<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR46552_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening naamgeving en nummering (adressen) Gemeente Baarn 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Baarns Weekblad, Gemeentenieuws, 16 september 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Baarn 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet basisregistraties adressen en gebouwen, artikel 6</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikelen 108, eerste lid, 147, 149 en 156, eerste lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-09-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>10RV000018</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening naamgeving en nummering (adressen) Gemeente Baarn
            2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Voorstelnummer: 10RV000018</al><al>Onderwerp: Verordening naamgeving en nummering</al><al>De raad van de gemeente Baarn </al><lijst><li nr="-"><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1 juni
                                2010;</al></li><li nr="-"><al>gehoord de commissie Samenleving, Bestuur &amp; Financiën d.d. 29
                                juni 2010;</al></li><li nr="-"><al>overwegende dat</al></li></lijst><al>het gewenst is regels op te stellen voor naamgeving en nummering;</al><al>-gelet op</al><al>artikel 6 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen en de artikelen
                        108, eerste lid, </al><al>147, 149 en 156, eerste lid, van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat gewenst is regels op te stellen voor naamgeving en
                        nummering; </al><al>besluit vast te stellen de volgende:</al><al/><al><vet>Verordening naamgeving en nummering (adressen) GEMEENTE BAARN
                            2010</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1.</vet></al><al>In deze verordening (en de daarop berustende bepalingen) wordt verstaan
                        onder:</al><al><cursief>a. Adres:</cursief> door het college aan een verblijfsobject, een
                        standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een
                        combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de
                        naam van een woonplaats.</al><al><cursief>b.Afgebakend terrein:</cursief> een terrein met een kunstmatige of
                        natuurlijke afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten bevinden en dat
                        betreedbaar en afsluitbaar is.</al><al><cursief>c. College:</cursief> het college van burgemeester en
                        wethouders.</al><al><cursief>d.Convenant: </cursief>het tussen de Minister van Volkshuisvesting,
                        Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Vereniging van Nederlandse
                        Gemeenten en de Koninklijke TPG Post BV gesloten Kader Convenant en Nader
                        Convenant inzake postcodes.</al><al><cursief>e.Ligplaats</cursief>: door het college als zodanig aangewezen
                        plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig
                        terrein of een gedeelte daarvan, die is bestemd voor het permanent afmeren
                        van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt
                        vaartuig.</al><al><cursief>f.Nummeraanduiding</cursief>: door het college als zodanig
                        toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats, een
                        ligplaats en een afgebakend terrein dat bestaat uit een of meer Arabische
                        cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- en/of
                        cijfercombinatie.</al><al><cursief>g. Openbare ruimte</cursief>: door het college als zodanig
                        aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats
                        is gelegen.</al><al><cursief>h.Pand:</cursief> kleinste bij de totstandkoming functioneel en
                        bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de
                        aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. </al><al><cursief>i.Rechthebbende:</cursief> een ieder die krachtens eigendom of een
                        beperkt zakelijk recht of een persoonlijk recht zodanig beschikking heeft
                        over een onroerende zaak dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is om in die
                        zaak te handelen zoals in de verordening is voorgeschreven, alsmede de
                        beheerder.</al><al><cursief>j. Standplaats</cursief>: door het college als zodanig aangewezen
                        terrein of een gedeelte daarvan dat is bestemd voor het permanent plaatsen
                        van een niet direct en duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-,
                        bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte ruimte.</al><al><cursief>k. Uitvoeringsvoorschriften</cursief>: nadere bepalingen inzake
                        naamgeving en nummering (adressen).</al><al><cursief>l. Verblijfsobject:</cursief> de kleinste binnen één of meerdere
                        panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden
                        geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare
                        toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, die
                        onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in
                        functioneel opzicht zelfstandig is.</al><al><cursief>m. Wijk- en buurtindeling:</cursief> een indeling van de gemeente
                        in wijken en buurten conform de eisen die het CBS aan deze indeling
                        verbindt.</al><al><cursief>n.Woonplaats</cursief>: door het college als zodanig aangewezen en
                        van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente.</al><al><cursief>o</cursief>. <cursief>De Wet</cursief>: Wet basisregistraties
