<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR473126_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening gemeente Midden-Drenthe 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.middendrenthe.nl/website/!suite42.scherm1260?mObj=1157436">Gemeenteblad Gemeente Midden-Drenthe nr. 962249 d.d. 12 december 2017</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening gemeente Midden-Drenthe 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">art. 149 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=151d">art. 151d Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-12-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2018-03-05</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Eerste wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Midden-Drenthe 2017 vanwege de inwerkingtreding van de Wet aanpak woonoverlast per 1 juli 2017</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>zaaknummer 962249</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleid verblijfsontzeggingen en aanwijsbesluiten gebieden verblijfsontzeggingen<extref doc="1.1:CVDR484756_1"/></al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening gemeente Midden-Drenthe
            2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Midden-Drenthe;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 april 2017;</al><al>gelet op de bepalingen van de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht,
                        het Activiteitenbesluit, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de
                        Drank- en Horecawet;</al><al>gelet op de wijzigingen in de VNG Model-APV; </al><al/><al><vet>besluit</vet>:</al><al/><al>vast te stellen de volgende </al><al/><al><vet>Algemene plaatselijke verordening gemeente Midden-Drenthe
                        2017</vet></al><al/><al><vet>INHOUDSOPGAVE</vet></al><al/><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen p. 3</vet></al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Openbare Orde</vet></al><al><cursief>Afdeling 1</cursief><cursief>Bestrijding van
                            ongeregeldheden</cursief> p. 5</al><al><cursief>Afdeling 2 Betoging
                        </cursief>p.
                        7</al><al><cursief>Afdeling 3 </cursief><cursief>Verspreiden van gedrukte
                            stukken</cursief> p.
                        7</al><al><cursief>Afdeling 4 Bruikbaarheid en aanzien van de
                        weg</cursief> p. 8</al><al><cursief>Afdeling 5 Veiligheid op de
                        weg</cursief>
                        p. 9</al><al><cursief>Afdeling 6 Bijzondere bepalingen over horecabedrijven
                        </cursief>p. 11</al><al><cursief>Afdeling 7 Toezicht op speelgelegenheden
                        </cursief>p.
                        11</al><al><cursief>Afdeling 8 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
                        </cursief>p. 13</al><al><cursief>Afdeling 9 Bepalingen ter bestrijding van heling van
                            goederen</cursief> p. 18</al><al><cursief>Afdeling 10 Vuurwerk
                        </cursief>p.
                        19</al><al><cursief>Afdeling 11
                        Drugsoverlast</cursief>
                        p. 21</al><al><cursief>Afdeling 12 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden
                        </cursief>p. 21</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie
                        </vet></al><al><cursief>Afdeling 1
                        Begripsbepalingen</cursief>
                        p. 21</al><al><cursief>Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                            dergelijke </cursief>p. 23</al><al><cursief>Afdeling 3 Beslistermijn: weigeringsgronde
                        n</cursief>p. 26</al><al><cursief>Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer
                        </cursief>p. 27</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon</vet></al><al><vet>en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente</vet></al><al><cursief>Afdeling 1 Geluidhinde
                        r</cursief>p.
                        28</al><al><cursief>Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
                        </cursief>p. 29</al><al><cursief>Afdeling 3 Maatregelen tegen ontsiering en
                        stankoverlast</cursief> p. 29</al><al><cursief>Afdeling 4 Kamperen buiten
                        kampeerterreinen</cursief>
                        p. 30</al><al><cursief>Afdeling 5 Bescherming van de natuur
                        algemeen</cursief> p.
                        31</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de</vet><vet>huishouding der
                            gemeente</vet></al><al><cursief>Afdeling 1
                        Parkeerexcessen</cursief>
                        p. 31</al><al><cursief>Afdeling 2 Collecteren
                        </cursief>p.
                        35</al><al><cursief>Afdeling 3 Venten
                        </cursief>p.
                        35</al><al><cursief>Afdeling 4 Standplaatsen
                        </cursief>p.
                        36</al><al><cursief>Afdeling 5 Snuffelmarkten
                        </cursief>
                        p. 37</al><al><cursief>Afdeling 6 Openbaar water, ligplaatsen
                        </cursief>p.
                        38</al><al><cursief>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                            natuurgebieden </cursief>p. 39</al><al><cursief>Afdeling 8 Verbod vuur te stoken
                        </cursief>p.
                        41</al><al><cursief>Afdeling 9 Verstrooiing van
                        as</cursief>p.
                        41</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen p. 42</vet></al><al/><al>Bijlage 1 Feitentabel</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>bebouwde kom: </cursief>het gebied binnen de grenzen
                                    die door de gemeenteraad zijn vastgesteld op grond van artikel
                                    20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="-"><al><cursief>bevoegd gezag:</cursief>bestuursorgaan dat
                                    bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een
                                    omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al
                                    verleende omgevingsvergunning;</al></li><li nr="-"><al><cursief>bouwwerk:</cursief>hetgeen in artikel 1 van
                                    de Bouwverordening daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="-"><al><cursief>college: </cursief>het college van burgemeester en
                                    wethouders;</al></li><li nr="-"><al><cursief>gebouw:</cursief>hetgeen in artikel 1, eerste
                                    lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="-"><al><cursief>handelsreclame:</cursief> iedere openbare aanprijzing
                                    van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een
                                    commercieel belang te dienen;</al></li><li nr="-"><al><cursief>openbaar water: </cursief>wateren die voor het publiek
                                    bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="-"><al><cursief>openbare plaats:</cursief>hetgeen in artikel
                                    1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt
                                    verstaan;</al></li><li nr="-"><al><cursief>rechthebbende: </cursief>degene die over een zaak
                                    zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk
                                    recht;</al></li><li nr="-"><al><cursief>weg: </cursief>hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder
                                    b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend
                                uiterlijk drie weken voor het tijdstip waarop de aanvrager het de
                                vergunning of ontheffing nodig heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn verlengen tot acht weken indien
                                dit noodzakelijk is voor een zorgvuldige voorbereiding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn met ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van overeenkomstige toepassing indien
                                beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in
                                artikel 2:5, vierde lid of een vergunning als bedoeld in artikel
                                2:6, eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn, of</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in
                                het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning of ontheffing kan worden geweigerd als niet voldaan
                                wordt aan de in of krachtens artikel 1:2 bepaalde aanvraagtermijn en
                                daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk
                                is. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die op een openbare plaats</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                            ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot
                                            toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of
                                            dreigen te ontstaan, of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                            samenscholing;</al></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op
                                    betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                    levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare
                                    manifestaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Verblijfsontzeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is degene aan wie dit door of namens de burgemeester in het
                                    belang van de openbare orde is bekendgemaakt, verboden zich te
                                    bevinden op of in de in de bekendmaking aangewezen gebieden
                                    gedurende de uren daarin genoemd (verblijfsontzegging). </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verblijfsontzegging kan slechts worden opgelegd wegens
                                    overtreding van de voorschriften opgenomen in de feitentabel
                                    (bijlage 1).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ieder aan wie een verblijfsontzegging is opgelegd, is
                                    verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van
                                    de politie zich te verwijderen van de gebieden als vermeld in de
                                    verblijfsontzegging.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester beperkt de in het eerste lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het eerste lid verbod is niet van toepassing voor zover
                                    de persoon aan wie de verblijfsontzegging is bekendgemaakt, zich
                                    in de aangewezen gebieden: </al><lijst><li nr="a."><al>bevindt in een middel van openbaar vervoer;</al></li><li nr="b."><al>begeeft naar zijn werk dan wel de onderwijsinstelling
                                            waar hij staat ingeschreven in het geval het werk of het
                                            onderwijs binnen het gebied moet worden gedaan dan wel
                                            genoten, met dien verstande dat hij de kortste route
                                            neemt en hij niet langer in het gebied verblijft dan
                                            noodzakelijk voor het bereiken van zijn werk of
                                            onderwijs;</al></li><li nr="c."><al>begeeft naar de woning waarin hij volgens de Wet
                                            basisregistratie personen staat ingeschreven als deze
                                            binnen het gebied ligt, met dien verstande dat hij de
                                            kortste route neemt en hij niet langer in het gebied
                                            verblijft dan noodzakelijk voor het bereiken van zijn
                                            woning.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                    manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en
                                    ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor van toepassing, de wijze van samenstelling, en</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaat vóór 12.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een
                                    kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis
                                    verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven
                                    stukken en afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor gebruik van de weg (Voorwerpen op
                                    of aan de weg)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de
                                            weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan
                                            belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen
                                            voor het beheer of onderhoud van de weg, of</al></li><li nr="b."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
                                            welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder
                                    geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1.00
                                    meter wordt gelaten op voetpaden en van 2.50 meter op de rijbaan
                                    voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                    en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                    uitstallingen en reclameborden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                    verbod in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het vierde lid kan het bevoegd gezag een
                                    omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde
                                    gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in
                                    artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in de Festiviteiten- en
                                            evenementenverordening;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17, en</al></li><li nr="c."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
                                            regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is
                                            verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken,
                                    artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of provinciale
                                    regelingen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend: </al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden in een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit, of</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in
                                    opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke
                                    taken worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                    wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, provinciale regelingen, de
