<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR463626_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsnotitie overige beleidsregels WWB 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Reusel-De Mierden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-08-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Reusel-De Mierden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">D'n Uitkijk, 08-10-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsnotitie overige beleidsregels WWB 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 57</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-09-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-08-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-12-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B&amp;W 04-501</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsnotitie overige beleidsregels WWB 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Inleiding </label></kop><structuurtekst><al>Naast de beleidsvrijheid van de gemeenten die is of wordt geregeld via
                            verordeningen (o.a. reïntegratieverordening, afstemmingsverordening) en
                            beleidsnotities (o.a. langdurigheidstoeslag, minimabeleid) biedt de Wet
                            wet en bijstand (WWB) ook op een aantal specifieke onderdelen
                            beleidsvrijheid aan de gemeenten. Omdat deze onderdelen geen directe
                            relatie hebben met de onderwerpen van eerdergenoemde verordeningen en
                            notities, zijn deze samengebracht in deze notitie. Het betreft de
                            volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1)"><al>Noodzakelijke betalingen en bijstand in natura (artikel 57
                                    WWB)</al></li><li nr="2)"><al>Buiten beschouwing te laten middelen </al></li><li nr="3)"><al>Tijdstip betaling bijstand.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>1.Noodzakelijke betalingen en bijstand in natura (art. 57 WWB)</label></kop><structuurtekst><lijst><li nr=""><al>In sommige gevallen kan het noodzakelijk zijn om de eigen
                                        verantwoordelijkheid en zelfstandigheid van de cliënt met
                                        betrekking tot de besteding van de uitkering tijdelijk los
                                        te laten en een op de persoon toegesneden pakket van
                                        voorzieningen aan te bieden. Het doel daarbij moet zijn het
                                        zo spoedig mogelijk hervinden van de zelfstandigheid. </al><al>Artikel 57 WWB biedt daarvoor twee mogelijkheden:</al><lijst><li nr="·"><al>het opleggen van de verplichting tot
                                                budgetbeheer</al></li><li nr="·"><al>het verlenen van bijstand in natura. </al></li></lijst><al>In het algemeen zal om de volgende redenen worden besloten
                                        artikel 57 WWB toe te passen:</al><lijst><li nr="·"><al>de belanghebbende bevindt zich in een problematische
                                                schuldsituatie of dreigt daarin te geraken</al></li><li nr="·"><al>de belanghebbende schiet tekort in zelfredzaamheid
                                                en moet beschermd worden tegen (verder) afglijden in
                                                de maatschappij (dakloosheid, psychosociale
                                                problemen, verslaving).</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst><paragraaf><kop><label>1.1 Verplicht budgetbeheer</label></kop><structuurtekst><lijst><li nr=""><al>De mogelijkheid tot het opleggen van de verplichting tot
                                            budgetbeheer was ook al in de Algemene bijstandswet
                                            opgenomen (artikel 109 Abw). Bij de behandeling van de
                                            Abw in de Tweede Kamer was destijds bepaald dat deze
                                            mogelijkheid beperkt moest worden tot het doorbetalen
                                            van de noodzakelijke betalingen, zoals huur, energie,
                                            ziekenfonds en noodzakelijke aflossingen op schulden.
                                            Het restant moest aan de belanghebbende zelf beschikbaar
                                            worden gesteld. Verder moest er sprake zijn van
                                            bestaande of dreigende
                                                <onderstreept>problematische</onderstreept>
                                            schulden.</al><al>In de bijstandspraktijk is gebleken dat het toepassen
                                            van budgetbeheer ertoe kan leiden dat de primaire
                                            levensbehoeften veilig gesteld kunnen worden. Met het
                                            budgetbeheer kan bijvoorbeeld een huisuitzetting of
                                            afsluiting van de energievoorziening worden voorkomen.
