<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR464744_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidslijn toepassing Wet Bibob Oostzaan 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oostzaan</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oostzaan</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016, 181151</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidslijn toepassing Wet Bibob Oostzaan 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0013798">Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-04-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>*</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidslijn toepassing Wet Bibob Oostzaan 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van Oostzaan en de burgemeester van Oostzaan voor zover het hun bevoegdheid betreft,</al><al/><al>Overwegende, dat de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) hen beleidsruimte verschaft bij de besluitvorming omtrent het toepassen van hun uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden;</al><al/><al>Gelet op:</al><al>Het bepaalde in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;</al><al>Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al>Besluiten vast te stellen: de beleidslijn voor de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Oostzaan 2017.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/></kop><structuurtekst><al><vet>Aanleiding nieuwe beleidslijn Wet Bibob</vet></al><al>De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna “Wet Bibob”) is op 1 juni 2003 in werking getreden. Per 1 juli 2013 is de Wet Bibob gewijzigd. De wijziging ziet toe op de verruiming van het toepassingsbereik van de Wet Bibob en daarnaast zijn enkele verbeteringen aangebracht. Dit vormt de aanleiding het Bibob beleid van Oostzaan te actualiseren en waar nodig uit te breiden.</al><al>In deze inleiding op de beleidslijn worden de doelstelling en de uitgangspunten van de Wet Bibob beschreven. Vervolgens wordt ingegaan op de algemene Oostzaanse uitgangspunten en de vertaling hiervan in een beleidslijn. Dit is noodzakelijk omdat de gemeente een grote mate van beleidsvrijheid heeft bij de toepassing van de Wet Bibob. De beleidslijn biedt een kader waarbinnen de Wet Bibob wordt toegepast door de gemeente Oostzaan.</al><al/><al>Doelstelling van de Wet Bibob</al><al>Het doel van de wet Bibob is het beschermen van de integriteit van de overheid. De Wet Bibob heeft een preventief karakter en is bedoeld om te voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert door bijvoorbeeld vergunningen of subsidies te verstrekken of vastgoedtransacties aan te gaan. Hiermee wordt tevens de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd.</al><al/><al>Werking van de Wet Bibob</al><al>Op grond van de Wet Bibob is het mogelijk diepgaand onderzoek te doen naar de achtergrond van een persoon of onderneming door middel van eigen onderzoek en/of het vragen van een advies aan het Landelijk Bureau Bibob. Het Bibob instrument is van toepassing op in de wet aangewezen vergunningen, subsidies, bepaalde categorieën overheidsopdrachten en vastgoedtransacties.</al><al/><al>Tot op heden is de Wet Bibob vooral toegepast op vergunningen. Een vergunning kan worden geweigerd of ingetrokken indien er een ernstig gevaar bestaat dat deze wordt gebruikt om uit strafbare feiten verkregen vermogen te benutten (de zogenaamde a-grond) of om strafbare feiten te plegen ( de zogenaamde b-grond). Dit is geregeld in artikel 3 van de Wet Bibob.</al><al/><al><cursief>Artikel 3 eerste lid Wet Bibob</cursief></al><al><cursief>1.Voor zover bestuursorganen bij of krachtens de wet daartoe de bevoegdheid hebben gekregen, kunnen zij weigeren een aangevraagde beschikking te geven, dan wel een gegeven beschikking intrekken, indien ernstig gevaar bestaat dat de beschikking mede zal worden gebruikt om:</cursief></al><al><cursief> a. uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of </cursief></al><al><cursief> b. strafbare feiten te plegen</cursief></al><al/><al>Bij beoordeling van de a-grond worden strafbare feiten betrokken waarmee geld kan worden verdiend zoals witwassen, drugshandel en (belasting)fraude. Er hoeft niet te worden aangetoond dat dit vermogen daadwerkelijk in de onderneming wordt geïnvesteerd. Voor het aannemen van een ernstig gevaar is het voldoende dat het aannemelijk is dat de feiten zijn gepleegd, het voordeel groot is en dat het voordeel niet is ontnomen.</al><al>Ten aanzien van de b-grond gaat de wet er vanuit dat als iemand in het (recente) verleden vaak genoeg strafbare feiten heeft gepleegd, hij dit in de toekomst opnieuw kan doen. Die strafbare feiten moeten wel gepleegd zijn bij activiteiten die samenhangen of overeenkomen met activiteiten van de vergunning.</al><al/><al><vet> Het Bibob onderzoek </vet></al><al>Indien wordt overgegaan tot een toetsing op basis van de Wet Bibob kunnen twee fasen worden onderscheiden. De eerste fase van toetsing bestaat uit een onderzoek dat door de gemeente zelf wordt uitgevoerd. Dit gebeurt aan de hand van openbare bronnen en informatie die wordt verkregen uit het (landelijk vastgestelde) Bibob-vragenformulier. Dit formulier moet worden ingevuld door de partij die wordt getoetst. Daarnaast is met de uitbreiding van de Wet Bibob de informatiepositie van bestuursorganen verbeterd en kan de gemeente zelf gegevens opvragen bij de politie, OM en de Belastingdienst.</al><al/><al>In de tweede fase kan de gemeente advies vragen aan het Landelijk Bureau Bibob (hierna: het Bureau) dat onderdeel uitmaakt van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Dit gebeurt als er na het eigen onderzoek nog vragen zijn, bijvoorbeeld over de financiering. Indien de gemeente een advies aanvraagt bij het Bureau, wordt de betrokkene hier schriftelijk over geïnformeerd. Het Bureau heeft toegang tot gesloten bronnen zoals politiegegevens, strafregisters en gegevens van het UWV en de Arbeidsinspectie, waardoor een bredere screening en diepgaander onderzoek mogelijk is. Het advies van het Bureau kan 3 conclusies hebben: er is een ernstig gevaar, een mindere mate van gevaar of er is geen (gebleken) gevaar.</al><al/><al>De mate van gevaar wordt vastgesteld op basis van antecenten van de betrokkene en van bepaalde in de wet aangewezen derden (bijvoorbeeld financiers en bestuurders). Als er een relatie wordt vastgesteld tussen de betrokkene en de derde worden de antecedenten van die derde meegewogen bij het bepalen van het gebaar. Het doel hiervan is om stroman-constructies te voorkomen.</al><al/><al>Een advies van het Bureau is niet bindend. Het is aan de gemeente om de afweging te maken of een door het Bureau vastgesteld gevaar zo zwaarwegend is dat bijvoorbeeld een verleende vergunning moet worden ingetrokken of een vastgoedtransactie niet moet worden aangegaan. Het is ook mogelijk om voorschriften te verbinden aan een beschikking of om extra voorwaarden op te nemen in een overeenkomst.</al><al>De gemeente kan ook op basis van eigen onderzoek en zonder een advies van het Bureau besluiten over te gaan tot weigering of intrekking op grond van de Wet Bibob of het niet aangaan of ontbinding van een overeenkomst.</al><al/><al><vet> Wijziging van de wet </vet></al><al>De verruiming van de Wet Bibob heeft betrekking op de volgende sectoren:</al><lijst><li nr="•"><al>Vastgoed- en grondtransacties waarbij de overheid is betrokken als civiele partij; dit is de belangrijkste uitbreiding in de nieuwe Wet Bibob. Het gaat om diverse transacties zoals koop/verkoop, huur/verhuur en gronduitgifte.</al></li><li nr="•"><al>Bepaalde vergunningen op grond van de Huisvestingswet, onder andere voor splitsing en woningonttrekking, in het kader van de aanpak van huisjesmelkers.