                                    Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet, de daarop gebaseerde
                                    verordening of andere gemeentelijke verordeningen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een
                                    omgevingsvergunning een uitweg te maken naar de weg of
                                    verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid van artikel 1:8 wordt de
                                    vergunning slechts geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de
                                            weg;</al></li><li nr="b."><al>indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien door de uitweg het openbaar groen op
                                            onaanvaardbare wijze wordt aangetast;</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken,
                                    de Waterschapskeur of de Regeling uitwegen van de Provincie
                                    Drenthe.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder
                                of gevaar ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: </al><lijst><li nr="a."><al>te roken gedurende een door het college aangewezen
                                            periode;</al></li><li nr="b."><al>voor zover het de open lucht betreft, brandende of
                                            smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of
                                            te laten liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en
                                    onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken
                                    plaatsvindt in gebouwen en op aangrenzende erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    van gemeentewege op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of
                                    voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare
                                    verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                    verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                    Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen indien de
                                    elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat
                                    toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken
                                    van de hoogspanningslijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht of een provinciale
                                    verordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en Horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>alcoholhoudende drank,</al></li><li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon,</al></li></lijst><al>dat, wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Regulering paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank
                                    uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en tot
                                    uiterlijk één uur na afloop van een activiteit die wordt
                                    uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van die
                                    rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verstrekken van alcoholhoudende drank op bijeenkomsten van
                                    persoonlijke aard is alleen toegestaan als deze verband houden
                                    met de doelstelling van de rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende
                                    drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en
                                    bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet
                                    rechtstreeks bij de activiteiten van die rechtspersoon betrokken
                                    zijn als dit zou leiden tot oneerlijke mededinging. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het maken van reclame voor bijeenkomsten van persoonlijke aard
                                    die niet verband houden met de doelstelling van een
                                    paracommercieel rechtspersoon is verboden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder <cursief>speelgelegenheid</cursief>
                                    verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar
                                    bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de
                                    mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld
                                    of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                    verloren en waarop de Wet op de kansspelen niet van toepassing
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder b, van de Wet op de kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de
                                            kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen,
                                            en</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als in artikel 1, onder
                                            a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning: </al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid, of; </al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Wet</cursief>: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al><cursief>speelautomaat</cursief>: automaat als bedoeld
                                            in artikel 30, onder a van de Wet</al></li><li nr="c."><al><cursief>kansspelautomaat</cursief>: automaat als
                                            bedoeld in artikel 30, onder c. van de Wet;</al></li><li nr="d."><al><cursief>hoogdrempelige inrichting</cursief>: inrichting
                                            als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet; </al></li><li nr="e."><al><cursief>laagdrempelige inrichting</cursief>: inrichting
                                            als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het
                                    geheel niet zijn toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier
                                    aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden
                                    noodzakelijk is dan wel op personen die daarvoor toestemming
                                    hebben van de burgemeester.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: </al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien
                                    gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het tweede lid onder b gestelde verbod is niet van
                                    toepassing op kinderen die in de uitoefening van hun spel
                                    stoepkrijt aanbrengen op horizontale oppervlakken. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het
                                    aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan
                                    een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter
                                    inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water enig
                                    aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of
                                    verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:19.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van
                                    winkels tassen of andere voorwerpen te vervoeren of bij zich te
                                    hebben, die er kennelijk toe zijn uitgerust om winkeldiefstal te
                                    vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod is niet van
                                    toepassing indien de in die leden bedoelde werktuigen,
                                    voorwerpen en middelen niet bestemd of gebruikt zijn voor de in
                                    die leden bedoelde handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                    ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de
                                    gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                    plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin
                                    gelegen wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op gedragingen die passen
                                    binnen het daartoe bestemde gebruik van de in het eerste lid
                                    genoemde gronden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats: </al><lijst><li nr="a."><al>zonder redelijk doel te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers
                                            of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder berokkent;</al></li><li nr="c."><al>zich op te houden op een zodanige wijze dat de openbare
                                            orde of het veiligheidsgevoel van het publiek negatief
                                            wordt beïnvloed.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van
                                    Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23a</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:23 is het verboden op een
                                openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw
                                passief dan wel actief te bedelen om geld of andere zaken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23b</nr><titel>Straatartiesten en straatmuzikanten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:23 is het verboden op een
                                    openbare plaats een vertoning voor publiek te geven, niet zijnde
                                    een betoging als bedoeld in artikel 2:3, dan wel voor publiek
                                    zang of muziek ten gehore te brengen, al dan niet met behulp van
                                    een instrument, toestel of luidspreker.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                    bestuursrecht van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld
                                            in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, en</al></li><li nr="b."><al>een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een trapportaal, portiek of
                                            poort op te houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een
                                    flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke
                                    meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk
                                    is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor
                                    gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25a</nr><titel>Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die een woning of een bij die woning behorend erf of
                                    aanhorigheid gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan
                                    een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente
                                    in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg
                                    voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of
                                    in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen
                                    ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt
                                    veroorzaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder
                                    bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze
                                    zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de
                                    overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te
                                    voorkomen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan beleidsregels vaststellen over het gebruik
                                    van de bevoegdheid als genoemd in het tweede lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en
                                    herhaaldelijke: </al><lijst><li nr="a."><al>geluid- of geurhinder;</al></li><li nr="b."><al>hinder van dieren;</al></li><li nr="c."><al>hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een
                                            woning of op een erf aanwezig zijn;</al></li><li nr="d."><al>overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning
                                            of een erf dan wel de directe nabijheid daarvan;</al></li><li nr="e."><al>intimidatie van derden vanuit een woning of een
                                            erf.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                                ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, wachtruimten voor
                                het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets, een bromfiets of
                                een gelijksoortig voertuig te plaatsen of te laten staan tegen een
                                raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de
                                ingang van een portiek indien dit in strijd is met de uitdrukkelijk
                                verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek, of
                                daardoor die ingang versperd wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen: </al><lijst><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is
                                            aangelijnd;</al></li><li nr="c."><al>buiten de bebouwde kom op een door het college
                                            aangewezen plaats indien de hond niet is aangelijnd,
                                            of</al></li><li nr="d."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een
                                            halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar
                                            of houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op
                                    door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van
                                    toepassing op de eigenaar of houder van een hond: </al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden, of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is
                                    verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond
                                    onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                    of sociale hulphond laat begeleiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op eigen terrein dan wel het terrein van een
                                    ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is, en </al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2:28, eerste lid, aanhef en onder d, dient
                                    een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een
                                    door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen ter
                                    voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare
                                    gezondheid, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde
                                            regels;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven, of </al></li><li nr="d."><al>te voeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens
                                (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet
                                van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
                                verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden
                                dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Verontreiniging door rij- en trekdieren</titel></kop><al>De eigenaar of houder van een rij- of trekdier is verplicht ervoor
                                te zorgen dat uitwerpselen van dit rij- of trekdier niet terecht
                                komen op dan wel direct worden verwijderd van een voor het openbaar
                                verkeer openstaande weg of pad met inbegrip van de daarin liggende
                                bruggen en duikers en met uitzondering van een ruiterpad.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder <cursief>handelaar</cursief>:
                                een handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van
                                bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te
                                    nemen: </al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                            dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed, en</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van deze verplichtingen.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><lijst><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging; </al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                                adressen;</al></li><li nr="3."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Vuurwerk, carbid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder
                                    <cursief>consumentenvuurwerk</cursief>: </al><al>hetgeen daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002,
                                houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is te allen tijde verboden consumentenvuurwerk te gebruiken
                                    binnen een afstand van 50 meter van een gebouw voorzien van een
                                    rieten dak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verboden bedoeld in het eerste, tweede en derde lid zijn niet
                                    van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel
                                    429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Bij zich hebben van carbid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden carbid (calciumcarbide) op of aan de weg of op
                                    een voor het publiek toegankelijke plaats bij zich te hebben,
                                    dat ertoe kan dienen de openbare orde te verstoren of aanleiding
                                    kan geven tot hinder of overlast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien het
                                    carbid niet bestemd is of gebruikt wordt voor de in dat lid
                                    bedoelde handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Bezigen van carbid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden acetyleengas afkomstig van reactie tussen carbid
                                    (calciumcarbide) en water of gasmengsels met vergelijkbare
                                    eigenschappen op explosieve wijze te verbranden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod gesteld in het eerste lid geldt niet indien:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of vergelijkbare
                                            voorwerpen met een maximale inhoud van 40 liter;</al></li><li nr="b."><al>het gebruik plaatsvindt in de periode van 31 december
                                            vanaf 10.00 uur tot 1 januari 02.00 uur;</al></li><li nr="c."><al>de plaats van het in sub 1 genoemde gebruik is
                                            gelegen:</al><lijst><li nr="1."><al>op een afstand van tenminste 75 meter van
                                                  woonbebouwing,</al></li><li nr="2."><al>op een afstand van tenminste 300 meter van
                                                  inrichtingen van intramurale zorg,</al></li><li nr="3."><al>op een afstand van tenminste 300 meter van in
                                                  gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van
                                                  dieren;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>de richting van de explosie tegengesteld is aan de
                                            richting waarin de dichtstbijzijnde bebouwing als
                                            bedoeld in lid 2 sub c is gelegen; </al></li><li nr="e."><al>binnen een afstand van 75 meter in de richting van de
                                            explosie zich geen openbare wegen of paden
                                            bevinden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, Wet
                                    wapens en munitie, Wet milieugevaarlijke stoffen, Wet vervoer
                                    gevaarlijke stoffen en het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                                openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de
                                Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door
                                hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen
                                plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:2, 2:22,
                                2:23, 2:24, 2:25, 2:26, 2:39, 2:41, 2:42, 3:9, 5:30 en 5:31 van deze
                                Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Cameratoezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats of een openbaar gebied. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid
                                    eveneens ten aanzien van alle andere voor een ieder
                                    toegankelijke plaatsen en gebieden.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>prostitutie:</cursief> het zich beschikbaar stellen
                                        tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander
                                        tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al><cursief>prostituee</cursief>: degene die zich beschikbaar
                                        stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een
                                        ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al><cursief>seksinrichting</cursief>: de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                                        worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische
                                        aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk
                                        geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                        sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf
                                        waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan
                                        niet in combinatie met elkaar;</al></li><li nr="d."><al><cursief>escortbedrijf</cursief>: de natuurlijke persoon,
                                        groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt
                                        die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt
                                        uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al><cursief>sekswinkel</cursief>: de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen
                                        van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al><cursief>exploitant</cursief>: de natuurlijke persoon of
                                        personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een
                                        seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel
                                        exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die
                                        rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon
                                        of personen;</al></li><li nr="g."><al><cursief>beheerder</cursief>: de natuurlijke persoon of
                                        personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent,
                                        dan wel uitoefenen in een seksinrichting of
                                        escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al><cursief>bezoeker</cursief>: degene die aanwezig is in een
                                        seksinrichting, met uitzondering van: </al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2 van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder <cursief>bevoegd
                                    bestuursorgaan</cursief>: </al><al>het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel
                                3:13, tweede lid kan het college nadere regels stellen met
                                betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit
                                hoofdstuk.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan. Het aantal seksinrichtingen binnen de gemeente
                                    Midden-Drenthe is niet hoger dan één. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en </al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al></li><li nr="d."><al>het aantal werkzame prostituees;</al></li><li nr="e."><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van het
                                            prostitutiebedrijf door middel van een situatietekening
                                            met een schaal van tenminste 1: 1000;</al></li><li nr="f."><al>de plattegrond van het prostitutiebedrijf door middel
                                            van een tekening met een schaal van tenminste 1:
                                            100;</al></li><li nr="g."><al>bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de
                                            Kamer van Koophandel, en</al></li><li nr="h."><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is
                                            tot het gebruik van de ruimte bestemd voor het
                                            prostitutiebedrijf.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder: </al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag,
                                            en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant
                                    en de beheerder niet: </al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie
                                            openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius,
                                            Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere
                                            rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                            recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                            artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                            Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al><al>- bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                            Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet
                                            arbeid vreemdelingen;</al><al>- de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot
                                            en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303,
                                            416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek
                                            van Strafrecht;</al><al>- de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
                                            juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de
                                            Wegenverkeerswet 1994;</al><al>- de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van
                                            de Wet op de kansspelen;</al><al>- de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al><al>- de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                            munitie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Openingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan de openingstijden en het verplichte
                                    sluitingsuur van een prostitutiebedrijf vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een prostitutiebedrijf voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin toe te laten of te laten verblijven buiten de
                                    toegestane openingstijden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden een prostitutiebedrijf voor bezoekers geopend te
                                    hebben zonder dat de ingevolge artikel 3:1 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in het prostitutiebedrijf
                                    aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is bezoekers van een prostitutiebedrijf verboden zich daarin
                                    te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid dan wel krachtens artikel 3:7 gesloten
                                    dient te zijn. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer
                                    gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking openingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid of in geval van strijdigheid met de
                                    bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: </al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            derde lid, geldende openingstijden vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit
                                    bedoeld in het eerste lid bekend op de voet van artikel 3:42,
                                    tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Toezicht door exploitant en beheerder</titel></kop><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de
                                seksinrichting: </al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval
                                        de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de
                                        zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid),
                                        XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
                                        Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet
                                        en in de Wet wapens en munitie, en </al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de
                                    diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te
                                    lokken: </al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden;</al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste
                                    lid, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan
                                    personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende
                                    de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven
                                    zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de
                                    belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie
