<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR46687_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Destructieverordening 1994</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>1994-12-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Baarns Weekblad 1-12-1994</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Destructieverordening 1994</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Destructiewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>1994-11-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1994-12-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit nr. 150 - B&amp; / 1994</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Destructieverordening 1994</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Behoort bij raadsvoorstel nr. 150 - B 7</al><al> Van 1994</al><al>De raad der gemeente Baarn;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1 november
                        1994;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de Destructiewet en de Algemene wet
                        bestuursrecht;</al><al>gehoord de commissie voor algemeen bestuurlijke zaken d.d. 15 november
                        1994;</al><al> b e s l u i t :</al><al>I in te trekken de “Verordening van de Gemeente Baarn op de destructie”,
                        vastgesteld op 29 </al><al> augustus 1958, zoals sedertdien gewijzigd;</al><al>II vast te stellen de navolgende:</al><al/><al><vet><onderstreept>DESTRUCTIEVERORDENING 1994</onderstreept></vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>Algemene bepalingen</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder</al><al>a.hoofd van dienst: keuringsdierenarts, hoofd van de
                            gemeenschappelijke</al><al>keuringsdienst van slachtdieren en van vlees van de gemeenten Baarn,
                            Bunschoten en Eemnes;</al><al>b.destructiemateriaal A: doodgeboren slachtdieren, alsmede gestorven of
                            in nood</al><al>gedode slachtdieren, welke moeten worden onbruikbaar gemaakt voor
                            voedsel voor mens en dier, zonder dat een nader onderzoek ingevolge de
                            Vleeskeuringswet heeft plaatsgevonden;</al><al>c.destructiemateriaal B: destructiemateriaal, bedoeld in artikel 2,
                            eerste lid, sub b, f en</al><al>h van de Destructiewet;</al><al>d.destructiemateriaal C: overig destructiemateriaal, dat zich tot het
                            tijdstip van</al><al>ophalen door de ondernemer onder beheer of toezicht van de
                            keuringsdienst van slachtdieren en van vlees bevindt.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>Aangifte, vervoer en bewaring door de
                                aangifte-plichtige</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De aangifteplichtige doet van het hebben of houden van
                                    destructiemateriaal zo spoedig mogelijk doch uiterlijk op de
                                    eerste werkdag, volgende op de dag, waarop dit materiaal als
                                    zodanig is ontstaan, aangifte bij het hoofd van dienst, voor
                                    zover in de volgende artikelen niet anders wordt bepaald.
                                    Burgemeester en wethouders regelen de plaats, waar en de uren,
                                    binnen welke deze aangifte moet geschieden.</al></li><li nr="2."><al>De aangifte geschiedt telefonisch of schriftelijk onder opgave
                                    van de soort en de hoeveelheid van het destructiemateriaal,
                                    alsmede de plaats, waar het zich bevindt; de schriftelijke
                                    aangifte wordt in tweevoud opgemaakt.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders stellen een model van het
                                    aangifteformulier vast (model 1).</al></li><li nr="4."><al>Door of vanwege het hoofd van dienst wordt een gewaarmerkt
                                    exemplaar van het ingevulde aangifteformulier verstrekt aan de
                                    aangifteplichtige.</al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Het bepaalde in artikel 2, tweede en vierde lid, geldt niet ten aanzien
                            van destructiemateriaal B, </al><al>indien burgemeester en wethouders ter zake van de aangifte van dat
                            materiaal afwijkende regels </al><al>stellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Het bepaalde in artikel 2 geldt niet ten aanzien van destructiemateriaal
                            C.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Behoudens het bepaalde in artikel 15 is de aangifteplichtige ten
                                aanzien van het destructiemateriaal A gehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>tot vervoer van het destructiemateriaal naar een door het
                                        hoofd van de dienst goedgekeurde, voor een vervoermiddel van
                                        de ondernemer redelijkerwijze bereikbare plaats; omtrent het
                                        tijdstip van het vervoer naar en de bewaring van het
                                        destructiemateriaal op die plaats kan het hoofd van dienst
                                        aanwijzingen geven; dan wel</al></li><li nr="b."><al>tot het ter beschikking houden van het destructiemateriaal,
                                        afkomstig van gestorven dieren, geleden hebbend aan of
                                        verdacht van een ziekte, waarop titel III van de Veewet van
                                        toepassing is, alsmede tot het afgeven daarvan voor vervoer
                                        door of vanwege de ondernemer ter plaatse, waar dit
                                        destructiemateriaal zich bevindt, met inachtneming van de
                                        omtrent de bewaring van dat destructiemateriaal door het
                                        hoofd van de dienst gegeven aanwijzingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders geven met betrekking tot het afsluiten,
                                het schoonhouden en het verdere beheer van verzamelplaatsen, alsmede
                                het gemeentelijk toezicht daarop, nadere voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De aangifteplichtige is gehouden destructiemateriaal B en C te
                                    bewaren, ter beschikking te stellen en af te geven voor vervoer
                                    naar de destructor met in achtneming van de ter zake door het
                                    hoofd van de dienst gegeven aanwijzingen.</al></li><li nr="2."><al>Destructiemateriaal, genoemd in artikel 2, eerste lid, sub b, c,
                                    d en f van de wet, alsmede dat, genoemd in artikel 2, tweede lid
