<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR475571_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Landsbesluit van de Gouverneur van Sint Maarten houdende regels omtrent ziektekosten Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van de 1ste maart 2017 van de houdende besparing van de Landsuitgaven in verband met ziektekosten door de bijdrage van het Land aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten en de premie voor de ziekteverzekering op nihil te stellen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Koninkrijksdeel">Sint Maarten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Koninkrijksdeel">Sint Maarten</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Koninkrijksdeel">Sint Maarten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">AB 2017, GT nr. 22</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Landsbesluit van de 1ste maart 2017 van de houdende besparing van de Landsuitgaven in verband met ziektekosten door de bijdrage van het Land aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten en de premie voor de ziekteverzekering op nihil te stellen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.1:CVDR143398_1">artikel 32 lid 1 Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8 lid 6 Landsverordening ziekteverzekering</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanKoninkrijksdeel">Gouverneur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-03-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-03-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>22</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Om technische redenen is de ‘Citeertitel’ ingekort. Zie voor de volledige ‘Citeertitel’ de ‘Intitulé’.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van de 1ste maart 2017 van de
      houdende besparing van de Landsuitgaven in verband met ziektekosten door de bijdrage van het
      Land aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten en de premie voor de ziekteverzekering op
      nihil te stellen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>IN NAAM VAN DE KONING!</al><al/><al>De Gouverneur van Sint Maarten,</al><al/><al>In overweging genomen hebbende dat het noodzakelijk is maatregelen te nemen ter
            besparing van de uitgaven van het Land in verband met ziektekosten, waarbij de bijdragen
            van het Land aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten en aan de ziektekostenpremie
            voor de werknemer en diens gezinsleden voor de duur van drie jaar op nihil worden
            gesteld;</al><al/><al>Gelet op artikel 32, eerste lid, van de Landsverordening algemene verzekering
            bijzondere ziektekosten en artikel 8, zesde lid, van de Landsverordening
            ziekteverzekering;</al><al/><al>Heeft, de Raad van Advies gehoord, besloten:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De jaarlijkse bijdrage van het Land, bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel
              c, van de Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten, wordt
              vastgesteld op NA<cursief>f</cursief> 25,- per ingezetene.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In afwijking van het eerste lid, wordt de jaarlijkse bijdrage van het Land voor de
              kalenderjaren 2016 tot en met 2018 vastgesteld op NA<cursief>f</cursief> 0,- per
              ingezetene.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>Het Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van de artikelen 1b en
            8, zesde en zevende lid, van de Landsverordening ziekteverzekering wordt als volgt
            gewijzigd:</al><lijst><li nr="1."><al>In artikel 2, derde lid, wordt de zinsnede “de kalenderjaren 2014 en 2015”
                vervangen door: de kalenderjaren 2016 tot en met 2018.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>Het Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van de 10<sup>de</sup> januari 2014
            tot vaststelling van de jaarlijkse bijdrage van het Land aan het Algemeen Fonds
            Bijzondere Ziektekosten en tot tijdelijke nulstelling van de bijdrage van het Land aan
            het premiepercentage voor de ziekteverzekering (AB 2014, no. 4) wordt ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen treedt, zodra deze in het
              Afkondigingsblad is geplaatst, in werking met ingang van de eerste dag van de zevende
              week na de datum van bekrachtiging en werkt terug tot en met 1 januari 2016. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In afwijking van het eerste lid, treedt dit landsbesluit, houdende algemene
              maatregelen: </al><lijst><li nr="a."><al> in werking met ingang van de eerste dag van de derde week na de beslissing van
                  het Constitutioneel Hof indien de Ombudsman een zaak aanhangig heeft gemaakt als
                  bedoeld in artikel 127, derde lid, van de Staatsregeling, en werkt terug tot en
                  met 1 januari 2016; of, </al></li><li nr="b."><al> niet in werking indien het Constitutioneel Hof oordeelt dat dit landsbesluit,
                  houdende algemene maatregelen, niet verenigbaar is met de Staatsregeling. </al></li></lijst></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt met de nota van toelichting in
            het Afkondigingsblad geplaatst.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Gegeven te Philipsburg, één maart 2017</ondertekening><ondertekening>De Gouverneur van Sint Maarten</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De achtste maart 2017 </ondertekening><ondertekening>De Minister van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> Uitgegeven de twaalfde april 2017 De Minister van Algemene Zaken </ondertekening><ondertekening> Namens deze,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> Hoofd afdeling Juridische Zaken &amp; Wetgeving</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>NOTA VAN TOELICHTING</label><nr/><label/></kop><al><vet>Algemeen deel</vet></al><al>Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, geeft vorm aan enkele van de
          noodzakelijke maatregelen om de uitgaven van het Land voor de komende jaren te beheersen.
