<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR47558_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 21-10-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-11-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/017</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Waalwijk;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 25 augustus 2009, </al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het aanbeveling verdient regels te stellen ter handhaving
                        van de openbare orde;</al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen de volgende <vet>Algemene plaatselijke
                        verordening</vet>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn</al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:7 Termijnen</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</al><al><vet><onderstreept>Artikel 1:9 Toepassing positieve fictieve beschikking
                                    bij niet tijdig beslissen</onderstreept></vet></al><al><vet>Artikel 1:10 Uitsluiting positieve fictieve beschikking bij niet
                                tijdig beslissen</vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:2 Optochten</al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn</al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                stukken of afbeeldingen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d.</al><al>Artikel 2:8 Dienstverlening</al><al>Artikel 2:9 Straatartiest</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd
                                met de publieke functie ervan</al><al>Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</al><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid</al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes</al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.</al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen</al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn</al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:24a Categorieën </al><al>Artikel 2:25 Evenement</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf</al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd</al><al>Artikel 2:29a Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2:29b Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</al><al>Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven</al><al>Artikel 2:33 Ordeverstoring</al><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</al><al>Artikel 2:37 Nachtregister</al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</al><al>Artikel 2:40 Speelautomaten</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen</al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.</al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.</al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik</al><al>Artikel 2:48a Verboden softdrugsgebruik</al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                ruimten</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en
                                kermisterrein e.d.</al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen</al><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur</al><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren</al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties</al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden</al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden</al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</al><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al><al>Artikel 2:61 Wilde dieren</al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee</al><al>Artikel 2:63 Duiven</al><al>Artikel 2:64 Bijen</al><al>Artikel 2:65 Bedelarij</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het
                                verkoopregister</al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het
                                Wetboek van Strafrecht</al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</al><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven</al><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:32). </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens
                                de verkoopdagen</al><al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                jaarwisseling</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15.</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding</al><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden</al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>16</nr><titel>Betaald voetbal</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:78 Betaald voetbalwedstrijden</al><al>Artikel 2:79 Plaatsbewijzen</al><al>Artikel 2:80 Verwijderingsplicht voetbalsupporters</al><al>Artikel 2:81 Stadionomgevingsverbod</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>17</nr><titel>Toezicht op smartshops, headshops, growshops, belshops/belwinkels
                                en internetcafés</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:82 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 2:83 Maximum stelsel</al><al>Artikel 2:84 Vergunningplicht</al><al>Artikel 2:85 Gedragseisen</al><al>Artikel 2:86 Aanwezigheid leidinggevende</al><al>Artikel 2:87 Weigering vergunning</al><al>Artikel 2:88 Weigering vergunning</al><al>Artikel 2:89 Intrekking vergunning</al><al>Artikel 2:90 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2:91 Aanwezigheid in gesloten inrichting</al><al>Artikel 2:92 Sluiting</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen</al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden</al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                sluiting</al><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie</al><al>Artikel 3:10 Sekswinkels</al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</al><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:7 Straatvegen</al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare
                                riolen en putten buiten gebouwen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:10 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 4:11 Kapvergunning</al><al>Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege</al><al>Artikel 4:13 Aanvraag vergunning</al><al>Artikel 4:14 Procedure</al><al>Artikel 4:15 Vervaltermijn vergunning</al><al>Artikel 4:16 Bijzondere vergunningsvoorschriften</al><al>Artikel 4:17 Schadevergoeding</al><al>Artikel 4:18 Afstand van de erfgrenslijn</al><al>Artikel 4:19 Bestrijding van boomziekten</al><al>Artikel 4:20 Bescherming publieke bomen</al><al>Artikel 4:21 Vergunning van rechtswege</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:22 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                enz.</al><al>Artikel 4:23 Stankoverlast door gebruik van meststoffen</al><al>Artikel 4:24 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</al><al>Artikel 4:25 Vergunningsplicht lichtreclame</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:26 Begripsbepaling</al><al>Artikel 4:27 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4:28 Aanwijzing kampeerplaatsen</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen </al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:15 Ventverbod</al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats</al><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats</al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:32 Crossterreinen</al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen
                                of anderszins vuur te stoken</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen</al><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 6:1 Strafbepaling</al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders</al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</al><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</al><al>Artikel 6:6 Citeertitel</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b.</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn.</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet, bij hun besluit van 9 januari
                                    2002.</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening.</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet.</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 voor zover
                                daarvoor tevens een verbod geldt als bedoeld in artikel 2.1, eerste
                                lid, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel
                                2: 12 of 4:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan acht weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvragen om een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:11 en 4:11
                                die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van artikel 2.2. de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht, worden afgehandeld volgens het
                                recht zoals voor dat tijdstip gold.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde bestuursorgaan
                            worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>toepassing positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op de volgende
                            artikelen in deze verordening:</al><al>- Artikel 2:9 Ontheffing van het verbod optreden als straatartiest; </al><al>- Artikel 5:23 Vergunning organistie snuffelmarkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>uitsluiting positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op
                            onderstaand artikel in deze verordening:</al><al>- Artikel 2:25 Vergunning evenementen</al><al>- Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf;</al><al>- Artikel 2:39 Exploitatievergunning speelgelegenheid;</al><al>- Artikel 3:4 Vergunning seksinrichting</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Eenieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval waardoor er
                                    ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot
                                    toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor er
                                    ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich
                                    bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op
                                    bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of
                                    zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op wegen of
                                    andere voor het publiek toegankelijke plaatsen die door of
                                    vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de
                                    openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn
                                    afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging
                                    en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis geven aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op of aan door het college aangewezen openbare
                                    plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8 Dienstverlening</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, filmoperateur of gids op te treden op door de
                                    burgemeester aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:</al><lijst><li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                            oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                    (het plaatsen van) containers en uitstallingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet, of de Wegenverordening Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                            weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening of voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                            gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14 Winkelwagentjes</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                        beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                        winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de
                                        naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in
                                        de omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare
                                        plaats achtergelaten winkelwagentjes terstond of in ieder
                                        geval voor sluitingstijd van dat bedrijf op desbetreffende
                                        dag te verwijderen of te doen verwijderen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zich met een winkelwagentje op de weg te
                                        bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf
                                        als bedoeld in het eerste lid of, indien het bedrijf gelegen
                                        is in een winkelcentrum, buiten de onmiddellijke omgeving
                                        van dat winkelcentrum. Als onmiddellijke omgeving van het
                                        bedrijf of winkelcentrum wordt aangemerkt de weg of het
                                        weggedeelte, grenzende aan dat bedrijf of dat winkelcomplex
                                        en tevens een aan die weg of dat weggedeelte aansluitende
                                        parkeerplaats.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op de
                                        weg, onbeheerd daarop achter te laten anders dan op een
                                        daartoe aangewezen plaats.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                    aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan gedurende een door het college aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                    bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten
                                    die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24a</nr><titel>Categorieën evenementen</titel></kop><al>1.In deze afdeling wordt verstaan onder een evenement:</al><al>klein evenement: een evenement als bedoeld in artikel 2:24 dat
                                maximaal één dag duurt, maximaal 350 bezoekers trekt en een lokale
                                uitstraling heeft, waaronder in ieder geval begrepen een straatfeest
                                of buurtbarbecue, een viering of herdenking,
                                Koninginnedagvrijmarkten, fietstoer- en wandeltochten, een
                                straatspeeldag, kleine optocht of muzikale rondgang op een dag;</al><al>middelgroot evenement: een evenement als bedoeld in artikel 2:24 dat
                                maximaal 1600 bezoekers trekt;</al><al>groot evenement: een evenement als bedoeld in artikel 2:24 dat meer
                                dan 1600 bezoekers trekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor kleine evenementen
                                    indien aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer is dan 350
                                            personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement heeft een eindtijd uiterlijk om 01.00 uur,
                                            van zaterdag op zondag dient de eindtijd in
                                            Sprang-Capelle uiterlijk 00.00 uur te zijn;</al></li><li nr="c."><al>het geluidsniveau beneden 65 dB(A) blijft, gemeten op de
                                            dichtstbijzijnde gevel van derden;</al></li><li nr="d."><al>er geen alcohol wordt verkocht en/of entree
                                            geheven;</al></li><li nr="e."><al>de organisator heeft minimaal een week voorafgaand aan
                                            het evenement de melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen vijf werkdagen na ontvangst van de
                                    melding besluiten het organiseren van een klein evenement als
                                    bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de
                                    openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het
                                    milieu in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor kleine evenementen die niet voldoen aan de voorwaarden
                                    vermeld onder lid 2 van dit artikel en voor middelgrote
                                    evenementen met maximaal bezoekers dient de vergunning ten
                                    minste acht weken voor de datum waarop het evenement zal
                                    plaatsvinden te worden aangevraagd, inclusief een plattegrond
                                    van het evenemententerrein.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor evenementen met meer dan 1600 bezoekers dient de vergunning
                                    ten minste zestien weken voor de datum waarop het evenement zal
                                    plaatsvinden te worden aangevraagd, inclusief draaiboek en
                                    plattegrond van het evenemententerrein.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een
                                    wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 10 juncto 148 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De burgemeester kan nadere regels stellen in verband met het
                                    organiseren van evenementen en nadere voorschriften verbinden
                                    aan de vergunning voor een evenement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>1. Onder horecabedrijf wordt in deze paragraaf verstaan:</al><al>de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                                bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies
                                worden verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of
                                spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder
                                een horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een hotel,
                                restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                buurthuis of clubhuis.</al><lijst><li nr="2."><al>Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                        verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
                                        aanhorigheden.</al></li><li nr="3."><al>Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de
                                        besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het
                                        horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden
                                        en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken
                                        en/of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid
                                        en/of verstrekt.</al></li><li nr="4."><al>Onder houder wordt in deze paragraaf verstaan: degene die
                                        een horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in
                                        artikel 2:28.</al><al> Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:</al><lijst><li nr="a."><al>de gezinsleden van de houder, alsmede diens elders
                                                wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn
                                                onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde
                                                graad;</al></li><li nr="b."><al>de personen die voorkomen in het register als
                                                bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van
                                                Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438,
                                                derde lid, van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="c."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting
                                                wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie horecabedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al><al>2.De burgemeester weigert de vergunning indien de