                                            Bij schuldregelingen met verhuurders of energiebedrijven
                                            wordt dit ook vaak als eis gesteld. Aangezien
                                            budgetbeheer niet altijd in overleg met de cliënt tot
                                            stand kan worden gebracht, kan verplicht budgetbeheer
                                            nuttig zijn. Voorgesteld wordt daarom een beleidsregel
                                            vast te stellen die aansluit bij de uitvoeringspraktijk
                                            van artikel 109 Abw. Nadrukkelijk wordt hier gesteld dat
                                            in dat geval sprake moet zijn van bestaande of dreigende
                                            problematischeschulden. Het verplichte
                                            budgetbeheer beperkt zich verder tot het betalen van
                                            kosten waarmee de primaire levensbehoeften worden veilig
                                            gesteld. Het gaat daarom om betaling van de huur, de
                                            energielasten, de premie voor de ziektekostenverzekering
                                            en de aflossing op noodzakelijke schulden. Bij
                                            aflossingen op noodzakelijke schulden moet gedacht
                                            worden aan aflossingen op huurschulden, energieschulden
                                            en schuldregelingen voor het totale schuldenpakket. Bij
                                            deze schulden geldt immers ook dat door het niet
                                            aflossen de primaire levensbehoeften kunnen worden
                                            bedreigd.</al><al><cursief>Beleidsregel</cursief></al><al>Budgetbeheer wordt toegepast indien sprake is van
                                            bestaande of dreigende problematische schulden. Het
                                            budgetbeheer beperkt zich tot de kosten van huur,
                                            energie, ziektekosten en de aflossing op noodzakelijke
                                            schulden.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.2 Bijstand in natura</label></kop><structuurtekst><lijst><li nr=""><al>Bijstand in natura is een vorm van bijstand waarbij de
                                            uitkering geheel of gedeeltelijk niet in de vorm van
                                            geld, maar rechtstreeks in de vorm van goederen en/of
                                            diensten wordt verstrekt. De gemeente kan bijvoorbeeld
                                            fungeren als inkoper van goederen en diensten en die
                                            leveren aan de belanghebbende. Een voorbeeld hiervan is
                                            het voorzien in een slaapplaats voor een dak- of
                                            thuisloze. De met in natura verstrekkingen gemoeide
                                            kosten kunnen, zowel feitelijk als forfaitair, worden
                                            verrekend met de uitkering. Een afgeleide vorm van
                                            bijstand in natura is die waarbij de bijstand zelf in de
                                            vorm van een geldbedrag wordt toegekend en aan dat
                                            geldbedrag een bepaalde bestedingsverplichting wordt
                                            verbonden.</al><al>De mogelijkheid van bijstand in natura is nieuw en
                                            daarmee een verruiming van beleidsruimte voor gemeente.
                                            Er is weinig voorgeschreven voor de bijstand in natura:
                                            de invulling wordt geheel overgelaten aan de
                                            gemeenten.</al><al>Bovenstaande maatregelen gelden in algemene zin voor
                                            personen die aantoonbaar niet in staat zijn om zelf te
                                            voorzien in de algemene levensbehoeften. Daarbij kan
                                            bijvoorbeeld gedacht worden aan dak- en thuislozen of
                                            verslaafden.</al><al>Bijstand in natura kan o.a. bestaan uit:</al><lijst><li nr="1."><al>Woonruimte met gebruik van water, gas en
                                                  licht;</al></li><li nr="2."><al>Verzekeringen;</al></li><li nr="3."><al>Duurzame gebruiksgoederen;</al></li><li nr="4."><al>Kleding;</al></li><li nr="5."><al>Etenswaren.</al></li></lijst><al>Het uitgangspunt van de WWB is de eigen
                                            verantwoordelijkheid en verantwoordelijkheidsbesef. In
                                            dit kader strookt artikel 57 WWB niet helemaal met dit
                                            uitgangspunt. Toch zullen er belanghebbenden zijn
                                            waarvoor artikel 57 WWB een uitkomst is. De vraag is
                                            voor hoeveel cliënten het zinvol kan zijn artikel 57 WWB