          Deze maatregelen zijn noodzakelijk om gevolg te geven aan de aanwijzing die de
          Rijksministerraad op 4 september 2015 aan Sint Maarten heeft gegeven op advies van het
          College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten. De aanwijzing houdt onder meer in dat
          de meerjarenramingen op orde gebracht moeten worden en maatregelen moeten worden genomen
          om het zorgstelsel en de oudedagvoorziening houdbaar te maken voor de toekomst. De
          maatregelen die zijn vervat in dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, zijn
          essentieel voor het nader op orde krijgen van de overheidsfinanciën in de komende
          jaren.</al><al/><al>Het landsbesluit, houdende algemene maatregelen, bevat twee kostenbeheersende
          maatregelen. Ten eerste wordt de jaarlijkse bijdrage van het Land aan het Algemeen Fonds
          Bijzondere Ziektekosten voor de duur van drie jaar op nihil gesteld. Ten tweede wordt de
          bijdrage van het Land aan de premie voor de werknemer en diens gezinsleden, die
          verschuldigd is op basis van de Landsverordening ziekteverzekering, voor de duur van drie
          jaar op nihil gesteld. Het premiepercentage wat verschuldigd is door het Land, wordt voor
          de duur van drie jaar neergelegd bij de werknemer. </al><al>De regering acht het noodzakelijk om deze maatregelen voor een periode van drie jaar te
          treffen. Een kortere periode wordt niet voldoende geacht om de noodzakelijke hervorming
          van de overheidsfinanciën en de voorgenomen hervorming van het zorgstelsel uit te kunnen
          voeren. Indien na deze periode van drie jaar na evaluatie blijkt dat dergelijke
          maatregelen nog steeds noodzakelijk zijn in verband met kostenbeheersing en het voldoen
          aan de aanwijzing, kunnen de maatregelen worden voortgezet voor een nieuwe periode van
          drie jaar. De regering neemt hierbij het advies van de Sociaal Economische Raad (hierna:
          SER) in acht.</al><al/><al>Voor de kalenderjaren 2014 en 2015 zijn deze maatregelen eveneens getroffen, namelijk
          bij Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van de 10<sup>de</sup> januari 2014, tot
          vaststelling van de jaarlijkse bijdrage van het Land aan het Algemeen Fonds Bijzondere
          Ziektekosten en tot tijdelijke nulstelling van de bijdrage van het Land aan het
          premiepercentage voor de ziekteverzekering (AB 2014, no. 4). Deze periode van twee jaar is
          echter te kort gebleken voor het zodanig op orde brengen van de overheidsfinanciën dat de
          inkomsten voor de komende jaren de uitgaven op conservatieve wijze kunnen dekken. </al><al>Eind 2015 heeft een kleinschalige evaluatie plaatsgevonden van de maatregelen die zijn
          getroffen voor de jaren 2014 en 2015. Hieruit is naar voren gekomen dat de maatregelen
          geen nadelige gevolgen hebben gehad voor de financiële staat van het Algemeen Fonds
          Bijzondere Ziektekosten. Het fonds is hierdoor niet in financiële problemen gekomen. </al><al>Tevens zijn de effecten onderzocht van het bij de werknemer neerleggen van het
          premiepercentage voor de ziekteverzekering dat vóór 2014 door het Land werd bijgedragen.
