<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR461744_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Dronten houdende regels omtrent financiën Financiële verordening 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-08-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-142022.html">Gemeenteblad 2017, 142022</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=212">artikel 212 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-08-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B16.002774</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de <extref doc="1.1:CVDR384049_1">Financiële verordening gemeente Dronten 2016</extref>.</al><al>Deze regeling bevat de vroegst mogelijke datum van inwerkingtreding.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dronten, </al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van 8 november 2016, B16.002682</al><al/><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en de wijzigingen in wet- en
                        regelgeving over de financiële begroting en verantwoording van de
                        gemeente;</al><al/><al>gezien het advies van de commissie van 1 december 2016;</al><al/><al>overwegende dat de uitgangspunten voor het financiële beleid, de regels voor
                        het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie
                        dienen te worden vastgesteld;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>de volgende Financiële verordening 2017 vast te stellen: </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al>a. begroting:</al><al/><al>de programmabegroting waarin de raad de kaders vaststelt voor zowel het
                            beleid als de financiën, waarbij het beleidsdeel bestaat uit programma’s
                            en de paragrafen en het financiële deel uit een overzicht van baten en
                            lasten en de uiteenzetting van de financiële positie plus de
                            bijbehorende toelichtingen;</al><al/><al>b. administratie:</al><al/><al>het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken en verstrekken van
                            informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het
                            beheersen van (onderdelen van) de gemeentelijke organisatie en ten
                            behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;</al><al/><al>c. financiële administratie:</al><al/><al>het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en
                            verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van
                            (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Dronten, teneinde te
                            komen tot een goed inzicht in:</al><al/><lijst><li nr="•"><al>1. de financieel-economische positie;</al></li><li nr="•"><al>2. het financiële beheer;</al></li><li nr="•"><al>3. de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="•"><al>4. het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al><al/></li></lijst><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover;</al><al/><al>d. administratieve organisatie:</al><al/><al>de zorg voor het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van
                            gegevens, gericht op het verstrekken van informatie die nodig is voor
                            het besturen van (bedrijfs)processen en de verantwoording die daarover
                            moet worden afgelegd;</al><al/><al>e. financieel beheer: het geheel van taken en maatregelen voor het
                            opstellen, verwerken, vastleggen en controleren van verplichtingen,
                            uitgaven, rechten en inkomsten;</al><al/><al>f. rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                            regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en
                            collegebesluiten;</al><al/><al>g. doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo
                            beperkt mogelijke inzet van middelen;</al><al/><al>h. doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestatie en beoogde
                            maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden
                            behaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>1.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><titel>Kaderstellen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college biedt de raad uiterlijk 25 mei van het begrotingsjaar
                                een nota aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de
                                drie opvolgende jaren. In deze nota worden de bevindingen betrokken
                                uit de jaarstukken bedoeld in artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. De raad stelt deze nota, als zijnde een richtinggevend document
                                voor de programmabegroting, uiterlijk 31 juli vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. De raad stelt bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een
                                programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. De raad stelt per programma vast:</al><lijst><li nr="°"><al>a. de beoogde maatschappelijke effecten (outcome), wat
                                        willen we bereiken?</al></li></lijst><lijst><li nr="°"><al>b. de te leveren prestaties (output), wat gaan we daarvoor
                                        doen?</al></li></lijst><lijst><li nr="°"><al>c. de baten en lasten (input), wat mag het kosten?</al></li></lijst><lijst><li nr="°"><al>d. de taakvelden</al></li></lijst><lijst><li nr="°"><al>e. de betreffende verbonden partijen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>3. Bij de begroting wordt het overzicht van programma’s, algemene
                                dekkingsmiddelen, overhead en heffing vennootschapsbelasting
                                weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>4. Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking
                                tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren
                                prestaties. Het voorstel van het college bevat ten minste de
                                verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid,
                                onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>5. De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid, in de
                                programmabegroting vast.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>6. Het college biedt de begroting jaarlijks voor 1 oktober
                                voorafgaand aan het eerste dienstjaar van de programmabegroting aan
                                de raad aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven
                                van de toedeling van de producten uit de productraming aan de
                                programma's.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. De onderverdeling van producten naar de programma's staat voor de
                                raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen.
