/of intrekkingsgrond op grond waarvan vergunningen of subsidies</al><al>kunnen worden geweigerd of ingetrokken.</al><al>Ook de gemeente Heemskerk wil zich beschermen tegen het risico dat criminele activiteiten</al><al>worden gefaciliteerd. Daarom zullen de gemeentelijke bestuursorganen gebruik maken van</al><al>de mogelijkheden die de Wet BIBOB hen biedt. Omdat het gebruik van de Wet BIBOB zwaar</al><al>kan ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer van personen en om willekeur te voorkomen,</al><al>wordt in deze beleidslijn aangegeven op welke wijze de Wet BIBOB gebruikt zal worden bij</al><al>de verlening van vergunningen voor de horeca en seksinrichtingen.</al><al>20</al><al>21</al><al><vet>2. Toepassing beleidslijn</vet></al><al>Uit landelijk onderzoek blijkt dat de horecabranche veelvuldig wordt ingezet voor criminele</al><al>activiteiten. Daarom start de gemeente met deze branches bij de invoering van de Wet</al><al>BIBOB. Later zal beleid worden vastgesteld voor aanbestedingen in de sectoren Milieu,</al><al>Bouw en ICT, voor vergunningen in het kader van de Wet Milieubeheer (milieuvergunning)</al><al>en de Woningwet (bouwvergunning) en voor subsidies.</al><al>In deze beleidslijn gaat het om de volgende vergunningen voor de branches horeca en</al><al>prostitutie:</al><al>1. horeca: exploitatievergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening</al><al>(“droge en natte horeca”) en de vergunning op grond van de Drank- en Horecawet (“natte</al><al>horeca”);</al><al>2. speelautomatenhallen: vergunning in het kader van artikel 30c, eerste lid, onderdeel c,</al><al>van de Wet op de kansspelen (Wok);</al><al>3. prostitutie: exploitanten van prostitutiebedrijven en seksinrichtingen behoeven een</al><al>exploitatievergunning op grond van de APV.</al><al>Binnen de horecabranche wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds:</al><al>- sociaal-culturele instellingen</al><al>- sportverenigingen en andere verenigingen</al><al>- slijterijen</al><al>en anderzijds horecabedrijven voor wie die een drank- en horecavergunning of</al><al>exploitatievergunning noodzakelijk voor hun primaire bedrijfsvoering (restaurants, café’s en</al><al>cafetarias). Het BIBOB-instrumentarium zal in Heemskerk worden gebruikt voor</al><al>laatsgenoemde horecabedrijven. Sociaal-culturele instellingen verenigingen hebben immers</al><al>een dusdanig open karakter dat in redelijk mag worden aangenomen dat criminele</al><al>activiteiten niet onopgemerkt blijven. Daarnaast gaat het bij slijterijen veel meer om</al><al>detailhandel- dan om horeca-acitivteiten.</al><al>Volgens de Wet BIBOB moet de gemeente eerst bekijken of er geen bestaande</al><al>weigeringsgronden zijn zoals genoemd in de APV en de Drank- en Horecawet. Deze</al><al>bestaande weigeringsgronden hebben namelijk ook betrekking op de integriteit van de</al><al>vergunningaanvrager c.q. houder. Te denken valt bijvoorbeeld aan de eis “niet in enig</al><al>opzicht van slecht levensgedrag te zijn”, of de eisen genoemd in het “Besluit eisen zedelijk</al><al>gedrag”, behorend bij de Drank-en Horecawet.</al><al>Vervolgens moet de gemeente volgens de Wet BIBOB zelf onderzoek doen naar de vraag of</al><al>door verstrekking van de gevraagde vergunning het risico wordt gelopen dat daardoor</al><al>criminele activiteiten worden gefaciliteerd. Dit onderzoek vindt plaats met behulp van het in</al><al>artikel 30 van de Wet BIBOB omschreven aanvraagformulier (zie bijlage bij deze beleidslijn).