<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR46094_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente IJsselstein 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-10-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2010, 17</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>raadsstuk 2010-29004</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>re-integratiebeleid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente IJsselstein 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>WWB: Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="c."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="d."><al>de wet: de WWB, IOAW of IOAZ;</al></li><li nr="e."><al>uitkeringsgerechtigden: personen die een uitkering ontvangen
                                        ingevolgde de WWB, IOAW of IOAZ.</al></li><li nr="f."><al>Anw-ers: personen die een uitkering ontvangen ingevolge de
                                        Algemene nabestaandenwet als bedoeld in artikel 7, eerste
                                        lid onder a van de WWB;</al></li><li nr="g."><al>nuggers: personen die als werkloze werkzoekenden zijn
                                        geregistreerd bij UWV WERKbedrijf en die
                                        niet-uitkeringsgerechtigden zijn als bedoeld in artikel 6
                                        onder a van de WWB;</al></li><li nr="h."><al>belanghebbenden: personen die behoren tot de onder e tot en
                                        met g genoemde categorieën, alsmede personen als bedoeld in
                                        artikel 10, tweede lid van de WWB, die inwoner zijn van de
                                        gemeente IJsselstein en de leeftijd van 65 jaar nog niet
                                        hebben bereikt; </al></li><li nr="i."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        IJsselstein;</al></li><li nr="j."><al>de raad: de gemeenteraad van IJsselstein;</al></li><li nr="k."><al>arbeidsinschakeling: het verkrijgen van algemeen
                                        geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 6 onder b van de
                                        WWB, respectievelijk artikel 4a onder a van de IOAW en
                                        IOAZ;</al></li><li nr="l."><al>ondersteuning: ondersteuning gericht op arbeidsinschakeling
                                        als bedoeld in artikel 7 van de WWB, respectievelijk artikel
                                        34 van de IOAW en IOAZ, en deze verordening;</al></li><li nr="m."><al>voorziening: een voorziening gericht op arbeidsinschakeling
                                        als bedoeld in artikel 7, eerste lid onder a van de WWB,
                                        respectievelijk artikel 34, eerste lid onder a van de IOAW
                                        en IOAZ, deze verordening en de door het college
                                        vastgestelde aanvullende beleids- en uitvoeringsregels;</al></li><li nr="n."><al>voorliggende voorziening: elke voorziening buiten de WWB,
                                        IOAW of IOAZ en deze verordening, waarop belanghebbenden
                                        aanspraak kunnen maken dan wel een beroep kunnen doen, die
                                        naar het oordeel van het college in voldoende mate bijdraagt
                                        aan de arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
                                worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de
                                Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 2 Beleid</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt aan belanghebbenden ondersteuning bij de
                                arbeidsinschakeling aan en, voor zover het college dat noodzakelijk
                                acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden
                                van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt,
                                waarbij wordt beoordeeld of de ondersteuning of de voorziening,
                                gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van de belanghebbende, het
                                meest doelmatig is met het oog op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod van
                                ondersteuning en voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan het in het derde lid genoemde aanbod tevens
                                beschikbaar stellen aan personen als bedoeld in artikel 7, derde lid
                                van de WWB.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van de in het vierde lid genoemde mogelijkheid zal het college
                                slechts gebruik maken nadat met UWV afspraken zijn gemaakt over de
                                financiering van de voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belanghebbenden hebben aanspraak op ondersteuning en op de naar het
                                oordeel van het college noodzakelijk geachte voorzieningen gericht
                                op arbeidsinschakeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld
                                zijn in deze verordening, alsmede de door het college vastgestelde
                                aanvullende beleids- en uitvoeringsregels. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er bestaat geen aanspraak, indien er sprake is van een voorliggende
                                voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verplichtingen maatregelen en
                                terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende die door het college een voorziening wordt
                                aangeboden, is verplicht hiervan gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belanghebbende die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan
                                de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur
                                uitvoering werk en inkomen, deze verordening, alsmede aan de
                                verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening
                                niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de
                                uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de
                                Maatregelenverordening Wet werk en bijstand, de
                                Maatregelenverordening IOAW en IOAZ en aanvullende regelgeving
                                vanuit het rijk.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een Anw-er, nugger of persoon als bedoeld in artikel 2,
                                vierde lid, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan
                                het gestelde in het tweede lid, kan het college de kosten daarvan
                                geheel of gedeeltelijk terugvorderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Criteria ontheffing verplichtingen</titel></kop><al>Het college stelt in nadere regels vast in welke gevallen dringende
                            redenen aanwezig zijn om een uitkeringsgerechtigde te ontheffen van de
                            verplichtingen genoemd in artikel </al><al>9 van de WWB respectievelijk artikel 37a van de IOAW en de IOAZ. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Budgetplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een of meer budgetplafonds vaststellen voor de
                                verschillende voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat
                                in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 3 Voorzieningen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 7 Arbeidsinschakeling</label></kop><al>Het college biedt belanghebbenden die naar het oordeel van het
                                college direct inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt in beginsel
                                algemeen geaccepteerde arbeid of ondersteuning bij de
                                arbeidsinschakeling aan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Inzet van voorzieningen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen het aanbod van ondersteuning en voorzieningen wordt
                                        gekozen voor datgene dat beschikbaar is en dat adequaat en
                                        toereikend is voor het doel dat wordt beoogd.</al></li><li nr="2."><al>Ondersteuning en voorzieningen worden alleen ingezet, indien
                                        zonder die inzet het vinden van arbeid niet mogelijk
                                        is.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die
                                        voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een
                                        voorziening nadere verplichtingen verbinden.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan een voorziening beëindigen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de uitkeringsgerechtigde die aan de voorziening
                                        deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9
                                        en 17 van de WWB, respectievelijk artikel 35 en 44 van de
                                        IOAW en IOAZ, niet nakomt;</al></li><li nr="b."><al>indien de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer
                                        behoort tot de doelgroep van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
                                        waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze
                                        voorziening;</al></li><li nr="d."><al>indien naar het oordeel van het college de voorziening
                                        onvoldoende bijdraagt aan een snelle
                                        arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Ten aanzien van de voorzieningen gericht op
                                        arbeidsinschakeling of de ondersteuning bij
                                        arbeidsinschakeling stelt het college, met inachtneming van
                                        het gestelde in artikel 3, eerste lid, nadere regels vast.