          Hiertoe is contact gezocht met de Windward Islands Civil Servants Union and Private Sector
          Union WICSU/PSU en de Stichting Zorgverlening Het Wit Gele Kruis. Deze organisaties hebben
          geen klachten ontvangen die zijn gerelateerd aan de verhoging van de ziektekostenpremie
          van de werknemer. Evenmin is op andere wijze gebleken dat deze maatregel nadelige gevolgen
          met zich brengt die een direct gevolg zijn van deze maatregel en die niet in verhouding
          staan tot het doel waarvoor de maatregel is getroffen.</al><al/><al><cursief>Financiële paragraaf</cursief></al><al>De maatregelen in de vorm van het voor de duur van drie jaar op nihil stellen van enige
          wettelijke afdrachten leveren forse besparingen op voor de Landsbegrotingen van de komende
          jaren. </al><al>De jaarlijkse afdracht voor de bijdrage die het Land verschuldigd zou zijn op basis van
          de Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten bedraagt
            NA<cursief>f</cursief> 25 per ingezetene. Dit komt neer op een totale bijdrage van om en
          nabij NA<cursief>f</cursief> 1 miljoen per jaar. Voorheen was deze bijdrage gesteld op NAf
          75 per ingezetene, waardoor deze maatregel voor het jaar 2014 en 2015 leidde tot een
          grotere besparing voor de landsbegroting.</al><al>Het premiepercentage dat het Land verschuldigd zou zijn voor actieve werknemers en hun
          gezinsleden is vastgesteld op 2,1% van het dagloon van de werknemer. Voor het jaar 2012
          bedroeg de totale premiebijdrage van het Land NA<cursief>f</cursief> 9.833.408,99. </al><al>Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de maatregelen vervat in dit
          landsbesluit, houdende algemene maatregelen, voor de komende drie jaar jaarlijks een
          besparing voor de begroting op zullen leveren van omstreeks NA<cursief>f</cursief> 11
          miljoen.</al><al/><al><cursief>Advies SER</cursief></al><al>De SER heeft desgevraagd op 18 augustus 2016 advies uitgebracht over het ontwerp. De SER
          adviseert het volgende:</al><lijst><li nr="-"><al>om de termijn van zes jaar waarvoor de maatregelen zijn voorgesteld te verkorten
              naar drie jaar, en deze termijn enkel met drie jaar te verlengen indien na een
              evaluatie blijkt dat de maatregelen noodzakelijk zijn met het oog op de gestelde
              doelen (kostenbeheersing en voldoen aan de aanwijzing);</al></li><li nr="-"><al>om de nota van toelichting zodanig aan te passen dat de zinsnede ‘kunnen opheffen’
              in het artikelsgewijs deel, onder artikel 1, derde alinea, wordt vervangen door
              ‘opheffen’ of woorden van gelijke strekking, in verband met het belang van de
              verantwoordelijkheid van de overheid ten aanzien van ouderen en personen met een
              beperking;</al></li><li nr="-"><al>om de wetgevingsprocedures tijdig te beginnen zodat wetgeving niet met terugwerkende
              kracht in werking treden;</al></li><li nr="-"><al>om het wetgevingsproces ten aanzien van dit ontwerp voort te zetten met inachtneming
              van bovenstaande.</al></li></lijst><al/><al>De regering dankt de SER voor het uitgebrachte advies en neemt de aanbevelingen over.
          Het ontwerp is zodanig aangepast dat de maatregelen enkel voor een termijn van drie jaar
          gelden en de nota van toelichting is eveneens aangepast in overeenstemming met het advies.
          De regering neemt voorts de aanbeveling van de SER ten aanzien van het tijdig beginnen van
          het wetgevingsproces ter harte.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijs deel</vet></al><al/><al>Artikel 1</al><al/><al>Het Land levert jaarlijks een bijdrage aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten,
          op basis van artikel 18, tweede lid, van de Landsverordening algemene verzekering
          bijzondere ziektekosten. Behalve de Landsbijdrage bestaan de middelen van het fonds uit de
          premie die geheven wordt, de bijdragen die worden geheven van degenen die zorg genieten en
          overige inkomsten. Het fonds wordt beheerd door het Uitvoeringsorgaan Sociale en
          Ziektekosten Verzekeringen (USZV). </al><al>Vanwege de noodzaak tot het nemen van bezuinigingsmaatregelen, zoals reeds uiteen is
          gezet in het algemeen deel van deze toelichting, wordt de jaarlijkse bijdrage van het Land
          voor de duur van drie jaar op nihil gesteld. Deze periode is noodzakelijk voor het nader
          op orde brengen van de overheidsfinanciën. De beheerder van het fonds, USZV, heeft te
          kennen gegeven dat het fonds gedurende deze termijn over voldoende reserves beschikt om
          financieel gezond te kunnen blijven zonder de Landsbijdrage, ook indien een groter beroep
          zou worden gedaan op dit fonds. </al><al>Mocht deze situatie echter wijzigen en USZV in deze periode van drie jaar de regering
          meedelen dat het fonds niet zal kunnen voortbestaan zonder de jaarlijkse Landsbijdrage van
            NA<cursief>f</cursief> 25 per ingezetene, dan zal de regering de tijdelijke
          bezuinigingsmaatregelen opheffen voordat de periode van drie jaar afloopt, of andere
          maatregelen nemen ter bescherming van het fonds en de verzekerden die aanspraak hebben op
          de zorg vervat in de Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten. Een
          dergelijke actie vloeit voort uit de verantwoordelijkheden van de overheid ten aanzien van
          de bescherming van ouderen en mensen met een beperking en de bevordering van hun
          gezondheid en welzijn, zoals vervat in de Staatsregeling.</al><al/><al>Artikel 2 </al><al>Door middel van deze bepaling wordt de bijdrage van het Land aan de premie voor de
          werknemer en diens gezinsleden, die verschuldigd is op basis van de Landsverordening
          ziekteverzekering, voor de duur van drie jaar op nihil gesteld en het premiepercentage wat
          verschuldigd was door het Land neergelegd bij de werknemer. </al><al>Deze maatregel wordt vorm gegeven door een wijziging aan te brengen in het Landsbesluit,
          houdende algemene maatregelen, van 15 september 2008, ter uitvoering van de artikelen 1b
          en 8, zesde en zevende lid, van de Landsverordening ziekteverzekering (AB 2013, GT no.
