<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR472442_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening kwaliteit vergunningverlening en handhaving omgevingsrecht</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-190530.html">Gemeenteblad 2017, Nr. 190530</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening kwaliteit vergunningverlening en handhaving omgevingsrecht</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0024779&amp;artikel=5.1">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-10-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-03-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening kwaliteit vergunningverlening en handhaving omgevingsrecht</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving
                            omgevingsrecht</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inhoudsopgave</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>artikel 1 Begripsbepalingen </al><al>artikel 2 Reikwijdte</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Kwaliteit</titel></kop><structuurtekst><al>artikel 3 Betrokkenheid van de raad</al><al>artikel 4 Kwaliteitsdoelen</al><al>artikel 5 Kwaliteitsborging</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel</al><al><onderstreept>T</onderstreept><onderstreept>oelichting</onderstreept></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="·"><al>wet: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);</al></li><li nr="·"><al>betrokken wetten: de wet en de wetten, bedoeld in artikel 5.1
                                    van de wet, voor zover bij of krachtens de genoemde wetten is
                                    bepaald dat hoofdstuk 5 van de wet van toepassing is;</al></li><li nr="·"><al>kwaliteitscriteria: de in de landelijke samenwerking tussen
                                    bevoegde gezagen ontwikkelde en beschikbaar gestelde vigerende
                                    kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en
                                    handhaving inzake de beschikbaarheid en deskundigheid van
                                    organisaties die met de uitvoering en handhaving van de
                                    betrokken wetten zijn belast;</al></li><li nr="·"><al>basistaken en plustaken: taken waarvan de uitvoering bij wet of
                                    in opdracht van het college van burgemeester en wethouders is
                                    opgedragen aan de OMWB;</al></li><li nr="·"><al>thuistaken: taken die worden uitgevoerd door het college van
                                    burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="·"><al>kwaliteitsvoorwaarden: de in lokaal verband te hanteren
                                    voorwaarden, zoals opgenomen in bijlage 1 van deze verordening,
                                    die van toepassing zijn op de uitvoering en handhaving van de
                                    thuistaken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op de uitvoering en handhaving van de
                            betrokken wetten door of in opdracht van het college van burgemeester en
                            wethouders.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Kwaliteit</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Betrokkenheid van de raad</titel></kop><al>De gemeenteraad ziet toe op de hoofdlijnen van het beleid voor de
                            kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten in het
                            licht van de door de gemeente vastgestelde beleidskaders voor de fysieke
                            leefomgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kwaliteitsdoelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beoordelen de kwaliteit van de
                                uitvoering en handhaving van de betrokken wetten in het licht van
                                daarvoor door hen krachtens artikel 7.2, eerste lid, van het Besluit
                                omgevingsrecht gestelde doelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De doelen, waar deze gestalte krijgen in de uitvoering en handhaving
                                van de betrokken wetten, bedoeld in lid 1, hebben in ieder geval
                                betrekking op:</al><lijst><li nr="a."><al>de dienstverlening;</al></li><li nr="b."><al>de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten;</al></li><li nr="c."><al>de financiën;</al></li><li nr="d."><al>waardering</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Kwaliteitsborging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de uitvoering en handhaving van de basistaken en plustaken zijn
                                de kwaliteitscriteria van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de uitvoering en handhaving van de thuistaken zijn de