                                            toe te passen. Het is duidelijk dat de tekst van dit
                                            artikel vooral in de WWB is opgenomen om de grotere
                                            steden een mogelijkheid te geven bepaald typische grote
                                            stedenproblemen aan te pakken. Zo kan met dit lid
                                            bijvoorbeeld aan een dakloze een slaapplaats en warme
                                            maaltijd worden aangeboden in plaats van geld
                                            beschikbaar te stellen voor deze doelen. In de praktijk
                                            blijkt immers dat daklozen met dusdanige problemen
                                            kampen dat het beschikbaar gestelde geld niet altijd aan
                                            het daarvoor gestelde doel wordt besteed.</al><al>In een kleine gemeente zullen deze problemen zich maar
                                            zeer zelden voordoen. Indien het noodzakelijk is
                                            bijstand in natura te verstrekken, dan kan op grond van
                                            artikel 57 daarvoor een individuele oplossing worden
                                            bedacht. Het is echter niet noodzakelijk daarvoor een
                                            algemene beleidslijn te formuleren.</al><al/><al><cursief>Beleidsstandpunt</cursief></al><al>Geen algemene beleidslijn voor bijstand in natura. In
                                            specifieke individuele gevallen kan eventueel wel
                                            gebruik worden gemaakt van deze mogelijkheid.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2. Buiten beschouwing te laten middelen</label></kop><structuurtekst><lijst><li nr=""><al>Niet al het vermogen dat een cliënt bezit dient te worden
                                        betrokken bij de middelentoets. De wet biedt mogelijkheden
                                        voor het buiten beschouwing laten van bepaalde
                                        vermogensbestanddelen. Het uitgangspunt daarbij is altijd
                                        dat het vermogen slechts buiten beschouwing wordt gelaten
                                        voor zover dit, gelet op de aard en de hoogte van de
                                        uitkering, uit een oogpunt van bijstandsverlening
                                        verantwoord is. Enkele voorbeelden van buiten beschouwing te
                                        laten middelen kunnen zijn:</al><al><vet>Goederen in natura</vet></al><al>In de WWB blijven bij de vermogensvaststelling in ieder
                                        geval buiten beschouwing goederen in natura die wat hun aard
                                        en waarde betreft algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet
                                        op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk
                                        zijn. Onder datgene wat algemeen gebruikelijk is, wordt
                                        bijvoorbeeld een normale woninginrichting verstaan. </al></li></lijst><al><vet>Auto </vet></al><al>Een auto wordt pas in de vermogensvaststelling meegenomen als de
                                waarde van de auto uitgaat boven het normbedrag van € 2.300,--. De
                                waarde van de auto is gelijk aan de inkoopprijs van de meest recente
                                ANWB/BOVAG-koerslijst. </al><al>Als de auto gelet op de omstandigheden van persoon of gezin
                                noodzakelijk is, dan mag hij in elk geval buiten beschouwing worden
                                gelaten. Dit zal zich in principe slechts voordoen bij een medische
                                noodzaak. Er is in ieder geval een medische noodzaak als op grond
                                van de WVG is vastgesteld dat de auto noodzakelijk is. </al><al><vet>Goederen met een persoonlijke emotionele betekenis</vet></al><al>Goederen met een persoonlijke emotionele betekenis, bijvoorbeeld
                                sieraden of erfstukken, kunnen in sommige gevallen buiten
                                beschouwing worden gelaten. In dat geval dient vastgesteld te worden
                                dat van de belanghebbende redelijkerwijs niet verwacht kan worden
                                dat het betreffende goed te gelde wordt gemaakt. </al><al>Indien er, naast het goed met een persoonlijke emotionele betekenis,
                                nog meer vermogensbestanddelen zijn, mag van de belanghebbende
                                verwacht worden dat voor zover mogelijk op de overige
                                vermogensbestanddelen wordt ingeteerd. Indien een alleenstaande
                                bijvoorbeeld een waardevol familiejuweel van € 2.500,-- heeft geërfd
                                en daarnaast beschikt over een banksaldo van € 7.000,--, dan mag
                                verwacht worden dat op het banksaldo wordt ingeteerd totdat de grens
                                van het bescheiden vermogen is bereikt. Voor het interen op het