                                    ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde
                                    lid, verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in
                                    een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen
                                    of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder
                                    b.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslistermijn: weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid,
                                    beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf weken na de
                                    dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen; </al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan,
                                            voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening, of </al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                    kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                    achterwege gelaten, in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast; </al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van personen of goederen; </al></li><li nr="d."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid; </al></li><li nr="e."><al>de gezondheid of zedelijkheid, of </al></li><li nr="f."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig
                                    artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan
                                    binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in
                                    het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste
                                    lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het
                                    moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het
                                    tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is
                                    besloten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit algemene regels voor
                                    inrichtingen milieubeheer van 19 oktober 2007
                                    (Activiteitenbesluit) op een zodanige wijze toestellen of
                                    geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                    openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale
                                    milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod is ook niet van toepassing op het gebruik van
                                    schoolpleinen, openbare sport- en speelvoorzieningen en
                                    –terreinen, voor zover het betreft de uitoefening van school,
                                    sport- en speelactiviteiten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Geluidshinder onversterkte muziek in buitenruimten van
                                    inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de buitenruimten van een inrichting in de zin
                                    van artikel 1:2 van het Activiteitenbesluit onversterkte muziek
                                    ten gehore te brengen voor zover dit deel uitmaakt van de
                                    bedrijfsvoering waarvoor de melding als bedoeld in artikel 1.10
                                    van het Activiteitenbesluit is gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het tweede lid geldt niet voor zover voor de activiteit een
                                    melding is gedaan in de zin van artikel 2.21, lid 1 aanhef en
                                    onder b van het Activiteitenbesluit, dan wel voor het openbaar
                                    gebied onmiddellijk grenzend aan de inrichting een collectieve
                                    festiviteit is aangewezen in de zin van artikel 2.21, lid 1
                                    aanhef en onder a van het Activiteitenbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Geluidshinder onversterkte muziek in binnenruimten van
                                    inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de binnenruimte van een inrichting in de zin
                                    van artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit onversterkte muziek
                                    ten gehore te brengen van 23.00 uur ’s avonds tot 7.00 uur ’s
                                    ochtends.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedurende het ten gehore brengen van onversterkte muziek dienen
                                    ramen en deuren zoveel mogelijk gesloten te blijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tweede lid geldt niet voor zover voor de festiviteit een
                                    melding is gedaan in de zin van artikel 2.21, lid 1 aanhef en
                                    onder b van het Activiteitenbesluit, dan wel voor het openbaar
                                    gebied onmiddellijk grenzend aan de inrichting een collectieve
                                    festiviteit is aangewezen in de zin van artikel 2.21, lid 1
                                    aanhef en onder a van het Activiteitenbesluit.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van
                                straatveegwerkzaamheden door of vanwege de gemeente aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben: </al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>fietsen, bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:9 of onderdelen
                                            daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                            geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                            commercieel doel, of </al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                    krachtens een provinciale verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                    maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging
                                    of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of
                                    ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder <cursief>kampeermiddel</cursief>
                                verstaan: </al><al>een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor
                                het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of
                                opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor
                                recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit
                                    is bestemd of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; of </al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een dorpsgezicht; of</al></li><li nr="c."><al>de openbare orde; of</al></li><li nr="d."><al>het voorkomen of beperken van overlast; of</al></li><li nr="e."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                            goederen, of</al></li><li nr="f."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><al>Het college kan plaatsen aanwijzen, waarvoor het verbod in artikel
                                4:10, eerste lid niet geldt, dan wel tijdelijk niet geldt. Het
                                college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de
                                belangen genoemd artikel 4:10, vierde lid, onder a tot en met
                                f.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bescherming van de natuur algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Oplaten van heliumballonnen en wensballonnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gesloten ballonnen op te laten in het kader van
                                    een festiviteit of evenement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden heteluchtballonnen op te laten anders dan
                                    bemande heteluchtballonnen. </al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>voertuigen</cursief>: voertuigen als bedoeld in
                                        artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                        (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals
                                        kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al><cursief>parkeren</cursief>: parkeren als bedoeld in artikel
                                        1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder <cursief>verhuren</cursief> als bedoeld in dit artikel
                                    wordt mede verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen; </al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend: </al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5:3 tot en met 5:10 is
                                    het degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 30 meter met als middelpunt één van
                                            deze voertuigen; </al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden op de weg een voertuig te parkeren met het
                                kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a., aanhangwagens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt, dan wel een
                                    aanhangwagen: </al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op de weg binnen de bebouwde kom;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid, aanhef en onder a.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het provinciaal wegenreglement of de
                                    provinciale landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan zes meter of een hoogte van meer
                                    dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen
                                    plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan zes meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 5:6 is het verbod in het
                                    tweede lid voorts niet van toepassing op campers, kampeerauto’s,
                                    caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet
                                    langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden
                                    geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het vijfde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan zes meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden andere dan
                                    aan het voertuig, waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter
                                    plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stank verspreidende
                                    stoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig met stank verspreidende stoffen te
                                    parkeren daar waar bewoners of gebruikers van nabij gelegen
                                    gebouwen of terreinen daarvan overlast of hinder kunnen
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de
                                    Wet milieubeheer daarin voorziet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                    plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid, en</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast,
                                of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                plaatsen fietsen, snor/bromfietsen of scooters onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een <cursief>inzameling van geld of goederen</cursief>
                                    wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe
                                    ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                    het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                    indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt
                                    dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel
                                    doel is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder <cursief>venten</cursief> verstaan:
                                    het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden,
                                    verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder <cursief>venten</cursief> wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van de
                                            exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van
                                            de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel
                                            5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te
                                    venten op de dagen en tijden genoemd in artikel 2 van de
                                    Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid is niet van
                                    toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken
                                    waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                    artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten
                                    van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens
                                    worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                    Grondwet verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of
                                        </al></li><li nr="b."><al>op door het college aangewezen dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het tweede
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder
                                        <cursief>standplaats</cursief>: het vanaf een vaste plaats
                                    op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop
                                    aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten,
                                    gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen
                                    of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Onder <cursief>standplaats</cursief> wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in de
                                            Festiviteiten- en evenementenverordening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning als het innemen van een
                                    standplaats strijdig is met het bestemmingsplan, een
                                    beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt.</al></li><li nr="c."><al>indien het innemen van de standplaats buitensporig is
                                            met het oog op de beschikbare parkeerruimte.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of een provinciale
                                    verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet
                                    van toepassing op bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder
                                        <cursief>snuffelmarkt</cursief>: een markt in een voor het
                                    publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en
                                    incourante goederen worden verhandeld of diensten worden
                                    aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een <cursief>snuffelmarkt</cursief> wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in de Festiviteiten – en
                                            evenementenverordening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning als het gebruik als
