<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR465043_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van de vergunningen voor het parkeren 1996</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxtel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxtel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Brabants Centrum, 30-05-1996</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Boxtel 1996</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet, art. 6</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet algemene regels herindeling, art. 28</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>1996-05-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1996-06-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>parkeerplaats, parkeren, parkeervergunning</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van de vergunningen voor het parkeren, zoals vastgesteld bij besluit van 30 september 1993 en gewijzigd bij besluit van 1 juni 1995</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen
                en de verlening van de vergunningen voor het parkeren
                1996</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Boxtel;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23-04-96;</al><al/><al>gehoord de commissie Bes tuur en Middelen;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 28 van de Wet algemene regels herindeling,
                        artikel 149 van deGemeentewet, artikel 6 van de Wegenverkeerswet en de
                        Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><lijst><li nr="A."><al>de Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening
                                van de vergunningen voor het parkeren, vastgesteld door de raad van
                                de voormalige gemeente Boxtel bij zijn besluit van 30 september
                                1993, gewijzigd bij besluit van 1 juni 1995, met ingang van de datum
                                van inwerkingtreding van het onder B vervatte besluit vervallen te
                                verklaren;</al></li><li nr="B."><al>vast te stellen de volgende verordening op het gebruik van
                                parkeerplaatsen en de verlening van de vergunningen voor het
                                parkeren 1996.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>A</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het RVV 1966: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van
                                    4 mei 1966, Stb. 181;</al></li><li nr="b."><al>het RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van
                                    24 juli 1990, Stb. 459;</al></li><li nr="c."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1966
                                    of in het RVV 1990;</al></li><li nr="d."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen dan wel het onmiddellijk laden en lossen van
                                    goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="e."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet (Stb. 1935, 554) aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                    naam het voor het voertuig opgegeven kenteken ten tijde van het
                                    parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met begrip
                                    van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="g."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="h."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die:</al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord 99a uit bijlage 11 van het RVV
                                            1966, dan wel met bord E9 uit bijlage I van het RVV
                                            1990, of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen zone aangeduid met bord 99aa uit
                                            bijlage 11 van het RVV 1966, dan wel met bord E9 uit
                                            bijlage I van het RVV 1990 met het opschrift zone,
                                            voorzover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="i."><al>vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende
                                    vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig
                                    te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="j."><al>vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                    vergunning is verleend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit,
                                weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit, de
                                tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een
                                motorvoertuig wanneer deze:</al><lijst><li nr="a."><al>woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede
                                        door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, dan wel;</al></li><li nr="b."><al>een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en
                                        aantoont dat het in het belang van diens beroeps- of
                                        bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
                                        motorvoertuig te parkeren;</al></li><li nr="c."><al>per huishouden wordt maar één vergunning, verstrekt.
                                        Burgemeester en Wethouders kunnen hiervan afwijken wanneer
                                        de verdeling van parkeerruimte voor centrumbezoekers en
                                        bewoners dit toelaat.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een motorvoertuig die voldoet aan alle in
                                het tweede lid gestelde voor­ waarden wordt, voor wat betreft de
                                eerste aangevraagde vergunning, geacht te beantwoorden aan de onder
                                a genoemde voorwaarde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een
                                vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen
                                die niet voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde
                                voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning wordt niet verstrekt aan een eigenaar of houder van
                                een motorvoertuig wanneer deze beschikt over een parkeervoorziening
                                op eigen terrein.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning ook andere
                                voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en
                                beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van
                                een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>D</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde
                                in de volgende leden van dit artikel, regels geven voor het
                                aanvragen en verlenen van een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen 8 weken na ontvangst van
                                een aan aanvraag voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid genoemde
                                termijn met ten hoogste 8 weken verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor tenminste 3 maanden en voor ten hoogste 12
                                maanden verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het nummer dat aan de vergunning is verbonden;</al></li><li nr="c."><al>de laatste maand en het jaar waarvoor de vergunning
                                        geldt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>F</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
                            wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning
                                    is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep
                                    of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>G</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik ervan wordt belemmerd
                                of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>H</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                                middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving
                                op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden
                                waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een motorvoertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur
                                        niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang
                                        van het parkeren in werking wordt gesteld;</al></li><li nr="b."><al>een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de
                                        parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
                                        verstreken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet wanneer aan de
                                eigenaar of houder van het motorvoertuig een vergunning is verleend
                                voor het parkeren op de betreffende categorie
                                parkeerapparatuurplaatsen, het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is
                                voorzien van een vergunning en niet gehandeld wordt in strijd met de
                                aan de vergunning verbonden voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het tweede lid vervatte verbod is niet van toepassing op
                                parkeerapparatuurplaatsen waar op grond van de Verordening
                                Parkeerbelastingen Boxtel naheffingsaanslagen worden opgelegd wegens
                                het niet betalen van het verschuldigde parkeergeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het tweede lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorwaarden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>J</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>K</nr></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door burgemeester en wethouders aangewezen
                            ambtenaren belast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>L</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: 'Parkeerverordening Boxtel
                            1996'.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>M</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking op een door burgemeester en
                            wethouders te bepalen dag na die, waarop zij is afgekondigd.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 23-05-96.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>