                                    van de wet, moet worden bewaard in daarvoor bestemde bakken, dan
                                    wel metalen confiscaatemmers, tenzij het hoofd van de dienst ter
                                    zake van de bewaring een andere regeling met de
                                    aangifteplichtige treft.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van het bepaalde
                                    in dit artikel nadere voorschriften met betrekking tot
                                    destructiemateriaal B of C vaststellen, indien ter zake van de
                                    afgifte van dit materiaal een voorziening is getroffen, als
                                    bedoeld in artikel 20 van de Destructiewet.</al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>De aangifteplichtige is gehouden, zolang destructiemateriaal onder zijn
                            berusting is, bederf of </al><al>vermenging met andere stoffen tegen te gaan, zulks overeenkomstig door
                            het hoofd van dienst </al><al>gegeven aanwijzingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Aanwijzingen van het hoofd van dienst omtrent de bewaring van
                            destructiemateriaal, anders dan op </al><al>grond van artikel 7, kunnen slechts strekken ter voorkoming van gevaar,
                            schade of hinder voor de </al><al>openbare gezondheid.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>Ophalen en vervoer van destructiemateriaal door of
                                vanwege de ondernemer</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De ondernemer is verplicht tot het ophalen van het
                                    destructiematriaal van de plaats, waar dit zich ingevolge de
                                    bepalingen van deze verordening bevindt.</al></li><li nr="2."><al>Het ophalen geschiedt uiterlijk op de werkdag, volgende die,
                                    waarop het destructiemateriaal is aangemeld, tenzij het betreft
                                    destructiemateriaal B of C dat door de ondernemer, ingevolge een
                                    met het hoofd van dienst getroffen regeling, op gezette tijden
                                    wordt opgehaald.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van het bepaalde
                                    in het eerste lid nadere voorschriften met betrekking tot
                                    destructiemateriaal B of C vaststellen, indien ter zake van de
                                    afgifte van dit materiaal een voorziening is getroffen, als
                                    bedoeld in artikel 20 van de Destructiewet.</al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><al>Het vervoer van destructiemateriaal binnen de gemeente dient langs de
                            kortste weg plaats te vinden.</al><al>De vervoerder is verplicht er voor zorg te dragen, dat het vervoer geen
                            sporen van het </al><al>destructiemateriaal op de openbare weg nalaat.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>Overdracht</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Ten dienste van de overdracht aan de ondernemer wordt
                                    destructiematriaal A door of vanwege het hoofd van dienst op de
                                    dag van aangifte telefonisch aangemeld bij de ondernemer, onder
                                    vermelding van de gegevens, bedoeld in artikel 2, tweede
                                    lid.</al></li><li nr="2."><al>De aanmelding bij de ondernemer van destructiemateriaal B of C
                                    geschiedt door het hoofd van dienst zo spoedig mogelijk, tenzij
                                    het betreft destructiemateriaal, dat door de ondernemer,
                                    ingevolge een met het hoofd van dienst getroffen regeling, op
                                    gezette tijden wordt opgehaald.</al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De overdracht van destructiemateriaal geschiedt door inlading in
                                    een daarvoor bestemd vervoermiddel van de ondernemer.</al></li><li nr="2."><al>De ondernemer is verplicht de overdracht van destructiemateriaal
                                    B of C jaarlijks voor 1 maart, onder opgave van de totale
                                    hoeveelheid over het voorgaande jaar, aan het gemeentebestuur te
                                    bevestigen.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>Dode honden en katten </onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Omtrent de aangifte, het vervoer, het ophalen en de overdracht van dode
                            honden en katten, alsmede </al><al>de afgifte daarvan aan een van gemeentewege aangewezen verzameldienst,
                            kunnen burgemeester en</al><al>wethouders nadere voorschriften stellen.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>Slotbepalingen</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanwijzing van materiaal, als bedoeld in artikel 2, derde
                                    lid, laatste alinea van de wet, geschiedt door de burgemeester
                                    op voorstel van het hoofd van dienst of het hoofd van dienst
                                    gehoord; zijn aanwijzing wordt onverwijld aan de eigenaar of
                                    houder meegedeeld.</al></li><li nr="2."><al>Het hoofd van dienst houdt aantekening van het ingevolge het
                                    eerste lid aangewezen destructiemateriaal.</al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen, met afwijking van het bepaalde in
                            artikel 2, eerste lid bepalen, </al><al>dat de aangifte geschiedt bij een door hen aangewezen ambtenaar.
                            Hetzelfde geldt met betrekking tot </al><al>de aanmelding, bedoeld in artikel 11, eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Indien het hoofd van dienst, dan wel de eigenaar of houder van
                            destructiemateriaal A, sectie van dit </al><al>destructiemateriaal noodzakelijk of wenselijk acht, wordt de sectie
                            verricht in een daartoe bestemde</al><al>lokaliteit van het gemeentelijke slachthuis dan wel de destructor. De
                            eigenaar of houder is, indien de</al><al>sectie niet aan de destructor geschiedt, verplicht het
                            destructiemateriaal naar eerstgenoemde </al><al>lokaliteit te vervoeren of te doen vervoeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Destructieverordening 1994”
                            en treedt in werking op </al><al>de dag na die waarop zij bekend is gemaakt.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van de raad der gemeente Baarn, gehouden op </ondertekening><ondertekening>30 november 1994</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>