                                    snuffelmarkt strijdig is met een geldend bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water, ligplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente
                                    gebruikelijke wijze van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                    Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet, een provinciale regeling, het bepaalde bij of
                                    krachtens de Telecommunicatiewet, of andere gemeentelijke
                                    verordeningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college met een
                                    vaartuig permanent een ligplaats in te nemen of te hebben dan
                                    wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of een provinciale
                                    regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Nadere regels permanente ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan het permanent innemen, hebben of beschikbaar
                                    stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of een provinciale
                                    regeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken,
                                    wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing,
                                    bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen,
                                    aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente
                                    in beheer zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, een provinciale
                                    regeling of een gemeentelijke verordening. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>motorvoertuig</cursief>; hetgeen daaronder wordt
                                        verstaan in artikel 1, van het Reglement verkeersregels en
                                        verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="-"><al><cursief>bromfiets</cursief>: hetgeen daaronder wordt
                                        verstaan in artikel 1, eerste lid onder e, van de
                                        Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                    geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen van overlast; b.de bescherming van natuur-
                                            of milieuwaarden;</al></li><li nr="b."><al>de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerst lid is niet van toepassing op
                                    motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: </al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de bevoegde minister aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                    toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>op wegen en daartoe bestemde paden die gelegen zijn
                                            binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of
                                            terreinen;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de open lucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke; </al></li><li nr="b."><al>het gebruik van schoon, droog hout in sfeervuren zoals
                                            terrashaarden en vuurkorven,</al></li><li nr="c."><al>het gebruik van schoon, droog hout of ander specifiek
                                            voor het gebruik bestemd materiaal in vuur voor koken,
                                            grillen, bakken en braden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna, de woon-
                                    en leefsituatie ter plekke en de bescherming van eigendommen van
                                    derden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of een provinciale verordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder <cursief>incidentele
                                    asverstrooiing</cursief>: </al><al>het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen met uitzondering van de
                                            daartoe aangewezen plaatsen op de begraafplaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op
                                    andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing
                                    plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de
                                op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                                maanden of geldboete van de tweede categorie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de
                                economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde
                                bij of krachtens de artikelen 2:5, vijfde lid, 2:6, tweede lid,
                                onder a, en 2:7, eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde zijn belast de toezichthouders handhaving
                                Algemeen en toezichthouders Bouw en Milieu.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen
                                met dit toezicht belasten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het eerste en het tweede lid zijn de ambtenaren van
                                politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wet boek van
                                Strafvordering, belast met het toezicht op de naleving van de bij of
                                krachtens deze verordening gegeven voorschriften. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Algemene plaatselijke verordening gemeente Midden-Drenthe 2014 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die
                            golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en
                            waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als
                            besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is
                            bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “<cursief>Algemene plaatselijke
                                verordening gemeente Midden-Drenthe 2017</cursief>”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad,</ondertekening><ondertekening>gehouden op 29 juni 2017</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Bijlage 1.</vet></al><al><vet>FEITENTABEL BEHORENDE BIJ ARTIKEL 2.2 ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING
                    (APV)</vet></al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al><vet>Feiten waarvoor verblijfsontzegging kan worden
                                        opgelegd</vet></al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Samenscholing en ongeregeldheden, art. 2:1 Apv;</al><al>Overtreden van verblijfsontzegging, art. 2:2 Apv;</al><al>Niet voldoen aan bevel of vordering, art. 184 Sr;</al><al>Hinderlijk gedrag, artt. 2:23, 2:25 en 2:26 Apv;</al><al>Bedelarij, art. 2:23a Apv;</al><al>Activiteit van straatmuzikant art. 2:23b Apv;</al><al>Openbare dronkenschap, artt. 453 Sr en 426 Sr;</al><al>Verboden drankgebruik, art. 2:24 Apv;</al><al>Baldadigheid, art. 424Sr;</al><al>Betreden van een gesloten lokaal of woning, art. 2:18
                                        Apv;</al><al>Drugshandel op een openbare plaats art. 2:42 Apv, artt. 2 en
                                        3 Opiumwet*;</al><al>Straatprostitutie, art. 3:9 Apv;</al><al>Verboden voor onbevoegden, art. 461 Sr;</al><al>Geluidhinder, art. 4:1 Apv, art. 431 Sr;</al><al>Natuurlijke behoefte doen, art. 4:5 Apv;</al><al>Onverantwoord gebruik van vuurwerk en carbid, artt. 2:39 en
                                        2:41 Apv, art. 429 Sr;</al><al>Venten, art. 5:15 Apv;</al><al>Geweldsdelicten en diefstallen;</al><al>Het voorhanden hebben van wapens als strafbaar gesteld in de
                                        Wet wapens en munitie.</al></entry><entry><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>*Met dien verstande dat als het gaat om het aanwezig hebben van een middel als
                    bedoeld in art. 2 of 3 van de Opiumwet alleen een gebiedsontzegging kan worden
                    opgelegd als de aangetroffen hoeveelheid groter is dan de gebruikershoeveelheid
                    als bedoeld in de richtlijnen van het college van procureurs-generaal</al><al/></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/></kop><al><vet>Toelichting op de aanpassingen en wijzigingen ten opzichte van de Algemene
                        plaatselijke verordening gemeente Midden-Drenthe 2014</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1:2: Beslistermijn</vet></al><al>Artikel 1:2 is vernummerd tot artikel 1:3. De reden hiervoor is dat het om
                    wetgevingstechnische redenen niet logisch is, de beslistermijn te regelen vóór
                    de aanvraagtermijn. Zie ook de toelichting op het volgende artikel</al><al>In lid 2 stond (conform de huidige Model-Apv) dat het bestuursorgaan de
                    beslistermijn voor ten hoogste acht weken kan verdagen. De VNG modeltekst is
                    taalkundig onjuist op dit punt. De beslissing kan wel verdaagd worden voor een
                    bepaalde termijn (vergelijk 7:10 Awb) maar de termijn zelf kan niet verdaagd
                    worden, anders zou de ingangsdatum van de termijn uitgesteld worden, en dat is
                    hier niet de bedoeling. Daarom is de tekst vereenvoudigd tot “verlenging van de
                    termijn”.</al><al>In lid 3 is het woord “overeenkomstige” toegevoegd, omdat een rechtstreekse
                    toepassing van het Wabo-artikel niet mogelijk is. Er zou dan immers een
                    omgevingsvergunning moeten worden afgegeven ook daar, waar dat volgens het
                    gesloten systeem van de Wabo niet mogelijk is. Ook hier is het VNG-model niet
                    correct. In het derde lid wordt verwezen naar de artikelen 2: 5 en 2:6 waar een
                    vergunning als een “normale” Apv-vergunning, of als een omgevingsvergunning
                    wordt verleend. Als een omgevingsvergunning wordt verleend is de termijnbepaling
                    van artikel 3:9 Wabo sowieso van toepassing, omdat de Wabo van hogere orde is
                    dan de Apv. De overeenkomstige toepassing geldt dan voor de “normale”
                    vergunning.</al><al/><al><vet>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</vet></al><al>De oude Apv regelde in dit artikel dat de aanvraag geweigerd kon worden als de
                    aanvraag te laat werd ingediend, zodanig dat er te weinig tijd restte voor de
                    voorbereiding van het besluit. In de wijziging van het VNG-model van zomer 2016
                    is deze weigeringsgrond in artikel 1:8 geplaatst als lid 2. Artikel 1:3 is in de
                    model-Apv vervallen. </al><al>In de Apv 2017 is vanwege de duidelijkheid gekozen om de model-Apv
                        <cursief>niet</cursief> te volgen. Het opnemen van een aanvraagtermijn in
                    een weigeringsgrond is immers onlogisch, omdat aan een weigering pas wordt
                    toegekomen als de aanvraag al gedaan is. In plaats daarvan is de bepaling van de
                    aanvraagtermijn in artikel 1:2 gezet. In artikel 1:8 is bij de weigeringsgronden
                    een grond opgenomen betreffende de te late indiening van de aanvraag. </al><al/><al><vet>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</vet></al><al>Hier is een tweede lid toegevoegd, ter vervanging van het vervallen artikel 1.3.
                    Het is namelijk weinig zinvol om te beginnen met een inhoudelijke toetsing van
                    een aanvraag als door het (late) tijdstip van indienen van de aanvraag een goede
                    en volledige behoordeling hiervan redelijkerwijs niet mogelijk is. Het is de
                    bedoeling van de aanvrager dat het besluit wordt genomen voor de datum van de
                    activiteit waarvoor de aanvrager vergunning of ontheffing nodig heeft.</al><al/><al><vet>Artikel 2.2 Verblijfsontzeggingen</vet></al><al>Het artikel is volledig herschreven, vrij naar het model wat in de gemeente
                    Groningen wordt gebruikt. In dit model worden kortere termijnen gehanteerd, wat
                    beter aansluit bij de bedoeling van het instrument: op korte termijn de openbare
                    orde en veiligheid herstellen. Ook wordt hiermee een duidelijker onderscheid
                    gemaakt tussen de reparatoire maatregel (het herstellen van de openbare orde) en
                    de punitieve sanctie (het leed toevoegen), waartoe alleen de rechter bevoegd is.
                    Hoe langer immers de termijn waarvoor de verblijfsontzegging wordt afgegeven,
                    hoe meer de maatregel een punitief karakter krijgt. De feiten en termijnentabel
                    is hierop aangepast, zodanig dat alleen de feiten nog worden genoemd. In het
                    beleid zullen de termijnen worden bepaald. </al><al/><al><vet>Artikel 2:5 Voorwerpen op of aan de weg</vet></al><al>Aangezien het gaat om het gebruik van de weg, is de titel voor de duidelijkheid
                    aangevuld (vergelijk artikel 2:6). Omdat het artikel zowel de afgifte van een
                    omgevingsvergunning als een normale Apv-vergunning mogelijk maakt, is dit in de
                    titel duidelijk gemaakt. Lid 8 is toegevoegd naar aanleiding van het model.</al><al/><al><vet>Artikel 2:6 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                        veranderen van een weg</vet></al><al>Lid 4 is uitgebreid met “of andere gemeentelijke verordeningen”. Een provinciale
                    wegenverordening is er niet meer. Dit is vervangen door “provinciale
                    regelingen”. De Telecommunicatieverordening zal op korte termijn worden
                    vervangen door een andere verordening. Daarom is gekozen voor het algemenere: op
                    de Telecommunicatiewet gebaseerde verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 2:7</vet><vet>Maken, veranderen van een uitweg</vet></al><al>De tekst van lid 2 is gewijzigd conform de model-Apv. Het provinciaal
                    wegenreglement is er al lang niet meer. Verwezen wordt naar de “Regeling
                    uitwegen” van de provincie (2005), die voor het uitwegen op provinciale wegen
                    geldt.</al><al/><al><vet>Artikel 2:16</vet><vet>Speelgelegenheden</vet></al><al>‘minister van Justitie of de Kamer van Koophandel’ wordt vervangen door ‘raad
                    van bestuur van de kansspelautoriteit’. Deze verwijzing was achterhaald en is
                    aangepast aan de huidige situatie. </al><al/><al><vet>Artikel 2:17</vet><vet>Kansspelautomaten</vet></al><al>Het woord “maximaal” is gelet op de opbouw van het artikel overbodig. Daarom
                    waar nodig geschrapt uit lid 2 en 3. </al><al/><al><vet>Artikel 2:19 Plakken en kladden</vet></al><al>Naar aanleiding van de recente ophef in de media dat gemeenten kinderen
                    verbieden te stoepkrijten op straat, is In lid 4 voor de duidelijkheid een
                    uitzondering opgenomen voor met stoepkrijt spelende kinderen. De uitzondering is
                    zo vormgegeven dat het traditionele stoepkrijten op de stoep en op de weg
                    (horizontale oppervlakken) vrij is. Er is verder geen nadere leeftijdsbepaling
                    opgenomen zodat alle in de praktijk voorkomende toepassingen door kinderen
                    toegestaan zijn, als het maar spel is (kinderen in de uitoefening van hun spel).