</al><al>Hierin wordt onder meer gevraagd wie de leidinggevenden dan wel vermogensverschaffers</al><al>van betrokkene(n) zijn, wie de eventuele zakelijke partners zijn en wat de wijze van</al><al>financiering is.</al><al>In laatste instantie kan de gemeente een advies aanvragen bij het Bureau BIBOB. Dit houdt</al><al>in dat alle personen onderworpen kunnen worden aan een “BIBOB-onderzoek”.</al><al>22</al><al>23</al><al><vet>3. Het bibob-instrument</vet></al><al>De gemeente zal bij de procedure van vergunningverlening steeds onderzoeken of artikel 3</al><al>van de wet BIBOB van toepassing is. Volgens dit artikel kan de gemeente een vergunning</al><al>weigeren of intrekken wanneer er sprake is van ernstig gevaar dat de vergunning mede</al><al>gebruikt zal worden voor:</al><al>a. het benutten van voordelen uit strafbare feiten; en/of</al><al>b. het plegen van strafbare feiten.</al><al>Dit houdt in dat de gemeente in principe zal overgaan tot toepassing van de Wet BIBOB</al><al>indien feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter</al><al>verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven vergunning een strafbaar feit is gepleegd</al><al>of daarmee een strafbaar feit gepleegd gaat worden.</al><al><vet>3.1 Algemene beleidsindicatoren</vet></al><al>Als een vergunningaanvraag wordt ingediend wordt in het kader van de BIBOB-procedure</al><al>een onderscheid gemaakt tussen een “lichte toets” en een “diepgaande toets”.1</al><al>Met een lichte toets wordt een globaal onderzoek van de antwoorden op de vragen en van</al><al>de overgelegde bescheiden bedoeld. Komt daaruit iets opvallends naar voren, bijvoorbeeld</al><al>een “merkwaardige” financiering, dan kunnen de bescheiden nauwkeuriger gecheckt</al><al>worden. Dit is de diepgaande toets.</al><al>Voor de toetsing van de aanvragen de volgende procedure gevolgd:</al><al>1. bij alle aanvragen worden de aangeleverde gegevens (bescheiden, inclusief</al><al>vragenlijst) over financiering en bedrijfsactiviteiten globaal bekeken (lichte toets);</al><al>2. als er naar aanleiding van de antwoorden op de vragenlijst en op basis van de</al><al>bescheiden nog vragen zijn dan wordt een diepgaande toets uitgevoerd;</al><al>3. het onder 1 en 2 gestelde blijft achterwege, ingeval een aanvrager bovengenoemde</al><al>vragenlijst reeds voor dat bedrijf heeft ingevuld en in een periode van 3 jaar vanaf de</al><al>datum van invullen zich geen wijzigingen (bijvoorbeeld exploitatievorm, financiering)</al><al>hebben voorgedaan;</al><al>4. bij inrichtingen die op grond van artikel 174a Gemeentewet of 13b van de Opiumwet</al><al>zijn gesloten, wordt een diepgaande toets uitgevoerd;2</al><al>5. als er na de diepgaande toets nog vragen blijven bestaan, wordt een advies</al><al>aangevraagd bij het landelijk Bureau BIBOB;</al><al>6. in de gevallen waarin de officier van justitie de gemeente adviseert3 om in geval van</al><al>een bepaalde aanvraag een advies aan het landelijk Bureau BIBOB aan te vragen,</al><al>wordt eerst een diepgaande toets uitgevoerd, waarna, indien nodig, een advies wordt</al><al>aangevraagd bij Bureau BIBOB.</al><al>7. in gevallen waarin de mutatiefrequentie voor een bepaald pand of in een bepaald</al><al>gebied hoog is, of indien informatie van derden daartoe aanleiding geeft, wordt een</al><al>diepgaande toets uitgevoerd.</al><al>1 Voor de volledigheid er is ook de ”Bibob toets”, maar die toets vindt pas plaats door het Bureau Bibob ingeval</al><al>van adviesaanvraag aan het Bureau.</al><al>2 In deze gevallen is de inrichting gesloten wegens strijd met onder andere de openbare orde.