<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR47468_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening-2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hulst</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hulst</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zeeuwsch Vlaams Advertentieblad, 20-02-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening-2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/Hoofdstuk1/Artikel2">Wegenverkeerswet 1994, art. 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-02-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-02-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel A sub I en artikel CII</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Rb2008/02</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ruimtelijke Ordening / Openbare Werken / Openbare Ruimte</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De historie bij "Het overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen" is mogelijk niet compleet.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen
            voor het parkeren
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Raadsbesluit</al>
          <al/>
          <al>De raad van de gemeente Hulst;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14
                        oktober 2004;</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en a<extref doc="http://wetten.overheid.nl/zoeken_op/BWBR0006622/Hoofdstuk1/Artikel2" struct="BWB">rtikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994</extref>;</al>
          <al/>
          <al>B E S L U I T :</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de ‘Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de
                        verlening van vergunningen voor het parkeren’</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling I Definities en begripsomschrijvingen.</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel A</label>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>
                  <extref doc="HTTP://WETTEN.OVERHEID.NL/BWBR0004825" struct="BWB">RVV 1990</extref>: het Reglement Verkeersregels en
                                    Verkeerstekens-1990 van 26 juli 1990, Stb. 459;</al></li>
              <li nr="b."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het <extref doc="HTTP://WETTEN.OVERHEID.NL/BWBR0004825" struct="BWB">RVV-1990</extref>;</al></li>
              <li nr="c."><al>voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het <extref doc="HTTP://WETTEN.OVERHEID.NL/BWBR0004825" struct="BWB">RVV-1990</extref>;</al></li>
              <li nr="d."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van
                                    goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="e."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de <extref doc="HTTP://WETTEN.OVERHEID.NL/BWBR0006622" struct="BWB">Wegenverkeerswet 1994 </extref>(Stb. 1994, 475) aangehouden
                                    register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt
                                    degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven
                                    kenteken ten tijde van het parkeren in het register was
                                    ingeschreven;</al></li>
              <li nr="f."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeerders en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="g."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li>
              <li nr="h."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het <extref doc="HTTP://WETTEN.OVERHEID.NL/BWBR0004825" struct="BWB">RVV 1990</extref>, of</al></li>
                  <li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
                                            bijlage 1 van het <extref doc="HTTP://WETTEN.OVERHEID.NL/BWBR0004825" struct="BWB">RVV 1990</extref> met het opschrift
                                            zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="i."><al>vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende
                                    vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig
                                    te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    belanghebbendenplaatsen;</al></li>
              <li nr="j."><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend;</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="k."><al>markt: een te Hulst te houden warenmarkt zoals bedoeld in de
                                    ‘Marktverordening gemeente Hulst 2004’;</al></li>
              <li nr="l."><al>bezoekersvergunning<cursief>:</cursief> een vergunning in de
                                    vorm van een kraskaart waarmee een (motor)voertuig een dagdeel
                                    in het in artikel B bedoelde gebied/tijden op
                                    parkeerapparatuurplaatsen kan worden geparkeerd;</al></li>
              <li nr="m."><al> dagdeel: onder een dagdeel wordt verstaan een
                                    tijdsperiode:</al><al/><al>-van 09.00-13.00 uur en van 13.00 uur-17.00 uur op maandag t/m
                                    zaterdag</al><al/><al>-van 12.00 uur-18.00 uur op zondag.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling II Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en vergunningbewijzen</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel B</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit,
                                weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                vergunninghouders.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit, de
                                tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel C</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende aanvraag
                                een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen
                                of parkeerapparatuurplaatsen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Een vergunning kan in ieder geval worden verleend aan:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een eigenaar of houder van een (motor)voertuig die volgens
                                        het bevolkingsregister als bewoner op een adres staat
                                        ingeschreven in een gebied waar belanghebbendenplaatsen
                                        en/of mede door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn;</al></li>
                <li nr="b."><al>een eigenaar of houder van een (motor)voertuig die een
                                        beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die
                                        aantoont dat het in het belang van diens beroep- of
                                        bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
                                        (motor)voertuig te parkeren;</al></li>
                <li nr="c."><al>een eigenaar of houder van een (motor)voertuig die een
                                        standplaats inneemt op een warenmarkt in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuur plaatsen aanwezig zijn.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De eigenaar of houder van een voertuig die voldoet aan zowel de in
                                het tweede lid onder a en b gestelde voorwaarden wordt geacht te
                                beantwoorden aan de onder a genoemde voorwaarde.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften
                                en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang
                                van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Per in een gebied, waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door
                                vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig
                                zijn, staande woning of gevestigd bedrijf kunnen maximaal 2
                                vergunningen worden verleend;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een
                                vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van voertuigen die
                                niet voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden.
