<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR46091_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Maatregelenverordening IOAW en IOAZ gemeente IJsselstein 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2010, 16</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">IOAW, art. 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">IOAZ</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-12-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>raadsstuk 2010-29063</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatregelenbeleid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Maatregelenverordening IOAW en IOAZ gemeente IJsselstein 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="b."><al>IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="c."><al>uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 5, eerste lid
                                        van de IOAW en IOAZ;</al></li><li nr="d."><al>uitkeringsnorm: het netto bedrag van de op belanghebbende
                                        van toepassing zijnde grondslag, bedoeld in artikel 5 van de
                                        IOAW en de IOAZ;</al></li><li nr="e."><al>maatregel: het geheel of gedeeltelijk weigeren van de
                                        uitkering als bedoeld in artikel 20 van de IOAW en de IOAZ
                                        door middel van het geheel of gedeeltelijk verlagen van de
                                        uitkeringsnorm.</al></li><li nr="f."><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 8 van de IOAW en
                                        de IOAZ;</al></li><li nr="g."><al>belanghebbende: de persoon die recht heeft op een uitkering
                                        ingevolge de IOAW voor zover de persoon is aangewezen op
                                        arbeid in dienstbetrekking, alsmede de persoon die recht
                                        heeft op een uitkering op grond van de IOAZ; </al></li><li nr="h."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente IJsselstein;</al></li><li nr="i."><al>benadelingsbedrag: het bruto bedrag aan inkomensvoorziening
                                        dat aan belanghebbende ten onrechte is uitbetaald op grond
                                        van de IOAW en IOAZ;</al></li><li nr="j."><al>arbeidsinschakeling: het verkrijgen van algemeen
                                        geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 4a, eerste lid
                                        onder a van de wet;</al><lijst><li nr=""><al>2. alle begrippen die in deze verordening worden
                                                gebruikt en niet nader worden omschreven hebben
                                                dezelfde betekenis als in de IOAW, de IOAZ en de
                                                Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een belanghebbende zich naar het oordeel van het college
                                schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel
                                20 van de wet, dan wel de uit de wet, of de uit artikel 30c, tweede
                                en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
                                inkomen voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt,
                                dan wel zich jegens het college zeer ernstig misdraagt, dan wordt
                                een maatregel opgelegd conform de bepalingen in deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                                waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
                                omstandigheden waarin belanghebbende verkeert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><al>De maatregel wordt toegepast op de uitkeringsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Afzien van het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college ziet af van het opleggen van een maatregel, indien:</al><lijst><li nr=""><al>a. de gedraging meer dan een jaar voor constatering ervan
                                        door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging
                                        een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als
                                        gevolg van die gedraging ten onrechte uitkering is
                                        verleend.</al></li><li nr=""><al>b. de gedraging een schending van de inlichtingenplicht
                                        betreft en als gevolg daarvan ten onrechte uitkering is
                                        verleend, en deze meer dan vijf jaren voor constatering
                                        ervan door het college heeft plaatsgevonden.</al></li><li nr=""><al>c. de gedraging schending van de inlichtingenplicht betreft
                                        en als gevolg daarvan ten onrechte uitkering is verleend, en
                                        deze wordt onderzocht door het openbaar ministerie. De
                                        maatregel blijft definitief achterwege indien ter zake
                                        strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter
                                        terechtzitting een aanvang heeft genomen dan wel het recht
                                        tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 74 van
                                        het Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr=""><al>d. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.</al></li><li nr=""><al>e. het college hiertoe een dringende reden aanwezig
                                        acht.</al></li><li nr=""><al>2. Indien het college afziet van het opleggen van een
                                        maatregel op grond van een dringende reden dan wordt de
                                        belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het besluit tot het opleggen van een maatregel</titel></kop><al>In het besluit tot het opleggen van een maatregel wordt in ieder geval
                            vermeld: de reden van de maatregel, de duur van de maatregel, de hoogte
                            van het percentage of het bedrag van de maatregel en, indien van
                            toepassing, de reden om af te wijken van een standaardmaatregel. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ingangsdatum en tijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt opgelegd met ingang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de ingangsdatum van de uitkering, wanneer de gedraging heeft
                                        plaatsgevonden voordat het recht op uitkering is ingegaan,
                                        of;</al></li><li nr="b."><al>de eerste dag van de kalendermaand volgend op de maand
                                        waarin de gedraging heeft plaatsgevonden;</al></li><li nr="c."><al>de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot
                                        het opleggen van een maatregel aan de belanghebbende
                                        schriftelijk is medegedeeld indien de uitkering reeds is
