<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR46953_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening brandveiligheid en hulpverlening 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentenieuws Baarns Weekblad 9-6-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening brandveiligheid en hulpverlening 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Brandweerwet, artikel 1, lid 2, 12</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Woningwet, artikel 8, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer, artikel 8.11 en 8.40</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-05-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-06-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 25 mei 2005</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>“Verordening Brandveiligheid en Hulpverlening 2005”</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al>1.Veiligheidsketen</al><al>De taken en werkzaamheden van de brandweer die zijn gericht op de
                        brandweerzorg en rampenbestrijding, waarbij de volgende fasen worden
                        onderscheiden: pro-actie, preventie, preparatie, repressie en nazorg:</al><lijst><li nr="a."><al>Pro-actie: is het structureel voorkomen van onveiligheid, onder
                                andere door vanuit veiligheidsoptiek invloed uit te oefenen op het
                                maken van ruimtelijke plannen;</al></li><li nr="b."><al>Preventie: is het voorkomen van directe oorzaken van onveiligheid en
                                het beperken van de gevolgen ervan door het doorvoeren van
                                preventieve maatregelen in een bepaald gebied, onder andere door aan
                                vergunningen voorwaarden te verbinden met het oog op
                                veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>Preparatie: is het daadwerkelijk voorbereiden op de bestrijding van
                                mogelijke aantasting van de veiligheid, onder andere door het
                                opstellen van en het oefenen met aanvals- en rampenplannen;</al></li><li nr="d."><al>Repressie: is het bestrijden van onveiligheid en het verlenen van
                                hulp in acute noodsituaties door de daadwerkelijke inzet van
                                hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="e."><al>Nazorg: is alles wat nodig is om zo snel mogelijk terug te keren
                                naar de normale verhoudingen, onder andere door de opvang van
                                slachtoffers en hulp bij de afwikkeling van schadeclaims;</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Gemeentelijk brandweerbeleidsplan</al></li></lijst><al>Het periodiek door de raad vast te stellen Brandweerbeleidsplan waarin de
                        organisatie van het gemeentelijk brandweerkorps, alsmede het op hen van
                        toepassing zijnde beleid en doelstellingen, worden vastgelegd;</al><al/><al>3.Gemeentelijk werkplan</al><al>Het jaarlijks door het College van Burgemeester en Wethouders vast te
                        stellen plan waarin opgenomen de door de gemeentelijke brandweer in een jaar
                        te verrichten activiteiten op basis van het gemeentelijk
                        Brandweerbeleidsplan;</al><al/><al>4.Brandweer Regio Utrechts Land</al><al>De tak van dienst van het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 1 lid 1
                        van de gemeenschappelijke regeling “Brandweer Regio Utrechts Land” waaraan
                        de gemeente deelneemt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>gemeentelijke brandweer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders beschikken voor de uitvoering van de
                            wettelijk aan haar opgedragen taken over een gemeentelijke
                            brandweer;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke brandweer is een afdeling binnen de gemeentelijke
                            organisatie </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>taken gemeentelijke brandweer</titel></kop><al>De taken van de gemeentelijke brandweer bestaan, behoudens de in artikel 5
                        aan de Brandweerregio Utrechts Land opgedragen taken, uit:</al><lijst><li nr="1."><al>De feitelijke uitvoering van de taken van de veiligheidsketen in de
                                eigen gemeente, een en ander overeenkomstig de uitwerking in het
                                ingevolge artikel 4 van deze verordening vast te stellen
