<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR470950_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rekenkamercommissie 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-177819.html">Gemeenteblad, Jaargang 2017 Nr. 177819</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rekenkamercommissie 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=81o en 84">Gemeentewet, artikel 81o en 84</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-10-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-12-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z-2017/043200</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rekenkamercommissie 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Z-2017/043200</al><al>De raad van de gemeente Amstelveen,</al><al>gelet op artikel 81o en 84 van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de "Verordening rekenkamercommissie 2005".</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>Commissie:</vet> rekenkamercommissie;</al></li><li nr="b."><al><vet>Voorzitter:</vet> voorzitter van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="c."><al><vet>College:</vet> het college;</al></li><li nr="d."><al><vet>Rekenkamercommissie:</vet> de rekenkamercommissie van de
                                gemeente Amstelveen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid
                            als de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bestaat uit drie externe leden, waaronder de
                            voorzitter en twee raadsleden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Benoeming leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt de leden van de rekenkamercommissie uit zijn midden en
                            uit externen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de rekenkamercommissie die tevens raadslid zijn, worden
                            voor de duur van hun zittingsperiode in de raad benoemd. De leden die
                            niet deel uitmaken van de raad worden voor een periode van vier jaar
                            benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De externe leden kunnen door de raad voor één periode van vier jaar
                            worden herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van
                            de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de
                            uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige
                            besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de
                            onderzoekers en het secretariaat. Bij ontstentenis van de voorzitter
                            treedt het langstzittende externe lid op als voorzitter dan wel, als de
                            overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste
                            externe lid in jaren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden van
                            de rekenkamercommissie pleegt de raad of een vertegenwoordiging uit de
                            raad overleg met de rekenkamercommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Eed</titel></kop><al>Ten aanzien van de externe leden is artikel 81g van de Gemeentewet van
                        overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ontslag en non-activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-activiteit. Ten aanzien
                            van non-activiteit is het bepaalde in artikel 81d van de Gemeentewet van
                            overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap van een raadslid eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>Op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>Indien het lid aftreedt als lid van de raad;</al></li><li nr="c."><al>Indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt
                                    is de functie in de rekenkamercommissie te vervullen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het lidmaatschap van een extern lid eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>Op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>Bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
                                    lidmaatschap van de rekenkamercommissie. Artikel 15, lid 1 van
                                    de Gemeentewet is van toepassing op de externe leden;</al></li><li nr="c."><al>Wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke
                                    uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een
                                    uitspreek een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot
                                    gevolg heeft;</al></li><li nr="d."><al>Indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak
                                    onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is
                                    verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens
                                    schulden is gegijzeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De externe leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden
                            ontslagen wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn
                            hun functie te vervullen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vergoeding voor werkzaamheden van de externe leden van de
                            rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De externe leden ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van de
                            vergaderingen en hun werkzaamheden voor de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding genoemd in het eerste lid komt ten laste van het budget
                            van de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bedrag van de in het eerste lid genoemde vergoeding wordt bepaald op
                            € 350,00 per maand; dit bedrag wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig
                            de in artikel 2, tweede lid van het Rechtspositiebesluit raads- en
                            commissieleden genoemde wijze.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Secretariaat en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het secretariaat van de commissie berust bij de raadsgriffie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad wijst, in overleg met de griffier, uit het ter griffie werkzame
                            personeel een commissiegriffier aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissiegriffier staat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van
                            haar taken terzijde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissiegriffier legt rechtstreeks verantwoording af aan de
                            rekenkamercommissie over de wijze waarop de ondersteunende taken worden
                            verricht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissiegriffier draagt zorg voor de agendaplanning, de
                            verslaglegging en de vorming van dossiers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Onderwerpselectie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de
                            probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie
                            ter kennisneming aan de raad verstuurd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen
                            van een onderzoek. De commissie bericht de raad binnen een maand in
                            hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het
                            verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden
                            aanvoeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie kan een reglement van orde voor haar vergaderingen en
                            andere werkzaamheden vaststellen. Zij zendt het reglement na
                            vaststelling ter kennisgeving aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering,
                            begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar
                            vastgestelde onderzoeksopzet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te
                            informeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie is bevoegd bij alle leden van het college en bij alle
                            ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die
                            zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het
                            college en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde
                            inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te
                            verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van
                            procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op
                            grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van
                            Bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of
                            gedeelten daarvan als geheim aanmerken.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming
                            van het beschikbare budget, externe personen of bureaus
                            inschakelen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door
                            haar te stellen termijn, die ten minste twee weken bedraagt, hun
                            zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te
                            maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van
                            onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie verder als
                            betrokkenen worden aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de
                            nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op
                            het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan
                            het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting
                            beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de
                            uitvoering van haar taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten
                            gebracht van:</al><lijst><li nr="a."><al>De vergoedingen aan de externe leden;</al></li><li nr="b."><al>De commissiegriffier;</al></li><li nr="c."><al>Interne onderzoeksmedewerkers;</al></li><li nr="d."><al>Externe deskundigen die eventueel door de rekenkamercommissie
                                    zijn ingeschakeld;</al></li><li nr="e."><al>Eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de
                                    uitoefening van haar taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend
                            verantwoording verschuldigd aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van
                        de bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening rekenkamercommissie
                        2005".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 september 2017.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. M.C.C. Philips</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. M.M. van 't Veld</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/><titel/></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde
                            begrippen telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven. In deze
                            verordening is ervoor gekozen om de begrippen doelmatigheid,
                            doeltreffendheid en rechtmatigheid (die in artikel 182 van de
                            Gemeentewet is genoemd) niet in artikel 1 op te nemen. Hiermee wordt
                            voorkomen dat in de verordening een eigen definitie wordt gehanteerd.