                        adressen en gebouwen.</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 2. Naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van
                            namen aan de openbare ruimte, het nummeren van verblijfsobjecten,
                            ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de grens en de naam van de woonplaats(en) vast en
                                kan desgewenst de woonplaats(en), al dan niet op basis van
                                bouwblokken, in wijken en buurten verdelen en aanduiden met namen,
                                zo nodig met letters en nummers.</al></li><li nr="2."><al>Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de openbare
                                ruimte en zonodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken.</al></li><li nr="3."><al>Onder vaststellen, verdelen, aanduiden en toekennen, zoals bedoeld
                                in het eerste lid en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen
                                en intrekken daarvan.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 3.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de ligplaatsen en standplaatsen vast.</al></li><li nr="2."><al>Het college kent binnen het grondgebied van de gemeente nummers toe
                                aan verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen.</al></li><li nr="3."><al>Het college bepaalt de afbakening van panden, verblijfsobjecten,
                                standplaatsen en ligplaatsen.</al></li><li nr="4."><al>De toekenning of afbakening, zoals bedoeld in het tweede en derde
                                lid, kan ook op voor personen toegankelijke objecten, zijnde niet
                                verblijfsobjecten of op afgebakende terreinen worden toegepast,
                                indien dat naar oordeel van het college noodzakelijk is.</al></li><li nr="5."><al>Onder vaststellen, toekennen en bepalen, zoals bedoeld in het eerste
                                tot en met vierde lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en
                                intrekken daarvan.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 4.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De door het college toegekende namen, zoals vervat in artikel 2,
                                worden door of in opdracht van de gemeente blijvend zichtbaar en in
                                voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.</al></li><li nr="2."><al>Aan objecten, zoals aangegeven in artikel 3, waarvoor een nummer is
                                vastgesteld moet dat nummer op een doeltreffende wijze zijn
                                aangebracht.</al></li><li nr="3."><al>Het is eenieder die daartoe niet is bevoegd is, verboden namen aan
                                de openbare ruimte en woonplaatsen, wijken en buurten toe te kennen
                                door deze op zichtbare wijze aan te brengen.</al></li><li nr="4."><al>Het is een ieder die daartoe niet is bevoegd, verboden aan een pand
                                of verblijfsobject, stand- of ligplaats of afgebakend terrein
                                nummers toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te
                                brengen.</al><al/><al/></li></lijst><al/><al><vet>HOOFDSTUK 3. Plaatsen van naam- en nummerborden</vet></al><al/><al><vet>Artikel 5. Gedoogplicht naamborden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of
                                buurtaanduiding, borden met namen van de openbare ruimte,
                                naamverwijsborden, nummerborden, nummerverzamelborden en andere
                                (verwijs)aanduidingen aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal,
                                schutting of een andere soort terreinafscheiding worden aangebracht,
                                draagt de rechthebbende er zorg voor dat de hier bedoelde borden
                                vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van het
                                college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Indien het college het noodzakelijk acht om een naambord, waarop de
                                vervallen naam is doorgehaald, tijdelijk naast het naambord met de
                                nieuwe naam te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten als
                                daaraan door het college een termijn van niet langer dan een jaar is
                                verbonden.</al></li><li nr="3."><al>De rechthebbende zorgt er voor dat de in het eerste en tweede lid
                                bedoelde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar
                                blijven.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 6. Verplichting tot aanbrengen van nummerborden </vet></al><al>1.Het college draagt bij de eerste nummering zorg voor de aanschaf van de
                        nummerborden en zorgt ervoor dat de nummers, zoals bedoeld in artikel 3,
                        tweede lid, worden aangebracht op een wijze zoals krachtens artikel 7 is
                        bepaald.</al><al>2 Het college draagt er zorg voor dat de in het eerste lid genoemde nummers
                        binnen vier weken na kennisgeving van het hiertoe genomen besluit zijn
                        aangebracht.</al><lijst><li nr="3."><al>Indien een verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen of
                                afgebakend terrein nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen
                                vier weken na voltooiing aangebracht.</al></li><li nr="4."><al>Indien het college heeft besloten om een nummerbord, waarop het
                                vervallen nummer is doorgehaald, naast het nummerbord met het nieuwe
                                nummer te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten of daar