                                kwaliteitsvoorwaarden van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt nadere criteria
                                vast op basis van de kwaliteitsvoorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Over de naleving van de kwaliteitscriteria en kwaliteitsvoorwaarden
                                doet het college van burgemeester en wethouders jaarlijks mededeling
                                aan de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor zover de kwaliteitscriteria en/of kwaliteitsvoorwaarden niet
                                zijn of konden worden nageleefd, doet het college van burgemeester
                                en wethouders daarvan gemotiveerd mededeling aan de
                                gemeenteraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2018.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening kwaliteit
                                vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht. </al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>Mw. H. van Rijnbach-de Groot raadsvoorzitter</ondertekening><ondertekening>Dhr. W.C.M. Voeten raadsgriffier </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage 1 Kwaliteitsvoorwaarden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet>D</vet><vet>ienstverlening;</vet></al><al>o<onderstreept>beleid en strategie:</onderstreept></al><lijst><li nr="§"><al>er moet een bestuurlijk vastgesteld VTH beleid zijn;</al></li><li nr="§"><al>het VTH beleid is vertaald in een uitvoeringsprogramma.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>U</vet><vet>itvoeringskwaliteit van diensten en
                            producten;</vet></al><lijst><li nr="o"><al><onderstreept>processen:</onderstreept></al><lijst><li nr="§"><al>actueel houden van procesbeschrijvingen, protocollen en
                                            werkinstructies voor elke VTH Wabo taak.;</al></li><li nr="§"><al>beschikbaar hebben van checklisten ter ondersteuning van
                                            de uitvoering en handhaving;</al></li><li nr="§"><al>beschikbaar zijn van modelbrieven, modelverslagen en
                                            andere sjablonen.</al></li></lijst></li><li nr="o"><al><onderstreept>medewerkers:</onderstreept></al><al>§volgens de indeling van deskundigheidsgebieden van de
                                    kwaliteitscriteria inzicht geven in opleiding, ervaring, kennis
                                    en specialismen van medewerkers die een bijdrage leveren aan VTH
                                    Wabo producten.</al></li><li nr="o"><al><onderstreept>informatievoorziening:</onderstreept></al><lijst><li nr="§"><al>informatiebeleid als basis voor informatisering;</al></li><li nr="§"><al>digitale zaak- en klantdossiers;</al></li><li nr="§"><al>gebruik van authentieke gegevens uit de
                                            basisregistraties;</al></li><li nr="§"><al>registreren en archiveren van documenten met gegevens
                                            van objecten;</al></li><li nr="§"><al>uitwisseling gegevens met opdrachtgevers en
                                            ketenpartners.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>F</vet><vet>inanciën;</vet></al></li><li nr="§"><al>strategie, beleid en externe en interne ontwikkelingen van de VTH
                            Wabo-taken zijn vertaald in de meerjarenbegroting.</al></li><li nr="4."><al><vet>Waardering</vet></al><al>o<onderstreept>t</onderstreept><onderstreept>evredenheidsonderzoek</onderstreept></al><al>§vaststellen van en uitvoering geven aan een methodiek voor het
                            periodiek meten van de tevredenheid van medewerkers, burgers, bedrijven
                            en samenwerkingspartners binnen het vakgebied VTH Wabo.</al></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop><al>De verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH)
                    regelt de gemeentelijke zorg voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving
                    voor zover die gestalte krijgt in de kwaliteit van uitvoering en handhaving van
                    het omgevingsrecht.</al><al>Door implementatie van de verordening geeft de gemeente uitvoering aan de
                    Wabo.</al><al>De verordening is een uitvloeisel van de afspraak om de kwaliteit van VTH
                    decentraal te borgen.</al><al>De hierbij door de gemeenteraad vast te stellen verordening volgt deels de
                    modelverordening van de VNG. Op één onderdeel wijkt de verordening echter af van
                    de modelverordening. In De6 verband (samenwerkingsverband tussen de gemeenten
                    Roosendaal, Etten-Leur, Halderberge, Rucphen, Moerdijk en Zundert) is ervoor