</al></li><li nr="•"><al>Iedere gemeentelijke vergunning of ontheffing, mits dit bij verordening is geregeld en de vergunning betrekking heeft op de exploitatie en/of bedrijfsvoering van een bedrijf of inrichting. Voor de wijziging van de Wet Bibob werden in het Besluit Bibob specifiek activiteiten benoemd waarop de Wet Bibob van toepassing was. Dit is in de huidige Wet Bibob losgelaten.</al></li><li nr="•"><al>Alle subsidies aan een rechtspersoon of een natuurlijk persoon. In de gewijzigde Wet Bibob is de verplichting losgelaten dat het toepassen van de wet Bibob in de specifieke subsidieregeling/-verordening vastgelegd moet worden.</al></li></lijst><al/><al><vet> Uitgangspunten Wet Bibob Algemeen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Blijkens de Memorie van Toelichting van de Wet Bibob zijn de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit belangrijke uitgangspunten van de wet. Het Bibob instrumentarium moet worden gezien als een ultimum remedium. De toepassing van de Wet Bibob is een aanvullend middel op bestaande mogelijkheden om bijvoorbeeld een vergunning te weigeren of een subsidie in te trekken. De gemeente dient nadrukkelijk eerst de mogelijkheden te benutten die de reguliere wetgeving biedt.</al></li><li nr="2."><al>De reikwijdte van de wet Bibob strekt zich uit tot de sectoren waarbij de dreiging van criminele activiteiten het grootst is. Meer specifiek worden deze genoemd in de Wet Bibob zelf en de sectoren die bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) zijn aangewezen.</al></li></lijst><al/><al><vet> Uitgangspunt en inzet Wet Bibob gemeente Oostzaan </vet></al><al>Voortbordurend op het bovenstaande, gelden voor de gemeente Oostzaan de volgende uitgangspunten voor de beleidslijn:</al><lijst><li nr="1."><al>Er dient een balans te zijn tussen de inzet van het Bibob-instrumentarium en overige belangen die de gemeente dient te behartigen zoals het mogelijk maken van investeringen binnen de gemeente, het faciliteren van ondernemers en andere partners en het verminderen van regeldruk.</al></li><li nr="2."><al>Het instrument wordt vooral ingezet waar de kans dat zich criminele activiteiten voordoen het grootst is. Door het Bibob-instrumentarium risicogericht in te zetten worden administratieve lasten voor ondernemers beperkt en worden bonafide ondernemers zoveel mogelijk ontzien. Ondernemers en marktpartijen die te maken kunnen krijgen met een Bibob-onderzoek worden hier in een zo vroeg mogelijk stadium over geïnformeerd.</al></li><li nr="3."><al>De toepassing van de Wet Bibob is één van de middelen binnen de bestuurlijke aanpak van criminaliteit en vormt samen met de strafrechtelijke- en fiscale benadering een integraal geheel.</al><al/></li></lijst><al><vet>Oostzaans beleid</vet></al><al>Het Bibob beleid van de gemeente Oostzaan was gericht op horeca, seksinrichtingen, grow- smart- en headschops.Door de wetswijziging in 2013 is het mogelijk om de beleidslijn uit te breiden.</al><al>In de beleidslijn wordt onderscheid gemaakt tussen beschikkingen (vergunningen en subsidies) en privaatrechtelijke transacties (aanbestedingen en vastgoedtransacties). Per type beschikking en privaatrechtelijke transactie wordt aangegeven hoe het Bibob instrumentarium wordt toegepast. De toepassing is standaard- of signaalgestuurd van aard. Onder standaard wordt verstaan dat in alle gevallen, bijvoorbeeld bij iedere aanvraag van een vergunning in een bepaalde branche of een bepaald gebied, een Bibob-toets wordt gedaan. Indien de in de beleidslijn benoemde risicogebieden en branches moeten worden aangepast -bijvoorbeeld naar aanleiding van een gebiedsscan van de politie of een criminaliteitsbeeldanalyse van het RIEC wordt hierover een besluit genomen door de burgemeester of het college. Signaalgestuurd houdt in dat bij signalen van bijvoorbeeld OM, politie en belastingdienst of naar aanleiding van ambtelijke informatie een Bibob-toets wordt uitgevoerd. Hieronder volgt een nadere toelichting per toepassingsbereik.</al><al/><al><onderstreept>Vergunningen</onderstreept></al><al/><al><cursief>Vergunningen voor openbare inrichtingen</cursief></al><al>Ten aanzien van de openbare inrichtingen (horeca-inrichtingen en coffeeshops) wordt het beleid van de afgelopen jaren voortgezet. Bij vergunningsverlening van openbare inrichtingen wordt de Wet Bibob standaard ingezet. In de nieuwe beleidslijn wordt dit aangevuld met speelautomatenhallen en seksinrichtingen.</al><al/><al><cursief>Overige vergunningen</cursief></al><al>Onder ´overige vergunningen’ worden in deze beleidslijn de vergunningen verstaan voor evenementen, vuurwerkverkoop en splitsingen en onttrekkingen van woonruimtes. Dit betreft een nieuwe toepassing voor de gemeente Oostzaan. Ten aanzien van de ‘overige vergunningen’ kunnen risicobranches en gebieden worden benoemd waarbij de Wet Bibob standaard wordt toegepast. De Wet Bibob wordt in ieder geval standaard ingezet bij de aanvraag van een vuurwerkverkoopvergunning en bij een evenementenvergunningen indien die aanvraag betrekking heeft op een vechtsportgala.</al><al/><al><cursief>Omgevingsvergunning </cursief><cursief> Bouw</cursief></al><al>In de gemeente Oostzaan was nog geen beleidslijn van kracht voor bouwvergunningen. Risicobranches kunnen in overleg met politie en het OM worden aangewezen en daar zal de Bibob-toets standaard op worden toegepast. Dit geldt ook voor alle aanvragen van een omgevingsvergunning bouw met een bedrag vanaf € 750.000,--.</al><al/><al><cursief>Omgevingsvergunning Milieu</cursief></al><al>Ook voor milieuvergunningen was er nog geen beleidslijn op grond van de Wet Bibob. Ook hier kunnen risicobranches in overleg met politie en OM worden aangewezen waar de standaard Bibob-toets op van toepassing is.</al><al>In de beleidslijn zijn artikelen opgenomen die betrekking hebben op de aanvragen van een omgevingsvergunning inrichtingen Wet milieubeheer ten aanzien van specifieke branches en een omgevingsvergunning beperkte milieutoets ten aanzien van specifieke activiteiten. Voor beide vergunningen geldt dat de Wet Bibob signaalgestuurd wordt toegepast.</al><al/><al><onderstreept>Subsidies</onderstreept></al><al>Met de wijziging van de Wet Bibob kunnen alle subsidies worden getoetst. Voorheen moesten subsidies worden aangewezen. Aangezien er tegenwoordig minder subsidies worden verstrekt, is niet gekozen om een specifieke bepaling op te nemen in deze beleidslijn. Alle subsidies kunnen signaal gestuurd worden getoetst en daarnaast bestaat er een mogelijkheid om bepaalde type subsidies aan te wijzen waarop de Wet Bibob standaard wordt toegepast. Dit geldt zowel voor aanvragen als pas verleende subsidies.</al><al/><al><onderstreept>Aanbestedingen</onderstreept></al><al>De toepasbaarheid van het Bibob-instrumentarium is door de wetgever bij aanbestedingen beperkt tot de sectoren milieu, ICT en bouw.</al><al>De Wet Bibob verstrekt geen extra weigeringsgrond bij aanbestedingen. De reden is dat het binnen deze sector in beginsel gaat om een gesloten stelsel van selectie- en gunningscriteria. De uitkomst van een Bibob-toets kan dan ook slechts gelden als versterking van één van deze criteria.</al><al>Er was nog geen specifiek beleid in de gemeente Oostzaan ten aanzien van de toepasbaarheid van de Wet Bibob op aanbestedingen. In de beleidslijn is er voor gekozen om de Wet Bibob signaal gestuurd toe te passen. De beleidslijn laat de mogelijkheid open om in iedere fase van een aanbestedingen een Bibob-toets uit te voeren. Ook is het mogelijk om na de gunning van een overheidsopdracht een Bibob-toets uit te voeren als hieromtrent in de betreffende aanbestede (concept)overeenkomst(en) een nadere bepaling is opgenomen.