                    Het kan gaan van het simpele krassen door peuters tot veldaanduidingen bij
                    ingewikkelde spellen door oudere kinderen. De uitzondering geldt niet voor
                    schuine of verticale vlakken omdat dit meestal bouwwerken betreffen. Niet alleen
                    is de zichtbaarheid dan groter, gebouwen hebben over het algemeen een poreuze
                    steen of een ander ruw oppervlak, waar het krijt niet afspoelt. </al><al/><al><vet>Artikel 2:23 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</vet></al><al>Aan het eerste lid is sub c toegevoegd. De politie heeft aangegeven dat er
                    behoefte is aan een regel om personen die passief op een onoirbare,
                    aanstootgevende wijze aanwezig zijn, te kunnen aanspreken in verband met de
                    veiligheidsbeleving op straat. </al><al/><al><vet>Artikel 2:23a Bedelarij</vet></al><al>Met dit artikel wordt bedelen in de gemeente verboden, zowel actief als passief.
                    De huidige situatie in het centrum van Beilen is momenteel zo, dat vanwege de
                    handhaving hier behoefte aan is.</al><al/><al><vet>Artikel 2:23b Straatartiesten en straatmuzikanten</vet></al><al>Met dit artikel worden het geven van vertoningen en het zingen en musiceren
                    verboden in de gemeente. De burgemeester kan ontheffing verlenen. De huidige
                    situatie in het centrum van Beilen is momenteel zo, dat vanwege de handhaving
                    hier behoefte aan is.</al><al/><al><vet>Artikel 2:25a Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d
                    Gemeentewet</vet></al><al>Per 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast in werking. De wet wijzigt de
                    Gemeentewet met de toevoeging van artikel 151d. Dit artikel maakt het mogelijk
                    dat de gemeenteraad de burgemeester de bevoegdheid toekent om bij ernstige en
                    herhaaldelijke woonoverlast gedragsaanwijzingen op te leggen aan de
                    overlastgever.</al><al/><al>Gezien het karakter van de regeling is het logisch om de regeling in de Apv op
                    te nemen. De VNG heeft daartoe een modelbepaling opgesteld. De modelbepaling
                    geeft de gebruiker van woningen en erven een zorgplicht om overlast te
                    vermijden. </al><al/><al>Het eerste lid van artikel 2:25a Apv is een rechtstreekse overzetting van de
                    tekst van het eerste lid van artikel 151d Gemeentewet. Het is geformuleerd als
                    een zorgplichtbepaling. Een bewoner hoort zich zo te gedragen dat zijn of haar
                    buren daar geen ernstige hinder van ondervinden. </al><al/><al>Voor de volledigheid is de term “aanhorigheid” toegevoegd. Het artikel in de
                    Gemeentewet heeft immers toepassing op gebouwen en erven die dienstbaar zijn aan
                    de (be)woning. Een aanhorigheid is bijvoorbeeld een bij de tuin getrokken lapje
                    grond of een garagebox op een naburig perceel. Het begrip “aanhorigheid” wordt
                    gedefinieerd in de Wet op de inkomstenbelasting.</al><al/><al>De bepaling is zo opgesteld dat de <cursief>gebruiker</cursief>, dat is degene
                    die het genot van de zaak heeft, kan worden aangesproken. Dat is de eigenaar,
                    als die er zelf woonachtig is, of de huurder of de onderhuurder, als die er zelf
                    woonachtig is. Om de regeling ook van toepassing te laten zijn op andere
                    situaties, is in de wet bepaald dat de regeling ook geldt in situaties waarin
                    het genot tegen betaling in gebruik is gegeven aan een persoon die niet als
                    ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is
                    ingeschreven. Dergelijke situaties zijn bijvoorbeeld verhuur aan
                    arbeidsmigranten, pensionvoorzieningen, woningruil, bed and breakfast en
                    AirB&amp;B. In de gevallen dat het gebruik om niet is, is degene die de woning
                    of het erf in gebruik geeft aansprakelijk. </al><al/><al>De tekst van de wet laat strikt genomen geen ruimte voor het leggen van een last
                    op de eigenaar in het geval deze de woonruimte op reguliere wijze heeft
                    verhuurd. Gedacht zou bijvoorbeeld kunnen worden aan de last op de eigenaar om
                    de huurovereenkomst met de huurder te handhaven of zelfs te ontbinden. Een
                    dergelijke last zou redelijkerwijs ook lastig op te leggen zijn, omdat de
                    eigenaar afhankelijk is van wat in de huurovereenkomst is bepaald. Wel kan op
                    andere wijze met de eigenaar in contact worden getreden om te bewerkstelligen
                    dat ook vanuit de eigenaar maatregelen worden genomen. </al><al/><al>Als last onder bestuursdwang of dwangsom kan de burgemeester gedragsaanwijzingen
                    opleggen aan de overtreder. </al><al/><al>Uit de wet volgt dat dit instrument is bedoeld als een ultimum remedium, dat wil
                    zeggen dat de maatregel kan worden toegepast als er binnen de grenzen van de
                    redelijkheid geen andere geschikte manier is om de overlast op te lossen.