                                uitvoering aan geven als daaraan door het college een termijn van
                                niet langer dan een jaar is verbonden.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan de in het tweede en derde lid genoemde termijn
                                verlengen.</al><al/><al/></li></lijst><al><vet>HOOFDSTUK 4. Nadere voorschriften</vet></al><al/><al><vet>Artikel 7. Uitvoeringsvoorschriften</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan uitvoeringsvoorschriften vaststellen betreffende het
                                proces en de wijze van:</al></li><li nr="a."><al>naamgeving en van begrenzing van woonplaatsen, wijken, buurten en
                                bouwblokken;</al></li><li nr="b."><al>naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte;</al></li><li nr="c."><al>nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen en
                                afgebakende terreinen;</al></li><li nr="d."><al>opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen.</al></li><li nr="2."><al>De uitvoeringsvoorschriften zijn niet strijdig met het convenant
                                inzake postcodes.</al><al/><al/></li></lijst><al><vet>HOOFDSTUK 5. Straf-, overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 8. Strafbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5 en artikel
                                6, eerste tot en met het vierde lid, wordt gestraft met een
                                geldboete van de eerste categorie.</al></li><li nr="2."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening is belast de afdeling Volkshuisvesting, Ruimtelijke
                                Ontwikkeling en Milieu, sectie Handhaving.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 9. Intrekken oude regels</vet></al><al>De ‘Verordening straatnaamgeving en huisnummering Baarn 1997’ wordt
                        ingetrokken. </al><al/><al><vet>Artikel 10. Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                        bekendmaking.</al><al/><al><vet>Artikel 11. Overgangsbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde regels
                                en voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na
                                inwerkingtreding van deze verordening bestaan.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op
                                grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften
                                aangebrachte namen en nummers binnen een door hen te bepalen termijn
                                moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij
                                of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 12. Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening naamgeving en
                        nummering (adressen) gemeente Baarn 2010’.</al></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering, </ondertekening><ondertekening>op 8 september 2010 </ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Modelverordening naamgeving en nummering
                        (adressen)</titel></kop><al/><al>Algemeen</al><al><cursief>Wettelijke grondslag</cursief></al><al>Op 1 juli 2009 is de <cursief>Wet Basisregistraties Adressen en
                        Gebouwen</cursief> (hierna: Wet BAG), in werking getreden. Deze wet omvat
                    ondermeer regels betreffende de methodische registratie van adresgegevens. Met
                    de invoering van de Wet BAG is de gemeente de plicht opgelegd om ten behoeve van
                    de basisregistratie adressen bepaalde, expliciet in de Wet BAG genoemde zaken,
                    van een naam, nummer of begrenzing te voorzien. Voor zover het deze zaken
                    betreft is er sprake van medebewind als bedoeld in artikel 108, tweede lid, van
                    de Gemeentewet. Hoeveel vrijheid de gemeente nog heeft om zelf een regeling rond
                    naamgeving en nummering te treffen wordt aangegeven in artikel 121 Gemeentewet.
                    Dit artikel stelt, dat de gemeentelijke regeling niet in strijd mag zijn met
                    wetten, algemene maatregelen van bestuur en provinciale verordeningen. Deze
                    bevoegdheidsafbakening betekent, dat de gemeente een aanvullingsbevoegdheid
                    heeft op de hogere regelgeving. De gemeente heeft ter voorbereiding daarvan wel
                    rekening te houden met twee grenzen. Een benedengrens (niet treden in de
                    bijzondere belangen van de ingezetenen) en een bovengrens (regels mogen niet in
                    strijd zijn met hogere regelgeving).</al><al>Al met al staat het de gemeente dus vrij om, met het oog op een goede uitvoering
                    van het medebewind, de wijze van naamgeving en nummering in het kader van de Wet
                    BAG nader te regelen. Het gaat hier om het zogeheten ‘vrije medebewind’, omdat
                    in de Wet BAG geen regels worden gegeven voor het meer creatieve proces dat aan
                    de eerder genoemde methodische registratie vooraf gaat; onder andere het
                    bedenken en toekennen van namen aan woonplaatsen en aan delen van de openbare
                    ruimte en de methode van toekennen van nummeren aan objecten en plaatsen. </al><al>Het is de gemeente, in het kader van regeling en bestuur van de eigen
                    huishouding, toegestaan om in de verordening inzake naamgeving en nummering
                    bepalingen op te nemen over zaken waarin de Wet BAG in het geheel niet voorziet.
                    Daaronder vallen bijvoorbeeld zaken als de afbakening en aanduiding van wijken,
                    buurten en bouwblokken, alsmede het nummeren van afgebakende en afsluitbare
                    terreinen en de naamgeving van gemeentelijke bouwwerken. De verordening
                    naamgeving en nummering heeft daardoor een dubbele grondslag nodig. Met