</al><al/><al><onderstreept>Vastgoedtransacties</onderstreept></al><al>Waar bij vergunningen geldt dat deze in beginsel verleend moeten worden, tenzij er sprake is van een weigeringsgrond in een wettelijke regeling, staat bij vastgoedtransacties het uitgangspunt van contractsvrijheid voorop. Dat brengt met zich mee dat partijen vrij zijn om met elkaar in onderhandeling te treden en ook om die onderhandelingen weer af te breken. Die vrijheid is echter niet onbeperkt. Het afbreken van onderhandelingen kan bijvoorbeeld als onaanvaardbaar worden beschouwd indien de wederpartij het gerechtigde vertrouwen mocht hebben dat de overeenkomst tot stand zou komen. Bovendien moet een gemeente bij onderhandelingen over een overeenkomst de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen. In hoeverre onderhandelingen als gevolg van een Bibob-procedure kunnen worden afgebroken, hangt af van de concrete omstandigheden waarbij onder meer van belang is of de wederpartij er van op de hoogte is gesteld dat de Wet Bibob zou worden toegepast. Gelet hierop dient uitdrukkelijk een voorbehoud gemaakt te worden door de gemeente indien er een intentie is om voorafgaand aan het sluiten van een overeenkomst een Bibob-toets uit te voeren. </al><al>De contractsvrijheid brengt anderzijds met zich mee dat onderhandelingen ook kunnen worden afgebroken indien geen sprake is van een ernstig gevaar maar er naar het oordeel van de gemeente wel sprake is van een integriteitsrisico.</al><al>Het is mogelijk om nadat een vastgoedtransactie is aangegaan een advies aan te vragen bij het Bureau indien een clausule is opgenomen in de overeenkomst die bepaalt in welke gevallen deze kan worden ontbonden.</al><al>Anders dan het weigeren of intrekken van een subsidie of vergunning, is het niet aangaan of beëindigen van een vastgoedtransactie geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De betrokkene kan daardoor geen bezwaar of beroep instellen maar zal zich tot de civiele rechter moeten wenden.</al><al>In de beleidslijn wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten vastgoedtransacties. Deze worden hieronder nader toegelicht:</al><al><cursief>Verhuur van onroerend goed en het verlenen van een gebruiksrecht</cursief></al><al>Bij dit type vastgoedtransacties kan worden overgegaan tot een Bibob-toets indien sprake is van verhuur met betrekking tot de risicobranches en gebieden die zijn benoemd bij de omgevingsvergunning bouw. Daarnaast kan in huur- en verhuurcontracten een beëindigingsclausule worden opgenomen waardoor tijdens een lopend contract ook de mogelijkheid bestaat om een Bibob-toets uit te voeren indien daar aanleiding toe is.</al><al><cursief>Verkoop van onroerend goed</cursief></al><al>Indien sprake is van verkoop van onroerend goed is een aantal indicatoren benoemd waarbij eerder wordt overgegaan tot een Bibob-toets. Daarnaast is een aantal omstandigheden benoemd waarbij doorgaans niet wordt overgegaan tot een Bibob-toets. Dit betreft onder andere de uitgifte van grond aan particulieren ten behoeve van tuinuitbreidingen. Bovendien is een koppeling gemaakt met het artikel over omgevingsvergunning bouw aangezien de uitgifte van grond veelal wordt gevolgd door een omgevingsvergunning bouw.</al><al/><al><vet>Indeling beleidslijn</vet></al><al>Hoofdstuk 1 Algemeen Begripsomschrijving en toepassing</al><al>Hoofdstuk 2 Beschikkingen </al><lijst><li nr="2.1."><al> Aanvragen van exploitatievergunningen (horeca, speelautomatenhal, coffeeshop en seksbedrijf)</al></li></lijst><lijst><li nr="2.2"><al>Aanvragen van overige vergunningen (evenementen, vechtsportgala, vuurwerkverkoop, splitsing en onttrekking woonruimte)</al></li><li nr="2.3"><al>Aanvragen van omgevingsvergunningen bouw</al></li><li nr="2.4"><al>Aanvragen van omgevingsvergunningen milieu</al></li><li nr="2.5"><al>Reeds verleende beschikkingen</al></li></lijst><al>Hoofdstuk 3 Privaatrechtelijke </al><lijst><li nr="3.1."><al>Aanbestedingen</al></li></lijst><al>transacties</al><lijst><li nr="3.2"><al>Vastgoedtransacties</al></li></lijst><lijst><li nr="3.3"><al>Verhuur van onroerend goed</al></li></lijst><lijst><li nr="3.4"><al>Verkoop van vastgoed</al></li><li nr="3.5"><al>Gronduitgifte</al></li></lijst><al>Hoofdstuk 4 Uitvoering</al><lijst><li nr="4.1"><al> Eigen onderzoek</al></li></lijst><lijst><li nr="4.2"><al>Niet (volledig) invullen Bibob vragenformulieren</al></li></lijst><lijst><li nr="4.3"><al>Informatieplicht</al></li><li nr="4.4"><al>Adviestermijn bij een beschikking</al></li></lijst><lijst><li nr="4.5"><al>Gevolgen van een Bibob-toets</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De definities in artikel 1, eerste lid van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidslijn;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze beleidslijn wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>rechtspersoon met een overheidstaak: de gemeente Oostzaan;</al></li><li nr="b."><al>bestuursorgaan: de burgemeester onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oostzaan alsmede degenen aan wie zij een mandaat hebben verleend tot besluitvorming bij beschikkingen;</al></li><li nr="c."><al>Apv: Algemeen plaatselijke verordening Oostzaan 2017;</al></li><li nr="d."><al>Amvb: Algemene maatregel van bestuur;</al></li><li nr="e."><al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="f."><al>RIEC: Regionaal Informatie en Expertise Centrum;</al></li><li nr="g."><al>het Bureau: het Landelijk Bureau Bibob;</al></li><li nr="h."><al>Bibob-toets: het onderzoek en de beoordeling door het bestuursorgaan en/of het Bureau of, en zo ja in hoeverre sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 3, artikel 4 en artikel 9 van de Wet Bibob;</al></li><li nr="i."><al>eigen onderzoek: het onderzoek door het bestuursorgaan of, en zo ja, in hoeverre sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 3, artikel 4 en artikel 9 van de Wet Bibob en de beoordeling of in de resultaten van dit onderzoek grond is gelegen voor de betrokkene een negatieve beslissing te nemen dan wel een advies bij het Bureau aan te vragen;</al></li><li nr="j."><al>handelaren (als bedoeld in artikel 437, eerste lid Wetboek van Strafrecht): opkopers en handelaren in gebruikte of ongeregelde goederen, platina, goud, zilver, edelstenen, uurwerken, kunstvoorwerpen, auto’s, motorfietsen, fietsen, foto-, film-, audio- en videoapparatuur en apparatuur van automatische registratie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 1.2 Toepassing beleidslijn</label></kop><al>Onderhavige beleidslijn is uitsluitend van toepassing op de toepassing van de Wet Bibob door de rechtspersoon met een overheidstaak en het bestuursorgaan. De Beleidslijn laat dus onverlet dat binnen de grenzen van de wet op andere wijze een integriteitstoets wordt uitgevoerd en dat de uitkomsten daarvan bij verdere besluitvorming worden betrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 1.3 Uitvoering Bibob-toets in afwijking van de beleidslijn</label></kop><al>Deze beleidslijn laat onverlet dat al dan niet in afwijking van de hierna volgende bepalingen tot uitvoering van een Bibob-toets kan worden besloten indien de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Publiekrechtelijke beschikkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 2.1 Exploitatie openbare inrichting, speelautomatenhal en, seksbedrijf, grow- smart- en headshop, Drank- en Horecawet en Wet op de Kansspelen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingeval een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 2:28 van de APV (exploitatievergunning openbare inrichting), artikel 3:4 van de APV (vergunning seksbedrijf), artikel 2:79 van de APV (vergunning grow-, smart-, en headshop) artikel 3, 27 en 30a van de Drank- Horecawet, artikel 30b Wet op de Kansspelen, zal het bestuursorgaan uitvoering geven aan een Bibob-toets indien:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>Sprake is van een nieuwe vestiging van een inrichting of bedrijf;</al></li><li nr="b."><al>Sprake is van een overname of wijziging van een exploitant van een coffeeshop, seksbedrijf en speelautomatenhal;</al></li><li nr="c."