<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR47283_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening gemeente Hilversum 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hilversum</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hilversum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Gooi en Eembode, 27-03-2003</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Hilversum 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-03-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt de Exploitatieverordening gemeente Hilversum 1996.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening gemeente Hilversum 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hilversum;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 januari
                        2003;</al><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al>vast te stellen de navolgende verordening, houdende de voorwaarden waaronder
                        de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van
                        gronden, verder aangehaald als</al><al><vet>Exploitatieverordening gemeente Hilversum 2003</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief> Medewerking verlenen aan het in exploitatie
                                            brengen van gronden:</cursief></vet> het door of met
                                    medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
                                    openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebied gelegen
                                    onroerende zaken worden gebaat.</al></li><li nr="b."><al><vet><cursief> Exploitatiegebied:</cursief></vet> een als
                                    zodanig aangewezen gebied, waarbinnen de onroerende zaken zijn
                                    gelegen die worden gebaat door de voorzieningen van openbaar nut
                                    die door of met medewerking van de gemeente worden
                                    getroffen.</al></li><li nr="c."><al><vet><cursief> Exploitant:</cursief></vet> de eigenaar of
                                    rechthebbende van een in het exploitatiegebied gelegen
                                    onroerende zaak die als gevolg van het door of met medewerking
                                    van de gemeente treffen van voorzieningen van openbaar nut wordt
                                    gebaat.</al></li><li nr="d."><al><vet><cursief> kostenbegroting:</cursief></vet> begroting van
                                    kosten en opbrengsten op basis waarvan de door een exploitant
                                    verschuldigde exploitatiebijdrage wordt vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor onroerende
                            zaken worden gebaat, worden gerekend:</al><lijst><li nr="1."><al>De aanleg binnen een exploitatiegebied van de hieronder vermelde
                                    werken en werkzaamheden:</al><lijst><li nr="a."><al>het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken
                                            met inbegrip van het egaliseren, ophogen en
                                            afgraven;</al></li><li nr="b."><al>riolering met inbegrip van bijbehorende werken;</al></li><li nr="c."><al>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                                            rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen,
                                            tunnels en andere rechtstreeks met de aanleg van deze
                                            voorzieningen van openbaar nut en kunstwerken verband
                                            houdende werken;</al></li><li nr="d."><al>plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder
                                            begrepen de aanleg en de inrichting van openbare
                                            speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                            elementen die rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al></li><li nr="e."><al>openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                                            aansluitingen;</al></li><li nr="f."><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering,
                                            voorzover het de ondergrond van voorzieningen van
                                            openbaar nut betreft en voorzover de daarmee verband
                                            houdende kosten niet op andere wijze kunnen worden
                                            verhaald;</al></li><li nr="g."><al>het treffen van milieutechnisch noodzakelijke
                                            maatregelen en voorzieningen van openbaar nut ter
                                            uitvoering van een bestemmingsplan;</al></li><li nr="h."><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor
                                            een doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar
                                            nut.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanleg van de onder 1. vermelde werken en werkzaamheden
                                    buiten het exploitatiegebied, voorzover de binnen het
                                    exploitatiegebied liggende onroerende zaken hierdoor direct dan
                                    wel indirect worden gebaat.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II:</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de
                                taken van een ander publiekrechtelijk lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester
                                en wethouders besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de
                                door de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                exploitant over te laten, indien vaststaat dat een goede uitvoering
                                is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in de
                                artikelen 4 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling kosten verhaalsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                van openbaar nut wordt aangevangen, wordt door de gemeenteraad een
                                kostenverhaalsbesluit vastgesteld, waarin wordt aangegeven op welke
                                wijze en tot welke omvang de aan die voorzieningen verbonden kosten
                                zullen worden verhaald. Het besluit wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde besluit bevat in ieder geval de
                                volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van de
                                        daarin gelegen en gebate onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al>een kostenbegroting verband houdende met de uitvoering van
                                        de onder b. genoemde voorzieningen van openbaar nut, zoals
                                        bedoeld in artikel 5. In afwijking van het bepaalde in de
                                        vorige volzin kan in het besluit zoals bedoeld in het eerste
                                        lid, worden bepaald dat de kostenbegroting op een later
                                        tijdstip wordt vastgesteld. Het besluit tot vaststelling van
                                        de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig
                                        artikel 139 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, wat betreft de
                                door de gemeente in eigendom verkregen in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken, het verhaal van kosten zo veel mogelijk
                                plaatsvindt via de gronduitgifte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, wat betreft de
                                niet door de gemeente in eigendom verkregen en in het
                                exploitatiegebied liggende gebate onroerende zaken, het verhaal van
                                kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een overeenkomst zoals
                                bedoeld in artikel 7 van deze verordening.</al><al>Tevens wordt bepaald dat, ingeval op enigerlei wijze niet kan worden
                                gekomen tot het aangaan van een overeenkomst zoals bedoeld in
                                artikel 7 van deze verordening, het kostenverhaal in daarvoor in
                                aanmerking komende gevallen kan plaatsvinden door middel van de
                                vaststelling van een baatbelasting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De Kostenbegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kostenbegroting bevat in elk geval de volgende gegevens:</al><al>1. Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het in
                                exploitatie brengen van gronden verband houdende kosten, te
                                weten:</al><lijst><li nr="a."><al>de inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied gelegen