                    betrekking tot de beslissingen, als bedoeld in artikel 6 van de Wet BAG, is er
                    sprake van regeling van bestuur in medebewind, waarvoor artikel 108, tweede lid,
                    en artikel 149 van de Gemeentewet de grondslag biedt. Voor de overige
                    beslissingen betreft het regeling en bestuur op grond van artikel 108, eerste
                    lid en artikel 149 van de Gemeentewet. De twee grondslagen voor deze verordening
                    worden dan ook in de aanhef van de verordening genoemd.</al><al>Op het punt van de taaktoedeling bepaalt de Wet BAG, dat de in artikel 6 van die
                    wet genoemde beslissingen door de gemeenteraad moeten worden genomen, waarmee
                    wordt aangesloten op de voorheen bestaande taaktoedeling op basis van artikel
                    108, eerste lid en hoofdstuk IX van de Gemeentewet. Het is zodoende – mede
                    ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet - de raad die, naast het autonome deel,
                    ook het onderwerpelijke medebewindsdeel in een regeling kan uitwerken. In de
                    verordening zelf kan delegatie van beslissingen aan het college worden geregeld
                    op grond van de algemene delegatiebevoegdheid van artikel 156, eerste lid, van
                    de Gemeente. Dit is in deze verordening ook het geval. (Zie verder ook hierna
                    onder dualistisch bestel)</al><al><cursief>Belang van naamgeving en nummering (adressen)</cursief></al><al>Adressen vervullen een essentiële functie in het maatschappelijk verkeer. Niet
                    alleen voor dienstverlenende instanties als politie, brandweer, posterijen en
                    ambulancebedrijven, maar ook voor bijvoorbeeld de makelaardij, de advocatuur,
                    het notariaat en het bedrijfsleven. Zij kunnen veelal hun werkzaamheden niet
                    uitvoeren zonder goed sluitende informatie over adressen. Ook de burger heeft
                    belang bij goede adressering van zijn woonverblijf. Hij wenst in brede zin
                        <cursief>vindbaar</cursief> te zijn. Adressen vervullen binnen het openbaar
                    bestuur eveneens een wezenlijke functie. Enerzijds is een groot deel van de
                    overheidsregistraties geordend (toegankelijk) op alfanumerieke volgorde van
                    adressen. Anderzijds zijn adressen van wezenlijke betekenis voor het koppelen en
                    maken van selecties uit deze registraties. Het benoemen van delen van de
                    openbare ruimte (voorheen straatnamen) en het toekennen van nummers aan
                    verblijfsobjecten (voorheen huisnummers) is een taak die de gemeente met extra
                    zorg moet omgeven.</al><al/><al><cursief>Algemene wet bestuursrecht</cursief></al><al>Het toekennen van een naam of nummer (adressen) op grond van de verordening is
                    een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het besluit zal
                    aan de formele en materiële eisen van de Awb moeten voldoen. Op grond van de Awb
                    is het mogelijk tegen een besluit een bezwaarschrift in te dienen bij het
                    besluitende bestuursorgaan. Tevens staat de mogelijkheid open om een
                    beroepschrift in te dienen bij de sector bestuursrecht van de
                    arrondissementsrechtbank.</al><al>Met name ten aanzien van naamgeving kan de vraag rijzen of er wel sprake is van
                    een besluit. Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord indien het besluit
                    zich richt op bepaalde, concreet aanwijsbare objecten en het besluit gebaseerd
                    is op een publiekrechtelijke regeling die een gedoogplicht inhoudt voor de
                    rechthebbende op onroerende zaken in verband met het op deze objecten aanbrengen
                    van naam- en nummerborden. Op grond van deze verordening zal derhalve sprake
                    zijn van een besluit tot naamgeving of nummering. Ook wijziging of intrekking
                    van een naam of nummer of het afwijzen van een verzoek daartoe valt binnen de
                    reikwijdte van de AWB. Indien een aanvraag voor een naam of een nummering moet
                    worden afgewezen of een besluit tot naamgeving of nummering een belanghebbende
                    zou treffen, moet worden bezien of artikel 4:7 dan wel 4:8 van de AWB van
                    toepassing is. Deze artikelen houden de verplichting in de aanvrager of
                    belanghebbende te horen voordat het besluit wordt genomen.</al><al/><al><cursief>Dualistisch bestel </cursief></al><al>Maar er is meer te melden over de bevoegdheid inzake naamgeving en nummering;
                    namelijk het dualistische stelsel. De kern van het dualisme is de ontvlechting
                    van de positie en bevoegdheden van de raad en het college. De kaderstellende en
                    controlerende bevoegdheden worden bij de raad gelegd en de bestuursbevoegdheden
                    worden bij het college geconcentreerd. Er kunnen drie typen bestuursbevoegdheden
                    worden onderscheiden in a.) bestuursbevoegdheden die in de Gemeentewet zijn
                    opgenomen, b.) de bestuursbevoegdheden in medebewindswetten en c.) de autonome
                    bevoegdheden. De bestuurlijke bevoegdheden die in de Gemeentewet zijn opgenomen
                    zijn met de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur (Stb.2002,
                    111) bij het college gelegd.</al><al>De naamgeving en nummering kunnen worden aangemerkt als een autonome
                    bestuursbevoegdheid. Deze bevoegdheid blijft dus nog bij de raad liggen. Pas na
                    de aanvaarding van de grondwetswijziging en een wijziging van de artikelen 108
                    en 147 Gemeentewet kan deze bevoegdheid aan het college worden toegekend.