                                vermogen is het immers niet noodzakelijk dat de het juweel wordt
                                verkocht. </al><al>Daarnaast geldt de algemene regel dat vermogen slechts buiten
                                beschouwing kan worden gelaten voor zover dit, gelet op de aard en
                                de hoogte van de uitkering, uit het oogpunt van bijstandsverlening
                                nog verantwoord is. Het buiten beschouwing laten van een waardevolle
                                verzameling (bijvoorbeeld munten, postzegels) of een uitgebreide
                                collectie sieraden zal om die reden meestal niet mogelijk zijn.</al><al>Als de waarde van deze waardevolle goederen in geld wordt uitgekeerd
                                na bijvoorbeeld brand of diefstal, dan wordt deze uitkering wél tot
                                de vermogensbestanddelen gerekend. Verder worden deze
                                vermogensbestanddelen alsnog tot het vermogen gerekend, indien de
                                belanghebbende toch besluit dit vermogen te gelde te maken. Achteraf
                                blijkt dan immers dat er onvoldoende reden was deze
                                vermogensbestanddelen buiten beschouwing te laten. </al><al><vet>Materiële schadevergoeding</vet></al><al>Bij een schadevergoeding die ontvangen wordt voor materiële schade
                                kun je denken aan brandschade. Als de uitkering die een cliënt
                                ontvangt bedoeld is voor het verloren zijn gegaan van zijn huis en
                                inrichting, dan wordt de volledige schadevergoeding buiten
                                beschouwing gelaten.</al><al>Als de waarde van waardevolle niet te vervangen goederen in geld
                                wordt uitgekeerd na bijvoorbeeld brand of diefstal, dan wordt deze
                                uitkering wél tot de vermogensbestanddelen gerekend.</al><al><vet>Immateriële schadevergoeding</vet></al><al>Een uitkering voor geleden immateriële schade wordt buiten
                                beschouwing gelaten voor zover dit, gelet op de aard en de hoogte
                                van de uitkering, uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord
                                is.</al><al>Vaak is het zo dat een gedeelte van een immateriële schadevergoeding
                                is bedoeld als een vergoeding voor misgelopen inkomen. Dit gedeelte
                                kan niet worden vrijgelaten omdat het bedoeld is ter voorziening in
                                de noodzakelijke kosten van het bestaan.</al><al>Soms wordt aangegeven waar de uitkering voor bedoeld is, maar
                                meestal wordt daarover niets bepaald. Het hangt van de individuele
                                omstandigheden van de cliënt af welk gedeelte van de immateriële
                                schadevergoeding wordt vrijgelaten. Zo is het van belang of een
                                cliënt nog kansen heeft om zelf middelen te verwerven of dat hij
                                aangewezen zal blijven op een bijstandsuitkering. Een cliënt kan
                                hoge kosten hebben in verband met een handicap, waarvoor de
                                schadevergoeding wordt ontvangen. Het is redelijk een extra gedeelte
                                van de schadevergoeding daarvoor vrij te laten.</al><al>Bij immateriële schadevergoedingen kan aan de volgende uitkeringen
                                worden gedacht:</al><al>·<cursief>Uitkeringen van het Schadefonds
                                    Geweldsmisdrijven.</cursief></al><al>Dit fonds doet in bepaalde schrijnende gevallen uitkeringen aan
                                mensen die zwaar lichamelijk letsel hebben geleden als gevolg van
                                een geweldsmisdrijf waarbij zij buiten hun schuld zijn betrokken.
                                Het karakter is een tegemoetkoming in schade die door letsel of
                                overlijden is veroorzaakt. </al><al>·<cursief>Uitkeringen van het Waarborgfonds
                                Motorverkeer.</cursief></al><al>Iedere benadeelde kan een beroep doen op het Waarborgfonds, indien
                                in Nederland de schade is ontstaan, veroorzaakt door:</al><lijst><li nr="–"><al>een onbekend gebleven motorrijtuigbestuurder, die is
                                        doorgereden na het ongeval; </al></li><li nr="–"><al>een niet-verzekerde motorrijtuigbestuurder; </al></li><li nr="–"><al>een bestuurder van een gestolen motorrijtuig, die wist dat
                                        het voertuig gestolen was (schade aan het gestolen
                                        motorrijtuig wordt niet vergoed); </al></li><li nr="–"><al>een motorrijtuig, verzekerd bij een failliete verzekeraar;
                                    </al></li><li nr="–"><al>een motorrijtuigbestuurder die op grond van gewetensbezwaren
                                        is vrijgesteld van de verplichting tot verzekering en met
                                        wie de schade niet of niet volledig geregeld kan worden.