                                    </al></li><li nr="6."><al>De in het vijfde lid bedoelde regels hebben tevens
                                        betrekking op het vaststellen van een eigen bijdrage voor,
                                        en het in aanmerking nemen van vermogen van de
                                        belanghebbende met een inkomen hoger dan de bijstandsnorm
                                        aan wie een voorziening wordt toegekend. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Premie en scholing participatieplaats</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt aan de uitkeringsgerechtigde, telkens
                                        nadat hij gedurende zes maanden op grond van artikel 10a van
                                        de wet additionele werkzaamheden heeft verricht, een premie
                                        indien hij naar het oordeel van het college in die zes
                                        maanden voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van
                                        zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces. </al></li><li nr="2."><al>Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt
                                        elke zes maanden beoordeeld.</al></li><li nr="3."><al>De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt
                                        dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele
                                        werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande
                                        zes maanden niet is nagekomen.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het eerste lid komen ook personen als bedoeld
                                        in artikel 7, derde lid van de wet voor een premie in
                                        aanmerking indien zij aan alle voorwaarden voldoen en over
                                        de ondersteuning bij arbeidsinschakeling voor deze groep
                                        door het college afspraken zijn gemaakt met UWV.</al></li><li nr="5."><al>Voor zover de belanghebbende niet beschikt over een
                                        startkwalificatie wordt binnen 6 maanden na aanvang van de
                                        participatieplaats door het college onderzocht in hoeverre
                                        scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de
                                        kans op inschakeling in het arbeidsproces.</al></li></lijst><al>Het college betrekt bij deze beoordeling in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende
                                        de additionele werkzaamheden uitvoert; </al></li><li nr="b."><al>de scholingswens van de belanghebbende.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Uitvoering door derden</label></kop><al>Het college kan in verband met de ondersteuning bij de
                                        arbeidsinschakeling afspraken maken met derden, waaronder
                                        werkgevers en re-integratiebedrijven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Subsidies</label></kop><al>Het college kan een subsidie verstrekken aan de
                                        uitkeringsgerechtigde die:</al><lijst><li nr="a."><al>volledig uitstroomt wegens het aanvaarden van een
                                                niet gesubsidieerde baan;</al></li><li nr="b."><al>in overige door het college in nadere regels vast te
                                                stellen gevallen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Kostenvergoedingen</label></kop><al>Het college kan een kostenvergoeding verstrekken: </al><lijst><li nr="a."><al>aan de uitkeringsgerechtigde die werkt met
                                                  behoud van uitkering;</al></li><li nr="b."><al>in overige door het college in nadere regels
                                                  vast te stellen gevallen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 4 Subsidie voor derden</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 13 Loonkostensubsidie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de werkgever die een uitkeringsgerechtigde in dienst
                                        neemt, kan een loonkostensubsidie worden verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>De subsidie bedoeld in het eerste lid is gebonden aan de
                                        belanghebbende;</al></li><li nr="3."><al>De subsidie bedoeld in het eerste lid wordt gedurende een
                                        periode van maximaal 12 maanden verleend;</al></li><li nr="4."><al>De periode bedoeld in het derde lid kan met maximaal 12
                                        maanden worden verlengd;</al></li><li nr="5."><al>Het college stelt nadere regels over de hoogte van de
                                        subsidie bedoeld in het eerste lid.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 14 Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de
                                        belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze
                                        verordening, indien toepassing van de verordening tot
                                        onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></li><li nr="2."><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet,
                                        beslist het college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 Inwerkingtreding</label></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van de
                                openbare bekendmaking. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16 Citeertitel</label></kop><al>De verordening kan worden aangehaald als: "Re-integratieverordening
                                WWB 2010".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de
                        gemeente IJsselstein, gehouden op 7 oktober 2010.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>