                                    exploitatie van de openbare in strijd is met het geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
                                    vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in
                                    de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling
                                    van het verbod genoemd in het eerste lid aan horecabedrijven
                                    bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet indien</al><lijst><li nr="a."><al>zich in de zes maanden voorafgaand aan de
                                            inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten
                                            gepaard gaande met geweld, overlast op straat of
                                            drugsgebruik en – handel hebben voorgedaan in of het
                                            horecabedrijf, dan wel</al></li><li nr="b."><al>de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er
                                            zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in
                                            artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident
                                    heeft voorgedaan als bedoeld in het vierde lid onder a.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10 beslist de
                                    burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook
                                    betrekking heeft op een of meer bij het horecabedrijf behorende
                                    terrassen voor zover deze zich op de weg bevinden over de
                                    ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 en het gestelde in het
                                    tweede en derde lid kan de burgemeester de in het zesde lid
                                    bedoelde ingebruikneming van die weg ten behoeve van een of meer
                                    bij een horecabedrijf horende terrassen weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg
                                            dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg
                                            of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan.</al></li><li nr="b."><al>indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het
                                            doelmatig beheer en onderhoud van de weg.</al></li><li nr="c."><al>indien het terras, hetzij op zichzelf, hetzij in verband
                                            met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                            welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het bepaalde in het zesde en zevende lid geldt niet, voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    beheer Rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement
                                    Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingsuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Horecabedrijven zijn gesloten op maandag tot en met zondag
                                        tussen 3.00 uur en 8.30 uur (sluitingstijd).</al></li><li nr="2."><al>Horecabedrijven met een vergunning als bedoeld in artikel 4
                                        Drank- en Horecawet zijn gesloten op maandag tot en met
                                        zondag tussen 1.00uur en 6.00uur.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers
                                        geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten
                                        verblijven na sluitingstijd.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
                                        sluitingstijd.</al></li><li nr="5."><al>Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing in die
                                        situaties waarin bij of krachtens de <onderstreept>Wet
                                            milieubeheer</onderstreept> is voorzien.</al></li><li nr="6."><al>Overeenkomstig het gestelde in artikel 1:4 kan de
                                        burgemeester door middel van een vergunningvoorschrift voor
                                        een afzonderlijk horecabedrijf of voor een daartoe behorend
                                        terras een ander sluitingsuur of andere sluitingsuren
                                        vaststellen.</al></li><li nr="7."><al>De burgemeester kan op vrijdag- en zaterdagavond/nacht tot
                                        04.00 uur ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                        gestelde verbod indien een horecabedrijf gelegen in het
                                        centrum van Waalwijk voldoet aan de volgende
                                        voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>Eén uur voor sluitingstijd worden geen bezoekers
                                                meer toegelaten;</al></li><li nr="b."><al>Vijftien minuten voor sluitingstijd gaat het licht
                                                aan, de muziek uit en worden geen consumpties meer
                                                verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>Portiersverplichting op vrijdag en zaterdag vanaf
                                                00.00 uur tot een half uur na sluitingstijd.</al><al/><al><vet>Artikel 2:29a Afwijking sluitingsuur;
                                                  tijdelijke sluiting</vet></al></li></lijst></li><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                        bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één
                                        of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens
                                        artikel 2:29 geldende sluitingsuren vaststellen of tijdelijk
                                        sluiting bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b
                                        Opiumwet.</al><al/><al><vet> Artikel 2:29b Aanwezigheid in gesloten
                                            horecabedrijf</vet></al></li></lijst><al>Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden gedurende de tijd
                                dat dit bedrijf krachtens artikel 2:29 of ingevolge een op grond van
                                artikel 2:29a genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of
                                aldaar te bevinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of
                                ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
                                dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot en met
                                2:31</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder </al><lijst><li nr="a."><al>inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de
                                        uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                                        mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen
                                        wordt verschaft;</al></li><li nr="b."><al>houder: degene die een inrichting exploiteert, dan wel
                                        daarin de feitelijke leiding heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is
                                verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek
                                van Strafrecht, bij te houden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig, of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is, de mogelijkheid wordt
                                    geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                    inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee (2) speelautomaten
                                    toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen is een (1) speelautomaat
                                    toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het
                                    geheel niet zijn toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een
                                    niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of
                                    dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet
                                    voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat
                                    lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of
                                    bij dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of op een andere voor het publiek
                                    toegankelijke plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij
                                    zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden :</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                            veroorzaakt</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt
                                        van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende
                                        drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en
                                        dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                                bedoeld in artikel 1 van de Drank- en
                                                Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als
                                                bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt
                                                krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.</al><al/></li></lijst></li></lijst><al>2:48a Verboden softdrugsgebruik</al><al/><al>Het is verboden op de weg of een weggedeelte binnen een door het
                                college aangewezen gebied softdrugs te gebruiken of openlijk
                                voorhanden te hebben. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                    woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst><li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                            bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid, onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden als eigenaar van een hond, deze te laten