                                        gronden, zijnde de waarde van de grond vermeerderd met de
                                        waarde van de opstallen die voor de verwezenlijking van de
                                        bestemming niet gehandhaafd kunnen worden, en met de kosten
                                        van vrijmaken van opstallen – met inbegrip van de zich in de
                                        grond bevindende resten, zoals funderingen, leidingen en
                                        kabels – persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit of
                                        beperkt recht, zakelijke lasten alsmede de kosten van
                                        schadevergoedingen;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van planontwikkeling, -voorbereiding, -beheer en
                                        -toezicht. Onder deze kosten wordt ten minste verstaan: de
                                        kosten verband houdende met het opstellen van structuur- en
                                        bestemmingsplannen, het opstellen van planmatige
                                        uitwerkingen of wijzigingen, het vervaardigen van besluiten
                                        tot het verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan
                                        alsmede van overige planologische maatregelen voor zoveel
                                        deze nodig zijn voor het in exploitatie brengen van gronden
                                        binnen het exploitatiegebied;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen van
                                        openbaar nut, voorzover deze verband houden met het verlenen
                                        van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden
                                        binnen het exploitatiegebied, alsmede de daarmee verband
                                        houdende kosten van onderzoeken, voorbereiding en
                                        toezicht;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van het gemeentelijk apparaat, voorzover dit
                                        rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van gronden kan
                                        worden toegerekend;</al></li><li nr="e."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten
                                        verminderd met renteopbrengsten;</al></li><li nr="f."><al>overige kosten die in beginsel ten laste van de
                                        grondexploitatie behoren te worden gebracht.</al><al>2. Een raming van de met het verlenen van medewerking aan
                                        het in exploitatie brengen van gronden verband houdende
                                        opbrengsten, bestaande uit:</al><lijst><li nr="a."><al>doelsubsidies;</al></li><li nr="b."><al>verkoop van gronden;</al></li><li nr="c."><al>bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen
                                                van openbaar nut, hetzij via overeenkomst hetzij via
                                                baatbelasting;</al></li><li nr="d."><al>overige bijdragen.</al><al>3. De wijze van toerekening van de totale onder sub
                                                1. en 2. van dit artikellid bedoelde kosten en
                                                opbrengsten aan de onroerende zaken in het
                                                exploitatiegebied naar de mate van de baat die de
                                                onroerende zaken hebben van het samenhangend geheel
                                                van voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in
                                                artikel 2 van deze verordening. De mate van baat
                                                wordt aangeduid met inachtneming van hetgeen
                                                hieromtrent in artikel 6 is bepaald.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de opstelling van de kostenbegroting wordt ervan uitgegaan dat
                                het exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie
                                zal worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Periodiek wordt nagegaan of optredende loon- en/of prijswijzigingen
                                dan wel andere optredende wijzigingen met betrekking tot het in
                                exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied
                                aanleiding geven om de kostenbegroting te herzien. Het besluit tot
                                herziening van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig
                                artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid, onder 1 sub a. is niet van
                                toepassing ten aanzien van de binnen een exploitatiegebied gelegen
                                en gebate gronden die als gevolg van de voorzieningen van openbaar
                                nut niet geschikt worden voor bebouwing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Naast het bepaalde in het vierde lid wordt de raming van de in het
                                eerste lid, onder 1 sub a. bedoelde inbrengwaarde van de gronden
                                beperkt tot de gronden die zijn bestemd voor het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut, ingeval er sprake is van een
                                exploitatiegebied waarvoor geldt dat de voorzieningen van openbaar
                                nut niet in hoofdzaak gericht zijn op het geschikt maken voor
                                bebouwing van onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toerekening van de baat wordt als rekeneenheid gebruikt het
                                gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m² grondoppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte zoals bedoeld in het eerste lid, wordt
                                verstaan de kadastrale oppervlakte van de gebate onroerende zaken,
                                waar mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen
                                geprojecteerde kavels (bouw)grond, vermenigvuldigd met factoren voor
                                ligging en bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin de
                                baat van de van gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar
                                nut tot uitdrukking komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m² grondoppervlakte onvoldoende
                                uitdrukking geeft aan de in het exploitatiegebied opgenomen
                                verschillen in toerekening van baat, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader in de kostenbegroting zoals bedoeld in artikel
                                5, te bepalen grondslag die voorziet in de aanwezige verschillen in
                                baat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut vindt, wat betreft de in het exploitatiegebied liggende
                                onroerende zaken die niet in eigendom zijn van de gemeente, indien
                                dienaangaande tot overeenstemming kan worden gekomen met de
                                exploitant, plaats op basis van een exploitatieovereenkomst. Van de
                                exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien het afstand
                                doen van gronden, zoals bedoeld in het derde lid onder d., onderdeel
                                uitmaakt van de overeenkomst, wordt hiervan een notariële akte
                                opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van een
                                exploitatieovereenkomst nadat een kostenbegroting zoals bedoeld in
                                artikel 5, is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De overeenkomst zoals bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder
                                geval bepalingen omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de omvang van de door de gemeente te treffen
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen de onder a. genoemde voorzieningen
                                        zullen worden uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage, vastgesteld
                                        volgens de artikelen 5 en 6;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen het afstand doen van gronden aan de
                                        gemeente, voorzover die gronden zijn bestemd voor de aanleg
                                        c.q. aanpassing van voorzieningen van openbaar nut.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het geval toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid, kan in
                                de exploitatieovereenkomst, onverminderd het gestelde in het derde