                    gekozen om de vastgestelde kwaliteitscriteria niet van toepassing te verklaren
                    op de uitvoering en handhaving van de thuistaken. De kwaliteit van de uitvoering
                    en handhaving van de thuistaken wordt op een andere wijze gewaarborgd en heeft
                    in ieder geval betrekking op de dienstverlening, de uitvoeringskwaliteit van
                    diensten en producten, financiën en waarding. Op de uitvoering en handhaving van
                    de basistaken en plustaken zijn echter, zoals geregeld in de modelverordening,
                    de kwaliteitscriteria wel van toepassing. Dit laatste is overigens wettelijk
                    bepaald voor de basistaken die krachtens de wet in opdracht van het college van
                    burgemeester en wethouders door omgevingsdiensten worden verricht.</al><tussenkop>ARTIKELSGEWIJS</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>In dit artikel zijn slechts begrippen opgenomen die niet al met een
                    begripsbepaling zijn gedefinieerd in de Wabo. </al><al>Als <cursief>betrokken wetten</cursief> worden aangemerkt de Wabo zelf, en de
                    wetten bedoeld in artikel 5.1 van de Wabo, <cursief>voor zover bij of krachtens
                        die wetten is bepaald dat Hoofdstuk 5 van de Wabo van toepassing
                        is</cursief>. Op de uitvoering of handhaving van een geheel andere wet,
                    zoals bijvoorbeeld de Drank- en Horecawet, is deze verordening niet van
                    toepassing (wat onverlet laat dat over overlappende onderwerpen elders wordt
                    gerapporteerd, zie het algemeen deel van de toelichting). De wetten waarom het
                    krachtens artikel 5.1 Wabo om kan gaan zijn: de Flora- en faunawet, de
                    Kernenergiewet, de Monumentenwet 1998, de Natuurbeschermingswet 1998, de
                    Ontgrondingenwet, de Wet bescherming Antarctica, de Wet bodembescherming, de Wet
                    geluidhinder, de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Wet milieubeheer, de Wet
                    ruimtelijke ordening, de Waterwet en de Woningwet. </al><al>Een belangrijk begrip in deze verordening is
                        <cursief>kwaliteitscriteria</cursief>. De kwaliteitscriteria waar het hier
                    om gaat zijn - thans - de bekende Kwaliteitscriteria 2.1 voor VTH, die in brede
                    samenwerking door de bevoegde gezagen zijn ontwikkeld en beschikbaar gesteld
                    voor de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving, op het gebied
                    van de beschikbaarheid en de deskundigheid van de daarmee belaste organisaties.
                    Deze liggen aan de basis van het VTH-stelsel. Het ligt in de rede dat van deze
                    kwaliteitscriteria in de loop van de jaren verbeterde en geactualiseerde versies
                    beschikbaar zullen worden gemaakt om de versie 2.1 op te volgen. Vanwege deze
                    verdere ontwikkeling van de kwaliteitscriteria is in de begripsbepaling een
                    dynamische verwijzing opgenomen, zodat bij de ontwikkeling en
                    beschikbaarstelling van een volgende versie van de kwaliteitscriteria niet tot
                    aanpassing van de verordening hoeft te worden overgegaan. De
                    kwaliteitsvoorwaarden zijn de voorwaarden zoals opgenomen in bijlage 1 van deze
                    verordening. Met deze begripsbepalingen en de verankering in artikel 5 van de
                    verordening liggen de Kwaliteitscriteria 2.1 en de kwaliteitsvoorwaarden aan de
                    basis van deze verordening.</al><al>Voor het begrip <cursief>omgevingsdienst</cursief> is aangesloten bij de
                    omgevingsdiensten waarvan melding wordt gemaakt in artikel 5.3 van de Wabo.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>De reikwijdte van de verordening heeft een inhoudelijke afbakening en een
                    afbakening naar bevoegd gezag. Ten eerste moet het gaan om de uitvoering of
                    handhaving van de betrokken wetten. De terminologie “uitvoering en handhaving”
                    is overgenomen uit de Wet verbetering vergunningverlening, toezicht en
                    handhaving en wordt ook gehanteerd in het op 1 juli 2017 gewijzigde Besluit
                    omgevingsrecht. “Uitvoering en handhaving” betekent dan vergunningverlening,
                    toezicht en handhaving. Dat wil zeggen alle taken tot uitvoering of handhaving
                    van de Wabo en van de wetten, bedoeld in artikel 5.1 van de Wabo. Zie daarover
                    de toelichting bij artikel 1. Ten tweede moet het gaan om de uitvoering of
                    handhaving door of in opdracht van het college van burgemeester en wethouders.