><al>Sprake is van een overname van overige als de in onder b vermelde inrichtingen, gedurende en/of na een bestuurlijke maatregel dan wel ten tijde van een onderzoek of aankondiging van een toezichthouder om een bestuurlijke maatregel te treffen;</al></li><li nr="d."><al>Een voorafgaande aanvraag door de vorige aanvrager is ingetrokken na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets;</al></li><li nr="e."><al>Een voorafgaande aanvraag na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets is geweigerd of buiten behandeling is gesteld op grond van:</al><lijst><li nr="-"><al>Eigen ambtelijke informatie, en/of</al></li><li nr="-"><al>Informatie verkregen van het Bureau, en/of</al></li><li nr="-"><al>Informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of</al></li><li nr="-"><al>Vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip)</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>Vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden</al><lijst><li nr="-"><al>in de persoon van de aanvrager, en/of</al></li><li nr="-"><al> met hem in verband te brengen personen zoals onder meer de personen die </al></li><li nr="-"><al> direct of indirect leiding geven, en/of </al></li><li nr="-"><al> direct of indirect zeggenschap uitoefenen, en/of </al></li><li nr="-"><al> direct of indirect vermogen verschaffen aan de betreffende activiteiten, en/of </al><al> onderneming of dat in het verleden hebben gedaan, en/of </al></li><li nr="-"><al> over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. </al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al>Het bestuursorgaan kan in dit verband (vermeld onder f) in ieder geval actief navraag doen binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde partners.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het vorige lid zal het bestuursorgaan ten aanzien van para commerciële instellingen als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet (zoals een kantine van een sportvereniging of een buurthuis) in beginsel uitsluitend uitvoering geven aan een Bibob-toets indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel1, eerste lid, sub f van deze beleidsregel.</al><al/><al><onderstreept>Toelichting</onderstreept></al><al><vet>Horeca-inrichtingen</vet></al><al>Het Bibob-instrumentarium is in de afgelopen jaren het meest ingezet in relatie tot de horecasector. Dit heeft er toe geleid dat binnen de vakafdeling veel expertise is opgebouwd ten aanzien van deze sector. Op basis van deze expertise is het mogelijk om de Wet Bibob gericht in te zetten. Het college acht het derhalve niet proportioneel om iedere paracommerciële inrichting (vereniging, stichting en kerkgenootschap) die een Drank- en Horecavergunning aanvraagt te toetsen op de basis van de Wet Bibob.</al><al/><al><vet>Speelautomatenhallen</vet></al><al>In de speelautomatenverordening Oostzaan is de Bibob-toets niet opgenomen. Op grond van artikel 2.1 lid b van de beleidsregels is het wel mogelijk om een Bibob toets uit te voeren als er een bestaand bedrijf wordt overgenomen.</al><al><cursief>Coffeeshops</cursief> (<cursief>smart-, head- en growshops)</cursief></al><al>Op dit moment beschikt de gemeente Oostzaan niet over een coffeeshop. Mocht zich echter de situatie voordoen dat een coffeeshop zich wil vestigen in Oostzaan, zal aangesloten worden bij de landelijke richtlijn van het ministerie van Veiligheid &amp; Justitie om de komende 5 jaar alle aanvragen of beschikkingen voor coffeeshops te toetsen aan de Wet Bibob </al><al/><al><vet>Seksbedrijven</vet></al><al>Seksbedrijven zijn een kwetsbare branche gezien de mogelijke relatie met mensenhandel en uitbuiting. Indien een seksbedrijf zich in Oostzaan wenst te vestigen zal de betreffende aanvraag derhalve worden getoetst aan de Wet Bibob.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel> Vergunning evenement, vuurwerkverkoop, splitsing en onttrekking van woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Ingeval van een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 2:25 van de APV (evenementenvergunning), artikel 2:72 van de APV (vuurwerkverkoopvergunning), artikel 3.2.1. van de Huisvestingsverordening Oostzaan (vergunning voor onttrekking van woonruimte aan de woonfunctie en vergunning tot splitsing gebouw met woonfunctie) zal het bestuursorgaan in beginsel uitvoering geven aan een Bibob-toets indien op grond van:</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>eigen ambtelijke informatie, en/of</al></li><li nr="-"><al>Informatie verkregen van het Bureau, en/of</al></li><li nr="-"><al>Informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of</al></li><li nr="-"><al>Vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip) </al><al/><al>Vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager, en/ofmet hem in verband te brengen personen zoals onder meer de personen die direct of indirect leiding geven, en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden hebben gedaan, en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering</al><al/><al>Het bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval actief navraag doen binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde partners.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het vorige lid zal het bestuursorgaan ingeval van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 van de APV in ieder geval een Bibob-toets uitvoeren indien de aanvraag betrekking heeft op een vechtsportgala.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zal het bestuursorgaan ingeval van een aanvraag als bedoeld in artikel 2:72 van de APV in ieder geval een Bibob-toets uitvoeren indien sprake is van een nieuwe vestiging of overname van een vuurwerkverkooppunt dan wel een wijziging van de bedrijfsstructuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voorts uitvoering geven aan een Bibob-toets indien de aanvraag van een vergunning betrekking heeft op een risicocategorie of risicogebied dat als zodanig is aangewezen en bekend gemaakt.</al><al/><tussenkop>Toelichting</tussenkop><tussenkop>Vechtsportgala’s</tussenkop><al>Een vechtsportgala betreft een vechtsportevenement met een galakarakter. Er zijn sterke aanwijzingen dat de georganiseerde criminaliteit invloed heeft op de organisatie van dit type evenementen. Aanvragen voor vechtsportevenementen met een toernooikarakter waarbij de nadruk ligt op de uitoefening van sport en de organisator is aangesloten bij het NOC*NSF worden niet standaard getoetst aan de Wet Bibob.</al><tussenkop><vet>Vuurwerkverkoop</vet></tussenkop><al>De vuurwerkverkoopbranche kan als potentieel criminogeen (misdaad bevorderend) worden aangemerkt aangezien er in korte tijd veel geld wordt verdiend.</al><tussenkop><vet>Splitsingen en onttrekkingen van woningen</vet></tussenkop><al>De uitbreiding van het toepassingsbereik van de Wet Bibob met de huisvestingswetvergunningen is </al><al>tot stand gekomen om problematiek rondom fraude met vastgoed, met name huisjesmelkers, aan te </al><al>pakken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Omgevingsvergunning bouw</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingeval  van een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 2.1,  eerste lid, aanhef en onder a van de Wabo zal het bestuursorgaan in  beginsel uitvoering geven aan een Bibob-toets indien één of meer van de  volgende criteria op de aanvraag van toepassing is</al><lijst><li nr="a."><al> De aanvraag heeft betrekking op een bouwsom hoger dan € 750.000,--;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> De aanvraag heeft betrekking op één of meer van de volgende risicocategorieën:</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>horeca- en seksbedrijven, coffeeshops en speelautomatenhallen</al></li><li nr="-"><al>smart-, head- en growshops</al></li><li nr="-"><al>sportscholen en fitnesscentra</al></li><li nr="-"><al>wellnessbranche (massage- en beautysalons, nagel- en zonnebankstudio’s)</al></li><li nr="-"><al>autobranche (autohandel, garages, lease- en verhuurbedrijven en autodemontage)</al></li><li nr="-"><al>opkopers en handelaren in gebruikte of ongeregelde goederen en belwinkels</al></li><li nr="-"><al>verblijfsinrichtingen</al></li><li nr="-"><al>een andere risicocategorie die door het bestuursorgaan als zodanig is aangewezen en bekend gemaakt.