                                Wijzigingen worden bij de begroting expliciet vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Uitvoering</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                gegevens over de geleverde prestaties (output) en de
                                maatschappelijke effecten (outcome), zodat de doelmatigheid en
                                doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad,
                                kunnen worden getoetst.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>3. Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg
                                voor dat:</al><lijst><li nr="°"><al>a. de lasten en baten, door middel van kostentoerekening,
                                        eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de door het
                                        college vastgestelde productraming;</al></li><li nr="°"><al>b. de budgetten uit de productraming en kredieten voor
                                        investeringen passen binnen de kaders zoals geautoriseerd
                                        bij de vaststelling van de uiteenzetting van de financiële
                                        positie;</al></li><li nr="°"><al>c. de lasten van de producten niet dusdanig worden
                                        overschreden dat de realisatie van andere producten binnen
                                        hetzelfde programma onder druk komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>4. Het college kan budgetten tussen verschillende producten binnen
                                één programma verschuiven mits de afgesproken activiteiten binnen
                                het programma is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>5. Het college informeert de raad bij de eerstvolgende tussentijdse
                                rapportage of begroting wanneer dreigt dat een budget wordt
                                overschreden of dat beoogde doelstellingen niet worden
                                gerealiseerd.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>6. Het college legt de raad een begrotingswijziging met een
                                dekkingsvoorstel voor:</al><lijst><li nr="°"><al>a. met betrekking tot spoedeisende gevallen (onuitstelbaar
                                        en onvermijdelijk);</al></li><li nr="°"><al>b. voor inhoudelijke ontwikkelingen met financiële gevolgen
                                        die een aparte uitgebreide tussentijdse afweging vergen en
                                        die niet op een besluit kunnen wachten tot een begroting of
                                        tussentijdse rapportage;</al></li><li nr="°"><al>c. uiterlijk 1 december wanneer de realisering van de
                                        begroting daartoe aanleiding geeft (slotwijziging).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>7. Voor zover het de post onvoorzien incidenteel betreft kan het
                                college afwijken van artikel 5 lid 3. Het college dient hierbij de
                                gemeenteraad achteraf middels een financiële rapportage of
                                jaarrekening te informeren over de besteding van de budgetten van de
                                post onvoorzien incidenteel over de programma’s. Het college is
                                gemachtigd eenmalige uitgaven te doen tot een bedrag van € 15.000
                                per onderwerp ten laste van onvoorzien incidenteel. Bij de reguliere
                                financiële rapportages in de P&amp;C-cyclus wordt een actueel
                                overzicht van de post onvoorzien en de daarop gemaakte aanspraken
                                gegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Beheersing en Interne controle</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne
                                toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, waaronder
                                de output, en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij
                                afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. Het college draagt zorg voor het tegengaan van misbruik en
                                oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Rapportage en Verantwoording</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                rapportages (2 financiële rapportages waaronder 1 die ook het
                                karakter heeft van een bestuursrapportage) over de realisatie van de
                                begroting van de gemeente van het lopende boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. De tussentijdse rapportages wordt aan de raad ter behandeling
                                aangeboden in de maanden september en december.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>3. De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                programma-indeling van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>4. De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de baten
                                en de lasten (input), de geleverde prestaties (output) en indien
                                daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten (outcome). In
                                de rapportages wordt aandacht besteed aan afwijkingen van:</al><lijst><li nr="°"><al>a. inkomsten uit de algemene uitkering;</al></li><li nr="°"><al>c. resultaten uit grondexploitatie;</al></li><li nr="°"><al>d. de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>5. Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit,
                                nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                                bedenkingen ter kennis van het college te brengen voor zover het
                                betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen
                                inzake:</al><lijst><li nr="°"><al>a. investeringen groter dan € 500.000;</al></li><li nr="°"><al>b. aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan €
                                        500.000;</al></li><li nr="°"><al>c. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties
                                        groter dan € 500.000;</al></li><li nr="°"><al>d. nieuwe meerjarige verplichtingen waarvan de jaarlijkse
                                        lasten groter zijn dan € 50.000.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>6. In relatie tot art. 5, lid 4, kan het college de in de lid 5
                                toegekende bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen beneden de
                                genoemde limietbedragen slechts uitoefenen indien het college