</al><al>3 Artikel 26 Wet Bibob bepaalt dat de officier van justitie die beschikt over gegevens die er op wijzen dat een</al><al>betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds zijn gepleegd of nog gepleegd zullen worden, het</al><al>bestuursorgaan of de aanbestedende dienst kan wijzen op de wenselijkheid het Bureau om een advies te vragen.</al><al>24</al><al><vet>3.2 Betrokken personen en bedrijven</vet></al><al>Uiteraard wordt de betrokkene, in dit geval de aanvrager van de vergunning zelf onderzocht.</al><al>Daarnaast wordt onderzocht of deze misschien een relatie heeft tot strafbare feiten als</al><al>bedoeld in de wet BIBOB. Dit betekent dat ook andere personen kunnen worden betrokken</al><al>in het onderzoek. In artikel 3 van de wet is bepaald dat betrokkene in relatie staat tot</al><al>strafbare feiten als die feiten door een ander gepleegd zijn en deze persoon:</al><al>· direct of indirect leiding geeft of heeft gegeven aan betrokkene; dan wel</al><al>· zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over betrokkene; dan wel</al><al>· vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan betrokkene; dan wel</al><al>· in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat. Deze andere persoon kan dus</al><al>ook worden betrokken in het onderzoek.</al><al><vet>3.3 Onderzoek door de gemeente</vet></al><al>In het kader van de wet BIBOB zal de gemeente een onderzoek instellen om te beoordelen</al><al>of sprake is van de in paragraaf 3.2 geschetste situatie. Dit onderzoek behelst in ieder geval</al><al>de controle en analyse van:</al><al>· de door de aanvrager/ houder van de vergunning beantwoorde vragen die zijn</al><al>opgenomen in het standaard aanvraagformulier, inclusief de vragen van de bijlage;</al><al>· de door hem/ haar aangeleverde documenten die moeten worden meegestuurd op</al><al>grond van het standaard aanvraagformulier;</al><al>· eventuele extra, op verzoek van de ambtenaar, overgelegde documenten of</al><al>informatie;</al><al>· open bronnen onderzoek (Kamer van Koophandel, Kadaster enz.).</al><al>De gemeente begint een onderzoek altijd bij de reeds bestaande weigeringsgronden, die te</al><al>maken hebben met de integriteit van de aanvrager. Indien reeds op grond van één van deze</al><al>gronden de vergunningen geweigerd/ingetrokken dient te worden, zal dit gebeuren.</al><al>Indien een diepgaande toets wordt uitgevoerd en de gemeente op basis van het eigen</al><al>onderzoek in het kader van de Wet BIBOB genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te</al><al>kunnen aantonen dat er sprake is van “ernstig gevaar” als bedoeld in de wet BIBOB, dan</al><al>wordt de vergunning door het bevoegde bestuursorgaan geweigerd of ingetrokken. Een</al><al>exploitant dient alle formulieren volledig in te vullen. Indien het standaardformulier of het</al><al>formulier uit de bijlage niet volledig wordt ingevuld, dan wordt de aanvraag op grond van art.</al><al>4 Wet BIBOB aangemerkt als “ernstig gevaar” en kan het bevoegde bestuursorgaan de</al><al>vergunning weigeren of intrekken.</al><al>Met de vaststelling van deze beleidslijn wordt tevens een extra formulier vastgesteld, waarin</al><al>een aantal vragen worden gesteld, dat voortkomt uit artikel 30 van de Wet BIBOB worden</al><al>gesteld. Hierin wordt onder meer gevraagd wie de leidinggevenden dan wel</al><al>vermogensverschaffers van betrokkene zijn, wie de eventuele onderaannemer is en wat de</al><al>wijze van financiering is. Al deze personen moeten er derhalve rekening mee houden dat zij</al><al>onderworpen kunnen worden aan een BIBOB onderzoek. Het formulier is als bijlage bij deze</al><al>beleidslijn opgenomen.