                    Voorlopig blijft deze bevoegdheid nog bij de Gemeenteraad. Wel kan de raad
                    ervoor kiezen om vooruitlopend op deze wijziging van de Grondwet de bevoegdheid
                    tot naamgeving en nummering aan het college te delegeren. Ter vervolmaking van
                    het dualistische stelsel ligt dit ook in de rede. Wel blijft ook in het
                    dualistische stelsel de verordende bevoegdheid bij de raad liggen. Dit betekent
                    dat de bevoegdheid tot vaststelling van een verordening op de naamgeving en
                    nummering bij de raad blijft berusten. De raad kan er echter – ook nu al – voor
                    kiezen om de verordende bevoegdheid ter zake van naamgeving en nummering op
                    grond van artikel 156 Gemeentewet aan het college te delegeren. Dat is in deze
                    modelverordening ook voor gekozen.</al><al/><al><cursief>Regelen van de gevolgen</cursief></al><al>Bij het gebruik van de bevoegdheid tot naamgeving en nummering moet het college
                    rekening houden met het belang van vooral bewoners en bedrijven. Wijziging van
                    een naam of een nummer treft immers de belangen van bewoners en bedrijven. In
                    bepaalde gevallen kan er sprake zijn van een gemeentelijke gehoudenheid tot
                    regeling van de gevolgen van de wijzigingsbesluiten. Een aantal punten is
                    hierbij van belang:</al><lijst><li nr="1."><al>Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de wijziging dient
                            voldoende tijd te liggen, zodat de bewoners en de bedrijven zich op de
                            gewijzigde naam of het veranderde nummer kunnen voorbereiden. Hoe langer
                            deze periode is, hoe minder de gemeenten gehouden is tot compenserende
                            maatregelen. De in artikel 11 genoemde periode kan voor gewone gevallen
                            als een redelijke voorbereiding worden gezien. Gevallen die hiervan
                            afwijken, zoals sterk naar buiten tredende bedrijven met een groot
                            klantenpotentieel, moeten op zichzelf worden bezien. Het verdient
                            aanbeveling in een vroeg stadium contact op te nemen met de betrokken
                            bewoners en bedrijven. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent deze
                            verplichting op grond van artikel 4:8.</al></li><li nr="2."><al>Voor de gevallen waarin de gemeente gehouden kan worden tot het
                            vergoeden van de gemaakte kosten, is geen algemene norm aan te geven
                            waaruit de hoogte of de vorm van de vergoeding kan worden afgeleid.</al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging bewoners betreft en er een korte
                            voorbereidingsperiode geldt, is het beschikbaar stellen van een aantal
                            adreswijzigingkaarten in de meeste gevallen een redelijke vorm van
                            schadeloosstelling.</al></li><li nr="4."><al>Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van een jaar onredelijk
                            in hun belangen worden getroffen, kunnen een aanspraak maken op
                            vergoeding van een deel van de kosten die ze maken. Daarbij zijn de
                            volgende aspecten te overwegen:</al></li><li nr="a."><al>De bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging te besluiten;</al></li><li nr="b."><al>Het maatschappelijk risico dat een bedrijf dientengevolge is toe te
                            rekenen, waarbij de keuze voor vermelding van het adres op
                            verpakkingsmateriaal, winkelruiten, markiezen, bedrijfsauto’s of
                            productieonderdelen geacht worden tot het ondernemersrisico te
                            behoren;</al></li><li nr="c."><al>De lengte van de voorbereidingsperiode;</al></li><li nr="d."><al>De specifieke aspecten van het bedrijf;</al></li><li nr="e."><al>De voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en andersoortige
                            productieonderdelen die niet tot het ondernemingsrisico zijn te
                            rekenen;</al></li><li nr="f."><al>De actualiteit van de onder punt e genoemde zaken;</al></li><li nr="g."><al>Het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de onder punt e
                            genoemde zaken;</al></li><li nr="h."><al>De mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale afschrijving van de
                            onder punt e genoemde zaken.</al><al/></li></lijst><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1.</vet></al><al>De begripsomschrijvingen zijn aangepast aan de omschrijving zoals opgenomen in
                    artikel 1 van de wet. Daardoor zijn de voorheen in de verordening gehanteerde
                    begrippen straatnaam, huisnummer, object, gebouw, complex en bouwwerk komen te
                    vervallen. Verblijfsobject, pand, nummeraanduiding, wijk- en buurtindeling,
                    woonplaats en convenant zijn aan de begripsomschrijvingen toegevoegd. De overige
                    begrippen zijn ongewijzigd gebleven. Voor de goede orde wordt gewezen op het
                    feit dat het begrip &lt; openbare ruimte &gt; onder punt g niet precies
                    overeenkomt met de openbare ruimte die wordt gebezigd in het spraakgebruik.</al><al/><al><vet>Artikel 2.</vet></al><al>Het eerste lid regelt het vaststellen en begrenzen van de woonplaats(en). Het