                                In afwijking van de voorwaarden gesteld in het tweede lid en het
                                bepaalde in het vijfde lid kunnen, indien de noodzaak daarvan voor
                                de bedrijfsuitoefening is aangetoond, per in de gemeente gevestigd
                                en in de bouw werkzaam ambachtelijk bedrijf, dat daartoe door
                                burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit met name is
                                aangewezen maximaal vier vergunningen worden verleend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>8.</lidnr>
              <al>In afwijking van lid zes wordt een vergunning ten behoeve van een
                                eigenaar of houder van een voertuig als bedoeld in het tweede lid,
                                onder b, die niet tevens voldoet aan het bepaalde onder a van dat
                                lid, steeds voor alle parkeerapparatuurplaatsen met per dag
                                onbeperkte parkeerduur in de gemeente verleend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>9.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning ook andere
                                voorschriften en beperkingen verbinden. Die voorschriften en
                                beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van
                                een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al>
              <al/>
              <al>Naast de voorschriften en beperkingen, zoals bedoeld in de
                                voorgaande volzin, kunnen burgemeester en wethouders bij openbaar te
                                maken besluit ook voorschriften bepalen over de wijze waarop de in
                                lid 2 van dit artikel bedoelde vergunning in/op het voertuig dient
                                te worden aangebracht.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>C-I</nr>
            </kop>
            <al/>
            <al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende aanvraag aan
                            een eigenaar of houder van een (motor)voertuig die in het
                            bevolkingsregister staat ingeschreven als inwoner van de gemeente Hulst
                            doch woonachtig buiten het in artikel B bedoelde gebied een vergunning
                            verlenen. Met een dergelijke vergunning kan vergunninghouder dagelijks
                            binnen het in artikel B bedoelde gebied en tijden maximaal 2 uur
                            achtereen op parkeerapparatuurplaatsen parkeren.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>C-II</nr>
            </kop>
            <al>Burgemeester en wethouders kunnen desgevraagd aan:</al>
            <al/>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>hen die in het bevolkingsregister als inwoner van de gemeente
                                    Hulst staan ingeschreven;</al></li>
              <li nr="b."><al> de onder artikel C, lid 2, onder b bedoelde personen;</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>bezoekersvergunningen verstrekken, (1) waarmee zij of (2) die zij kunnen
                            uitreiken aan derden waarmee die op hun beurt hun motorvoertuig een
                            dagdeel in het in artikel B bedoelde gebied/tijden op
                            parkeerapparatuurplaatsen kunnen parkeren.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>C-III</nr>
            </kop>
            <al/>
            <al>Het bepaalde in artikel C, lid 4, 7 en 9 is mede van toepassing op de
                            artikelen C-I en C-II.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel D</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde
                                in de volgende leden van dit artikel, regels geven voor het
                                aanvragen en verlenen van een vergunning.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen één maand na ontvangst
                                van een aanvraag voor een vergunning.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid genoemde
                                termijn met ten hoogste één maand verlengen. Van een verlenging van
                                deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel E</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een vergunning wordt voor ten hoogste één jaar verleend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li>
                <li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li>
                <li nr="c."><al>op de zgn. 'dagvergunning' (art. C, lid 8) het kenteken van
                                        het (motor)voertuig waarvoor de vergunning wordt verleend of
                                        de mededeling: 'voor dit (motor)voertuig;</al></li>
                <li nr="d."><al>op de zgn. bewoners-/bedrijfsvergunning (art. C. lid 2 en 6)
                                        de naam van de vergunninghouder, het kenteken en ander
                                        kenmerk van het (motor)voertuig waarvoor de vergunning is
                                        verleend.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel F</label>
            </kop>
            <al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
                            wijzigen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li>
              <li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning
                                    is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep
                                    of bedrijf beëindigt;</al></li>
              <li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li>
              <li nr="d."><al>wanneer voor het desbetreffende gebied het stelsel van
                                    vergunningen komt te vervallen;</al></li>
              <li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li>
              <li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de 'vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li>