                                gemeentelijk Brandweerbeleidsplan </al></li><li nr="2."><al>De feitelijke uitvoering van andere dan de onder 1 genoemde
                                werkzaamheden, voor zover deze niet te maken hebben met het wegnemen
                                van onmiddellijk gevaar voor mens en dier, te weten de zogenaamde
                                dienstverlening. Deze taken kunnen worden verricht overeenkomstig
                                een vastgestelde tarievenlijst. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>brandweerbeleidsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders leggen de gemeenteraad eenmaal per 4 jaar een
                            gemeentelijk brandweerbeleidsplan ter vaststelling voor, waarin is
                            beschreven op welke wijze aan de inhoud van in artikel 3 omschreven
                            taken van de veiligheidsketen uitvoering zal worden gegeven. Het
                            gemeentelijk brandweerbeleidsplan omvat in elk geval een omschrijving
                            van de taken en de bedrijfsvoering van de gemeentelijke brandweer, de
                            consequenties van de beleidsvoorstellen voor wat betreft de personele en
                            financiële middelen, de voertuigen, het materieel, de huisvesting en het
                            opleiden en oefenen van het personeel;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitwerking van het gemeentelijk brandweerbeleidsplan vindt plaats in
                            een jaarlijks door het College van Burgemeester en Wethouders vast te
                            stellen gemeentelijk werkplan;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>regionale taken</titel></kop><al>Naast de in artikel 3, tweede lid, van de Brandweerwet 1985 en de in het
                        artikel 4 van de gemeenschappelijke regeling Brandweer Regio Utrechts Land
                        opgedragen taken, zijn aan de regionale brandweerorganisatie opgedragen de
                        taken van de veiligheidsketen die niet ingevolge artikel 3 van deze
                        verordening zijn opgedragen aan de gemeentelijke brandweer; </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>personeel</titel></kop><al>Burgemeester en Wethouders dragen zorg voor een adequate
                        personeelsvoorziening ten behoeve van de gemeentelijke brandweer welke ten
                        minste bestaat uit:</al><al> 1 commandant</al><al> 3 officieren</al><al> 8 onderofficieren</al><al>36 brandwachten</al><al> 1 medewerker rampenbestrijding</al><al> 1 administratief medewerker</al><al>In de repressieve functie Officier van Dienst (OvD) is voorzien in de vorm
                        van een intergemeentelijke regeling tussen de gemeenten Baarn, Bunschoten,
                        Eemnes en Soest. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>opleiding en oefening</titel></kop><al>Burgemeester en Wethouders dragen zorg voor opleiding en oefening, van het
                        brandweerpersoneel, die voor de taakuitoefening noodzakelijk zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>leiding</titel></kop><al>Bij de bestrijding van incidenten ligt het opperbevel over de brandweer,
                        conform de Gemeentewet, in handen van de burgemeester. Het bevel over de
                        repressieve organisatie is opgedragen aan de commandant brandweer. Hij geeft
                        tevens functioneel leiding aan de beroepsmedewerkers van de afdeling
                        Brandweer. Deze taken/verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in de
                        functieomschrijving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>materieel</titel></kop><al>1.Burgemeester en Wethouders dragen zorg voor het zoveel mogelijk in
                        overeenstemming brengen en houden van het materieel van de gemeentelijke
                        brandweer met de uit te voeren taken. Het materieel bestaat tenminste
                        uit:</al><al>2 bluseenheden</al><al>1 redvoertuig</al><al>1 hulpverleningsvoertuig</al><al>1 commandovoertuig</al><al>1 materieelvoertuig</al><al>1 personeelvoertuig</al><al>2.Burgemeester en Wethouders bepalen de plaats waar en de wijze waarop het
                        materieel en de overige goederen van de gemeentelijke brandweer worden
                        ondergebracht overeenkomstig de wettelijke eisen zoals die aan huisvesting
                        voor de brandweer gesteld worden </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>bluswatervoorziening</titel></kop><al>Burgemeester en Wethouders dragen zorg voor zodanige bluswatervoorzieningen