                                        uitbetaald, waarbij wordt uitgegaan van de voor die
                                        kalendermaand geldende uitkeringsnorm;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende
                                kracht worden opgelegd, voor zover de uitkering nog niet is
                                uitbetaald dan wel de uitkering wordt teruggevorderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Gelijktijdigheid en herhaling van verwijtbare gedragingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de belanghebbende zich gelijktijdig schuldig maakt aan
                                    meerdere gedragingen als genoemd in artikel 2, eerste lid 1,
                                    wordt voor het bepalen van de hoogte en duur van de maatregel
                                    uitgegaan van de gedraging waarop de zwaarste maatregel van
                                    toepassing is.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de maatregel wordt verdubbeld, indien de
                                    belanghebbende zich binnen 12 maanden na de vorige als
                                    verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt aan een
                                    verwijtbare gedraging. Hiervoor is de hoogte van de maatregel
                                    behorend bij de laatste gedraging leidend.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het gestelde in het tweede lid, wordt in plaats
                                    van de hoogte van de maatregel de duur van de maatregel
                                    verdubbeld, indien de maatregel wordt vastgesteld op 100%.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indeling in categorieën</titel></kop><al>Gedragingen van belanghebbenden, waardoor de verplichting op grond van
                            artikel 37 van de IOAW en IOAZ, met uitzondering van de verplichting
                            bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder c van de IOAW en IOAZ, niet of
                            onvoldoende zijn nagekomen, worden onderscheiden in de volgende
                            categorieën.</al><al>1.Eerste categorie:</al><al>het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij UWV
                            WERKbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie;</al><lijst><li nr="2."><al>Tweede categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde
                                            arbeid te verkrijgen of te aanvaarden;</al></li><li nr="b."><al>het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een
                                            onderzoek naar de mogelijkheden tot
                                            arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Derde categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>gedragingen die de arbeidsinschakeling belemmeren;</al></li><li nr="b."><al>het niet of onvoldoende gebruikmaken van een door het
                                            college aangeboden voorziening gericht op
                                            arbeidsinschakeling waaronder begrepen sociale
                                            activering.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte en duur van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid wordt de maatregel vastgesteld
                                op:</al><lijst><li nr="a."><al>5% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen
                                        van de eerste categorie;</al></li><li nr="b."><al>20% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij
                                        gedragingen van de tweede categorie;</al></li><li nr="c."><al>50% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij
                                        gedragingen van de derde categorie;</al><al/></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Het door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid, alsmede het nalaten algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 10 Door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid</label></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid, legt het college,
                                            met in achtneming van artikel 20, vierde lid IOAW/IOAZ,
                                            blijvend een maatregel op indien de belanghebbende door
                                            eigen toedoen een inkomen uit of in verband met arbeid
                                            is verloren en:</al></li><li nr="a."><al>aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een
                                            dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel
                                            678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel;</al></li><li nr="b."><al>de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van
                                            de belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan
                                            zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting
                                            redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden
                                            gevergd.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de maatregel is gelijk aan het door dit
                                            gedrag verloren netto inkomen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid</label></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid, legt het college
                                            blijvend een maatregel op indien de belanghebbende een
                                            uitkering ontvangt op basis van de IOAW of IOAZ en hij
                                            weigert hem aangeboden algemeen geaccepteerde arbeid te
                                            aanvaarden of door eigen toedoen geen algemeen
                                            geaccepteerde arbeid verkrijgt.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de maatregel is gelijk aan het door eigen
                                            toedoen niet verkregen netto inkomen uit deze
                                            arbeid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Niet nakomen van de inlichtingenplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 12 Te laat verstrekken van gegevens</label></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Indien de belanghebbende de verplichting op grond van
                                            artikel 13 van de IOAW en IOAZ niet is nagekomen door
                                            informatie die van belang is voor de verlening van
                                            uitkering of de voortzetting daarvan niet binnen de door
                                            het college daartoe gestelde termijn te verstrekken,
                                            wordt een maatregel opgelegd van 5% van de
                                            uitkeringsnorm gedurende een maand, onverminderd artikel
                                            2, tweede lid. </al></li><li nr="2."><al>Van het opleggen van een maatregel bedoeld in het eerste