                    totale grondgebied van de gemeente moet in een of meer woonplaatsen worden
                    opgedeeld. Dit betekent, dat de gemeentegrens altijd samenvalt met de
                    woonplaatsgrenzen. Verder biedt het eerste lid de mogelijkheid om woonplaatsen
                    te verdelen in wijken en buurten. In het kader van de Volkstelling 1971 is
                    tussen gemeenten, de provinciale planologische diensten en het Centraal Bureau
                    voor de Statistiek (CBS) een gebiedsindeling overeengekomen, die wordt aangeduid
                    met de term CBS <cursief>wijk- en buurtindeling</cursief>. Deze indeling werd
                    noodzakelijk geacht, omdat op provinciaal en landelijk niveau behoefte bestond
                    aan inzicht in de onderverdeling van het gemeentelijk grondgebied. Sinds 1971
                    heeft het echter ontbroken aan systematisch interbestuurlijk overleg waardoor
                    onduidelijkheid kon ontstaan over de te hanteren wijk- en buurtindeling. De
                    minister van Economische Zaken is voornemens zijn coördinerende rol inzake wijk-
                    en buurtindeling te reactiveren, maar dat heeft nog niet geleid tot nadere
                    bijhoudingsregels. Gemeenten doen er voorlopig verstandig aan - bij het opdelen
                    van een woonplaats in wijken en buurten - de CBS-voorschriften inzake de wijk-
                    en buurtindeling uit 1970 aan te houden.</al><al>Het tweede lid regelt het per woonplaats benoemen van openbare ruimte. In de Wet
                    BAG zijn geen bepalingen opgenomen over de grenzen van benoemde delen van de
                    openbare ruimte. Daar is in de verordening wel voor gekozen om te voorkomen dat
                    delen van de openbare ruimte, onbedoeld, een dubbele naam krijgen of deels geen
                    naam krijgen vanwege onduidelijkheid over de begrenzingen. Voor de meeste
                    gemeenten is het vastleggen van begrenzingen van benoemde delen van de openbare
                    ruimte al dagelijkse praktijk. Verder is in het tweede lid de naamgeving van
                    gemeentelijke gebouwen en bouwwerken meegenomen. Deze taak kan, naast de
                    naamgeving van woonplaatsen en de openbare ruimte, aan de <cursief>Commissie
                        voor de naamgeving</cursief> worden opgedragen.</al><al>Met de wettelijke regeling inzake de naamgeving van de openbare ruimte komt een
                    einde aan discussies over de naamgeving van rijkswegen en provinciale wegen. De
                    Wet BAG schrijft namelijk voor dat alle verblijfsobjecten van een nummer moeten
                    zijn voorzien en dat geldt dus ook voor bijvoorbeeld benzinestations,
                    restaurants of hotels die alleen via een rijks- of provinciale weg zijn te
                    bereiken. Nummers kunnen alleen worden uitgegeven als zij worden gerelateerd aan
                    een door het college vastgestelde naam aan een deel van de openbare ruimte.
                    Gemeenten moeten derhalve ex artikel 6 van de Wet BAG voor rijks- en provinciale
                    wegen een naambesluit nemen. Gemeenten moeten hier verstandig met hun
                    bevoegdheid omgaan. In dit soort gevallen kan worden aangesloten bij de al jaren
                    door veel gemeenten toegepaste werkwijze, waarbij de naamgeving louter wordt
                    gebaseerd op de nummer en het type weg. Bijvoorbeeld door de A3 in een bepaalde
                    woonplaats de naam <cursief>&lt;Rijksweg A3&gt;</cursief> toe te kennen. Daarmee
                    blijft de A-nummering in tact en ook het type weg (rijksweg) blijft onveranderd.
                    (E-aanduidingen moeten niet in de naamgeving van rijkswegen worden betrokken.)
                    Zo kan ook bijvoorbeeld de provinciale weg N999 de naam &lt;<cursief>Provinciale
                        weg N999</cursief>&gt; worden toegekend. Ook hier blijft het type weg en de
                    N-nummering volledig in tact. Tot op heden hebben gemeenten zich aan deze
                    werkwijze gehouden.</al><al>Anders ligt dat bij de naamgeving van rivieren en wateren van internationale
                    betekenis. Na ampel beraad is besloten over de naamgeving van dit soort openbare
                    buitenruimten geen regels op te nemen in de verordening. Er bestaat voor de
                    gemeente immers geen enkele aanleiding of noodzaak tot het herbenoemen van deze
                    rivieren en wateren. Het behoeft bovendien geen nadere uitleg dat het tot
                    onoverzichtelijke situaties leidt als bijvoorbeeld een rivier per woonplaats een
                    andere naam krijgt toebedeeld. Het toekennen van nummeringen aan een object of
                    plaats dient te worden gekoppeld aan de naam van de openbare ruimte naast
                    voornoemde rivieren en wateren. Als zich de bijzondere situatie al mocht
                    voordoen om een naam van een rivier of water van internationale betekenis te
                    wijzigen, dan kan dat niet eerder plaatsvinden dan na gehouden overleg met het
                    bestuursorgaan die dat aangaat.</al><al>Het derde lid bepaalt, dat onder de termen bepalen, vaststellen, verdelen en
                    toekennen, zoals bedoeld in het eerste en twee lid, tevens het wijzigingen of
                    intrekken daarvan omvat. Deze passage is opgenomen, omdat hierover in het
                    verleden problemen zijn gerezen.</al><al/><al><vet>Artikel 3.</vet></al><al>Het eerste en tweede lid regelen het vaststellen van standplaatsen en