                                    verblijven of laten lopen op een weg, zonder dat de begeleider
                                    een deugdelijk middel dat is bestemd voor het verwijderen van
                                    uitwerpselen bij zich draagt en/of zonder dat dit middel op
                                    eerste vordering kan worden getoond aan de met het toezicht
                                    belaste ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De verplichting genoemd in het eerste lid en vierde lid geldt
                                    niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege
                                    zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander:</al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
                                            in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf
                                            nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                            bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                            acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het
                                            gedrag van die hond noodzakelijk vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2:57, lid 1 onder c, geldt voor het
                                    bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien moet
                                    zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf: vervaardigd van stevig kunststof, of van
                                            stevig leer of van beide stoffen, die door middel van
                                            een stevige leren riem rond de hals zodanig is
                                            aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens
                                            niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de
                                            drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten
                                            ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek
                                            toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
                                            een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan 1,50 meter.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben,of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen gestelde regels, of</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het- college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
                                            gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit en invliegen van de bijen te
                                    voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen
                                    of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                            zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>a. De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><al>a.de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                stellen:</al><al>1º dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van
                                zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende
                                vestiging;</al><al>2º van een verandering van de onder a, sub 1e, bedoelde
                                adressen;</al><al>3º als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al><al>4º dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een
                                misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                gegaan;</al><lijst><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:32).</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden
                                gevestigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15.</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:47, 2:48,
                                2:49, 2:50, 2:73 of 5:34 van deze verordening groepsgewijs niet
                                naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
                                ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>16</nr><titel>Betaald voetbal</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Betaald voetbalwedstrijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder organisator
                                        verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>de betaald voetbalorganisatie (BVO) RKC-Waalwijk,
                                                indien het betreft een voetbalwedstrijd waarbij het
                                                eerste elftal van de BVO RKC Waalwijk als
                                                thuisspelende ploeg betrokken is, uitgezonderd
                                                wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een
                                                amateur voetbalorganisatie.</al></li><li nr="b."><al>de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB),
                                                indien het betreft een voetbalwedstrijd tussen
                                                voetbalorganisaties afkomstig van buiten de gemeente
                                                Waalwijk, waarbij ten minste één BVO is betrokken en
                                                indien het betreft een A-interland.</al></li><li nr="c."><al>degene die buiten de gevallen, genoemd onder a en b,
                                                een voetbal wedstrijd organiseert waarbij ten minste
                                                één BVO is betrokken.</al></li></lijst></li><li nr="2a."><al>De organisator is verplicht ten minste dertig dagen voor de
                                        vastgestelde speeldag van een voetbalwedstrijd als bedoeld
                                        in het eerste lid daarvan schriftelijk kennisgeving te doen
                                        aan de burgemeester.</al></li><li nr="2b."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de onder a
                                        genoemde termijn.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester stelt een formulier vast voor het doen van
                                        de in het tweede lid bedoelde kennisgeving.</al></li><li nr="4."><al>De voorgeschreven kennisgeving wordt geacht eerst dan gedaan
                                        te zijn wanneer het in het derde lid bedoelde formulier
                                        volledig en naar waarheid ingevuld, ingeleverd is ter
                                        plaatse op dat formulier vermeld.</al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving bedoeld in het tweede lid kan meerdere
                                        wedstrijden betreffen.</al></li><li nr="6."><al>De burgemeester kan, met betrekking tot een
                                        voetbalwedstrijd, aan de organisator voorschriften opleggen
                                        in het belang van openbare orde en veiligheid.</al></li><li nr="7."><al>De burgemeester kan het doen spelen van een voetbalwedstrijd
                                        verbieden:</al></li></lijst><al>a uit vrees voor het ontstaan van ernstige verstoring van de
                                openbare orde;</al><al>b indien de krachtens het zesde lid opgelegde voorschriften niet
                                worden nageleefd;</al><al>c indien geen of niet tijdig schriftelijk kennisgeving is gedaan als
                                bedoeld in het 2e lid.</al><al>8. Het is verboden een voetbalwedstrijd te doen spelen, wanneer een
                                verbod als bedoeld in het zevende lid is uitgevaardigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:79</nr><titel>Plaatsbewijzen</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg een plaatsbewijs in het kader van
                                het betaald voetbal te koop aan te bieden of ten koop voorhanden te
                                hebben anders dan in of vanuit de daarvoor bestemde ruimten,
                                behorende bij de plaats waar de wedstrijd wordt gehouden.</al><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:80</nr><titel>Verwijderingsplicht voetbalsupporters</titel></kop><al>Personen die zich door kleding, uitrusting of gedragingen
                                manifesteren als voetbalsupporters, en niet in het bezit zijn van
                                een geldig toegangsbewijs voor de voetbalwedstrijd dan wel tegen wie
                                het vermoeden bestaat dat zij voornemens zijn de orde te verstoren,
                                zijn verplicht zich op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar
                                van politie met inachtneming van diens aanwijzingen, naar een in het
                                bevel aangegeven plaats, dan wel buiten de gemeentegrenzen te
                                begeven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:81</nr><titel>Stadionomgevingsverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan aan een persoon schriftelijk een verbod
                                    opleggen zich op te houden in de omgeving van het stadion van
                                    drie uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot drie uur na
                                    afloop van voetbalwedstrijden van de organisator. Het verbod
                                    geldt voor een bepaalde periode, welke niet langer is dan twee
                                    jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan overgaan tot het opleggen van het in het
                                    vorige lid bedoelde verbod, nadat vast is komen te staan dat de
                                    persoon de openbare orde in het stadion of in de omgeving van