          617, laatstelijk gewijzigd bij AB 2014, no. 4). </al><al>Vanwege de verstrekkende belangen die zijn verbonden aan het op orde krijgen van de
          overheidsfinanciën en aan het gevolg geven aan de aanwijzing van de Rijksministerraad,
          acht de regering deze maatregel niet buitenproportioneel. Voorts is de maatregel in duur
          beperkt. </al><al>Om de financiële situatie van het Ziektefonds niet negatief te beïnvloeden, is het
          premiepercentage van 2,1% bij de werknemer neergelegd, waarmee het totale premiepercentage
          voor de werknemer op 4,2% is komen te staan. Deze maatregel is reeds getroffen voor de
          jaren 2014 en 2015, waarmee er feitelijk geen wijziging komt in de reeds bestaande
          situatie. De regering acht deze herverdeling van de premiepercentages niet onbehoorlijk of
          onredelijk, omdat niet alleen de werknemer maar ook diens gezinsleden zijn verzekerd onder
          de Landsverordening ziekteverzekering. Het premiepercentage van 4,2% voor de werknemer en
          diens gezinsleden in hun totaal, wordt daarbij niet onredelijk geacht. In dit verband
          wordt tevens verwezen naar het algemeen deel van deze toelichting waarin wordt ingegaan op
          de evaluatie van de maatregelen voor de jaren 2014 en 2015.</al><al/><al>Artikel 3 </al><al>Om het bestaan van twee regelingen naast elkaar en bijbehorende geldingsvraagstukken te
          voorkomen is in deze bepaling voorzien in de intrekking van het Landsbesluit, houdende
          algemene maatregelen, van de 10<sup>de</sup> januari 2014 tot vaststelling van de
          jaarlijkse bijdrage van het Land aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten en tot
          tijdelijke nulstelling van de bijdrage van het Land aan het premiepercentage voor de
          ziekteverzekering (AB 2014, no. 4).</al><al/><al>Artikel 4</al><al/><al>Vanwege het belang van de inwerkingtreding van voorgestelde maatregelen per 1 januari
          2016 in verband met het begin van het nieuwe begrotingsjaar is ten aanzien van de
          inwerkingtreding opgenomen dat het landsbesluit terugwerkt tot en met 1 januari 2016. Dit
          wordt niet onredelijk geacht, aangezien USZV als beheerder van zowel het Algemeen Fonds
          Bijzondere Ziektekosten en het Ziektefonds heeft ingestemd met deze maatregelen en deze
          maatregelen voor deze datum bekend zijn gemaakt. Voorts betreft dit een voortzetting van
          reeds ingevoerde maatregelen per 1 januari 2014.</al><al>De premieafdracht door werknemers is voortgezet op basis van het verhoogde
          premiepercentage. Hiertoe is besloten na overleg met USZV en een van de grotere
          administratiekantoren. Uit dit overleg kwam naar voren dat een aanpassing van
          premiepercentages moet plaatsvinden per 1 januari van enig jaar, om werkbaar te zijn voor
          de betrokkenen. Het is tevens niet werkbaar om achteraf te weinig betaalde premies alsnog
          in te vorderen.</al><al/><al>De Minister van Volksgezondheid,</al><al>Sociale Ontwikkeling en Arbeid</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>