</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al> De  aanvraag betrekking heeft op één of meer risicogebieden die door het  college van burgemeester en wethouders kan worden aangewezen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval  van een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 2.1,  eerste lid, aanhef en onder a van de Wabo zal het bestuursorgaan voorts  in beginsel uitvoering geven aan een Bibob-toets indien op grond van:</al><lijst><li nr="-"><al>Eigen ambtelijke informatie, en/of</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Informatie verkregen van het Bureau, en/of</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip)</al><al/><al> Vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager, en/of met hem in  verband te brengen personen zoals onder meer de personen die direct of  indirect leiding geven en/of indirect zeggenschap uitoefenen en/of  direct of indirect vermogen verschaffen aan de betreffende activiteiten  en/of onderneming of dat in het verleden hebben gedaan en/of over de  organisatiestructuur en/of wijze van financiering. </al></li></lijst><al/><al>Het  bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval actief navraag doen  binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde partners.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In  afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid zal het  bestuursorgaan in beginsel geen uitvoering geven aan een Bibob-toets  indien de aanvraag voor een beschikking als bedoeld in het eerste lid  afkomstig is van (semi-)overheidsinstanties, toegelaten  woning(bouw)corporaties als bedoeld in artikel 70 Woningwet dan wel een  door het college bij (specifiek) besluit aangewezen aanvrager.</al><al/><al><onderstreept>Toelichting</onderstreept></al><al>Uitgangspunt is dat een Bibob-toets bij elke aanvraag plaatsvindt. Daarbij is van belang dat het gaat om de gevallen waarin sprake is van een financiële investering van redelijke omvang dan wel het</al><al>betrokken bouwwerk op enigerlei wijze een faciliterende rol kan vervullen in bedrijfsmatige activiteiten die een vergoot risico in zich hebben voor criminele invloeden. De benoemde risicocategorieën en -gebieden zijn niet uitputtend en kunnen, indien nieuwe ontwikkelingen daar aanleiding toe geven, door het bestuursorgaan worden aangepast. De aanvrager van een omgevingsvergunning bouw is vaak slechts een schakel bij deze zaak gebonden vergunning. Het is </al><al>gebruikelijk dat anderen dan de toekomstige eigenaar of gebruiker een omgevingsvergunning bouw aanvragen (bijvoorbeeld de architect of projectontwikkelaar). Door het zaak gebonden karakter van </al><al>de vergunning kunnen minder bonafide personen buiten schot blijven. Bovendien is de omgevingsvergunning bouw na verlening eenvoudig over te dragen. Daarom is het Bibob-instrumentarium ook van toepassing op degene die op grond van feiten en omstandigheden </al><al>redelijkerwijs met een aanvrager gelijk kan worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.4 Omgevingsvergunning milieu</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>ingeval van een aanvraag</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>voor  een beschikking als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder  e van de Wabo die betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in  artikel 1.1, eerste lid van die wet (omgevingsvergunningen inrichtingen  Wet Milieubeheer) en die behoort tot de afval- en/of vuurwerkbranche of</al></li><li nr="b."><al>voor  een beschikking als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder  1 van de Wabo die betrekking heeft op een activiteit waarvoor bij Amvb  op grond van artikel 2.17 van de Wabo is bepaald dat de beschikking in  het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 Wet Bibob kan  worden geweigerd (omgevingsvergunning beperkte milieutoets) en waarbij  sprake is van de onder de categorie afvalstoffen vermelde activiteiten  autodemontage, banden van voertuigen, kunststofafval, medisch- en  hygiënisch afval, mengen van afval in de betonindustrie en/of schroot;</al><al> zal het bestuursorgaan in beginsel uitvoering geven aan een Bibob-toets indien op grond van</al><lijst><li nr="-"><al>Eigen ambtelijke informatie, en/of</al></li><li nr="-"><al>Informatie verkregen van het Bureau, en/of</al></li><li nr="-"><al>Informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of</al></li><li nr="-"><al>Vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip)</al><al/><al>  Vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de  aanvrager en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer  de personen die direct of indirect leiding geven en/of indirect  zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan  de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden  hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van  financiering. </al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al/><al>Het  bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval actief navraag doen  binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde partners.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien  een aanvraag als bedoeld in het eerste lid aanhef en onder a of b  betrekking heeft op een andere branche dan genoemd in het eerste lid  onder a respectievelijk een andere activiteit dan genoemd in het eerste  lid onder b zal het bestuursorgaan alleen overgaan tot het uitvoeren van  een Bibob-toets indien sprake is van een OM-tip dan wel sprake is van  bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld een vervolging of ernstige  verdenking).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In  afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid zal het  bestuursorgaan in beginsel geen uitvoering geven aan een Bibob-toets  indien de aanvraag voor een beschikking als bedoeld in het eerste lid  afkomstig ia van (semi-)overheidsinstanties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5 Reeds verleende beschikkingen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Ingeval van een reeds verleende beschikking kan het bestuursorgaan uitvoering geven aan een Bibob-toets indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de  reeds verleende beschikking betrekking heeft op een risicocategorie of  risicogebied dat als zodanig is aangewezen en bekend gemaakt.</al></li><li nr="b."><al>op grond van:</al><lijst><li nr="-"><al>Eigen ambtelijke informatie, en/of</al></li><li nr="-"><al>Informatie verkregen van het Bureau, en/of</al></li><li nr="-"><al>Informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of</al></li><li nr="-"><al>Vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip)</al><al/><al>  Vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de  aanvrager en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer  de personen die direct of indirect leiding geven en/of indirect  zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan  de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden  hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van  financiering. </al><al/><al>Het  bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval actief navraag doen  binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde partners.