              <li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling III Verbodsbepalingen</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel G</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een (motor)voertuig te
                                plaatsen of te laten staan:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li>
                <li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li>
                <li nr="c."><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander
                                        voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te
                                        plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik
                                        daarvan wordt belemmerd of verhinderd.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel H</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                                middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving
                                op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het is verboden bij een parkeerapparatuurplaats bij een parkeermeter
                                gedurende de tijden waarop het parkeren daar slechts tegen betaling
                                is toegestaan:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een voertuig te parkeren indien de parkeermeter niet in
                                        werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang van het
                                        parkeren in werking wordt gesteld;</al></li>
                <li nr="b."><al>een voertuig geparkeerd te houden indien de parkeermeter
                                        aangeeft dat de parkeertermijn is verstreken;</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats bij een
                                parkeerautomaat gedurende de tijden waarop het parkeren daar slechts
                                tegen betaling is toegestaan:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een voertuig te parkeren indien de parkeerautomaat niet in
                                        werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang van het
                                        parkeren in werking wordt gesteld;</al></li>
                <li nr="b."><al>en voertuig geparkeerd te houden indien de parkeerautomaat
                                        aangeeft dat de parkeertermijn is verstreken;</al></li>
                <li nr="c."><al>en voertuig te parkeren zonder dat in of op het voertuig een
                                        door de parkeerautomaat afgegeven parkeerkaart van buitenaf
                                        goed leesbaar aanwezig is en waarvan het op die parkeerkaart
                                        afgedrukte tijdstip nog niet is overschreden.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Voorzover een voertuig is voorzien van een voorruit moet de in het
                                derde lid, sub c bedoelde parkeerkaart van buitenaf goed leesbaar
                                achter die voorruit aanwezig zijn.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het in het tweede en derde lid vervatte verbod geldt niet wanneer
                                aan de eigenaar of houder van het voertuig een vergunning is
                                verleend voor het parkeren op de desbetreffende categorie
                                parkeerapparatuurplaatsen, het voertuig duidelijk zichtbaar is
                                voorzien van een vergunning en niet gehandeld wordt in strijd met de
                                aan de vergunning verbonden voorwaarden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel I</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li>
                <li nr="b."><al>zonder dat het (motor)voertuig duidelijk zichtbaar is
                                        voorzien van de vergunning;</al></li>
                <li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorschriften.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling IV Strafbepaling</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel J</label>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling V Overgangs- en slotbepalingen</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel K</label>
            </kop>
            <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast: de in <extref doc="HTTP://WETTEN.OVERHEID.NL/BWBR0001903/TWEEDEBOEK/TITELI/EERSTEAFDEELING/ARTIKEL141" struct="BWB">artikel 141 van het Wetboek van strafvordering</extref>
                            genoemde opsporingsambtenaren en de door burgemeester en wethouders
                            aangewezen ambtenaren;</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel L</label>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als:
                            'Parkeerverordening-2005'.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel M</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking op een bij bekendmaking nader te
                                bepalen datum. Op de datum van inwerkingtreden vervalt de
                                ‘Parkeerverordening-1993’.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Vergunningen en ontheffingen verleend krachtens de
                                ‘Parkeerverordening-1993’ blijven van kracht tot de termijn waarvoor
                                zij werden verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. </al>
              <al/>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der
                        gemeente Hulst van 11 november 2004.</al>
          <al/>
          <al>De gemeenteraad van de gemeente Hulst, </al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          De Raadsgriffier, De Raadsvoorzitter,
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <al>Vaststellingsdatum: 11 november 2004</al>
        <al/>
        <al>Wijzigingsdata: </al>
        <al>- 22 december 2005</al>
        <al>- 29 juni 2006</al>
        <al>- 23 april 2007</al>
        <al>- 14 februari 2008</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>