                        en de bereikbaarheid daarvan, dat de brandbestrijding te allen tijde zoveel
                        mogelijk gewaarborgd is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>advisering regionale brandweer</titel></kop><al>Tussentijdse aanpassingen van de taken van de gemeentelijke brandweer en/of
                        de personele en/of materiële sterkte van de gemeentelijke brandweer, die van
                        invloed kunnen zijn op het regionaal beleid, worden ter advisering
                        voorgelegd aan de commandant van de Brandweer Regio Utrechts Land</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>citeertitel en in werking treden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: </al><al><vet>"Verordening Brandveiligheid en Hulpverlening 2005”</vet>;</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de
                                bekendmaking;</al></li><li nr="3."><al>Op de in het tweede lid genoemde datum vervalt de
                                “Organisatieverordening gemeentelijke brandweer 1994, vastgesteld
                                bij raadsbesluit van 30 november 1994, zoals deze sedertdien is
                                gewijzigd. </al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 25 mei 2005 </ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De structuur van de verordening is ontleend aan de door de VNG uitgebrachte
                    modelverordening brandveiligheid en hulpverlening. De modelverordening is
                    aangepast aan de Baarnse situatie. In navolging van de VNG wordt met het
                    vaststellen van de verordening beoogd dat gemeenten aangeven op welke wijze zij
                    hun verantwoordelijkheid voor de brandveiligheid gestalte geven. Sleutelbegrip
                    daarbij is het (brand)veiligheidsniveau. Dit begrip wordt overigens in de
                    verordening zelf niet genoemd.</al><al>Het (brand)veiligheidsniveau wordt enerzijds bepaald door de gekozen repressieve
                    sterkte van de gemeentelijke brandweer en anderzijds door het
                    brandpreventieniveau van die gemeente. In de verordening wordt dit
                    (brand)veiligheidsniveau aangegeven door de beschrijving van de taken en
                    bevoegdheden op het gebied van de (brand)veiligheid en de daaraan gekoppelde
                    verdeling tussen de gemeentelijke en de regionale brandweer. Hierbij is tevens
                    rekening gehouden met het Project Versterking Brandweer (PVB). Bij de uitvoering
                    van dit PVB is het gewenste zorgniveau vastgelegd. Het gewenste zorgniveau heeft
                    betrekking op alle onderdelen van de brandweerzorg, hulpverlening en
                    rampenbestrijding, ook wel genoemd de zogenaamde veiligheidsketen. </al><al>Het aldus aangegeven niveau wordt vervolgens, voor wat betreft de consequenties
                    voor de uitvoering, nader uitgewerkt in een brandweerbeleidsplan waarin de
                    onderwerpen brandweerzorg en rampenbestrijding centraal staan, dat ingevolge van
                    artikel 4 door Burgemeester en Wethouders tenminste één keer per vier jaar moet
                    worden voorgelegd aan en vastgesteld door de gemeenteraad.</al><al>De verordening beschrijft enerzijds de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van
                    de bestuursorganen (het gezag) over de brandweer en anderzijds het beheer over
                    de gemeentelijke brandweer. De verordening geeft de samenhang weer tussen de
                    wettelijke kaders waarbinnen de brandweer opereert, de bestuurlijke en
                    beleidsmatige kaders (artikel 4), de organisatorische kaders en taken (artikelen
                    3 en 5), de bestuurlijke verantwoordelijkheden met betrekking tot het personeel,
                    het opleiden en oefenen, het materieel en de bluswatervoorziening (artikelen 6,
                    7, 9 en 10) en het beheer van de gemeentelijke brandweer (artikel 8).</al><al/><tussenkop>Overwegingen</tussenkop><al>In de overwegingen zijn alle voor de brandweer relevante wetten en voorschriften
                    genoemd waarbinnen de gemeentelijke brandweer opereert en die nodig zijn om de
                    veiligheid van de burgers te garanderen. Genoemd worden de Gemeentewet, de
                    Brandweerwet 1985, de Wet Rampen en Zware Ongevallen, de Woningwet en de Wet
                    Milieubeheer. Naast de wettelijke taken volgens de Brandweerwet 1985 is tevens