</al><al/></li></lijst></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>bekend  wordt, dat tegen betrokkene in een andere gemeente bij een Bibob-toets  een ernstig gevaar is geconstateerd en aan betrokkene alhier een  soortgelijke beschikking is verstrekt. In geval aan betrokkene meerdere  gemeenten binnen het samenwerkingsverband RIEC eerder al een beschikking  is verleend, wordt het RIEC verzocht om de Bibob-toets te coördineren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.6 Subsidies</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingeval  van een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in de  Subsidieverordening Oostzaan of een reeds verleende subsidie kan het  bestuursorgaan uitvoering geven aan een Bibob-toets indien op grond van:</al><lijst><li nr="-"><al>Eigen ambtelijke informatie, en/of</al></li><li nr="-"><al>Informatie verkregen van het Bureau, en/of</al></li><li nr="-"><al>Informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of</al></li><li nr="-"><al>Vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip)</al><al/><al>  Vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de  aanvrager en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer  de personen die direct of indirect leiding geven en/of indirect  zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan  de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden  hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van  financiering. Het bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval  actief navraag doen binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde  partners.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het  bestuursorgaan kan voorts uitvoering geven aan een Bibob-toets indien  de aanvraag of een reeds verleende subsidie betrekking heeft op een  risicogebied of een bepaald type subsidie dat als zodanig is aangewezen  en bekend gemaakt.</al><al/><al><onderstreept>Toelichting</onderstreept></al><al>In de subsidieverordening Oostzaan staat vermeld dat op grond van de Wet Bibob een extra mogelijkheid bestaat om, naast de in de verordening en de Awb genoemde mogelijkheden, subsidies te weigeren of verleende subsidies in te trekken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 3: Privaatrechtelijke transacties</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 3.1 Aanbestedingen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De  rechtspersoon met een overheidstaak kan een Bibob-toets uitvoeren met  betrekking tot alle overheidsopdrachten in de zin van de Europese  aanbestedingsrichtlijn of de Aanbestedingswet voor zover deze vallen  binnen een krachtens artikel 5 Wet Bibob aangewezen sector.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechtspersoon met een overheidstaak kan in ieder geval een Bibob-toets uitvoeren indien op grond van:</al><lijst><li nr="-"><al>Eigen ambtelijke informatie, en/of</al></li><li nr="-"><al>Informatie verkregen van het Bureau, en/of</al></li><li nr="-"><al>Informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of</al></li><li nr="-"><al>Vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip)</al><al/><al>  Vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de  aanvrager en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer  de personen die direct of indirect leiding geven en/of indirect  zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan  de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden  hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van  financiering. Het bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval  actief navraag doen binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde  partners.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De  rechtspersoon met een overheidstaak kan in iedere fase van een  aanbesteding ter zake een overheidsopdracht als in het eerste lid van  dit artikel bedoeld, een Bibob-toets uitvoeren. Derhalve kunnen aan een  Bibob-toets worden onderworpen zowel degenen die de rechtspersoon met  een overheidstaak voornemens is te selecteren tot een volgende fase van  de aanbesteding, dan wel degene(n) aan wie de rechtspersoon met een  overheidstaak voornemens is de betreffende overheidsopdracht te gunnen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De  rechtspersoon met een overheidstaak kan ook na gunning van een  overheidsopdracht als bedoeld in lid 1 van dit artikel besluiten een  Bibob-toets uit te voeren. Daartoe zal in de betreffende aanbestede  (concept)overeenkomst(en) een nadere bepaling kunnen worden opgenomen.  Die bepaling heeft als strekking dat de overeenkomst zal kunnen worden  ontbonden door het bestuursorgaan indien (alsnog) feiten of  omstandigheden in relatie tot het bedrijf op de persoon als  opdrachtgever bekend zijn geworden die, ware deze bekend geweest vóór  het tot stand komen van de overeenkomst, aanleiding zouden zijn geweest  om de opdrachtnemers uit te sluiten van verdere deelname aan de  aanbesteding. De rechtspersoon met overheidstaak kan in het hiervoor  bedoelde geval besluiten niet tot ontbinding over te gaan indien zij van  oordeel is dat uit de Bibob-toets gebleken mate van gevaar in voldoende  mate valt te reduceren door het stellen van (nadere)  uitvoeringsvoorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3.2. Vastgoedtransacties</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij  de start van elke onderhandeling over het aangaan van een  vastgoedtransactie, zal de rechtspersoon met een overheidstaak de  wederpartij er van in kennis stellen dat een Bibob-toets deel kan  uitmaken van de procedure.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De  rechtspersoon met een overheidstaak kan in ieder geval een Bibob-toets  uitvoeren alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een  vastgoedtransactie indien voorafgaand of tijdens de onderhandelingen  met een wederpartij op grond van:</al><lijst><li nr="-"><al>Eigen ambtelijke informatie, en/of</al></li><li nr="-"><al>Informatie verkregen van het Bureau, en/of</al></li><li nr="-"><al>Informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of</al></li><li nr="-"><al>Vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip)</al><al/><al>  Vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de  aanvrager en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer  de personen die direct of indirect leiding geven en/of indirect  zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan  de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden  hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van  financiering. Het bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval  actief navraag doen binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde  partners.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien  is besloten tot uitvering van een Bibob-toets neemt de rechtspersoon  met een overheidstaak geen definitief besluit tot het aangaan van een  vastgoedtransactie totdat de Bibob-toets volledig is afgerond.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Omstandigheden  die kunnen maken dat de rechtspersoon met een overheidstaak afziet van  het uitvoeren van een Bibob-toets zijn onder meer:</al><lijst><li nr="a."><al>De omstandigheid dat de vastgoedtransactie de aankoop van onroerende zaken door de gemeente betreft;</al></li><li nr="b."