                    ligplaatsen en het toekennen van nummers aan verblijfsobjecten, ligplaatsen,
                    standplaatsen en afgebakende terreinen. Hier is niet voor de term
                        <cursief>huisnummer</cursief> gekozen, omdat bij afgebakende terreinen, lig-
                    en standplaatsen niet kan worden gesproken van <cursief>huis</cursief>. Vandaar
                    dat de term <cursief>nummeraanduiding</cursief> wordt gebruikt. </al><al>Een burger kan overigens een aanvraag voor een nummeraanduiding bij burgemeester
                    en wethouders indienen. Deze aanvraag zal in de regel zijn aan te merken als een
                    verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel
                    1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Op de
                    afwikkeling van de aanvraag zijn de hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van toepassing
                    (zie hierover ook de algemene toelichting).</al><al>De strekking van het derde lid spreekt voor zich en behoeft geen verdere
                    toelichting. Het vierde lid regelt, dat het eerste tot en met het derde lid ook
                    kan worden toegepast op andere betreedbare en afsluitbare objecten - zoals
                    bijvoorbeeld afgebakende terreinen - als het college dat nodig oordeelt.</al><al>Het vijfde lid bepaalt dat onder de termen vaststellen, verdelen en toekennen,
                    zoals bedoeld in het eerste en twee lid, tevens het wijzigingen of intrekken
                    daarvan omvat. Deze passage is opgenomen, omdat hierover in het verleden
                    problemen zijn gerezen.</al><al/><al><vet>Artikel 4.</vet></al><al>De toegekende namen moeten overeenkomstig de wens van het college worden
                    aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente. De in het
                    eerste lid vervatte zinsnede ‘in voldoende aantallen ter plaatse’ verdient
                    nadere toelichting. Onder dit begrip wordt verstaan, dat een verkeersdeelnemer
                    bij het oprijden van een kruising van wegen, door in voldoende aantallen
                    aangebrachte naamborden, zonder omkijken en in een oogopslag de naam van de
                    dwarsstraat moet kunnen lezen. Dit betekent doorgaans dat op alle hoeken van de
                    kruising borden dienen te worden aangebracht.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat een object of plaats of terrein een door het college
                    toegekend nummer ook feitelijk moet dragen. Het college wordt de mogelijkheid
                    geboden toe te zien op de naleving van het aanbrengen van nummers. Met het oog
                    op de dienstverlening is het immers noodzakelijk dat de nummers, die door het
                    college zijn toegekend, ook ter plaatse terug zijn te vinden. Voor de hieraan
                    verbonden kosten wordt verwezen naar de algemene toelichting.</al><al>Het derde lid verbiedt een ieder die daartoe niet is bevoegd, namen toe te
                    kennen aan delen van de openbare ruimte door naamborden zichtbaar ter plaatse
                    aan te brengen. Het komt steeds vaker voor dat burgers - om de meest
                    uiteenlopende redenen - een straatnaambord in de tuin plaatsen of aan de
                    onroerende zaak bevestigen. Dat geeft veelal verwarring met de door de gemeente
                    toegekende namen aan de openbare ruimte. Het derde lid geeft de gemeente de
                    bevoegdheid om hiertegen op te treden. Voor de goede wordt erop gewezen dat het
                    iedereen vrij staat om een naam toe te kennen aan zijn onroerende zaak, zolang
                    dat geen verwarring geeft met de door de gemeente toegekende namen aan de
                    openbare ruimte.</al><al>Het vierde lid verbiedt een ieder die daartoe niet is bevoegd nummers toe te
                    kennen aan onroerende zaken die privé bezit zijn door deze op zichtbare wijze
                    aan te brengen. Het aanbrengen van zelf gekozen nummers door eigenaren,
                    gebruikers of beheerders aan objecten, plaatsen en terreinen is de laatste
                    decennia hand over hand toegenomen. Bovendien is bij de invoering van de BAG ook
                    gebleken dat nummers vaak zijn verdwenen. Ook worden nummers soms zo abstract
                    vormgegeven dat zij niet meer aan het criteria van doeltreffendheid, zoals
                    bedoeld in het tweede lid, voldoen. Deze criteria kunnen worden uitgewerkt in de
                    uitvoeringsvoorschriften, zoals bedoeld in artikel 7.</al><al/><al><vet>Artikel 5.</vet></al><al>Vanuit een weloverwogen algemeen maatschappelijk belang dienen naamborden door
                    of namens de gemeente ter plaatse goed zichtbaar en in voldoende mate te worden
                    aangebracht. Veelal is het noodzakelijk om naamborden te bevestigen aan
                    gebouwgevels, terreinafscheidingen of aan paaltjes die op privé-terrein worden
                    geplaatst. De betrokken rechthebbenden zijn verplicht dat toe te laten. Het
                    artikel houdt verder rekening met de omstandigheid dat de borden niet door de
                    gemeente zelf, maar op verzoek van de gemeente door derden worden
                    aangebracht.</al><al>Het tweede lid geeft de gemeente de mogelijkheid om een bord met de oude
                    (doorgehaalde) naam enige tijd te handhaven naast een bord met de nieuwe naam.