                    de positie vastgelegd van de Brandweer Regio Utrechts Land, die ondersteunend en
                    aanvullend werkt ten opzichte van de gemeentelijke brandweer. De bestuurlijke
                    verantwoordelijkheid met betrekking tot de regionale brandweer is vastgelegd in
                    een gemeenschappelijke regeling.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><tussenkop><onderstreept>Artikel 1: begripsomschrijvingen</onderstreept></tussenkop><al>De in artikel 1 opgenomen begripsomschrijvingen zijn ontleend aan terzake
                    gegeven definities in het Project Versterking Brandweer (PVB). De begrippen die
                    voortvloeien uit de veiligheidsketen zijn specifiek bedoeld ten behoeve van de
                    artikelen 3 en 5. Door de introductie van het begrip “veiligheidsketen” wordt
                    aangegeven dat het takenpakket voor de brandweer meer omvat dan enkel preventief
                    en repressief optreden. Voorts wordt hiermee tot uitdrukking gebracht dat ieder
                    onderdeel van de veiligheidsketen voldoende kwalitatief ontwikkeld dient te
                    worden om het gewenste (brand)veiligheidsniveau te bereiken c.q. te
                    verzekeren.</al><al/><tussenkop>Artikel 2: gemeentelijke brandweer</tussenkop><al>Artikel 1 van de Brandweerwet 1985 regelt, dat er in elke gemeente een
                    gemeentelijke brandweer is, behoudens indien ingevolge samenwerking met andere
                    gemeenten een regeling terzake tot stand gekomen is.</al><al/><tussenkop>Artikel 3: taken gemeentelijke brandweer</tussenkop><al>Lid 1: de in artikel 3 genoemde taken van de gemeentelijke brandweer geven aan,
                    dat deze tenminste bestaan uit de feitelijke uitvoering terzake van
                    werkzaamheden van het voorkomen en beperken van brand, ongevallen bij brand en
                    al hetgeen daarmee verband houdt. Voortvloeiend uit de veiligheidsketen gaat het
                    om alle werkzaamheden op het gebied van pro-actie, preventie, preparatie,
                    repressie, nazorg en het optreden bij rampen en zware ongevallen.</al><al>Lid 2: hierin wordt bedoeld de algemene dienstverlening door de brandweer,
                    anders dan de wettelijke taken. Daarbij kan in algemene zin gedacht worden aan
                    taken die ook door marktpartijen verricht zouden kunnen worden, maar die omwille
                    van beschikbaarheid aanvullend aan de brandweer opgedragen zijn.</al><al/><tussenkop>Artikel 4: brandweerbeleidsplan</tussenkop><al>Dit artikel regelt de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad met betrekking
                    tot het vervullen van de voorwaarden voor een goede taakvervulling door de
                    gemeentelijke brandweer. Deze verantwoordelijkheid ligt vast in artikel 1 van de
                    Brandweerwet. Artikel 4 voorziet in een voortschrijdend proces van
                    beleidsvorming waarin de relaties kunnen worden gelegd met de procedures en de
                    bedrijfsvoering die in de eigen gemeente gebruikt kunnen worden. Gekozen is, om
                    daarmee enerzijds de duurzaamheid van het brandweerbeleidsplan aan te geven en
                    anderzijds voor het verkrijgen van aansluiting met de bestuurlijke cyclus in de
                    gemeente, voor een vierjarige periode. Tevens dient er jaarlijks, gelijktijdig
                    met de begroting, een werkplan voor het jaar daaropvolgend te worden
                    vastgesteld. In dit werkplan wordt de beleidsvisie uit het brandweerbeleidsplan,
                    verder uitgewerkt.</al><al/><tussenkop>Artikel 5: regionale taken</tussenkop><al>Dit artikel, waarin de regionale taken worden aangehaald, correspondeert met de
                    door de gemeenten in de Brandweer Regio Utrechts Land vastgestelde hoofdlijnen
                    van beleid. </al><al>In artikel 5 gaat het om het op regionaal niveau organiseren en uitvoeren van de
                    gemeentelijke taken. Deze taken kunnen:</al><lijst><li nr="§"><al>Ondersteunend en aanvullend zijn ten opzichte van de basistaken van de
                            gemeentelijke brandweer;</al></li><li nr="§"><al>Naar de aard specialistisch zijn;</al></li><li nr="§"><al>Naar de aard en omvang een bovengemeentelijke aanpak vergen.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikel 6: personeel</tussenkop><al>De in dit artikel omschreven bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het
                    personeel geeft aan dat Burgemeester en Wethouders verantwoordelijk zijn voor