><al>De  omstandigheid dat de vastgoedtransacties wordt aangegaan met  overheidsinstanties, semi-overheidsinstanties, schoolbesturen, een op  grond van artikel 70 Woningwet toegelaten woning(bouw)corporatie en/of  door het college bij (specifiek) besluit aangewezen betrokkenen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ingeval  van een overheidsopdracht als bedoeld in artikel 3.2 waarvan een of  meer vastgoedtransacties deel uitmaken kan de rechtspersoon met een  overheidstaak een Bibob-toets uitvoeren indien aan één of meer van de in  dit hoofdstuk (aanbestedingen en/of vastgoedtransacties) genoemde  criteria is voldaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3.3 Verhuur van onroerend goed en het verlenen van een gebruiksrecht</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd  het bepaalde in artikel 3.2. zal voorafgaand aan een vastgoedtransactie  met als doel de verhuur van onroerend goed door de rechtspersoon met  een overheidstaak dan wel het verlenen van een gebruiksrecht, in ieder  geval aanleiding kunnen bestaan voor het uitvoeren van een Bibob-toets  indien sprake is van verhuur in de risicocategorieën en/of  risicogebieden als bedoeld in artikel 2.3 lid 1 van deze beleidslijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd  het bepaalde in artikel 3.2 kan de rechtspersoon met een overheidstaak  in huur- en verhuurovereenkomsten met betrekking tot een onroerende zaak  een beëindigingsclausule opnemen als bedoeld in artikel 5a, sub b van  de Wet Bibob. De rechtspersoon met een overheidstaak zal zo nodig in  plaats van instemming met een contractovername, een nieuwe  huurovereenkomst sluiten met een opvolgende huurder zodat bedoelde  beëindigingsclausule kan worden opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3.4 Verkoop van onroerend goed</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd  het bepaalde in artikel 3.2 zal voorafgaand aan een vastgoedtransactie  met als doel de verkoop van vastgoed door de rechtspersoon met een  overheidstaak, in ieder geval aanleiding kunnen bestaan voor het  uitvoeren van een Bibob-toets indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de aankoopsom/bieding ongebruikelijk is vergeleken met de waardering van het vastgoedobject, en/of</al></li><li nr="b."><al>de partij die het vastgoedobject wil kopen beschikt over een snel groeiend vastgoedportfolio, en/of</al></li><li nr="c."><al>de  partij die het vastgoedobject wil kopen recent is opgericht al dan niet  met een opmerkelijke- of verdachte exploitatie, en/of;</al></li><li nr="d."><al>sprake is van de verkoop van bedrijfsmatig onroerend goed en/of;</al></li><li nr="e."><al>sprake is van de verkoop van meerdere objecten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor  alle inschrijvingen en tenders geldt dat een Bibob-toets deel kan  uitmaken van de procedure. In aanvulling op deze bepaling zal de  rechtspersoon met een overheidstaak dit ook bij de inschrijving en  tenders vermelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3.5 Gronduitgifte</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd  het bepaalde in artikel 3.1 zal voorafgaand aan een vastgoedtransactie  met als doel de uitgifte van grond door de rechtspersoon met een  overheidstaak, in ieder geval aanleiding kunnen bestaan voor het  uitvoeren van een Bibob-toets indien vragen bestaan over onder meer:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de bieding in relatie tot de waardering van de grond en/of;</al></li><li nr="b."><al>de financiering van de vastgoedtransactie en/of de contractspartij;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De  omstandigheid dat een gronduitgifte betrekking heeft op een  bedrijventerrein maakt dat de rechtspersoon met een overheidstaak eerder  zal besluiten een Bibob-toets uit te voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De  omstandigheid dat een gronduitgifte veelal wordt gevolgd door een  omgevingsvergunning bouw maakt dat de rechtspersoon met een  overheidstaak voorafgaand aan een vastgoedtransactie met als doel de  uitgifte van grond, een Bibob-toets kan uitvoeren als voldoende  aannemelijk is dat zich één van de situaties zoals genoemd in artikel  2.3 lid 1 voordoet of zal gaan voordoen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Omstandigheden  die kunnen maken dat de rechtspersoon met een overheidstaak afziet van  het uitvoeren van een Bibob-toets zijn als de vastgoedtransactie  betrekking heeft op de uitgifte van grond:</al><lijst><li nr="a."><al>aan particulieren ten behoeve van tuinuitbreidingen;</al></li><li nr="b."><al>aan verenigingen van eigenaren voor het gebruik als groenvoorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>ten behoeve van de aanleg van kabels en leidingen voor het transport van gas, (afval)-water, elektra en datacommunicatie;</al></li><li nr="d."><al>ten behoeve van de realisatie van kleinschalige voorzieningen, zoals transformatorhuisjes en zendmasten.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Toelichting</onderstreept></al><al>Het toepassen  van de Wet Bibob op vastgoedtransacties, waarbij de overheid partij is,  betreft een uitbreiding zoals vermeld in de gewijzigde Wet Bibob. De  vastgoedsector is in zijn algemeenheid krachtig en betrouwbaar, maar op  onderdelen ernstig kwetsbaar voor criminele invloeden. De gemeente is  als privaatrechtelijke partij betrokken bij vastgoedtransacties van  onroerende goederen en gronden met andere partijen zoals bouw- en  vastgoedbedrijven, vastgoedontwikkelaars, woningcorporaties, bedrijven  en ook particulieren. Het college acht het niet noodzakelijk om alle  vastgoedtransacties, waarbij de gemeente partij is, te toetsen op grond  van de Wet Bibob. Dit is in lijn met het uitgangspunt dat er een balans  dient te zijn tussen de inzet van het Bibob-instrumentarium en het  mogelijk maken van investeringen en het verminderen van regeldruk. De  Bibob-toets kan plaatsvinden in het geval van verhuur, verkoop, of het  bezwaren met beperkte gebruiksrechten van vastgoed en/of gronden door de  gemeente. Een Bibob-toets zal doorgaans niet plaatsvinden in geval van  aankoop van vastgoed en/of gronden door de gemeente.</al><al>Contractsvrijheid</al><al>Vanwege de  contractvrijheid kunnen onderhandelingen ook worden afgebroken indien  geen sprake is van een ernstig gevaar. Hiervan is bijvoorbeeld sprake  als in de fase van het eigen onderzoek voldoende feiten blijken die  duiden op een integriteitsrisico, wanneer de betrokkene weigert om een  Bibob-vragenlijst (volledig) in te vullen of aanvullende vragen te  beantwoorden of het Bureau concludeert dat sprake is van geen of een  mindere mate van gevaar maar er naar het oordeel van de gemeente wel een  integriteitsrisico bestaat.</al><al>Onder een  integriteitsrisico kan worden verstaan dat sprake is van feiten en  omstandigheden die er op wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat  betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten of er een gevaar  bestaat voor aantasting van de reputatie van de gemeente door het  aangaan van een vastgoedtransactie. Dit zal per geval zorgvuldig worden  afgewogen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 4: Uitvoering</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 4.1 Onderzoek</label></kop><al>Een toetsing  aan de Wet Bibob geldt in beginsel als een uiterst middel om de  integriteit van een betrokken (rechts)persoon te controleren. Hierbij  moet het bestuursorgaan/de rechtspersoon met een overheidstaak de eisen  van subsidiariteit en proportionaliteit in acht nemen. Deze eisen  brengen mee dat het bevoegd gezag eerst gebruik moet maken van de eigen  instrumenten.</al><al>Indien op  grond van deze beleidslijn een Bibob-toets wordt uitgevoerd, zal  betrokkene de Bibob-vragenformulieren dienen in te vullen en in te  leveren bij het bestuursorgaan of bij de rechtspersoon met een  overheidstaak. Deze formulieren zijn op grond van artikel 30, lid 5 bij  ministeriële regeling vastgesteld. Daarbij dienen ook de documenten te  worden gevoegd, die in de vragenformulieren zijn vermeld en/of bij de  uitreiking van de formulieren door of namens het  bestuursorgaan/rechtspersoon met een overheidstaak zijn genoemd.</al><al>Het onderzoek naar het zich voordoen van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob bestaat uit twee fases:</al><al/><al>Fase 1: het eigen onderzoek</al><al>Het onderzoek behelst in ieder geval de controle en analyse van:</al><lijst><li nr="-"><al>de  door de aanvrager/houder van de vergunning aangereikte  informatie/documenten bij de Bibob-vragenformulier(en) (inclusief  bijlagen) en de door hem/haar daarbij aangeleverde documenten;</al></li><li nr="-"><al>eventuele extra, op verzoek van het bevoegd gezag, door de aanvrager/houder overgelegde documenten of informatie;</al></li><li nr="-"><al>open  en gesloten bronnen onderzoek (zoals Kamer van Koophandel, Kadaster,  justitiële en strafvorderlijke gegevens, politiegegevens etc.).