                                    het stadion heeft verstoord op een dag dat een wedstrijd van de
                                    organisator wordt gespeeld. Tevens kan dit verbod worden
                                    opgelegd aan personen aan wie een stadionverbod is
                                    opgelegd.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>17</nr><titel>Toezicht op smartshops, headshops, growshops, belshops/
                                belwinkels en internetcafés.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:82</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>growshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de
                                        activiteiten wordt gevormd door detailhandel in
                                        kweekbenodigdheden, zoals
                                        meststoffen,bestrijdingsmiddelen, plantenvoeding,
                                        potgrond, lampen, ventilatiesystemen en waterpompen, bedoeld
                                        of kennelijk bedoeld voor de kweek van hennep, cannabis dan
                                        wel soortgelijke planten;</al></li><li nr="b."><al>smartshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van
                                        de activiteiten wordt gevormd door detailhandel in
                                        psychotrope stoffen;</al></li><li nr="c."><al>headshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de
                                        activiteiten wordt gevormd door detailhandel in attributen
                                        die samenhangen met het gebruik van softdrugs, zoals pijpjes
                                        en vloeitjes;</al></li><li nr="d."><al>belshop of belwinkel: inrichting waarin de hoofdactiviteit
                                        of één van de activiteiten wordt gevormd door aan derden
                                        gelegenheid te bieden tot elektronisch berichtenverkeer,
                                        (internationaal) telefoonverkeer, dan wel tot aanverwante
                                            diensten<cursief>;</cursief></al></li><li nr="e."><al>internetcafé: inrichting waarin de hoofdactiviteit of één
                                        van de activiteiten wordt gevormd door aan derden
                                        gelegenheid te bieden tot elektronisch berichtenverkeer dan
                                        wel tot aanverwante diensten<cursief>;</cursief></al></li><li nr="f."><al>inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin
                                        bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of
                                        anders dan om niet handelingen en/of werkzaamheden worden
                                        verricht die zijn aan te merken als het exploiteren van een
                                        smartshop, headshop, growshop, belshop/ belwinkel of
                                        internetcafé;</al></li><li nr="g."><al>exploitant: de natuurlijke (rechts)persoon of
                                        (rechts)personen voor wiens rekening en risico de inrichting
                                        wordt geëxploiteerd en de tot vertegenwoordiging van die
                                        rechtspersoon of -personen bevoegde natuurlijke
                                        personen;</al></li><li nr="h."><al>leidinggevende: de exploitant alsmede andere natuurlijke
                                        personen die algemene of onmiddellijke leiding geven aan een
                                        inrichting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:83</nr><titel>Maximumstelsel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunning kan worden verleend voor een beperkt aantal
                                    inrichtingen, waarbij het maximum wordt bepaald door het aantal
                                    growshops of smartshops of headshops of belshops/-winkels of
                                    internetcafés of inrichtingen, dat op het moment van
                                    inwerkingtreding van deze verordening daadwerkelijk wordt
                                    geëxploiteerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de exploitatie van een inrichting, al dan niet gedwongen,
                                    wordt beëindigd, neemt het in het eerste lid genoemde maximum
                                    dienovereenkomstig af.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:84</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning
                                    van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door
                                    de burgemeester vastgesteld formulier<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning kan uitsluitend aangevraagd worden door en wordt
                                    uitsluitend verleend aan de exploitant, is persoonsgebonden en
                                    kan niet worden overgedragen<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester beschikt binnen 13 weken op een
                                    vergunningaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:85</nr><titel>Gedragseisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant van een inrichting moet voldoen aan de bij of
                                    krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b en derde
                                    lid van de Drank- en Horecawet aan leidinggevende gestelde
                                    eisen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een inrichting te exploiteren indien door de
                                    exploitant niet of niet langer wordt voldaan aan de bij of
                                    krachtens artikel 8, tweede lid aanhef en onder a en b en derde
                                    lid van de Drank- en Horecawet aan leidinggevenden gestelde
                                    eisen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:86</nr><titel>Aanwezigheid leidinggevende</titel></kop><al>Het is verboden de inrichting geopend te hebben zonder dat een op de
                                vergunning vermelde leidinggevende aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:87</nr><titel>Weigering vergunning</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 wordt de vergunning
                                geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft
                                        bereikt;</al></li><li nr="b."><al>de exploitant binnen drie jaar voor de aanvraag een
                                        inrichting heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft
                                        gegeven die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring
                                        van de openbare orde, dan wel op grond van artikel 13b van
                                        de Opiumwet, gesloten is geweest of dan wel waarvoor een
                                        vergunning om die reden is ingetrokken; </al><al>c. de exploitant geen verklaring omtrent gedrag overlegt die
                                        niet eerder dan drie maanden voor de datum waarop de
                                        vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het ter
                                        plaatse geldende bestemmingsplan;</al></li><li nr="e."><al>indien het maximum aantal vergunningen is verleend, als
                                        bedoeld in artikel 2:83, eerste en tweede lid;</al></li><li nr="f."><al>naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen
                                        dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van de
                                        inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze
                                        nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de
                                        inrichting;</al></li><li nr="g."><al>indien de inrichting gevestigd is binnen een straal van 250
                                        meter van een school of jongerencentrum.</al><al/></li></lijst><al><vet>2:88 Weigering vergun</vet><vet>ning</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De exploitant dient een wijzigingsaanvraag in te dienen bij
                                        een verandering van omstandigheden waardoor de verstrekte
                                        vergunning niet meer toereikend is.</al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvraag niet is ingediend binnen een maand na de
                                        verandering van omstandigheden, kan de burgemeester de
                                        verleende vergunning intrekken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:89</nr><titel>Intrekking vergunning</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 wordt de vergunning
                                ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitatie van de inrichting door een andere dan de in
                                        de vergunning genoemde exploitant is of zal worden
                                        overgenomen;</al></li><li nr="b."><al>de exploitant of andere leidinggevenden niet of niet langer
                                        voldoen aan de in artikel 2:87 gestelde eisen;</al></li><li nr="c."><al>dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de openbare
                                        orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder
                                        inbegrepen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:90</nr><titel>Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</titel></kop><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                                zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere
                                omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer
                                inrichtingen, tijdelijk andere dan de voor de betreffende