                                    </al></li></lijst><al>Het recht op schadevergoeding is even hoog als het recht op
                                schadevergoeding op grond van aansprakelijkheid van de
                                bestuurder.</al><al>·<cursief>Uitkeringen van een voormalige werkgever.</cursief></al><al>Bij dergelijke uitkeringen is het van belang om te beoordelen welk
                                gedeelte is bedoeld om de gederfde inkomsten te compenseren en welk
                                gedeelte is bedoeld voor vergoeding van geleden immateriële schade.
                                Een ontbindingsuitkering is bedoeld om te voorzien in de
                                noodzakelijke kosten van het bestaan gedurende de periode na de
                                ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Er kan slechts sprake zijn
                                van een immateriële schadevergoeding als voldoende en ondubbelzinnig
                                blijkt dat de vergoeding een andere bestemming heeft dan te voorzien
                                in de noodzakelijke kosten van het bestaan.</al><al><cursief>Beleidsregel </cursief></al><al>De volgende middelen worden bij bijstandsverlening (bij algemene en
                                bijzondere bijstand) bij het bepalen van het vermogen buiten
                                beschouwing gelaten:</al><lijst><li nr=""><al>Goederen in natura die algemeen gebruikelijk zijn en die
                                        voor de belanghebbende noodzakelijk zijn;</al></li><li nr=""><al>Een auto met een waarde van minder dan € 2.300,-- ;</al></li><li nr=""><al>Min of meer onvervangbare goederen met emotionele
                                        waarde;</al></li><li nr=""><al>Materiële schadevergoeding voor noodzakelijke goederen;</al></li><li nr=""><al>Immateriële schadevergoeding die niet is bestemd voor de
                                        algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en niet
                                        bovenmatig hoog is.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>3. Tijdstip betaling bijstand</label></kop><structuurtekst><al>Op grond van artikel 73 lid 1 Abw moest de bijstand achteraf worden
                                betaald. Met achteraf werd hier bedoeld aan het eind van de maand.
                                Door de Minister van SZW is later aangegeven dat ook betalingen
                                omstreeks het einde van de maand (bijvoorbeeld rond de
                                25<sup>e</sup>) als betaling achteraf werden beschouwd.</al><al>Met de invoering van de WWB is de verplichting de bijstand achteraf
                                te betalen komen te vervallen. De gemeente kan dus besluiten de
                                bijstand bijvoorbeeld op de 1<sup>e</sup> van de betreffende maand
                                te voldoen. </al><al>Een voordeel van het vooruitbetalen zou kunnen zijn dat de cliënt
                                direct over de uitkering kan beschikken, zodat met deze uitkering de
                                noodzakelijke kosten van het bestaan in de betreffende maand kunnen
                                worden voldaan. Bij het ontbreken van middelen om de periode tot de
                                eerste betaling te overbruggen is het dan niet noodzakelijk een
                                overbruggingsregeling te treffen. Een belangrijk nadeel van
                                vooruitbetalen is echter dat de situatie van een cliënt in de loop
                                van een bepaalde maand kan wijzigen waardoor geen of minder recht
                                meer op bijstand bestaat. In dat geval blijkt achteraf dat de
                                uitkering ten onrechte is uitbetaald en dat een
                                terugvorderingsprocedure noodzakelijk is. Het terugvorderen van
                                uitkering leidt tot veel extra werk, terwijl aangenomen mag worden
                                dat deze situatie zich bij vooruitbetaling van de uitkering
                                regelmatig zal voordoen. </al><al>Uit het voorgaande wordt geconcludeerd dat de voordelen van het
                                vooruitbetalen niet opwegen tegen de nadelen. Daarnaast kan het
                                recht op bijstand over een bepaalde maand pas aan het eind van die
                                maand worden vastgesteld. Het is daarom de vraag of het
                                vooruitbetalen van de uitkering niet in strijd is met het beginsel
                                dat slechts bijstand wordt verleend aan personen die niet over
                                middelen beschikken om te kunnen voorzien in de algemene kosten van
                                het bestaan. </al><al>Beleidsregel </al><al>Omdat het recht op bijstand over een bepaalde periode pas achteraf
                                kan worden vastgesteld, wordt de algemene bijstand acheraf
                                betaald.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>