<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR477327_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Reinigingsheffing 2018</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad voor Ouder-Amstel</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Reinigingsheffing 2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 229 eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15:33 van de Wet Milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2017/64</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Reinigingsheffing 2018</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 december 2017, nummer 2017/64,</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al>s t e l t v a s t :</al><al>de “Verordening Reinigingsheffingen 2018”</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I:</nr><titel>INLEIDENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="1."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="2."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II:</nr><titel>Onderdeel 1 AFVALSTOFFENHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofd</al><al>stuk II van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt bij wege van aanslag geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven bij wege van mondelinge of schriftelijke kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt is de belasting, bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar volgens hoofdstuk II onderdeel 1 verschuldigde belasting, bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, als er in dat jaar na het afloop van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen, zoals bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, zoals bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is € 10.000 en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven in dat geval moeten de aanslagen worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel moet worden betaald:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan: op het moment van de kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan: binnen één maand na de dagtekening vermeld op de kennisgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste of het tweede lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de invordering van de afvalstoffenheffing bedoeld in de hoofdstuk II onderdeel 1, sub onderdeel 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt geen kwijtschelding verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de invordering van afvalstoffenheffing wordt in afwijking van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan vastgesteld op 100 percent.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>ONDERDEEL 2: REINIGINGSRECHTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruikmaakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de </al><al>hoofdstuk II van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 3 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 4 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al><vet>Artikel 17. Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</vet></al><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. </al><al><vet>Artikel 18. Termijnen van betaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen, zoals bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, zoals bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel minder is dan € 10.000 en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven in dat geval moeten de aanslagen worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel moeten worden betaald:</al></li><li nr="a."><al>indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan: op het moment van de kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan: binnen één maand na de dagtekening vermeld op de kennisgeving.</al></li><li nr="4."><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c., van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="5."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 19. Kwijtschelding</vet></al><al>Bij de invordering van de reinigingsrechten bedoeld in hoofdstuk II, onderdeel 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt geen kwijtschelding verleend. </al><al><vet><onderstreept>HOOFDSTUK I</onderstreept></vet><vet><onderstreept>II</onderstreept></vet><vet><onderstreept>:</onderstreept></vet><vet><onderstreept> AANVULLENDE BEPALINGEN</onderstreept></vet></al><al><vet>Artikel 20. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen. </al><al><vet>Artikel 21. Inwerkingtreding en citeertitel</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening reinigingsheffingen 2017” wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2018, of zo dit later is, op de eerste dag na die van de bekendmaking. </al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening reinigingsheffingen 2018”.</al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Ouder-Amstel, 14 december 2017</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>De raad voornoemd,</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>de raadsgriffier,</al></entry><entry colname="col2"><al>de voorzitter,</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>A.A Swets</al></entry><entry colname="col2"><al>M.T.J. Blankers-Kasbergen</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>