<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR46902_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Kaderverordening voor de onderzoekscommissie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentenieuws Baarns Weekblad 9-1-2003</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Kaderverordening voor de onderzoekscommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikelen 149 en 155a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-12-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit nr. 114 van 18 december 2002</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Kaderverordening voor de onderzoekscommissie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. 114 van 2002 </al><al>De raad der gemeente Baarn;</al><al>gelezen het voorstel van de griffier a.i. d.d. 28 november 2002;</al><al>overwegende dat het gewenst is om ingevolge artikel 155a van de Gemeentewet
                        regels te stellen met betrekking tot de instelling van een onderzoek en tot
                        instelling van een onderzoekscommissie;</al><al>gehoord de commissie voor samenleving, bestuur en financiën d.d. 3 december
                        2002;</al><al>gelet - voor zover nodig – op de artikelen 149 en 155a van de Gemeentewet,
                        en op de Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>KADERVERORDENING VOOR DE ONDERZOEKSCOMMISSIE </vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1 TAAK EN ONDERSTEUNING VAN DE ONDERZOEKSCOMMISSIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Taak van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan een onderzoek instellen naar het door het college of de
                                burgemeester gevoerde bestuur. De raad stelt daartoe een
                                onderzoekscommissie in. De raad benoemt de voorzitter en de overige
                                leden van de commissie uit zijn midden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het instellingsbesluit van de onderzoekscommissie kan de raad
                                bepalen binnen welke termijn de onderzoekscommissie haar bevindingen
                                en conclusies aan de raad rapporteert. De onderzoekscommissie kan,
                                alvorens haar eindrapport te presenteren, ook tussentijds aan de
                                raad rapporteren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opheffing van de commissie</titel></kop><al>De raad ontslaat de leden van de onderzoekscommissie na bespreking van
                            haar eindrapport en heft </al><al>de commissie op.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><al>De griffier bepaalt in overleg met de gemeentesecretaris welke
                            medewerker uit de werkorganisatie als secretaris aan de
                            onderzoekscommissie wordt toegevoegd. Ook wordt er een plaatsvervangend
                            secretaris aangewezen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verdere ondersteuning onderzoekscommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van de onderzoekscommissie kan de gemeentesecretaris in
                                overleg met de griffier voor de duur van het onderzoek interne
                                onderzoeksmedewerkers aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze medewerkers worden in voldoende mate voor de invulling van hun
                                taak vrijgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De onderzoekscommissie kan ook deskundigen inschakelen die niet bij
                                de gemeente in dienst zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Werkwijze van de commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De onderzoekscommissie vergadert op de door haar te bepalen
                                    dagen en uren.</al></li><li nr="2."><al>In bijzondere gevallen belegt de voorzitter in afwijking van het
                                    eerste lid een vergadering.</al></li></lijst><al>Hij gaat daartoe in elk geval over wanneer ten minste twee leden hem dat
                            onder opgaaf van de redenen hebben gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter roept de leden schriftelijk in vergadering bijeen,
                                onder opgaaf van de punten die behandeld zullen worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij zorgt dat stukken die op de agenda betrekking hebben tijdig aan
                                de leden worden toegezonden of tijdig voor de leden ter inzage
                                worden gelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter van het bepaalde in de
                                vorige leden afwijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergaderquorum, stemmingsquorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De onderzoekscommissie vergadert niet als minder dan de helft van
                                het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderzoekscommissie beslist bij meerderheid van stemmen. Indien
                                de stemmen staken beslist de stem van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris van de onderzoekscommissie draagt zorg voor het maken
                                van een beknopt verslag van een commissievergadering van intern
                                beraad, dat de commissie in de eerstvolgende vergadering ter
                                vaststelling wordt aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderzoekscommissie kan bepalen dat uit een vergadering van
                                intern beraad van de onderzoekscommissie geen mededelingen mogen
                                worden gedaan en dat de verslagen van de commissie als geheim worden
                                aangemerkt, totdat de onderzoekscommissie een rapport aan de raad
                                presenteert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Uitwerking en machtiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De onderzoekscommissie werkt de onderzoeksopdracht nader uit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderzoekscommissie kan haar leden machtigen om, tezamen met de
                                secretaris van de onderzoekscommissie, zelfstandig gedeelten van het
                                onderzoek uit te voeren met inachtneming van artikel 155a, vijfde
                                lid, van de Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslotenheid en openbaarheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De onderzoekscommissie kan besluiten dat in beslotenheid wordt
                                vergaderd, voor zover het vergaderingen van intern beraad
                                betreft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet
                                openbaarheid van bestuur kan de onderzoekscommissie tussen- en
                                eindrapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan
                                als geheim aanmerken. In die gevallen kan de commissie de leden en
                                degenen die bij het onderzoek betrokken zijn geweest, geheimhouding
                                opleggen. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat de raad heer
                                opheft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Rapportage door de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De onderzoekscommissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen
                                een door haar op te stellen termijn, die ten minste twee weken
                                bedraagt, hun zienswijze op het concept onderzoeksrapport aan de
                                onderzoekscommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn in elk geval
                                degenen wier taakuitoefening (mede) voorwerp van onderzoek is of is
                                geweest. De onderzoekscommissie bepaalt wie verder als betrokkenen
                                worden aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na vaststelling door de onderzoekscommissie worden het
                                onderzoeksrapport, de conclusies en aanbevelingen, de verslagen van
                                de hoorzittingen als bedoeld in artikel 155c van de Gemeentewet en
                                de zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk,
                                onder toezending van een afschrift aan het college van burgemeester
                                en wethouders en betrokkenen, aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Budget van de commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het instellingsbesluit geeft de raad de omvang van het budget
                                    aan, dat de onderzoekscommissie bij de uitvoering van haar
                                    onderzoek kan besteden.</al></li><li nr="2."><al>Ten laste van het in voorgaande lid bedoelde budget worden de
                                    kosten gebracht van:</al><lijst><li nr="a."><al>de kosten van externe deskundigen die eventueel door de
                                            onderzoekscommissie worden ingeschakeld;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van vervanging van de medewerkers, genoemd in
                                            artikel 4, eerste lid;</al></li><li nr="c."><al>overige uitgaven die de onderzoekscommissie nodig
                                            oordeelt voor de uitvoering van haar taak.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De onderzoekscommissies is voor de besteding van het budget
                                    verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Kaderverordening voor de
                            onderzoekscommissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke Referendumwet, treedt
                            deze verordening met </al><al>onmiddellijke ingang in werking.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van de raad der gemeente Baarn, gehouden op</ondertekening><ondertekening>18 december 2002 </ondertekening><ondertekening>De griffier a.i., de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>