</al></li></lijst><al/><al>Fase 2: een adviesaanvraag bij het Bureau</al><al>Aanvullend op  de controle en analyse van de (extra) verstrekte informatie als  hiervoor genoemd, kan een advies bij het Bureau worden gevraagd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>na  het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over omstandigheden in de  persoon van de aanvrager, gegadigde of wederpartij en/of daarmee in  verband te brengen derden als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de  Wet Bibob;</al></li><li nr="b."><al>na  het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de bedrijfsstructuur  van de aan de betreffende beschikking, overheidsopdracht of  vastgoedtransactie te verbinden onderneming(en);</al></li><li nr="c."><al>na  het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de financiering van de  aan de betreffende beschikking, overheidsopdracht of vastgoedtransactie  te verbinden activiteiten;</al></li><li nr="d."><al>de  officier van justitie het bestuursorgaan/de rechtspersoon met een  overheidstaak, de tip geeft of heeft gegeven om in een bepaalde zaak een  Bibob-advies aan te vragen;</al></li><li nr="e."><al>het  Bureau het bestuursorgaan/de rechtspersoon met een overheidstaak  desgevraagd bericht als bedoeld in artikel 11a van de wet Bibob;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.2 Niet (volledig) invullen Bibob-vragenformulieren</label></kop><al>Het  bestuursorgaan kan een aanvraag buiten behandeling stellen ingeval van  het niet dan wel niet volledig invullen van het Bibob-vragenformulier  mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad het Bibob-vragenformulier  alsnog (volledig) in te vullen (artikel 4:5 van de Algemene wet  bestuursrecht). Ook ingeval van een (voorgenomen) privaatrechtelijke  transactie kan het bestuursorgaan onderhandelingen afbreken ingeval van  het niet dan wel niet volledig invullen van het Bibob-vragenformulier  mits de (beoogde) contractpartij de gelegenheid heeft gehad het  Bibob-vragenformulier alsnog (volledig) in te vullen.</al><al>Indien sprake  is van een situatie als bedoeld in artikel 30, derde lid van de Wet  Bibob kan het bestuursorgaan/rechtspersoon met een overheidstaak ingeval  van het niet dan wel niet volledig invullen van het  Bibob-vragenformulier, na mogelijkheid van herstel, een verleende  beschikking intrekken, dan wel een privaatrechtelijke overeenkomst  opschorten of ontbinden en/of een rechtshandeling inzake een  vastgoedtransactie beëindigen (artikel 4 Wet Bibob).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.3 Informatieplicht</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het  bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak informeert  betrokkene schriftelijk over een adviesaanvraag aan het Bureau.  Betrokkene wordt daarbij gewezen op de opschorting van de beslistermijn  als bedoeld in artikel 31 van de Wet Bibob. Een afschrift van deze brief  wordt gevoegd bij het adviesverzoek aan het Bureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval  een van het Bureau ontvangen advies leidt tot het voornemen om een  gevraagde beschikking te weigeren dan wel een eerder verleende  beschikking in te trekken, een aanbesteding niet te gunnen dan wel de  overeenkomst te ontbinden of geen vastgoedtransactie aan te gaan dan wel  deze te beëindigen, wordt aan betrokkene een kopie van het  adviesrapport verstrekt. Betrokkene wordt daarbij door het  bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak gewezen op zijn  geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 28 van de Wet Bibob.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.4 Adviestermijn bij een beschikking</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien  de gemeente een advies aanvraagt bij het Bureau, wordt op grond van  artikel 31 van de Wet Bibob, de wettelijke termijn waarbinnen de  beschikking dient te worden gegeven, opgeschort voor de duur van de  periode die begint met de dag waarop het advies door het Bureau in  behandeling wordt genomen en eindigt met de dag waarop het advies is  ontvangen, met dien verstande dat deze opschorting niet langer duurt dan  de termijn, zoals genoemd in artikel 15 lid 1 van de Wet Bibob.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien  het Bureau het advies niet binnen de in lid 1 gestelde termijn kan  geven, heeft het de mogelijkheid om op grond van artikel 15, derde lid  van de Wet Bibob, de termijn te verlengen. Deze verlenging bedraagt niet  meer dan de termijn, genoemd in artikel 15 lid 3 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan informeert betrokkene onverwijld over een verlenging als bedoeld in het vorige lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De  verlening van de adviestermijn van het Bureau, alsmede eventuele  tijdelijke opschorting van de adviestermijn van het Bureau in gevallen  als bedoeld in artikel 15, tweede lid van de Wet Bibob kan leiden tot  een verdere opschorting van de wettelijke beslistermijn op de  beschikking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.5 Gevolgen van een Bibob-toets</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het  bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak kan overgaan  tot een negatief besluit op de aanvraag van een beschikking of de  intrekking van een beschikking, dan wel het niet aangaan van een  vastgoedtransactie of het beëindigen van een overeenkomst indien uit het  eigen onderzoek en/of een eventueel daarop afgegeven advies van het  Bureau blijkt, dat er sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in  artikel 3 van de Wet Bibob. Daarbij kan in geval van een inschrijving op  een overheidsopdracht, het geconstateerde ernstige gevaar dienen ter  versterking van een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de  Aanbestedingswet 2013.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien  het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak voornemens  is negatief te beschikken op de aanvraag op de beschikking dan wel  inschrijving op een overheidsopdracht of het aangaan van een  vastgoedtransactie wordt betrokkene in de gelegenheid gesteld daartegen  een zienswijze in te brengen. Het voorgaande is ook van toepassing  indien het bestuursorgaan of de rechtspersoon voornemens is de  beschikking in te trekken dan wel de overeenkomst te beëindigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het  bestuursorgaan kan bij een mindere mate van gevaar aan een beschikking  voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen  of beperken van dergelijk gevaar. De rechtspersoon met een  overheidstaak kan bij een mindere mate van gevaar extra voorwaarden  opnemen in de overeenkomst die zijn gericht op het wegnemen of beperken  van dergelijk gevaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het  bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak, die een  advies van het Bureau ontvangt, kan dit advies conform artikel 29 van de  Wet Bibob gedurende twee jaren gebruiken in verband met een andere  beslissing.                         </al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De Beleidslijn toepassing Wet Bibob Oostzaan 2017 treedt in werking op de eerste dag na publicatie in het digitale gemeenteblad. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 6 december 2016.</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>A.van den Assem R. Meerhof</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld door de burgemeester op 6 december 2016.</ondertekening><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>R.Meerhof</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>