                    Gedacht kan worden aan bemiddeling door handhavers of politie en het initiatief
                    “het geruzie voorbij”, maar ook de mogelijkheden om een rommelerf aan te pakken
                    op grond van het Bouwbesluit, de Landschapsverordening of de
                    Afvalstoffenverordening. Het tweede lid van artikel 151d Gemeentewet regelt dat
                    het instrument van de bestuursdwang (dat impliceert dat de burgemeester ook een
                    last onder dwangsom kan opleggen) alleen wordt ingezet als er geen andere
                    geschikte manier voorhanden is om de overlast aan te pakken. Bij een besluit om
                    op grond van deze bepaling een last onder bestuursdwang of een last onder
                    dwangsom op te leggen zal de burgemeester dus moeten motiveren dat er geen
                    andere geschikte instrumenten waren om de woonoverlast tegen te gaan. Alleen al
                    daarom zal er aan zo’n besluit een stevig dossier ten grondslag moeten liggen. </al><al/><al>Bovendien moet het gaan om notoire overtreders: alleen bij herhaaldelijk en
                    ernstige overtredingen kan een last (in de vorm van een gedragsaanwijzing of een
                    huisverbod) worden opgelegd.</al><al/><al>Het ultimum remedium karakter geldt in nog sterkere mate als er gedacht wordt
                    aan het opleggen van een huisverbod als bedoeld in het derde lid van artikel
                    151d. Dit betreft dan een verbod van tien dagen, te verlengen tot maximaal vier
                    weken. Een zo zware maatregel, die een inbreuk betekent op het grondwettelijk
                    beschermde woonrecht, is alleen mogelijk wanneer de ernst van de situatie dat
                    eist en er werkelijk geen andere optie meer open staat. Dit is qua zwaarte
                    vergelijkbaar met het huisverbod van de Wet tijdelijk huisverbod. Een aantal
                    artikelen van die wet zijn daarom van toepassing verklaard op de uitoefening van
                    deze bevoegdheid indien dit een huisverbod behelst.</al><al/><al>Het spreekt voor zich dat niet iedere melding van overlast reden geeft om de
                    bevoegdheid toe te passen. Vaak zal een bezoek van een handhaver of politie
                    voldoende blijken om de situatie voldoende in te schatten en op te lossen. Bij
                    een huursituatie kan het betrekken van de verhuurder (woningcorporatie of
                    private verhuurder) voldoende soelaas bieden. Het spreekt vanzelf dat de
                    bevoegdheid niet kan worden ingezet voor het oplossen van burenruzies of
                    intolerantie tussen buren. </al><al/><al>Een melding kan evenwel aanleiding geven om te beoordelen of er sprake is van
                    een problematiek waarin de inzet van instanties, maatschappelijk werk, jeugdhulp
                    nodig is. Bij het inzetten van de bevoegdheid is afstemming noodzakelijk. In het
                    door de burgemeester vast te stellen beleid kan de afstemming met instanties
                    verder uitgewerkt worden.</al><al/><al>Het derde lid van artikel 2:25a Apv schrijft voor dat de burgemeester in
                    beleidsregels kan vastleggen hoe hij of zij invulling geeft aan deze
                    bevoegdheid. In tegenstelling tot de VNG-modelbepaling is gekozen voor een
                    kan-bepaling. Zoals bij alle handhaving is handhaving van deze zorgplicht
                    afhankelijk van de situatie. Het is aan de handhaver een zodanige last op te
                    leggen dat het aangetroffen probleem wordt opgelost. Gedragsaanwijzingen kunnen
                    zo verschillende vormen aannemen dat daar geen beleid op te maken is. In eerste
                    instantie is daarom gekozen om geen beleid verplicht te stellen, maar het
                    oplossen van de overlast puur maatwerk te laten zijn. Mocht in de toekomst
                    blijken dat in de praktijk behoefte is aan beleid over de toepassing van de
                    bevoegdheid, dan kan alsnog beleid worden gemaakt.</al><al/><al>In het vierde lid van artikel 2:25a Apv staat in welke gevallen de burgemeester
                    toepassing kan geven aan de bevoegdheid. Deze opsomming is niet limitatief. Het
                    geeft slechts een indicatie. </al><al/><al>Voor een aantal situaties zijn ook andere mogelijkheden om handhavend op te
                    treden Bijvoorbeeld “vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf”. De
                    Landschaps-verordening, de Afvalstoffenverordening en het Bouwbesluit, regelen
                    de facto hetzelfde, ook met het tegengaan van overlast als motief. Ook is er een
                    relatie met de geluidsartikelen in de Apv.</al><al/><al><vet>Artikel 2:27 Neerzetten van fietsen e.d.</vet></al><al>Toegevoegd is de zinsnede “of een gelijksoortig voertuig”, conform het model van
                    de VNG. Hiermee vallen ook scooters, snorfietsen, elektrische fietsen en
                    dergelijke onder het verbod. </al><al/><al><vet>Artikel 2:28 Loslopende honden</vet></al><al>De mogelijkheid wordt gecreëerd om buiten de bebouwde kom gebieden aan te wijzen
                    waar honden aangelijnd moeten worden. Dit is in overeenstemming met het
                    VNG-model. </al><al/><al><vet>Artikel 2:30 Gevaarlijke honden</vet></al><al>Voor maatregelen met betrekking tot gevaarlijke honden was tot dusver het
                    college bevoegd. In verband met de urgentie van maatregelen, is in de praktijk
                    de burgemeester als bevoegd bestuursorgaan handiger. In het Mandaatbesluit was
                    de burgemeester om die reden al door het college gemandateerd voor deze
                    bevoegdheid. In het VNG-model is bij de wijziging van zomer 2015 het college
                    vervangen door de burgemeester. Dit is nu overgenomen. Het mandaatbesluit zal
                    hieraan worden aangepast.</al><al/><al><vet>Artikel 2:32</vet><vet>Loslopend vee</vet></al><al>In de omschrijving ‘herkauwende en eenhoevige dieren’ wordt “en” vervangen door
                    “of”. Sommige dieren, zoals paarden (eenhoevig en niet-herkauwend), vielen
                    onbedoeld niet onder dit artikel. De wijziging komt uit de wijziging van het
                    VNG-model.</al><al/><al><vet>Artikel 2:40 en 2:41 Bij zich hebben en bezigen van carbid</vet></al><al>In de artikelen werden de twee technische namen van carbid genoemd:
                    calciumcarbide en calciumacetylide (beide CaC<inf>2</inf>). Deze laatste
                    benaming is nu vervangen door de in Nederland meer gebruikelijke naam
                    calciumcarbide </al><al/><al><vet>Artikel 2:44 Cameratoezicht</vet></al><al>In de Apv van 2014 stond “vaste camera’s” omdat deze vast moesten zijn op grond
                    van Gemeentewet. Op 30 juni 2016 is artikel 151c Gemeentewet zo gewijzigd dat
                    ook mobiele camera’s toelaatbaar zijn. Het artikel is daaraan aangepast: het
                    woord “vaste” is vervallen. Om te verduidelijken dat niet alleen een vaste
                    plaats kan worden gemonitord met een camera, maar ook besloten kan worden tot
                    inzet van mobiel toezicht in een bepaald groter gebied, is toegevoegd “of een
                    openbaar gebied”, en in lid 2 “gebieden”.</al><al/><al><vet>Artikel 4:8 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</vet></al><al>De oude betiteling ‘Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer’ is
                    vervangen door de actuele citeertitel ‘Activiteitenbesluit milieubeheer’. </al><al/><al><vet>Artikel 4:12 Oplaten van heliumballonnen en wensballonnen</vet></al><al>Vooraf en tijdens evenementen en festiviteiten komt het voor dat er
                    heliumballonnen (Gesloten ballonnen die gevuld zijn met een gas lichter dan
                    lucht) worden opgelaten, al dan niet versierd met kaartjes, lintjes of
                    LED-verlichting. Na verloop van tijd komen deze weer op de grond of in het water
                    terecht. Ze dragen zo bij aan een verslechtering van onze leefomgeving en het
                    milieu. Daarnaast zien dieren de restanten vaak als voedsel aan en kunnen zij
                    sterven aan de gevolgen van het opeten van (restanten van) de ballonnen.