                                lid, worden bepaald dat:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de door exploitant uit te voeren werken een
                                        aannemingsovereenkomst wordt gesloten, waarbij de gemeente
                                        als opdrachtgever en de exploitant als aannemer wordt
                                        aangemerkt, en de directievoering en het toezicht op de door
                                        de exploitant uit te voeren werken geschieden door of
                                        vanwege de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>de aanneemsom in de onder a. genoemde overeenkomst wordt
                                        vastgesteld op een pro-formabedrag van € 1,-, zulks met
                                        inachtneming van hetgeen in artikel 8, derde lid is
                                        bepaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de
                                kosten van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat volgens de
                                in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak
                                wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de in
                                artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten
                                van kadastrale uitmeting, verminderd met de inbrengwaarde zoals
                                bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub 1., onder a. van de bij de
                                exploitant in eigendom zijnde of door exploitant in eigendom te
                                verkrijgen gebate gronden, en van de gronden die zijn bestemd voor
                                het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door exploitant
                                aan de gemeente worden afgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waarde van de door de exploitant ingebrachte grond, zoals bedoeld
                                in het eerste lid, wordt door de gemeente in overeenstemming met de
                                exploitant op basis van taxatie vastgesteld. Bij het ontbreken van
                                overeenstemming wordt de waarde van de gronden vastgesteld door een
                                commissie van drie deskundigen, van wie een aan te wijzen door de
                                gemeente, een door de exploitant en een door de beide reeds
                                aangewezen deskundigen.</al><al>Wordt over de aanwijzing van laatstgenoemde deskundige geen
                                overeenstemming verkregen, dan maken de aangewezen deskundigen
                                tezamen dit bekend aan de opdrachtgevers, waarna de meest gerede
                                partij, onder bekendmaking aan de wederpartij, de kantonrechter in
                                het kanton waartoe de gemeente behoort, kan verzoeken deze
                                deskundige te benoemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit
                                artikel wordt in het geval toepassing wordt gegeven aan artikel 3,
                                tweede lid, de ten laste van de exploitant komende bijdrage als
                                volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdrage zoals deze op grond van de in de artikelen 5 en
                                        6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt
                                        toegerekend, wordt vermeerderd met de kosten op de afstand
                                        van de in artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden
                                        vallende en de kosten van kadastrale uitmeting;</al></li><li nr="b."><al>de onder a. genoemde bijdrage wordt verminderd met:</al><al>1. de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van
                                        exploitant behorende gronden. Het bepaalde in het tweede lid
                                        van dit artikel is van overeenkomstige toepassing;</al><al>2. het in de kostenbegroting opgenomen bedrag aan kosten
                                        zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub 1 onder b. tot
                                        en met f., voorzover de uitvoering van de daarmee verband
                                        houdende werken en werkzaamheden voor risico en rekening
                                        komt van de exploitant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het bepaalde in artikel 5, vierde en/of vijfde lid toepassing
                                heeft verkregen, wordt de ten laste van de exploitant komende
                                bijdrage bepaald op de voet van lid 1 en 3 van dit artikel, met dien
                                verstande dat de in het eerste lid en derde lid onder b, sub 1.
                                bedoelde vermindering beperkt is tot de inbrengwaarde van de gronden
                                die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                                en door de exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III:</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende kan burgemeester en wethouders verzoeken tot het
                                verlenen van medewerking met betrekking tot het in exploitatie
                                brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                        brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende de eigendom
                                        van de in exploitatie te brengen onroerende zaken heeft
                                        verkregen of kan verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                        (bouw)werkzaamheden;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                bouwvergunning zoals bedoeld in de Woningwet, eventueel in
                                combinatie met een verzoek om vrijstelling wordt ontvangen, waarbij
                                in geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van
                                gemeentewege voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in artikel
                                2 van deze verordening moeten worden getroffen, wordt dit vóór de
                                beslissing op de aanvraag bekendgemaakt aan de aanvrager. Daarbij
                                wordt een door burgemeester en wethouders vast te stellen aanduiding
                                van het exploitatiegebied en kostenbegroting aan de exploitant
                                bekendgemaakt. Het bepaalde in artikel 5, met uitzondering van het
                                bepaalde in de slotzin van het derde lid, is van overeenkomstige
                                toepassing. Tevens wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld een
                                aanvraag in te dienen bij burgemeester en wethouders voor
                                medewerking met betrekking tot het in exploitatie brengen van
                                gronden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes maanden na ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op
                                verzoek van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens
                                een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7, met dien verstande dat
                                de in artikel 7 bedoelde kostenbegroting en de daarmee verband
                                houdende aanduiding van het exploitatiegebied wordt vastgesteld door
                                burgemeester en wethouders. De kostenbegroting en de aanduiding van
                                het exploitatiegebied worden bekendgemaakt aan de exploitant. Het
                                bepaalde in artikel 5, derde lid, slotzin is niet van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een
                                        gebied waarvoor een bestemmingsplan, gericht op de
                                        voorgenomen exploitatie van gronden, geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden zouden
                                        leiden tot strijd met de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen van openbaar nut, hoewel
                                        overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszins zou leiden
                                        tot strijd met belangen van een doeltreffende uitbreiding
                                        van bebouwing en/of herinrichting;</al></li><li nr="d."><al>het in exploitatie brengen van grond anderszins tot grote
                                        kosten of bezwaren zou leiden, met name ten aanzien van het
                                        doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare
                                        verlichting, riolering, etc.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                        zijnd bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is