                                            lid kan worden afgezien, waarbij kan worden volstaan met
                                            het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het
                                            niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting
                                            plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen
                                            vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een
                                            schriftelijke waarschuwing is gegeven.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de uitkering</label></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de
                                            inlichtingenplicht bedoeld in artikel 13 van de IOAW en
                                            IOAZ, dan wel artikel 30c, tweede en derde lid van de
                                            Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
                                            heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog
                                            bedrag verlenen van een uitkering, wordt de maatregel
                                            vastgesteld aan de hand van het benadelingsbedrag.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid wordt de maatregel
                                            bedoeld in het eerste lid op de volgende wijze
                                            vastgesteld:</al></li><li nr="a."><al>bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00: 10% van de
                                            uitkeringsnorm gedurende een maand;</al></li><li nr="b."><al>bij een benadelingsbedrag van € 1.000,00 tot € 2.000,00:
                                            20% van de uitkeringsnorm gedurende een maand;</al></li><li nr="c."><al>bij een benadelingsbedrag van € 2.000,00 tot € 4.000,00:
                                            40% van de uitkeringsnorm gedurende een maand;</al></li><li nr="d."><al>bij een benadelingsbedrag van € 4.000,00 of meer: 100%
                                            van de uitkeringsnorm gedurende een maand.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14 Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder gevolgen voor de</label></kop><lijst><li nr=""><al><vet>uitkering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de
                                            inlichtingenplicht bedoeld in artikel 13 van de IOAW en
                                            IOAZ, dan wel artikel 30c, tweede en derde lid van de
                                            Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
                                            niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te
                                            hoog bedrag verlenen van uitkering, bedraagt de
                                            maatregel, onverminderd artikel 2, tweede lid, 5% van de
                                            uitkeringsnorm gedurende een maand.</al></li><li nr="2."><al>Van het opleggen van een maatregel bedoeld in het eerste
                                            lid kan worden afgezien, waarbij kan worden volstaan met
                                            het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het
                                            niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting
                                            plaatsvindt binnen een periode van twee jaren te rekenen
                                            vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een
                                            waarschuwing is gegeven.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overige gedragingen die leiden tot het opleggen van een maatregel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 15 Zeer ernstige misdragingen</label></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Indien de belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt
                                            tegenover het college of zijn ambtenaren onder
                                            omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de
                                            uitvoering van de IOAW en IOAZ, wordt onverminderd
                                            artikel 2, tweede lid een maatregel opgelegd op de
                                            volgende wijze:</al><lijst><li nr="a."><al>verbale uitingen of gedragingen zoals schelden
                                                  of bedreigingen in het algemeen: 10% van de
                                                  uitkeringsnorm gedurende een maand;</al></li><li nr="b."><al>schade aan eigendommen of goederen van de
                                                  gemeente: 20% van de uitkeringsnorm gedurende een
                                                  maand;</al></li><li nr="c."><al>verbale gedragingen of bedreigingen gericht
                                                  tegen de persoon: 50% van de uitkeringsnorm
                                                  gedurende een maand;</al></li><li nr="d."><al>lichamelijk geweld, al dan niet met letsel tot
                                                  gevolg hebbende, gericht tegen het college of haar
                                                  ambtenaren: 100% van de uitkeringsnorm gedurende
                                                  een maand.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid genoemde maatregelen worden
                                            eveneens opgelegd, indien de uiting of gedraging
                                            plaatsvindt bij UWV WERKbedrijf dan wel zich richt tegen
                                            een derde die namens het college werkzaamheden
                                            verricht.</al></li><li nr="3."><al>In aanvulling op het gestelde in het eerste lid kan
                                            door, of namens het college, aangifte worden gedaan bij
                                            de politie dan wel de belanghebbende de toegang tot het
                                            gemeentehuis worden ontzegd. De duur van de ontzegging
                                            is gekoppeld aan de ernst van de gedraging.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Hardheidsclausule en onvoorziene gevallen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de
                                belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening,
                                indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van de
                            openbare bekendmaking en is van kracht met ingang van 1 juli 2010. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening kan worden aangehaald als: "Maatregelenverordening IOAW
                            en IOAZ gemeente IJsselstein 2010”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        IJsselstein, gehouden op </ondertekening><ondertekening>7 oktober 2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>