                                tegenover de verplichtingen dekkingsmiddelen binnen hetzelfde
                                programma kan aanwijzen en onder voorwaarde, dat het aangaan van
                                deze verplichtingen geen inbreuk maakt op de uitvoering van het
                                betreffende programma.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                verantwoording van de ambtelijke organisatie naar de
                                productenrealisatie en naar de programmaverantwoording.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. De programmaverantwoording wordt voor 15 mei volgend op het jaar
                                waarop deze betrekking heeft aan de raad aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>3. Het college legt verantwoording af aan de raad over de uitvoering
                                van de programma's. In de verantwoording geeft het college aan:</al><lijst><li nr="°"><al>a. wat hebben we bereikt (outcome) ?</al></li><li nr="°"><al>b. wat hebben we ervoor gedaan (output) ?</al></li><li nr="°"><al>c. wat waren de baten en lasten (input) ?</al></li><li nr="°"><al>d. hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting
                                        gestelde doelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>4. De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma's
                                of de beleidsdoelen van de programma's voor het lopende jaar
                                bijstelling behoeven.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>5. Bij de jaarstukken worden het overzicht van programma’s, algemene
                                dekkingsmiddelen, overhead en heffing vennootschapsbelasting
                                weergegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>2.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de
                                raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie
                                en de meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen wordt bij
                                de uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>3. De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële positie
                                de investeringskredieten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Waardering en afschrijving</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijging- of
                                vervaardigingprijs.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende
                                kosten.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>3. De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van de
                                gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke
                                rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de
                                vervaardigingprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel
                                van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de
                                vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval
                                vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>4.Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met
                                uitzondering van</al><al>voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>5. Immateriële vaste activa worden in principe zo snel mogelijk
                                afgeschreven met een maximum van vijf jaar (ex artikel 64:6 Besluit
                                begroting en verantwoording provincies en gemeenten).</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>6.Op de materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                                artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten, wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is
                                afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>8. In de toelichting op de balans stelt de raad conform art. 62 lid
                                2 BBV jaarlijks het actuele afschrijvings- en activeringsbeleid
                                vast. De uitgangspunten in dit genoemde artikel worden hierin verder
                                uitgewerkt en de te hanteren afschrijvingstermijnen maken daar ook
                                onderdeel van uit.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>7. Vanaf 1 januari 2017 is ook het activeren van investeringen met
                                maatschappelijk nut verplicht. Hierbij geldt het criterium dat de
                                afschrijvingsmethodiek en afschrijvingstermijn van een actief moeten
                                worden afgestemd op de verwachte gebruiksduur. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Voor openstaande vorderingen betreffende:</al><lijst><li nr="°"><al>a. gemeentelijke belastingdebiteuren;</al></li><li nr="°"><al>b. overige debiteuren algemene dienst (exclusief sociale
                                        zaken en bouwgrondexploitatie); wordt een voorziening wegens
                                        oninbaarheid gevormd. De hoogte van de voorziening wordt
                                        jaarlijks afgestemd op de openstaande vorderingen ouder dan
                                        drie maanden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. Voor openstaande vorderingen betreffende de debiteuren sociale
                                zaken wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd. De hoogte
                                van de voorziening wordt jaarlijks afgestemd op de openstaande
                                vorderingen ouder dan drie maanden.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>3. Voor openstaande vorderingen betreffende de debiteuren sociale
                                bouwgrondexploitatie wordt een voorziening wegens oninbaarheid
                                gevormd. De hoogte van de voorziening wordt jaarlijks afgestemd op
                                de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. In de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting en
                                de jaarrekening geeft het college een toelichting op de stand en het
                                verloop van reserves en voorzieningen</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. ` Daarin staat:</al><lijst><li nr="°"><al>a. het doel en omvang van de reserves;</al></li><li nr="°"><al>b. het doel en omvang van voorzieningen;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen
                                waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken
                                en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden,
                                wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd.