                    een minimum aan gekwalificeerd brandweerpersoneel ter uitvoering van de taken,
                    inclusief bedrijfsvoering, volgens de veiligheidsketen. De omvang van de
                    repressieve dienst is afgestemd op de continue beschikbaarheid van 1
                    tankautospuit, 1 red- en 1 hulpverleningsvoertuig. I.v.m. met een sociaal
                    aanvaardbaar rooster bestaat de repressieve dienst uit 4 ploegen die beurtelings
                    dienst doen. </al><al>Bij de behoefte aan opschaling wordt gebruik gemaakt van vrij instromend
                    personeel. </al><al>Om de functie officier van dienst (O.v.D.) zowel kwalitatief als kwantitatief te
                    kunnen realiseren, is een intergemeetelijke samenwerkingsovereenkomst gesloten
                    met de gemeenten Bunschoten, Eemnes en Soest.</al><al/><tussenkop>Artikel 7: opleiding en oefening</tussenkop><al>Dit artikel over opleiden en oefenen regelt de verantwoordelijkheid van
                    Burgemeester en Wethouders met betrekking tot de kwaliteit voor het
                    brandweerpersoneel. Dit leidt onder andere tot het vaststellen van een meerjaren
                    opleidings- en oefenplan. </al><al/><tussenkop>Artikel 8: leiding</tussenkop><al>Het bepaalde in artikel 8 legt de grondslag vast voor de éénhoofdige leiding en
                    de gezagsverhouding die voor een goed functioneren van de brandweer onmisbaar
                    zijn. De functieomschrijving van het afdelingshoofd / commandant brandweer en de
                    gemeentelijke mandaatregeling zullen naast de aan een juiste taakvervulling
                    verbonden verplichtingen en bevoegdheden de regeling voor de vervanging van de
                    commandant bevatten. </al><al/><tussenkop>Artikel 9: materieel</tussenkop><al>In dit artikel legt de gemeenteraad de verantwoordelijkheid voor het kwalitatief
                    en kwantitatief minimaal benodigde materieel van de brandweer vast. Deze
                    verantwoordelijkheid wordt opgedragen aan Burgemeester en Wethouders. Zij valt
                    uiteen in twee leden. Het eerste lid regelt de verantwoordelijkheid voor de
                    materieelvoorziening,. Dat bepaalt de aard en omvang van het materieel hetwelk
                    moet worden ingezet. </al><al>Het tweede lid regelt de opslag van materieel en middelen in de gemeente.</al><al/><tussenkop>Artikel 10: bluswatervoorziening</tussenkop><al>Het blussen van branden is een belangrijke taak van de brandweer. Het blusmiddel
                    water wordt naast andere blusmiddelen het meest gebruikt. De zorg voor de
                    brandveiligheid, zoals bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Brandweerwet
                    1985, geeft aan dat Burgemeester en Wethouders tevens verantwoordelijk zijn voor
                    een adequaat bluswaterleidingnet, open water, speciale blusvijvers en geboorde
                    putten.</al><al>De openbare bluswatervoorziening dient van een kwantiteit en kwaliteit te zijn
                    die is gerelateerd aan de gebruiksvoorschriften zoals die zijn opgenomen in het
                    bestemmingsplan. Het is aan te bevelen in elk bestemmingsplan aan te geven wat
                    de capaciteit is/zal zijn van de openbare bluswatervoorziening.</al><al/><tussenkop>Artikel 11: advisering regionale brandweer</tussenkop><al>In de verordening wordt nadrukkelijk uitgegaan van een innige relatie van de
                    gemeentelijke met de regionale brandweer. Met dit artikel wordt expliciet
                    gemaakt, dat over eventuele tussentijdse aanpassingen van gemeentelijke taken
                    en/of de personele en/of materiële sterkte van de gemeentelijke brandweer (die
                    van invloed kunnen zijn op het regionale beleid), voorafgaand aan finale
                    besluitvorming advies moet worden ingewonnen bij de regionale brandweer. Daarmee
                    kan worden gewaarborgd dat de onderlinge verbondenheid van gemeenten en de
                    regionale brandweer ook feitelijk in stand blijft. </al><al/><tussenkop>Artikel 12: citeertitel en in werking treden</tussenkop><al>De Verordening Brandveiligheid en Hulpverlening moet op grond van artikel 2 van
                    de Brandweerwet 1985 binnen een week na vaststelling aan Gedeputeerde Staten
                    worden gezonden.</al><al>Met de inwerkingtreding van de verordening brandveiligheid en hulpverlening komt
                    de eerder vastgestelde organisatieverordening brandweer te vervallen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>