</al><al><vet>3.4 Adviesaanvraag aan Bureau Bibob</vet></al><al>Indien na de eigen gemeentelijke toets nog vragen blijven bestaan, kan het bestuursorgaan</al><al>een advies aanvragen bij het landelijk Bureau BIBOB. Dit wordt gedaan in de volgende</al><al>gevallen:</al><al>25</al><al>· na de diepgaande toets blijven vragen bestaan over de bedrijfsstructuur;</al><al>· na de diepgaande toets blijven vragen bestaan over de financiering van het bedrijf;</al><al>· na de diepgaande toets blijven vragen bestaan over omstandigheden in de persoon</al><al>van de aanvrager, de financier van de onderneming of de eigenaar van het pand</al><al>waarin de onderneming is gevestigd;</al><al>· indien de officier van justitie adviseert de gemeente om ingeval van een bepaalde</al><al>aanvraag een advies aan het landelijk Bureau BIBOB aan te vragen.</al><al><vet>3.5 Onderzoek door het landelijk Bureau BIBOB</vet></al><al>Het landelijk Bureau BIBOB zal, als er een advies is gevraagd, een nader onderzoek</al><al>instellen en een advies uitbrengen over de mate van gevaar, als bedoeld in artikel 3 van de</al><al>wet BIBOB. Het landelijk Bureau valt onder het ministerie van Justitie en heeft inzage in een</al><al>aantal openbare en gesloten bronnen (bijvoorbeeld de belastingdienst, de politieregisters, de</al><al>JD, IND, etc.) en kan hierdoor een diepgaander onderzoek verrichten dan het</al><al>bestuursorgaan.</al><al>De beslissing van de gemeente een verzoek bij het Bureau BIBOB in te dienen tot het</al><al>uitbrengen van een BIBOB-advies is geen beschikking in de zin van de Algemene Wet</al><al>Bestuursrecht. Hiertegen kan derhalve geen bezwaar of beroep worden ingesteld. Wel is het</al><al>de aanvrager van een vergunning te allen tijde toegestaan zich terug te trekken uit de</al><al>aanvraagprocedure. Als er een BIBOB-advies wordt aangevraagd zal de aanvrager/houder</al><al>van de vergunning worden geïnformeerd door het bestuursorgaan (mededelingsplicht). Het</al><al>landelijk Bureau BIBOB zal geen direct contact opnemen met de aanvrager van de</al><al>vergunning of de andere bij het onderzoek betrokken personen of bedrijven. Eventuele</al><al>aanvullende vragen van het landelijk Bureau BIBOB zullen via de gemeente aan</al><al>betrokkenen worden gesteld. Het Bureau BIBOB moet in beginsel binnen vier weken</al><al>adviseren aan de gemeente. Deze termijn kan eenmaal met vier weken worden verlengd.</al><al>Het Bureau BIBOB zal hiervan de gemeente in kennis stellen. De gemeente zal de</al><al>aanvrager hiervan op haar beurt in kennis stellen. De beslistermijn voor de gemeente om te</al><al>beslissen op de vergunningaanvraag wordt opgeschort gedurende de adviestermijn van het</al><al>landelijk Bureau.</al><al>De gemeente zal, indien er het voornemen bestaat een negatieve beslissing te nemen op</al><al>grond van een BIBOB-advies betrokkene in de gelegenheid stellen zijn zienswijze naar voren</al><al>te brengen. Betrokkene kan dan het BIBOB-advies inzien. Derden die genoemd zijn in de</al><al>beslissing worden aangemerkt als belanghebbenden in de zin van artikel 4:8 Awb en</al><al>moeten, indien te verwachten is dat zij hiertegen bedenkingen hebben, ook in de</al><al>gelegenheid worden gebracht om hun zienswijze naar voren te brengen. Derden hebben</al><al>overigens niet het recht om het advies in zijn geheel in te zien.</al><al>Tegen de uiteindelijke beslissing van de gemeente waarin een BIBOB-advies is verwerkt kan</al><al>bezwaar en beroep worden aangetekend.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>