                            Wel wordt in deze toelichting uiteengezet wat onder deze termen wordt
                            verstaan. Doelmatigheid is de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen
                            tegen zo gering mogelijke kosten wordt bereikt. Bij doeltreffendheid
                            gaat het er om of het resultaat van het beleid beantwoordt aan wat er
                            met het beleid werd beoogd en de gestelde beleidsdoelen worden
                            verwezenlijkt. Bij rechtmatigheid gaat het om het voldoen aan de
                            wettelijke kaders en regelgeving. Het gaat dan vooral om wet- en
                            regelgeving die direct van belang is voor de rechtmatigheid van de
                            totstandkoming van de gemeentelijke baten en lasten. De beoordeling van
                            de feitelijke juistheid van baten en lasten en de rechtmatigheid daarvan
                            is door de raad opgedragen aan de accountant die hierin een
                            eigenstandige, onafhankelijke rol vervult.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>Wanneer gemeenten geen rekenkamer instellen, stellen zij op grond van
                            artikel 81o van de wet regels vast voor de uitoefening van de
                            rekenkamerfunctie. De wet spreekt van een rekenkamerfunctie. In deze
                            verordening is gekozen voor een rekenkamercommissie met raadsleden en
                            externen, overeenkomstig de meerderheidsstandpunten die in de
                            Raadscommissie voor Algemeen bestuur en middelen door de fracties naar
                            voren zijn gebracht en het advies van de rekeningencommissie ter
                            zake.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>Anders dan bij de rekenkamer kunnen naast externen ook raadsleden deel
                            uitmaken van de rekenkamercommissie. De voorzitter wordt door de raad
                            benoemd uit de externe leden. Met een zittingsduur van vier jaar voor de
                            externe leden met de mogelijkheid tot herbenoeming voor nog eens vier
                            jaar is de continuïteit voor een groot gedeelte geborgd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>De verplichting deze eed of verklaring en belofte af te leggen vloeit
                            voor de rekenkamer rechtstreeks voort uit artikel 81g van de
                            Gemeentewet. Deze bepaling wordt van overeenkomstige toepassing
                            verklaard op de externe leden van de rekenkamercommissie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de
                            mogelijkheid hen op non-activiteit te stellen. Voor het op non-actief
                            stellen van de leden is aansluiting gezocht bij de opsomming van
                            handelingen en feiten die in artikel 81d van de Gemeentewet
                            (bijvoorbeeld voorlopige hechtenis, veroordeling wegens misdrijf). Om de
                            onafhankelijke positie van de externe leden te benadrukken is in het
                            derde lid opgenomen dat artikel 15, eerste lid van de Gemeentewet op hen
                            van toepassing is (onverenigbare handelingen en betrekkingen).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>In dit artikel is de vergoeding die externe leden voor hun werkzaamheden
                            ontvangen vastgelegd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een commissiegriffier. Deze
                            wordt door de raad uit het midden van het bij de griffie werkzame
                            personeel, na overleg met de griffier, aangewezen. De
                            rekenkamercommissie dient zelfstandig te functioneren en in het derde
                            lid is voorzien in een rechtstreekse verantwoordingsrelatie van de
                            commissiegriffier ten opzichte van de rekenkamercommissie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze
                            onafhankelijkheid te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de
                            onderzoeksonderwerpen kan kiezen. De rekenkamercommissie kan op verzoek
                            van de raad een onderzoek instellen maar is niet verplicht het verzoek
                            van de raad in te willigen. Dit verzoek van de raad wordt in artikel
                            182, tweede lid van de wet expliciet genoemd. Doordat deze mogelijkheid
                            uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er een bepaald gewicht
                            toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de rekenkamercommissie
                            niet voldoet aan een goed gemotiveerd verzoek van de raad, zal zij
                            daarvoor goede gronden aanvoeren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar
                            onderzoek over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is
                            voorzien in de bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden
                            van het college en van alle ambtenaren. De rapporten van de
                            rekenkamercommissie zijn in beginsel openbaar maar op grond van de
                            belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur
                            kunnen rapporten of gedeelten daarvan als geheim worden aangemerkt. </al><al/><al>Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de
                            onderzochte partij de kans krijgt om te reageren op het (nog niet
                            gepubliceerde) ontwerp-onderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats
                            waarbij de feitelijke bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan
                            de betreffende ambtenaren worden voorgelegd met de vraag eventuele
                            onjuistheden te signaleren. Indien van toepassing wordt de
                            verantwoordelijke wethouder of het college de gelegenheid geboden om te
                            reageren op de concept-aanbevelingen die de rekenkamer verbindt aan de
                            (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot brengt de rekenkamer een
                            definitief rapport naar buiten met bevindingen, conclusies en eventueel
                            aanbevelingen.</al><al/><al>Tevens is in het eerste lid van dit artikel opgenomen dat de commissie
                            een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden
                            kan vaststellen. Het vaststellen van zo’n reglement is overigens niet
                            noodzakelijk, het is een mogelijkheid zo hier bij de commissie behoefte
                            aan zou bestaan. Indien de commissie zo’n reglement vaststelt, wordt dit
                            reglement ter kennis gebracht aan de raad.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding
                            van het budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Ten
                            laste van het budget worden de in het tweede lid genoemde kosten
                            gebracht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>en 12</titel></kop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>