                    Op deze wijze wordt voorkomen dat zij, die niet van de herbenoeming op de hoogte
                    zijn, hun bestemming niet kunnen vinden.</al><al>Het derde lid is opgenomen om te voorkomen dat de leesbaarheid/zichtbaarheid van
                    een aangebracht naambord door bijvoorbeeld hoog opschietend groen, zonnescherm
                    of reclamebord wordt belemmerd. Vandaar dat is bepaald dat de rechthebbende
                    ervoor dient te zorgen dat de bedoelde borden vanaf de openbare weg leesbaar
                    blijven.</al><al/><al><vet>Artikel 6.</vet></al><al>Met betrekking tot dit artikel wordt gewezen op het feit dat het aanbrengen van
                    nummerborden per gemeente verschillend is geregeld. De gemeente Baarn brengt de
                    nummerborden zelf aan bij nieuwbouwprojecten en in situaties waarbij een
                    bestaand object voor de eerste keer van een nummerbord moet worden voorzien. </al><al>Het verdient aanbeveling de verantwoordelijkheid voor het aanbrengen van een
                    nummer in de tekst van het nummerbesluit te regelen.</al><al>In het tweede en derde lid is bepaald dat het door het college toegekende nummer
                    binnen een bepaalde termijn moet zijn aangebracht. Voor gevallen waarin het
                    object nog niet is voltooid, moet het nummer vier weken na de voltooiing zijn
                    aangebracht.</al><al>Het vierde lid biedt de gemeente de mogelijkheid om een bord met het oude
                    (doorgehaalde) nummer enige tijd te handhaven naast een bord met het nieuwe
                    nummer. Op deze wijze wordt voorkomen dat zij, die niet van de hernummering op
                    de hoogte zijn, hun bestemming niet kunnen vinden. Het handhaven van het oude
                    (doorgehaalde) nummer wordt soms bij omvangrijke of ingewikkelde vernummering
                    toegepast.</al><al>Het vijfde lid geeft het college de mogelijkheid de in het tweede en derde lid
                    genoemde termijnen te verlengen.</al><al/><al><vet>Artikel 7.</vet></al><al>Het eerste lid biedt de mogelijkheid om uitvoeringsvoorschriften vast te stellen
                    ten aanzien van naamgeving en nummering. Deze uitvoeringsvoorschriften zijn
                    gericht op vast gemeentelijk beleid. Dat kan van belang zijn bij beroeps- en
                    bezwaarprocedures. De uitvoeringsvoorschiften kunnen bepalingen bevatten met
                    betrekking tot de bestuurlijke, taalkundige en inhoudelijke aspecten van de
                    naamgeving, alsmede bepalingen over de wijk- en buurtindeling, de toekenning van
                    nummers, de wijze van nummeren, de uitvoering en plaatsing van borden en
                    voorschriften van administratief-organisatorische aard. Ook kunnen modellen
                    worden voorgeschreven voor verklaringen, besluiten en formulieren.</al><al>Artikel 2 bepaalt dat de uitvoeringsvoorschriften niet in strijd mogen zijn met
                    het postcodeconvenant. </al><al/><al><vet>Artikel 8.</vet></al><al>Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de verordening, heeft alleen
                    zin wanneer deze verplichtingen bij nalatigheid of overtreding kunnen worden
                    afgedwongen, zodra deze worden overtreden. Het is gebruikelijk aan lichte
                    overtredingen een geldboete van de eerste categorie te verbinden.</al><al>In het tweede lid wordt de afdeling of dienst aangewezen, die op de naleving van
                    de bepalingen in de verordening moet toezien. Dat kan bijvoorbeeld de afdeling
                    of dienst Bouwtoezicht zijn. De laatste jaren wordt dit toezicht steeds vaker
                    opgedragen aan de afdeling waaraan de bijhouding van de BAG is opgedragen.</al><al/><al><vet>Artikel 9.</vet></al><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 10.</vet></al><al>Dit artikel regelt het vervallen van de oude bepalingen. De strekking van dit
                    artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 11.</vet></al><al>Het principe van het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren van
                    verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen dateert
                    al uit de vorige eeuw. In de loop der jaren zijn veel opvolgende voorschriften
                    van kracht geweest. Het is niet zinvol bij de invoering van de verordening te
                    eisen dat alle nummers in de gemeente dienen te worden aangepast aan de nieuwe
                    uitvoeringsvoorschriften, zoals vervat in artikel 7. Nummers die onder het oude
                    regime tot stand zijn gekomen, blijven gehandhaafd. Het college heeft wel de
                    mogelijkheid om aanpassing van de nummers te eisen.</al><al/><al><vet>Artikel 12.</vet></al><al>Omdat de term <cursief>huisnummer</cursief> in principe geen juiste term is voor
                    het nummeren van verblijfsobjecten, afgebakende terreinen, standplaatsen en
                    ligplaatsen en de term <cursief>straatnaam</cursief> geen juiste term is voor
                    plantsoenen, wegen e.d<cursief>.</cursief>, is gekozen voor de nieuwe
                    citeertitel <cursief>Verordening naamgeving en nummering
                    (adressen).</cursief></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>