<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR47208_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van baatbelasting riolering buitengebied deelgebied B</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Verbinding, 21-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening baatbelasting riolering deelgebied B</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 222</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Bekostigingsbesluit riolering buitengebied 2005-Deelgebied B</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 7</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>10.09 G</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van baatbelasting riolering buitengebied deelgebied B</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Onderwerp: Verordening baatbelasting riolering deelgebied B</al><al/><al>20 december 2007</al><al>Besluitnr 11.06 B2 </al><al/><al>De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 november
                        2007;</al><al>gelet op artikel 222 van de Gemeentewet en het bekostigingsbesluit ‘
                        Bekostigingsbesluit riolering </al><al>buitengebied 2005–Deelgebied B’, vastgesteld bij raadsbesluit van 28 april
                        2005;</al><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van baatbelasting riolering
                        buitengebied deelgebied B</vet></al><al>(Verordening baatbelasting riolering deelgebied B)</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a"><al>een onroerende zaak:</al><lijst><li nr="1"><al>een gebouwd eigendom;</al></li><li nr="2"><al>een ongebouwd eigendom;</al></li><li nr="3"><al>een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoeld eigendom dat blijkens zijn
                        indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;</al></li><li nr="4"><al>een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde eigendommen of
                        onder 3 bedoelde gedeelten daarvan die naar de omstandigheden beoordeeld bij
                        elkaar horen.</al></li></lijst></li><li nr="b"><al>het bestemmingsplan: het bestemmingsplan Buitengebied 1997.</al></li><li nr="c"><al>IBA-systeem: een voorziening voor de individuele behandeling van
                        afvalwater die voldoet aan de eisen gesteld in de Regeling Wvo Septic tank,
                        Stcrt. 1997, nr. 21, of een voorziening voor individuele behandeling van
                        afvalwater die op grond van de klasse-indeling van IBA-systemen in het
                        rapport van de Commissie Integraal Waterbeheer van januari 1999 valt in de
                        klasse I of hoger.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onder de naam baatbelasting riolering 2008 deelgebied B wordt in de vorm
                        van een heffing ineens een directe belasting geheven ter zake van de
                        onroerende zaken die zijn gelegen in de gemeente binnen de groene omlijning
                        op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart, en
                        die op 1 oktober 2007 zijn gebaat door de in het tweede lid genoemde
                        voorzieningen die tot stand zijn of worden gebracht door of met medewerking
                        van het gemeentebestuur.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde voorzieningen omvatten de aanleg van
                        riolering en IBA-systemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak als
                        bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom, bezit
                        of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens
                        eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het tijdstip van
                        ingang van de heffing dan wel, indien de belasting wordt geheven in de vorm
                        van een jaarlijkse belasting, bij de aanvang van het belastingjaar als
                        zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op
                        dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                        is. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in
                        artikel 2, tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens
                        overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van die
                        onroerende zaak niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt per onroerende zaak <vet>€ 3.200,=.</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse
                            belasting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
                        belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse
                        belasting gedurende 10 jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient
                        binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij de in
                        artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
                        gemeenteambtenaar te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
                        verschuldigde, berekend op basis van een periode van 10 jaren en een
                        rentevoet van 4,1%.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar
                        worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van de op
                        1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt, nog te
                        verschijnen belastingbedragen berekend naar een rentevoet van 4,1%.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>a Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing
                        en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak als bedoeld in het
                        eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het overdragen van eigendom,
                        bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe genothebbende krachtens eigendom,
                        bezit of beperkt recht, met ingang van het eerstvolgende belastingjaar een
                        aanslag ineens opgelegd voor de resterende belastingjaren van het
                        belastingtijdvak, berekend overeenkomstig het vierde lid van dit
                        artikel.</al><al>b In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van de in
                        dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing
                        overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient
                        binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel a,
                        schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de
                        Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing
                        en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het bezit of het beperkt
                        recht van een gedeelte van de onroerende zaak wordt overgedragen, wordt,
                        voor de verdeling van de resterende belastingschuld, de maatstaf van heffing
                        als bedoeld in artikel 4 voor de betreffende onroerende zaken opnieuw
                        vastgesteld voor de nog niet verstreken belastingjaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee maanden na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het
                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                            aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan €
                            3.000,- en de verschuldigde bedragen door middel van automatische
                            incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
                            afgeschreven, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1 oktober
                            van het belasting jaar waarop ze betrekking hebben, moeten worden
                            betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening
                            van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven met
                            een maximum van acht termijnen.</al></li><li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekning ligt na 30 september van het
                            belastingjaar waarop ze betrekking hebben, moeten worden betaald in drie
                            gelijke termijnen.</al><al>Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste
                            incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                            van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                            voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de baatbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                        van bekendmaking.</al></li><li nr="2"><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2008.</al></li><li nr="3"><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening baatbelasting riolering
                        deelgebied B”</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>MvH</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Malden, 20 december 2007</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD;</ondertekening><ondertekening>De raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>L.Bosland.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>drs. J. van Zomeren.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>