                    De verordening is dus van toepassing als het gaat om de uitvoering van de
                    betrokken wetten door het college van burgemeester en wethouders zelf of, in
                    opdracht van het college van burgemeester en wethouders door een omgevingsdienst
                    of een private partij (maar vanwege het college). Uitvoering van wetten die
                    genoemd zijn in artikel 5.1 van de Wabo of van de Wabo zelf door andere bevoegde
                    gezagen, zoals de gemeentebesturen of andere provinciebesturendie
                    hun verordeningen op basis van hetzelfde model vaststellen, het
                    waterschapsbestuur of de Minister van Infrastructuur en Milieu of de Minister
                    van Economische Zaken, valt buiten het bereik van deze verordening. De
                    uitvoering en handhaving van de Wet bescherming Antarctica of de Kernenergiewet
                    wordt bijvoorbeeld niet door de besturen van gemeenten of provincies uitgeoefend
                    en valt dus buiten deze verordening. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de
                    Waterwet voor zover die door het Rijk of door waterschappen wordt uitgevoerd.
                    Waar hier wordt gesproken over de uitvoering of handhaving van taken
                        <cursief>door of in opdracht van</cursief> het bevoegd gezag wordt gedoeld
                    op de uitvoering door gemeentelijke diensten en regionale uitvoeringsdiensten. </al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Dit artikel is van belang in verband met de rolverdeling tussen de gemeenteraad
                    en het college van burgemeester en wethouders. Ingevolge de systematiek van het
                    Besluit omgevingsrecht, is de jaarlijkse beoordeling van en rapportage over
                    kwaliteit een taak voor het bevoegd gezag, dat wil zeggen: het college van
                    burgemeester en wethouders. Bezien vanuit de Gemeentewet, is kaderstelling juist
                    de taak van de gemeenteraad. </al><al>De kaderstellende rol krijgt allereerst gestalte door de vaststelling van deze
                    verordening als geheel. Daarnaast is het echter, gelet op de samenhang met het
                    Besluit omgevingsrecht, van belang uitdrukking te geven aan het feit dat de
                    gemeenteraad vooral vanuit de hoofdlijnen betrokken is bij het beleid en zal
                    toezien op de continuïteit van de kwaliteit over meerdere jaren. </al><al>Het horizontale toezicht door de gemeenteraad op het (regionale) uitvoerings- en
                    handhavingsbeleid door het college van burgemeester en wethouders, zal daarom
                    plaatsvinden in het licht van het strategische beleid dat op hoofdlijnen wordt
                    gevoerd voor de fysieke leefomgeving, zoals omgevingsvisies,
                    milieubeleidsplannen en structuurvisies.</al><al>Artikel 3 richt zich tot de gemeenteraad. Indirect is het eveneens van belang
                    voor het college van burgemeester en wethouders, en de omgevingsdiensten die in
                    hun opdracht werken, omdat de rol van de gemeenteraad zich juist bij de
                    meerjarenprogrammering en hoofdlijnen laat gelden. Voor het waarmaken van deze
                    rol, beschikt de gemeenteraad reeds over de mogelijkheden die de organieke
                    wetgeving hen biedt en de kaders die zijn op strategisch niveau voor de fysieke
                    leefomgeving in plannen en visies hebben vastgelegd. </al><al>Om deze rol waar te kunnen maken is het vanzelfsprekend van belang dat het
                    college van burgemeester en wethouders de raad daartoe door tijdige
                    informatieverstrekking in staat stelt. Dat daarvoor eveneens informatie van de
                    omgevingsdienst van belang kan zijn, spreekt voor zich en is op grond van de Wet
                    gemeenschappelijke regelingen en de opdrachten aan de omgevingsdiensten
                    voldoende gewaarborgd.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Artikel 7.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht verplicht het bevoegd
                    gezag (lees: het college van burgemeester en wethouders) om beleid te formuleren
                    voor de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. De grondslag van deze
                    bepaling (art. 5.3 Wabo) zag voorheen op een doelmatige en programmatische
                    handhaving, maar dient op grond van de gewijzigde Wabo en het gewijzigde Bor ,