                                Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de
                                overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen,
                                reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik
                                zijnde activa betrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en
                                onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van
                                de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik
                                zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in
                                rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele
                                belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten
                                van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten
                                die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels
                                worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen
                                het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende
                                verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten
                                die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting,
                                binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de
                                belastingaangifte aan de kostprijs van de
                                vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van
                                rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en
                                van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan
                                overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als
                                bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van
                                een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde
                                directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en
                                sociale lasten. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente
                                voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in
                                het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het
                                percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen
                                gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de
                                rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende
                                leningen en kredieten en het rentepercentage van de rentevergoeding
                                over de reserves en de voorzieningen zoals bepaald overeenkomstig
                                het achtste en negende lid. De uitkomst van dit percentage van de
                                omslagrente wordt op een half procent afgerond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie
                                zorg voor:</al><lijst><li nr="°"><al>a. het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma's binnen de
                                        wettelijke kaders en door de raad vastgestelde kaders van de
                                        begroting uit te kunnen voeren;</al></li><li nr="°"><al>b. het beheersen van de risico's verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals renterisico's, koersrisico's en
                                        kredietrisico's;</al></li><li nr="°"><al>c. het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de
                                        leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de
                                        uitzettingen;</al></li><li nr="°"><al>d. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                        kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                        posities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. Voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de wettelijke
                                waarden. Het college informeert de raad indien de kasgeldlimiet of
                                de renterisiconorm dreigen te worden overschreden.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>3. Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van
                                financiële participaties worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de
                                publieke taak. Daarbij bedingt het college indien mogelijk
                                zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar
                                belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van
                                garanties en financiële participaties.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>4. Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder
                                het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de
                                regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
                                bijbehorende informatievoorziening vast in een besluit
                                treasurystatuut. Het college zendt het besluit treasurystatuut ter
                                kennisgeving aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige
                                registratie van bezittingen. In de registratie worden ook opgenomen
                                niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde en
                                de niet- of netto-geactiveerde investeringen in de openbare
                                ruimte.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente
                                systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                                waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en
                                de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden gecontroleerd en
                                registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>3. Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het
                                college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De
                                resultaten van de controle en eventuele plannen van verbetering
                                worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>3.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college biedt de raad jaarlijks, bij de behandeling van de
                                begroting, een paragraaf lokale heffingen aan ter behandeling en
                                vaststelling. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleid ten
                                aanzien van gemeentelijke belastingen, heffingen en tarieven, de
                                belastingdruk voor burgers en bedrijven, de kostendekkendheid van de
                                heffingen en het kwijtscheldingsbeleid.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>Voor het door de raad vaststellen van de hoogte van gemeentelijke
                                tarieven, heffingen en prijzen verstrekt het college per verordening
                                een overzicht waarin deze tarieven, heffingen en prijzen worden
                                vastgelegd, de actueel geraamde hoeveelheden per door de gemeente
                                verstrekte dienst, waarover de tarieven, heffingen en prijzen in
                                rekening worden gebracht en de kostentoerekening van de geraamde
                                rentekosten en de geraamde overheadkosten van de in de verordening
                                genoemde door de gemeente verstrekte diensten.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>3. Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                lokale heffingen verslag van de geraamde respectievelijk werkelijke
                                inkomsten die voortvloeien uit de belastingen, heffingen en
                                tarieven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Weerstandsvermogen</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college biedt de raad jaarlijks, bij de behandeling van de
                                begroting, een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. aan
                                ter behandeling en vaststelling. In deze paragraaf wordt ingegaan op
                                het risicomanagement, de onbenutte belastingcapaciteit en het
                                weerstandsvermogen. In de paragraaf wordt het weerstandsvermogen
                                geconfronteerd met de risico’s.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen en
                                risicobeheersing van de begroting en van de jaarstukken een beeld
                                van de risico’s die van materieel belang zijn.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>3.Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen en
                                risicobeheersing van de begroting en van de jaarstukken de
                                weerstandscapaciteit en in hoeverre schaden en verliezen als gevolg
                                van de risico’s van materieel belang met het weerstandsvermogen
                                kunnen worden opgevangen.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>4. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat de
                                verplichte set financiële kengetallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college biedt de raad jaarlijks, bij de behandeling van de
                                begroting, een paragraaf onderhoud kapitaalgoederen aan ter