                                        afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van
                                        het bestemmingsplan of de herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde
                                        belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                                        weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                        weggenomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een onroerende
                                zaak, voor welke werken in het daarbij behorende exploitatiegebied
                                reeds een kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is
                                genomen, maken burgemeester en wethouders dit aan de exploitant
                                bekend.</al><al>Naast de hiervoor genoemde bekendmaking wordt aan exploitant tevens
                                een ontwerp-overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7,
                                aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV:</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalsinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een gebied waarvoor een kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in
                                artikel 4 is genomen, zal, indien een exploitant een overeenkomst
                                zoals bedoeld in artikel 7 aangaat, in de overeenkomst worden
                                bepaald dat met betrekking tot de uitvoering van de in deze
                                overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut geen aanvullend
                                kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                                desbetreffende onroerende zaak zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een
                                kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is opgenomen, niet
                                bereid is tot het aangaan van de in artikel 7 genoemde overeenkomst,
                                maken burgemeester en wethouders aan exploitant bekend dat het
                                kostenverhaal kan plaatsvinden door middel van een baatbelasting,
                                zulks overeenkomstig de bepalingen als opgenomen in het
                                kostenverhaalsbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan die naast het
                            kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van het in
                            exploitatie brengen van gronden nog andere elementen bevat, dan vindt de
                            vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst totstandgekomen
                            exploitatiebijdrage in de kosten van voorzieningen van openbaar nut
                            plaats op basis van het gestelde in deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V:</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening met het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut is aangevangen, deze voorzieningen
                                niet geheel zijn voltooid en waarvoor geen kostenverhaalsbesluit of
                                afzonderlijke kostenbegroting is vastgesteld, vinden de bepalingen
                                van deze verordening voor dat exploitatiegebied, voorzover nodig, op
                                een aan die situatie aangepaste wijze toepassing. In elk geval geldt
                                daarbij dat, indien binnen dat exploitatiegebied wordt gekomen tot
                                een exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7, de
                                vaststelling van de daarin op te nemen financiële bijdrage geschiedt
                                op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen
                                kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5. Het besluit tot
                                vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening een
                                kostenverhaalsbesluit of afzonderlijke kostenbegroting is
                                vastgesteld, blijft de “Exploitatieverordening gemeente Hilversum
                                1996” van toepassing tot twee jaren nadat de ten behoeve van dat
                                exploitatiegebied getroffen en/of te treffen voorzieningen van
                                openbaar nut geheel zijn voltooid met dien verstande dat, voorzover
                                van belang in afwijking van de “Exploitatieverordening gemeente
                                Hilversum 1996” het aangaan van overeenkomsten geschiedt door
                                burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van een voor de datum van inwerkingtreding van deze
                                verordening ontvangen aanvraag tot het verlenen van medewerking aan
                                het in exploitatie brengen van gronden, waarop voor de datum van
                                inwerkingtreding van deze verordening niet is beslist, blijft de
                                “Exploitatieverordening gemeente Hilversum 1996” van toepassing tot
                                op de aanvraag is beslist, met dien verstande dat, indien tot het
                                treffen van voorzieningen van openbaar nut wordt besloten,
                                laatstgenoemde verordening van toepassing blijft tot twee jaren
                                nadat de te treffen voorzieningen van openbaar nut geheel zijn
                                voltooid en, voorzover van belang in afwijking van de
                                “Exploitatieverordening gemeente Hilversum 1996” het aangaan van
                                overeenkomsten geschiedt door burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand
                                volgende op die waarin de bekendmaking ingevolge artikel 139 van de
                                Gemeentewet heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip vervalt de “Exploitatieverordening gemeente
                                Hilversum 1996” zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 9 oktober
                                1996, met dien verstande dat zij van toepassing blijft voor de
                                gevallen zoals bedoeld in artikel 13, tweede en derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Exploitatieverordening
                            gemeente Hilversum 2003”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 5 maart 2003.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.P.M. van Schoten E.C. Bakker</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting.</titel></kop><al><vet><cursief><onderstreept>Artikelsgewijze
                            toelichting.</onderstreept></cursief></vet></al><divisie><kop><label>Afdeling</label><nr>I:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>De exploitatieverordening is van toepassing indien medewerking wordt
                        verleend aan het in exploitatie brengen van gronden. Hieronder wordt
                        verstaan: het van gemeentewege treffen van voorzieningen van openbaar nut,
                        waardoor een onroerende zaak wordt gebaat.</al><al>Met deze definitie wordt aangesloten bij de definitie van de baatbelasting.
                        Dit betekent, dat ook in gevallen waarbij voorzieningen worden getroffen
                        waardoor een reeds bebouwde onroerende zaak wordt gebaat, het sluiten van
                        een exploitatieovereenkomst mogelijk is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>In de omschrijving van de voorzieningen van openbaar nut is, gelet op de
                        vigerende jurisprudentie, de aanleg van rioolwaterzuiveringsinstallaties
                        niet opgenomen. Dergelijke inrichtingen worden – vanwege het doel van deze
                        werken – niet gerekend tot die werken welke nodig zijn voor het in
                            <cursief>exploitatie</cursief> brengen van gronden.</al><al>Als voorzieningen van openbaar nut worden verder aangemerkt het uitvoeren
                        van bodemonderzoek en -sanering, voor zover dit betrekking heeft op de
                        ondergrond van voorzieningen van openbaar nut en voor zover de daarmee
                        verband houdende kosten niet op een andere wijze kunnen worden verhaald.
                        Hierbij moet met name worden gedacht aan het verhaal van kosten
                        bodemsanering, zoals onder meer is bepaald in de Wet bodembescherming.</al><al>Ingeval kostenverhaal op derden echter niet (geheel) mogelijk is, is het
                        redelijk om de ten laste van de gemeente blijvende nettokosten te verhalen
                        via een gemeentelijke en particuliere grondexploitatie.</al><al>Dit geldt ook voor de maatregelen die op basis van de vigerende
                        milieuwetgeving nodig zijn voor de realisatie van bestemmingsplannen.
