<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR47120_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Procedureverordening planschade 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Reusel-De Mierden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Reusel-De Mierden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">D'n Uitkijk, 3-10-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Procedureverordening planschade 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ruimtelijke ordening, art. 6.7</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit ruimtelijke ordening, art. 6.1.3.3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-10-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-09-23</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R 08-053</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is van toepassing op:</al><al>aanvragen ingediend op of na 1 juli 2008 maar voor 1 september 2010 als gevolg van een planologische maatregel die tussen 1 september 2005 en 1 juli 2008 onherroepelijk is geworden (hierbij wordt het forfait van 2% niet toegepast);</al><al>aanvragen ingediend als gevolg van een planologische maatregel die na 1 juli 2008 onherroepelijk is geworden (inclusief het forfait van 2%).</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Procedureverordening planschade 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Reusel-De Mierden;</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 augustus 2008,
                        nr. 2008-351;</al><al>Gelet op artikel 6.7 Wet ruimtelijke ordening en artikel 6.1.3.3 Besluit
                        ruimtelijke ordening;</al><al>Besluit vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Procedureverordening planschade 2008</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade als</al><al>bedoeld in artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening indient;</al><al>adviseur: de door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen
                        persoon als bedoeld in artikel 6.1.1.1, onder c, Besluit ruimtelijke
                        ordening;</al><al>adviescommissie: schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 3,
                        vijfde lid, van deze verordening;</al><al>besluit: Besluit ruimtelijke ordening;</al><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al><al>gemeente: gemeente Reusel-De Mierden;</al><al>planologische maatregel: oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, Wet
                        ruimtelijke ordening;</al><al>planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, Wet
                        ruimtelijke</al><al>ordening;</al><al>wet: Wet ruimtelijke ordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdrachtverstrekking</titel></kop><al>Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in
                        artikel 6.1.3.1 van het besluit verstrekt het college aan één of meerdere
                        adviseurs gezamenlijk, opdracht om ter zake van een aanvraag advies uit te
                        brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 van het besluit
                        of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Adviseur of adviescommissie</titel></kop><al>1.Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt door
                        het college een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende
                        deskundigheid inzake advisering op het gebied van planschade.</al><al>2.Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste
                        lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op
                        planschade vanwege inkomensderving en er, gezien de complexiteit, aard en
                        omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door
                        het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is op het gebied
                        van accountancy of van financieel economische bedrijfsvoering.</al><al>3.Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste
                        lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op
                        planschade vanwege waardevermindering van een onroerende zaak en er, gezien
                        de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra
                        deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die
                        deskundig is ter zake van de waardering van onroerende zaken en van
                        waardevermindering daarvan als gevolg van een</al><al>planologische verslechtering.</al><al>4.Indien naar het oordeel van het college het tweede en het derde lid van
                        toepassing zijn, worden zowel de in het tweede als het derde lid bedoelde
                        adviseurs aangewezen.</al><al>5.Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze een adviescommissie,
                        waarvan de in het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is. De
                        adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Deskundigheid en onafhankelijkheid</titel></kop><al>1.Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college
                        verlangen dat deze aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig te
                        zijn met betrekking tot de in artikel 3, eerste, tweede of derde lid,
                        bedoelde aspecten waarop deze persoon de aanvraag moet beoordelen.</al><al>2.Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijk van de raad.
                        Eveneens mag een adviseur niet betrokken zijn bij de planologische maatregel
                        waarop de aanvraag betrekking heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing
                            adviseur of adviescommissie</titel></kop><al>1.Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in artikel 2
                        verstrekt, stelt het college de aanvrager, eventuele andere betrokken
                        bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a,
                        tweede en derde lid, van de wet schriftelijk op de hoogte van de aanwijzing
                        van:</al><lijst><li nr="a."><al>een adviseur als bedoeld in artikel 3, eerste lid, of</al></li><li nr="b."><al>meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 3, vijfde lid.</al></li></lijst><al>2.De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuurorganen alsmede de
                        belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet
                        kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het eerste lid
                        schriftelijk en voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of
                        meerdere adviseurs bij het college indienen.</al><al>3.Het college beslist binnen twee weken na het verstrijken van de in het
                        tweede lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking van één
                        of meerdere adviseurs.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Werkwijze adviseur of adviescommissie</titel></kop><al>1.Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de
                        aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling
                        daarvan naar het oordeel van de adviseur of van de adviescommissie
                        noodzakelijke bescheiden ter beschikking.</al><al>2.Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen aan
                        die de adviseur of de adviescommissie bij de uitvoering van de
                        adviesopdracht bijstaat.</al><al>3.De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert één of
                        meerdere hoorzittingen, waar de aanvrager en de in het tweede lid bedoelde
                        ambtelijke vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag
                        toe te lichten, onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag
                        relevante informatie te verschaffen, dan wel een standpunt van de gemeente
                        over de aanvraag aan de adviseur of de adviescommissie kenbaar te
                        maken.</al><al>Eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als
                        bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet worden eveneens in
                        de gelegen heid gesteld hun standpunt kenbaar te maken.</al><al>4.De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie bepaalt het tijdstip
                        waarop de adviseur of de adviescommissie de situatie ter plaatse zal
                        bezichtigen en nodigt de aanvrager voor de plaatsopneming uit.</al><al>5.Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende
                        zaak, wordt door de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie met de
                        aanvrager een afspraak gemaakt.</al><al>6.Van de in het derde lid bedoelde hoorzitting en van de in het vierde lid
                        bedoelde bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid van, de
                        adviseur of de voorzitter van de adviescommissie een verslag gemaakt, dat
                        onderdeel vormt van het uit te brengen advies.</al><al>7.Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de adviescommissie
                        binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een
                        concept daarvan aan de gemeente, aan de aanvrager, aan eventuele andere
                        betrokken bestuursorganen en aan de belanghebbenden als bedoeld in artikel
                        6.4a, tweede en derde lid, van de wet.</al><al>De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder
                        opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste vier
                        weken verlengen.</al><al>8.De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de</al><al>belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet
                        worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van
                        het concept advies schriftelijk hierop te reageren.</al><al>9.In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de
                        adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste
                        lid bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de betreffende
                        reacties zijn betrokken.</al><al>10.In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de
                        adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de
                        in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al>1.Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na bekendmaking en
                        werkt terug tot en met 1 oktober 2008.</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Procedureverordening planschade
                        2008”.</al><al>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 23 september 2008.</al><al>De raad voornoemd,</al><al>de griffier, de voorzitter,</al><al>G.F.H. van Ham. I. de Jong-van den Heuvel.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 23 september 2008.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>G.F.H. van Ham. I. de Jong-van den Heuvel.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>