                    ook te gaan gelden voor uitvoering (vergunningverlening). Er is dan sprake van
                    een uitvoeringsbeleid en handhavingsbeleid, waarover onderlinge afstemming
                    plaats dient te vinden tussen de bevoegde gezagen op het niveau van de
                    omgevingsdienst. Welk beleid moet worden geformuleerd laat het Bor inhoudelijk
                    open. Dit artikel strekt ertoe een inhoudelijke ambitie te geven aan de
                    procesverplichting om kwaliteitsbeleid te vormen. </al><al>Ten eerste door voor te schrijven dat het college van burgemeester en wethouders
                    naar de kwaliteit van de uitvoering en handhaving kijken in het licht van het
                    geformuleerde (regionale) beleid, waarbij de doelen van dat beleid betrekking
                    moeten hebben op een aantal voorgeschreven inhoudelijke thema's. Het gaat er
                    daarbij telkens om die doelen te zien, niet vanuit elke mogelijke factor die
                    daaraan kan bijdragen, maar vanuit het perspectief van de prestaties en
                    kwaliteit van de uitvoering van de eigen organisaties. </al><al>Het gaat dan in ieder geval om dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van
                    producten en diensten, financiën en waardering. </al><al>In paragraaf 4 van deze toelichting is de herkomst van de in dit artikel
                    gehanteerde begrippen toegelicht. </al><al>Er is voor gekozen in deze verordening geen voorschriften te geven over de te
                    gebruiken indicatoren. Dat is in de eerste plaats een taak voor de bevoegde
                    gezagen, die daarmee in de praktijk al ruime ervaring hebben. </al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Dit artikel borgt de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de
                    basistaken, plustaken en thuistaken. </al><al>Dit artikel geeft onder andere een verankering aan de kwaliteitscriteria 2.1 en
                    de opvolgers daarvan (zie ook de toelichting bij artikel 1, waarin een
                    begripsbepaling voor kwaliteitscriteria is opgenomen). </al><al>Het strekt ertoe te regelen dat van die kwaliteitscriteria voor de uitvoering
                    van VTH-taken in de praktijk gebruik gemaakt wordt waar het gaat over de
                    uitvoering en handhaving van de basistaken en plustaken. </al><al>De verankering van de kwaliteit voor de uitvoering en handhaving van de
                    thuistaken wordt geborgd doordat voldaan moet worden aan de
                    kwaliteitsvoorwaarden zoals opgenomen in bijlage 1 van deze verordening. </al><al>Van belang is dat de kwaliteitscriteria en de kwaliteitsvoorwaarden relevante
                    input leveren voor de kwaliteit. Dat geeft vanzelfsprekend geen garantie dat de
                    doelen die door het college van burgemeester en wethouders zijn gesteld op grond
                    van artikel 4 ook zonder meer in alle gevallen worden gehaald. Het bereiken van
                    deze doelen zal immers niet alleen afhankelijk zijn van de goede verrichtingen
                    van de uitvoerende organisaties. Van de naleving van de kwaliteitscriteria en de
                    kwaliteitsvoorwaarden zal daarom jaarlijks mededeling gedaan moeten worden aan
                    de gemeenteraad. Het gaat hier om een belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht
                    die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages, in de op grond
                    van het Besluit omgevingsrecht op te stellen documenten.</al><al>Omgekeerd wil het evenmin zeggen dat, als de criteria en/of voorwaarden (nog)
                    niet in alle relevante taken worden toegepast, dat de kwaliteit per definitie te
                    wensen zal overlaten. In dit geval zal echter wel gemotiveerd moeten worden
                    waarom de criteria en/of voorwaarden niet toegepast zijn of konden worden en hoe
                    wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd. De kwaliteitscriteria 2.1 en de
                    kwaliteitsvoorwaarden zijn derhalve een cruciaal richtsnoer waarvoor geldt: pas
                    toe of leg uit, “<cursief>comply or explain</cursief>”. </al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening. Het is, gelet op de
                    aard van de gestelde regels, niet nodig om deze verordening in overgangsrecht te
                    voorzien. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>