                        Gedacht moet worden aan het treffen van geluidwerende voorzieningen, maar
                        ook aan het verwijderen van bedrijvigheid die stankoverlast of andersoortige
                        hinder veroorzaakt.</al><al>Ten slotte is aangegeven dat ook werken die als zogenaamde bovenwijkse
                        voorzieningen worden beschouwd, kunnen worden aangemerkt als voorzieningen
                        van openbaar nut, voorzover deze werken direct danwel indirect baat
                        opleveren voor de in het exploitatiegebied liggende onroerende zaken.</al></divisie><divisie><kop><label>Afdeling</label><nr>II:</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>Hoewel het sluiten van een exploitatieovereenkomst nimmer zal kunnen en
                            mogen worden afgedwongen, wordt in dit artikel bepaald dat de
                            eerdergenoemde voorzieningen van openbaar nut alleen door of met
                            medewerking van de gemeente kunnen worden aangelegd. Het primaat met
                            betrekking tot de aanleg van voorzieningen van openbaar nut ligt dus bij
                            de gemeente.</al><al>In sommige gevallen zal een particuliere exploitant in staat en bereid
                            kunnen zijn tot het <cursief>zelf</cursief><cursief>standig</cursief>
                            treffen van dergelijke voorzieningen van openbaar nut op de gronden die
                            in eigendom zijn van de exploitant.</al><al>Aangezien het daarbij steeds gaat om <cursief>openbare</cursief>
                            voorzieningen, zal deze particuliere uitvoering alleen dan mogelijk
                            zijn, indien garanties aanwezig zijn voor met name de kwaliteit van de
                            uitvoering. De door de gemeente te stellen kwaliteitseisen zullen
                            overeen moeten komen met die eisen die zij zichzelf steeds stelt bij de
                            aanleg van dergelijke voorzieningen. Wel zijn garanties nodig in de vorm
                            van tijdige uitvoering, kwaliteitseisen, garantieregeling in geval van
                            wanprestatie, overdracht van voorzieningen van openbaar nut aan
                            gemeente, enzovoort. Dergelijke aanvullende eisen zijn opgenomen in
                            artikel 7, vierde lid van deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalsbesluit</titel></kop><al>Kostenverhaal bij bouwgrondexploitatie is in de meeste gevallen aan de
                            orde bij de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan. In de meeste
                            gevallen gaat de gemeente ervan uit alle gronden in een dergelijk plan
                            te zullen verwerven. Deze gronden zullen vervolgens bouwrijp worden
                            gemaakt en worden uitgegeven.</al><al>Steeds meer wordt, <cursief>vaak pas lopende de realisatie van een
                                bestemmingsplan</cursief>, duidelijk dat niet alle gronden in
                            eigendom zullen kunnen worden verkregen.</al><al> Ter voorkoming van problemen met betrekking tot het kunnen uitvoeren
                            van kostenverhaal (bijvoorbeeld voorzieningen zijn reeds twee jaar
                            geleden getroffen) en in het belang van de rechtszekerheid is de
                            bepaling opgenomen dat voordat met de uitvoering van werken wordt
                            begonnen, door de gemeenteraad wordt bepaald volgens welke strategie de
                            te maken kosten worden verhaald.</al><al>Daarbij wordt via een kostenbegroting aangegeven welke voorzieningen
                            worden getroffen en wat de omvang zal zijn van het gebied dat door deze
                            voorzieningen zal worden gebaat. In sommige gevallen kan dit baatgebied
                            afwijken van het gebied zoals dat is bepaald via de gangbare
                            exploitatieopzet.</al><al>Belangrijk bij het nemen van een kostenverhaalsbesluit is de
                                <cursief>strategie</cursief> die toegepast zal gaan worden bij het
                            verhaal van kosten. Uitgangspunt zal daarbij blijven dat de gemeente de
                            voorkeur uitspreekt voor het zelf aankopen en vervolgens uitgeven van
                            deze gronden. Mocht dit niet lukken, dan zullen de particuliere
                            exploitanten in eerste instantie een exploitatieovereenkomst voorgelegd
                            krijgen, waarmee op basis van wilsovereenstemming tot kostenverhaal kan
                            worden gekomen.</al><al>Mocht men hiertoe niet bereid zijn, dan zal in het besluit worden
                            aangegeven dat aanvullend kostenverhaal via baatbelasting kan
                            plaatsvinden. </al><al>Op grond van het bepaalde in het tweede lid, sub c. maakt de
                            kostenbegroting onderdeel uit van het kostenverhaalsbesluit. In de
                            praktijk is het niet in alle gevallen mogelijk de begrotingscijfers ten
                            tijde van de vaststelling van het kostenverhaalsbesluit geheel gereed te
                            hebben. Om deze reden is onder c. bepaald dat de kostenbegroting ook
                            later kan worden vastgesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><al>In de kostenbegroting zijn opgenomen de kosten en opbrengsten verband
                            houdende met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen
                            van gronden. Benadrukt is dat er een directe relatie aanwezig dient te
                            zijn tussen de verschillende kosten- en opbrengstelementen en het
                            exploitatiegebied. Gezien de diversiteit van de werken en werkzaamheden
                            is het niet mogelijk een limitatieve opsomming van de met de medewerking
                            verband houdende kosten te geven. Dit zal van geval tot geval kunnen
                            verschillen. De wijze van toerekening zal plaatsvinden op basis van de
                            baat die alle in het exploitatiegebied opgenomen onroerende zaken zullen
                            hebben van de te treffen voorzieningen van openbaar nut. Dit geldt
                            derhalve zowel voor de gronden die bestemd zijn voor gemeentelijke
                            gronduitgifte, als de gronden die bestemd zijn voor particuliere
                            exploitatie. De mate van baat kan daarbij onderling variëren als gevolg
                            van verschillen in ligging, bestemming en <cursief>objectieve</cursief>
                            gebruiksmogelijkheid van de desbetreffende onroerende zaak. Het
                            uitgangspunt bij de opstelling van de kostenbegroting zal steeds zijn
                            dat het <cursief>totale</cursief> gebied door de gemeente in exploitatie
                            zal worden gebracht. Hiermee wordt de afstemming bereikt met de
                            uitgangspunten die zijn neergelegd in de gemeentelijke
                            exploitatieopzet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat</titel></kop><al>Om de aansluiting te verkrijgen met de systematiek van vaststelling van
                            de kostprijs bij gronduitgifte is gekozen voor de rekeneenheid van de
                            vierkante meter grondoppervlakte van de gebate onroerende zaken (zowel
                            bebouwd als onbebouwd). Met toepassing van liggings-, bestemmings- en
                            gebruiksfactoren is het mogelijk in nagenoeg alle gevallen te komen tot
                            een verantwoorde baatomslag ter bepaling van de omvang van de
                            exploitatiebijdrage.</al><al>Ingeval de grondoppervlaktemethode in bepaalde gevallen niet tegemoet
                            komt aan de aanwezige baatverschillen, biedt de verordening de