                                behandeling en vaststelling. De paragraaf geeft het kader weer voor
                                de inrichting van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau voor
                                het openbaar groen, wegen, straatmeubilair, riolering, sport en
                                gebouwen.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de
                                paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van
                                het geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan
                                openbaar groen, dorpsbossen, wegen, openbare verlichting,
                                speelvoorzieningen, riolering en gebouwen. Hierbij zal onder andere
                                verwezen worden naar gemeentelijke beheersplannen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Financiering</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college neemt in een besluit treasurystatuut de regels op die
                                worden gehanteerd voor het dagelijkse geldstromenbeheer en voor
                                liquiditeitsrisico, renterisico, kredietrisico en relatiebeheer,
                                administratieve organisatie en interne controle van de
                                financieringsfunctie.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de
                                paragraaf financiering verslag van:</al><lijst><li nr="°"><al>a. de kasgeldlimiet;</al></li><li nr="°"><al>b. de renterisico norm;</al></li><li nr="°"><al>c. de omvang en samenstelling van het vreemd vermogen;</al></li><li nr="°"><al>d. de omvang en samenstelling van de uitzettingen;</al></li><li nr="°"><al>e. de huidige liquiditeitspositie;</al></li><li nr="°"><al>f. de liquiditeitsplanning;</al></li><li nr="°"><al>g. de rentevisie;</al></li><li nr="°"><al>h. de rentekosten en renteopbrengsten, verbonden aan de
                                        financieringsfunctie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college biedt de raad jaarlijks, bij de behandeling van de
                                begroting, een paragraaf bedrijfsvoering aan ter behandeling en
                                vaststelling. In deze paragraaf wordt mede ingegaan op de tijdelijke
                                en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. Hierbij zal onder
                                andere aandacht worden geschonken aan het HRM-beleid, Planning &amp;
                                Control en onderzoeken in het kader van artikel 213a
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. In de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag wordt
                                gerapporteerd over de bij de begroting bepaalde onderwerpen
                                aangaande de bedrijfsvoering alsmede over nieuwe
                                ontwikkelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college biedt de raad jaarlijks, bij de behandeling van de
                                begroting, een paragraaf verbonden partijen aan ter behandeling en
                                vaststelling.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden
                                partijen in elk geval ingegaan op nieuwe participaties, het
                                beëindigen van bestaande participaties, het wijzigen van bestaande
                                participaties en het zich voordoen van problemen bij bestaande
                                participaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college biedt de raad jaarlijks, bij de behandeling van de
                                begroting, een paragraaf grondbeleid aan ter behandeling en
                                vaststelling. In deze paragraaf wordt ingegaan op:</al><lijst><li nr="°"><al>a. de strategische visie van het toekomstig
                                        grondbeleid;</al></li><li nr="°"><al>b. de relatie met de programma’s van de begroting;</al></li><li nr="°"><al>c. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="°"><al>d. verlies/winstverwachtingen;</al></li><li nr="°"><al>e. de voorraadverwerving, en</al></li><li nr="°"><al>f. uitgifte van gronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. In de paragraaf grondbeleid in het jaarverslag wordt
                                gerapporteerd over de in de begroting aangegeven onderwerpen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Subsidies</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college biedt de raad jaarlijks, bij de behandeling van de
                                begroting, een paragraaf subsidies aan ter behandeling en
                                vaststelling. In deze paragraaf wordt ingegaan op de kaders voor de
                                verstrekking van gemeentelijke subsidies en er wordt een overzicht
                                van de gemeentelijke subsidies opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. Bij de jaarrekening doet het college in de paragraaf subsidies
                                verslag van de geraamde respectievelijk werkelijke uitgaven die
                                voortvloeien uit de subsidieverlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Informatisering</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Het college biedt de raad jaarlijks, bij de behandeling van de
                                begroting, een paragraaf informatisering aan ter behandeling en
                                vaststelling. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verwachte
                                ontwikkelingen ten aanzien van de informatisering. Minimaal wordt in
                                deze paragraaf ingegaan op de wettelijke verplichtingen in het kader
                                van de informatisering. Daarnaast wordt de gewenste stand van zaken
                                van de informatisering beschreven waarbij ook de link naar de
                                bedrijfsvoering wordt gelegd.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. Bij de jaarrekening doet het college in de paragraaf
                                informatisering verslag van de gewenste stand van zaken
                                respectievelijk werkelijke stand van zaken op het gebied van
                                informatisering.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>4.</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in
                                ieder geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="°"><al>a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen
                                        in de gemeente als geheel;</al></li><li nr="°"><al>b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van activa met economisch nut, activa met
                                        maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden,
                                        enzovoorts;</al></li><li nr="°"><al>c. het verschaffen van informatie aan de budgethouders en
                                        voor het maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="°"><al>d. het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en
                                        de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot
                                        de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende
                                        wet- en regelgeving;</al></li><li nr="°"><al>e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid,
                                        de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="°"><al>f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig
                                        en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de
                                        controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><al/><lijst><li nr="•"><al>a. de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies
                                    en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="•"><al>b. de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt in een mandaatregeling en
                            budgethoudersregeling het volgende vast:</al><al/><lijst><li nr="•"><al>a. eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken;</al></li><li nr="•"><al>b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="•"><al>c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="•"><al>d. de te maken afspraken met de organisatie over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="•"><al>e. de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde
                                    beheer van de organisatie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>•</lidnr><al>1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2017,
                                met dien verstande dat de begroting, meerjarenraming, de
                                jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden
                                en de daarbij behorende toelichtingen met ingang van de begroting
                                voor het begrotingsjaar 2017 voldoen aan de bepalingen van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>2. Bij de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Financiële
                                verordening gemeente Dronten 2016 ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam "Financiële
                            verordening 2017".</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Dronten, 15 december 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>D. Petrusma MMC </ondertekening><ondertekening>griffier </ondertekening><ondertekening/><ondertekening> mr. A.B.L. de Jonge</ondertekening><ondertekening> voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>