                                inrichtingen geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijke
                                sluiting bevelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:91</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat een inrichting als gevolg
                                    van de reguliere sluitingstijden, of krachtens een op grond van
                                    artikel 2:86 dan wel 2:87 genomen besluit voor bezoekers
                                    gesloten dient te zijn zich als bezoeker daarin te
                                    bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de exploitant verboden gedurende de tijd dat een
                                    inrichting als gevolg van de reguliere sluitingstijden, of
                                    krachtens een op grond van artikel 2:86 dan wel 2:88 genomen
                                    besluit voor bezoekers gesloten dient te zijn, de inrichting
                                    voor bezoekers geopend te hebben of daarin één of meer bezoekers
                                    toe te laten of te laten verblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:92</nr><titel>Sluiting</titel></kop><al>De burgemeester kan - onverminderd het bepaalde in de Opiumwet - een
                                inrichting, al dan niet voor een bepaalde termijn, gesloten
                                verklaren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant handelt in strijd met het bepaalde in de
                                        artikelen 2:84, eerste lid, of artikel 2:85;</al></li><li nr="b."><al>de exploitant handelt in strijd met de aan de vergunning
                                        verbonden voorschriften;</al></li><li nr="c."><al>dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de openbare
                                        orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder
                                        inbegrepen.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert en de tot vertegenwoordiging van
                                        die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                        persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels
                                vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>het aantal werkzame prostituees;</al></li><li nr="d."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al></li><li nr="e."><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van de
                                            seksinrichting door middel van een situatietekening met
                                            een schaal van tenminste 1:1000;</al></li><li nr="f."><al>de plattegrond van de seksinrichting door middel van een
                                            tekening met een schaal van tenminste 1:100;</al></li><li nr="g."><al>bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de
                                            Kamer van Koophandel; en</al></li><li nr="h."><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is
                                            tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de
                                            seksinrichting.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en/of de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van: - bepalingen
                                            gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                            Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                            vreemdelingen; - de artikelen 137c tot en met 137g, 140,
                                            240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot
                                            en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van
                                            het Wetboek van Strafrecht; - de artikelen 8 en 162,
                                            derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto
                                            artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; - de artikelen
                                            1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
                                            kansspelen; - de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                            weerkorpsen; - de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens
                                            en munitie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    gedurende de hele week tussen 3.00uur en 8.30uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de
                                    op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden aan of op de weg, door handelingen, houding,
                                    woord, gebaar of op andere wijze, handelingen te verrichten
                                    waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze worden
                                    verricht om zich ter prostitutie aan te bieden of een ander
                                    daarbij te ondersteunen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden aan of op de weg gebruik te maken van de
                                    diensten van een prostituee dan wel op enigerlei wijze in te
                                    gaan op voorstellen, in welke vorm dan ook, om van die diensten
                                    gebruik te maken. Onder ingaan op voorstellen wordt mede
                                    verstaan het laten instappen of meerijden van een prostituee in
                                    of op een voertuig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van de in het eerste en tweede lid
                                    gestelde verboden, kan door politieambtenaren het bevel worden
                                    gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op tijden nader aan te duiden in het besluit.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning als bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                    bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van het woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li><li nr="e."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="f."><al>in het belang van de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                            prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:4, tweede lid,
                                    onder b, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                    feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen
                                    een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                    schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer van de volgende delen: Sprang-Capelle, Waalwijk centrum,
                                    Waalwijk overig en Waspik.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal acht incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste vier
                                    weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in
                                    kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal acht
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113 lid 1 van het Besluit niet van toepassing is mits de
                                    houder van de inrichting ten minste vier weken voor de aanvang
                                    van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Wegenverkeerswet 1994, het Wetboek van Strafrecht, het Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, de Luchtvaartwet, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtig opgaand gewas met een dwarsdoorsnede van de
                                        stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven
                                        het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de
                                        dwarsdoorsnede van de dikste stam.</al></li><li nr="b."><al>houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere
                                        houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van een
                                        boomzone of boomstructuur.</al></li><li nr="c."><al>boomzone: begrensd gebied met houtopstanden die tezamen een
                                        functioneel geheel vormen.</al></li><li nr="d."><al>boomstructuur: lijnvormige beplanting van houtopstanden dat
                                        een functioneel geheel vormt.</al></li><li nr="e."><al>vergunningsplichtige houtopstand: een houtopstand waarvoor
                                        een kapvergunning benodigd is als bedoeld naar artikel 4:11
                                        van deze APV;</al></li><li nr="f."><al>beschermde houtopstand: een vergunningsplichtige houtopstand
                                        van monumentale waarde zoals aangegeven in het door het
                                        college vastgestelde beleid met betrekking tot het verlenen
                                        van kapvergunningen;</al></li><li nr="g."><al>bomencatalogus: een door het college vast te stellen
                                        catalogus van bomen op particulieren gronden, die op basis
                                        van een inventarisatie en beschrijving als waardevol of
                                        monumentaal worden beoordeeld;</al></li><li nr="h."><al>vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan
                                        20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip
                                        van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel
                                        boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging
                                        of ernstige ontsiering van de boom ten gevolge kunnen
                                        hebben.</al></li><li nr="i."><al>boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd
                                        volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse
                                        Vereniging van Taxateurs van Bomen.</al></li><li nr="j."><al>bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de
                                        gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom, op
                                        basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de
                                    houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan op percelen
                                    grond die in eigendom zijn van de gemeente Waalwijk, alsmede die
                                    zijn aangeduid in een nader door het college te nemen
                                    aanwijzingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                            dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                    beschermde houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                    Planten ziektenwet of krachtens een aanschrijving van het
                                    bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Vergunning van rechtswege</titel></kop><al>Vervalt</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning moet schriftelijk en gemotiveerd worden
                                    aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene,
                                    die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens
                                    publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand
                                    te beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer namens de Minister van Landbouw, Natuur en
                                    Voedselkwaliteit aan het college een afschrift is toegezonden
                                    van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de
                                    Boswet, beschouwt het college dit afschrift mede als een
                                    vergunningsaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>Van het besluit tot verlening of weigering van een vergunning wordt
                                onverwijld kennis gegeven in een huis-aan-huisblad onder
                                gelijktijdige verzending aan aanvrager. Bij deze kennisgeving wordt
                                de concrete datum van verzending aan de aanvrager genoemd als begin
                                van de bezwaartermijn voor belanghebbenden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Vervaltermijn vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening vervalt
                                    indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na het
                                    onherroepelijk zijn van de vergunning gebruik is gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval het een vergunning voor het vellen van meer dan één
                                    boom betreft, is de vergunning voor alle bomen slechts één jaar
                                    geldig, ook als in fasen geveld wordt of één of enkele bomen al
                                    geveld zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de vergunning kan het standaard voorschrift worden verbonden
                                    dat niet tot vellen mag worden overgegaan de dag nadat de
                                    bezwaartermijn is afgelopen. Indien gedurende de bezwaartermijn
                                    een bezwaar is ingediend, wordt de vergunning pas van kracht één
                                    week nadat op dat bezwaar is beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                    het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                    overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet
                                    worden herplant.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een
                                    vergunning tot vellen te verbinden voorschriften behoren het
                                    voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden
                                    in het gemeentelijk herplantfonds.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het voorschrift als bedoeld in het tweede lid wordt telkens
                                    bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze
                                    niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De verplichtingen en voorschriften van dit artikel kunnen gelden
                                    voor bomen kleiner dan de in artikel 4:10 genoemde
                                    minimummaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Tot aan de vergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan
                                    het voorschrift behoren dat pas tot vellen van de boom op en bij
                                    bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of
                                    reconstructie mag worden overgegaan indien andere vergunningen,
                                    ontheffingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk
                                    geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang van de
                                    werken vergunning voldoende gewaarborgd is.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan het
                                    voorschrift behoren tot het opstellen en overleggen van een
                                    bomen effect analyse in geval van bouw of aanleg van werken
                                    nabij te behouden bomen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld
                                    in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is
                                    verplicht daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Het college beslist op een verzoek om schadevergoeding bij weigering
                                van een vergunning tot vellen op grond van artikel 17 van de
                                Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt
                                vastgesteld op 2,0 meter voor bomen en op 0,5 meter voor heesters en
                                heggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Bestrijding van boomziekten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar
                                    het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding
                                    van een boomziekte of voor vermeerdering van de
                                    ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien
                                    hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen
                                    de bij aanschrijving vast te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de boom te vellen.</al></li><li nr="b."><al>conform richtlijnen van de gemeente de gevelde boom
                                            direct zodanig de behandelen dat verspreiding van de
                                            boomziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in
                                    voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort
                                    betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het onder het tweede lid
                                    van dit artikel gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving
                                    biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de
                                    noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van
                                    aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden
                                    verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:20</nr><titel>Bescherming publieke bomen</titel></kop><al>1.Het is verboden om bomen, die publiek eigendom zijn:</al><al>a te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al><al>b daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente
                                opgedragen boomverzorgende taken.</al><al>2.Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een publieke
                                boom aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens
                                ontheffing van het college.</al><al/><al><vet>Artikel 4:21 Vergunning van rechtswege</vet></al><al>2.De vergunning wordt geacht te zijn verleend, wanneer niet binnen
                                de in artikel 1:2 genoemde termijn een beslissing is genomen op de
                                aanvraag voor een vergunning.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:22</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:26 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof:op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de
                                    Wet op de Ruimtelijke Ordening of een Provinciale Verordening
                                    van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:23</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al><vet>[gereserveerd]</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:24</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>1.Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of </al><al>te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding
                                in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de veiligheid van het verkeer in gevaar wordt gebracht;</al></li><li nr="b."><al>ernstige hinder, overlast of gevaar voor de omgeving wordt
                                        veroorzaakt;</al></li><li nr="c."><al>de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met
                                        de omgeving ontsierend is; of</al></li><li nr="d."><al>overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen
                                        onroerende zaak ontstaat.</al><lijst><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig
                                        gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht
                                        zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;</al></li><li nr="b."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken,
                                        daartoe aangewezen door de overheid;</al></li><li nr="c."><al>opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en waarvan
                                        de langste zijde korter dan 1 meter zijn die betrekking
                                        hebben op:</al><lijst><li nr="i."><al>een openbare verkoping of een aanbieding ter
                                                verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende
                                                zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                                                hebben; </al></li><li nr="ii."><al>het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de
                                                onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die
                                                zaak is bestemd; </al></li></lijst></li><li nr="d."><al>opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in
                                        uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die
                                        bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken
                                        zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij
                                        of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor
                                        zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al></li><li nr="e."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken
                                        dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
                                        aangebracht ten dienste van dat vervoer.</al><lijst><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor
                                                opschriften of aankondigingen van kennelijk
                                                tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke
                                                betekenis hebben, mits:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving
                                        is gedaan aan het college;</al></li><li nr="b."><al>het college niet binnen twee weken na ontvangst van die
                                        kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken; en</al></li><li nr="c."><al>deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen
                                        weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.</al><lijst><li nr="4."><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen
                                                van het verbod, bedoeld in het eerste lid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:25</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:26</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:27</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:28</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:27, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:27, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                    hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar
                                    zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                    beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit
                                    naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[vervallen] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        geschreven of gedrukte stukken worden gerekend, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                        inzameling die in besloten kring gehouden wordt.</al></li></lijst><al><vet>4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet in de door
                                    het college te bepalen gevallen.</vet></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die
                                    dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel
                                    1 van de Winkeltijdenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als
                                    bedoeld in het eerste lid op jaarmarkten en markten als bedoeld
                                    in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                    snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op een
                                    standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag
                                    tussen 22.00uur en 9.00uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van het
                                    Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><al><cursief>1.</cursief>Het verbod van artikel 5:15 geldt
                                niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                lid, van de Grondwet.</al><al><cursief>2.</cursief>Het college kan de vrijheid van
                                meningsuiting als bedoeld in het eerste lid beperken door een verbod
                                in te stellen:</al><al><cursief>a. </cursief>op of aan door het college aangewezen openbare
                                plaatsen, of</al><al><cursief>b. </cursief>voor bepaalde dagen en uren.</al><al><cursief>3.</cursief>Het college kan ontheffing verlenen
                                van het verbod van het tweede lid.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het
                                    anderszins aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakend van
                                    fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                    Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                    2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met het
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van een vergunning voor het hebben van een
                                    standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk
                                    verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
                                    komt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, tweede lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                    aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste
                                    lid wegens strijd met het bestemmingsplan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een steiger,
                                    een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter
                                    op, in of boven openbaar water te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Noord-Brabant of de Provinciale landschapsverordening
                                    Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Noord-Brabant of de Provinciale landschapsverordening
                                    Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens het in artikel 5:26 lid 2
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                    de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                    eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                    publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    onder artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                    milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid,
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister
                                    van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                    hulpverleningsdiensten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                    die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid
                                    bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                    de onder d bedoelde personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                    'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar,
                                    overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd strooiveld of particulier
                                graf<vet>.</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verharde delen van de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            eerste of de tweede categorie conform artikel 23 van het Wetboek van
                            Strafrecht en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de
                            rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al> Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel door de
                            burgemeester aangewezen personen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, voor zover
                                daarvoor tevens een verbod geldt als bedoeld in artikel 2.1. eerste
                                lid, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel
                                2:12 en artikel 4:11 die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van
                                de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden afgehandeld volgens
                                het recht zoals dat gold voor het tijdstip waarop artikel 2.2 van de
                                Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking is getreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dezelfde dag als waarop deze verordening in werking is getreden,
                                wordt de algemene plaatselijke verordening die is vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 8 oktober 2009 ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening, incl.
                            aanwijzingsbesluiten en nadere (beleids)regels.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke
                            verordening.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 8 oktober 2010.</al><al/><al>DE RAAD VAN WAALWIJK</al></slotformulering><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>G.H. Kocken drs. A. M. P. Kleijngeld</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>