                            mogelijkheid tot vaststelling van een afwijkende grondslag. Omdat de
                            omslagmethode onderdeel uitmaakt van de kostenbegroting, dient ook een
                            afwijkende grondslag in de begroting te worden vermeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><al>In dit artikel wordt ervan uitgegaan dat, in navolging van het reeds
                            genomen kostenverhaalsbesluit, het sluiten van een
                            exploitatieovereenkomst als eerste en centrale methode van kostenverhaal
                            is aan te merken.</al><al>Benadrukt wordt dat het sluiten van een exploitatieovereenkomst –
                            evenals iedere andere overeenkomst – is gebaseerd op
                            wilsovereenstemming. Dit betekent, dat een exploitant niet kan worden
                            verplicht tot het sluiten van een exploitatieovereenkomst. De
                            bevoegdheid tot het aangaan van een exploitatieovereenkomst ligt,
                            ingevolge artikel 160, eerste lid onder e van de (herziene) Gemeentewet,
                            bij burgemeester en wethouders. In dit kader wordt voorts verwezen naar
                            artikel 169, vierde lid van de (herziene) Gemeentewet: burgemeester en
                            wethouders dienen de raad vooraf in te lichten over de uitoefening van
                            de bevoegdheid tot het aangaan van een overeenkomst, in het geval de
                            raad daarom verzoekt of indien het aangaan van die overeenkomst
                            ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In dit laatste geval
                            nemen burgemeester en wethouders geen besluit dan nadat de raad zijn
                            wensen en bedenkingen ter zake aan burgemeester en wethouders ter kennis
                            heeft kunnen brengen.</al><al>Hoewel de kostenbegroting later kan worden vastgesteld, dient in alle
                            gevallen de in een overeenkomst opgenomen exploitatiebijdrage te worden
                            vastgesteld op basis van de kostenbegroting. Om deze reden is in artikel
                            7, tweede lid bepaald dat burgemeester en wethouders pas kunnen
                            besluiten tot het aangaan van een exploitatieovereenkomst, nadat de
                            desbetreffende kostenbegroting is vastgesteld. De vaststelling van de
                            kostenbegroting geschiedt, als onderdeel van het kostenverhaalsbesluit,
                            door de gemeenteraad.</al><al>Gezien het bepaalde in artikel 10, eerste lid van de
                            Exploitatieverordening geldt deze voorwaarde ook ingeval de overeenkomst
                            tot stand komt op basis van een aanvraag, met dien verstande dat ingeval
                            er sprake is van een aanvraag, de kostenbegroting dan wordt vastgesteld
                            door burgemeester en wethouders.</al><al>Indien wordt overgegaan tot het sluiten van een exploitatieovereenkomst,
                            bevat artikel 7 een aantal voorwaarden waaraan deze overeenkomst in alle
                            gevallen moet voldoen. Naast de vaststelling van een financiële bijdrage
                            is in voorkomende gevallen de bepaling opgenomen dat gronden die bestemd
                            zijn als ondergrond voor voorzieningen van openbaar nut, via deze
                            overeenkomst worden afgestaan aan de gemeente. In de situatie dat er
                            sprake is van een overdracht van gronden, is in het eerste lid de
                            bepaling opgenomen dat van de overeenkomst een notariële akte wordt
                            opgemaakt.</al><al>In het vierde lid zijn aanvullende bepalingen opgenomen, die kunnen
                            worden toegepast indien de werken geheel of gedeeltelijk worden
                            uitgevoerd door de particuliere exploitant.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><al>Essentieel bij de vaststelling van de financiële bijdrage is het feit
                            dat overeenkomstig artikel 5, tweede lid de kostentoerekening is
                            opgesteld, met het uitgangspunt dat het totale exploitatiegebied door de
                            gemeente in zijn geheel in exploitatie zal worden gebracht.</al><al>Dit betekent, dat in de kostenbegroting gerekend wordt met een
                                <cursief>gemiddelde</cursief> prijs van de inbrengwaarde van alle
                            gronden (ook die van de particuliere eigenaren). Op deze wijze komt een
                            gemiddelde kostprijs tot stand, die daarna – waar nodig – zal worden
                            gecorrigeerd voor verschillen in ligging, enzovoort.</al><al>Het zal duidelijk zijn dat de particuliere exploitant op deze prijs de
                            waarde van de hem toebehorende gronden (zowel ten behoeve van de
                            exploitatie als ten behoeve van de aanleg van voorzieningen van openbaar
                            nut) in mindering zal mogen brengen. Omdat deze vermindering kan
                            afwijken van de eerdergenoemde gemiddelde grondinbrengprijs, is een
                            regeling nodig voor bindende vaststelling van deze inbrengwaarde.</al><al>In het derde lid is bepaald op welke wijze de financiële bijdrage wordt
                            vastgesteld, indien de exploitant overgaat tot het geheel of
                            gedeeltelijk zelf uitvoeren van voorzieningen van openbaar nut. In een
                            dergelijke situatie blijft de financiële bijdrage in de regel beperkt
                            tot de kosten die de gemeente maakt of zal maken in verband met de
                            planuitvoering, -voorbereiding, -beheer en -toezicht, maar ook met
                            betrekking tot voorzieningen die voor het totale plan gelden danwel een
                            bovenwijks karakter hebben. De omslag van deze voor rekening van de
                            gemeente blijvende kosten vindt plaats overeenkomstig de in artikel 5 en
                            6 beschreven methode, onder verrekening van de inbrengwaarde van alle
                            tot de onroerende zaak van exploitant behorende gronden. Daarnaast vindt
                            een vermindering plaats van de daarin opgenomen kosten voor
                            voorzieningen, voor zover deze voorzieningen door de exploitant worden
                            gerealiseerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Afdeling</label><nr>III:</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><al>Naast het door de gemeente zelf treffen van voorzieningen van openbaar
                            nut kan het voorkomen dat een particuliere exploitant de gemeente
                            verzoekt tot het treffen van voorzieningen. Vaak zullen dit dan
                            incidentele op zichzelf staande voorzieningen zijn, die specifiek
                            betrekking hebben op de onroerende zaak van een of enkele
                            exploitanten.</al><al>Gedacht moet hierbij bijvoorbeeld worden aan de situatie waarin een
                            bedrijf de gemeente verzoekt op basis van artikel 19 WRO mee te werken
                            aan de uitbreiding van de winkelruimte door middel van een wijziging van
                            een bestemmingsplan. In dergelijke gevallen kan het voorkomen dat van
                            gemeentewege wordt gewezen op de noodzaak van uitbreiding van
                            parkeergelegenheid en bijvoorbeeld de aanleg van een in- en
                            uitvoegstrook vanaf de openbare weg. Dergelijke voorzieningen kunnen
                            onder de werking van afdeling III van deze verordening worden
                            gebracht.</al><al>Als gevolg van de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur (Stb.