                    Aangezien plastic niet of zeer lastig afbreekbaar is, blijven de restanten
                    gedurende ruime tijd in de natuur of op akkers en velden liggen. Dit is ook van
                    toepassing op “biologisch afbreekbare” (latex) ballonnen. </al><al>Het loslaten van een enkele heliumballon door een kind is niet te verhinderen:
                    als de ballon verkocht wordt is het immers de bedoeling de ballon te houden,
                    waarbij het helium thuis ontsnapt en de ballon op den duur in de afvalcontainer
                    verdwijnt Een moment van onoplettendheid is echter genoeg om de ballon in de
                    atmosfeer te brengen. Opname van het verbod in de Apv is voor wat dit gebruik
                    betreft, niet meer dan een signaal. Het is aan de ouders dit signaal op te
                    pakken. </al><al>Door het opnemen van een verbod in de Apv dat betrekking heeft op evenementen en
                    festiviteiten, wordt in elk geval het georganiseerd (al dan niet grootschalig)
                    oplaten van heliumballonnen verhinderd, bijvoorbeeld bij huwelijksactiviteiten,
                    activiteiten van scholen en bij bepaalde nationale feestdagen.</al><al>Bij wensballonnen (onbemande heteluchtballonnen die door middel van een eigen
                    warmtebron opstijgen) is het milieutechnische aspect minder nijpend, daar deze
                    alleen verkocht mogen worden als zij (voornamelijk) van papier zijn gemaakt en
                    geen ijzer bevatten. Er zijn echter minder “goede” ballonnen in de handel die
                    wel gevaar opleveren door verontreiniging. Het gevaar van wensballonnen ligt
                    voornamelijk in het open vuur, en het gegeven dat de ballon ongecontroleerd door
                    de wind wordt meegevoerd. De kans bestaat dat de ballon, terwijl de brander nog
                    niet is opgebrand of geheel is afgekoeld op een makkelijk ontvlambaar materiaal
                    belandt, waardoor er brand uitbreekt. In Drenthe met zijn vele rietgedekte
                    kappen en heide, is dat risico niet verwaarloosbaar.</al><al>Voor wensballonnen geldt dat het oplaten altijd bewust gebeurt. Het oplaten van
                    dergelijke ballonnen wordt geregeld in de “Regeling kabelvliegers en kleine
                    ballons”. De achtergrond van die regeling is vooral de bescherming van de
                    veiligheid van het luchtverkeer. De Raad kan de door deze regeling gegeven
                    ruimte in het milieubelang verder beperken. Vanwege het brandgevaar is het
                    oplaten volledig verboden.</al><al>In het artikel in de Apv wordt het noemen van de begrippen “heliumballonnen” en
                    “wensballonnen” vermeden, dit om spraakverwarring uit te sluiten. Immers
                    heliumballonnen zijn ook vaak voorzien van een wens, en wensballonnen worden
                    onder veel alternatieve namen op de markt gebracht. In plaats daarvan is
                    aansluiting gezocht bij de technische kenmerken. </al><al>Een gesloten ballon die kan worden opgelaten is altijd een heliumballon, of een
                    ballon met een ander gas lichter dan lucht. Gekozen is daarom voor “het oplaten
                    van een gesloten ballon”. Een weerballon of een zeppelin is ook een gesloten
                    ballon, maar omdat deze niet opgelaten worden in het kader van een festiviteit
                    of een evenement, vallen deze niet onder het verbod.</al><al>Een wensballon is technisch gezien een heteluchtballon, net als de grote
                    luchtballonnen met een mandje eronder. Volgens de Regeling kabelvliegers en
                    kleine ballons mag een wensballon geen grotere doorsnede hebben dan 75 cm. Om te
                    voorkomen dat grotere (eigengemaakte) wensballonnen worden opgelaten is
                    simpelweg gekozen om de grens ruimer te leggen, namelijk bij het onderscheid of
                    de heteluchtballon bemand is of niet. Het artikel heeft dan ook geen betrekking
                    op de bemande luchtvaart.</al><al/><al><vet>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</vet></al><al>In lid 3 is toegevoegd “onverminderd het bepaalde in de artikelen 5:3 tot en met
                    5:10”. Deze toevoeging is noodzakelijk omdat in lid 3 onder a een voorwaardelijk
                    verbod is opgenomen. Als niet wordt voldaan aan de voorwaarde, mag het parkeren
                    immers wel. Omdat dan, als het parkeren wel mag, wél de volgende artikelen van
                    toepassing moeten zijn, is de zinsnede opgenomen. Voorts is de minimale afstand
                    waarbinnen meerdere auto’s die in relatie staan tot het bedrijf op de openbare
                    weg gestald mogen staan verruimd van 10 naar 30 meter. </al><al/><al><vet>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</vet></al><al>Door het schrappen van “een door het college aangewezen weg” is het verbod om
                    voertuigen te koop aan te bieden op de openbare weg absoluut geworden. De
                    ontheffingsmogelijkheid is geschrapt. De reden hiervoor is dat het moedwillig
                    gebruik van de openbare weg voor het ter verkoop aanbieden van auto’s niet, of
                    niet veel voorkomt in de gemeente. Het artikel is absoluut gemaakt omdat het
                    onwenselijk is als een persoon handelsvoorraad op de openbare weg stalt.</al><al/><al><vet>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a., aanhangwagens</vet></al><al>Toegevoegd is een regeling over aanhangwagens: het langdurig stallen van
                    aanhangwagens op openbare parkeerplekken vormt een bron van ergernis in de
                    gemeente, met name in de bebouwde kom. Het verbod geldt zowel voor
                    kampeermiddelen in het algemeen (campers, caravans) als aanhangwagens. Het
                    verbod is in het belang van de handhaving en duidelijkheid meer absoluut
                    gemaakt. In plaats van de bepaling dat het college wegen kan aanwijzen, is
                    opgenomen dat het verbod geldt in de bebouwde kom. </al><al/><al><vet>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</vet></al><al>In lid vier is toegevoegd de zinsnede “onverminderd het bepaalde in artikel
                    5:6”. Deze toevoeging is noodzakelijk omdat in lid 4 een voorwaardelijk verbod
                    is opgenomen. Als immers niet wordt voldaan aan de voorwaarde, mag het parkeren
                    wel. Omdat in dat geval wel de rest van het artikel van toepassing moet zijn
                    (verbod van parkeren van grote voertuigen), is de zinsnede opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</vet></al><al>In lid 2 is toegevoegd: werkzaamheden “anders dan aan het voertuig”. Dit is
                    toegevoegd om tot uitdrukking te brengen dat de vrijstelling voor het gebod niet
                    geldt voor vrachtwagens die gerepareerd worden. De vrijstelling is bedoeld voor
                    het hebben van vrachtwagens en kraanwagens bij bouwwerkzaamheden en dergelijke. </al><al/><al><vet>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</vet></al><al>Toegevoegd is lid 2. Hiermee worden conform de Model-Apv van de VNG de
                    planologische weigeringsgronden opgenomen. Vanuit vergunningverlening werd
                    hierom gevraagd. Tot dusver was het mogelijk vergunning te verlenen voor gronden
                    waar dat volgens het bestemmingsplan niet mogelijk was. De planologische
                    onmogelijkheid was geen afwijzingsgrond.</al><al/><al><vet>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</vet></al><al>Er is een nieuw vierde lid opgenomen, dat regelt dat van een melding openbaar
                    kennis wordt gegeven, zodat belanghebbenden desgewenst bezwaar kunnen
                    aantekenen. Verder is toegevoegd ‘of andere gemeentelijke verordeningen’. </al><al/><al><vet>Artikel 5:32 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                        anderszins vuur te stoken</vet></al><al>In het tweede lid is geschrapt: “indien geen afvalstoffen worden verbrand” Dit
                    is in de praktijk moeilijk te handhaven, omdat de term afvalstoffen voor
                    meerderlei interpretatie vatbaar is. Vervangen is dit door het gemakkelijker te
                    controleren “droog schoon hout”. </al><al>Hetzelfde geldt voor het derde lid. Omdat voor het grillen of barbecueën ook
                    bijvoorbeeld gas, briketten en houtskool wordt gebruikt, is toegevoegd: “het
                    gebruik van schoon, droog hout of ander specifiek voor het gebruik bestemd
                    materiaal”.</al><al>In het vierde lid is toegevoegd de weigeringsgronden: “de woon- en leefsituatie
                    ter plekke en de bescherming van eigendommen van derden”, omdat het in de
                    laatste jaren steeds meer onderzoek plaatsvindt naar de gezondheidsrisico’s van
                    het stoken van vuur in de open lucht. Ook de toevoeging van “droog schoon hout”
                    in het tweede en derde lid staat in het teken van de beperking van
                    gezondheidsrisico’s door onvolledige verbranding. </al><al/><al><vet>Artikel 6:1 Strafbepaling</vet></al><al>De toevoeging van het tweede lid is conform de wijziging van de model-Apv. Het
                    overtreden van een omgevingsvergunning (waarnaar verwezen wordt) is een delict
                    in de zin van de Wet op de economische delicten.</al><al/><al><vet>Artikel 6:2 Toezichthouders</vet></al><al>In het eerste lid is tussen “handhaving Algemeen Bouw en Milieu” toegevoegd: “en
                    toezichthouders”. Zo wordt duidelijk dat er toezichthouders handhaving Algemeen
                    zijn (BOA’s) en toezichthouders Bouw en Milieu.</al><al>Het toegevoegde derde lid bepaalt voor de duidelijkheid dat ook de politie kan
                    fungeren als toezichthouder, belast met de toezicht op de naleving van de
                    Apv.</al><al/><al><vet>Bijlage 1 Feitentabel</vet></al><al>De feiten en termijnentabel is gewijzigd in een feitentabel in overeenstemming
                    met nieuw geformuleerd beleid. De termijnen worden door de burgemeester bepaald
                    in het beleid.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>