<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR46691_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Afvalstoffenheffing 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeentejournaal, 23-12-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Afvalstoffenheffing 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gemeentestukken 2008-201A</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financien en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING 2008
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
          <al>De raad van de gemeente Ridderkerk;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        6 november 2007, nummer 24;</al>
          <al>gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>b e s l u i t :</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer
                                (Stb.1994,80).</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar
                                afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik
                                van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22
                                van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk
                                gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel
                                10.21 en 10.22 van de Wet Milieubeheer een verplichting tot het
                                inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a)"><al>degene die naar omstandigheden beoordeeld al dan niet
                                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk
                                        recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;</al></li>
              <li nr="b)"><al>ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is
                                        afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft
                                        afgestaan.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 328,92.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De belasting als bedoeld in lid 1 wordt indien het perceel op 1
                                januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later
                                aanvangt door vestiging op een perceel in de gemeente Ridderkerk,
                                waarbij geen sprake is van inwoning of verhuizing binnen de
                                gemeente, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door
                                één persoon verminderd met € 92,04.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De belasting als bedoeld in lid 1 wordt vermeerderd met € 108,36
                                voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de
                                belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht,
                                in bruikleen hebben van één extra minicontainer voor het aanbieden
                                van restafval.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Belastingjaar</titel>
          </kop>
          <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De belastingplicht vangt aan:</al>
            <lijst>
              <li nr="a)"><al>door vestiging op een perceel in de gemeente Ridderkerk,
                                        waarbij geen sprake is van inwoning of verhuizing binnen de
                                        gemeente;</al></li>
              <li nr="b)"><al>door aanwijzing van een nieuwe belastingplichtige ingeval de
                                        aanvankelijk aangewezen belastingplichtige verhuisd of
                                        overleden is. </al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt
                                door verhuizing of overlijden, bestaat aanspraak op ontheffing voor
                                zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                                belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht,
                                nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de
                                ontheffing minder bedraagt dan € 10,--.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Het vierde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige
                                binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel feitelijk in
                                gebruik neemt, waarbij geen sprake is van inwoning.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Belastingbedragen van minder dan € 10,-- worden niet geheven. Voor
                                de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één
                                aanslagbiljet verenigde bedragen aangemerkt als één
                                belastingbedrag.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten aanslagen worden betaald in zes gelijke termijnen waarvan de
                                eerste vervalt op de laatste dag volgend op de maand die in de
                                dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                                termijnen telkens een maand later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan
                                € 50,-- , doch minder is dan € 2.000,--, en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van
                                het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het
                                totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer is
                                dan € 2.000,--, dat de aanslagen moeten worden betaald in één
                                termijn die vervalt op de laatste dag volgend op de maand die in de
                                dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c,
                                van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde
                                beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van
                                overeenkomstige toepassing.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Verlenen kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Bij de invordering van de afvalstoffenheffing, als bedoeld in
                                artikel 2 juncto artikel 3 lid 3, wordt geen kwijtschelding
                                verleend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Bij de invordering van de afvalstoffenheffing, als bedoeld in
                                artikel 2 juncto artikel 3 lid 1 en lid 2, wordt geen kwijtschelding
                                verleend voor de eerste € 103,70 van het verschuldigd
                                belastingbedrag.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt in afwijking van
                                de uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de
                                berekening van de kosten van bestaan vastgesteld op 100%.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de
                            afvalstoffenheffing.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De “Verordening afvalstoffenheffing 2007” van 14 december 2006,
                                    wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                    datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na die van bekendmaking.</al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2008.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 december
                        2007.</ondertekening>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>