                            2002, 111) berust de bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten bij
                            burgemeester en wethouders. Om die reden is dan ook bepaald dat
                            aanvragen om medewerking dienen te worden gericht aan burgemeester en
                            wethouders, alsmede dat door burgemeester en wethouders op de aanvraag
                            wordt beslist.</al><al>In het derde lid van dit artikel is de bepaling opgenomen dat, indien
                            een aanvraag voor een bouwvergunning (eventueel gecombineerd met een
                            verzoek om vrijstelling ex artikel 19 WRO) wordt ingediend waarbij in
                            geval van verlenen van een vrijstelling c.q. bouwvergunning van
                            gemeentewege voorzieningen van openbaar nut moeten worden uitgevoerd,
                            dit <cursief>voordat over de bouwaanvraag wordt beslist</cursief>, aan
                            de aanvrager bekend wordt gemaakt.</al><al>De exploitant (aanvrager) zal daarbij tevens een afschrift ontvangen van
                            de door burgemeester en wethouders vast te stellen kostenbegroting en de
                            daarmee verband houdende aanduiding van het exploitatiegebied. De
                            bekendmakingseis zoals opgenomen in artikel 139 Gemeentewet is in dit
                            kader, nu er geen sprake is van een kostenverhaalsbesluit, niet van
                            toepassing.</al><al>Aan de hand van deze gegevens is aanvrager in staat voorafgaand aan de
                            beslissing over de bouwaanvraag een financiële afweging te maken van de
                            aan deze exploitatie verbonden kosten. De aanvrager wordt op dat moment
                            in staat gesteld alsnog een aanvraag in te dienen tot het aangaan van
                            een exploitatieovereenkomst.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><al>Aangegeven is dat de medewerking tot het treffen van voorzieningen
                            alleen kan worden verleend door middel van het sluiten van een
                            overeenkomst op basis van artikel 7 van de verordening. Als gevolg van
                            de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur berust de
                            bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten bij burgemeester en
                            wethouders.</al><al>In het eerste lid is bepaald dat een overeenkomst eerst kan worden
                            aangegaan, nadat burgemeester en wethouders een kostenbegroting en de
                            aanduiding van het exploitatiegebied hebben vastgesteld. De vastgestelde
                            kostenbegroting en aanduiding van het exploitatiegebied worden aan de
                            exploitant bekendgemaakt.</al><al>Omdat er geen sprake is van een kostenverhaalsbesluit, is de
                            bekendmakingseis zoals opgenomen in artikel 139 Gemeentewet, niet van
                            toepassing.</al><al>De kostenbegroting kan derhalve onderdeel uitmaken van een
                            kostenverhaalsbesluit, in welk geval de vaststelling van die begroting
                            geschiedt door de gemeenteraad. Indien er sprake is van een aanvraag (in
                            welke situatie dus geen kostenverhaalsbesluit is genomen), geschiedt de
                            vaststelling van de kostenbegroting en de aanduiding van het
                            exploitatiegebied door burgemeester en wethouders.</al><al>Daarnaast is een viertal facultatieve gronden opgenomen, waaronder de
                            medewerking kan worden geweigerd. Tevens is een mogelijkheid tot
                            aanhouding van de aanvraag opgenomen in gevallen waarin de procedure van
                            de vaststelling/goedkeuring van een onderliggend bestemmingsplan nog
                            niet is afgerond.</al><al>Ten slotte is de bepaling opgenomen dat, ingeval een aanvraag is
                            ontvangen voor een gebied waarvoor reeds een kostenverhaalsbesluit is
                            genomen door de gemeenteraad, laatstgenoemd besluit aan de exploitant
                            bekend wordt gemaakt.</al><al>Deze bekendmaking zal mede inhouden, dat de gemeenteraad reeds eerder
                            heeft aangegeven dat de onderhavige onroerende zaak wordt gebaat door
                            het treffen van voorzieningen van openbaar nut en het om die reden
                            gerechtvaardigd is dienaangaande kostenverhaal toe te passen. Derhalve
                            zou ook zonder het insturen van een aanvraag de gemeente reeds op eigen
                            initiatief zijn gekomen met een exploitatieovereenkomst.</al><al>Een en ander betekent, dat de reeds voorgenomen aanbieding van een
                            ontwerp-exploitatieovereenkomst direct kan plaatsvinden, gebaseerd op de
                            kostenbegroting behorende bij het vastgestelde
                            kostenverhaalsbesluit.</al></divisie><divisie><kop><label>Afdeling</label><nr>IV:</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalsinstrumenten</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><al>In het eerste lid wordt uit een oogpunt van rechtszekerheid aangegeven,
                            dat in een te sluiten exploitatieovereenkomst de bepaling wordt
                            opgenomen dat met betrekking tot de uitvoering van die werken geen
                            aanvullend fiscaal verhaal zal plaatsvinden. Een dergelijke bepaling is
                            niet in strijd met de Grondwet (i.c. privilegeverbod bij belastingen),
                            omdat de wijze van toerekening via exploitatieovereenkomst overeenstemt
                            met de wijze van toerekening bij een eventueel toe te passen fiscaal
                            verhaal.</al><al>Aan de andere kant is het uit een oogpunt van rechtszekerheid gewenst
                            dat, indien een exploitant niet bereid is tot het aangaan van een
                            exploitatieovereenkomst, hem wordt meegedeeld dat overeenkomstig het
                            eerder genomen kostenverhaalsbesluit de gemeenteraad kan overgaan tot
                            het instellen van een baatbelasting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>Steeds meer komt het voor dat door gemeenten overeenkomsten worden
                            gesloten met meerdere marktpartijen tot samenwerking in een bepaald
                            project. We spreken dan van een publiek-private samenwerking (PPS).</al><al>Dergelijke overeenkomsten omvatten naast elementen van kostenverhaal van
                            voorzieningen van openbaar nut vaak nog totaal andere elementen. Ter
                            voorkoming van onnodig complexe contracten worden deze elementen vaak
                            alle tezamen in één overeenkomst opgenomen.</al><al>In dit artikel is bepaald dat het sluiten van dergelijke overeenkomsten
                            geen bezwaar behoeft op te leveren, mits de vaststelling van de door
                            exploitant verschuldigde exploitatiebijdrage maar geschiedt op basis van
                            het gestelde in deze exploitatieverordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Afdeling</label><nr>V:</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>De overgangsbepaling in het eerste lid is bedoeld voor die situaties
                            waarbij op het moment van inwerkingtreding van de exploitatieverordening
                            reeds een aanvang is gemaakt met de uitvoering van voorzieningen van
                            openbaar nut. Artikel 4 gaat ervan uit dat het nemen van een
                            kostenverhaalsbesluit moet plaatsvinden <cursief>voordat</cursief> met
                            de aanleg van voorzieningen van openbaar nut wordt aangevangen.</al><al>Bepaald is dat de verordening ook van toepassing is in
                            exploitatiegebieden waarin op de datum van inwerkingtreding de te
                            treffen voorzieningen van openbaar nut niet zijn voltooid, en voor welke
                            gebieden geen kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is
                            genomen. Hetzelfde geldt voor exploitatiegebieden waarvoor geen
                            kostenverhaalsbesluit maar, indien de voorheen geldende
                            exploitatieverordening daarin voorzag, een afzonderlijke kostenbegroting
                            (op grond van het in de voorheen geldende verordening opgenomen
                            overgangsrecht) is vastgesteld.</al><al>De toepassing van de bepaling in het eerste lid zal bijvoorbeeld aan de
                            orde zijn in exploitatiegebieden waarvoor vóór de datum van
                            inwerkingtreding van de verordening een bekostigingsbesluit (zoals
                            bedoeld in artikel 222 van de Gemeentewet) ten behoeve van een mogelijk
                            in te stellen baatbelasting is vastgesteld.</al><al>Daarnaast voorziet de bepaling in het eerste lid erin dat de verordening
                            ook kan worden toegepast voor in uitvoering zijnde exploitatiegebieden
                            waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van de verordening niet reeds
                            een bekostigingsbesluit was vastgesteld.</al><al>Om in dergelijke situaties (bij het ontbreken van een
                            kostenverhaalsbesluit of afzonderlijke kostenbegroting) toch te kunnen
                            komen tot het aangaan van een exploitatieovereenkomst, is bepaald dat de
                            regels van deze verordening op een zo veel mogelijk aan deze afwijking
                            aangepaste wijze van toepassing zijn. Hierbij geldt in ieder geval, dat
                            de hoogte van de in de overeenkomst op te nemen bijdrage wordt bepaald
                            op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen kostenbegroting
                            die voldoet aan de in artikel 5 gestelde eisen. In navolging op het
                            gestelde in artikel 4, eerste lid dient ook de vast te stellen
                            kostenbegroting bekend te worden gemaakt overeenkomstig artikel 139
                            Gemeentewet.</al><al>In het tweede lid is bepaald dat de exploitatieverordening zoals deze
                            gold voor de inwerkingtreding van de onderhavige verordening, van
                            toepassing blijft voor exploitatiegebieden waarvoor eerder een
                            kostenverhaalsbesluit of, voorzover (het overgangsrecht van) de voorheen
                            geldende verordening daarin voorzag, een afzonderlijke kostenbegroting
                            is vastgesteld.</al><al> Dit heeft tot gevolg dat op basis van dergelijke
                            kostenverhaalsbesluiten of afzonderlijke kostenbegrotingen te sluiten
                            overeenkomsten worden gebaseerd op de bepalingen zoals opgenomen in de
                            voorheen geldende exploitatieverordening. De duur van de toepassing is
                            bepaald tot twee jaren nadat de getroffen en/of te treffen voorzieningen
                            van openbaar nut geheel zijn voltooid. Deze termijn komt overeen met de
                            termijn waarbinnen uiterlijk tot een baatbelasting zoals bedoeld in
                            artikel 222 van de Gemeentewet, dient te worden besloten.</al><al>Ten aanzien van voor de datum van inwerkingtreding van de onderhavige
                            exploitatieverordening ontvangen aanvragen tot het verlenen van
                            medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden waarop niet voor
                            de inwerkingtreding is beslist, is voor de behandeling van de aanvraag
                            de exploitatieverordening zoals deze gold voor de inwerkingtreding van
                            de onderhavige verordening, van toepassing. De duur van de toepassing is
                            bepaald totdat op de aanvraag is beslist. In het geval de beslissing
                            leidt tot het treffen van voorzieningen, is de duur van de toepassing
                            bepaald tot twee jaren nadat de te treffen voorzieningen geheel zijn
                            voltooid. Ook in dat geval geldt dat een op basis van een zodanige
                            aanvraag te sluiten overeenkomst wordt gebaseerd op de bepalingen zoals
                            opgenomen in de voorheen geldende exploitatieverordening.</al><al>Als gevolg van de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur
                            berust de bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten bij
                            burgemeester en wethouders. In het tweede en derde lid is dienaangaande
                            bepaald dat, voorzover van belang in afwijking van de voorheen geldende
                            exploitatieverordening, het aangaan van overeenkomsten in alle gevallen
                            is voorbehouden aan burgemeester en wethouders.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>